19e zondag na Pinksteren : “Legioen van duivels”

border-iit5

 

19e zondag na Pinksteren

“Legioen van duivels”

legioen-van-duivels

gerasenen

Lezingen :

Eerste lezing :
2 Korintiërs 11,31-12,9

God, de Vader van onze Heer Jezus gezegend is Hij in eeuwigheid! weet dat ik niet lieg. 32Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad bewaken om mij te vangen; 33en om aan zijn greep te ontsnappen moest ik in een mand worden neergelaten door een venster in de stadsmuur.
1Moet er geroemd worden? Het dient wel nergens toe, maar dan kom ik nu tot visioenen van openbaringen van de Heer. 2Ik ken een mens in Christus, die veertien jaar geleden, in het lichaam of buiten het lichaam, ik weet het niet, God weet het… die mens werd weggerukt naar de derde hemel. 3Van die mens weet ik dat hij met het lichaam of zonder het lichaam, ik weet het niet, God weet het, 4dat hij werd weggerukt naar het paradijs en onzegbare woorden vernam, die geen mens mag uitspreken. 5Op zo iemand wil ik roemen. Voor mijzelf wil ik alleen roemen op mijn zwakheden. 6Zou ik werkelijk willen roemen, dan was ik geen dwaas; ik zou immers de waarheid zeggen. Maar daar zie ik van af; ik wil niet dat iemand mij meer toeschrijft dan wat hij van mij kan zien of horen. 7Ook is er – want anders zouden de buitengewone openbaringen mij verwaand kunnen maken – ook is er een doren in mijn vlees gestoken, als een bode van de satan die mij moet afranselen. 8Tot driemaal toe heb ik de Heer aangeroepen, dat hij van mij zou weggaan. 9Maar Hij antwoordde mij: “Je hebt genoeg aan mijn genade. Kracht wordt juist in zwakheid volkomen.” Dus zal ik het liefst van alles roemen op mijn zwakheden. Dan zal de kracht van Christus in mij wonen.

Evangelie : Lucas,8,26-39
Genezing van een bezetene

[26] Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. [27] Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. [28] Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ [29] Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. [30] Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. [31] Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. [32] Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. [33] De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. [34] Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. [35] De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. [36] Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. [37] De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen. [38] De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. [39] ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan.

d0a11-1826341618

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige geest. In de loop van het jaar hebben wij het verhaal van de bezetenen der Gerasenen of Gadarenen, zoals ze ook soms worden genoemd in de verschillende evangelies meerdere malen gehoord. (Bron : onbekend)

Het is een indrukwekkend verhaal. Indrukwekkend, niet alleen door de genezing op zichzelf, dan wel door de manifestatie van de duivelse krachten, die in staat zijn een kudde van ongeveer duizend dieren in zee te doen storten. Aan de andere kant is het van belang dat wij inzien, dat de vernietiging van deze varkens, zoals de Vaders het ons hebben geleerd, betekent dat elk van deze duivels de ganse wereld zou kunnen vernietigen als hij ooit daartoe de macht zou krijgen, want hij bezit de kracht daartoe.

De bijzonder treffende gebeurtenis die wij gehoord hebben is vooral typerend voor gans het menselijk leven van Jezus, want wij weten, dat, vanaf het begin tot aan Zijn dood aan het Kruis, Zijn leven één voortdurende strijd was tegen de machten van het kwaad, tegen de krachten van de dood, tegen de duistere geesten. Vanaf het begin was het reeds een strijd toen Maria Jezus ter wereld bracht en zij geen plaats vond in de herberg om de nacht door te brengen. Deze strijd zal niet onderbroken worden, zij zal gevolgd worden door de moord op de onschuldige kinderen door Herodes. Dit alles toont aan op welk punt de krachten van het kwaad tot stand komen en met welke kracht ze uitvaren tegen het goddelijk licht dat in de wereld komt om de mensen te verlichten. Om deze strijd te illustreren, hebben we ook alle verzoekingen van Jezus in de woestijn. Dit krachtig moment is bijzonder onthullend, want deze tocht van Jezus in de woestijn is vanzelfsprekend geen toeval. Zijn ontmoeting met satan in persoon – als we van een persoon kunnen spreken – is geenszins een historische toevalligheid, want de evangelies zeggen duidelijk dat de Geest Jezus naar de woestijn dreef om Hem te bekoren. Bijgevolg, de bekoring in de woestijn was noodzakelijk. Wat ze ook zijn, al de bekoringen die Jezus heeft gekend, vanaf het begin tot aan Zijn laatste bekoring op het Kruis, waren noodzakelijk. Door deze bekoringen heeft Jezus Zijn macht getoond en gezegevierd, en dit in een onophoudelijke strijd. In deze strijd zijn genezing van bezetenen en uitdrijving van demonen frequent aanwezig in het leven van Jezus. Zij zijn niet alleen bewerkstelligd door Jezus in persoon, maar ook door Zijn leerlingen toen hij hen – nog voor zijn lijden – gezonden had om te prediken.. Wanneer zij terug bij Jezus kwamen waren ze bijzonder verbaasd “ Zie, Heer, wij genezen de zieken en de geesten gehoorzamen ons en zijn verjaagd” , en Jezus sprak een dankgebed uit “ Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat Gij voor nederigen de ogen geopend hebt”. Zo zien wij dat deze kracht om te genezen in Jezus is en dat Hij dit meedeelt aan wie Hij wil. Laten wij er ons bewust van zijn ! Jezus deelt Zijn kracht om te genezen aan hen die Zijn apostelen zullen worden – dit betekent ‘ Zijn gezondenen’- , aan Zijn leerlingen, maar ook aan Zijn Kerk die zelf geheel en al apostolisch is. Wij allen zijn dragers van de Geest van God, en allen hebben wij de kracht, door het gemeenschappelijk gebed van de Kerk, om duivels uit te drijven. Wij vergeten dit maar al te vaak, té vaak geloven we er zelf niet in. Vandaag, evenals in de tijd van Jezus, zijn de krachten van de kwade aan het werk. Wanneer Jezus aan de demon vraagt ‘wat is je naam?’ dan antwoordde hij ‘legioen’. Hier betekent ‘legioen’ een veelheid, want veel demonen hadden de bezetenen aangevallen, en juist dit stemt volstrekt overeen met onze ervaring, met de realiteit van alle tijden. Vandaag evenzeer als gisteren zijn de demonen legioenen. Zij kunnen verschillende vormen aannemen en wisselende methoden. Men kan deze methoden beschrijven : er is de rechtstreekse aanval zoals er ook een echte bezetenheid is…..Er zijn ook de passies : dit zijn meer intieme bezetenheden, dikwijls minder zichtbaar, maar, zonder twijfel erger nog want verraderlijker : wanneer de passies ons in duisternis hullen en ons onderwerpen, dan kunnen we niet meer reageren en worden we echte slaven en dienaars van de prins van deze wereld. Onder de verschillende manieren waarmee de demonen ons willen van God verwijderen, is er vanzelfsprekend de vervolging. Maar de directe vervolging is zonder twijfel niet de meest gevaarlijke, noch de meest perverse, noch de meest definitieve. Zoals wij het in alle landen ondervinden vanaf het begin tot op de dag van vandaag, vormt het bloed van de martelaren de voedingsbodem voor het geloof. Of het nu in Rusland is, of in het Oosten, overal waar het Christelijk geloof vervolgd wordt, overal waar de gelovigen hun leven geven, overal waar Christenen getuigenis afleggen met het bloed van hun lijden, overal waar mensen uitgestoten, misprezen, verworpen worden, leggen zij getuigenis af van de Enig Noodzakelijke. Overal hebben de martelaren talrijke gelovigen gebracht tot het geloof in Christus. Maar er zijn ook andere manieren, nog arglistiger, waarmee de krachten van de kwade hun werk verrichten. Het is onder andere dat wat wij noemen de ‘de-sacralisering’ van de wereld en de geest. Ons Europa – men spreekt er veel over vandaag – was ooit een Christelijk Europa, maar men constateert dat men dit verleden wil wegvagen zoals onder andere gebleken is uit de debatten rond de Europese grondwet, welke niet alleen het idee van God heeft moeten verwijderen, maar ook elke verwijzing naar de religieuze en spirituele wortels. Dit alles toont zeker een diepe en uit het leven gegrepen realiteit aan : dat de wereld zich seculariseert en zich de-sacraliseert door God te werpen in de vergeetput van het verleden, in de archeologie, in de musea,in de stofferige sacristieën, en terzelfdertijd ook in de gesloten ruimte die, zoals men het wilt, onze kerken zouden worden, ’t is te zeggen getto’s. Deze getto’s kunnen zeker aangenaam zijn, gerieflijk, comfortabel en warm, maar, onder druk van de moderne wereld zijn zij bedreigd met isolement, zij mankeren openheid en vooral uitstraling. Men moet waakzaam zijn voor deze onbetrouwbare en veelzijdige aanvallen.Zonder twijfel nemen de media eraan deel, hetzij door elke verbeeldingskracht – niet alleen de pornografie – die ons overrompelt en ons vernietigt, hetzij door de ideologie die wil dat mannen en vrouwen vrij zijn in hun leven, in hun lichaam, in hun toekomst. Dit alles heeft niet alleen een ernstige ontaarding van de moraal tot gevolg, maar ook een ontkenning van de spirituele wortels. De wortels zijn waarlijk ont-worteld.Maar het ligt niet aan mij om daarover nu verder te gaan. Ik denk, dat wij nu inzien, dat in ons Christelijk leven, ons Christelijk getuigenis een levendig en bewust getuigenis moet zijn. Bidden wij vooral opdat de Heer ons de kracht geeft niet alleen om ons geloof in de diepte te beleven, maar ook om zelf de spirituele strijd aan te gaan in ons eigen hart, in onze verbeelding, in ons eigen lichaam, in ons geslacht….en dit in alle domeinen van ons bestaan. Bidden wij de Heer, dat Hij ons de kracht geeft om ons te verzetten tegen alle pogingen van de krachten van de kwade, tegen alle aanvallen die erop gericht zijn het Beeld van God in ons te vernietigen. Dit beeld van God waardoor en waarin de mens is geschapen. Dit beeld is in ons, het is zogezegd onverwoestbaar, maar wij kunnen er zo mee omgaan, dat het desondanks niet meer schittert. Welnu, dit beeld moet schitteren, het moet zich manifesteren, het moet in ons groeien zoals Christus zelf in ons groeit dag aan dag en doorheen alle jaren van ons leven. Daarom moeten wij leren om in ons leven de doop-dimensie van ons bestaan te beleven, ’t is te zeggen, de voortdurende strijd, het verwerpen van het kwade en de verzaking aan Satan. Deze verzaking aan Satan die wij aan de volwassene vragen – of aan het gedoopte kind door de mond van zijn peter en meter – moeten wij op elk moment van ons leven blijven volhouden. Wij moeten aan de Heer het onderscheidingsvermogen vragen en de helderziendheid om in staat te zijn om te zien waar de valstrikken zijn en welke de vlammende pijlen zijn van de kwade, opdat wij er zouden aan weerstaan met wat Sint Paulus noemt het schild van het geloof en het zwaard van Gods woord. Dit alles zijn essentiële dingen,maar ze betreffen niet alleen mijn persoonlijk leven, noch mijn individuele strijd, omdat wij allen eenzame wezens zijn binnen de Kerk. Wanneer één persoon valt, zeggen de vaders, dan zullen velen rondom hem vallen, en wanneer één persoon zich opricht en zich heiligt, dan zullen velen rondom hem zich heiligen . Wij zijn allen zonder onderscheid verantwoordelijk voor deze heiliging, voor deze geloofsbelijdenis welke die is van de Kerk, voor al onze kerkelijke gemeenschappen en vooral voor deze waarin wij vandaag leven. Deze spirituele strijd is bijgevolg een voortdurende eis van ons kerkelijk leven. Men moet de doop-dimensie van ons bestaat steeds voor ogen houden, zo wordt deze strijd een terugdrijven van de Satan, maar het is natuurlijk ook een middel om het volle leven in Christus in de Heilige Geest na te streven. Wanneer dit volle leven in Christus in de Heilige Geest zich realiseert, dan komt de Heilige Geest in ons als een brandend vuur., een levenwekkend vuur., en een vuur die ons van binnenuit aanzet om te zeggen, te verkondigen, en ik zeg zelfs om het woord van God te brullen. Want het is het woord van God dat de wereld nodig heeft ! Wij moeten opnieuw leren om te getuigen, wij moeten ons niet verbergen in onze kerken met de deuren op slot, in onze families, in onze kleine gemeenschappen. Wij moeten opnieuw leren ademhalen en onze harten openen om tot de wereld te roepen dat Christus verrezen is en dat Hij de machten van de kwade heeft overwonnen. Het is alleen zo dat wij de krachten van de kwade kunnen overwinnen, die met ontelbare middelen proberen om de Kerk te vernietigen, om haar in een slecht daglicht te stellen, haar bekendheid te bezoedelen,en haar uitstraling te smoren…. Het is door de macht van Christus dat wij dit alles kunnen verhinderen. Ieder van ons en allen samen zijn wij dus verantwoordelijk voor het heden en de toekomst
van de Kerk, dit lichaam waarvan wij allen de ledematen zijn, deze Kerk onze moeder waarvan wij de kinderen zijn en die ons door de Heilige Geest doet geboren worden tot nieuw leven. Amen.

Vertaling : Kris Biesbroeck

Basilius van Caesarea : Bent u onteerd……

8eb0cc6195af2020ec02f39a3ef6594b

(De volledige tekst van Basilius ….)

Bent u onteerd? Houd dan rekening met de glorie die in de hemel ligt opgeslagen door geduldig vol te houden. Hebt u verlies geleden? Denk dan aan de hemelse rijkdom en schat die je voor jezelf hebt opgebouwd door je goede daden. Bent u uit uw vaderland verdreven? Dan heb je Jeruzalem als je hemelse thuisland. Heb je een kind verloren? Dan heb je Engelen, met wie je eeuwig jubelend rond de Troon van God zult dansen. Door aldus verwachte goede dingen tegenover huidige smarten te stellen, houdt u uw ziel in de opgewektheid en rust waartoe het voorschrift van de apostelen ons oproept. Laat de vreugden van menselijke zaken geen onmatige en buitensporige blijdschap in uw ziel teweegbrengen, noch laat smarten haar verrukking en sublimiteit verminderen door gevoelens van neerslachtigheid en vernedering. Tenzij je jezelf van tevoren op deze manier hebt getraind met betrekking tot de gebeurtenissen in het leven, zul je nooit een kalm en rustig leven hebben. Maar u zult dit gemakkelijk bereiken als u het gebod in u hebt dat u aanraadt u altijd te verheugen, door de kwellingen van het vlees te verwerpen en te verzamelen wat de ziel verheugt, door het gevoel van de huidige realiteiten te overstijgen en uw geest uit te breiden naar de hoop van de eeuwige realiteiten, waarvan alleen al de gedachte voldoende is om de ziel met vreugde te vervullen en de engelachtige opgetogenheid in onze harten te doen wonen; in Christus Jezus, onze Heer, aan Wie de heerlijkheid en de heerschappij toekomen, tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Basilius van Caesarea

Sharia Guenther : De parabel van de zaaier ………

1ee661a79a843ba960bd54a89167fcf9 (1)

 Een boer ging naar buiten om zijn tuin te planten. Terwijl hij het zaad op de grond gooide, vielen er enkelen op het harde pad in de buurt en de vogels kwamen ze opeten. De volgende zaden vielen in de buurt van enkele rotsen die de boer op een stapel in de buurt had. Er was niet veel vuil rond de rotsen, dus de zaden begonnen te ontkiemen en de volgende dag te groeien. Wanneer zaden niet in het vuil worden geplant, groeien ze geen wortels die hen helpen sterk en nat te blijven, waardoor ze goed kunnen groeien Dus ’s middags toen de zon erg heet was, verwelkten de kleine plantjes die tussen de rotsen begonnen te groeien en stierven omdat ze geen wortel in de grond hadden. Terwijl de boer zaden op de grond bleef gooien, vielen sommige zaden tussen het onkruid en de doornen die hij niet had uitgetrokken. De doornen groeiden sneller en hoger dan de zaden, dus de zaden konden niet genoeg zonlicht krijgen en werden verstikt door de doornen. Uiteindelijk viel er wat zaad op de goede grond waar de boer aan had gewerkt en groef gaten voor het zaad om in te gaan. Die zaden maakten planten en die planten produceerden heel veel groenten. Het is net als wanneer je naar een Bijbelverhaal luistert. Elk Bijbelverhaal dat je hoort is als het planten van een zaadje in je hoofd. Het zaad is een verhaal over Jezus en naarmate je meer leert, groeit het zaad en wordt het groter en zul je uiteindelijk veel over God weten en anderen over Hem kunnen vertellen. Als je ze over Jezus hoort praten, maar het niet begrijpt, moet je vragen stellen. Als je het niet vraagt, vergeet je wat je hebt geleerd en het zal zijn als de zaden die op het pad vielen en die door de vogels werden gegeten. Je zult het vergeten en het zaad zal uit je geest verdwijnen en het zal niet groeien. Dus als je stopt met leren over God, zal het kleine zaadje dat in je geest werd geplant niet groeien en zal het zijn als het zaad dat op de rotsen viel. Het groeide slechts voor een korte tijd en toen stierf het. Het volgende zaad is het zaad dat door de doornen werd verstikt. Dit kan gebeuren als je een les over God hoort en dan begin je je zorgen te maken over allerlei dingen. Door je zorgen te maken, verstik je het zaad in je geest. Bid tot God in plaats van je zorgen te maken! Het laatste zaadje is het beste, het viel op de goede grond. Als je leert van wat je hoort  in de kerk, zal het zaad in je geest groeien. Je zult in staat zijn om anderen te vertellen over hoe groot God is en zij zullen zich tot Christus wenden. In plaats van een tuin te laten groeien, help je anderen God te leren kennen. Wat een prachtige tuin heb je !

Parabel van de zaaier door Sharla Guenther

Cyprianos van Carthago : Geef ons deze dag ons dagelijks brood…..

0a382dea77afd46db26c29d85fda24ab

Sint Cyprianus van Carthago (200-258 na Christus) “Geef ons deze dag ons dagelijks brood”… Wij vragen dat dit brood ons dagelijks gegeven wordt, zodat wij, die in Christus zijn en dagelijks de Eucharistie ontvangen als het voedsel van de zaligheid, niet, door in nog meer zware zonde te vervallen en ons vervolgens te onthouden van communicatie, van het hemelse Brood worden onthouden en van het Lichaam van Christus worden gescheiden. Hij zelf waarschuwt ons en zegt: Tenzij u het vlees van de Zoon des Mensen eet, zult u geen leven in u hebben.

-Het Onze Vader 18. (Geschreven 252 na Christus)

16e zondag na Pinksteren….

9aeeb01fdebda0069e0ab2abb5665336

16e zondag na Pinksteren 

‘Bemint uw vijanden en weest barmhartig

bemint-uw-vijanden7 (1)

Zeg niet: ‘Men heeft mij gehaat en daarom
heb ik niet lief’ . Juist daarom zou je het
meest moeten liefhebben ‘

Johannes Chrisostomos

Lezingen
2 Kor.6, 16-7,1

6, 16 Kan de tempel van God een verbond aangaan met de afgoden? Maar de tempel van de levende God, dat zijn wij. God heeft het zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. 17Daarom, gaat weg en verlaat hen, houdt u ver van hen, zegt de Heer, raakt niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen. 18Ik zal voor u een vader zijn en gij zult voor Mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.
7,1Geliefden, zulke beloften zijn ons gedaan; laten wij ons dan zuiveren van elke smet van vlees en geest, en vol ontzag voor God het werk van onze heiliging voltooien.

Evangelie :
Lucas 6,31-36

6 .31 Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. 32 Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. 33 En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. 34 En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. 35 Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.
36 Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

BEMINT US VIJANDEN

R (3)

VIJANDEN BEMINNEN

De zaligsprekingen beleven : John Chryssavgis

De zaligsprekingen beleven

door Vader John Chryssavgis 1f900a48a2cdff43303b5a6575d24b0c

02bd5f2b62c786e6e688fc457ec49ac7

John Chryssavgis studeerde theologie in Athene en Oxford. Hij was professor in de theologie aan  Andrew’s Theological College in Sydney en aan de HolyjCross School of Theology in Boston. Hij is theologisch adviseur van de Oecumenische Patriarch over milieukwesties. Zijn recente boeken omvatten Soul Mending: The Art of Spiritual Direction, In the Heart of the Desert: The Spirituality of the Desert Fathers and Mothers, en Cosmic Grace, Humble jjprayer: ecologische initiatieven van oecumenische patriarch Bartholomeus. Zijn tekst over de zaligsprekingen was de hoofdtoespraak op de Orthodox Peace Fellowship-conferentie in het St. Tichon-klooster

Honger en dorst leiden tot afhankelijkheid van God. En God belooft dat er altijd genoeg zal zijn voor iedereen. Dat is gerechtigheid; dat is eerlijkheid; dat is gerechtigheid. Maar net als Israël in het Oude Testament willen we meer dan genoeg, meer dan ons deel, meer dan wat rechtvaardig en eerlijk is. We verliezen onze overtuiging en vertrouwen dat God ‘ons dagelijks brood zal geven’. God beantwoordt aan onze nood en vraagt ​​in ruil daarvoor dat we geen schatten op aarde verzamelen, dat we niet in overmaat leven, zodat ook anderen genoeg hebben. We moeten ernaar streven om net genoeg te hebben om meer en meer te zijn.

Honger en dorst leiden tot afhankelijkheid van God. En God belooft dat er altijd genoeg zal zijn voor iedereen. Dat is gerechtigheid; dat is eerlijkheid; dat is gerechtigheid. Maar net als Israël in het Oude Testament willen we meer dan genoeg, meer dan ons deel, meer dan wat rechtvaardig en eerlijk is. We verliezen onze overtuiging en vertrouwen dat God ‘ons dagelijks brood zal geven’. God beantwoordt aan onze nood en vraagt ​​in ruil daarvoor dat we geen schatten op aarde verzamelen, dat we niet in overmaat leven, zodat ook anderen genoeg hebben. We moeten ernaar streven om net genoeg te hebben om meer en meer te zijn.

De wortel van het Engelse woord “zaligheid” is “schoonheid”. De Griekse term kalos impliceert aantrekkelijkheid – letterlijk, een aantrekking tot goddelijke schoonheid.
In het eerste boek van de Bijbel staat schoonheid centraal. We leren hoe God de wereld schiep als een “zeer goede” schepping (Gen. 1:31) – een prachtige kosmos. En in het eerste evangelie, het proto- evangelie van de christelijke schriftuurlijke canon, opent Mattheüs zijn allereerste vers met een beschrijving van de boodschap die hij wil overbrengen als “een boek van genesis”. Door dit te doen, blijft Mattheüs trouw aan Genesis als een archetype van Gods boodschap of doel voor de wereld.

In zijn evangelieverslag biedt Mattheüs geen biografie van Jezus aan, maar een manier van leven voor een nieuw Israël, de christelijke gemeenschap, de kerk; hij presenteert een ecclesiologie, geen geschiedenis. Hij richt zich tot een volk in de gemeenschap en bevestigt een manier van leven. Hij vertelt ons dat de schoonheid waarvoor God de wereld heeft geschapen en bedoeld, deel moet gaan uitmaken van onze eigen levensstijl en wereldbeeld.
Mattheüs richt zich tot een volk in crisis. Na de opstanding steunde een apocalyptische houding de christelijke gemeenschap. De vroege christenen geloofden dat Jezus spoedig zou terugkeren. Maar Mattheüs geloofde en verkondigde anders: dat het koninkrijk der hemelen al nabij is, zelfs nu in onze handen. God is al aanwezig in hen die een leven leiden van herstel en opstanding in Christus.

Om je te helpen begrijpen hoe het komt dat Mattheüs een alternatieve visie zou kunnen hebben, wil ik een voorbeeld uit het dagelijks leven nemen. Als we naar gebouwen kijken, zal het ongetemde oog bakstenen en mortel, hout en glas waarnemen. Een architect zal echter verder kijken dan het uiterlijk; een architect onderscheidt harmonie of drukpunten. Weer een ander persoon zal de schoonheid van de spirituele wereld onderscheiden, de aanwezigheid of afwezigheid van God.

Ook Mattheüs is in staat om een ​​nieuw begrip van onze wereld te onthullen, nieuwe – en tegelijkertijd steeds diepere – percepties van de aanwezigheid van God in ons leven. In het begin, in het boek en de gebeurtenis van Genesis, zag God chaos en duisternis, en God gaf genoeg om de wereld om de dingen op orde te brengen, om de dingen mooi te maken. Hij schiep de kosmos. In Mattheüs’ Genesis zorgde God er opnieuw voor en hield van de wereld. De uitdrukking “in het begin” – of het nu in het eerste boek van het Oude Testament of het eerste boek van het Nieuwe Testament is – is een symbool voor altijd, wat altijd betekent. De term “wanneer” impliceert de uitdrukking “in het begin”. Het omvat ook “elk begin”. Deze realiteit leert ons om dienovereenkomstig te reageren. Telkens wanneer we enige vorm van afwijking, enige vervorming in de natuur, in het leven of in de wereld zien, moeten ook wij er voldoende zorg voor dragen om te reageren;

Hoe stelt Mattheüs voor dat we dit bereiken? In plaats van God te zoeken op lege plekken, vroeg Mattheüs zijn gemeenschap om terug te keren naar zijn wortels en deze opnieuw te onderzoeken. Hij begint zijn evangelie met drie perioden, drie reeksen van veertien generaties, om te laten zien hoe Gods aanwezigheid in deze wereld, in de geschiedenis, zowel wortels als continuïteit heeft. Als orthodoxen zouden we de term ‘traditie’ aannemen.
In de genealogie die wordt aangeboden, is Mattheüs in feite zeer radicaal, nauwelijks traditioneel – hij omvat vrouwen, niet-joden en een buitenlander. Hij had ons allemaal gemakkelijk kunnen opnemen.


Zalig zijn de armen van geest: van hen is het Koninkrijk der hemelen

Gods koninkrijk wordt nooit eenvoudigweg gereduceerd tot een kwestie van regels en voorschriften. Het is zeker geen versterking van wereldse posities en seculiere instellingen. Gods koninkrijk is een omkering van houdingen, een metanoia, een bekering en herordening van waarden en gedrag. Het betekent steeds meer een persoon worden die deelt in de heiligheid, de schoonheid en de perfectie van God. Het houdt in dat je onder het gezag van God komt, in plaats van onder het gezag van deze wereld. De zaligsprekingen naleven betekent onze aanvaarding van deze nieuwe autoriteit.

Mattheüs gebruikt vaak het woord ‘perfect’. Het Griekse woord voor perfect (teleios) betekent het bereiken van een doel (telos). Voor christenen is dit ‘einde’ het koninkrijk der hemelen. Daarom vertelt Mattheüs ons dat perfectie een proces is, een reeks stadia van vooruitgang. Het is niet zozeer een voorwaarde van volmaaktheid, als wel een potentieel of mogelijkheid. Denk aan de nadruk in St. Gregorius van Nyssa op “nooit eindigende perfectie” (epektasie).
En om volmaakt te worden, zegt Mattheüs dat we arm moeten worden. Om compleet te worden, zegt hij dat we ons moeten overgeven, moeten we onvolledig zijn. Als je wilt, “ga dan al je bezittingen verkopen en geef het aan de armen.”
Hier zijn kosten aan verbonden. De vraag is: hoeveel hebben we verkocht? Hoeveel heb je verkocht? Hoeveel heb ik verkocht? En zijn we eigenlijk wel bereid om op te geven en alles op te geven? Zijn we bereid om onze vooroordelen, ons prestige, onze posities, onze bezittingen, onze macht op te offeren?
Mattheüs romantiseert armoede niet. Delen in het koninkrijk hangt in feite af van onze inspanningen om de verschillende vormen van armoede in de wereld te verlichten. Armoede is niet goed; het is niet gezegend; het is geen deugd. Armoede is ellendig; armoede is een duidelijke aanwijzing dat het koninkrijk van God nog niet is gekomen.
Armoede kan echter vrijwillig zijn, zoals bij kloosterlingen. Vrijwillige armoede wordt een manier om te delen met de armen, een manier om alles op te geven wat ons zekerheid geeft. Dergelijke armoede is inderdaad meer dan alleen maar opgeven. Het is een manier van geven! Maar zolang we onze wegen en ons gedrag rechtvaardigen, zullen we de noodzaak om te veranderen niet inzien. We zullen niet begrijpen dat iedereen recht heeft op genoeg van de hulpbronnen van de aarde: op voldoende water, energie, voedsel, kleding, gezondheid, een veilige omgeving en vrede.
Als het Gods doel is dat we meer en meer zijn, dan moeten we toegeven dat als we meer dan genoeg hebben, we minder dan menselijk zijn. Het is om een ​​lichtere “voetafdruk” te hebben op de wereld die we bewonen. In de zaligsprekingen leren we dat we onze goden moeten kiezen; we kunnen geen twee heren dienen. Onthoud, waar je schat is, daar is ook je hart. En onze wereld biedt ons tal van verleidingen om zekerheid te vinden in consumptiegoederen.
“Zalig zijn dus de armen van geest.”
die vertrouwen hebben in God, die niet worden beheerst door hun behoeften of door de eisen van deze wereld.

Lees verder “De zaligsprekingen beleven : John Chryssavgis”

15e zondag na Pinksteren : roeping van de eerste leerlingen….

15e zondag na Pinksteren

“Roeping van de eerste leerlingen”

roeping-eerste-leerlingen2

Lezingen van de zondag

Eerste lezing : 2 Kor.4,6-15 :

Dezelfde God die gezegd heeft: “Licht moet schijnen uit het duister,” is als een licht in onze harten opgegaan, om de kennis te doen stralen van zijn heerlijkheid, die ligt over het gelaat van Christus.
VERTROUWEN BIJ ALLE WEDERWAARDIGHEDEN
7Maar wij dragen deze schat in aarden potten; duidelijk blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons. 8Wij worden aan alle kanten bestookt, maar raken toch niet klem; wij zien geen uitweg meer, maar wij zijn nooit ten einde raad; 9wij worden opgejaagd maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeveld maar gaan er niet aan dood. 10Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, want ook het leven van Jezus moet in ons lichaam openbaar worden. 11Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus zich zou openbaren in ons sterfelijk bestaan. 12Zo verricht de dood zijn werk in ons en het leven in u. 13Maar wij bezitten die geest van geloof waarvan de Schrift zegt: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken. Ook wij geloven en daarom spreken wij. 14Want wij weten, dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt, ook ons evenals Jezus ten leven zal wekken, om ons tot zich te voeren, samen met u. 15Want alles gebeurt voor u: de genade moet zich in velen vermenigvuldigen, zodat steeds meer mensen dank brengen aan God, tot eer van zijn naam.

Evangelie : Lucas 5,1-11 :

1 Op zekere dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennesaret, terwijl de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen 2 Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten. 3 Hij stapte in een van de boten, die van Simon en vroeg hem een eindje van wal te steken. Hij ging zitten en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk. 4 Toen Hij zijn toespraak had geëindigd, zei Hij tot Simon: ‘Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.’ 5 Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen, maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.’ 6 Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten,
7 dat deze dreigen te scheuren. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Toen die gekomen waren, vulden zij de beide boten tot zinkens toe.
8 Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei: ‘Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondig mens.’ 9 Ontzetting had zich meester gemaakt van hem en allen die bij hem waren vanwege de vangst die ze gedaan hadden; 10 en zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus echter sprak tot Simon: ‘Weest niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.’ 11 Ze brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.

leerlingen

Ambrosius : Wat is de zekerste vorm van getuigenis?…..

7c76d68e80232cee8fb86f8c5676c209

Wat is de zekerste vorm van getuigenis?

“Iedereen die erkent dat Jezus Christus onder ons is gekomen in het vlees” en die de geboden van het Evangelie naleeft. Hoeveel zijn er niet elke dag,  van deze verborgen martelaren van Christus, die de Heer Jezus belijden!

Dus wees trouw en moedig bij innerlijke vervolgingen
zodat u ook de overwinning zult behalen bij externe vervolgingen.

Sint Ambrosius (340-397

 

Vader Stephen Freeman : In het Genesisverslag bestaan de man en de vrouw in de Hof……

c261f387173a6707c6e221263c70f5c0

In het Genesisverslag bestaan de man en de vrouw in de Hof. Het is een blijvend beeld van een onfeilbare wereld voorafgaand aan de zonde. Er is geen straf of dood op die plaats. Maar in het hart van de Tuin staat een Boom die zegt: “Nee!” Deze Boom alleen al maakt de zelfverloochening mogelijk die synoniem is met liefde. Al het andere in de tuin brengt plezier en voldoening. Als zodanig zou de Tuin de broedplaats van puur eigenbelang kunnen zijn – een kolonie van de hel. Alleen de Boom wiens vrucht niet gegeten kan worden, maakt de Hof tot Paradijs.  Dat vrije vertegenwoordigt ook elke andere persoon en ding in ons leven. We worden niet in de wereld geplaatst om elkaar te consumeren. Er zijn elementen in elke persoon en in elk object die voor ons verboden zijn. Er zijn grenzen die moeten worden beschouwd en gerespecteerd. Zonder zulke grenzen zouden we allesverslindende demonen worden, die elkaar en alles om ons heen verslinden. We zouden worden getransformeerd in narcisten van oneindige proporties.

Vader Stephen Freeman

Thomas Hopko : Het symbool van geloof – deel 14 : het oordeel

unnamed

Het symbool van geloof (deel 14)
oordeel
en Hij zal terugkomen met heerlijkheid om de levenden en de doden te oordelen. . .

Deze Jezus, die van jou naar de hemel is opgenomen, zal op dezelfde manier komen als je hem naar de hemel hebt zien gaan (Hand. 1.11).
Deze woorden van de engelen zijn gericht tot de apostelen bij de hemelvaart van de Heer. Christus zal wederkomen in heerlijkheid, “niet om met de zonde af te rekenen, maar om hen te redden die gretig op hem wachten” (Hb 9,28).

Want de Heer Zelf zal uit de hemel neerdalen met een bevelkreet, met de roep van de aartsengelen en met het geluid van de bazuin van God. En de doden in Christus zullen eerst opstaan; dan zullen wij die in leven zijn, die zijn overgebleven, worden opgenomen in de wolk om de Heer in de lucht te ontmoeten, en zo zullen we altijd bij de Heer zijn (1 Thess. 4.16–17, de epistellezing van de orthodoxe begrafenisdienst) .

De komst van de Heer aan het einde van de tijden zal de Dag des Oordeels zijn, de Dag des Heren voorspeld in het Oude Testament en voorspeld door Jezus zelf (bijv. Dan 7; Mt 24). De exacte tijd van het einde is niet voorspeld, zelfs niet door Jezus, zodat de mensen altijd voorbereid zouden zijn door voortdurende waken en goede werken.

De aanwezigheid van Christus als de Waarheid en het Licht is zelf het oordeel van de wereld. In die zin zijn alle mensen en de hele wereld al geoordeeld of, beter gezegd, leven ze al in de volle aanwezigheid van die realiteit – Christus en Zijn werken – waardoor ze uiteindelijk zullen worden beoordeeld. Nu Christus geopenbaard is, is er geen excuus meer voor onwetendheid en zonde (Joh 9,39).
Op dit punt is het noodzakelijk om op te merken dat er bij het laatste oordeel degenen “aan de linkerkant” zullen zijn die in “het eeuwige vuur zullen gaan, dat voor de duivel en zijn engelen is bereid” (Mt 25,41; Op 20). Dat dit het geval is, ligt niet aan God. Het is alleen de schuld van de mens, want “zoals ik hoor, oordeel ik en mijn oordeel is rechtvaardig”, zegt de Heer (Joh 5,30).
oordeel

God schept geen “behagen in de dood van de goddelozen” (Ezech. 18,22). Hij “wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen”” (1 Tim 2,4). Hij doet alles wat in Zijn macht ligt, zodat redding en eeuwig leven voor iedereen beschikbaar en mogelijk zou zijn. Er is niets meer dat God kan doen. Alles hangt nu af van de mens. Als sommige mensen het geschenk van het leven in gemeenschap met God weigeren, kan de Heer deze weigering alleen eren en de vrijheid van Zijn schepselen respecteren die Hij Zelf heeft gegeven en niet zal terugnemen. God staat mensen toe om “met de duivel en zijn engelen” te leven als ze dat willen. Ook hierin is Hij liefdevol en rechtvaardig. Want als Gods aanwezigheid als het “verterende vuur” (Hb 12.29) en het “onbereikbare licht” (1 Tim 6.16) dat verheugt degenen die Hem liefhebben, alleen maar haat en angst veroorzaakt bij degenen die “Zijn verschijning niet liefhebben” (2 Tim 4.8 ), God kan niets anders doen dan ofwel Zijn zondige schepselen volledig te vernietigen, ofwel Zichzelf te vernietigen. Maar God zal bestaan ​​en zal Zijn schepselen laten bestaan. Hij zal Zijn Aangezicht ook niet voor altijd verbergen.
De leerstelling van de eeuwige hel betekent daarom niet dat God mensen actief martelt met liefdeloze en perverse middelen. Het betekent niet dat God behagen schept in de straf en pijn van Zijn volk van wie Hij houdt. Het betekent ook niet dat God “zichzelf afscheidt” van Zijn volk, waardoor ze in deze afscheiding angst veroorzaken (want inderdaad, als mensen God haten, zou afscheiding welkom zijn, en niet verafschuwd!). Het betekent eerder dat God alle mensen, zowel heiligen als zondaars, voor altijd blijft bestaan. Allen zijn opgewekt uit de dood tot het eeuwige leven: “zij die het goede hebben gedaan, tot de opstanding des levens, en degenen die het kwade hebben gedaan, tot de opstanding van het oordeel” (Joh 5,29). Uiteindelijk zal God “alles en in allen” zijn (1 Kor 15,28). Voor degenen die van God houden, zal de opstanding uit de dood en de aanwezigheid van God een paradijs zijn. Voor degenen die God haten, zal de opstanding uit de dood en de aanwezigheid van God een hel zijn. Dit is de leer van de kerkvaders.

Er is een licht ontstoken voor de rechtvaardigen, en haar partner is vreugdevolle blijdschap. En het licht van de rechtvaardigen is eeuwig. . .
Eén licht alleen laat ons mijden – dat wat het nageslacht is van het droevige vuur. . .

Want ik ken een reinigend vuur dat Christus naar de aarde kwam zenden, en Hijzelf wordt een vuur genoemd. Dit Vuur neemt alles weg wat stoffelijk en van slechte kwaliteit is; en dit wil Hij met alle snelheid ontsteken. . 
Ik ken ook een vuur dat niet reinigt, maar wrekend. . . die Hij uitstort over alle zondaars. . . dat wat is voorbereid voor de duivel en zijn engelen. . . dat wat van het aangezicht van de Heer uitgaat en Zijn vijanden rondom zal verbranden. . . het onblusbare vuur dat . . . is eeuwig voor de goddelozen. Want al deze behoren tot de vernietigende macht, hoewel sommigen er zelfs op deze plaats de voorkeur aan geven een meer barmhartige kijk op dit vuur te hebben, waardig voor Hem die kastijdt.
(Sint Gregorius de Theoloog)
.

. . degenen die zich in Gehenna bevinden, zullen worden gestraft met de plaag van liefde. Hoe wreed en bitter zal deze kwelling van liefde zijn! Voor degenen die begrijpen dat ze tegen de liefde hebben gezondigd, ondergaan een groter lijden dan degenen die het gevolg zijn van de meest vreselijke martelingen. Het verdriet dat het hart grijpt dat tegen de liefde heeft gezondigd, is doordringender dan welke andere pijn dan ook. Het is niet juist om te zeggen dat zondaars in de hel de liefde van God worden onthouden. . . Maar liefde werkt op twee verschillende manieren, als lijden in de bestrafte, en als vreugde in de gezegenden.
(Sint Isaac van Syrië)

Het uiteindelijke oordeel en de eeuwige bestemming van de mens hangt dus uitsluitend af van de vraag of de mens God en zijn broeders liefheeft of niet. Het hangt ervan af of de mens meer van het licht houdt dan van de duisternis – of van de duisternis meer dan van het licht. Het hangt ervan af, zouden we kunnen zeggen, of de mens van Liefde en Licht zelf houdt of niet; of de mens wel of niet van het leven houdt – wat God Zelf is; de God geopenbaard in de schepping, in alle dingen, in de “minst van de broeders.”
De voorwaarden van het eindvonnis zijn al bekend. Christus heeft ze Zichzelf gegeven met absolute duidelijkheid.
Wanneer de Zoon des Mensen zal komen in Zijn heerlijkheid, en alle engelen met Hem, dan zal Hij op Zijn heerlijke troon zitten. Voor Hem zullen alle volken verzameld worden en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt, en Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand plaatsen, maar de bokken aan de linkerkant. Dan zal de Koning tegen degenen aan Zijn rechterhand zeggen: “Kom, gezegende van mijn Vader, beërf het koninkrijk dat voor u is bereid vanaf de grondlegging van de wereld; want ik had honger en je gaf me te eten, ik had dorst en je gaf me te drinken, ik was een vreemdeling en je verwelkomde me, ik was naakt en je kleedde me, ik was ziek en je bezocht me, ik zat in de gevangenis en jij kwam naar mij toe.”

Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? En wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U verwelkomd, of naakt en U gekleed? En wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en U bezocht?”

En de koning zal hun antwoorden: “Voorwaar, ik zeg u, zoals u het met een van mijn minste broeders hebt gedaan, hebt u het mij aangedaan.”

Dan zal Hij tegen degenen aan Zijn linkerhand zeggen: “Ga weg van mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat is bereid voor de duivel en zijn engelen; want ik had honger en je hebt me niet te eten gegeven, ik had dorst en je hebt me niet te drinken gegeven, ik was een vreemdeling en je hebt me niet welkom geheten, naakt en je hebt me niet gekleed, ziek en in de gevangenis en je hebt me niet bezocht .”

Dan zullen zij ook antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig of dorstig gezien of een vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis, en hebben we U niet gediend?”

Dan zal Hij hun antwoorden: “Voorwaar, ik zeg u, zoals u het niet aan een van de minste van hen hebt gedaan, hebt u het mij niet gedaan.” En zij zullen weggaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.
(Mt 25,31–46,)

Het is Christus die zal oordelen, niet God de Vader. Christus heeft de kracht van het oordeel ontvangen “omdat Hij de Zoon des mensen is” (Joh 5,27). Zo worden de mens en de wereld niet geoordeeld door God die als het ware ‘op een wolk zit’, maar door Iemand die echt een mens is, Degene die elke verleiding van deze wereld heeft doorstaan ​​en als overwinnaar uit de strijd is gekomen. De wereld wordt geoordeeld door Hem die zelf hongerig, dorstig, een vreemdeling, naakt, in de gevangenis, gewond en toch de redding van allen was. Als de Gekruisigde heeft Christus terecht het gezag verkregen om te oordelen, want alleen Hij is de volmaakt gehoorzame dienaar van de Vader geweest die door Zijn eigen ervaring de diepten van de menselijke tragedie kent.

Want Hij zal aan een ieder vergelden naar zijn werken: aan hen die door geduld in goed doen zoeken naar heerlijkheid en eer en onsterfelijkheid, zal Hij eeuwig leven geven; maar voor degenen die leugenachtig zijn en de waarheid niet gehoorzamen, maar gehoorzamen aan goddeloosheid, zal er toorn en woede zijn. Er zal verdrukking en leed zijn voor ieder mens die kwaad doet. . . maar glorie en eer en vrede voor een ieder die goed doet. . . want God toont geen partijdigheid. Allen die zonder de wet hebben gezondigd, en allen die onder de wet hebben gezondigd, zullen door de wet worden geoordeeld. Want het zijn niet de hoorders van de wet die rechtvaardig zijn voor God, maar de daders van de wet zullen gerechtvaardigd worden (Rom 2.6 ev).

Volgend deel : deel 15 – en aan Zijn koninkrijk zal geen einde komen….

 

13e zondag na Pinksteren ..

13e zondag na Pinksteren

De misdadige wijnbouwers

misdadige-wijnbouwers

Lezingen :

1 Kor.16,13-24

Blijf waakzaam, sta vast in het geloof, wees moedig en sterk. Laat alles bij u gebeuren met liefde.
Ik heb nog een verzoek aan u, broeders en zusters: u weet dat Stefanas en zijn gezin de eerste bekeerlingen van Achaje zijn en dat zij altijd klaarstaan voor de heiligen. Aanvaard dan ook van uw kant de leiding van zulke mensen en van allen die hun werk en moeite delen. Ik verheug mij over de aanwezigheid hier van Stefanas Fortunatus en Achaïkus; zij hebben voor mij het gemis van u vergoed, zij hebben mijn zorgen verlicht, en daarmee ook de uwe. Houd zulke mensen in ere.
De gemeenten van Asia laten u groeten. Veel groeten in de Heer, van Aquilaen Prisca en van de gemeente bij hen aan huis. Alle broeders groeten u. Groet elkaar met de heilige kus.Deze groet schrijf ik met eigen hand: Paulus. Wie de Heer niet liefheeft, hij zij vervloekt. Maranatha De genade van de Heer Jezus is met u, en mijn liefde is met u allen in Christus Jezus.

Evangelie :

Matth.21,33-42 :

Gelijkenis van de vruchten
Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landeigenaar die een wijngaard aanlegde. Hij zette hem met een omheining af, groef er een perskuil in en bouwde er een wachttoren. Hij verpachtte hem aan wijnbouwers en vertrok naar het buitenland. Maar toen de tijd van de vruchten gekomen was, stuurde hij zijn slaven naar de wijnbouwers om de vruchten in ontvangst te nemen. De wijnbouwers grepen zijn slaven vast; de een gaven ze een pak slaag, een ander doodden ze, een derde stenigden ze. Hij stuurde toen andere slaven, meer dan de eerste keer, en ze deden met hen hetzelfde. Later stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: mijn zoon zullen ze ontzien. Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden en zijn erfdeel in bezit nemen.” Ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. Welnu, wanneer de eigenaar van de wijngaard komt, wat zal hij dan met die wijnbouwers doen?’ Ze gaven Hem ten antwoord: ‘Hij zal die ellendelingen een ellendige dood bezorgen, en de wijngaard zal hij aan andere wijnbouwers geven, die vruchten aan hem afdragen wanneer het er de tijd voor is.’ Jezus zei tegen hen: ‘Hebt u nooit in de Schriften gelezen: De steen die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is de hoeksteen geworden. De Heer heeft dit gedaan;

Archimandriet Zacharia Zacharou :Iemand die tien keer per dag steelt, kan op een dag besluiten om slechts negen keer te stelen…….

84154325_2498586703722986_9184022152079212544_n (1)

Iemand die tien keer per dag steelt, kan op een dag besluiten om slechts negen keer te stelen, en dit kan genoeg zijn voor God om zijn zondige wegen binnen te gaan en hen te verwijderen. Gods liefde is inderdaad waanzin, maar de waanzin van God is oneindig veel wijzer dan de wijsheid van mensen.

Archimandriet Zacharias Zacharou

St. Justinus : Gemeenschap in het Lichaam en Bloed van Christus…..

blob (1)

Gemeenschap in het Lichaam en Bloed van Christus.

Het is niemand anders toegestaan om deel te nemen aan dat voedsel dat wij Eucharistie noemen, behalve degene die gelooft dat de dingen die door ons worden onderwezen waar zijn, die gereinigd is in de wassing tot wedergeboorte en de vergeving van zonden en die leeft volgens de manier waarop Christus aan ons heeft doorgegeven. Want we nemen deze dingen niet als gewoon brood of gewone drank. Zoals onze Heiland Jezus Christus vlees werd gemaakt door het Woord van God en vlees en bloed op zich nam voor onze redding, zo werd ons ook geleerd dat het voedsel, waarvoor dankzegging is gemaakt door het woord van gebed dat door Hem is ingesteld, en waaruit ons bloed en vlees na de verandering worden gevoed, is het vlees van die Jezus die vlees geworden is.

(Inderdaad, de apostelen, in de door hen achtergelaten verslagen die evangeliën worden genoemd, gaven aan dat het hun op deze manier werd geboden:Jezus, die brood had genomen en dank had gegeven, zei: “Doe dit ter nagedachtenis aan mij, dit is mijn lichaam.” Nadat hij de beker had genomen en bedankt, zei hij: “Dit is mijn bloed”. en hij gaf het alleen aan hen.)