St.Ephrem de Syriër : Vastengebed en verhandeling over de liefde…..

efrem10

Vastengebed en verhandeling over de liefde

O Heer en Meester van mijn leven!
Neem van mij weg de geest van luiheid,
kleinmoedigheid, machtswellust en ijdel gepraat.

Maar schenk aan Uw dienaar liever de geest van kuisheid, nederigheid, geduld en liefde.

Ja, Heer en Koning! Geef mij mijn eigen fouten te zien en mijn broeder niet te oordelen, want Gij
zijt gezegend tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Verhandeling “Over de liefde” door St. Ephrem (+373):

Daarom, mijn geliefde broeders, laten wij niets verkiezen, laten wij niet haasten om iets meer te verkrijgen dan de liefde. Laat niemand iets tegen iemand hebben, laat niemand kwaad met kwaad vergelden. Laat de zon niet ondergaan over uw toorn, maar laten wij onze schuldenaren alles vergeven en laten wij de liefde verwelkomen, want de liefde bedekt een menigte van zonden.

Want wat voor voordeel is er, mijn kinderen, als iemand alles heeft, maar geen liefde heeft die redt? Want net zoals iemand een groot diner zou maken om de koning en de heersers uit te nodigen, en alles weelderig zou bereiden, zodat er niets zou ontbreken, maar geen zout zou hebben, zou iemand dat diner kunnen eten? Zeker niet. Maar hij zou alles wat hij had uitgegeven hebben verloren en al zijn harde werk verspild hebben, en spot over zichzelf hebben gebracht van degenen die hij had uitgenodigd. Zo is het in het huidige geval. Want wat voor voordeel is er in het zwoegen tegen de wind, zonder liefde? Want zonder liefde is elke daad, elke handeling onrein. Zelfs als iemand volledige kuisheid heeft bereikt, of vast, of waakt; of hij nu bidt of banketten geeft voor de armen; zelfs als hij eraan denkt om geschenken, of eerstelingen, of offerande aan te bieden; of hij nu kerken bouwt, of iets anders doet, zonder liefde zullen al die dingen door God als niets worden beschouwd. Want de Heer heeft er geen behagen in. Luister naar de apostel als hij zegt: ‘Als ik spreek met de tongen van engelen en mensen; als ik profetie heb en alle geheimen ken, en volledige kennis heb, zodat ik bergen kan verzetten, maar geen liefde heb, win ik niets’. Want iemand die vijandschap heeft tegen zijn broeder en denkt dat hij iets aan God offert, zal zijn alsof hij een hond offert, en zijn offer zal worden gerekend als het loon van prostitutie.

Dietrich Bonhoeffer : Verzet en overgave en over de God stoplap….

traditional-tile-murals

Dietrich

BONHOEFFER

(1906-1945)

“Bonhoeffer is de enige grote twintigste eeuwse Duitse theoloog, die men in deeenentwintigste eeuw nog de moeite van hetlezen waard zal vinden”

Dorothee Sölle

 

BON1
  1. BIOGRAFISCHE GEGEVENS1

Op 6 april 1945 stierf Dietrich Bonhoeffer in het concentratiekamp van Flossenbürg. Twee

jaar lang zat hij gevangen, de laatste zes maanden in de gevangenis van de Gestapo in Berlijn. De kamparts die de executie meemaakte, zonder te weten wie Bonhoeffer was, schreef tien jaar later: “Op de morgen van de bedoelde dag, ongeveer tussen vijf en zes, werden de gevangenen uit hun cellen gehaald en werd hun het standrechterlijk vonnis voorgelezen. Door de halfopen deur van een kamer in de barakken zag ik, voordat hij zijn gevangeniskleding uittrok, pastor Bonhoeffer neergeknield in innig gebed met zijn God. De manier van bidden, zo vol overgave en zo zeker van verhoring, van deze buitengewoon sympathieke man heeft me zeer diep aangegrepen. Ook op de terrechtstellingsplaats zelf verrichtte hij nog een kort gebed en beklom toen moedig en kalm de trap naar de galg. De dood volgde na een paar seconden. Ik heb in mijn vijftig jaren als dokter zelden een man zo vol overgave aan God zien sterven.” Er is geen graf van hem bewaard. Alleen hangt op de muur van de kerk van Flossenbürg een gedenkplaat waarop geschreven staat: ‘Dietrich

Bonhoeffer, getuige van Jezus Christus’.

 1.1. Van theoloog wordt Bonhoeffer een christen

Bonhoeffer werd te Breslau geboren op 6 februari 1906. Hij is afkomstig uit de hoge burgerij en van lutherse huize. Zijn vader is hoogleraar psychiatrie in Berlijn. Het gezin is gelovig maar niet erg praktizerend. Het geloof is geen echte persoonlijke keuze. Het behoort nu eenmaal tot de westerse beschaving. Een soort ‘cultuurchristendom’. Geen belijdend christendom, eerder vrijblijvend. Toch gaat hij theologie studeren, aanvankelijk met de bedoeling een academische carrière op te bouwen. Maar stilaan ontdekt hij hoezeer het evangelie hem persoonlijk begint te raken. Het wordt alsmaar minder vrijblijvend. Alsmaar concreter. Van theoloog wordt hij christen. In een brief van 1936 lezen we: “Toen kwam iets anders, iets dat mijn leven tot hiertoe veranderd en een andere richting gegeven heeft. Ik kwam voor het eerst in contact met de bijbel. Ik had al dikwijls gepreekt, ik had al veel van de kerk gezien, erover gesproken, – en toch was ik nog steeds geen christen geworden. Ik weet het, ik heb uit de zaak van Jezus Christus profijt voor mezelf getrokken. Ik smeek God dat dit nooit meer mag gebeuren. Ik had ook nog nooit of maar heel weinig gebeden. Ik was bij al mijn verlatenheid heel tevreden over mezelf. Daaruit heeft de bijbel mij bevrijd, en vooral de bergrede. Van toen af is alles anders geworden.”

 

1.2. Het nazisme, de kerk en de Ariërparagraaf

Op 30 januari 1933 wordt Hitler rijkskanselier van Duitsland. Het betekent een enorme verandering, ook voor de kerk, zowel de protestantse als de katholieke. Wel zegt Hitler in een redevoering op 23 maart van dat jaar : “De nationale regering ziet in de beide christelijke confessies de belangrijkste factoren voor het behoud van onze volksaard.” Op het eerste gezicht goed nieuws voor de kerken, maar feitelijk komt het hierop neer: ofwel een kerk die zich schaart achter het nationaal-socialisme ofwel geen kerk. De invoering van de Ariërparagraaf liegt er niet om: wie geen ariër is of met een niet-ariër is gehuwd, kan geen officieel ambt bekleden. Deze paragraaf geldt ook voor kerkelijke ambtsdragers. Door de invoering van deze paragraaf is Bonhoeffer van meetaf aan overtuigd van de radicale perversiteit van dat regime, ook al zal hij slechts geleidelijk zien waartoe het wérkelijk in staat is.

 

1.3. Bonhoeffer en de ‘Belijdende kerk’

Een gedeelte van de protestantse kerk schaart zich min of meer achter het nieuwe regime met zijn nieuwe orde. De enige manier om de staatsbezoldiging van predikanten en andere privileges te behouden. Maar er zijn er ook die weigeren en in het verzet gaan. Ze groeperen zich onder de naam ‘Belijdende Kerk’ (‘Bekennende Kirche’). Het is aan deze kerk dat Bonhoeffer zijn beste krachten zal wijden. Hij wordt er in 1935 verantwoordelijk voor de predikantenopleiding. Geen gemakkelijke taak, noch voor de rector, noch voor de studenten. Men gaat een onzekere toekomst tegemoet zonder privileges. Maar het zijn wel allemaal mensen die voor deze situatie kiezen. De opleiding behelst daarom ook méér dan alleen maar theologie. De toekomstige predikanten moeten niet alleen het geloof kennen; ze moeten allereerst christenen zijn. Wie is Christus voor ons nu? Wat is de kerk? Wat is een christen? Dat zijn de vragen waarrond alles draait. Het is in het seminarie van Finkenwalde

dat het boek ‘Navolging’ 2 ontstaat als antwoord op die vragen. Vanuit een lezing van de Bergrede gaat het boek over de vraag wat het concreet betekent christen te zijn in de jaren dertig in Duitsland.

Bonhoeffer is het niet altijd eens geweest met de standpunten van de Belijdende Kerk. Het sierde haar natuurlijk dat ze ook neen durfde zeggen tegen het regime. Maar was het werkelijk uit protest tegen de onmenselijkheid en perversiteit ervan of was het alleen uitprotest tegen onwettige inmenging van de staat in kerkelijke aangelegenheden? Was het echt om de joden te verdedigen of alleen maar uit zelfbehoud? Bonhoeffer vond dat ze in haar protest niet altijd waarachtig was. Hij had verder willen gaan. “Alleen wie het opneemt voor de joden heeft het recht Gregoriaans te zingen.”

1.4. De weigering van de vlucht

Vanaf 1938 wordt alles alsmaar duidelijker. Op 9 november is er de Kristallnacht. Op 20 april eist de Evangelische Kerk van haar ambtsdragers de eed van trouw aan de Führer. De Belijdende Kerk heeft de moed niet openlijk te weigeren. Dat jaar brengt voor Bonhoeffer nog een complicatie: de lichting 1906 zal onder de wapens geroepen worden. Voor hem is de dienst opnemen onder dat regime onmogelijk. Liever dan te provoceren, zoekt hij een andere oplossing. Langs bemiddeling van vrienden wordt hij uitgenodigd om gastcolleges te geven

in Amerika. Op 2 juni 1939 scheept hij in. Wat tijdens de reis een vermoeden is, wordt eenmaal in Amerika aangekomen een zekerheid. Op 20 juni besluit hij terug te keren. Een beslissing die hem uiteindelijk het leven zal kosten.

1.5 Aandeel in het verzet

Vanaf 1938 wordt alles alsmaar duidelijker. Op 9 november is er de Kristallnacht. Op 20 april eist de Evangelische Kerk van haar ambtsdragers de eed van trouw aan de Führer. De Belijdende Kerk heeft de moed niet openlijk te weigeren. Dat jaar brengt voor Bonhoeffer nog een complicatie: de lichting 1906 zal onder de wapens geroepen worden. Voor hem is de dienst opnemen onder dat regime onmogelijk. Liever dan te provoceren, zoekt hij een andere oplossing. Langs bemiddeling van vrienden wordt hij uitgenodigd om gastcolleges te geven

in Amerika. Op 2 juni 1939 scheept hij in. Wat tijdens de reis een vermoeden is, wordt eenmaal in Amerika aangekomen een zekerheid. Op 20 juni besluit hij terug te keren. Een beslissing die hem uiteindelijk het leven zal kosten.

 

1.6 ‘Verzet en overgave’

In de gevangenis schrijft Bonhoeffer brieven naar zijn ouders en naar zijn vriend Eberhard Betghe (1909-2000). Betghe was lid van de Belijdende Kerk en student bij Bonhoeffer in het predikantenseminarie. Hij huwde met Renate Schleicher, de dochter van Bonhoeffers zus. Na de oorlog heeft hij de brieven vezameld en uitgegeven onder de titel ‘Verzet en overgave’3 . Het is een pakkend menselijk document en het bevat aanzetten van echt visionaire theologische reflectie. Met deze gedachten inspireerde Bonhoeffer in de zestiger jaren heel wat moderne theologen.

  1. GEEN GOD-STOPLAP

In de gevangenisbrieven en vooral vanaf de brief van 30 april 1944 ontwikkelt Bonhoeffer nieuwe theologische gedachten. Samengevat gaat het hem om een ‘niet-religieuze interpretatie van de bijbelse begrippen in een mondige wereld’. Kort gezegd komt het hierop neer: Bonhoeffer gaat ervan uit dat de wereld, op alle terreinen, niet meer ‘religieus’ is, maar mondig en autonoom. Deze autonome wereld heeft de werkhypothese ‘God’ niet meer nodig. In zijn deelname aan het verzet tegen Hitler heeft Bonhoeffer concrete menselijke solidariteit beleefd, ook met niet-christenen. En dit in tegenstelling tot zijn ervaringen in de Bekennende Kirche, in wie hij gaandeweg ontgoocheld was geraakt omdat zij alleen gestreden had uit zelfbehoud. Deze ervaringen en zijn ervaringen in de gevangenis hebben zijn denken grondig beïnvloed.

 

2.1 Brieven uit de gevangenis

De brief van 30 april 19444

“Beste Eberhard,

Weer een maand voorbij; gaat de tijd voor jou ook zo razend snel? Ik sta er vaak verwonderd over. Wanneer komt de maand, dat wij twee elkaar weer ontmoeten? Het is of er iedere dag iets geweldigs kan gebeuren, iets dat de wereld en ons persoonlijk leven kan veranderen. Dat voel ik zo sterk dat ik je graag vaker zou willen schrijven. Je weet immers niet hoe lang het nog kan en vooral, je wilt zolang en zoveel mogelijk delen met een ander. Eigenlijk ben ik er vast van overtuigd dat de beslissende slag op alle fronten al begonnen zal zijn, als je deze brief ontvangt. Deze weken zullen een grote innerlijke kracht van ons vragen en ik wens je toe dat je die op kunt brengen (…)

Voor jou is het nog moeilijker dan voor mij. Jij moet dit alles meemaken gescheiden van Renate en je kind. Daarom zal ik heel speciaal aan je denken en dat doe ik nu al. Wat zou het goed zijn als we deze tijd samen konden beleven en elkaar konden helpen. Maar het zal wel ‘beter’ zijn dat het niet zo is, dat we alleen deze tijd moeten doorkomen. Het valt me zwaar dat ik je op het ogenblik in niets kan helpen. Ik denk alleen aan je, iedere morgen en avond en bij de bijbellezing en nog dikwijls overdag. Je hoeft me over mij echt geen zorgen te maken ; ik maak het abnormaal goed, je zou verbaasd staan als je me kwam opzoeken. De mensen hier zeggen me telkens – en je merkt hoe het me vleit – dat er ‘zo’n rust van me uitgaat’, dat ik ‘altijd zo opgewekt ben’. Mijn eigen tegengestelde ervaringen moeten dus wel op een vergissing berusten (wat ik overigens niet echt geloof!). Hoogstens zou je verbaasd zijn over mijn theologische opvattingen en hun consequenties en wat dat betreft mis ik je erg, want ik zou niet weten met wie, buiten jou, ik zou kunnen praten om tot helder inzicht te komen. Ik kom niet los van de vraag, wat het christendom of wie Christus op dit ogenblik voor ons eigenlijk is. De tijd dat je de mensen alles kon zeggen met woorden – theologische of vrome woorden – is voorbij. Wij gaan een tijd zonder enige religie tegemoet. De mens, zoals hij op dit ogenblik is, kan eenvoudig niet langer religieus zijn. Ook degenen die eerlijk van zichzelf zeggen dat ze ‘religieus’ zijn, maken dit absoluut niet waar in hun leven ; waarschijnlijk bedoelen ze met ‘religieus’ iets heel anders. (…) Religieuze mensen spreken over God zodra hun menselijke kennis hen in de steek laat (vaak ten gevolge van denk-luiheid) of zodra menselijke krachten te kort schieten. Het is eigenlijk altijd weer de deus ex machina, die ze laten opdraven als schijnoplossing voor onoplosbare problemen, of als kracht wanneer de mens tekort schiet. Steeds weer wordt er geprofiteerd van menselijke zwakheid, steeds weer wordt er geopereerd aan de grenzen van het menselijke. Dit kan uiteraard maar standhouden, totdat de mens met eigen kracht de grenzen nog verder terugdringt en God als deus ex machina overbodig wordt. Dit praten over grenzen is voor mij een zeer bedenkelijke zaak geworden (is zelfs de dood nog een echte grens? – de mensen zijn er nauwelijks meer bang voor – en de zonde – de mensen weten nauwelijks nog wat het is). Ik heb altijd de indruk dat we hiermee angstig ruimte uitsparen voor God. Ik zou van God willen spreken, niet aan de grenzen maar in het centrum, niet bij zwakheid maar bij kracht, dus niet bij dood en schuld maar bij het leven en het goede van de mens. Aan de grenzen lijkt het mij beter te zwijgen en het onoplosbare onopgelost te laten. Geloof in de opstanding is geen oplossing van het probleem dood. Wat voor ons kenvermogen onbereikbaar is, is iets anders dan de onbereikbaarheid van God. De transcendentie van de kenleer heeft niets te maken met de transcendentie van God. Midden in het leven is God transcendent. De kerk staat niet daar waar menselijk kunnen ophoudt, niet aan de grenzen maar midden in het dorp. Dat is de geest van het Oude Testament en in deze zin lezen wij het Nieuwe Testament nog veel te weinig vanuit het Oude. Hoe ziet dit religieloze christendom eruit, welke vormen gaat het aannemen : dat zijn vragen waarover ik op dit ogenblik veel nadenk. Ik schrijf er spoedig meer over. (…) Nu moet ik werkelijk sluiten. Wat zou het prachtig zijn, als ik van jou hierover eens iets mocht horen. Datzou werkelijk zeer veel voor me betekenen, meer wellicht dan jij denken kunt. (…)

Het beste, met alles!

De hartelijkste groeten, je Dietrich”

Uit een brief van 29 mei 19445

“…Het boek van Weizsäcker over het wereldbeeld van de fysica houdt me nog erg bezig. Het is me weer eens duidelijk geworden dat we God niet mogen gebruiken om de lacunes in onze kennis aan te vullen, want dan wordt God teruggedrongen naarmate de wetenschap vooruitgaat en die vooruitgang is niet te stuiten. Dan is God constant op de terugtocht. In wat we kennen moeten we God vinden, niet in wat we niet kennen. God wil begrepen worden in de opgeloste, niet in de open vragen? Dit geldt voor de verhouding God-wetenschap. Maar evengoed voor de algemeen menselijke vragen van dood, lijden en schuld. We hebben op het ogenblik menselijke antwoorden op deze vragen, we hoeven niet terug te vallen op God. Ook zonder God komen de mensen klaar met deze vragen en dit is altijd zo geweest. Het is eenvoudig niet waar dat alleen het christendom hier een oplossing heeft. De christelijke antwoorden zijn niet meer of minder overtuigend dan eventuele andere oplossingen. Ook hier is God geen stoplap. Hij moet erkend worden midden in het leven en niet pas aan de grenzen van ons kennen, als we sterk en gezond zijn en niet pas als we lijden, als we handelen en niet pas als we zondigen. Dit is gefundeerd op Gods openbaring in Jezus Christus. Hij is het centrum van het leven en kwam beslist niet om vragen te beantwoorden. Gezien vanuit het centrum vallen bepaalde vragen eenvoudig weg en ook het antwoord op die vragen (ik denk aan het oordeel over Jobs vrienden). In Christuszijn geen ‘christelijke problemen’. Genoeg hierover; ik werd juist weer eens gestoord.”

 

Uit een brief van 16 juli 19446

“… We kunnen niet redelijk zijn, als we niet erkennen dat we in de wereld moeten leven, ‘etsi deus non daretur’. En dat erkennen wij voor God! God zelf dwingt ons dit te erkennen. Zo brengt onze mondigheid ons tot de waarachtige kennis van onze situatie tegenover God. God doet ons weten dat wij moeten leven als diegenen, die hun leven inrichten zonder God. De God, die met ons is, is de God die ons verlaat (Mc 15,347) ! De God die ons in de wereld doet leven zonder de werkhypothese God, is de God voor wiens aanschijn wij staan. Voor en met God leven wij zonder God. God laat zich uit de wereld terugdringen tot op het kruis, God is zwak en machteloos in de wereld en juist zo en alleen zo is Hij met ons en helpt Hij ons. In Mt 8,178 staat overduidelijk dat Christus ons niet helpt krachtens zijn almacht, maar krachtens zijn zwakheid, zijn lijden! Hier ligt het wezenlijke verschil met alle religies. Het religieuze in de mens verwijst hem in zijn nood naar Gods macht in de wereld, God is de deus ex machina. De bijbel verwijst de mens naar Gods onmacht en lijden; alleen de lijdende God kan helpen. In zoverre kan men zeggen dat de geschetste ontwikkeling tot mondigheid, die afrekent met een verkeerde voorstelling van God, de blik vrijmaakt voor de God van de bijbel, die door zijn machteloosheid in de wereld macht en ruimte krijgt.”

Brief van 21 juli 19449

“Beste Eberhard,

Vandaag alleen een korte groet. Ik denk dat je in gedachten zo vaak hier bij ons bent, dat ieder levensteken welkom is, ook al komt er een keer geen theologie in voor. De theologische gedachten houden me constant bezig, maar soms komen er ook uren dat je eenvoudig leeft en gelooft zonder te reflecteren. (…) Ik heb de laatste jaren steeds meer de diepe aardsheid van het christendom leren doorgronden. De christen is geen homo religiosus maar gewoon een mens, zoals Jezus mens was. Niet de vlakke, banale aardsheid van rationalisten, bedrijvigen, gemakzuchtigen of wellustelingen maar de diepe, gedisciplineerde aardsheid, doortrokken van het besef van dood en opstanding. (…) Ik moet denken aan een gesprek met een jonge Franse predikant, dertien jaar geleden inAmerika. We hadden ons eenvoudig de vraag gesteld wat we eigenlijk wilden met ons leven. Hij zei: ik zou een heilige willen worden (en ik acht het niet onmogelijk dat hij het geworden is). Dat maakte indruk op me. Toch kwam ik met een andere mening en zei ongeveer: ik zou willen leren geloven. Lange tijd heb ik niet beseft hoe diep deze tegenstelling is. Mijn ‘Navolging’ schreef ik als afsluiting van die periode. Ik zie op dit ogenblik duidelijk de gevaren van dat boek, maar blijf er desondanks achterstaan. Later heb ik ervaren en ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat; (…) als je aards leeft, dus met alle taken en problemen, successen en mislukkingen, met alle ervaringen en twijfels; want dan geef je je helemaal over aan God, dan neem je niet meer je eigen lijden, maar Gods lijden in de wereld au sérieux, dan waak je met Christus in Ghetsemane. Dat is, meen ik, geloof ik, dat is ‘metanoia’; zo word je een mens, een christen. Hoe zou je bij successen overmoedig of bij mislukkingen wanhopig kunnen worden als je in het aardse leven het lijden van God mee lijdt? Jij begrijpt wat ik bedoel, al zeg ik het kort. Ik ben dankbaar dat ik dit heb mogen inzien en ik weet dat ik tot dit inzicht alleen kon komen langs de weg die ik in feite gegaan ben. Daarom ben ik dankbaar aan het verleden en het heden. Je verwondert je misschien over zo’n persoonlijke brief. Maar als ik zoiets wil uitspreken, wieheb ik dan behalve jou? Misschien komt het nog eens zo ver, dat ik er ook met Maria10 overkan praten; dat hoop ik. Maar nu kan ik haar er nog niet mee belasten. (…)

Het beste, blijf gezond en verlies niet de hoop dat wij elkaar spoedig zullen terugzien. Ik denk

steeds aan je in dankbaarheid en trouw.

Je Dietrich”

2.2 Interpretatie11

2.2.1. Niet-religieuze interpretatie van het christendom in een mondig geworden wereld

Om deze gedachten van Bonhoeffer goed te begrijpen moet men rekening houden met de omstandigheden waarin ze zijn ontstaan: het gaat om brieven aan een vriend, niet om een wetenschappelijk werk bestemd om gepubliceerd te worden. Bonhoeffer speelde trouwens met de idee om na zijn gevangenschap een nieuw wetenschappelijk werk te schrijven over wat het betekent christen te zijn in een mondig geworden wereld. Die studie is er helaas nietgekomen

Mondigheid’ betekent bij Bonhoeffer autonomie: de wereld staat niet meer onder de ‘voogdij’ van God. De mondige wereld is een wereld die van oordeel is dat hij zich wat ,zijn lot en bestemming betreft, niet hoeft te verlaten op iemand anders en die in feite ook steeds beter greep krijgt op de ‘geheimen van de natuur’. De mondige mens heeft geleerd om in alle belangrijke vragen met zichzelf klaar te komen, zonder de werkhypothese ‘God’ ter hulp te roepen. Deze autonomie heeft niet alleen betrekking op de wetenschappelijke en technische vragen en problemen, maar ook op de grote levensvragen van de mens.

Lees verder “Dietrich Bonhoeffer : Verzet en overgave en over de God stoplap….”

Daniel Sysoev : Een zekere ouderling zei ooit dat het niet zo gemakkelijk is als het lijkt voor een christen om te vergaan…..

UPSIDE

“Een zekere ouderling zei ooit dat het niet zo gemakkelijk is als het lijkt voor een christen om te vergaan. Denkt u echt dat God u heeft geroepen, u heeft gewassen met het water van de doop, u de Heilige Geest heeft gegeven, u heeft toegestaan ​​om deel te nemen aan het Lichaam en Bloed van de Heer, u uw zonden heeft vergeven, en nu gaat Hij de duivel u gewoon voor de lunch laten hebben? Niet op uw leven! Hij zal voor u zorgen – of het nu betekent dat hij u een klap op uw hoofd geeft of u Zijn genade toont. Hij zal voor u vechten met alles wat Hij heeft. ”

– Fr Daniel Sysoev

0f0009d8b204985feba0ee26e11c57fc (1)

[Daniel Sysoev (1974-2009) was een jonge, getrouwde priester van de Russische Kerk die in zijn kerk in Zuid-Moskou door een moslimfanaticus werd vermoord ]

St.Efrem de Syriër : Jezus , die niets vreesde, ervoer angst en vroeg om bevrijd te worden van de dood….

JESUS3

“Jezus, die niets vreesde, ervoer angst

en vroeg om bevrijd te worden van de dood –

hoewel Hij wist dat het onmogelijk was.

Hoeveel te meer moeten wij volharden in gebed

voordat de verleiding ons aanvalt – zodat wij bevrijd kunnen worden

wanneer de test is gekomen!”

 

St Ephrem de Syriër : 306-373

tekst hou mij vast

St.Augustinus : Mijn ziel is als een huis, klein voor jou……

6b24d8676bed4ace05617116f4efe1da

SOUL

“Mijn ziel is als een huis, klein voor jou

om binnen te gaan, maar ik bid U om het te vergroten.

Het is in puin, maar ik vraag U om het opnieuw op te bouwen.

Het bevat veel dat u niet graag zult zien: dat weet ik en ik

verberg het niet. Maar wie ontdoet het van deze

dingen? Niemand anders dan jij.”

St. Augustinus van Hippo

St.Macarius van Egypte : “Beschouw de intellectuele kwaliteit van de menselijke ziel niet lichtvaardig, geliefden…….

MALONY

“Beschouw de intellectuele kwaliteit van de menselijke ziel niet lichtvaardig, geliefden.

 De onsterfelijke ziel is als een kostbaar vat. Zie hoe groot de hemel en de aarde zijn en toch had God er geen plezier in, maar alleen in jou. Denk aan uw waardigheid en nobelheid, want niet namens de engelen maar voor u kwam de Heer u beschermen om u terug te roepen toen u verdwaald was, toen u gewond raakte, en Hij u de eerste geschapen toestand van de zuivere Adam heeft hersteld. Want de mens was heer over de hemel en de dingen beneden. Hij was de onderscheider van zijn hartstochten en was volkomen vreemd aan de demonen. Hij was zuiver van elke zonde of kwaad, gemaakt naar de gelijkenis van God. Maar door de overtreding ging hij verloren en raakte hij gewond. Satan verduisterde zijn geest. In één opzicht is dit zo, maar in een ander opzicht leeft hij nog steeds, kan hij onderscheiden en beschikt hij over een wil.’  ( PSEUDO-MACARIUS , p. 164)

st Macarius of Egypte : Do not Beloved, consider lightly the itellectual quality of the human soul.

Thomas Merton (Trappist) : Het is waar, de vrijheid van mijn wil is iets groots…….

MYSELF

Thomas Merotn : “over vrijheid

“Personen, gebeurtenissen en situaties alleen beschouwen in het licht van hun effect op mezelf is leven op de drempel van de hel. Zelfzucht is gedoemd tot frustratie, gecentreerd als het is op een leugen. Om uitsluitend voor mezelf te leven, moet ik alle dingen zich naar mijn wil laten buigen alsof ik een god was. Maar dit is onmogelijk. Is er een overtuigender indicatie van mijn schepsel-zijn dan de ontoereikendheid van mijn eigen wil? Want ik kan het universum niet aan mij laten gehoorzamen. Ik kan andere mensen niet laten conformeren aan mijn eigen grillen en fantasieën. Ik kan zelfs mijn eigen lichaam niet aan mij laten gehoorzamen. Wanneer ik het plezier geef, bedriegt het mijn verwachting en laat het mij pijn lijden. Wanneer ik mezelf geef wat ik als vrijheid beschouw, bedrieg ik mezelf en ontdek ik dat ik de gevangene ben van mijn eigen blindheid en zelfzucht en ontoereikendheid.

Het is waar, de vrijheid van mijn wil is iets groots. Maar deze vrijheid is geen absolute zelfredzaamheid. Als de essentie van vrijheid slechts de daad van keuze was, dan zou het loutere feit van het maken van keuzes onze vrijheid vervolmaken. Maar hier zijn twee moeilijkheden. Ten eerste moeten onze keuzes echt vrij zijn, dat wil zeggen, ze moeten ons vervolmaken in ons eigen wezen. Ze moeten ons vervolmaken in onze relatie tot andere vrije wezens. We moeten de keuzes maken die ons in staat stellen de diepste capaciteiten van ons ware zelf te vervullen. Hieruit vloeit de tweede moeilijkheid voort: we nemen te gemakkelijk aan dat we ons echte zelf, en dat onze keuzes echt de keuzes zijn die we willen maken, terwijl onze daden van vrije keuze (hoewel ongetwijfeld moreel toerekenbaar) grotendeels worden gedicteerd door psychologische dwangmatigheden, voortvloeiend uit onze buitensporige ideeën over ons eigen belang. Onze keuzes worden te vaak gedicteerd door ons valse zelf. Daarom vind ik in mezelf niet de kracht om gelukkig te zijn door alleen maar te doen wat ik leuk vind. Integendeel, als ik niets doe behalve wat mijn eigen fantasie bevalt, zal ik bijna de hele tijd ellendig zijn. Dit zou nooit zo zijn als mijn wil niet was geschapen om zijn eigen vrijheid te gebruiken in de liefde voor anderen. Mijn vrije wil consolideert en perfectioneert zijn eigen autonomie door zijn actie vrij te coördineren met de wil van een ander. Er is iets in de aard van mijn vrijheid zelf dat mij neigt om lief te hebben, goed te doen, mezelf aan anderen te wijden. Ik heb een instinct dat me vertelt dat ik minder vrij ben als ik alleen voor mezelf leef. De reden hiervoor is dat ik niet volledig onafhankelijk kan zijn. Omdat ik niet zelfvoorzienend ben, ben ik afhankelijk van iemand anders voor mijn vervulling. Mijn vrijheid is niet volledig vrij als ik aan zichzelf word overgelaten. Dat wordt het wanneer het in de juiste relatie wordt gebracht met de vrijheid van een ander. Tegelijkertijd is mijn instinct om onafhankelijk te zijn geenszins slecht. Mijn vrijheid wordt niet vervolmaakt door onderwerping aan een tiran. Onderwerping is geen doel op zich. Het is juist dat mijn natuur in opstand komt tegen onderwerping. Waarom zou mijn wil vrij geschapen zijn als ik mijn vrijheid nooit zou gebruiken? Als mijn wil bedoeld is om zijn vrijheid te vervolmaken door een andere wil te dienen, betekent dat niet dat hij zijn vervolmaking zal vinden door elke andere wil te dienen. In feite is er maar één wil in wiens dienst ik vervolmaking en vrijheid kan vinden. Mijn vrijheid blindelings geven aan een wezen dat gelijk is aan of inferieur is aan mij, is mezelf degraderen en mijn vrijheid weggooien. Ik kan alleen volkomen vrij worden door de wil van God te dienen. Als ik in feite andere mensen gehoorzaam en hen dien, zal ik dat niet alleen omwille van hen doen, maar omdat hun wil het sacrament is van de wil van God. Gehoorzaamheid aan de mens heeft geen betekenis tenzij het primair gehoorzaamheid aan God is.

Hieruit vloeien vele gevolgen voort. Waar geen geloof in God is, kan er geen echte orde zijn; daarom is gehoorzaamheid waar geen geloof is, zinloos. Het kan alleen aan anderen worden opgelegd als een kwestie van opportunisme. Als er geen God is, is geen enkele regering logisch, behalve tirannie. En in feite neigen staten die het idee van God verwerpen, naar tirannie of naar morele chaos. In beide gevallen is het einde wanorde, omdat tirannie zelf een wanorde is. Het onvolwassen geweten is niet zijn eigen meester. Het is slechts de afgevaardigde van het geweten van een ander persoon, of van een groep, of van een partij, of van een sociale klasse, of van een natie, of van een ras. Daarom neemt het zelf geen echte morele beslissingen, het papegaait eenvoudigweg de beslissingen van anderen na. Het velt zelf geen oordelen, het “conformeert” zich slechts aan de partijlijn.Het heeft niet echt motieven of bedoelingen van zichzelf. Of als het dat wel heeft, dan verwoest het ze door ze te verdraaien en te rationaliseren om ze te laten passen bij de bedoelingen van een ander. Dat is geen morele vrijheid. Het maakt ware liefde onmogelijk. Want als ik echt en vrij wil liefhebben, moet ik in staat zijn om iets dat echt van mij is aan een ander te geven. Als mijn hart niet eerst van mij is, hoe kan ik het dan aan een ander geven? Het is niet van mij om te geven! Vrije wil wordt ons niet gegeven als vuurwerk dat in de lucht wordt geschoten. Er zijn mensen die lijken te denken dat hun daden vrijer zijn naarmate ze geen doel hebben, alsof een rationeel doel een soort beperking oplegt aan onze vrijheid. Dat is alsof je zegt dat je rijker bent als je geld uit het raam gooit dan als je het uitgeeft. Omdat geld is wat het is, ontken ik niet dat je alle lof verdient als je er je sigaretten mee aansteekt. Dat zou laten zien dat je een diep, puur besef hebt van de ontologische waarde van de dollar. Niettemin, als dat alles is wat u kunt bedenken om met geld te doen, zult u niet lang genieten van de voordelen die het nog steeds kan opleveren. Het kan waar zijn dat een rijke man het zich beter kan veroorloven om geld uit het raam te gooien dan een arme man, maar noch het uitgeven noch het verspillen van geld is wat een man rijk maakt. Hij is rijk door wat hij heeft, en zijn rijkdommen zijn waardevol voor hem om wat hij ermee kan doen. Wat vrijheid betreft, volgens deze analogie, wordt het niet groter door het te verspillen of uit te geven, maar het wordt ons gegeven als een talent om mee te handelen tot de komst van Christus. Bij deze handel doen we afstand van wat van ons is, alleen om het met rente terug te krijgen. We vernietigen of gooien het niet weg. We wijden het aan een doel, en deze toewijding maakt ons vrijer dan we daarvoor waren. Thomas Merton,Hij is rijk door wat hij heeft, en zijn rijkdommen zijn waardevol voor hem om wat hij ermee kan doen. Wat betreft vrijheid, volgens deze analogie, wordt het niet groter door het te verspillen of uit te geven, maar het wordt ons gegeven als een talent om mee te handelen tot de komst van Christus. Bij deze handel doen we afstand van wat van ons is, alleen om het met rente terug te krijgen. We vernietigen het niet en gooien het niet weg. We wijden het aan een doel, en deze toewijding maakt ons vrijer dan we daarvoor waren.”Thomas Merton,Hij is rijk door wat hij heeft, en zijn rijkdommen zijn waardevol voor hem om wat hij ermee kan doen. Wat betreft vrijheid, volgens deze analogie, wordt het niet groter door het te verspillen of uit te geven, maar het wordt ons gegeven als een talent om mee te handelen tot de komst van Christus. Bij deze handel doen we afstand van wat van ons is, alleen om het met rente terug te krijgen. We vernietigen het niet en gooien het niet weg. We wijden het aan een doel, en deze toewijding maakt ons vrijer dan we daarvoor waren.

“Thomas Merton,Niemand is een eiland

Bron : https://www.chuckdegroat.net/chuck-degroat-blog/2012/01/20/thomas-merton-on-freedom

“Hij brengt grote takken voort, zodat devogels van de hemel in zijn schaduw kunnen verblijven” Markus 4:32…….

PETER1

“Hij brengt grote takken voort, zodat de
vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen verblijven” Markus 4:32

“ Het koninkrijk der hemelen, zegt het evangelie, is als een mosterdzaadje … Christus is het koninkrijk der hemelen. Gezaaid als een mosterdzaadje in de tuin van de baarmoeder van de Maagd, groeide Hij op tot de boom van het Kruis waarvan de takken zich over de wereld uitstrekken … Christus is het koninkrijk, omdat alle glorie van Zijn koninkrijk in Hem is. Christus is een mens omdat de hele mensheid in Hem is hersteld. Christus is een mosterdzaadje omdat de oneindigheid van goddelijke grootheid is aangepast aan de kleinheid van vlees en bloed.

Hebben we nog meer voorbeelden nodig? Christus werd alle dingen om ons allemaal in Zichzelf te herstellen. De mens Christus ontving het mosterdzaadje dat het koninkrijk van God vertegenwoordigt … hoewel Hij het als God altijd al had bezeten, zaaide Hij het in Zijn tuin.

De Kerk is een tuin die zich uitstrekt over de hele wereld, bewerkt door de ploeg van het Evangelie, omheind door palen van leer en discipline, ontdaan van elk schadelijk onkruid door de arbeid van de apostelen, geurig en lieflijk met blijvende bloemen – maagdelijke lelies en martelaarsrozen, geplant te midden van het aangename groen van allen die getuigen van Christus en de tere planten van allen die geloof in Hem hebben.

jZo is dus het mosterdzaad dat Christus in Zijn tuin zaaide. Toen Hij de patriarchen een koninkrijk beloofde, schoot het zaad in hen wortel, bij de profeten schoot het op, bij de apostelen groeide het hoog in de Kerk – het werd een grote boom die ontelbare takken voortbracht, beladen met geschenken. En nu moet ook jij de vleugels van de duif van de psalmist nemen (Ps 68[67]:14) … en vliegen om voor altijd te rusten tussen die stevige, vruchtbare takken. Er zijn geen strikken gezet om je daar te vangen (Ps 91[90]:3); vlieg dan met vertrouwen weg en woon veilig in zijn schuilplaats.”

– St Peter Chrysologus (406-450) Bisschop van Ravenna, Vader en Kerkleraar – Preek 98.

Bron : Anastpaul.com

“ Toen zei hij tegen een ander: ‘En jij, hoeveel ben je schuldig?’ Hij antwoordde: ‘Honderd kor tarwe.

Origines

“ Toen zei hij tegen een ander: ‘En jij, hoeveel ben je schuldig?’ Hij antwoordde: ‘Honderd kor tarwe.’ Hij zei tegen hem: ‘Hier is je promesse, schrijf er één voor tachtig. ’” – Lucas 16:7

“Wat het Evangelie van “ de onrechtvaardige rentmeester ” zegt, is ook een beeld van deze zaak. Hij zegt tegen de schuldenaar [van honderd maten tarwe]: “ Neem uw schuldbekentenis, ga zitten en schrijf er tachtig op ” en de andere dingen die ermee verband houden.

U ziet dat hij tegen elke man zei: “ Neem uw schuldbekentenis. ”

Hieruit blijkt duidelijk dat de ‘ documenten van de zonde ’ van ons zijn, maar God schrijft ‘ documenten van gerechtigheid ’ .

De apostel zegt: “ Want u bent een brief die niet met inkt is geschreven, maar met de Geest van de levende God; niet op stenen tafelen, maar op de vleselijke tafelen van het hart.” U hebt in uzelf ‘documenten van God’ en ‘documenten van de Heilige Geest’.

Als u overtreedt, schrijft u zelf in uzelf het handschrift van de zonde.

Merk op dat op elk moment, wanneer u het kruis van Christus en de genade van de doop bent genaderd, uw handschrift aan het kruis is vastgemaakt en in de fontein van de doop is uitgewist.

Herschrijf later niet wat is uitgewist, of herstel wat is vernietigd. Bewaar alleen de documenten van God in uzelf. Laat alleen de Schrift van de Heilige Geest in u blijven. ”

– Origen Adamantius (c 185-253) Priester, Theoloog, Exegeet, Schrijver, Apologeet, Vader ( Homilies on Genesis, 13 )

Zr.Benedikta van het Kruis : Wie Christus kiest, is dood voor de wereld en de wereld is dood voor hem….

FORTITUDE

Wie Christus kiest, is dood voor de wereld en de wereld is dood voor hem. Hij draagt ​​de wonden van Christus in zijn lichaam, hij is zwak en veracht door de mensen, maar zijn zaak is sterk omdat de kracht van God volmaakt wordt in zwakheid. Dit wetende, aanvaardt de discipel van Christus niet alleen het kruis dat hem is opgelegd, maar kruisigt hij zichzelf: z

Zij die Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met al zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Zij hebben een harde strijd gestreden tegen hun natuur, zodat het leven van de zonde in hen zou sterven en het leven van de Geest ruimte zou krijgen om te bloeien. Die strijd vereist de grootste standvastigheid. Maar het kruis is niet het einde: het wordt opgeheven en wijst ons de weg naar de hemel

Zr Teresa Benedicta van het Kruis – Carmelites

++++++++++

St. Theresia Benedikta van het Kruis (Edith Stein)

De heilige Edith Stein (geboren in 1892) was een Joodse bekeerlinge tot het katholicisme. Ze werd zuster Teresa Benedicta van het Kruis nadat ze in 1933 toetrad tot de orde van de Ongeschoeide Karmelieten. Ze werd op 2 augustus 1942 gearresteerd door de SS, naar het concentratiekamp Auschwitz gestuurd en op 7 augustus 1942 samen met vele anderen vermoord in een gaskamer. Ze werd op 11 oktober 1998 heilig verklaard door Sint-Johannes Paulus II als Sint-

Teresia Benedikta van het Kruis.

Waarom Hij ons zou vragen om te bidden, terwijl Hij weet wat we nodig hebben voordat we Hem vragen…..

c8fa142ed542aba196161e1e11692323

Why He would ask us to pray, when He knows what we need before we ask Him, can confuse us if we do not realize that our Lord and God does not want to know what we want (for He cannot miss it), but wants that we prefer to exercise our desire through our prayers. so that we can receive what he wants to give us. His gift is very great indeed, but our capacity is too small and limited to receive it. Therefore we are told: Enlarge your desires, and do not be enslaved to unbelievers.

The deeper our faith, the stronger our hope, the greater our desire, the greater will be our capacity to receive that gift, which is very great indeed. No eye has seen it; it has no color. No ear has heard it; it has no sound. It has not entered into the heart of man; The heart of man must go into it.

In this faith, this hope, and this love, we always pray with untiring desire. But at set times and times we also pray to God in words, so that through these signs we can instruct ourselves and mark the progress we have made in our desire and exhort ourselves to deepen it. The more fervent the desire, the more worthy will be its fruit. When the Apostle tells us, Pray without ceasing, he means this: Desire without ceasing that life of happiness, which is nothing but eternal, and ask it of him who alone is able to give it.

Saint Augustine

KUS

St Augustinus van Hippo

Waarom Hij ons zou vragen om te bidden, terwijl Hij weet wat we nodig hebben voordat we Hem vragen, kan ons verwarren als we niet beseffen dat onze Heer en God niet wil weten wat we willen (want Hij kan het niet missen), maar wil dat we liever ons verlangen uitoefenen door onze gebeden. zodat we kunnen ontvangen wat hij ons wil geven. Zijn gave is inderdaad heel groot, maar onze capaciteit is te klein en te beperkt om het te ontvangen. Daarom wordt ons gezegd: Verruim uw begeerten, draag het juk niet met ongelovigen.

Hoe dieper ons geloof, hoe sterker onze hoop, hoe groter ons verlangen, des te groter zal ons vermogen zijn om die gave te ontvangen, die inderdaad zeer groot is. Geen oog heeft het gezien; het heeft geen kleur. Geen oor heeft het gehoord; het heeft geen geluid. Het is niet in het hart van de mens opgekomen; Het hart van de mens moet erin gaan.

In dit geloof, deze hoop en deze liefde bidden wij altijd met onvermoeid verlangen. Maar op gezette tijden en tijden bidden we ook in woorden tot God, zodat we door deze tekenen onszelf kunnen onderrichten en de vooruitgang die we in ons verlangen hebben gemaakt, kunnen markeren en onszelf kunnen aansporen om het te verdiepen. Hoe vuriger het verlangen, des te waardiger zal de vrucht ervan zijn. Als de apostel ons zegt: Bid zonder ophouden, dan bedoelt hij dit: verlang onophoudelijk naar dat leven van geluk, dat niets anders is dan eeuwig, en vraag het aan hem die alleen in staat is het te geven.

Sint-Augustinus

 

Bron :Tumblir.org