Het bijbels fundament van de icoon

Het bijbels fundament van de icoon

cherubijnen13

De Wet van het oude testament verbiedt afbeeldingen want zij zouden de zuiverheid van de cultus tot de onzichtbare God in gevaar brengen. Alleen de decoratieve kunst van de geometrische vormen vertalen het bewustzijn van de Oneindige. Bij de moslims versterkt de niet-figuratieve, arabeske, veelhoekigeKunst dezelfde notie van een radicale transcendentie van God.

De afstand vergroot op gevaarlijke wijze door het feit dat de mens zich  afgekeerd heeft van zijn oorspronkelijke gelijkenis met God en verduisterd wordt door zijn verscheidenheid. Daarentegen, heeft het engelen – plan haar natuur van ‘tweede licht’ intact weten te bewaren,als een zuivere verzamelplaats van het goddelijk licht,door het feit dat de gebeeldhouwde afbeelding van engelen door God zelf werd bevolen. De hemelse wereld van geesten, bestemd om de mens te dienen vindt , om haar zending te vervullen, haar artistieke uitdrukkingsvorm, haar menselijke vorm op de ark van het verbond. Het Oude testament staat ons toe om het gebeeldhouwd icoon van de Cherubijnen te gebruiken. Deze werden geplaatst in het tabernakel. Hun aanwezigheid op deze plaats drukt de bemiddeling van de liturgen uit, maar dient op geen enkele wijze gezien te worden als een vorm van kunst. Hierin schuilt reeds de ganse filosofie van de religieuze kunst.

Zo was ook, voor de Menswording, en dit  uit vrees voor afgodenverering, elke vorm van het hemelse beperkt tot de wereld van de engelen. Maar men moet goed begrijpen, en dit om niet terug te vallen onder de wet, dat deze beperking alleen maar de uitdrukking  is van een wachten, een profetie op de komst van de icoon in Christus.

 De tekst van Exodus (25,12) zegt : ‘Gij zult u een verzoendeksel maken en aan zijn uiteinden zal je Cherubijnen plaatsen’ ‘Verzoendeksel – Kapporêt – komt van ‘bedekken’ en ook van ‘boete doen”. Deze gouden plank die geplaatst wordt op de ark, volgen de tekst, is de plaats waar ‘Yahweh verschijnt’, en het is daarover dat hij spreekt.

 De icoon van de verrijzenis van Christus ontcijfert dit profetisch symbolisme. Zij toont ons een plank (die het lege graf verzinnebeeldt en die een beeld is van de plank van de ark) waarop de begrafenisgewaden zijn weggelaten, en aan het uiteinde ziet men twee Cherubijnen die tegenover de myrondraagsters staan. Deze exacte reproductie van het ‘verzoendeksel’ openbaart ons nu, in Christus, haar ware betekenis en terzelfdertijd toont het ons dat dezelfde waarde van de Aanwezigheid inherent is aan elke icoon : ‘het is hier dat Yahweh verschijnt en het is van daaruit dat Hij spreekt’.

 Ter gelegenheid van het feest van de orthodoxie, het feest van de icoon, leert de Kerk ons, doorheen de twee Evangelielezingen die zij heeft gekozen, dat de engelen met vele ogen de gave bezitten om het goddelijk licht te aanschouwen. De icoon toont ons dit heel duidelijk.

 Christus bevrijdt de mensheid van de mythologie der afgoden en niet in negatieve zin, door het beeld te supprimeren, maar positief, door de ware menselijke natuur te openbaren. Indien de goddelijkheid alleen ontsnapt aan elke voorstelling en indien de mensheid alleen, gescheiden van het goddelijke, niets meer betekent, dan is het omdat ‘de mensheid van Christus de icoon is van zijn goddelijkheid’, zoals het VIIe concilie verklaart. Lumen de lumine (licht uit licht), de Zoon, de totale Christus is de glans, de afbeelding, de afdruk, de unieke icoon van God. Het menselijke wordt bevestigt in zijn iconografische functie : zichtbaar beeld van het onzichtbare. Zijn bijbels fundament gaat terug op de schepping van de mens ‘als beeld van God’. Onderbroken door de zondeval, is zijn volheid gerealiseerd in Christus en gaat voort in de ‘ge-christifieerden’,  in de Christus-dragers, in hen bij wie Christus gestalte heeft gekregen,op hen die sterk op Hem gelijken’

 God in Zichzelf transcendeert elk beeld, maar zijn Aangezicht dat naar de wereld toe gekeerd is heeft zich het zichtbare eigen gemaakt, vind een passend beeld van het mysterie van Zijn Filantropie : het menselijk beeld.

 Boven de mogelijke afgrond van de val heeft God, volgens de Kerkvaders, het menselijk beeld gebeeldhouwd door in Zijn wijsheid de mensheid van Christus te aanschouwen. ‘Het Woord is nedergedaald op Adam voor alle eeuwen’ zegt Methodius van Alympia en sint Athanasios : ‘God heeft de wereld geschapen om er mens te worden en opdat de mens er god zou worden door zijn genade’

De menswording komt van God, van Zijn verlangen om Mens te worden en om van Zijn Menselijkheid een Theofanie te maken, een plaats en een levende icoon van Zijn aanwezigheid.

 Paul Evdokimov : L’art de l’icone – theologie  de la beauté pp.163-165

Vertaling : Kris Biesbroeck

oud testamentische drie-eenheid

OUD TESTAMENTISCHE TRINITEIT

Van Andreï Roeblov – ca.1412

Tretjakov-Galerij  –  Moscou

 Drieeenheid van Roeblev 1

 

Deze wereldberoemde icoon was bestemd voor de iconenwand in het door de Heilige Sergius van radonesj gestichte klooster te Zagorsk (ongeveer 70 km. Van Moscou verwijderd). De voor de icoon benutte gegevens berusten op de allegorische verklaring van het zeer bekende hoofdstuk 18 uit het boek Genesis. Daar wordt verhaald, dat aan Abraham drie engelen verschenen en door hem gastvrij werden ontvangen onder de eik van Mamre. Links zou God e Vader herkennen, in het midden Christus en rechts de Heilige Geest (maar dit is slechts een hypothese !) De volstrekte gelijkheid tussen de goddelijke personen is nimmer zo verheven uitgebeeld. Hoogste spirituele expressie, ritmische bewogenheid, glans der tinten geven aan het geheel een weergaloze schoonheid.

Het is de opgave van de schilder om zijn beeld zo te schilderen dat hij deze goddelijke werkelijkheid zichtbaar maakt. Dan komt het bij de meditatie en de verering van die icoon tot een echte ontmoeting met God.

Dat was het opzet van Andreï Roeblov : zijn Godsontmoeting meedelen opdat ook wij die zouden ervaren. Hij bediende zich bij dit ‘spreken zonder woorden’ van kleuren, vormen en symbolen, waarmee zijn kunstvolle hand zo eenmalig trefzeker kon omgaan. Luisteren wij nu bij dit ‘spreken zonder woorden’ naar de taal van het schilderij, om zo de diepte en de zin van zijn boodschap in ons op te nemen.

We kijken even naar de opbouw van de icoon : een rechthoek, waarin een cirkel, en in het midden een driehoek. Rechthoek en driehoek samen zijn het fundament van de icoon. De plaats van de engel in het midden is door de loodrechte middenas vastgelegd. De twee diagonalen bepalen de plaats van de twee andere engelen.Hun hoofden komen niet buiten de diagonalen. De cirkel is het symbool van de goddelijke volmaaktheid, omdat er in God begin noch einde is. Eigenlijk is de cirkel zo bepalend voor het beeld van de drie personen dat alles war er buiten staat gerust weg zou mogen vallen, zonder afbreuk te doen aan de waarde van de icoon. In het midden zien we een gelijkzijdige driehoek. Reeds in de vroegchristelijke kunst gold de driehoek als symbool van de drie-eenheid Gods. De bovenste rand van de tafel is de grondlijn aan wiens uiteinde de beide andere engelen zitten. De driehoek heeft zijn hoogste punt in het hoofd van de middelste engel en valt over zijn rechterschouder in de handen van de engel links. Over zijn linkerschouder echter loopt een  lijn in de richting van de rechterhand van de engel die rechts zit. Rechthoek en driehoek geven de icoon een doorzichtige samenstelling, geborgenheid en eenheid. Toch doet de icoon helemaal niet stroef of gekunsteld aan. Het hoofd van de engel in het midden buigt over de middellijn naar links, terwijl de kelk op tafel iets naar rechts verschoven is. Het schijnbaar verstoorde evenwicht is daarmee weer hersteld.

De neiging naar links van het hoofd van de engel in het midden wordt nog versterkt door de naar links overhellende boom achter hem. Een gelijkaardige neiging naar links vertoont ook de engel rechts. De richting van de berg boven de engel rechts – niet alle reproducties laten deze berg voldoende tot zijn recht komen – deze richting verduidelijkt de beweging van zijn hoofd nog eens en onderstreept die beweging. Door deze neiging naar links van de hoofden is Roeblov erin geslaagd een levendige en gesloten gemeenschap tussen de drie personen van zijn icoon op te roepen. De drie engelen vormen een eenheid die het resultaat is van een beweging van de twee engelen rechts naar de engel links toe. Deze engel links heeft een  rechte houding. De beweging van de twee anderen maakt duidelijk dat hij deze neiging naar hen toe aanvaardt.

We konden duidelijk zien dat er een beweging naar links te erkennen is. Men kan zich afvragen of er ook van links naar rechts een beweging te ontdekken valt. Dan zou zich de kring sluiten. Het feit dat de pelgrimsstokken van links naar rechts steeds sterker overhellen schijnt op die beweging te wijzen. Bij aandachtig toezien kan men inderdaad een beweging naar rechts erkennen. De uitgestrekte, zegenende vingers van de engelen links en in het midden, duiden op een beweging, die vanuit de schoot van de engel links over zijn rechterhand van de engel in het midden gaat. Deze beweging naar rechts loopt verder door naar de rechterhand van de engel rechts. Hier vloeit ze dan spontaan over via de linkerarm van de rechtse engel in de reeds beschreven lijn van de hoofden naar links, die ook de berg en de boom in dezelfde beweging opneemt en vormt zo een volledige kringloop.

Midden in deze kringloop staat een kelk op tafel. De ruimte die vrijblijft tussen de knieën van de engelen, die aan beide uiteinden van de tafel zitten, duidt nog eens de vorm van een kelk aan. Nu weliswaar in een vereenvoudigde vorm.

De vorm van de kelk vinden we dan nog een keer terug in het gedeelte helemaal onder, in de ruimte die vrij blijft tussen de twee voetbanken van de twee uiterste engelen.

Van zo groot belang was voor Roeblov deze enen kelk dat wij zijn vorm verschillende keren op de icoon terugvinden. De kelk zelf, de tafel waarop hij staat, de ruimte tussen de voetbankjes, en tenslotte in zijn grootste vorm getekend door de lijnen van de twee uiterste engelen vormen, te beginnen bij hun voeten en doorlopend tot aan hun schouders. Als wij deze laatste vorm van de kelk nauwkeurig bekijken, lijkt de engel in het midden er bijna helemaal in te verdwijnen. Voor Roeblovs tijdgenoten was de betekenis van deze meervoudige symbolen duidelijk. Ze willen niet alleen verwijzen naar het gastmaal bij Abraham, maar ook op het unieke offer van Jezus op Calvarië, dat wij bij iedere Liturgie gedenken en ontvangen.

De opening aan de voorkant van de tafel onderstreept dit nog eens uitdrukkelijk. Alle stenen altaren in de byzantijnse kerken hebben een dergelijke opening die relieken bevatten opdat ieder bij de viering aandachtig zou zijn : we voelen ons verbonden met de martelaren van heel de Kerk.

Concentreren wij ons nu op de kleuren van de icoon.

In verschillende schakeringen verdeelt zich de blauwe kleur over de drie engelen. Blauw is de kleur van de godheid en de hemelse waarheid. Zacht, bijna in een zilveren kleur, komt het blauw van onder de vleugels der engelen te voorschijn. De grootste oppervlakte van dit blauw  zien wij bij de engel in het midden. En het is een krachtig blauw. De vele plooien van zijn gewaar laten een rijke nuancering toe van het blauw in licht en donker. Bij de beide andere engelen is blauw de kleur van het onderkleed. Alleen een klein smal streepje blauw zien we bij de engel links. Maar een rijker blauw en een groter gedeelte zien we bij de engel rechts. Alle nuanceringen van het blauw duiden waarschijnlijk de ons geopenbaarde kennis aan die wij bezitten over de hemelse waarheid en godheid, van de drie goddelijke personen. Het hoogtepunt van de kleurencompositie is zeker het donkerrood op het onderkleed van de engel in het midden. De oranjeachtige streep op de
rechterschouder die dit rood onderbreekt, laat deze kleur nog feller uitkomen.

Wat is daar nu de betekenis van ?

De jeugdige gelaatstrekken van de engelen, waarvan niemand ouder of jonger genoemd kan worden, tonen dat er in de goddelijke Drie-eenheid geen vroeger of later , geen gisteren of morgen, maar alleen het tijdloze NU van de drie goddelijke Personen bestaan. De jeugdige gestalten verenigen in zich de kracht en de bevalligheid van de beide geslachten, want bij God is er geen onderscheid tussen man en vrouw; in Hem die als de ene drievuldig is, wordt de verscheidenheid niet opgeheven maar ver-eend en vervuld.

Iedere persoon die door de Russische monnik wordt geschilderd is altijd op een ander betrokken. Roeblov die zelf in een broederlijke gemeenschap leefde, weet dat leerling-zijn niets anders betekent dan een in Jezus afgestorven leven te leiden, arm te worden aan zijn eigen ‘ik’, om rijk te worden naar de inwendige mens. De geestelijke vrucht wordt alleen geboren uit offerbereidheid en overgave van zichzelf. Roeblov legt in al zijn iconen de kracht tot deemoed, zoals hij die zelf wel ontvangen heeft van Jezus, door wie hij zich geroepen wist.

Wat is nu de geestelijke inhoud, de spiritualiteit en de theologie van Roeblovs Drievuldigheidsicoon ? Toen Abraham in het dal van Mamre op het middaguur voor zijn tent zat, ontving hij in de personen van de drie mannen het bezoek van God zelf. ‘Filoxenia’ -dit wil zeggen gastvrijheid – noemt de orthodoxe kerk deze icoon. Gastvrijheid betekent voor een Oosterling echter méér dan aan een vreemde voedsel en een dak boven zijn hoofd geven. Gastvrijheid betekent ook tafelgemeenschap (communio): vandaag een eigen, bijzonder innige vorm van vriendschap. Met de voorstelling van dit éénmalig bezoek van God aan Abraham is Roeblovs icoon echter geenszins verklaard. In de drie bezoekers ziet en schildert de Russische meester de Heilige Drie-eenheid. Daarom de bijzondere cirkel en de vorm van een driehoek., een verwijzing naar Gods eeuwigheid en Gods Drie-persoon-zijn. De aureolen die de hoofden van de engelen omstralen schijnen als drie zonnen in de helderste kleuren van de icoon. De Oosterse Kerk omschrijft dit zo : ze zijn  immers in drie personen het ene licht van drie zonnen. De bezoekers zitten rond de tafel waarop één beker staat : de éne , voor allen gemeenschappelijke spijs en drank. Ook het goud van hun vleugels en het blauw dat ze in hun kleding en onder hun vleugels dragen wijst op één godheid, die alles gemeenschappelijk heeft. Alle drie hebben ze dezelfde pelgrimsstok die erop wijst dat God geen egpïstische of in zich berustende God is, maar de ene God die op tocht gegaan is naar zijn schepping toe. Twee grote gespreksthema’s vullen de ruimte. Twee thema’s die nauw met elkaar verbonden zijn. Daarom is het bijeenzijn van de drie nu van zo grote betekenis. Ze hebben een belangrijke beslissing te treffen en ze willen dat doen in een goddelijke eensgezindheid.

Roeblov zelf wilde dat men zijn icoon verstond als het besluit van de Heilige Drie-eenheid tot de menswording van de Zoon. En daarmee komt er een volledig nieuwe trek in de afbeelding van de Drie-eenheid. We staan daarmee aan de oorsprong van het denken over God. Want zolang God is heeft Hij zich tot de wereld uitgesproken . Ook als de wereld zich ven Hem afkeert, houdt Hij er van. Daarom moet deze beslissing van de Heilige Drie-eenheid genomen worden. Het worstelen om het ‘ja’ van de Vader is nog niet afgesloten. Het definitieve Ja tot deze opdracht is nog in wording. Met dit ‘ja’ van de Zoon, wil de Vader de wereld verlossen. Dit is het eerste gespreksthema van de Drie. De verlossing en bevrijding van de wereld uit alle demonische macht.

En het tweede thema : God wil de wereld naar zich toe trekken, thuis laten komen bij Hem en opnieuw één met de wereld zijn. Daarom wil de Vader afstand doen van de Zoon, koste wat het wil, opdat de Zoon de mensen zou benaderen, als het ware aan huis zou gaan bezoeken. De beraadslaging tot dit ‘Ja’ zien wij op de icoon. Dit ‘Ja’ wordt des te belangrijker, omdat het voor de Zoon niet een ‘Ja’ is, dat wellicht roem en eer meebrengt, het is het bewuste ‘Ja’ voor een leven van mislukkingen, fiasco’s, dood. Dood aan een Kruis. Wat zal het antwoord zijn van de Zoon ? Wordt het slechts een ‘Ja’ woord ?

De Geest :

De engel rechts die (waarschijnlijk) de Heilige Geest verzinnebeeldt, stemt zonder voorbehoud toe en laat  zijn grenzeloze bereidheid en beschikbaarheid erkennen. In zijn gelaatsuitdrukking zien wij de Trooster, die troost brengt en troostend bijstaat. Zoals een Russische Theoloog het ooit zei, is Hij de goede bron van alle goedheid. Met deze overgave troost Hij de Zoon Jezus, die om de wereld te redden, zich vernederen en ontledigen laat tot in de Godsverlatenheid toe om onder de mensen als hun dienaar te zijn, om hen te redden uit hun ik-zucht en liefdeloosheid.

Daarom kan de engel die de Heilige Geest mogelijks kan verzinnebeelden, niets anders dan zich naar de Zoon toebuigen. Maar moet dan de Zoon alléén in de wereld komen en de Geest niet ? Ja, ook Hij ! Hij zal niet enkel de Zoon begeleiden, Hij zal ook de mensen tot Hem voeren. Het zal Pinksteren worden op aarde, waar Hij zich zal uitstorten op alles en allen die Hem verwachten. Ja, ook Hij zal in de wereld komen om allen binnen te voeren in het wezen van God. Vuur wil Hij zijn, volheid van Gods liefdegloed. Hij zal mensen ervoor warm maken dat zij tot elkaar komen in éénheid en als broers eendrachtig samenwonen, opdat er vrede op aarde kan komen. Want liefde zoekt naar eenheid. Deze opdracht van de Heilige Geest schijnt aanvaard. Zo zal geschieden.

Bij het blauw komt in zijn bovenkleed ook nog het groen. . Zo openbaart zich Gods geest die door Zijn werken het heelal, de gehele schepping tot leven brengt en nieuw zal maken. Bewust van Zijn oneindige volheid en kracht, neigt zich de engel die de Heilige Geest verzinnebeeldt zich tot de engel in het midden met een liefdevol en beslist ja.

De Zoon :

De engel in het midden verzinnebeeldt (waarschijnlijk) de Zoon. Hij is het Woord van in de beginnen van de eeuwige Vader. De engel die de Zoon verzinnebeeldt, keert zich luisterend en  antwoordend tot de Vader. Wij zijn hier getuigen van een moment van het gesprek binnen het goddelijk samenzijn en hun eeuwige eensgezindheid. Omdat God geen zwijgende God is, geen oer-eenzame, geen éénvoudig-persoonlijke, maar een drievoudig persoonlijke God is, daarom zijn ze hier bijeen om in een gesprek het heil van de wereld voor te bereiden.

Er is hier geen tegenspraak van de zoon te ontdekken. Hier is enkel luisterende bereidheid tot een gruwelijke weg. Het bloedrood onderkleed herinnert aan het purper van de Byzantijnse Keizers, maar ook aan de ernst van de liefde, waarmee Jezus in plaats van de mensen gehoorzaam wil zijn. Een weg die leidt tot de dood aan het Kruis. Deze weg wil voorzeker overwogen en bezonnen zijn. Alleen bij Hem is het blauw van de hemelse godheid en waarheid tot bovenkleed geworden. Want juist in Jezus wil de godheid zich openbaren en veruitwendigen.

De boom achter de middelste engel stelt de levensboom van het paradijs voor. Volgens een oude legende met een diepe zin, werd het Kruis van Golgotha gema
akt uit de levensboom uit het Paradijs. Zal Hij het kunnen dragen ?

Zijn hoofd neigt zich naar links, naar de vader. Zijn knie, zijn armen en de geopende vingers, die aan een zegenend gebaar doen denken, wijzen naar rechts, naar de Heilige Geest. Als wou Hij verwijzen naar Hem, die uit alles wat hij bevrijdt, de goddelijke bijstand die hem terzijde staat in leven en sterven duidelijk wordt.

De Vader :

De engel links zit zo te zeggen helemaal rechtop op zijn troon. Hij verzinnebeeldt (waarschijnlijk) God de vader. De bijna loodrecht gehouden pelgrimsstok in Zijn hand onderlijnt de rechte houding. Zijn bovenkleed in roze en goud, kleuren die de hoogste in rang aanduiden, verraden in Hem de ‘Oorsprong’, de bron van alle goedheid en daarom van alle leven.

Van  Zijn blauw onderkleed is enkel maar een heel smalle streep te zien. De Vader woont in het ontoegankelijk licht. Geen mens heeft Hem ooit gezien, of is in staat Hem te zien. Het is voor de Christelijke kunst steeds bijzonder moeilijk geweest de Vader voor te stellen. Want Hij heeft zich als Vader nooit aan de mensen getoond. Alleen in Zijn Zoon wil Hij zich aan de wereld tonen.

Wanneer de byzantijnse kunstenaars God de Vader als de Albeheerser, als de Pantocrator wilden afbeelden in de koepels der kerken, lieten ze het beeld van Jezus op zich inwerken en zetten dit laatste in de plaats van de ongenaakbare, onzichtbare God de Vader, de Pantocrator. Jezus is toch het beeld van de onzichtbare God.

Ook Roeblov wil op zijn manier de onzichtbaarheid en ontoegankelijkheid van God de Vader aanwijzen, die hij in de engel links  (waarschijnlijk) voorstelt. Daarom schildert hij van het onderkleed maar een kleine smalle streep, nauwelijks zichtbaar onder Zijn bovenkleed. Van de drie goddelijke Personen heeft de Vader zich op directe wijze het minst aan de wereld geopenbaard.

Roeblov is er in geslaagd de drie Personen van de Drie-eenheid niet alleen in gesprek met elkaar te tonen. Hij maakt ons de innigste band van een één-zijn in liefde zichtbaar, die bepalend zijn voor het drievoudig persoonlijk leven van God.  Het grote thema van deze icoon is de beweging van de éné persoon naar de andere toe. Hier trekt niemand iets naar zich toe, want onze God is niet zoals de goden der wereld, die aan zichzelf denken, die naar zich toe trekken, voor zich opeisen. Onze God leeft in betrokkenheid op de ander en kijkt voortdurend naar de ander uit. Ja, inderdaad, hier wordt , niet geëist. Hier neigt zich de ene persoon naar de ander, en schenkt hem Zijn liefde. Het is uit dank voor deze overgrote liefde van de Vader, dat zich de Zoon en de Heilige Geest dankbaar antwoordend  overgeven. Deze beweging van het dankbaar antwoord is zo sterk, zo geweldig, dat ze als een stormgloed het intiem goddelijk bereik overstijgt.

Dit gebeuren wil de hele schepping in de vreugde en de Vrede, in de dankbaarheid en overgave betrekken. Ook de berg en de boom op de achtergrond, beeld van levenloze en levende natuur, moeten helemaal aan deze beweging, die alles door Jezus naar de Vader stuwt, deelnemen.

Vanuit deze beweging van steeds circulerende liefde, van de ene goddelijke persoon naar de andere toe, moet de beslissing  van de Zoon getroffen worden. Hier wordt de wil van de drie personen geboren. Hun eenheid in liefde wil ons mensen binnendragen in het geopende en gastvrij op ons wachtende Vaderhuis. Thuiskomen, thuis-zijn ! De mens staat voor de uitnodigende blik van de Vader, die hem wil binnenleiden in Zijn goddelijke Liefde. Hij wil hem van alle kanten met liefdevolle kracht omgeven, als het ware zijn hand boven hem houden, met deze macht der liefde hem nieuw maken, zodat het doen en laten van de mens louter liefde zou zijn.

God heeft een doel : het god-verlaten zijn, het zijn zonder God moet een einde nemen. De Vader wil zijn mensen omvormen tot liefde : Hij wil dat iedereen vol wordt van liefde, thuiskomt in de liefde, en uiteindelijk zelf liefde wordt. Dit alles wil Hij waarmaken. Wat voor een heilige bedoeling, wat voor een wonderbare liefde !

De Kelk

In het midden van de icoon staat op de tafel een kelk, met een kleine kalfskop daarin. Het kalf was in veel wetten van het Oude Testament bestemd voor het offer. Het wordt op Roeblovs icoon tot zinnebeeld van Gods zoenoffer. Zo ziet het raadsbesluit van de Drie-ene God eruit. Jezus Christus zal tot zoenoffer voor de zonden van de mensen worden. Bescheiden maar toch vastbesloten is het gebaar waarmee de Vader naar de kelk wijst. Dit gebaar is tegelijkertijd bevel en uitnodiging. Maar ook een bewijs van de allergrootste liefde. De Vader bestemt zijn eigen Zoon voor het offer. De Zoon heeft het bevel verstaan en buigt zich beamend naar de vader toe.

De hand van de Zoon rust zwaar op de tafel. En ook Zijn gezicht toont dat hij zich de ernst van de opdracht bewust is. Biddend en zoekend naar hulp neigt zich daarom de stok van de Zoon naar de Heilige Geest, die vol stille weemoed zijn bereidheid om mee te werken aan het verlossingswerk tot uitdrukking brengt bij het begin en bij de voltooiing. Hij is de bijstand, die hem terzijde staat.

Kruis als levensboom

De verlossing zal werkelijkheid worden op de levensboom van het kruis. Het hout van het kruis is bereid en neigt zich naar de Zoon toe om Hem als zijn schoonste vrucht aan te nemen. Dit heilsgebeuren wordt door het Bloed tot werkelijkelijkheid.  Maar niet door het Bloed van Jezus Christus, die het eens en voorgoed zal vergieten om zo verlossing te bewerken voor alle tijden.Het bloedrode onderkleed wijst op de bloedige voltrekking van dit verlossingswerk. Waarom is uw gewaad zo rood en zijn uw kleren als die van een druivenperser, vraagt de profeet Jesaja aan de Messias ? En het antwoord luidt : ‘Ik heb geheel alleen de wijnpers getreden en van mijn volk was er niemand om mij te helpen’. Golgotha, schande en dodenheuvel, voor de stadsmuren van Jeruzalem. Daar valt de Mensenzoon definitief in de handen van de mensen. Zijn leven dat de Zoon offert, neemt de Vader aan als plaatsvervangend voor de gehele schuld van alle mensen. Hij heeft het doorstaan. Het is volbracht. Jezus’dood betekent een brug voor ons. De weg naar de Vader is open. De dood is mee opgenomen in de zege.

Pelgrimsstok

De pelgrimsstok in de hand van de engel wijst naar onder, naar de plaats waar de mensen wonen, uit het donker vanwaar God zo ver is, kan de mens bevrijd worden. Zonde en dood moeten wijken voor het goddelijk licht en de vreugde. Nu is het verlossingswerk van de Drie-ene God volop bezig. God zelf trekt de mens omhoog uit zijn liefdeloosheid en zijn ik-zucht waarin hij gevallen was en plaatst hem in de navolging van Christus. Zij die verloren waren horen het reddend woord en aanvaarden het. Al zijn uw zonden rood als scharlaken, ze zullen witter worden dan sneeuw. Dat mogen all weer thuisgekomen verloren zonen beleven. God zelf droogt hun tranen van berouw en boete. Het zal wel niet louter toevallig zijn dat de groep van de Drie-eenheid maar één weg openlaat waarlangs wij toegang hebben tot Hem. De achtergrond is door de vleugels van de engelen afgeschermd. Ook van de zijkanten is geen t
oegang. Het perspectief van de zitbanken sluit de toegang af en verplicht ons de engelengroep eerbiedig rond te gaan tot we er voor staan, voor het altaar tegelijkertijd.

Maar kijk ! Helemaal beneden tussen de voetbanken van de engelen links en rechts blijft er een ruimte vrij. Deze groene ruimte heeft de vorm van een kelk die naar boven naar het altaar wijst. Hier wordt ons toegang verleend tot de gemeenschap van de Drie-persoonlijke God. De opening die wij aan de voorzijde van roeblov’s altaar zien wil ons duidelijk maken van welke aard onze roeping zal zijn. De opening is voor de relieken van de martelaren bestemd. Ook wij zijn geroepen om getuigen van Christus te zijn tot aan het uiteinde der aarde. Ook voor ons blijft er slechts één toegang om tot de kring der heilige Drie-eenheid te geraken. Het is de toegang die aan de opening van de relieken van de martelaren voorbijgaat. Langs deze weg worden wij mee opgenomen in het eeuwige drievoudig-persoonlijke gesprek, niet als stomme toeschouwers of als dove toehoorders, maar als actieve gesprekspartners, als leerlingen van Jezus die het Oude en voorbij gaande laten voor wat het is, om Hem te volgen en te dienen die het eerst Zijn leven voor ons gaf. Mag het ons ook veel kosten, hier gaat het erom Jezus lief te hebben, zich aan Hem over te geven en Hem te eren door de inzet van ons hele leven. Hier roept de Heer van het leven ons toe : ‘Komt allen tot Mij die uitgeput en onder lasten gebukt gaat en volgt Mij na’.

Abba ! Vader !

En Gods heilige Geest, die ons alle waarheid leert, roept biddend in ons : ‘Abba, Vader!’.

Door de Heilige Geest zijn wij echt opgenomen binnen de kringloop van de liefde, die ons van alle kanten omgeeft. En als wij in de Heilige Geest opnieuw geboren worden, dan hebben wij ook een levendige hoop en een roeping dat dit alle moeite waard is te leven.

In de navolging van Jezus bereikt ons leven en ons liefhebben in de Heilige Geest het doel van alles : de Vader.

Het onmogelijke is voor de mens mogelijk geworden. Er is uit dit besluit in liefde van de Drie-ene iets nieuws geboren. Door Hem en met Hem is leefbare gemeenschap haalbaar geworden. Het broederlijk samenzijn van mensen in stad en land, in de kerk en andere gemeenschappen, komt voort uit dit heilig voorbeeld. Gods eenheid in liefde bewerkt onder ons deze heilige broederlijke eenheid in liefde.

 ‘God, hebt Gij een doel met ons leven, roept Gij ons tot deze navolging ? Wilt Gij dat wij één zijn in uw Liefde ?

Ja, Vader, uw wil geschiede ! Ook onder ons. Mogen wij door uw Heilige Geest vol worden van Uw Liefde!’

 De duitse tekst is van Gerhard Jan Rötting

Vertaling en bewerking : Kris Biesbroeck

De Heilige Ruimte

DE HEILIGE RUIMTE

Paul Evdokimov 

Wat de tijd is voor de duur, is de ruimte voor de uitgestrektheid. De ruimte is niet homogeen, er zijn vormeloze , chaotische ruimtes en er zijn geordende ruimtes, de heilige ruimte. De profane ruimte is onderworpen aan de wet van het voortdurend veranderen van plaats en van de uiterlijkheid die het bestaande coördineert. De heilige ruimte heft het naast elkaar plaatsen van de twee op en realiseert méér dan de eenheid van een eenvoudige coëxistentie, het maakt «één» in Christus, onze wezenseenheid in Hem.

 Wanneer Christus tot de samaritaanse vrouw zegt : « het uur komt waarop gij de Vader niet meer zult aanbidden op deze berg noch te Jeruzalem» ( Joh.4,21), dan spreekt Hij over Zichzelf als een alomtegenwoordige heilige plaats, die elke exclusiviteit van een empirische plaats afschaft. Vanaf dat moment is elk bezoek aan een tempel reeds een pelgrimage naar een heilige plaats. Dit verklaart de veelheid van plaatsen die elk hun centrale plaats behouden, juist omdat ze geen geografische centra zijn, maar kosmische, gesitueerd niet op het hiorizontale vlak, maar op het verticale, dat elk punt van het «hierboven» verenigt. Zo is het, vertrekkende van deze alomtegenwoordigheid van de tempel dat de zegening van olie, brood, wijn en graan  wordt voltrokken over de ganse wereld. Dat geldt ook voor de zegening van de «vier delen» van de wereld op het ogenblik van de kruisverheffing.

Deze centrale plaatsen zij diegenen waar alle niveaus communiceren : de onderwereld, de aarde en de hemel; hun gelaat is de heilige Berg, de kosmische boom, de centrale pijler  of de Ladder. Zo is de berg Tabor, waarschijnlijk afkomstig van tabbûr, wat navel betekent, evenals de Berg Gerizim, die «navel der aarde» betekent. Het is daarom, dat volgens de rabbijnse traditie, het land Israël niet verzwolgen is door de zondvloed. In een Christelijke traditie, is Golgotha, dat het centrum der aarde is. Het is daar dat Adam geschapen is, dat het Kruis is opgericht, en aan zijn voet bevond zich het graf van Adam, wat dikwijls op iconen wordt afgebeeld. Hetzelfde met de wortels van de kosmische boom, die afdaalt tot in de hel, en zijn kruin die de hemel raakt, zijn takken symboliseren de verschillende hemelse niveaus   (de apostel Paulus werd meegenomen tot in de derde hemel). In het «Boek der Mysteries» onderlijnt Maximos de Belijder goed de coëxistentie door transcendentie van de cosmische niveaus : « Vandaag zal je met Mij in het paradijs zijn -alles wat voor ons de aarde is, verschilt in niets voor hem van de hemel, hij verschijnt opnieuw op deze aarde en onderhield zich met zijn leerlingen».

De rabbijnse geschriften kennen aan Adam een enorme grootheid toe, terwijl in de apocriefen en in de Pastor van hermas, Christus de grote figuur is waarvan het hoofd de hemelen overtreft. Men begrijpt het, want christus is het goddelijk Archetype van deze beelden, Hij is de boom des levens en het kosmisch centrum . Origines heeft gezegd : «De Schrift beschrijft Christus als een boom» Anderzijds identificeert menig beeld en bijvoorbeeld de mozaïek van het baptisterium van Henchir Messouda Christus met het Kruis. Dezelfde symboliek vind men in de zo geheten  «levende» Kruisen : de uiteinden van het kruis zijn bedekt met takken en eindigen in menselijke armen : één ervan opent de poort van de hemel, de andere breekt de poorten van de hel open. Tijdens de Kruisverheerlijking horen wij : « de boom des levens, geplant op Calvarie (identificatie van de paradijselijke boom en het Kruis) is verheven in het centrum van de aarde..en geheiligd tot aan de uiteinden van het universum», «de lengte en de breedte van het kruis strekken zich uit tot in de hemel ».

Van zijn kant vraagt Augustinus : « en welk is deze berg waarlangs wij omhoog moeten klimmen, indien het niet onze Heer Jezus Christus is ». De akten van Philippus noemen Christus : « pijler van vuur », sulos puros, en in de ascetische geschriften herhaalt een spiritueel volmaakt iemand hetzelfde beeld : « Pijler van vuur die hemel en aarde verbindt»

Maar de bijbelse figuur die het best de betekenis van deze beelden weergeeft is de ladder van Jacob. De engelen gaan er omhoog en dalen af. De hemel is open en de ladder is nadrukkelijk in het centrum van de aarde, en daar Christus de ladder is, springt deze op vanuit alle heilige ruimtes, vanuit ontelbare plaatsen. Jacques de Saroug zegt : « Christus op het kruis houdt zich vast aan de aarde als aan een ladder die vele treden heeft ». Catherina van Siënna ziet het als een punt dat gesteld is tussen hemel en aarde, zoals de regenboog, levendig teken van het verbond. De heilige Efraïm schrijft in zijn epiphanische hymne : «Broeders, beschouw  de   zuil verborgen in het heelal, waarvan de basis op de wateren rust en de poorten der hoogten bereikt zoals de ladder die Jacob zag».

Tenslotte, het is de cirkel (de omheining van tempels en steden) uitgerust met de macht der bescherming, want zij verbeelden symbolisch de eeuwigheid. Wanneer de muren van Jericho instorten op de klank van trompetten, dan is de stad zonder hemelse bescherming. Omgekeerd, wanneer een stad wordt belegerd, dan trekt de processie van de clerus met de heilige relieken of een miraculeuze icoon of een ander heilig object rondom de  omwalling : een zelfde gebed dat zich voordoet in de opgeroepen ruimte versterkt de macht der bescherming.

Men herkent dezelfde betekenis in elke liturgische processie rond de tempel, zij schetst de figuur van de eeuwigheid en geeft aan de uitgestrektheid de waarde van een heilige ruimte. Indien de geheiligde tijd overeenstemt met de diepe nostalgie van de eeuwigheid, dan beantwoord de ruimte aan de dorst naar het verloren Paradijs. In dit overschrijden van het empirische bewerkstelligd door het heilige, vindt de mens gedeeltelijk zijn eerste bestemming en richt hij zich op zijn volmaking.

Uit : L’Art de l’Icone – Théologie de la beauté,Paul Evdokimov pp.119-122

 Vertaling : Kris Biesbroeck

Evdokimow P. De overgang van tekens naar symbolen

DE OVERGANG VAN TEKENS NAAR SYMBOLEN

 Kopie (2) van Kopie van jesconq

Wij ontmoeten in de kunst van de catacomben, een zuiver «signitive» kunst. (aanwezig stellend) Haar doel is didactisch : Het verkondigt het heil en stelt haar instrumenten levendig voor door middel van geheime codes. Men kan het klasseren en twee groepen : 1. alles wat betrekking heeft op het water : de ark van Noë, Jonas, Moses, de vis, het anker; 2. alles wat betrekking heeft op brood en wijn : de vermenigvuldiging van de broden, het malen van het graan, de wijngaard; 3. alles wat betrekking heeft op de beelden van het heil en de geredden : de jongeren in de oven, Daniël in de leeuwenkuil, de phoenix vogel, de verrezen Lazarus, de «goede herder».  De voorstelling duidt eenvoudig weg op de zaligmakende daad : bijvoorbeeld, een dode is verrezen, diegene die ten onder gaat wordt gered. Men merkt een grote verwaarlozing van de artistieke vorm en de afwezigheid van elke theologische ontwikkeling. De «goede herder» stelt in het geheel de historische Christus niet voor, maar het wil gewoon zeggen : de Redder redt daadwerkelijk.  Daniël tussen de leeuwen stelt de geredde ziel van de dood voor. Het zijn getekende voorstellingen : kort en treffend, zij spreken van het heil door het doopsel en de eucharistie. Ziehier een griekse inscriptie op een graf die zeer nauw bij deze wijze van voorstellen aansluit, en geeft er de draagwijdte van aan : « Ik ben Abericus, leerling van de Goede Herder die zijn troepen laat grazen op de bergen en in de vlakte…. Overal is het geloof mijn gids geweest, en overal heeft het mij de Vis van de Bron als voedsel gegeven, de grote, de zuivere, die de Maagd heeft gevangen en te eten heeft gegeven aan de vrienden. Zij heeft ook een heerlijke wijn gemaakt en die gemengd heeft met water te drinken gegeven met brood. Dat iedereen die denkt zoals ik en deze woorden begrijpt bidden voor Abericus».

Alles komt overeen met de oproep, dat er geen eeuwig leven is zonder Christus en zijn sacramenten. Alles is gereduceerd tot het enige teken en alles is vreugde, want de verrijzenis van de doden is ingeschreven op de sarcofagen («eters van vlees») De afwezigheid van enige kunst markeert hier het beslissende moment van het lot van deze kunst : haar hoogtepunt, heel dicht nabij nog, de grote scheppingen van de Oudheid zijn nutteloos voor het moment; men neemt er afstand van, gaat voorbij aan zijn eigen dood, dompelt zich onder in de wateren van het doopsel, die uitgedrukt en bewaard zijn in de graffiti van de catacomben, om uiteindelijk uit haar doopvonten te komen bij de aanvang van de 4e eeuw, onder een vorm die nog nooit gezien was : de iconen. Het is de verrezen kunst in Christus : noch teken, noch schilderij, maar icoon, symbool van de aanwezigheid en haar schitterende plaats, liturgisch visioen van het mysterie dat beeld is geworden.

Het geschreven en beluisterde Woord is de inhoud van de Bijbel; zorgvuldig opgebouwd opent zij de poorten van de Tempel; gezongen en voorgesteld op de hiërarchische scene van de cultus, vormt zij de liturgie; mysterievol geschilderd, wordt het tot contemplatie, «visuele theologie» onder de vorm van de iconen.

 

Uit : Paul, Evdokimov : L’Art de l’icone, pp.149-150

Vertaling : Kris Biesbroeck

Kallistos Ware : God en mens deel 4 : De Heilige Geest

God en mens
Kallistos Ware
 

Deel 4 (slot)

 

drieeenheid145

DE HEILIGE GEEST

 

In hun werkzaamheid onder de mensen vullen de tweede en de derde persoon van de Drieeenheid mekaar aan.

Het werk van de verlossing  in Christus kan niet beschouwd worden buiten het  heiligmakende werk van de H.Geest. ‘ Het woord is vlees geworden’ zegt Athanasius, ‘opdat wij de Geest zouden kunnen ontvangen'(36). Eén van de beweegredenen van de menswording is de  nederdaling van de Heilige Geest met Pinksteren.. De orthodoxe Kerk legt heel sterk de nadruk op het werk van de Heilige Geest. Zoals we hebben gezien , is één van de aanklachten

tegenover het filioque , de tendens om de Geest ondergeschikt te maken en zijn rol te verminderen. Voor de Heilige Sérafim van Sarov, is het enige objectief van het christelijk leven de verwerving van de Heilige Geest, en hij zegt bij het begin van zijn gesprek met Motovilov :

‘Het gebed, de vasten, de waken, en alle andere christelijke praktijken, alhoewel goed uit zichzelf, betekenen zij  geenszins het doel van ons christelijk leven : het zijn slechts noodzakelijke middelen om dit doel te bereiken. Want het echte doel van het christelijk leven is de verwerving van de Heilige Geest. Wat betreft het vasten, de waken , de gebeden,  de aalmoezen en alle andere goede werken die gedaan worden in de naam van Christus, het zijn slechts middelen om de Heilige Geest te verwerven. Let hierbij wel op : het zijn slechts de goede werken, gedaan in de naam van Christus, die ons de vruchten van de Heilige Geest bijbrengen.’

‘Deze bepaling’ zegt V.Lossky, ‘die op het eerste zicht heel simpel lijkt, vat de gehele  spirituele traditie van de orthodoxe Kerk samen (37) . En zoals de Heilige Pacomius, leerling van Théodore het zegt : ‘ Wat is er groter dan de Heilige Geest te bezitten ?’ (38).

Wij zullen de kans hebben om in het volgende hoofstuk de plaats van de Heilige Geest in de orthodoxe ecclesiologie te situeren. In elke sacramentele handeling van de Kerk, en vooral in het hart van het eucharistisch gebed, wordt de Heilige Geest plechtig aanroepen. Bij het begin van elke dag, in  zijn dagelijkse gebeden, plaatst de orthodoxe christen zich onder de bescherming van de Heilige Geest , zeggende : ‘Hemelse Koning, trooster, Geest van waarheid, die overal tegenwoordig zijt en die alles vervult, schatkamer van alle goed, gever van het leven, kom en verblijf in ons, zuiver ons van alle smet en red onze zielen, O algoede'(39)

DEELGENOTEN VAN DE GODDELIJKE NATUUR

Het doel van het christelijk leven, dat Seraphim beschrijft als een verwerving van de Heilige Geest van God, kan ook gedefinieerd worden door de term Déificatie’. Basilius stelt de mens voor als een schepsel die de taak heeft gekregen ‘god’ te worden ; en Anastasius, zoals we weten, zegt dat God mens is geworden, opdat de mens ‘god’ zou kunnen worden. ‘In mijn koninkrijk’ ,  zegt Christus ‘zal ik God zijn en jullie goden met mij ‘ (40). Dit is, volgens de orthodoxe leer, het uiteindelijk doel waarnaar elke christen moet streven : god worden, de ‘theosis’ , de déificatie, de vergoddelijking.. In de orthodoxe terminologie is de verlossing van de mens zijn déificatie.

Achter de leer van de déificatie vindt men de idee van de mens die gemaakt is naar de gelijkheid met God, de Heilige Drieeenheid. ‘ Dat wij allen één zijn’, zegt Christus, ‘zoals Gij Vader in mij en ik in U, dat zij ook één zijn in ons’ (Joh.XVII,21). Op de zelfde manier waarop de drie personen van de Drieeenheid ‘ verblijven de één in de ander’, in een voortdurende  stroom van liefde, zo is ook de mens, geschapen  naar het beeld van de

Drieeenheid geroepen om te ‘verblijven’ in de Trinitaire God. Christus bidt  opdat wij deel zouden hebben  aan het leven van de Drieeenheid, in dezelfde liefdesrelatie als binnen de Drieenheid. Hij bidt opdat wij geworteld zouden zijn in de godheid. De heiligen, zoals Maxime de belijder het zegt, zijn zij die een uitdrukking zijn van de Heilige Drieeenheid. Dit idee van een persoonlijke  en organische eenwording tussen God en de mens is een voortdurend wederkerend thema in het evangelie van Sint Jan; het komt ook voortdurend terug in de brieven van Paulus, die vooral  het christelijk leven ziet als een ‘leven in Christus’.  Dezelfde idee vindt men in de beroemde tekst van de tweede brief van Petrus : ‘ Wij zijn met zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur’ (2 Petr.1,4)

Men heeft dikwijls gezegd, dat de orthodoxe leer van de déificatie elke bijbelse fundering mist. Dit is onjuist, het vindt in de bijbelse teksten een soliede basis, niet enkel  in 2 Petrus, maar ook bij Paulus en in het vierde evangelie.

Wanneer men spreekt over déificatie, moet men altijd het onderscheid voor ogen houden tussen ‘essentie’ en  de ‘goddelijke energieën’. De eenwording met God is een vereniging met de goddelijke energieën en niet met de goddelijke essentie. De orthodoxe Kerk verwerpt in zijn opvatting van vereniging en déificatie, elke vorm van panthéisme.

Er is nog een ander punt, dat evenwaardig is als dit en ermee verbonden is : De mystieke eenwording van God en mens, die een waarachtige eenwording is, is een eenwording waarin

de Schepper en  zijn schepsel zich nochtans niet samensmelten tot één enkel ‘zijn’. In tegenstelling tot de oosterse godsdiensten die leren dat de mens wordt geabsorbeerd door de godheid, heeft de orthodoxe mystiek altijd  de nadruk gelegd op het feit dat de mens, welke zijn verbondenheid  met God ook moge zijn,nooit zijn eigen integriteit heeft verloren. De Mens, zelfs de gedéifieerde, blijft altijd ‘onderscheiden’, maar niet ‘gescheiden’ van God.. Het mysterie van de Drie-eenheid is een mysterie van eenheid in verscheidenheid, en zij , die in zich de Drie-eenheid uitstralen, offeren daardoor hun persoonlijke eigenschappen niet op. Wanneer de Heilige Maxime schrijft : ‘ God, en diegenen die Hem waardig zijn, hebben één en dezelfde  energie’ (41), dan wil hij daarmee niet zeggen dat de Heiligen daardoor hun vrije wil verliezen, maar wel, dat zij als gedéifieerden  vrijwillig en uit liefde zich richten naar Gods wil . Door ‘god te worden’ verliest de mens zijn menselijkheid niet : ‘Men blijft een schepsel, God wordend door de genade, mens wordend door de incarnatie'(42).De mens wordt geen God ‘van nature uit’ maar hij is alleen maar een ‘geschapen god’, een god uit genade.

De déificatie heeft ook met het lichaam te maken, daar de mens een eenheid is van lichaam en ziel. Christu
s heeft  de ganse mens gered, ‘ het lichaam van de mens is vergoddelijkt samen met zijn ziel’ (43). In deze goddelijke gelijkenis, moet de mens zelf zijn lichaam-zijn realiseren.’ Uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest’, schrijft Paulus (1 Kor.,6,19). ‘Ik vermaan u dan , broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer'(Rom.12,1). Maar de volle déificatie kan niet bereikt worden in dit leven. Zelfs de schittering der Heiligen is slechts een innerlijke schittering van de ziel, maar wanneer de rechtvaardigen zullen opstaan en getooid zullen worden met een geestelijk lichaam, dan zal hun heiligheid gemanifesteerd worden.’Op de dag der Verrijzenis, zal de glorie van de Heilige Geest ‘van binnenuit ‘ komen. Hij zal de lichamen der heiligen tooien en bekleden met glorie.Een glorie die ze reeds bezaten, maar echter op verborgen wijze in hun ziel. Datgene wat de mens nu bezit, zal zich naar buiten toe in hun lichaam manifesteren'(44). De lichamen der heiligen zullen uiterlijk getransfigureerd worden door het goddelijk licht, zoals het lichaam van Christus op de berg Tabor. ‘Wij moeten hopen op een ‘lente’ van het lichaam'(45).Maar sommige heiligen hebben reeds in dit leven een  begin ervaren van deze zichtbare glorificatie van het lichaam. Sint Serafim, om de meest vooraanstaande te noemen, is niet de enige die dit ervaren heeft. De leerlingen van  Arsenius de Grote, hebben het gezien ‘als een vuur'(46). En men merkt  bij een andere woestijnvader op :’Zoals Moses  in zich het beeld heeft gegrift van de glorie van Adam, toen zijn aangezicht was verheerlijkt, zo schitterde het aangezicht van Abba Pambo als een lichtstraal en hij was een koning gezeten op zijn troon'(47). En, Gregorius van Palamas in herinnering brengend : ‘Als in de toekomstige tijden, het lichaam geroepen is om met de ziel te delen van de onuitdrukbare gelukzaligheden, dan is het zeker dat het er , voor zover het mogelijk is, vanaf nu reeds deel aan heeft'(48).

Het is vanuit deze overtuiging van heiliging en van transfiguratie van het lichaam met de ziel ,dat de orthodoxen hun onmetelijk respect voor de relieken van de heiligen halen. Zoals de rooms katholieken, geloven zij, dat Gods genade, dat actief is in het lichaam van de heiligen gedurende hun leven, zich ook voortzet in hun relieken, door dewelke God zijn goddelijke kracht manifesteert en waarvan Hij instrumenten maakt tot genezing. Er zijn gevallen, waarin het lichaam van heiligen op ‘wonderbare’ wijze bewaard is gebleven , maar, zelfs al is dit niet het geval, dan nog tonen de orthodoxen een evenwaardige verering voor hun beenderen. Dit respect is niet te wijten aan onwetendheid of  bijgeloof, maar is de vrucht van een verheven theologie van het lichaam.

Maar het is niet alleen de mens, maar geheel de schepping die uiteindelijk zal getransfigureerd worden  ‘ Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want  de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan ‘ ( Apoc. XXI,1). De vrijgekochte mens is niet ontrukt aan de overige schepping , maar de schepping moet behouden en geheiligd blijven met hem (De iconen, zoals wij hebben gezien, zijn de aanvang van deze verlossing van de materie ‘. ‘Want met reikhalzend  verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods….in  hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is ‘ (Rom., VIII, 19-22).

Het idee van deze kosmische verlossing , zoals de orthodoxe leer over het menselijk lichaam en over de iconen, is gebaseerd op een diep verstaan van de rol van de incarnatie : Christus is vlees geworden, iets materieels, en Hij heeft ook de verlossing en de gedaanteverandering (metamorfose) van gans de schepping mogelijk gemaakt, niet alleen van de materiële wereld, maar ook van de lichamelijke.

Deze uiteenzetting over de deificatie, van de cosmische vereniging en transfiguratie, kan ver verwijderd lijken van de courante ervaring ; maar dit is pas zo indien men de orthodoxe opvatting van de theosis verkeerd begrepen heeft. Om elke foutieve interpretatie te vermijden, moeten zes punten extra onderlijnd worden

Ten eerste , de deificatie is niet alleen weggelegd voor enkele ingewijden, maar zij is bestemd voor allen. Voor de orthodoxe Kerk is dit het normale doel van elke christen, zonder uitzondering. Natuurlijk zullen we pas ten volle gedeifieerd worden op de Laatste Dag ; maar voor ieder van ons moet er hier en  nu een begin mee gemaakt worden. Er zijn er  weinigen die deze mystieke vereniging met God  reeds hier en nu  bereiken. Maar ieder ware  christen zal zich inspannen om God lief te hebben en zijn geboden te vervullen. In de mate dat de mens hierin volhardt, hoe zwak zijn pogingen ook mogen zijn, en hoe dikwijls hij ook moge vallen, in diezelfde mate is de mens in zekere zin reeds gedeifieerd.

Ten tweede , Het feit dat de mens gedeifieerd is, wil niet zeggen dat hij daardoor geen zondebewustzijn meer heeft. In tegendeel , deificatie veronderstelt een voortdurend berouwvol hart.  Een heilige, hoe ver hij ook gevorderd is op de weg van de heiligheid, houdt hij daarom op de woorden van het gebed van Jezsus  te gebruiken :’ Heer, heb medelijden met

mij, zondaar ?’. Vader Silouan van de Athosberg had de gewoonte om te zeggen : ‘ Bewaar  uw Geest in de hel, en wanhoop niet’ Andere orthodoxe heiligen  hebben ook herhaald ‘: Allen zullen gered wordt, alleen ik zal veroordeeld worden’. De geestelijke schrijvers uit het oosten hechten ook een groot belang aan de ‘gave der tranen’.De orthodoxe mystieke theologie is een theologie van glorie en transfiguratie, maar ook een theologie van berouw.

Ten derde ,  Er is niets ondoorgrondelijks  (esoterisch) of extravagant gelegen in de methode welke we moeten volgen om gedeifieerd te worden. Als iemand vraagt : ‘ Hoe kan ik god worden ?’ is het antwoord eenvoudig : je moet naar de kerk gaan, regelmatig de sacramenten ontvangen, God bidden ‘in geest en waarheid’ , en Zijn geboden volgen.. Het laatste, Zijn geboden volgen, mogen wij nooit vergeten. De orthodoxie , evenals het westerse christendom, verwerpt iedere vorm van mysticisme die zich vrij wil maken van de morele wetten.

Ten vierde ,De deificatie is geen proces van mij alleen, het is een ‘sociaal’ proces. Wij hebben gezien, dat de deificatie kan bereikt worden door het volgen van de geboden ; Christus heeft ze samengevat in zijn onderricht over de liefde voor God en de naaste. Deze twee vormen van liefde zijn onscheidbaar. Een mens kan zijn naaste niet liefhebben als zichzelf, indien hij God niet liefheeft boven alles, en een mens kan God niet liefhebben als hij de andere mensen niet liefheeft (I Joh 4, 20 ). Er is dus niets egoïstisch aan de deificatie : het is alleen als een mens zijn naaste liefheeft dat een mens gedeifieerd kan worden. ‘Het leven of de dood hangt van onze buur af ‘, zegt Antonius van Egypte, ‘ want als wij het hart van onze buur veroveren, veroveren wij God, en als we een oorzaak van val zijn voor onze buur, dan zondigen wij tegen Christus ‘(49). De mens, gemaakt naar het beeld van de drie-eenheid, kan slechts deze goddelijke gelijkenis realiseren, indien hij op dezelfde wijze leeft als deze van de Heilige Drie-eenheid :

Zoal
s de drie personen van de godheid ‘verblijven’ in mekaar , zo moeten ook de mensen in mekaar ‘verblijven’., niet meer levend voor zichzelf, maar in de anderen en voor de anderen. ‘Indien het voor mij mogelijk was een melaatse te vinden’, zei een Woestijnvader, ‘en hem mijn lichaam te geven en ik het zijne, dan zou ik dit met vreugde doen, want dit is de volmaakte liefde'( 50). Hier hebben we de diepste definitie van wat theosis is.

Ten vijfde , De liefde voor God en de mensen moet actief zijn : de orthodoxie verwerpt elke vorm van quietisme, elke vorm van  liefde die abstract blijft. De deificatie, alhoewel ze de hoogten van de mystieke ervaring nastreeft, heeft ook een  nuchtere en  alledaagse kant. Wanneer wij denken aan deificatie, dan denken we dikwijls aan de hesychasten, die in stilte bidden,  en aan het getransfigureerde gelaat van de Heilige Serafim,.Dit maakt indruk op ons.Maar we mogen de Heilige Basilius niet vergeten die zich bezighield met de zieken in het hospitaal van Césaréa, noch de heilige Johannes de Aalmoezenier die zich inzette voor de armen van Alexandrië, noch de Heilige Sergius die in lompen gehuld, werkte in de groententuin om te kunnen voldoen aan de noden van de gasten van het monasterie. Deze twee aspecten vormen slechts één beeld

Ten slotte , De deificatie veronderstelt een leven in de Kerk, door de sacramenten.De theosis , conform met de Drie-eenheid, veronderstelt een gemeenschappelijk leven, en het is slechts in de Kerk dat wij dit kunnen realiseren. De Kerk en de sacramenten zijn de middelen die God  gegeven heeft aan de mens om de heiligmakende Geest te ontvangen en gevormd te worden naar de goddelijke gelijkenis.

1) V.Lossky,Essa isur la théologie mystique de l’Eglise d’Orient,p64

(2) D.J. Chitty, ‘The doctrine of the holy Trinity told tot the children’, in Sobornost, Séries 4,n° 5,1961,p.241

(3) Gregorius Palamas, P.G.,1176C (p.104)

(4) Sur la Foi orthodoxe, I,4 (P.G.,XCIV,800B,797B)

(5) Onder invloed van het modernisme hebben vele protestanten ‘zo goed als’ verzaakt aan de leer over de Drieeenheid en de menswording. Ik spreek hier over de calvinisten, lutherianen en anglicanen die trouw zijn gebleven aan de formules van het classieke protestantisme van de XVIe eeuw.

(6) Gregorius van Nazianze, Homelies, XXXI,14

(7) Johannes van Damascus, Sur la Foi orthodoxe,1,8 (P.G.,XCIV,809A)

(8) Gregorius van Nazianze, Homélies,XXV,17

(9)Volgens Sabellius, een ketter uit de 2e eeuw, was de Drieeenheid geen vereniging van drie personen, maar vormde ze  één enkele Persoon, één unieke goddelijke essentie die zich manifesteert onder drie opeenvolgende aspecten : Vader, Zoon en Heilige Geest.

(10) P.G., CII,289B

(11) Summa Theologica,I,Question 40,art.2

(12) J.Meyendorff,Introduction à la vie de Grégoire Palamas,p.294

(13) Niet alleen de orthodoxen, maar ook sommige catholieke autoriteiten geloven dat er        een verband bestaat tussen het geschil over het filioque en het vraagstuk over het pauselijk primaat.Zie in dit verband wat Sint Thomas van Aquino hierover gezegd heeft in zijn Contra errores Graecorum  (Y.Congar, Esquisses du Mystère de l’Eglise,Paris,1953,pp.136-137.

(14) Augustinus, Confessiones,I,1

(15) De eerste hoofdstukken van Genesis bevatten religieuze waarheden en mogen niet letterlijk worden opgenomen. Vijftien jaar voor de moderne bijbelkritiek interpreteerden de Kervaders de Schepping en het Paradijs op een meer symbolische dan litteraire wijze.

(16) Sur la Foi orthodoxe,11,12 (XCIV,920 B).

(17) In de septuagint : ps.81 , in de andere vertalingen ps.82.

(18) Démonstration de la prédication apostolique

(19) P.G., CL, 1361C.

(20) Lettre 3 (Collections grèque et latine, 6)

(21) Geciteerd in : P.Evdokimov, L’Orthodoxie,p.88.

(22) Première vie Grèque,22

(23) Stromateis,I,XiX (P.G., LXXIX,1193C).

(24) Sur la prière 123 (P.G.,LXXIX,11936C

(25) P.Evdokimov, L’Orthodoxie, p218.

(26) Een monniik van de Oosterse Kerk, Orthodox Spirituality,p.23

(27) Homélies sur les mots Saul ,Saul 6 (P.G.,LI,144

(28) Homélies catéchétiques, I, 4.

(29) Sur la perfection de la droiture de l’homme, IV,9

(30) Dosithée, Confession, Décret III (comparer avec décret XIV)

(31) Thomas Van Aquino hangt het standpunt van Augustinus aan , maar weerhoudt de idee van een oorspronkelijke schuld.Maar wat betreft de pasgeborenen die niet gedoopt zijn, zegt hij dat ze niet naar de hel gaan, maar naar het voorgeborgte.Dit standpunt is het standpunt van de rooms-katholieke Kerk geworden. Voor zover ik kan nagaan, heb ik binnen de orthodoxie geen enkele schrijver gevonden die gewag maakt van dit voorgeborgte. ; men vindt dikwijls in de theologische literatuur het Augustijnse standpunt over de val, maar algemeen genomen is

(32) P.Hammond, The waters cf Marah,p.20

(33) O.Rousseau, ‘Incarnation et anthropologie en Orient et en Occident” , in Irénikon, vol.XXVI (1953), p.373.(34) Eerste exorcisme voor het sacrament van het doopsel

(35) Johannes Chrysostomos, tweede sermoen over het kruis (P.G.,XLIX,413)

(36) 1. Over de incarnatie en tegen de Ariërs 8 (PG, XXVI,996C)

(37) V.Lossky, Essai sur la théologie mystique de l’Eglise d’Orient,p193

(38) Première vie grecque de Pacôme 135

(39) Gebed dat gebruikt wordt in bijna alle liturgische diensten

(40) Canon van de Metten op Goede Donderdag, Ode 4, Troparion 3.

(41) Ambigua, P.G., XCI,1076C

(42) V
.Lossky, Essai sur la théologie mystique de l’Eglise d’Orientnp84

(43) Maxime, Chapitres gnostiques II, 88 (P.G., XC,1168A)

(44) Homélies de Macairen, v.9.Het is de transfiguratie van dit verrezen lichaam dat de schilder van ikonen symbolisch probeert uit te drukken, aldus de oorspronkelijke en onderscheiden trekken van de Heilige trachtend uit te drukken, hij vermijdt  echter om er een realistisch beeld van te maken (fotografisch). Door de mensen te schilderen in de staat dat ze nu zijn, schildert hij hen in hun zondig ,vleselijke lichaam, en niet in  het hemelse.

(45) Minucius Felix (einde 2e eeuw), Octavius,34.

(46) Apophthegmata (P.G., LXV) Arsenius 27

(47) Apophthegmata (P.G.,Pambo 12 ; Te vergelijken met Apoththegmata, Sisoes 14 en Silvanus 12. Epiphane, in zijn leven van Serge van Radonège, verklaart hij dat het lichaam van de heilige straalde na zijn dood.. Men zegt dikwijls, dat de transfiguratie door het licht correspondeert aan de stigmatisatie bij de westerse Heiligen. Men moet echter niet al te radicaal zijn in de vergelijking : men vindt in het westen gevallen van ‘lichamelijke verheerlijking’, zoals bv. Bij een Engelse vrouw ,Evelyn Underhill (1875-1941), waarvan een vriend getuigt haar getransfigureerde  en lichtend gezicht gezien te hebben(het verhaal doet denken aan dat van Serafim ). En de stigmatisatie, alhoewel het een typisch westers verschijnsel is, is ook in het Oosten bekend. In de Koptische tekst over het leven van de  Heilige Marcarius van Egypte, is beschreven hoe een cherubijn hem verscheen, ‘nam de maat van zijn borst’ en ‘kruisigde hem aan de grond’.

(48) Tomos de la Montagne Sainte (P.G., CL, 1233C).

 (49) Apophthegmata (P.G.,LXV, Antoine 9.

(50) Idem, Agathon.

 

Uit : L’Orthodoxie : L’Eglise des sept conciles, hst.XI, pp. 285-323

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Kallistos Ware : Jezus Christus

GOD  EN  MENS

Kallistos Ware

DEEL  3

JEZUS CHRISTUS

christus22222

De menswording is een daad van welwillendheid(filantropie) van God uit, van zijn liefdevolle zorg voor de mens. Enkele oosterse schrijvers hebben geopperd, dat zelfs, indien de mens niet gevallen was, God in zijn oneindige goedheid voor de mens toch mens zou zijn geworden.. De incarnatie moet begrepen worden  als een onderdeel van de eeuwige  bedoelingen van God, en niet enkel als een antwoord op de val. Dit is onder andere het standpunt van Maxim de Belijder en van Isaac de Syriër. Ook sommige westerse  schrijvers hebben dit standpunt verdedigd : o.a Dun Scotus (1265-1308).

Door de val van de mens is de incarnatie niet alleen een act van liefde, maar van redding.

Christus heeft, door in zichzelf de goddelijkheid en de menselijkheid te verenigen, opnieuw de weg geopend voor de eenheid met God. In zijn eigen persoon heeft Christus  ons getoond wat de werkelijke gelijkheid met God inhoudt, en dit door zijn reddend en bevrijdend offer. Hij heeft ons getoond hoe wij deze gelijkheid met God kunnen bereiken. Christus, de tweede Adam is op aarde gekomen en heeft de gevolgen van de ongehoorzaamheid van de eerste Adam teniet gedaan.

De voornaamste argumenten in verband met de orthodoxe leer over de menswording zijn uiteengezet in hoofdstuk II : waarlijk God en waarlijk mens, één persoon met twee naturen, zonder scheiding noch verwarring; een enkele persoon met twee willen en twee energieën.

Waarlijk God en waarlijk mens : zoal bisschop Theofaan de kluizenaar het heeft gezegd : ‘ Achter de sluier van het vlees van Christus  ontdekken de Christenen de Drie-ene God.’. Deze woorden bevatten misschien wel het meest wezenlijke van de orthodoxe leer over Christus : de onweerstaanbare betekenis van Zijn  goddelijke glorie.

Deze goddelijke glorie  heeft zich vooral op twee momenten in  het leven van Christus gemanifesteerd.: bij de Transfiguratie op de berg Tabor, wanneer het ongeschapen goddelijk licht zichtbaar is geworden doorheen het omhulsel van het vlees; en zijn verrijzenis, wanneer het graf zich onder de kracht van het goddelijke heeft geopend, en de triomferende Christus uit het graf is opgestaan. Deze twee gebeurtenissen hebben een centrale plaats in de orthodoxe liturgie. De Transfiguratie is één van de negen grote feesten van de byzantijnse kalender, en wordt met meer luister gevierd dan in de westerse kerk. Wij hebben reeds over het belang van het ongeschapen licht van de Tabor gesproken waar het ging over de orthodoxe leer van het mystiek gebed. Wat de Verrijzenis betreft : het ganse leven van de Kerk is ervan doordrongen.

‘Doorheen de wisselvalligheden van zijn bestaan, heeft de griekse Kerk altijd iets bewaard van de oorspronkelijke geest uit het begin van het Christendom. Wij  treffen er nog altijd in de (‘dit het gevolg van westerse invloed. De confesion Orthodoxe van Pierre de Moghila, is zoals men kan verwachten, sterk Augustiniaans ; van de andere kant, de confesion van Dosithée is er totaal van vrijgemaakt..’) liturgie, die zuivere vreugde van de Verrijzenis van de Heer. Wij vinden hiervan nog vele getuigenissen in de eerste Christelijke geschriften.'(32).

‘Deze band met de Verrijzenis van Christus bundelt  alle grondbeginselen en  theologische werkelijkheden harmonieus samen'(33)

Toch mag men niet beweren, dat door de grote verering voor de Transfiguratie van Christus en Zijn Verrijzenis , de orthodoxie te weinig aandacht zou schenken aan Zijn menselijkheid..

Een orthodox is diep verbonden met de plaatsen in het Heilige Land, waar Christus heeft geleefd en gestorven. Wij kunnen niet voorbijgaan aan de diepe godsvrucht waarmee eenvoudige russen de plaatsen vereren waar Christus heeft geleefd en onderwezen heeft en is gestorven . De vreugde van de Verrijzenis  vermindert geenszins de betekenis van het kruis.

De kruisiging is niet minder aanwezig in de orthodoxe kerken dan in de andere., en de verering van het kruis is zelfs meer uitgesproken in de byzantijnse eredienst van in de latijnse.

Wij moeten de algemene opvatting weerleggen, dat men in de orthodoxe Kerk  hoofdzakelijk aandacht zou  schenken aan de Verrijzenis  en dat er parallel hiermee, in de westers Kerk meer aandacht wordt geschonken aan de verering van het kruis.Indien men over een tegenstelling wil spreken dan zou men kunnen zeggen dat hun uitgangspunt hetzelfde is, maar dat hun denken over het kruis  een weinig verschillend is van elkaar.

De orthodoxe leer over de kruisiging vinden wij mooi beschreven in de hymnen van Goede Vrijdag.

Hij die omgord is met licht

verschijnt naakt op het oordeel.

Op zijn wang heeft Hij de slagen ontvangen

van handen die Hij gevormd heeft

De uitgelaten menigte sloeg

de koning van de glorie aan het kruis

Op Goede Vrijdag denkt de orthodoxe Kerk niet alleen aan het lijden van Christus maar wel aan de tegenstelling tussen de zichtbare vernedering en de werkelijke glorie. De orthodoxe Kerk ziet niet alleen  het menselijk lijden van Christus, maar de lijdende God..

Vandaag is aan het kruis gehangen

Hij die de aarde bedekt heeft midden de wateren.

Een doornenkroon op het hoofd

van Hem die de koning der engelen is.

Hij is bedekt met een mantel van spotternij

Hij die de hemelen heeft omhuld met wolken.

Achter de sluier van de bloedende en lijdende Christus, heeft de orthodoxie altijd de Drieene God ontdekt. Zelfs Golgotha is een théofanie. Zelf op goede Vrijdag laat de Kerk ons een  sprankel vreugde horen van de Verrijzenis :

Wij aanbidden  Uw lijden, o Christus :

Toon ons uw glorievolle Verrijzenis

Ik loof Uw lijden.

Ik loof uw dood en Uw Verrijzenis,

uitroepende : Heer, ere zij U.

Men kan de kruisiging niet scheiden van de Verrijzenis ; zij zijn in één enkele actie gegrond. De calvarie moet altijd gezien worden in het licht van het lege graf. ; het kruis is het  zegeteken. Wanneer de orthodoxie denkt aan de gekruisigde Christus, dan denkt zij niet enkel aan haar lijden en haar troosteloosheid, maar ze ziet de Christus die overwint, Christus de Koning die reeds overwint op het hout en regeert :

‘De Heer is in de wereld gekomen en heeft onder ons gewoond,om de tirannie van de duivel te vernietigen en de mens te bevrijden. Op het kruis, heeft hij alle tegenstrijdige krachten overwonnen, wanneer de zon verduisterde en de aarde beefde, wanneer de graven zich openden en de lichamen van de heiligen opstonden. Door de dood heeft hij de dood overwonnen en hen die de macht hadden te doden heeft hij teniet gedaan’(34)

Christus is onze glorierijke Koning, niet ondanks de kruisiging, maar dank zij haar : ‘Ik noem Hem Koning, omdat ik Hem gekruisigd zie'(35).

Dit is de geest waarin de orthodoxe christenen de dood van Christus op het kruis beschouwen. Tussen hen en de middeleeuwse en post-middeleeuwse Westerse christenen is er natuurlijk een grote gelijkenis ; nochtans zijn er verschillende zaken in de Westerse zienswijze die de orthodoxen vreemd lijken : Het lijkt hen alsof het Westen de neiging heeft  te geïsoleerd te denken over de kruisiging, door ze abrupt te scheiden van de Verrijzenis. Daardoor stelt de

lijdende mensheid van Christus zich in de plaats van de visie van de lijdende God : de westerse gelovige die het kruis bemediteert  voelt te dikwijls  een nogal afwijkende sympathie voor de Man  van smarten, veeleer dan de zegevierende en triomferende Koning te aanbidden.

De grote latijnse hymne van Venantius Fortunatus (530-609), Pange Lingua, die het kruis groet als zegeteken, is helemaal in de lijn van de orthodoxe gedachte :

Bezing, mijn ziel, het triomferende einde

van de glorieuze strijd ;

Nu boven het kruis, onze trofee,

weerklinkt de glorievolle zang

Zeg hoe  Christus, de Redder van de Wereld

als slachtoffer, de glorie heeft gewonnen.

Het Vexilla Regis, eveneens van Fortunatus, staat eveneens dicht bij de orthodoxe visie :

Alles is vervuld zoals David heeft gezegd

In de vervulde profetieën.

Onder de volkeren, heeft  hij gezegd,

heeft God op het kruishout geregeerd en getriomfeerd.

Maar wat de orthodoxen niet delen, zijn de gevoelens uitgedrukt naar het einde van de Middeleeuwen toe, zoals bijvoorbeeld in het Stabat Mater :

Zij ziet Jezus in smart

voor de zonden van Zijn volk.

En onderworpen aan geseling

ziet zij haar teder kind

stervende in diepe droefheid, overgeleverd aan de dood,

hoort zij Hem zijn laatste adem uitblazen.

Het is betekeningsvol dat in de loop van de zestig lijnen van deze hymne, er geen enkele verwijzing is te vinden naar de Verrijzenis.

Daar waar de orthodoxie voornamelijk de Christus overwinnaar ziet, zien de Middeleeuwen en de post-Middeleeuwen  op de eerste plaats Christus als  het slachtoffer. De orthodoxen interpreteren de kruisiging essentieel als de triomferende overwinning over de machten van het kwaad ; maar het westen, en dit voornamelijk sedert Anselmus van Canterbury (rond 1033-1109). hebben de neiging om te denken aan het kruis in juridische en strafrechtelijke termen en als een verzoenende of plaatsvervangende daad, die de woede van de Vader verzacht..

Nochtans moeten wij de vergelijkingen niet overdrijven : sommige oosterse schrijvers hebben evenals  de westerse schrijvers de nadruk gelegd op het strafrechtelijk en juridisch aspect van de kruisiging, en de westerse schrijvers, evanals de oosterse hebben nooit opgehouden om in de Grote Vrijdag de overwinning van Christus te zien.. De laatste jaren ziet men in het westen  een vernieuwde belangstelling voor de Chritus Victor, in de theologie, in de spiritualiteit en in de kunst ; het is een vernieuwing welke de orthodoxen met vreugde vaststellen.

  Uit het boek : «l’Orthodoxie – L Eglise des sept conciles» pp.285-319.Kallistos ware

Vertaling : Kris Biesbroeck

God en de mens – deel 2

GOD EN DE MENS

Kallistos Ware

DEEL 2

DE MENS : ZIJN SCHEPPING, ZIJN ROEPING, ZIJN VAL

 

‘Gij hebt ons gemaakt voor u en onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in u’.( 14)

De mens is geschapen om gemeenschap te hebben met God. Dit is de eerste en essentiële factor van de Christelijke leer met betrekking tot de mens. De mens echter , alhoewel geschapen om Gods vriend te zijn, heeft deze fundamentele roeping voortdurend genegeerd. Dit is de tweede  factor binnen de Christelijke antropologie.

De mens is geschapen om in communio te treden met God. In de taal van  de Kerk: God heeft  Adam geschapen naar zijn eigen beeld en gelijkenis , en heeft hem geplaatst in het Paradijs (15) . De mens echter heeft deze gemeenschap met God verworpen. In de taal van de Kerk : Adam is gevallen, en zijn val heeft gans de mensheid meegesleurd.

De schepping van de mens. God zegt : ‘Laat ons de mens maken naar ons beeld en gelijkenis’

(Genesis, I, 26). God spreekt in het meervoud ‘laat ons’. De griekse Vaders hebben het voortdurend herhaald : de schepping is een daad van de drie personen van de Drie-eenheid.

Daarom mogen wij nooit in het beeld en de gelijkenis met God, het Trinitaire beeld en gelijkenis uit het oog verliezen.Wij zullen het vitale belang hiervan zien.

Beeld en gelijkenis. Volgens de meeste Griekse Vaders  duiden beeld en gelijkenis niet exact hetzelfde aan.. ‘De uitdrukking naar ons beeld, schrijft Johannes van Damascus, ‘duidt op de rationaliteit en vrijheid, terwijl de uitdrukking naar onze gelijkenis onze gelijkwording met God aanduidt door de deugd’ (16).

Het beeld , of de icoon van God  zoals de grieken zeggen  duidt op de vrije wil van de mens, zijn rede, zijn moreel gevoel en zijn verantwoordelijkheid. In feite komt het neer op alles wat de mens onderscheidt van het dier. Maar ‘beeld’ wil nog veel meer zeggen, het zegt ook dat wij van het ‘geslacht’ zijn van God (Hand.XVII,28), van Zijn  verwantschap.Tussen Hem en ons is er een punt van contact,een wezenlijke gelijkheid. De afgrond tussen de schepper en zijn schepsel is niet onoverkomelijk. Juist omdat wij gemaakt zijn naar Zijn beeld kunnen we God kennen en in gemeenschap met Hem treden.. En wanneer de mens gebruik maakt van zijn mogelijkheid om in gemeenschap met God te treden, dan zal hij worden zoals Hij, hij zal een goddelijke gelijkvormigheid verwerven. Of zoals Johannes van Damascus het uitdrukt  : hij zal opgenomen worden in God door zijn deugden.. Deze gelijkheid bewerken staat gelijk

met  de ‘deïficatie’, een tweede god worden, een God door de genade. ‘Ik heb u gezegd : gij zijt goden, zonen van de Allerhoogste'(psalm LXXXI,6)(17).

In het beeld zijn de mogelijkheden vervat die God aan elke mens heeft gegeven vanaf zijn geboorte. De gelijkenis daarentegen is geen gratis gave die de mens heeft gekregen vanaf het begin van zijn bestaan. Het is een doel dat de mens moet nastreven. Het is iets wat slechts geleidelijkaan kan bereikt worden. Hoe zondig de mens ook is, hij kan het beeld-zijn niet verliezen, maar de gelijkenis hangt af van onze morele keuzes, van onze manier van leven, en kan dus door onze zonde worden tenietgedaan.

Zo is de mens als een volmaakt wezen geschapen, niet als dusdanig, maar hij heeft de mogelijkheid om er naartoe te groeien. Doordat het beeld-zijn een gratis gave is, is de mens geroepen om de gelijkenis te verwezenlijken door zijn eigen inzet. Hierbij natuurlijk geholpen door Gods genade. Zo hebben het verschillende griekse Vaders uitgedrukt : de eerste staat van Adam was er een van onschuld en eenvoud.’Hij was als een kind waarvan het inzicht nog niet volmaakt was’ aldus de Heilige Ireneüs'( 18). Hij moest nog groeien om de volmaaktheid te bereiken’. God heeft Adam op het juiste pad gezet, maar de weg was lang om het uiteindelijke doel te bereiken.

Deze bedenking over Adam voor de val verschilt in zekere mate met de opvatting van de Heilige Augustinus, en die aanvaard is door het Westen.

Volgens de Heilige Augustinus was de mens in het paradijs zich vanaf het begin sterk bewust en verstandig. Zijn volmaaktheid was geenszins potentieel, maar volkomen gerealiseerd. De dynamische opvatting van Ireneüs staat dichter bij de moderne theorieën over de evolutietheorie dan de statische opvatting van Augustinus. Maar, aangezien beiden spreken als theoloog, en niet als wetenschappers, kunnen de wetenschappelijke hypothesen hun visies niet ondersteunen noch tegenspreken.

Het westen heeft dikwijls het beeld van God geassocieerd met de menselijke intelligentie. Veel orthodoxen ondersteunen hetzelfde idee, anderen daarentegen zeggen dat, omdat de mens een geheel is, het beeld van God de ganse persoon omvat, ziel én lichaam samen. ‘Wanneer men zegt dat God de mens heeft geschapen naar zijn beeld’,aldus Gregorius Palamas, ‘betekent het woord mens niet de ziel alleen, of het lichaam alleen, maar de twee samen'(19). Het feit dat de mens een lichaam heeft , maakt hem daarom niet ondergeschikt, maar verhevener dan de engelen.

Het is waar, dat de engelen pure geesten zijn, terwijl de mens een mengeling is van het materiële en het intellectuele, maar dit toont alleen aan dat de mens vollediger is dan de engelen en rijker aan mogelijkheden.De mens is een microcosmos, een brug en het punt van ontmoeting met de ganse schepping van God. Het beeld van God in de mens heeft een zeer belangrijke plaats in het orthodoxe religieuze denken.

De mens is een levende theologie. En omdat de mens een ikoon is van God, kan hij God vinden door in zijn eigen hart te kijken, door ‘in zichzelf te keren’. ‘Het Koninkrijk Gods is midden onder U (Lucas XVII,21). ‘Ken jezelf’ zegt de heilige Antonius van Egypte. ‘Diegene die zichzelf kent, kent God'(20). ‘Als je zuiver bent’, zegt de heilige Isaac de Syriër (einde VIIe eeuw),’dan is de hemel van U; gij zult in uzelf de engelen en de Heer der engelen zien'(21). En zoals men heeft gezegd van Sint Pacomius : ‘In de zuiverheid van zijn hart heeft hij God gezien, de onzichtbare, als in een spiegel'(22).

Omdat hij een ikoon is van God, is elke mens, zelfs de meest zondige, oneindig kostbaar in de ogen van God. ‘Diegene die zijn broeder heeft gezien, heeft God gezien’ (23), heeft Clémens van Alexandrië (+ 215) ooit gezegd. En Evagrius leert ons : ‘Na God moeten we elke mens beschouwen als God zelf'(24). Dit respect voor de menselijke persoon is uitgedrukt in de orthodoxe liturgie, wanneer de priester niet alleen de ikonen, maar alle leden van de gemeenschap bewierookt. Hij groet hiermee het beeld van God in elke mens.’De beste ikoon van God, is de mens’ (25).

Genade en vrije wil.

Door het feit, zoals wij hebben gezien, dat de mens geschapen is naar de gelijkenis met God, heeft de mens een eigen wil. God wilde zonen en geen slaven. De orthodoxe  kerk verwerpt elke leer die een aanslag pleegt op de vrije wil van de mens. Om de relatie uit te drukken tussen de genade van God en de menselijke vrijheid, gebruikt de orthodoxie de term ‘medewerking’ (coöperatie) of synergie (synergeia).Volgens de woorden van Paulus : ‘Wij zijn medewerkers (Synergoi) van God (I Cor.,III,9). De mens kan de volle gemeenschap met God niet bereiken, tenzij met Zijn hulp. Maar het vraagt ook de actieve medewerking van de mens zelf. Alhoewel datgene wat God doet oneindig belangrijker is dan dat wat de mens kan doen, toch moet de mens evenzeer zijn bijdrage leveren aan het gemeenschappelijke werk.

‘De verheffing van de mens in Christus en zijn vereniging met God vereist een noodzakelijke samenwerking van deze twee ongelijke krachten : de goddelijke genade en de menselijke wil'(26). De moeder van God is het voorbeeld bij uitstek van deze synergie .

Sedert Sint Augustinus en het pélagianisme heeft het Westen deze kwestie van de genade en de vrije wil op een enigszins andere manier  uitgelegd. Velen  die opgeleid zijn in de Augustijnse traditie, vooral de Calvinisten, hebben heel wat bedenkingen bij de orthodoxe visie op de synergie. Hecht de orthodoxe visie niet te veel belang aan de mens  en té weinig aan God ? – Nochtans is de orthodoxe leer heel duidelijk : ‘ Zie, ik sta aan de deur en Ik klop. indien iemand mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen'(Apoc.,III,20).

God klopt, maar wacht tot de mens opendoet. Hij ‘breekt’ niet. Gods genade nodigt uit, maar dwingt niemand. In de termen van Johannes Chrystonomos luidt het : ‘God dwingt niemand met  kracht, geweld. Hij wil het heil van allen, maar dwingt niemand'(27). ‘Het is aan God om Zijn genade te verlenen’ zegt  de heilige Cyrillus van Jeruzalem (+386).’onze taak is het deze te aanvaarden en te bewaren'(28).  Omdat de mens Gods genade heeft  ontvangen en bewaard  mag men daarom nog niet stellen dat men verdiensten heeft verdiend. Gods gaven zijn altijd ‘gratis’, de mens heeft geen enkel recht  tegenover zijn schepper.Maar omdat de mens het heil niet kan ‘verdienen’, moet hij eraan werken, want zoals geschreven staat ‘Indien het geloof niet met werken gepaard gaat, is het, op zichzelf genomen, dood’ (Jacobus,II,17).

De val : de erfzonde.

God heeft Adam een vrije wil gegeven, dit wil zeggen, de mogelijkheid om te kiezen tussen goed en kwaad. Het hangt van Adam af  om zijn roeping aan te nemen of te weigeren. Hij heeft geweigerd. In plaats van voort te gaan op de weg die God hem had aangetoond, is hij een andere weg ingeslagen, hij is ongehoorzaam geworden. De val van Adam bestaat hoofdzakelijk in zijn ongehoorzaamheid aan Gods wil. Hij heeft zijn zijn eigen wil gesteld tegenover Gods wil, hij is gescheiden geworden van God. Het resultaat hiervan was, dat er een nieuwe bestaansvorm in de wereld is gekomen : deze van ziekte en dood. Door zich van God af te keren, die de onsterfelijkheid en het leven is, is de mens binnengetreden in een situatie die tegenstrijdig is met zijn natuur, en waarvan de monsterachtige omstandigheden onherroepelijk hebben geleid tot desintegratie en fysische dood..De gevolgen van Adam’s ongehoorzaamheid hebben zich uitgespreid over al zijn nakomelingen.Wij zijn mekaars ledematen, herhaalt Paulus voortdurend; als een lid lijdt, lijdt gans het lichaam. Omwille van deze mysterieuze  eenheid van het menselijk geslacht is niet alleen Adam onderworpen aan de dood, maar de ganse mensheid. De gevolgen van de val zijn niet alleen fysisch, maar ook moreel. Door het gescheiden zijn van God, zijn Adam en zijn nakomelingen gekomen onder de macht van kwaad en zonde. Iedere mens wordt geboren in een wereld waarin het kwade overheerst, een wereld waarin  het kwade gemakkelijker te doen is dan het goede. De menselijke wil is verzwakt door wat de grieken noemen ‘begeerte’, en de Latijnen ‘concupicentia’. Wij zijn allen onderworpen aan deze geestelijke aspecten van de erfzonde.

Tot hier komen zowel de rooms katholieken als de klassieke protestanten  overeen.

Maar vanaf dit moment zijn de meningen verdeeld. De orthodoxie heeft vanaf het begin geen al te groot idee gehad van de menselijke volmaaktheid voor de val, in tegenstelling tot het westen.. De orthodoxie is ook minder streng dan het westen wat betreft de gevolgen van de val. Adam is niet gevallen van een verheven hoogte van kennis en volmaaktheid, maar van een toestand van  oorspronkelijke eenvoud. Wij moeten dus zijn fout niet al te streng beoordelen. Zeker, als gevolg van de val is de geest van de mens  zodanig vertroebeld, en zijn wil is zodanig verminderd, dat hij niet meer kan hopen op een gelijkheid met God. De orthodoxie denkt echter dat  de val de mens niet  geheel heeft  afgesloten van Gods genade, maar gelooft dat de genade, in plaats van te handelen van binnenuit, zoals voor de val, nu handelt van buitenuit..De orthodoxie deelt het standpunt van Calvin niet, voor wie de mens, na de val, totaal verdorven is en onbekwaam tot één goede bedoeling. De orthodoxie is zeker niet akkoord met Augustinus, wanneer hij schrijft dat de mens onder de’verschrikkelijke noodzaak’ is van te zondigen, en dat de natuur van de mens ‘wordt gedomineerd door de zonde waarin hij is gevallen en waardoor hij zijn vrijheid heeft verloren'(29).. Het beeld van God is vertroebeld door de zonde, maar zij is nooit vernietigd ; volgens de woorden van een hymne die wordt gezongen tijdens een orthodoxe begrafenis : ‘ Ik ben het beeld van Uw onuitsprekelijke glorie, zelfs al draag ik in mij de wonden van de zonde’. En omdat hij altijd het beeld van God in zich draagt, bewaart de mens ook zijn vrije wil, zelfs al  wordt die wil beperkt door de zonde. Zelfs na de val heeft God ‘aan de mens de mogelijkheid om te willen – Hem te willen gehoorzamen of niet’ niet ontnomen’ (30). Trouw aan de idee van de synergie, verwerpt de orthodoxie elke interpretatie van de val die geen plaats zou laten aan de menselijke vrijheid. De meeste van de orthodoxe theologen verwerpen ook de idee van erfzonde (reatus), onder andere door Augustinus naar voor gebracht , en nog altijd aanvaard door de rooms katholieke Kerk. Algemeen gesproken komt het orthodoxe standpunt hierop neer dat de mens automatisch erfgenaam is geworden van de verdorvenheid en sterfelijkheid van Adam., maar niet van zijn zonde : hij is slechts schuldig in de mate dat hij met zijn vrije wil Adam nabootst. Veel westerse christenen denken dat de mens onbekwaam is om ook maar iets te doen dat aangenaam is voor God, want hij kan niets doen dat niet besmet is door de zonde. Er is geschreven in het 13e van de 39 artikelen van de anglikaanse Kerk : ‘ De werken voor de rechtvaardiging zijn niet aangenaam voor God, want ze hebben een zondige natuur…’

Dit is een hypothese welke een orthodox huivert om te formuleren. En nooit zal een orthodox denken (zoals Augustinus en veel andere westerlingen) dat de pasgeborenen die sterven zonder gedoopt te zijn, en dit door de wil van een rechtvaardige God, zullen overgeleverd worden aan de eeuwige vlammen van de hel(31).

De verscheurde mensheid is minder somber voorgesteld vanuit orthodox standpunt, dan uit het standpunt van Augustinus of Calvijn. Maar de orthodoxie, vasthoudend aan het argument, dat de mens na de zondeval volledig zijn vr
ije wil behoudt, en bekwaam is het goede te doen, is nochtans akkoord met het westen in het gemeenschappelijk geloof dat de zonde een koof heeft teweeggebracht tussen de mens  en God, en dat de mens deze kloof niet op eigen krachten kan dempen. De zonde blokkeert de weg naar de eenheid met God. En daar de mens niet meer naar God kon gaan, is God tot de mens gekomen.

Uit het boek : «l’Orthodoxie – L Eglise des sept conciles» pp.285-319.

Vertaling : Kris Biesbroeck

Kallistos Ware : God en Mens Deel 1 : De Drie-Ene God

                   GOD  EN  DE    MENS

Kallistos Ware

 

 +

‘In zijn liefde zonder grenzen, is God geworden wat wij zijn, opdat wij zouden worden als Hij’ Heilige Ireneus(+202)

 

DEEL 1

 DE DRIE-ENE GOD

Ons sociaal programma, zegt de Russische filosoof Fedorov, is bescheven in het dogma van de Drie-eenheid. De Orthodoxie gelooft met stelligheid dat de leer over de Drie-eenheid geen ‘geleerde theologie’ is, gereserveerd voor geleerden, maar dat zij een daadwerkelijke belang heeft voor elke Christen. De Bijbel leert ons dat de mens  geschapen is naar het beeld  van God. Voor de Christen is God  Drie-eenheid : het is dus alleen in het licht van  het dogma van de Drie-eenheid dat de mens zichzelf kan begrijpen, en kan inzien wat God wil dat hij is als mens. Ons privaat leven, onze persoonlijke relaties en al onze inspanningen die wij leveren voor het instandhouden van een Christelijke maatschappij, hangen af van de juistheid van deze theologie over de Drie-eenheid. ‘Er is  geen andere keuze mogelijk dan tussen de Drie-eenheid en de hel'(1).  Zoals een Anglikaans schrijver heeft gezegd :’ Deze leer vat een nieuwe manier van denken samen over wie God is, en het is door de kracht  van die leer dat mensen zijn opgestaan om de grieks-romeinse wereld te gaan bekeren. Zij heeft een bevrijdende revolutie ontketend in het menselijk denken'(2).

Wij hebben reeds, bij het begin van dit boek de basiselementen aangegeven van de Orthodoxe leer in verband met God. Wij willen hiervan  opnieuw een korte samenvatting  geven.

 1. God is volstrekt transcendent.

‘Geen enkel geschapen ding heeft, en zal nooit de minste gemeenschap hebben met de hoogste natuur, het zal zelfs nooit in de nabijheid ervan kunnen komen'(3). Het is via de ‘negatieve weg’ of ‘apophatische theologie’ dat de Orthodoxie deze absolute transcendentie van God bewaart. De positieve of  cataphatische theologie moet altijd vanuit een negatieve taal getoetst  en beoordeeld worden. Onze uitspraken in verband met God : Hij is goed, wijs, rechtvaardig enz.. zijn juist voor datgene wat van Hem voortkomt, maar ze zijn niet in staat om de werkelijke natuur van de godheid aan te duiden.’Deze uitspraken’, zegt Johannes van Damascus ‘openbaren ons niet de natuur, maar alleen datgene wat daarbuiten is. Het is duidelijk, dat er een God is, maar wat hij is in essentie en in zijn  natuur, gaat ons bevattingsvermogen en verstand te boven’.(4).

2.God, alhoewel transcendent, is toch niet gescheiden van de wereld die Hij gemaakt heeft.

God is boven en buiten zijn schepping, nochtans is Hij er ook innerlijk aanwezig.In een veelgebruikt Orthodox gebed wordt gezegd :’Gij zijt overal aanwezig en vervult de gehele aarde’. De Orthodoxie maakt dus een onderscheid tussen de essentie van God en zijn energieën. Aldus wordt tegelijkertijd de goddelijke transcendentie en immanentie bewaard.

De essentie van God is onkenbaar, maar in zijn energieën komt Hij tot ons. De energieën van God , die God zelf zijn, verzadigen de ganse schepping en we kennen ze onder de vorm van  de goddelijke genade of het goddelijk licht. Onze God is een God die verborgen is, maar  ook een God die handelend aanwezig is, een historische God die rechtstreeks in bepaalde situaties tussenkomt.

3. God is persoonlijk, dit wil zeggen trinitair.

 Deze handelende God is niet eenvoudigweg een God van energieën, maar een persoonlijke God. Wanneer een mens participeert aan de goddelijke energieën, dan wordt hij niet gegrepen door een  ongewisse en anonieme kracht, maar wordt hij daarentegen geconfronteerd met een persoon, en dit van aangezicht tot aangezicht. Meer nog, God is geen alleenzijnde persoon, beperkt tot een ‘enig’ zijn, maar een Drieeenheid van drie personen, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Elk van die drie bevinden zich in de twee andere omwille van een eeuwigdurende liefdesband. God is niet alleen eenheid, maar gemeenschap

4. Onze God is een geïncarneerde God

God heeft zich niet slechts door zijn energieën geopenbaard aan de mens, maar ook in zijn eigen persoon. De tweede persoon van de Drieeenheid ‘ware God uit de ware God’ is mens geworden : En het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond'(Joh.1,14). Er bestaat geen inniger band tussen God en Zijn schepping. God zelf is één van zijn schepsels geworden.

Diegenen die opgegroeid zijn in een andere traditie, hebben het dikwijls moeilijk om de vastberadenheid van de orthodoxen in verband met de apophatische theologie en het verschil tussen essensie en energieën te begrijpen. Maar buiten  deze twee punten hebben de orthodoxen dezelfde leerstellingen over God  als de overgrote meerderheid van hen die zich Christenen noemen..Monofysieten en lutheranen, nestorianen en rooms katholieken, calvinisten, anglikanen en orthodoxen, allen aanbidden zij één God in Drie Personen, en belijden zij dat Christus de mensgeworden Zoon van God is Er is nochtans één punt van onenigheid tussen Oost en West in verband met de leer van de Drie-ene God : het is de  kwestie van het filioque.  Wij hebben reeds vroeger gezien hoe dit woord in het verleden van beslissende invloed is geweest op de ongelukkige scheiding  tussen Oost en West. Maar, behalve het historisch belang van het filioque, wat is  haar belang voor de theologie ? Heel wat mensen, ook orthodoxen, hebben de neiging om het geschil als een duister, technisch dispuut te beschouwen, en zijn geneigd om het als  geheel onbetekenend

te verwerpen. Vanuit traditioneel orthodox standpunt is er echter maar één antwoord  mogelijk : de zaak is zeker duister en technisch, zoals trouwens alles wat betrekking heeft op de triniteitsleer,maar het is echter niet zonder belang. Het geloof in de Drie-eenheid is het hart van het  christelijk geloof,. Een klein verschil in opvatting hierover  heeft zonder twijfel gevolgen op alle aspecten van het leven en het christelijk denken.

Proberen we nu  even enkele punten te verduidelijken rond het probleem van het filioque.

Wat volgt heeft slechts de bedoeling een inleiding te zijn hierop. De punten in het geschil zijn dermate complex ,dat wij, bij gebrek aan ruimte, ons verplicht voelen de argumenten te vereenvoudigen. Wij moeten er volledigheidhalve aan toevoegen dat er in de Middeleeuwen

westerse schrijvers zijn geweest die niet helemaal akkoord waren met de scholastieke interpretatie over de Drie-eenheid, en die dichter stonden bij de orthodoxe benadering.

Eén essentie in drie personen. God is één, en God is drie : de Heilige Drie-eenheid is het mysterie van de eenheid in verscheidenheid en van de verscheidenheid in de eenheid.Vader, Zoon en Heilige Geest zijn ‘één in essentie'(homoousios), elk van de drie onderscheidt zich echter van de twee andere door persoonlijke kenmerken.’Het goddelijke is ondeelbaar in zijn verdelingen'(6), want de personen zijn verenigd zonder verwarring, onderscheiden en toch niet verdeeld'(7); ‘onderscheid en vereniging zijn beiden ook  tegenstrijdig'(8).

Maar, indien elke persoon is onderscheiden, wie houdt de Drieeenheid dan samen ?. Op dit punt antwoordt de orthodoxe Kerk, en in dit verband de Capadocische Vaders volgend, dat er een God is, omdat er een Vader is. In theologische termen  betekent dit, dat de Vader de

‘oorzaak’ en de bron is van de godheid. Hij is het principe (archè) van  eenheid van de drie; en het is in deze zin dat de orthodoxie spreekt van de ‘monarchie’ van de Vader. De oorsprong van de twee andere personen gaat terug op de Vader en het zijn hun relaties met Hem die de ene en de andere kenmerken. De Vader is de bron van de eenheid, geboren uit niets, voortgekomen uit niets; de Zoon is eeuwig geboren uit de Vader (voor alle eeuwigheid, in de termen van het credo); de Heilige Geest komt eeuwig voort uit de Vader.

Het is op dit punt dat er onenigheid is ontstaan  met de rooms katholieke theologie. Volgens de romeinse theologie komt de Heilige Geest eeuwig voort uit de Vader en de Zoon ; bijgevolg, houdt de Vader op de enige bron van de godheid te zijn, aangezien de Zoon ook de bron is. Door deze zienswijze houdt de Vader op de enige bron van eenheid te zijn binnen de Drieeenheid. Rome vindt de bron van eenheid binnen de substantie of de essentie die gemeenschappelijk is aan de drie personen. Voor de Orthodoxie is het principe van eenheid van God persoonlijk; dat is het niet voor de rooms katholieken.

Maar wat is nu de betekenis van de term ‘voortkomen’? Indien dit niet goed duidelijk is gemaakt kan niets verder worden uitgelegd. De Kerk gelooft dat Christus twee geboorten heeft ondergaan : de ene is van eeuwigheid, de andere op een bepaald gegeven moment in de geschiedenis. Hij is geboren uit de Vader ‘van alle eeuwigheid’, en hij is geboren uit de Maagd Maria ten tijde van Herodus, koning van Judea, en van Augustus, keizer van Rome.

In diezelfde zin moeten wij een onderscheid maken tussen het eeuwig voortkomen van de Heilige Geest en zijn tijdelijke opdracht, de gave van de Heilige Geest aan de wereld : de eerste betreft de relaties die eeuwig bestaan in de godheid, de tweede is een relatie van God met Zijn schepping. Wanneer het westen  zegt dat de Heilige Geest voortkomt uit de Vader en de Zoon en wanneer de orthodoxie zegt dat Hij voortkomt uit de Vader alleen, dan refereert men niet naar de uiterlijke activiteit van de Drie-eenheid tegenover de schepping, maar spreekt men van zekere eeuwige relaties, die bestaan binnen de godheid, relaties die bestonden voor de wereld werd geschapen.. Maar alhoewel de orthodoxen niet akkoord zijn met het westen over de eeuwige voortkoming van de Heilige Geest, aanvaarden zij volledig de zending van de Geest . Hij is in de wereld gezonden door de Zoon. Hij is in waarheid ‘de Geest van de Zoon’Het standpunt van de orthodoxie is gebaseerd op de woorden  van Christus:’Wanneer de Trooster komt, die ik u zenden zal van de Vader, de Geest der waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen'(Joh. XV,26).

 Christus zendt de Geest, maar de Geest komt voort uit de Vader : dit is het wat de Bijbel ons zegt, en dit is de leer van de orthodoxie. Wat de orthodoxie niet leert is, en wat de Bijbel nooit heeft gezegd is, dat de Geest voortkomt uit de Zoon.

Het standpunt van het Westen is, dat de Geest eeuwig voortkomt uit de Vader en de Zoon. En tegen het westen heeft de heilige Photius bevestigd : de Geest komt van eeuwigheid voort uit de Vader alleen en Hij heeft van de Zoon een tijdelijke zending ontvangen. Maar de byzantijnse schrijvers van de XIIIe en de XIVe eeuw – voornamelijk Gregorius van Cyprus, patriarch van Constantinopel van 1283 tot 1289, en Gregorius Palamas – zijn nog verder gegaan dan Photius om te trachten de kloof te overbruggen tussen Oost en West. Daar waar Photius alleen sprak over tijdelijke relaties tussen de Zoon en de Geest, spraken zij van een eeuwige relatie. Nochtans, op het meest essentiële punt kwamen zij overeen met Photius : de Geest is geopenbaard door de Zoon, maar Hij komt niet voort uit de Zoon. De Vader is de enige oorsprong, de enige bron en oorzaak van de godheid. Dit zijn, kort samengevat, de twee standpunten van beide Kerken.

Bekijken we nu even de bedenkingen die de orthodoxie stelt in verband met de westerse opvattingen. Het filioque leidt tot di-théisme of nog : semi-sabellianisme (9). Indien de Zoon, juist zoals  de Vader  de archè en de bron van de godheid is, bestaan er dan geen twee onafhankelijke bronnen, twee verschillende principes binnen de Triniteit ?  Dit is de vraag die de orthodoxen stellen. Blijkbaar niet , want dit zou betekenen   dat er twee goden zouden zijn. Als  reactie hierop hebben de concilies  van Lyon (1274) en Florence (1438-1439) gedefinieerd dat de Heilige Geest voortkomt uit de Vader en de Zoon ‘als uit een zelfde principe’, tanquam ex (ou ab) uno principio’. Vanuit orthodox standpunt  echter blijft dit onaanvaardbaar : het di-theisme is wel vermeden,maar de personen van de Vader en de Zoon zijn versmolten en zonder onderscheid. De Capadociërs beschouwden de ‘monarchie’ als datgene  wat  specifiek kenmerkend is voor de Vader : Hij alleen, binnen de Drie-eenheid, is het principe of arche. Maar de westerse theologie verleent deze kenmerken zowel aan de Zoon als aan de Vader.Op deze manier grijpt er een versmelting plaats van de twee ‘personen’ tot één enkele. En wat is dit anders dan ‘ Sabelius die opnieuw geboren is of een zeker  semi-pelagiaans monster ?’, zoals de Heilige Photius het zegt (10).

Laten we nu even van naderbij  de beschuldiging van semi-pelagianisme onder ogen nemen.

De orthodoxe leer over de Drie-eenheid heeft een eenheidsprincipe die persoonlijk is, maar het westen daarentegen vindt het eenheidsprincipe in de essentie van God.  Voor de orthodoxen

overschaduwd door de gemeenschappelijke natuur. Men denkt niet meer over God in concrete en persoonlijke termen, maar als een essentie binnen dewelke zich  verschillende relaties onderscheiden. Deze manier van denken vindt haar hoogtepunt bij Thomas van Aquino. Hij gaat zelfs de personen identificeren met hun relaties : personae sunt ipsae relationes (11)

Voor de orthodoxe denkers geeft dit maar een pover idee van de persoonlijkheid. De relaties, zeggen zij, zijn de personen niet; zij zijn de persoonlijke kenmerken van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Gregorius van Palamas zegt het zo : ‘De hypostatische karakteristieken zijn niet de hypostase zelf, maar zij kenmerken de hypostase'(12). De relaties tussen de personen doen in geen enkele mate afbreuk aan het mysterie van elk der personen. Door zodanig de nadruk te leggen op de essentie en niet op de personen maakt de scholastieke theologie van God een abstract idee, Hij wordt een
ver verwijderd, onpersoonlijk zijn, waarvan het bestaan bewezen kan worden met metafysische argumenten. Hij wordt de God der filosofen en is niet langer de God van Abraham, Isaak en Jacob. De orthodoxen daarentegen zijn minder dan de latijnen geinteresseerd  in filosofische bewijzen  voor het bestaan van God. Een directe , levendige ontmoeting met een persoonlijke, concrete God is veel belangrijker dan filosofische argumentatie over het bestaan van God.

Om al deze redenen beschouwen de orthodoxen het filioque als gevaarlijk en ketters : het vermengt de personen en het vernietigt  het delicate evenwicht tussen de eenheid en de verscheidenheid binnen de godheid.Het legt het accent op de ondeelbaarheid en niet op het trinitaire aspect. God wordt gezien als een abstracte idee en té weinig als een concrete persoonlijkheid. Meer nog : het  filioque geeft aan vele orthodoxen de indruk dat in het westers denken de Heilige Geest ondergeschikt is aan de Zoon, zoniet in theorie, dan toch in de praktijk. Het Westen schenkt té weinig aandacht aan de rol van de Heilige Geest in de wereld, de Kerk en in  het dagelijks leven van elke mens.

De orthodoxe schrijvers beweren bovendien dat de twee gevolgen van het filioque , de ondergeschiktheid van  de Geest en de extreme benadrukking van  de eenheid van God  hebben geleid tot een afwijking in de rooms- katholieke leer over de Kerk. Het westen heeft het belang van de rol van de Heilige Geest geminimaliseerd. Het ziet de Kerk té veel als een werelds instituut met tijdelijke wereldse macht. En zoals de westerse leer de eenheid van God te veel heeft geaccentueerd ten nadele van de verscheidenheid, zo heeft ook de eenheid van de Kerk getriomfeerd boven de verscheidenheid. Het gevolg daarvan is  een buitensporige centralisatie van het gezag en een té sterke benadrukking van het pauselijk gezag.

Deze twee wijzen van denken met betrekking tot God, gaan samen met twee verschillende wijzen van denken over de Kerk. Het filioque en de pauselijke aanspraken, deze twee diepe oorzaken van het schisma tussen Oost en West, hebben wel degelijk een verband met elkaar (13).

 Uit het boek : «l’Orthodoxie – L Eglise des sept conciles» pp.285-319.

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Enkele liturgische bijzonderheden…..

ENKELE   LITURGISCHE BIJZONDERHEDEN BIJ DE GRIEKEN EN DE RUSSEN EN HUN BETEKENIS

 

Aartsbisschop Basile Krivochène

 

_____________________________________________________________________

   Deze uiteenzetting heeft niet tot doel om de historische evolutie na te gaan van de liturgische vormgeving, het ontstaan van hun bijzonderheden bij de Grieken en de Russen, het belang van de verschillende ‘typika’ (1) in dit proces,hun wederzijdse beïnvloeding enz… Ik ben geen liturgist om het op een systematische manier te doen. Ik zal mij dus beperken tot een aantal vooral persoonlijke opmerkingen en verkenningen over de manier van celebreren van de liturgie en de diensten , enerzijds in de Griekse kerken en anderzijds bij de Russen. En wanneer ik spreek over de Griekse kerken, dan vergeet ik nooit de Athos-berg welke de hervorming van Constantinopel van 1838 niet heeft aanvaard, maar trouw is gebleven aan de vroegere typika. Wat mij vooral interesseert in deze studie, zijn niet die of die verschillen in de tekst of verschillen wat betreft de ordo’s van de religieuze ceremonieën, maar ook en vooral de betekenis en het belang welke éénzelfde woord of éénzelfde liturgisch moment kan hebben in het spirituele bewustzijn van de gelovigen, in hun religieuze belevingen, zelfs als deze verschillende houdingen nogal eens gefundeerd zijn op misverstanden.En om deze handelswijzen van volksdevotie te begrijpen en te evalueren, kunnen deze ‘liturgische  afwijkingen’ ook hun nut hebben.

   Lees verder “Enkele liturgische bijzonderheden…..”

Het sacrament van het berouw en de Biecht

HET SACRAMENT VAN HET BEROUW EN DE BIECHT

 

confession

Pastorale bijeenkomst over dit thema te Parijs

 

 Een pastorale bijeenkomst van de clerus van het aartsbisdom van de russische parochies in West Europa (oecumenisch patriarchaat)) werd gehouden in het instituut Sint Serge, de 25e mei, 2006 onder het voorzitterschap van Aartsbisschop Gabriël, die dit diocees leidt.

De bijeenkomst had als thema : “Het sacrament van berouw en de praktijk van de biecht”.  In totaal waren er een zestigtal priesters, diakens, leken, leden van de  aartsbisschoppelijke raad, professoren en studenten van het instituut Sint Serge, alsook afgevaardigden van het servisch bisdom en het roemeens bisdom in Frankrijk aanwezig. Zij waren voor deze gelegenheid speciaal uitgenodigd, om deel te nemen aan deze dag van gebed, bezinning en uitwisseling van ideeën. De bijeenkomst werd geopend in de Kerk van  Sint-Serge met een eucharistische liturgie, voorgegaan door aartsbisschop Gebriël. Op het einde van de dag heeft Michel SOLLOGOUB, secretaris van de aartsbisschoppelijke raad en professor aan de universiteit van Parijs I – Panthéon informatie gegeven over het leven van het aartsbisdom. Hij heeft kennis gegeven van een aantal bijzondere, recente gebeurtenissen, die voor hem wijzen op zoveel “tekenen van vitaliteit”. ( inwijding van nieuwe kerken, de aanwezigheid van nieuwe bedienaars, de ontwikkeling van de electronische communicatie, het inrichten van een catechese voor de nieuwe emigranten uit Oost Europa). Hij is ook ingegaan op de meer “bedroevende problemen” , zoals de poging van het patriarchaat van Moscou en van de Russische Federatie om zich meester te maken van de kerken van Biarritz en van Nice.

  Na de liturgie, in de loop van de morgenzitting, werden drie onderrichtngen gegeven aan de deelnemers. André LOSSKY, professor aan het instituut Sint Serge heeft een uiteenzetting gegeven over : “De biecht : enkele historische kenmerken en hun betekenis voor vandaag”. Hij onderscheidt drie periodes in de praktijk van het berouw in de kerk. Hij heeft eraan herinnerd dat er in de beginperiode van  de Kerk , na zware fouten, geen terugkeer mogelijk was tot de communie . Men moet wachten tot de 3e-4e eeuw, tot de patristieke getuigenissen een bewustwording  kenbaar maken van een mogelijk berouw door middel van een persoonlijke inwendige biecht. De tweede periode, vanaf de 6e eeuw, wordt gekenmerkt door de verschijning van de ascetische codexen van monastieke oorsprong, genoemd “Nomocanons”. Deze canons hadden een dubbele invloed, de één positief, in de mate dat zij er niet alleen in bestonden de zware fouten te herkennen, maar “een instrument werden voor het zoeken naar volmaaktheid of onze opgang naar God”, het andere , negatief , in de mate waarin men  nogal vlug de regels welke de straffen voorschreven in functie van de zwaarte van de fouten, op een “legalistische”wijze werden toegepast. De derde periode, vanaf het begin van de 17e eeuw, is in Rusland althans gekenmerkt door het introduceren van een latijnse absolutie-formule, volgens dewelke de biechtvader spreekt in de eerste persoon. Dit versterkt nog het juridisch karakter van de biecht. Als conclusie heeft André LOSSKY nog onderlijnd dat, onder de “positieve invloed” van de Nomocanons, de biecht moet worden opgevat als een “therapeutische act” die als functie heeft : de ” reïntegratie in de Kerk” van hem die door de zonde van God was verwijderd. Het gaat dus om een ‘daadwerkelijke ervaring van de oneindige barmhartigheid van God , doeltreffend en concreet , weg van elke vorm van juridisme” aldus de spreker..

  In de tweede onderrichting, heeft Vader Nicolas OROLINE, professor aan het instituut Sint Serge een reflexie gegeven over “drie symptomen van een diepe crisis” van de biecht. Hij heeft vooreerste de noodzakelijkheid onderlijnd om het misverstand uit de weg te ruimen tussen de band die vandaag de dag ipso facto bestaat tussen biecht en communie. De regelmatige communie is verbonden met het koninklijk priesterschap, ontvangen door alle gedoopten, er is geen enkel verschil tussen clerici en leken. “Onder westerse invloed denken té veel mensen dat alleen de priester elke zondag mag communiceren zonder voorafgaande biecht”, aldus de spreker, terwijl de clerici in werkelijkheid niets anders doen dan de praktijk van de oude Kerk bestendigen. ” Men kan er zich vandaag de dag alleen maar in verheugen, dat meer een meer gelovigen de frequente communie beoefenen”. Maar dit heeft het verergeren van een  “een gevoel van onbehagen betreffende de biecht”, als paradoxaal  logisch  gevolg. Volgens Vader Ozoline, wordt dit fenomeen verklaard door twee strekkingen.

De eerste strekking heeft te maken met een zuiver “juridische ” benadering, waar de biecht wordt opgevat als een opsomming van overtredingen, en de absolutie als een “magische formule”, die zou werken “zelfs onafhankelijk van de gesteldheid van de penitent”. De tweede benadering is van “psychoanalitische” orde, zij herleidt de biecht of tot een “analyse”, of tot een “spiritueel gesprek”. In beide gevallen, is de biecht beroofd van haar betekenis, want, in het sacrament van het berouw, is de priester geen “voorspreker”, maar “een getuige en een bemiddelaar bij God”.

  Vader Nicolas Ozoline is vervolgens ingegaan op het fenomeen van de “mladostertsy” ( russische term om zeer jonge priesters aan te duiden die zich ten onrechte de rol van bekwame geestelijke vaders aanmatigen), een verschijnsel welke hij heeft gedefinieerd als een poging van sommige jonge priesters, om een macht over de biechtelingen uit te oefenen. Het gaat hier om een wijd verspreide ontsporing in Rusland sinds de val van het communisme en die officieel is veroordeeld door de patriarch van Moscou ALEXIS II en door de heilige synode. Hij heeft nochtans geconstateerd dat deze afwijking  “inherent is  aan het systeem”, want in de actuele russische Kerk zijn de jonge priesters, vanaf het begin van hun ambt “gedwongen om te biechten zonder pastorale of spirituele ervaring”. Dit was niet zo in het oude Rusland (vóór de 18e eeuw), evenmin is dit het geval in de actuele praktijk van de orthodoxe Kerken van Griekenland en het Nabije-Oosten, waar nog altijd de instelling bestaat van de “pneumatikoi” (in het russisch “doukhovniki”), de “biechtvader, vertrouwensman”. Dit zijn priesters welke een bijzondere zegen van de bisschop hebben ontvangen om biecht te horen. “Ik zou willen pleiten voor  de geleidelijke terugkeer naar het systeem van de “doukhovniki”  binnen ons aartsbisdom”, was zijn conclusie, eraan toevoegend : “Het zou ook een dienst betekenen aan hen die in Rusland zich daarvoor inzetten, en dit met vele moeilijkheden; want vanaf het moment dat men spreekt van veranderingen, zijn er oppervlakkig reacties van wantrouwen en verwerping”.

  De derde overweging werd  gegeven door Vader Michel FORTOUNATTO, vroeger priester te Londen, nu op rust in de buurt van Vichy (Allier). Hij h
ad het over de “Spirituele en theologische betekenis van het berouw” Hij heeft vooreerst de nadruk gelegd op de “dynamiek van het berouw” die zich plaatst “tussen zonde en vergeving”. Het gaat dus om een beslissend moment, of juister gezegd over een moment van daadwerkelijke “bekering”. Het berouw is een  ontologisch fenomeen waar het gevallen schepsel zoekt om genezing en om het goddelijk beeld in hem te hervinden”. Vertrekkende vanuit talrijke citaten van de Kerkvaders, maar ook van de Heilige Silouan de Athoniet (20e eeuw), heeft hij getoond hoe het appèl van de berouwvolle mens zich manifesteert, Gods trouw in acht nemend. :“God vergeeft ons en geneest ons door zijn eindeloze liefde”. Het berouw is “een tweede genade, gegeven na de doop” (Heilige Isaak de Syriër), waardoor de gevallen mens zich transformeert, van “een staat van verval” naar “een staat van onverstoorbaarheid”. Vader Michel Fortounato heeft onderlijnd, dat het berouw geen geïsoleerde daad is die gepaard gaat met de biecht . Zij moet “aanwezig zijn in alle etappes op de geestelijke weg”. De Heilige Isaak de Syriër  parafraserend, zou men kunnen zeggen dat “wij berouw nodig hebben gedurende de vierentwintig uren van de dag”.

  De onderrichtingen hebben  de gelegenheid gegeven tot een debat over onderwerpen zoals :het onderscheid tussen het sacrament van het berouw en de openheid van gedachten, het onderscheid tussen de priester biechtvader en de geestelijke leider, de noodzaak van een spirituele rijpheid om biechtvader te zijn maar ook om priester te zijn, de betekenis van het gewijde ambt en de charisma’s binnen de Kerk , de plaats van de biecht als een kerkelijke daad in het kader van de parochie en vooral van de zondagse liturgie, plaats van samenkomst bij uitstek…. De namiddagzitting was gewijd aan ateliers rond reflexie en discussies over verschillende thema’s : “De praktische vormen van de biecht”, “Biecht en eucharistische communie”, “biecht van de jongeren” enz..

Vrij vertaald uit SOP 310 – Juli/Augustus 2006

door Kris B

Klein spiritueel compas voor onze tijd

 

Klein spiritueel kompas voor onze tijd

Een boek van Olivier Clément

 Kruis444

« West Europa zit gewrongen tussen de keuze van het niets en de heiligheid, tussen de dwaasheid en de Drie-enheid… Datgene wat in de zogenaamde christelijke maatschappijen kon blijven voortbestaan stort ineen of verinnerlijkt zich. Een ganse jeugd groeit op, begerig naar een eenvoudig geloof, eenvoudig uitgedrukt….» Hoe kan men ten volle zijn roeping van leek in navolging van Christus «in Christus» op zich nemen ? De zorg voor de armen, de dialoog met andere religies en christelijke belijdenissen ?  En vooral, een ander kijk op de dingen, een welwillendheid van het hart…. « Alleen het christendom dat diep en grootmoedig is kan het kompas vormen die ons moet toestaan te zeilen op de oceaan van deze moeilijke en gecompliceerde wereld », aldus Olivier Clément in de klein boekje dat verschenen is bij uitgeverij Desclée de Brouwer, onder de titel «Klein spiritueel kompas voor onze tijd  (Petite boussole spirituelle pour notre temps) (144 pp., 15 €). Het voorwoord is van Andréa RICCARDI, stichter van de Sint Egidiusgemeenschap te Rome. Het werk brengt meerdere essais samen die tot stand zijn gekomen in het kader van deze gemeenschap. Wij geven hieruit enkele goede bladzijden.

De verwereldlijking, is de werkelijkheid waarin we ondergedompeld zijn. De seculiere maatschappij is in zekere zin onze leefomgeving, de lucht die wij inademen, zelfs wanneer wij slapen. Christen zijn vandaag vertrekt vanuit deze vaststelling.

Elke leek ( van het grieks laikos) is lid van de laos, het volk, in ons geval, van het volk van God. Als gedoopte, gezalfd in de Geest (Chrisma), is hij «koning, priester en profeet». Koning, om zijn bestemming te trachten te ordenen in de diepste betekenis van het woord; priester, om als offergave te zijn voor de mensen en de dingen van de wereld; profeet, om zich in te schrijven in het uitzicht op het meer, het andere, in het dagelijks leven van de mensen, en daardoor hun de toekomst te openen.

Er kunnen geen professionelen zijn van het christendom. Men heeft dit wel zo geloofd in de loop van de eeuwen christendom, met de leidende rol die aan  de clerus werd gegeven, en deze van inspiratie en voorbeeld gegeven aan de monniken.

Vandaag nochtans bemerkt men in ons land dat de clerus geen geprivilegieerde oligarchie meer is maar dat ze samengesteld is uit mensen die moeten gedefinieerd worden als dienaars, onder, veeleer dan boven de anderen . Wat het monnikendom betreft, het vormt nog altijd zoals de heilige Johannes Chrysostomos het uitdrukte, een « heilige afwijking », noodzakelijk geworden door de lauwheid van de christelijke wereld. In de 13e eeuw bijvoorbeeld, wanneer gans de Oosterse wereld was gedoopt, betekende zich bekeren monnik worden. Vandaag betekent dit eerder : trachten christen te worden, ’t is te zeggen, zich ernstig engageren in de Kerk, in dienst van Christus, en dus, in de kracht van de Verrijzenis, in dienst van de anderen.

Tussen de verwereldlijking en de liturgie,

Een verrassende vruchtbaarheid.

De afstand tussen leken en monniken, negatief voor de eerste, is vandaag een afstand geworden tussen atheïsten, agnostici, gnostiekers (is voor niemand nog negatief) en Christenen die hun christen zijn proberen te beleven.

Een christelijke leek is dus volledig verantwoordelijk ( met alle anderen «een stem in het koor»» zoals Siniavski het zei) voor de Kerk en haar uitstraling. Het is dus goed, zelfs al is het moeilijk, dat hij ondergedompeld  wordt in de seculariteit, waaraan hij deelheeft, hoe weinig het ook is, om de vernietigende neigingen af te wenden en de kiemen van het ware leven in zich te verdiepen.

Gedurende vele jaren, ik heb geschiedenis gedoceerd in een groot lyceum van Parijs. Ik heb nooit getracht om mijn leerlingen te bekeren (ik was ertoe gehouden door mijn plicht als leek), maar ik heb wel getracht om hen wakker te schudden, om hen vragen te stellen, hen op weg te zetten. Hun wegen benaderden dikwijls de mijne, soms ook waren ze verder ervan verwijderd.  Er zijn beroepen waar dit onrechtstreekse getuigenis bijna niet mogelijk is; maar men kan het altijd te kennen geven in de arbeidsrelaties. De liturgie wordt, hoe dan ook, het centrum van ons leven; het gebed, die haar interioriseert en haar doet verder beleven, geeft ons de kracht om niet te vervallen in ontmoediging, bitterheid, en dikwijls om een gebaar te stellen, om een woord te spreken, dat de goede richting oppert.

Er is geen recept, het is het feit zelf van te leven tussen de verwereldlijking en de liturgie die aan ons bestaan een onverwachte vruchtbaarheid kan geven. Er zijn ook, in Sant’Egidio bijvoorbeeld, systematische engagementen in de seculariteit om dit getuigenis uit te dragen. Ik heb dat ook meegemaakt, al werkende en naast mijn professionele activiteiten,  om kleine orthodoxe gemeenschappen die in Frankrijk zelf ontstaan zijn te helpen versterken en om hen te richten op een getuigenis en een samen delen. En ik heb het gevoel dat mijn leerlingen geïnteresseerd waren in mijn lessen, juist omdat zij in mij andere bekommernissen voelden, een openheid op een andere dimensie van het bestaan.

De Bijbel doet ons houden van de actualiteit en de geschiedenis

De Bijbel maakt ons niet vreemd aan de geschiedenis . Hij is integendeel een belangrijke onuitputtelijke bron voor alles wat menselijk is. Hij is de bron van de onbewingbare belangstelling van een mensheid in haar verzuchting naar de volheid en de god-menselijkheid.

Het is Friedrich Hegel die het dagblad in onze theologische problematiek heeft binnengebracht. Voor hem realiseert de Geest, het goddelijke zich in de geschiedenis. Een geschiedenis waarvan het dagblad het symbool is. De lezing van het dagblad, zei hij, vervangt vandaag de dag het morgengebed ( men zou kunnen zeggen dat vandaag de televisie het avond gebed heeft vervangen..) Vervolgens hebben de theologen geprobeerd de zaken te regelen door te zeggen dat een christen de Bijbel in de ene hand moeten houden en het dagblad in de andere.

Men zou in de eerste plaats kunnen leren om de bijbel kritisch te laten bestuderen door de geschiedenis en de geschiedenis door de Bijbel ! De Bijbel kritisch laten bestuderen door de geschiedenis is het ontzaglijk werk van de exegese die de menselijke dimensie van de openbaring bestudeert, de oorsprong van de teksten in hun psychosociologische structuren van een bepaald tijdperk. IN de structuren en niet  de teksten die voorgebracht zijn DOOR de structuren : want de ultieme betekenis, het goddelijke deel , om aan het licht te brengen dat  de traditie niets anders is dan de Heilige Geest die aan het werk is in het Lichaam van Christus, dat ontsnapt altijd aan de geschiedenis ( en dus aan de exegese). Het is niet voor niets dat de laatste editie van La Bible de Jérusalem in voetnoot interpretatiesleutels aanreikt die dikwijls ontleen zijn aan de Kerkvaders.

De ultieme betekenis komt toe aan het spirituele

Het zijn in de grond dezelfde overwegingen die wij terugvinden wanneer het gaat over een kritische studie van de geschiedenis door de Bijbel. Men moet eerst en vooral de geschiedenis op de meest  eerlijkste manier bestuderen, door elke ideologische verklaring uit te sluiten.  Bijvoorbeeld de onderbouw en de bovenbouw van de marxistische vulgaat, in de mate dat alle structuren niet ophouden de één over de andere te domineren. Het is een benadering die bruikbaar kan zijn (economisch, sociaal, psychologisch, religieus), zonder dat één ervan, door middel van een gewetensvolle analyse,de pretentie zou hebben het laatste woord te hebben. Voor mij is hét model in dit domein de historische en religieuze anthropologie van Alphonse Dupront.

Ook hier is de ultieme betekenis, de «mèta-historie» zoals Nicolas Berdaev het gezegd heeft :  tegelijk een globale visie en een overschrijding ervan. Een eschatologische verlichting in het weigeren van  elke «ont-menselijking» door het millenarisme of het messianisme.

Maar men moet antwoorden en niet vluchten. Bemin God  met gans uw wezen, zegt Jezus, en de naaste als uzelf. En deze twee geboden kunnen niet gescheiden worden. De mens en vooreerst de armste, is het sacrament van God voor de mens, zegt de parabel van het laatste Oordeel, hoofdstuk 25 van het evangelie volgens Mattheüs. Iedere keer dat je concreet goed doet aan de kleinsten, heb je het aan Mij gedaan. Men kan «beschouwen» zonder zijn naaste te dienen : God zien in het gelaat van de andere, in het arme en naakte gelaat, zo broos (Emanuel Levinas). Indien er tijdens uw gebed een bedelaar een bol soep komt vragen, twijfel niet, stop uw gebed  en maak een bol soep klaar en geef het hem, heeft een Mystieker ooit gezegd (Meester Eckhart, ik geloof).

En wederkerig : geen dienst van de naaste zonder innerlijke openheid op een ander licht. Alleen dit kan uitputting, vermoeidheid en bitterheid vermijden. Alleen dit kan aan de verbeelding onverwachte initiatieven tot stand brengen die dikwijls door anderen als onmogelijk werden bestempeld….

Een theologie van de vriendschap

Er is in onze samenleving een grote aansporing om aan onszelf te denken. En alleen hieraan. Het is de enige mantra die haar lokroep niet vermindert, zelfs in de grote veranderingen die wij nu moeten ondergaan, deze van de denkbeeldige wereld, van de waanzin van de grote steden, op het einde van het optimisme die volgt op 11 september 2001.

De christelijke broederschap kan alleen maar afstand nemen van een gejaagde, individualistische maatschappij. Het veronderstelt tijd en een zekere graad van communio. Het veronderstelt stil te staan dicht bij de ander. De vriendschap is hier een fundamentele dimensie. In het Oud Testament, is «zijn zonder vriend» verwand met « zijn zonder God ». De mens in een liberale maatschappij heeft slechts zelden vrienden : hij heeft relaties, kennissen , waarvan hij gebruik maakt voor eigen belang. Men vindt anderzijds in het Oude Testament, voornamelijk in het boek Ecclesiasticus  en in het boek der Spreuken een gelijkaardige opvatting van vriendschap : De vriend is een steun, een verdediging, maar weldra wordt alles gedragen door een spirituele opvatting van vriendschap. De horizontale lijn, gericht op het nut, wordt afgesneden door de verticale lijn die de transcendentie aanduidt. Zo is een vriend helpen « een offerande aan de Heer » (spr.14,11), « Een broer die gesterkt wordt door een andere broer is sterk als een vesting » (Spreuken 18,19). De vriendschap tussen David en jonathan staat boven elke utilitaire conceptie : « de ziel van Jonathan hecht zich aan de ziel van David, en Jonathan beminde hem zoals zichzelf» (1 Sam.18,1). Een tragisch element verschijnt, als een vooruitlopen op het kruis .

Jezus realiseert in zich de éénheid van alle mensen. Deze eenheid drukt zich uit in verschillende gradaties van bewustzijn en intensiteit om uiteindelijk uit te monden in de persoonlijke vriendschappen van Christus, vooral met Martha, Maria en Lazarus. Het is betekenisvol, dat de enige volwassene die hij van de dood heeft gered, één van zijn persoonlijke vrienden was, Lazarus. Op de drempel van Zijn lijden, noemt hij de apostelen zijn «vrienden». « Wanneer twee of drie in Mijn Naam verenigd zijn, ben Ik in hun midden» (Matth.18,20).

De vriendschap verschijnt als een voorrecht van de christelijke gemeenschap. Dat wat ook het persoonlijk karakter en niet enkel het gemeenschappijke van de vriendschap van Christus onderlijnt, is, dat Hij Zijn apostelen twee aan twee uitzendt. (…)

De kracht van het gebed

Het is wonderlijk om te zien met welk gemak velen onder ons zich verstoken voelen van het noodzakelijke. Het gaat hier niet om voedsel, maar van het gebed die ons helpt om onszelf terug te vinden, om afstand te nemen en ons dichter te brengen tot het leven en de relaties met anderen in het persoonlijk en gemeenschappelijk gebed. Het is een bron van energie die nooit uitgeput kan geraken.

Het gebed opent de mens op God en opent dus de geschiedenis op God. Tegelijk staat het ons toe om volledig zichzelf te zijn, want in het diepst van zijn wezen is hij in relatie met God, deze God waarvan hij het beeld is. Zo wordt het gebed niet uit ons geboren, maar het is ons gegeven. De Heilige Geest, zegt sint Paulus, bidt in onze harten murmelend «Abba, Vader» (Gal.4,6); Rom.8,15). Zeker «wij weten niet wat we moeten vragen om te bidden zoals het hoort», maar de Geest «komt onze zwakheden te hulp» (Rom.8,26).

Het gebed is altijd dicht bij mij. In een zekere zin is mijn bestaan zelf gebed, maar op een onbewuste manier. Op momenten van crisis, op hoogtepunten of bij een intense stilte kan het gebed opwellen uit het hart. De kerkelijke discipline, het avond en morgengebed, de zondaagse Liturgie, zelfs indien ze beleefd wordt in een zekere dorheid, dragen bij om ons hart te ontlasten van verstrooidheden en zorgen die ons onttrekken aan onze kostbare schat. De meditatie, bij voorkeur uit de Heilige Schrift, kan ons doen openstaan voor de adem van de Geest ( het volstaat om te weerstaan aan de bekoring om voldoening te vinden in zichzelf, in een soort kinderlijke eenwording…) Het gemeenschappelijk gebed, gedragen door de zang, indien zij ten minste niet vervalt in ritualisme of  in de cultus van de schoonheid, is ook een belangrijke weg. Wij zijn geroepen om te worden wat wij in het diepste van onszelf zijn :  «levende gebeden» (André Louf).

Zeker, in onze huidige cultuur is het moeilijk om tot bezinning te komen. Maar wij kunnen elke dag, ’s avonds, met de deur gesloten, telefoon afgehaakt, enkele minuten stilte in acht nemen. Wij moeten onze relatie met de tijd losser beleven om meer en meer tijd vrij te maken voor verwondering, om «de eucharistie te beleven in alle dingen», zoals de heilige Paulus het ons heeft gevraagd. (…)

De liturgie is de vurige gloed van Christus die ons vrij maakt

Wij leven in een overdonderend lawaai en zijn soms niet in staat tot een waarachtig woord over onszelf en de anderen, over de schepping. Er is ook een verdovende stilte, maar zij bevindt zich juist in het innerlijke leven. Ook hiervan moet men zich bevrijden.

Het christelijk leven wordt ervaren en voedt zich door de liturgie.  Het griekse woord betekent «het werk van het volk». Zij is immers de communio die God ons geeft in de mate dat wij ze in ons opnemen door Zijn Woord te horen, door het brood in ons op te nemen die Zijn Lichaam is geworden.  In het hart van elke liturgische ontplooiing  bevindt zich de eucharistie, en dit woord drukt onze dankbaarheid uit : eucharistô in het grieks betekent ook nog vandaag eenvoudigweg : dank u.

Zo is de liturgie fundamenteel het celebreren van de verrezen Christus die de Heilige Geest in ons tegenwoordig stelt. Elke officie, hoe kort ze ook mag zijn, is een zonnestraal van Pasen. Wij aanvaarden het in vriendschap en verzoening, het vereist een «vredeskus». De liturgie is noodzakelijk persoonlijk en noodzakelijk gemeenschappelijk, over de grenzen van elke passiviteit en eenzaamheid heen. Zij offert onze zorgen en ons lijden, zij biedt ons de grote zon die God is aan, en maakt ons vredig en geneest ons. Ze geeft ons ook de sterkte – hoe weinig het ook mag zijn – om te bedaren en te genezen. (…)

De wereld is geschapen om eucharistie te worden. (…) Er is in het hart van de dingen een stille celebratie. Het is aan de mens om er op in te gaan. God vraagt in Genesis om de levenden een «naam te geven ». Want de mens is tegelijk van de hemel en van de aarde.  En God heeft de wereld aan de mens gegeven opdat de twee, God en mens, van de wereld één groot liturgisch gedicht zouden maken (…)

Christus is niet alleen het hoofd, aldus een byzantijns mystieker uit de 14e eeuw, Nicolas Cabasilas, maar hij is ook het hart van de Kerk. Door de eucharistie wordt Hij ons hart. In dit hart, waar het vuur voortaan brandt, is het van belang dat de intelligentie van het hoofd en de vervoering  van de eros zich transformeren in  de smeltkroes van Christus. Dan opent zich, wat de oude asceten noemden het «oog van het hart», het «oog van het vuur», en dit oog, deze kijk openbaart in de menselijke relaties evenals in de relatie tussen de mens en het universum uiterst kleine dingen die nochtans oneindige eucharistische mogelijkheden inhouden.« Brengt dankzegging voor alles» ’t is te zeggen verwezenlijkt eucharistie, zegt de apostel (1 Thess.5,18). Het is wellicht de beste definitie van het christelijk leven.

Een grote nood aan het Evangelie

Er is een grote nood aan het Evangelie in onze maatschappijen. Hoe meer het het patrimonium is geworden van een minderheid, hoe meer we er nood aan hebben, niet als een beknopt handboek van tegengestelde waarheden, maar veel meer als een taal die de absolute liefde van de vader uitdrukt voor de zoon die gans zijn bezit had verkwanseld en zonder enig bezit overbleef.

In de geseculariseerde en ontwikkelde maatschappij ontwikkelen zich tegelijkertijd fenomenen die in contradictie schijnen te zijn met elkaar, maar die sterk met elkaar verbonden zijn :  een gekleurde onverschilligheid  en een zekere vijandschap tegenover het christianisme (…); een verwarrende ideologische handel die het succes van het geld, het verlangen en het vermaak ophemelen (…);  ongebreidelde ideologieën die het accent leggen op de éros en de cosmos, op wetenschappelijk gefundeerde meditaties (…). het gemeenschappelijk punt is het zoeken naar een geheel van gevoelstoestanden, wellicht het hoogtepunt van narcisme; de groeiende oppositie tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden. (…)

In deze context kan het getuigenis van het Evangelie slechts gaan via het bewustzijn, de vrijheid. Ook via een strijd voor een betere herverdeling van de bronnen van de planeet. Via het voorbeeld en het leven (…)

Gaan naar een nieuwe heiligheid

Wij moeten gaan naar een nieuwe heiligheid, open zowel op de Geest als op gans de complexiteit van het sociale, culturele en kosmisch leven. Maar in dit kader eist het getuigenis ook een grondige verandering van zijn inhoud. Wij maken een fundamentele wijziging mee in het beleven van het christendom.  Een vernieuwd nadenken over het kwaad dient zich aan, over de God van de kénose, over de notie zelf van almacht – en dus over de hel (…)-, over de geschiedenis en de eschatologie, over de eros en over de cosmos, over de persoon en de communio, en dit in het licht van de Drie-eenheid die tegelijk volheid van de eenheid en volheid van de verscheidenheid is. Er moet eveneens een nieuwe bezinning komen over de techniek : want niet alles wat mogelijk is, is ook wenselijk.

De christelijke monniken van Oost en west kunnen ons veel zeggen. Zij kennen de wegen naar de «plaats van het hart», maar zij plaatsen de innerlijkheid altijd in het perspectief van de communio en de kennis in het perspectief van de liefde. De innerlijkheid heft het mysterie van de ander niet op maar openbaart het. Het gezicht en het oneindige zijn gedeeltelijk verbonden. Men moet dus, naar mijn mening, het moderne humanisme onderzoeken en tegelijk de nabijheid van het mysterie in de innerlijkheid levend houden, zoals de kosmische symbolen. Er is geen oppositie tussen deze twee bewegingen van het hart en de geest, zelfs indien wij in het Westen gewoon zijn een soort van natuurlijk scheiding te zien tussen de ruimte van God en de ruimte van de mens alsof het mogelijk was om er een scheidingslijn door te trekken. Maar indien de scheidingswand die er bestaat tussen de eisen om God te ontmoeten door de mens te miskennen of de mens te begrijpen door abstractie te maken van God, afgebroken wordt, zal men ontdekken dat de kosmos en de geschiedenis de enige mogelijke plaatsen en de taal zijn voor hun ontmoeting (…)

Uit SOP 334 – Januari 2009

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Nicolas Lossky : Eucharistische gestvrijheid

EUCHARISTISCHE GASTVRIJHEID

 

Vader Nicolas Lossky

 

Laatste avondmaal ethiopisch

In de inter-confessionele context waarin we leven, wordt dikwijls de vraag gesteld waarom er niet zuiver en eenvoudig vrijheid wordt gelaten op het domein van de deelname aan de Eucharistie. Men weet dat de orthodoxen, die toch deelnemen aan de oecumenische Beweging, en dit sedert het begin van de XXe eeuw, zich hebben verzet tegen wat men moemt de ‘eucharistische gastvrijheid’.  Met uitzondering van een aantal gevallen waar de bisschop of zijn afgevaardigde die de celebratie uitvoert, om pastorale redenen, die deel uitmaken van zijn verantwoordelijkheid tegenover God, toch sommige niet-orthodoxen toelaat tot de communie. De regel wil dat alleen  leden  van de orthodoxe Kerk die niet geëxcommuniceerd zijn toegelaten worden. De uitzonderlijke gevallen waarvan sprake zijn het gevolg van wat de orthodoxen de ‘economia’ noemen, een begrip dat dikwijls verkeerd begrepen wordt. Het gaat hier niet om een  ‘afschaffing’ van een regel, maar om een ‘ niet toepassen’ ervan en dit in specifieke gevallen die voortkomen uit pastorale noodzaak. De regel blijft bestaan. Het is dus van belang om te onderzoeken waarom de orthodoxe Kerk slechts orthodoxen toelaat tot de communie.

De eerste reden  houdt verband met de orthodoxe opvatting van de eucharistie – een opvatting welke de orthodoxen trouwens delen met de katholieken. De eucharistie vertegenwoordigt de ultieme uitdrukking van de eenheid van de Kerk. Zij is de Kerk. Dit impliceert een totale eenheid in de belijdenis van het geloof, voor alles het geloof in de goddelijke Drieeenheid dat zich aan ons geopenbaard heeft in de menswording van Jezus Christus, de God-mens die ‘één is van de Heilige Drieeenheid’. Deze eenheid in de trinitaire geloofsbelijdenis impliceert een juiste ecclesiologie, wat de heilige Paulus uitdrukt als hij schrijft aan de Kerken, bijvoorbeeld ‘tot de Kerk van God te Korintië…'(1Kor.1,2 en 2 Kor.1,1). ‘Kerk van God’ betekent hier wat een weinig later Ignatius van Antiochië zal noemen ‘katholieke Kerk’, niet in de betekenis van ‘universeel’, maar wél de Kerk die de volheid van het geloof belijdt, die de volheid van de Openbaring (kath’olou = volgens alles)ontvangt. Men herinnert zich dat de heilige Ignatius deze uitdrukking gebruikt in verband met het Godsvolk, verzameld rond de bisschop, dat tegelijk universeel is, omdat het in communio is met alle eucharistische  bijeenkomsten ‘die overal de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen’ (1 Kor.1,2).

 De orthodoxe ecclesiologie veronderstelt dus een band tussen het volk van God en de bisschop die voorgaat maar die in zijn hoedanigheid van voorganger niet ophoudt deel uit te maken van dit Godsvolk.

 Dit brengt ons tot een ander aspect van de orthodoxe ecclesiologie, een aspect die ons beter zal toelaten, zelfs als onze christelijke broeders en zusters het er niet mee eens zijn, de zeer belangrijke reden van de orthodoxe  aarzeling ten overstaan van de eucharistische gastvrijheid te begrijpen. De verzameling van het Godsvolk, voorgezeten door de bisschop, is een vergadering die verenigd is in geloof en waar allen mede-verantwoordelijkheid dragen voor dit geloof. Er zijn in de Kerk geen passieve leden. Er zijn  in de orthodoxe ecclesiologie geen begrippen als ‘de lerende Kerk’ en de ‘onderwezene Kerk’. Allen zijn verenigd in een communio die zich aldus uitdrukt (zoals in de Goddelijke Liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos) : ‘Laat ons elkander beminnen, om in eenheid te belijden : de Vader, de Zoon en de heilige Geest, Drieeenheid, die éénwezenlijk en ondeelbaar is’. Het gevolg is, dat de verzameling van gelovigen en de clerus geroepen zijn om gericht te zijn naar de eenheid in verscheidenheid (of  naar de verscheidenheid in de eenheid), waarvan het mysterie van de absolute eenheid in de verscheidenheid niet minder absoluut is dan deze van de Heilige Drieeenheid, twee absoluut-heden, wat filosofisch gezien een absurditeit is, een ‘tegenstrijdigheid’ zoals de heilige Gregorius van Nazianze het zegt. Hij wordt dan ook voor niets ‘de Theoloog’ genoemd.

 Indien de eucharistische bijeenkomst geroepen is tot de eenheid in verscheidenheid naar het beeld van de Heilige Drieeenheid, dan impliceert de orthodoxe ecclesiologie, maar dan begrepen als een theologie en niet als een beschrijving van een organisatie of eenvoudigweg een institutie, dat elk lid niet simpelweg een lid is van een Kerkvergadering ; elk lid is dusdanig verbonden met de anderen in Jezus Christus dat hijzelf ‘Kerk’ is. Hieruit vloeit voort, dat waar hij communiceert, het de Kerk is die communiceert. De communie kan dus niet gezien worden als een individuele daad. Als ik in een katholieke, anglikaanse of protestantse Kerk ga communiceren, en dit in het licht van wat boven gezegd is, dan stem ik in met die Kerk. Anderzijds, als men mij zegt dat het slechts een uitzondering is, een ‘profetische’daad, dan vergeet men dat niet ik alleen communiceer maar de ganse kerkelijke gemeenschap waaraan ik deelheb communiceert met mij, want in de Kerk zijn wij geroepen om de staat van individualisme te overstijgen, om een persoon te worden, dit wil zeggen ,een ‘zijn-in-communio’, zoals metropoliet Jean van Pergame (Zizioulas) het uitdrukt. Hij laat geen gelegenheid voorbijgaan om er aan te herinneren dat er binnen de Kerk gaan plaats is voor individualisme.

 Tot besluit kan men zeggen dat, indien men in de orthodoxe Kerk de praktijk van de eucharistische gastvrijheid systematisch en zonder discriminatie zou toepassen krachtens het zo dikwijls geciteerde  principe volgens hetwelke het de Heer is die uitnodigt en  leidt, dit zou betekenen, indien men aanvaard wat gezegd is, dat ieder die men de communie zou geven, of hij het wilt of niet, ingelijft  wordt in de orthodoxe Kerk. Maar men zou niet toelaten dat deze persoon elders te communie gaat.

Vrij vertaald uit ‘Contacts’

No 210 – 2005 door Kris B.

 

Izaak de Syriër : Ascetische overweging

H. Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel

Ascetische overweging

 

Isaac_le_Syrien_2B_russes_des_USA

 

“Zeer vroeg in de morgen stond Jezus op, en ging heen; Hij begaf zich naar een eenzame plaats”

       Niets maakt een ziel zo zuiver en vreugdevol, verlicht de ziel en verwijdert slechte gedachten, als het waken dat doet. Daarom hebben onze vaderen volhard in dat zware werk van waken en ze hebben als regel aanvaard om ’s nachts wakker te blijven gedurende hun ascetische leven. Ze deden dat in het bijzonder omdat ze onze Heer met zijn levend Woord ons op verschillende plaatsen ertoe hoorden uitnodigen: “Wees waakzaam en bid onophoudelijk” (Lc 21,36) ; “Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken” (Mt 26,41) ; “Bid zonder ophouden”(1 Tes 5,17).

      En Hij vond het niet genoeg om ons alleen maar met zijn woorden te waarschuwen. Hij heeft ons ook persoonlijk het voorbeeld gegeven door de praktijk van het gebed boven alle andere dingen te verkiezen. Daarom isoleerde Hij zich voordurend om te bidden, en dat niet op willekeurige wijze, maar door de nacht als tijd daarvoor te kiezen en de woestijn als plaats, opdat ook wij in staat werden om in eenzaamheid te bidden, door de menigte en het lawaai te mijden.

      Daarom hebben onze vaderen dit hoge onderricht over het gebed ontvangen, alsof het van Christus zelf kwam. En ze hebben ervoor gekozen om te waken in gebed, op de wijze van de apostel Paulus, om vóór alles voortdurend in de nabijheid van God te kunnen verblijven door het onophoudelijke gebed… Niets van buiten bereikt hen, want daardoor zou de zuiverheid van hun intellect kunnen veranderen, hetgeen hun waken zou kunnen verstoren. Daarom vervult het waken hen met vreugde en is dit het licht van de ziel.

 Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

 

Gregorius Palamas : Over de heilige iconen

De Heilige Gregorius Palamas : Over de heilige iconen.

 Palamas H 25

Je zal u geen afbeelding maken, noch van iets in de hemel hierboven, noch van iets op de aarde beneden of in de zee’ (Ex.20,4), in deze betekenis dat we ze niet mogen aanbidden en verheerlijken als goden. Want allen zijn schepselen van de ene God, geschapen door hem in de Heilige Geest door Zijn Zoon en Logos van God in deze laatste tijden vlees geworden uit een maagd. Hij is op aarde verschenen en werd deelgenoot van mensen. Hij heeft voor de bevrijding van de mensen geleden, is gestorven en verrezen. Hij is neergedaald met zijn lichaam in de hemelen, en « zit neer aan de rechterhand van de Majesteit in de hoge »(Hebr.1,3). Hij zal wederkomen met Zijn Lichaam om levenden en doden te oordelen. Uit liefde voor Hem zal je een icoon maken, voor Hem die mens is geworden voor ons, en door Zijn icoon zal je hem in herinnering brengen en Hem aanbidden. Door de icoon zal  uw verstand op een verheven wijze het eerbiedwaardige Lichaam van de Verlosser erkennen.

Op dezelfde wijze zal je ook iconen maken van heiligen en ze vereren, niet als goden – want dit is verboden – maar omwille van onze gehechtheid, onze innerlijke genegenheid en het buitengewoon eerbewijs dat je voelt voor de heiligen. Ons verstand zal doorheen hun icoon hogerop wordt gebracht. Het was in deze geest dat Mozes iconen maakte van de Cherubijnen binnenin het Heiligste der Heiligen( Ex.25,40). Het Heilige der Heiligen zelf was het beeld van de hemelse werkelijkheid (Ex.25,40; Hebr.8,5), terwijl de heilige plaats een beeld was van de gehele wereld. Mozes noemde deze dingen heilig, hij aanbad niet datgene wat geschapen was, maar door het geschapene verheerlijkte hij God, de Schepper van de wereld.  Je moet de iconen van Christus of de heiligen niet aanbidden, maar doorheen de iconen zal je Hem vereren die in de beginnen ons heeft geschapen naar Zijn eigen gelijkenis, en die vervolgens in Zijn onuitsprekelijk medelijden er heeft in toegestemd om aan de mensen gelijk te worden en erdoor te worden gedefinieerd .

Je zal niet alleen de icoon van Christus vereren, maar ook  de gelijkenis met Zijn Kruis. Want het kruis is Christus’ groot teken en de triomf van de overwinning op de duivel en al zijn vijandige krachten. Om deze reden huiveren en vluchten ze wanneer ze de afbeelding van het Kruis zien. Eerder dan het Kruis was de afbeelding verheerlijkt door de profeten en heeft grote wonderen voortgebracht, en wanneer Hij die op het kruis hing, onze Heer Jezus Christus terugkomt om de doden en de levenden te oordelen zal dit groot en verschrikkelijk teken Hem voorgaan, vol van kracht en glorie (Matt.24,30).

Verheerlijk dus het kruis nu, opdat je dapper ernaar mag opkijken en erdoor mag verheerlijkt worden. En je moet de iconen van de heiligen vereren, want de heiligen zijn met de Heer gekruisigd, en je moet voor de verering het kruisteken maken. Zo breng je hun communio met het lijden van Christus in herinnering. Op dezelfde wijze moet je ook hun heilige schrijnen en gelijk welk reliek van het beenderen vereren, want Gods genade is niet gescheiden van deze dingen, zoals ook de goddelijkheid niet gescheiden was van Christus eerbiedwaardige lichaam in de tijd van Zijn leven-gevende dood. Door dit te doen en door hen te verheerlijken die God hebben verheerlijkt – want door hun leven toonden ze zichzelf  volmaakt in hun liefde voor God –  kan ook jijzelf tesamen met hen verheerlijkt worden door God. En met David zal je zingen : «Ik heb Uw vrienden in ere gehouden, o Heer’ (Psalm 139,17 – LXX).

 Van : ‘http://www.monachos.net/library/Gregory_palamas%

 Uit het Engels vertaald door Kris Biesbroeck

Goddelijke Liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos : volledige nederlandstalige tekst

GODDELIJKE LITURGIE VAN DE HEILIGE JOHANNES CHRYSOSTOMOS IN HET NEDERLANDS

Vertaling Archimandriet Adriaan

 (Volledige tekst. Om af te printen :tekst selecteren -knippen en plakken in Word en dan afprinten)

 laatste avondmaal

De voorbereiding op proskomedie

1. Gebeden van de Priester en Diaken voor de iconostase.

Verering van de iconen en van het altaar.

2. Priester en Diaken bekleden zich met de liturgische gewaden – Handwassing.

3. VOORBEREIDING VAN DER OFFERGAVEN : PROTHESIS (op de prothesis = klein zijaltaar)

a. van het ‘Lam’, d.i. een vierkant stuk brood dat uit het offerbrood gesneden wordt, en het stempel draagt :

IC  XC    Jezus Christus

NI-KA    Overwint

De priester legt dit op de discos (pateen)

b. Van de kelk : de Diaken (of priester) giet wijn en water in de kelk.

c. van de gedachtenis deeltjes :

De Priester snijdt uit het overige brood kleine stukjes die hij rond het Lam op de discos legt, ter gedachtenis van :    –  De Moeder Gods en de Heiligen,

           –  De levenden en de       

           –  de overledenen                                

d. De offergaven worden bedekt en bewierookt.

e. De Priester zegt het GEBED VAN DE PROTHESIS

4. Bewieroking van altaar, kerk en volk (psalm 50).

5. Laatste voorbereidingsgebeden van de celebranten.

BEGIN VAN DE GODDELIJKE LITURGIE

D. Zegen Meester

P. maakt met het Evangelieboek een kruis over het antimension en zingt :

«Gezegend zij het Koninkrijk van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest; nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen.

VREDESLITANIE

D. Laat ons de Heer in vrede bidden.

K. Kyrie eleison

D. Om de hemelse vrede en de redding van onze zielen, bidden wij de Heer.

K Kyrie eleison (na elk vers)

D. Om vrede voor de gehele wereld, het welzijn van de heilige Kerken Gods, en om de EENHEID van allen; bidden wij de Heer.

Voor dit heilige Godshuis, en voor hen die er met geloof, eerbied en vreze Gods binnentreden; bidden wij de Heer.

Voor onze Patriarch N., voor Metropoliet N., voor onze Aartsbisschop N., voor de eerbiedwaardige priesters, het diaconaat  in Christus, voor geheel de geestelijkheid, en voor gans het volk; bidden wij de Heer.

Voor onze Koning N., voor onze Koningin N., en voor de Regering van dit land; bidden wij de Heer.

Voor deze stad, en voor alle steden en dorpen van ons gehele land, en voor alle gelovigen die er wonen; bidden wij de Heer.

Voor goed weer en overvloed van de vruchten der aarde, en om vredige tijden; bidden wij de Heer.

Voor de reizigers op zee, te land en in de lucht; voor de zieken en lijdenden; voor de gevangenen en hun redding; bidden wij de Heer.

Om bevrijding uit alle verdrukking, toorn, gevaar en nood; bidden wij de Heer.

Help en red ons, wees barmhartig en bescherm ons, o God, door Uw genade.

Onze alheilige, ongeschonden,hooggezegende,roemrijke Koningin, Gods Moeder en altijd Maagd Maria, met alle Heiligen gedenkend, bevelen wij aan Christus God onszelf, elkaar en geheel ons leven aan.

K. Aan U o Heer

P. Bidt intussen zacht :

Heer onze God, Wiens macht niet te vergelijken is, en Wiens heerlijkheid onbegrijpelijk is; Wiens barmhartigheid geen grenzen kent, en Wiens liefde tot de mensen onuitsprekelijk is. Gij, Heer, zie goedertierend neer op ons en dit heilig Huis. Schenk ons, en hen die met ons meebidden, Uw rijke barmhartigheid en medelijden.

…en hij roept : Want U komt toe alle heerlijkheid, eer en aanbidding : Vader, Zoon en heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen.

D. Gaat onder het zingen bij de Christusicoon staan.

EERSTE ANTIFOON

K. Mijn ziel love de Heer, geloofd zijt Gij o Heer.

Mijn ziel, love de Heer en dat-alles-wat-in-mij-is, love Zijn heilige Naam.

Mijn ziel, zegen de Heer, vergeet-toch-al-zijn weldaden niet.

De Heer, vergeeft en geneest, vol-ontferming-en-harmhartig is de Heer.

Mijn ziel, love de Heer en dat alles-wat-in-mij-is, love Zijn heilige Naam, geloofd zijt Gij, o Heer.

(Op grote feesten zijn er eigen Antifonen, zoals voorgeschreven)

L. Zingt de verzen.

K. DOOR DE GEBEDEN VAN DE HEILIGE MOEDER GODS,HEILAND, O RED ONS.

1e KLEINE LITANIE

D. Nogmaals en nogmaals, laat ons de Heer in vrede bidden.

K. Kyrie eleison

D. Help en red ons, wees barmhartig en bescherm ons, o God door Uw genade.

K. Kyrie eleison

D. Onze alheilige, ongeschonden, hooggezegende, roemrijke Koningin, Godsmoeder en altijd-maagd Maria met alle heiligen gedenkend, bevelen wij aan Christus God onszelf, elkaar en geheel ons leven aan.

K. Aan U o Heer.

P. Heer onze God, red uw volk en zegen uw erfdeel. Bewaar de volheid van Uw Kerk. Heilige hen die de schoonheid van Uw Huis liefhebben. Verheerlijk hen daarvoor met Uw goddelijke kracht, en verlaat ons niet die op U hopen.

Want van U is de macht en aan U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid : Vader, Zoon en Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

AMEN.

2e ANTIFOON

K. Eer aan de Vader, en aan de Zoon, en aan de Heilige Geest.

Mijn ziel, zegen de Heer, ik wil de Heer loven in heel mijn leven, de psalm zingen voor God, zolang ik besta. Stel uw vertrouwen niet op vorsten, op mensenzonen bij wie geen heil is. Zijn geest zal hem verlaten : hij keert terug tot de aarde waaruit hij genomen was; en op diezelfde dag gaan al zijn plannen ten gronde. Zalig hij, wiens Helper de God is van Jacob, die zijn vertrouwen stelt op de Heer zijn God. Die hemel, aarde en zee heeft gemaakt, met al wat zich daarin bevindt. Hij behoedt de waarheid in eeuwigheid. Hij verschaft recht aan wie onrecht lijden. Aan hongeren geeft Hij voedsel, de Heer verlost de geboeiden. De Heer schenkt het gezicht aan de blinden : de Heer richt de gebrokenen op. De Heer bemint de rechtvaardigen, de Heer behoedt de vreemden. Hij is de steun van wees en weduwe, maar Hij vernietigt de weg van de zondaar. De Heer zal heersen in eeuwigheid : uw God, Sion, van geslacht tot geslacht.

(Hier ook is er eigen Antifoon op grote feesten, zoals voorgeschreven)

L. Zingt de verzen.

K. VERLOS ONS ZOON VAN GOD…..WIJ DIE U BEZINGEN ALLELUIA

K. Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

* ENIGGEBOREN Zoon en Woord van God, die onsterfelijk zijt, en het op U genomen hebt voor onze verlossing vlees te worden uit de Heilige Moeder van God en altijd maagd Maria. En zonder te veranderen mens geworden zijt : die gekruisigd zijt, Christus God, en de dood door Uw dood hebt overwonnen. Gij die als één van de Heilige drie-eenheid samen verheerlijkt wordt met de Vader en de Heilige Geest – VERLOS ONS –

2e KLEINE LITANIE

D. Nogmaals en nogmaals, laat ons de Heer in vrede bidden.

K. Kyrie eleison

D. Help en red ons, wees barmhartig en bescherm ons, o God, door Uw genade.

K. Kyrie eleison

D. Onze alheilige, ongeschonden,hooggezegende, roemrijke Koningin, Gods Moeder en altijd maagd Maria met alle heiligen gedenkend, bevelen wij aan Christus God onszelf, elkaar en heel de wereld aan.

K. Aan U o Heer

P. Gij hebt ons deze gemeenschappelijke, eenstemmige smeekbeden geschonken, en beloofd om de gebeden te verhoren van twee of drie, die eenstemmig bidden in Uw Naam. Verhoor nu ook het smeken van Uw dienaren zoals het hun nuttig is. Schenk ons in deze voorbijgaande tijd de kennis der waarheid, en in de toekomstige het eeuwig leven.

Want Gij zijt een goede en menslievende God, en tot U zenden wij onze lof : Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen.

3e ANTIFOON

ZALIGSPREKINGEN

In Uw Koninkrijk * denk toch aan ons o Heer.

Zalig zij die arm zijn van geest * want hun behoort het Rijk der hemelen.

Zalig zij die treuren * want zij zullen getroost worden.

Zalig zij die zachtmoedig zijn * want zij zullen de aarde bezitten.

Zalig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid * want zij zullen verzadigd worden.

Zalig zij die barmhartig zijn * want hun zal geschieden barmhartigheid.

Zalig zij die zuiver zijn van hart * want zij zullen God zien.

Zalig zij die vrede stichten * want zij zullen kinderen Gods worden genoemd.

Zalig zij die vervolgd worden om de gerechtigheid * want het Rijk der hemelen behoort hun toe.

Zalig zijt gij, wanneer ge zult gesmaad en vervolgd worden en wanneer men valselijk allerlei kwaad van U zal zeggen om mijnentwil.

Verheugt en verblijdt U, want groot is uw beloning in de Hemel.

(Onder de Zaligsprekingen gebeurt de : )

KLEINE INTOCHT

P/D. maken drie buigingen voor het altaar. P. geeft Evangelie aan D. Zij gaan om het Altaar heen door de noorderdeur naar buiten, voorafgegaan door het licht. Voor de H. Deuren blijven zij staan en buigen het hoofd. Zij bidden stil :

D. Bidden wij de Heer.

P. Meester, Heer onze God, die in de hemelen legioenen hebt opgesteld van Engelen en Aartsengelen voor de Liturgie van Uw heerlijkheid; geef dat met onze intocht ook de Intocht der heilige Engelen geschiede, die samen met ons dienen en Uw goedheid verheerlijken. Want alle lof, eer en aanbidding komt toe aan U : Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

D. Amen. Zegen, Vader, de heilige intocht.

P. + Gezegend zij de intocht van Uw heiligen; immer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

(D. laat P. het Evangelie kussen; gaat na de zaligsprekingen voor de P.in de Poort staan, heft het H. Evangelie omhoog en roept : )

D. WIJSHEID STAAT OP.

P/D. (buigen en gaan het altaar in. D. legt het H. Evangelie op het altaar-op normale zondagen zingt het koor : ).

K. Kom laten wij Christus aanbidden en buigen voor Hem. Red ons o Zoon van God, Gij die uit de doden verrezen zijt, wij die u bezingen. Alleluia.

K. Troparion en kondakion (variabel).

K. Troparion van de H. Apostel Andreas (of een andere patroonheilige van de Kerk)

Gij zijt de eerstgeroepene der Apostelen en de broeder van Petrus. Bid daarom Heilige Andreas tot de meester van het heelal, om aan de wereld vrede te schenken en aan onze zielen de grote genade.

D. Bidden wij de Heer.

K. Kyrie eleison

TRISAGIONGEBED

P. Heilige God, die temidden der Heiligen rust : de Serafijnen zingen U het driemaal heilig toe; de Cherubijnen verheerlijken U en alle Hemelse Krachten aanbidden U.

Gij hebt het heelal vanuit het niets tot het zijn gebracht.

Gij hebt de mens geschapen naar Uw icoon en gelijkenis, en hem met Uw veelzijdige gaven gesierd.

Gij schenkt wijsheid en begrip aan allen die erom vragen. Zelfs de zondaars verstoot Gij niet, maar Gij hebt de boete ingesteld voor hun zaligheid.

Gij hebt ons, Uw onwaardige en geringe dienaren, waardig geacht om op dit ogenblik voor de heerlijkheid van Uw heilig Altaar te staan, en de U verschuldigde aanbidding en lofprijzing op te dragen.

Meester, aanvaard ook uit de mond van ons, zondaars, de hymne van het Trisagion en bezoek ons in Uw goedheid.

Vergeef ons alle bewuste en onbewuste zonden.

Heilig onze zielen en lichamen, en geef ons om U te dienen in heiligheid en rechtvaardigheid voor Uw aanschijn, alle dagen van ons leven.

(P. zegent D. en roept :  )

Want heilig zijt Gij, onze God, en tot U zenden wij onze lof : Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd….

D. En in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen

TRISAGION

K. Heilige God, Heilige sterk, Heilig Onsterfelijk, ontferm U over ons (3X).

Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Heilig onsterfelijk, ontferm U over ons.

Heilige God, Heilige sterk, Heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons.

(In de Paasweek, op de Theofanie en op Doopfeesten : )

Gij allen die in Christus zijt gedoopt, gij hebt Christus aangedaan. Alleluia

(Op de feesten van het Heilig Kruis 🙂

 Uw heilig Kruis, vereren wij, o Meester; en Uw heilige Verrijzenis loven wij.

P/D maken intussen drie buigingen voor het Altaar.

D. Beveel, Vader.

P. Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren.

P/D gaan naar de troon achter het Altaar :

D. Zegen, Vader, de verheven Troon.

P. Zegent de Troon :

+ Gezegend Gij die zijt op de Troon der heerlijkheid van Uw koninkrijk, en Die zetelt op de Cherubijnen; immer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

D. Gaat weer voor de deuren en roept :

LAAT ONS AANDACHTIG ZIJN.

P. + VREDE AAN ALLEN.

L./K. en met Uw geest.

D. WIJSHEID

L. PROKIMEN, toon….

 APOSTELLEZING

D WIJSHEID

L. Lezing uit de Brief van de heilige Apostel….. (aan de…)

D. Laat ons aandachtig zijn.

L Broeders…..

P. Vrede zij u, die gelezen hebt.

L. En met uw geest.

D. «zegt zacht» : wijsheid.

K. Alleluia, alleluia, alleluia.

L. Alleluia-verzen van de dag….

EVANGELIEGEBED (wordt intussen stil gezegd).

P. Laat stralen in onze harten, menslievende Meester, het onvergankelijk Licht van Uw goddelijke kennis. Plant in ons de vreze Uwer Zaligmakende geboden, zodat wij de begeerten van het vlees overwinnen, en een geestelijke levenswijze leiden, met gedachten en daden volgens Uw welbehagen.

Want Gij zijt de Verlichter van onze zielen en lichamen, Christus God, en tot U zenden wij onze lof, evenals tot Uw beginloze Vader, en Uw alheilige, goed en levendmakende Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

D. houdt het Evangelie vast, buigt naar de P :

Zegen Vader, de verkondiger van het Heilig Evangelie volgens de H. Apostel en Evangelist….

P. + Door de gebeden van de heilige, roemrijke Apostel en Evangelist…geve God u, om met heilige kracht het Evangeliewoord te verkondigen van Zijn welbeminde Zoon, onze Heer Jezus Christus.

D. Amen.

D. Wijsheid. Staat op. Laat ons luisteren naar het heilig Evangelie….

K. Ere zij U, o Heer, Ere zij U

D. (geeft in de Poort het Evangelie aan de priester – blijft voor de deuren voor de litanie.)

DRINGENDE LITANIE

D. Zeggen wij allen met geheel onze ziel, zeggen wij uit geheel ons hart :

K. Kyrie eleison

D. Almachtige Heer, God onzer Vaderen, wij smeken U : luister en wees barmhartig.

K. Kyrie eleison

D. God, wees ons barmhartig volgens Uw grote barmhartigheid; wij smeken U : luister en wees barmhartig.

K. Kyrie eleison, Kyrie eleison, Kyrie eleison ( zo ook na de volgende)

D. Ook bidden wij voor de vrome Orthodoxe Christenen.

Ook bidden wij voor onze Oecumensiche Patriarch N., voor Metropoliet.,en voor onze Aartsbisschop N.

Ook bidden wij voor onze Koning N., en onze Koningin N., voor de regering van dit land, en voor allen die er wonen.

Ook bidden wij voor alle Orthodoxe Patriarchen, Metropolieten en bisschoppen; voor de priesters en diakens; voor de monniken en monialen; en voor het gehele volk.

Ook bidden wij om bermhartigheid, leven, vrede, gezondheid, heil, bescherming, vergeving en kwijtschelding van hun zonden voor de dienaren en dienaressen Gods, leden van deze Parochie.

Ook bidden wij voor onze overledenen….en voor alle overleden broeders en zusters die ons zijn voorgegaan.

Ook bidden wij voor de weldoeners van deze heilige en eerbiedwaardige kerk; voor hen die er werken; voor hen die er zingen en voor heel het rondomstaande volk, dat van U grote en rijke barmhartigheid verwacht.

Ook bidden wij voor hen die U zoeken, voor hen die U niet zoeken, voor hen die U aanroepen zonder U te kennen en voor hen die weerstaan aan Uw genade.

P. Heer onze God, aanvaard deze dringende smeking van Uw dienaren en dienaressen. Wees ons barmhartig naar de volheid van Uw barmhartigheid. Zend uw genade neer over ons en over heel Uw volk, dat van U grote en overvloedige barmhartigheid verwacht.

Want Gij zijt een barmhartige en menslievende God, en tot U zenden wij onze lof : Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen.

LITANIE DER OVERLEDENEN   (Facultatief) (D. neemt wierook 🙂

D. Gelovigen, laat ons nogmaals en nogmaals de Heer in vrede bidden.

K Kyrie eleison

Help en red ons, wees barmhartig en bescherm ons, God door Uw genade.

K. Kyrie eleison

D. wijsheid.

P. Wij danken U, Heer God der krachten, dat Gij ons ook nu waardig hebt geacht om te staan voor Uw heilig Altaar, en neder te vallen voor Uw barmhartigheid : wegens onze zonden en dwalingen van het volk. God, neem ons smeken aan. Maak ons waardig om U deze smeekbeden en dit onbloedig Offer op te dragen voor geheel Uw volk.

Stel ons, die Gij voor deze Dienst hebt aangesteld, in de kracht van Uw Heilige Geest, in staat om altijd en overal U aan te roepen, zonder verworpen te worden

Of aanstoot te geven, maar met een zuiver geweten. Verhoor ons en wees ons genadig in de overvloed van Uw goedheid.

Want U komt toe alle heerlijkheid, eer en aanbidding : Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

 K. Amen.

TWEEDE LITANIE DER GELOVIGEN

D. Nogmaals en nogmaals, laat ons de Heer in vrede bidden.

K. Kyrie eleison.

D. Help en red ons, wees barmhartig, en bescherm ons, God door Uw genade.

K. Kyrie eleison

D. Wijsheid.

P. Steeds opnieuw vallen wij voor U neer, en bidden U, goede en menslievende God, om neer te zien op onze smeking, en onze zielen en lichamen te reinigen van alle vleselijke en geestelijke smet.

Geef ons om zonder blaam of veroordeling voor Uw heilig Altaar te staan. God schenk ook aan hen die met ons meebidden, vooruitgang in leven, geloof en geestelijk inzicht.

Geef hun, om U altijd met ontzag en liefde te dienen, om zonder blaam of veroordeling aan Uw heilige Mysteriën deel te nemen, en om Uw hemels Koninkrijk waardig te worden.

Opdat wij, door Uw macht altijd beschermd, tot U onze lof opzenden : Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen.

CHERUBIJNENZANG (1e deel)

 Wij, die in dit mysterie verzinnebeelden de Cherubijnen, verzinnebeelden de Cherubijnen. En die zingen d’hymne driemaal heilig aan de levenschenkende Drie-eenheid, aan de Levenschenkende Drie-eenheid. Stellen wij, stellen wij terzijde alle zorgen van deze wereld, alle zorgen van deze wereld.

Of…Wij die in het Mysterie verzinnebeelden de Cherubijnen en die de hymne zingen, d’hymne driemaal heilig, aan de Levenschenkende Drie-eenheid. Laat ons ter zijde stellen, alle zorgen van deze wereld.

(D. gaat in het heiligdom, bewierookt het Altaar, het Heiligdom, de Iconostase en het volk.)

GEBED VOOR DE GROTE INTOCHT (gebogen)

P. Niemand die gebonden is door  vleselijke begeerte en genot, is waardig om zo dicht tot U te naderen en voor U de heilige Liturgie te vieren, Koning der heerlijkheid. Want dienst doen voor U is groot en vreeswekkend, zelfs voor de Hemelse Krachten.

Zonder verandering of vermenging te ondergaan, zijt Gij in Uw onzegbare en onmetelijke mensenliefde Mens geworden, om onze Hogepriester te zijn. En als Meester van het heelal hebt Gij ons de Dienst van dit liturgisch en onbloedig Offer toevertrouwd.

Heer onze God, Gij alleen zijt Meester over hemel en aarde. Gij wordt gedragen op de Cherubijnentroon. Gij zijt de Heer der Serafijnen en de Koning van Israël. Gij alleen zijt heilig, en Gij woont in het Heilige.

Daarom roep ik tot U, alleen Goede, die bereid zijt om naar ons te luisteren : zie neer op mij, Uw zondige en nutteloze dienaar; reinig mijn ziel en mijn hart van slechte gedachten, en stel mij, die Gij door de kracht van Uw Heilige Geest met de genade van het priesterschap hebt bekleed, in staat hier voor Uw heilig Altaar te staan, om Uw heilig, smetteloos Lichaam en kostbaar Bloed te offeren.

Met gebogen hoofd kom ik tot U, en ik smeek U : wend uw aangezicht niet van mij af, en verstoot mij niet uit het getal van Uw dienaren. Veroorloof mij, zondige en onwaardige dienaar, U deze gaven aan te bieden.

Gij, Christus onze God, zijt het immers Die offert en geofferd wordt, Die ontvangt en ontvangen wordt. Daarom zenden wij onze lof tot U, evenals tot Uw beginloze Vader, en Uw alheilige, goede en levendmakende Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

P (zegt met opgeheven armen : )

Wij die op mystieke wijze de icoon zijn der Cherubijnen, en de levendmakende Drie-eenheid de hymne toezingen van het Trisagion; laat ons alle aardse zorgen terzijde stellen.

(buigt)

D. Om te ontvangen de Koning van het heelal, onzichtbaar begeleid door Zijn lijfwacht en Engelenkoren, Alleluia, alleluia, alleluia.

(en zij herhalen dit drie-maal)

(P/D groeten vanuit de Deuren het volk en gaan naar de Proskomidietafel. Alleen de priester wierookt en bidt : )

P. God, wees mij, zondaar, genadig.

D. Hef op, Vader.

(P Bevestigt de aër op de linkerschouder en de D, zeggend : )

Hef uw handen op naar het Heiligdom, en zegen de Heer.

(D. knielt op één knie, wierookvat aan de vinger.)

(P. Plaatst de disk op hoofd van diaken, neemt zelf de kelk, en gaat achter D. door naar de noorddeur naar buiten, lichten vooraf.)

(P/D. blijven in de HH.Deuren staan, naar het volk gekeerd.)

D. De Heer onze God, gedenke in Zijn Koninkrijk, onze Oecumenische Patriarch N., Metropoliet N., en onze Aartsbisschop N., immer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

P. De heer onze God gedenke in Zijn Koninkrijk, onze Koning N., en onze Koningin N., de regering van dit land en allen die er wonen, immer nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

(en zij doen de verschillende gedachtenissen)

P. De Heer onze God gedenke in Zijn Koninkrijk, U allen Orthodoxe Christenen, immer nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen.

CHERUBIJNENZANG  (Tweede deel)

Om te ontvangen de Koning van het heelal, onzichtbaar begeleid door de Engelenkoren. Alleluia, alleluia, alleluia.

Of : Om de Koning te ontvangen van het heelal, onzichtbaar begeleid door de Engelenkoren, Alleluia, alleluia, alleluia.

(ondertussen : D. komt rechts naast de priester staan : )

God de Heer gedenke uw priesterschap in Zijn Koninkrijk.

P. God de Heer gedenke uw diaconaat in Zijn Koninkrijk, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

(zet de kelk rechts op het antimension)

D. knielt op één knie.

P. neemt de disk, zet die links op het antimension :

DE RECHTVAARDIGE JOZEF NAM UW ALZUIVERST LICHAAM VAN HET KRUIS.  HIJ WIKKELDE HET IN EEN ZUIVER LINNEN DOEK MET REUKWERK EN LEGDE HET IN EEN NIEUW GRAF.

P. neemt velums weg van disk en kelk :

IN HET GRAF WAART GIJ IN UW VLEES, IN DE ONDERWERELD MET UW ZIEL, MAAR ALS GOD IN HET PARADIJS MET DE ROVER. EN OP DE TROON, O CHRISTUS, MET DE VADER EN DE GEEST, VERVULT GIJ ALLES, O ONBESCHRIJFLIJKE.

Bewierookt de aër en legt deze over de gaven :

LEVENBRENGEND EN SCHONER DAN HET PARADIJS EN WAARLIJK STRALENDER DAN HET SCHOONSTE KONINGSPALEIS : ZO IS VOOR ONS, CHRISTUS,UW GRAF, DE BRON ONZER OPSTANDING.

D. Doe goed….., Vader.

P. (wierookt driemaal de Gaven :

Doe goed Heer in Uw welwillendheid aan Sion, laat de muren van Jeruzalem weer opgebouwd worden. Dan hebt Gij behagen in offers van gerechtigheid, gaven en brandoffers : dan zal men kalveren op Uw Altaar leggen.

P. (tot D.) : GEDENK MIJNER, BROEDER EN MEDELITURG.

D. God de Heer gedenke uw priesterschap in Zijn Koninkrijk.

Bid voor mij, heilige Vader.

P.  Heilige Geest moge over U komen, Kracht des Allerhoogsten moge u overschaduwen.

D. De H. Geest moge bij ons dienen alle dagen van ons leven.)

VRAGENDE LITANIE

D. Laten wij ons smeekgebed voor de Heer voleindigen.

K. Kyrie eleison.

D. Voor de hier neergelegde, kostbare Gaven, bidden wij de Heer.

Voor dit Heilig Godshuis, en voor hen die er met geloof, eerbied en vreze Gods binnentreden, bidden wij de Heer.

Om bevrijding uit alle verdrukking, toorn, gevaar en nood, bidden wij de Heer.

Help en red ons, wees barmhartig, en bescherm ons, God, door Uw genade.

Dat de gehele dag volmaakt, heilig, vredig en zonder zonde moge zijn, vragen wij de Heer.

K. O geef het Heer

Om een Engel van vrede, een getrouwe gids en behoeder van onze zielen en lichamen, vragen wij de Heer.

Om vergeving en kwijtschelding van onze zonden en fouten, vragen wij de Heer.

Om al wat goed en nuttig is voor onze zielen, en om vrede voor de gehele wereld, vragen wij de Heer.

Dat wij de tijd van het leven die ons nog overblijft in vrede en boetvaardigheid mogen voleindigen, vragen wij de Heer.

Dat het einde van ons leven christelijk, smarteloos, zonder reden tot schaamte, en vredig moge zijn; en om een goede verdediging voor de ontzagwekkende rechterstoel van Christus, vragen wij (de Heer).

Onze alheilige, ongeschonden, hooggezegende, roemrijke Koningin, Gods Moeder en altijdmaagd Maria met alle Heiligen gedenkend, bevelen wij aan Christus onszelf, elkaar en geheel ons leven aan.

K. Aan U, o Heer

P. Heer, God, Albeheerser, alleen Heilige; Gij aanvaardt het lofoffer van hen die U aanroepen met geheel hun hart. Aanvaard ook het gebed van ons, zondaars, en breng het op Uw heilig Altaar.

Stel ons in staat om U Gaven en geestelijke Offeranden op te dragen : voor onze zonden en voor de dwalingen van het volk. Doe ons genade vinden voor Uw aangezicht opdat ons Offer U behage en de Geest Uwer genade moge rusten op ons en op deze voor U neergelegde Gaven en op geheel Uw volk.

Door de barmhartigheid van Uw eengeboren Zoon met Wie Gij gezegend zijt, tezamen met al Uw alheilige, goede en lenendmakende Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen .

ZEGEN

P. + Vrede aan allen.

K. En met Uw Geest.

D. Laat ons elkander beminnen, om in éénheid te belijden :

K. De Vader, de Zoon en de heilige Geest; Drie-eenheid, die éénwezenlijk en ondeelbaar is.

(ondertussen maakt de P. drie buigingen en zegt zacht :

Ik wil U liefhebben, Heer mijn Kracht. De Heer is mijn steun, mijn Toevlucht en mijn Bevrijder.

En hij kust disk, kelk en Altaar.)

VREDESKUS

De priesters kussen elkaar op de schouders :

P. Christus is in ons midden.

P. Hij is, en zal zijn.

D. (staat voor de icoon, kust orarion, buigt en roept : )

De deuren, de deuren : laat ons in wijsheid aandachtig zijn.

(De Priester beweegt de uitgespreide aër boven de Gaven, en zingt met heel het volk de Geloofsbelijdenis.)

GELOOFSBELIJDENIS

« ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, voor alle tijden geboren uit de Vader. Licht uit Licht – ware God uit de ware God – . Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil, uit de hemel neergedaald. Hij heeft het Vlees aangenomen, door de heilige Geest uit de Maagd Maria, en is mens geworden. Hij werd voor ons gekruisigd. Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag, volgens de schriften. Hij is opgevaren ten Hemel : zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid – om te oordelen levenden en doden – en aan Zijn Rijk komt geen einde.

Ik geloof in de Heilige Geest – die Heer is en het leven geeft – die voortkomt uit de Vader. Die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt. Die gesproken heeft door de profeten. Ik geloof in de Ene, heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden – en het leven van het komend Rijk.

ANAFORA – INLEIDING TOT DE CANON

D. Laat ons eerbiedig staan, laat ons met vreze staan, laat ons aandachtig zijn, om het heilig Offer in vrede op te dragen.

K. Gift van vrede, een Offer van lof, van lof.

P. + De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God de Vader, en de gemeenschap van de Heilige Geest, zij met U allen.

K. En met uw Geest.

P. Heft uw harten tot de Heer.

K. Wij heffen z’omhoog tot onze Heer.

P. Laat ons de Heer de Eucharistie opdragen.

K. Het is recht en waardig, recht en waardig, te aanbidden, de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Drie-eenheid, éénwezenlijk en ondeelbaar, Drie-eenheid, éénwezenlijk en ondeelbaar, en ondeelbaar !

DE EUCHARISTISCHE CANON

P. Waardig is het en recht, U de hymne te zingen, U te zegenen, U te loven, U de Eucharistie op te dragen, en U te aanbidden op elke plaats van Uw heerschappij. Want Gij zijt de onzegbare, onbegrijpelijke, onzichtbare, ondoorgrondelijke God; de onveranderlijke Zijnde : Gij, en Uw eengeboren Zoon, en Uw Heilige Geest.

Gij hebt ons uit het niets tot het zijn gebracht, en nadat wij gevallen waren, hebt Gij ons weer doen opstaan. Gij hebt onophoudelijk alles gedaan om ons in de Hemel te leiden en ons Uw komend Koninkrijk te schenken.

Voor dit alles danken wij U en Uw ééngeboren Zoon en Uw Heilige Geest : voor alle aan ons bewezen weldaden, die wij kennen en die wij niet kennen, de zichtbare en de onzichtbare.

Wij danken U ook voor deze Eucharistie, die Gij uit onze handen wilt aanvaarden, terwijl Gij toch beschikt over duizenden Aartsengelen en tienduizenden Engelen, over Cherubijnen en Serafijnen met zes vleugels en vele ogen, hoog opwiekend, het triomflied zinden, roepend, luid jubelend en zeggend :

K. Heilig, Heilig, Heilig is de heer Sabaoth. De hemel en de aarde zijn vol van Uw heerlijkheid. Hosanna, Hosanna in de Hoge. Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer.

Hosanna, Hosanna in de Hoge.

P. Met deze zalige krachten, menslievende Meester, roepen ook wij en zeggen : Heilig zijt Gij, Alheilig : Gij en Uw eengeboren Zoon, en Uw Heilige Geest. Heilig zijt Gij, Alheilig; en hoogverheven is Uw heerlijkheid.

Zozeer hebt Gij Uw wereld liefgehad, dat Gij Uw ééngeboren Zoon gegeven hebt, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga maar eeuwig leven hebben. Hij is gekomen en heeft heel die Heilseconomie voor ons voltooid.

In die nacht, waarin Hij voor ons werd overgeleverd, of veeleer, waarin Hij zich zelf overleverde voor het leven der wereld, nam Hij brood in Zijn heilige en vlekkeloos reine handen, zegende , heiligde, brak het, en gaf het aan Zijn heilige Leerlingen en Apostelen, zeggend :

(wijst naar de gaven, D ook met orarion 🙂

 

NEEMT EN EET, DIT IS MIJN LICHAAM

DAT VOOR U GEBROKEN WORDT,

TOT VERGEVING DER ZONDEN.

 

Koor zingt  zacht : Amen

P. Evenzo de Kelk na het Avondmaal, zeggende :

 

DRINKT ALLEN HIERUIT : DIT IS MIJN BLOED VAN HET NIEUW VERBOND, DAT VOOR U EN VOOR VELEN VERGOTEN WORDT TOT VERGEVING DER ZONDEN.

 

k. Amen

P. Dit verlossend gebod indachtig, stellen wij nu tegewoordig alles wat voor ons geschied is : het Kruis, het Graf, de Opstanding op de derde dag, de Hemelvaart, de Troon ter rechterzijde, en de Wederkomst in heerlijkheidn en

(D. heft met kruisgewijs over elkaar gelegde handen Kelk en disk op, zet ze voorzichtig neer en buigt eerbiedig.)

P. OFFEREN WIJ HET UWE, GENOMEN UIT HET UWE, NAMENS ALLES EN VOOR ALLES.

K. Wij prijzen U, wij loven U, wij zeggen U dank, o Heer, en wij bidden U en wij bidden U, o onze God, o onze God, o onze God.

D.  Heer, wees mij, zondaar, genadig en ontferm U mijner.

P. Heer, die op het Derde Uur Uw Heilige Geest over Uw Apostelen gezonden hebt, neem Hem niet van ons weg, Algoede, maar hernieuw Hem in ons die er U om smeken. (3 X).

EPICLESE

P. Wij offeren U deze onbloedige Logosdienst, wij roepen Uw hulp in, wij bidden en smeken U :

ZEND UW HEILIGE GEEST NEER OVER ONS EN OVER DEZE VOOR U NEERGELEGDE GAVEN.

D.( buigt het hoofd, wijst met orarion naar de Disk, en zegt STIL : )

Zegen , Vader, het heilig Brood.

P. + EN MAAK DIT BROOD HET KOSTBAAR LICHAAM VAN UW CHRISTUS.

D. Amen. Zegen, Vader, de heilige Kelk.

P + EN WAT IN DEZE KELK IS, HET KOSTBAAR BLOED VAN UW CHRISTUS.

D. : Amen, Zegen vadern beide.

P. + ZE HERSCHEPPEND DOOR UW HEILIGE GEEST.

D. Amen, Amen, Amen.

P. Opdat zij voor hen die ze ontvangen, worden tot reiniging van hun Ziel, tot vergeving der zonden, tot gemeenschap met Uw Heilige Geest, tot volheid van het Koninkrijk der Hemelen, tot vrijmoedigheid tegenover U, maar niet tot vonnis of veroordeling.

Ook offeren wij U deze Logosdienst voor hen die in het geloof ontslapen zijn : Voorvaderen, Vaderen, Patriarchen, Profeten, Apostelen, Predikers, Evangelisten, Martelaren, Belijders, Asketen, en voor elke gerechte geest, die in het geloof tot volkomenheid gekomen is.

(hij zegent het antidoron en zegt wierokend : )

 VOORAL, VOOR ONZE ALHEILIGE, ONGESCHONDEN, HOOGGEZEGENDE, ROEMRIJKE KONINGIN, GODSMOEDER EN ALTIJD – MAAGD MARIA

D. (wierookt rond Altaar en leest de diptieken.)

K. O waarlijk passend is het U zalig te prijzen o Moeder Gods.

Zaliggeprezen en ongeschonden Moeder van God.

Gij die eerbiedwaardiger zijt dan de Cherubijnen.

En onvergelijkelijk glorierijker dan de Serafijnen.

Die zonder smet, God, het woord hebt gebaard.

Gij waarlijk Moeder van God. U roemen wij.

(Op grote feesten wordt in plaats van voorgaande hymne het PRIJSLIED gezongen).

PRIJSLIED

De Engel riep tot de gezegende : Reine Maagd verheug U.

En nog eens zeg ik verheug U. Uw Zoon is opgestaan ten derde dag uit het graf.

Word verlicht, word verlicht nieuw Jeruzalem. Want de heerlijkheid des Heren is over U opgestaan. Dans nu, en juicht Sion. En gij, heilige Moeder Gods, verheug U in de opstanding van Uw Kind.

P. Ook voor de heilige Johannes, de Profeet, Voorloper en Doper; de heilige, roemrijke, alomgeprezen Apostelen;de heilige… van wie wij de gedachtenis vieren; en al Uw Heiligen. Zie op ons neer, o God, omwille van hun gebeden.

D. leest de diptieken van de overledenen.

P Gedenk allen die ontslapen zijn, in de hoop op de Opstanding tot het eeuwig Leven….. Schenk hun de rust, onze God, daar waar het licht van Uw aanschijn straalt.

Verder roepen wij tot U : gedenk Heer, alle Orthodoxe bisschoppen die het woord van Uw Waarheid recht verkondigen; alle priesters en diakens in Christus; en allen die tot Uw dienst gewijd zijn.

Deze Logosdienst offern wij U ook voor de gehele wereld; voor de heilige, Katholieke en Apostolische Kerk ; voor hen die in een rein en heilig leven volharden; en voor de regering van ons land.

Heer, schenk ons een tijd van vrede, opdat wij in die vrede stil en rustig een godsvruchtig en waardig leven mogen leiden.

Gedenk, Heer, allereerst onze Oecumenische Patriarch N., Artsbisschop van Constantinopel, Metropoliet N. en onze Aartsbisschop N. van….. Geef dat zij voor het welzijn van Uw heilige Kerken nog lang in vrede, gezond, geëerd, ongedeerd mogen leven, en het woord van Uw Waarheid recht mogen verkondigen.

D. En hen die ieder in zijn gedachten heeft.

K. En allen, en allen

P. Gedenk, Heer, de stad waar wij wonen, de steden en dorpen van ons land, en alle gelovige bewoners.

Gedenk, Heer, de reizigers op zee, te land en in de lucht; de zieken en lijdenden; de gevangenen en hun redding.

Gedenk, Heer, hen die aan de armen denken; en schenk ons allen Uw genade.

En geef ons met één mond en één hart Uw alroerlijke en hooggeprezen Naar te bezingen en te loven, van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen

ZEGEN       (diaken krijgt zegen en gaat uit het altaar)

P. + De barmhartigheid van onze grote God en zaligmaker Jezus Christus, zal altijd met u zijn.

K. En met Uw geest.

VRAGENDE LITANIE

D. Laat ons, na de gedachtenis van alle Heiligen, de Heer nogmaals en nogmaals in vrede bidden.

Voor de hier neergelegde en geheiligde, kostbare Gaven, bidden we de Heer.

Opdat onze menslievende God deze Gaven moge aanvaarden op Zijn heilig, hemels, onstoffelijk Altaar tot een welriekende geestelijke geur; en ons daarvoor Zijn goddelijke genade, en de gave van Zijn Heilige Geest moge schenken; bidden we de Heer.

Om eenheid van geloof, en gemeenschap met de Heilige Geest smekend, bevelen wij aan Christus God onszelf, elkaar, en geheel ons leven aan.

K. Aan U o Heer

P. Menslievende Meester, aan U vertrouwen wij heel ons leven toe en onze hoop. Wij roepen U aan, wij aanbidden en smeken U : maak ons waardig om met een zuiver geweten deel te hebben aan de hemelse, ontzagwekkende Mysteriën van dit gewijd en geestelijk Altaar; tot vergeving van onze zonden, en kwijtschelding van onze fouten; tot gemeenschap met de Heilige Geest; tot erfdeel van het Koninkrijk der Hemelen; tot vrijmoedigheid tegenover U; maar niet tot vonnis of veroordeling.

En maak ons waardig, Meester, dat wij vrijmoedig, zonder vrees voor het oordeel, het wagen U hemelse God en Vader aan te roepen en te zeggen :

(en de gehele gemeente zingt : )

ONZE VADER

Onze Vader die in de hemelen zijt,

geheiligd zij Uw Naam, Uw Rijk kome.

Uw wil geschiede op aarde als in de Hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood,

en vergeef ons onze schulden

zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren.

En leid ons niet in bekoring,

Maar verlos ons van de kwade.

P. Want van U is het Koninkrijk, de Kracht en de Heerlijkheid : Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen.

P. +vrede aan allen.

K. En met Uw Geest.

D. Buigt uw hoofd voor de Heer.

K. Voor U, o Heer.

P. U danken wij, onzichtbare Koning, die door Uw onmetelijke kracht het heelal geformeerd, en in de volheid van Uw barmhartigheid alles vanuit het niets tot het zijn hebt gebracht.

Meester, zie uit de hemel neer op hen die het hoofd buigen voor U. Want zij buigen zich niet voor vlees en bloed, maar voor U de ontzagwekkende God.

Meester, wend ten goede alles wat ons overkomt; vaar uit met de varenden, reis mee met de reizigers; genees de zieken, Geneesheer van onze zielen en lichamen;

Door de genade, de barmhartigheid en de menslievendheid van Uw eengeboren Zoon, met wie Gij gezegend zijt, evenals Uw alheilige, goede en levendmakende Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen.

P. Verhoor ons, Heer Jezus Christus onze God, uit Uw heilige woning, vanaf de glorietroon van Uw Koninkrijk; en kom ons heiligen. In de hoge zetelt Gij met de Vader op de Troon, en hier beneden zijt Gij onzichtbaar bij ons aanwezig.

Gewaardig U om met Uw machtige hand ons Uw smetteloos Lichaam te geven, evenals Uw kostbaar Bloed; en door ons aan heel het volk.

D. (komt in heiligdom, maakt met P. 3 buigingen : )

God, wees mij zondaar, genadig.

Laat ons aandachtig zijn !

OPHEFFING

P. (heft het heilig Brood op en roept : )

HET HEILIGE VOOR DE HEILIGE.

K. Eén is heilig, één is Heer? Jezus Christus in de glorie van God de Vader. Amen.

BROODBREKING

D. Breek, Vader, het heilig brood.

P. (Breekt het Lam met eerbiedige aandacht en legt de vier delen kruisgewijs op de disk : )

P. Ontleed en gedeeld wordt het Lam Gods :

Het wordt gedeeld, maar niet gescheiden;

Het wordt altijd gegeten, maar nooit verteerd;

Het heiligt allen die er aan deel hebben.

D.  Vul, Vader, de heilige Kelk.

P. (doet het IC-deelte in de Kelk : )

Volheid van de heilige Geest.

D. Amen.      (en biedt warm water aan : )

Zegen Vader, dit warme water.

P. + Gezegend zij de gloed van Uw Heiligen;

Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

D. (giet het hete water kruisgewijs in de kelk : )

Gloed van geloof : vol van de Heilige Geest.

P/D (buigen naar elkaar en naar de kerk : )

Vaders, moeders, broeders en zusters,

Vergeef mij mijn zonden en fouten.

ALLEN : Dat God U vergeve, en vergeef ons ook.

P. En dat de goede en menslievende God u ook alle fouten moge vergeven.

COMMUNIE

P. (snijdt XC- deeltje volgens aantal celebranten en zegt zacht :

Nader Diaken !

D. (loopt om Altaar heen naar de linkerzijde van de priester, buigt eerbiedig, maakt van de linkerhand een troon voor de geopende rechterhand, en zegt : )

D. Vader, geef mij het kostbaar Lichaam van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus.

P.  Het kostbaar en heilig en vlekkeloos Lichaam van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus, wordt gegeven aan u diaken N., tot vergeving van uw zonden en tot eeuwig leven.

P. Het kostbaar en alheilig Lichaam van onze Heer en god en Verlosser Jezus Christus, wordt gegeven aan mij N. tot vergeving van mijn zonden, en tot eeuwig leven.

(de concelebranten jussen elkaar op de schouder en bidden gebogen : )

 

Alleen de orthodoxe gelovigen, die zich

Door gebed, onthouding en verzoek om vergeving

Voorbereid hebben, naderen tot de heilige Mysteriën

 

 

Gebed van de HEILIGE JOHANNES CHRYSOSTOMOS vóór de communie

 

Ik geloof, Heer, en belijd, dat Gij waarlijk zijt de Christus , de Zoon van de levende God, die op de wereld gekomen zijt om de zondaars te redden, wan wie ik de eerste ben.

Ook geloof ik dat dit uw Onbevlekt Lichaam is en dit Uw kostbaar Bloed.

Ik vraag U nu : ontferm U over mij en vergeef mij al mijn fouten, vrijwillige en onvrijwillige, die ik begaan heb door woord of daad, bewust of onbewust. En maak mij waardig zonder veroordeling deel te nemen aan Uw Onbevlekte Geheimen; tot vergeving van mijn zonden en tot eeuwig leven. Amen.

Maak mij heden, Zoon van God, deelgenoot van Uw mystiek Avondmaal.

Want ik zal het geheim niet zeggen aan uw vijanden, en ik zal U geen kus geven zoals Judas, maar zoals de moordenaar belijd ik U en zeg : Gedenk mij, Heer, in Uw Koninkrijk.

Menslievende Meester, Heer Jezus Christus, mijn God, maak dat deze heilige Geheimen mij niet tot veroordeling strekken door mijn onwaardigheid, maar tot genezing van ziel en lichaam.

(P. neemt intussen met communiedoek de kelk op, drinkt 3x en zegt in zichzelf : )

P. Het kostbaar en heilig Bloed van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus wordt gegeven aan mij onwaardige N. tot vergeving van mijn zonden en tot eeuwig leven.

(wist kelk en lippen af; kust kelk en zegt : )

Dit heeft mijn lippen aangeraakt, mijn ongerechtigheden weggenomen, en mij van mijn zonden gereinigd.

P. Nader diaken !

D. (komt rechts van de Priester, buigt het hoofd : )

Zie, ik nader tot de onsterfelijke Koning.

(P. Laat diaken 3x drinken : )

De zeer vrome diaken N. neemt deel aan het kostbaar en heilig bloed van onze Heer en God en Verlosser Jezus Christus, tot vergeving van zijn zonden en tot eeuwig leven.

P. Dit heeft uw lippen aangeraakt, uw ongerechtigheden weggenomen, en u van zonden gereinigd.

K. AAN DE HEILIGE GEEST

Koning van de Hemel, Trooster, Geest der waarheid, die overal tegenwoordig zijt.

En met wie alles vervuld is, schatkamer van alle goed,

Gever van het leven.

Kom en verblijf in ons, zuiver ons van alle smet en red onze zielen o Algoede.

COMMUNIE DER GELOVIGEN

D. Nader in vreze Gods, in geloof en met liefde.

K. Gezegend hij die komt in de Naam des Heren.

De Heer is God en Hij is ons verschenen.

(in Paastijd : )

Christus verrezen uit de doden, door zijn dood overwon Hij de dood. Aan hen die in het graf zijn heeft Hij het leven geschonken.

COMMUNIEZANG

Kom en neem het Lichaam van Christus.

Kom en drink aan d’onsterflijke bron.

(in Paastijd : )

Ontvang het Lichaam van Christus.

Drinkt aan d’onsterflijke bron.

P. De dienaar Gods N. ontvangt het kostbaar en heilig Lichaam en Bloed van onze Heer en Verlosser Jezus Christus, tot vergeving van zijn zonden en tot eeuwig leven.

P. Dit heeft uw lippen aangeraakt, uw ongerechtigheden weggenomen en u van uw zonden gereinigd.

K. Alleluia, alleluia, alleluia.

P. + God red Uw volk en zegen Uw erfdeel.

(K. op normale zondagen, wanneer geen andere tekst is voorzien)

Wij hebben het ware Licht aanschouwd. Wij hebben de Hemelse Geest ontvangen. Wij hebben het ware geloof gevonden. Wij aanbidden de ondeelbare drie-eenheid, want ’t is zij die ons heeft gered.

P. (doet de gedachtenissen van de Disk in de Kelk en dekt deze af, terwijl hij bidt : )

Heer, wis door Uw kostbaar Bloed de zonden uit van hen die wij op deze Disc hebben herdacht.

(hij dekt ook de Disk af, en bidt : )

P. Wij danken U, menslievende Meester, weldoener van onze zielen, dat Gij ons ook heden hebt laten deelnemen aan Uw hemelse, onsterfelijke Mysteriën. Maak onze weg recht; bevestig ons in Uw vreze. Bewaak ons leven; maak onze wegen veilig.

Door de gebeden van de roemrijke Moeder Gods en altijd Maagd Maria, en van alle Heiligen.

D. Verhef, Vader

P. (wierookt kelk 3x)

Verhef U boven de hemelen, God; over de gehele aarde zij Uw heerlijkheid.

(geeft disk aan de diaken, die deze voor Altaar naar Proskomidie brengt; en zegt stil : )

P. Gezegend zij onze God, immer nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

(terwijl hij de kelk naar het volk toont)

P (brengt de Kelk naar de Proskomidie, voorafgegaan door de wierokende diaken. P. wierookt de kelk; reinigt en vouwt antimension.)

K. Amen. Moge Heer onze mond, zich nu vervullen met U lof, opdat w’uw glorie zouden bezingen, want Gij liet ons thans deelnemen, aan Uw heilige, goddelijke, onsterfelijke en levendmakende Mysteries. Behoud ons in Uwe heiligheid, opdat wij de ganse dag, uw gerechtigheid zouden beleven.

Alleluia, alleluia, alleluia.

D. (orarion los; naar gewone plaats voor : )

 

SLOTLITANIE

D. Staat op. Nu wij deelgenomen hebben aan de goddelijke, heilige, vlekkeloze Mysterieën van Christus, laat ons de Heer op waardige wijze danken.

(koor zingt zacht door : )

K. Kyrie eleison. Kyrie eleison. Aan U o Heer. Aan U o Heer. Amen. Amen.

D. Help en red ons, wees barmhartig en bescherm ons, God, door Uw genade.

Smekend dat heel deze dag heilig, vredig en zonder zonde moge zijn, bevelen wij aan Christus God onszelf, elkaar en geheel ons leven aan.

P. Wij danken U menslievende meester, Weldoener van onze zielen, dat Gij ons ook heden hebt laten deelnemen aan Uw hemelse, onsterfelijke Mysteriën. Maak onze weg recht, bevestig ons in Uw vreze. Bewaak ons leven, maak onze wegen veilig.

Want Gij zijt onze heiliging, en tot U zenden wij onze lof : Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

P. Laat ons in vrede heengaan.      (naar Ambon)

K. In de Naam des Heren.

D. Laat ons de Heer bidden.

K. Kyrie eleison

GEBED ACHTER DE AMBON

Heer, Die zegent wie U zegenen, en heiligt wie op U vertrouwen; red Uw volk en zegen Uw erfdeel. Behoed de volheid van Uw Kerk. Heilig hen die de luister van Uw huis liefhebben, en verheerlijk hen door Uw goddelijke kracht. Verlaat ons niet die op U hopen. Schenk vrede aan Uw wereld, aan Uw Kerken, aan Uw priesters, aan onze regeerders, en aan geheel Uw volk.

Want elke goede gave, en iedere volmaakte gift komt van boven, en daalt tot ons neer van U, Vader van het licht. Daarom zenden wij eer, dankzegging en aanbidding op tot U : Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen. De Naam des heren weze gezegend van nu af tot in de eeuwigheid. De Naam des Heren weze geprezen van nu af tot in de eeuwigheid. De Naam des Heren weze geprezen van nu af tot in de eeuwigheid.

P/D  DANKGEBED   (Diaken nuttigt eerbiedig de kelk)µ

Christus onze God, Gij zijt de vervulling van de Wet en de Profeten. Gij hebt heel de heilseconomie van de Vader volbracht. Vervul nu ook onze harten met vreugde en geluk; immer, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen .

K. Amen.

P. (zegent het volk : )

+ De zegen des Heren en Zijn barmhartigheid kome over U, door Zijn goddelijke genade en menslievende; immer nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

K. Amen

P. (wendt zich weer naar het Altaar en zegt : )

Ere zij U, Christus God, onze Hoop, ere zij U.

K. Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen !

Kyrie eleison, Kyrie eleison, Kyrie eleison.

VADER ZEGEN ONS

SLOTZEGEN

P. + Dat Christus, onze ware God (die opgestaan is uit de doden) door de kracht van het kostbare en levendmakend Kruis; door de gebeden van Zijn al- onbevlekte Moeder; door de bijstand van de roemrijke, hemelse krachten der Engelen; door de smeekbeden van de eerbiedwaardige, roemrijke Profeet, Voorloper en Doper Johannes; van de heilige, roemrijke, alom geëerde Apostelen, van de heilige, roemrijke overwinningdragende Martelaren; van de eerbiedwaardige, Christusdragende Vaderen; van onze vader onder de Heiligen Johannes Chrysostomos, wiens Liturgie wij gevierd hebben, van de heilige Andreas, patroon van deze parochie en van de Heiligen Georgios en Serafim van Sarov en van alle heiligen, zich over ons mogen ontfermen en redden, want Hij is goed en menslievend.

K. Amen

P. Door de gebeden van onze Heilige Vaderen, Heer Jezus Christus, ontferm U over ons.

NOG VELE JAREN

Schenk, o Heer, aan Uw dienaar N. een welvarend en vredig leven, gezondheid,, heil en voorspoed in al wat hij (zij) onderneemt, en schenk hem (haar) nog vele jaren.

 

K. Nog vele jaren, nog vele jaren, nog vele jaren.

 ++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

 

 

 

 

 

 

Olivier Clément : een groot Orthodox Theoloog

Prof. Olivier Clément – Een groot Orthodox theoloog

Prof. Olivier Clément – Groot Orthodox Theoloog.

 

untitled (150 x 102)

 

Op 15 januari 2009 is in de Heer ontslapen, de grote orthodoxe theoloog Olivier Clément, professor van het Orthodox Instituut Sint-Sergius en geliefd spreker over de Orthodoxe Kerk, haar spiritualiteit en uitstraling.

Olivier Clément was die grote theoloog gegroeid uit de West-Europese Orthodoxie. Voor velen werd ten onrechte, de Orthodoxe Kerk beschouwd als de Kerk van de (geografisch) Oosterse Christenheid. Men kende wel enigszins een “andere” christenheid, verschillend van die van het Westen: die van Griekenland, Rusland en de Balkanlanden. Men ontdekte de schoonheid van de Slavische polyfonische liturgische gezangen of van de byzantijnse celebraties. Men stond in bewondering voor de Iconen. Men bleef echter onwetend over het feit dat de Orthodoxie ook ingeworteld was in de meeste West-Europese landen en in alle andere werelddelen.

Sedert vele jaren was hij professor aan het ORTHODOX THEOLOGISCH INSTITUUT ST. SERGE te Parijs. Hij is auteur van talrijke boeken. Tergelegenheid van zijn 80 jaar werd hem het erediploma van “Doctor Honoris Causa” uitgereikt door de Universiteit van Connecticut (USA) en werd hem de prijs van het centrum Aletti te Rome overhandigd. Dit centrum beloont diegenen die speciaal bijgedragen hebben tot de toenadering van het Westerse en Oosterse Christendom. Dit centrum renoveerde enige tijd geleden de Oosterse geïnspireerde mozaïeken in de kapel “Redemptoris Mater”, dat het symbool is geworden van de dialoog tussen wat eens “de twee longen van de christenheid” genoemd werd.

VAN ATHEÏSTISCHEN HUIZE

Olivier Clément is geboren Fransman. Hij zag het leven in 1924 en groeide op in de schoot van een totaal ontkerstende familie uit de streek van de Languedoc (Zuid-Frankrijk). Hij kende een heidense jeugd en ervoer, zoals hij het zelf schreef, “de verscheurdheid tussen angst en bewondering voor het leven”. Op hartstochtelijke wijze zocht hij, via de verschillende wegen van het atheïsme, “een zin aan het leven te geven”.

Uit zijn boek “L’AUTRE SOLEIL – autobiographie spirituelle” – uitg. Stock 1975 – blz. 12 en vlg.) noteren wij dat men in de streek van zijn jeugd, vooral in de familie van zijn vader, van drie “godsdiensten” sprak, die de eenvoudige dorpslieden naast elkaar plaatsten: de katholieken, de protestanten en de “socialisten”. Die “socialisten” waartoe Olivier Clément behoorde, werden in die tijd aldaar gedefinieerd “door het feit dat zij nooit naar de kerk gingen, dat zijn hun kinderen niet lieten dopen, dat zij in de kerk niet trouwden en dat zij hun doden ook niet religieus lieten begraven”.

ONTDEKKING VAN DE ORTHODOXIE

Zijn bekering tot het orthodox christendom ving aan rond zijn 27ste levensjaar. Hij ontdekte DOSTOJEVSKY en werd erdoor gefascineerd.

Voordien had hij geschiedenis gestudeerd en behaalde hij in dit vak het aggregaat van het hoger onderwijs. Hij werd vrij vlug belast met een leeropdracht in de geschiedenis. Later werd hij tot professor benoemd aan het bekend lyceum Louis Le Grand te Parijs.

Over zijn ontdekking van de Orthodoxie schreef hij in het hoger geciteerd boek (blz. 144) onder meer het volgende:
“In feite is de Orthodoxie de enige christelijke confessie, die aan de moderniteit één van haar vaders gegeven heeft, nl. DOSTOJEVSKY, even belangrijk als de anderen zoals MARX, FREUD en NIETZSCHE. Belangrijker zelfs. Men moet het gezegde van BERDIAEV hernemen, waar hij het over Dostojevsky heeft, en dit parafraseren en doorgronden, namelijk: …«Dostojevsky heeft geweten wat de anderen wisten, en IETS MEER, of beter gezegd IEMAND MEER…”

OP DERTIGJARIGE LEEFTIJD GEDOOPT

“Ik werd in de Orthodoxe Kerk gedoopt”, zo schreef hij op blz. 171 van zijn voormeld boek. “Ik was dertig. Het was een doordachte en ernstige keuze. Meteen een risico en de verduidelijking van een evidentie. Een bewustvolle keuze, als men wil, alhoewel men wel het hele leven, de hele dood nodig heeft om bewust te worden van de Doopgenade, om te sterven en in Christus herboren te worden.

Het was een eerste november. Het regende. Ik stapte een lange tijd in de regen, daar ik deze pelgrimstocht te voet wou ondernemen, al was het door Parijs. De regen is een teken van vruchtbaarheid, en ik ging naar mijn eigen geboorte. Koud was het water dat over mijn wangen liep, koud en zuiver was het Doopwater. (…)

Heel wat jaren zijn nu vervlogen sedert mijn intrede in de Kerk. De Kerk stelt niet teleur, wanneer men begrepen heeft wat zij is: die voedende bodem, die grote levenskracht, die ons geschonken wordt en die wij vrijelijk in werking moeten brengen. Wanneer ik een kind was, wou ik dicht bij de zee leven. In het dorp liet mijn grootvader mij het geluid der golven horen in de holte van een schelp, om mij te troosten. De Kerk is de zee die voor altijd aan het zingen gaat in de schelp van de wereld”.

ZIJN ROEPING ALS ORTHODOX THEOLOOG

Toch is het vooral Vladimir LOSSKY, die grote orthodoxe theoloog van de Russische emigratie te Parijs, afkomstig uit Sint Petersburg, die hem de orthodoxe theologie deed ontdekken.

Herhaalde malen herlas Olivier Clément het merkwaardig boek van Vladimir Lossky: “L’essai sur la théologie mystique de l’Eglise d’Orient”, boek dat hem wist te verdiepen in de orthodoxe spiritualiteit. Nu nog spreekt Olivier Clément met de meeste lof over “zijn leermeester” Lossky.
Ook verschillende andere eminente figuren uit de wereld van de godsdienstige Russische emigratie speelden bij hem een belangrijke rol: Paul EVDOKIMOV, aartspriester Serge BOULGAKOV, Nicolas BERDIAEV, en ook Vader SOPHRONY, vroeger monnik van de H. Athosberg.

Deze Russische orthodoxen, die hij leerde kennen, waren sterk geëngageerd in de ontmoeting van de Orthodoxie met de Franse en westeuropese realiteit.

Over Lossky schreef Olivier Clément in zijn voornoemd boek (blz. 149):
De roeping van Vladimir Lossky was gebaseerd op de spirituele lezing van de hedendaagse geschiedenis. Voor hem had het lijden, misschien de doodstrijd, die de Russische Kerk periodiek doormaakte (die in deze eeuw ongetwijfeld meer martelaren gegeven heeft dan het ganse christendom tijdens zijn voorgaande geschiedenis), de samenlopende verspreiding van zoveel orthodoxen in het Westen een Profidentieel doel: de ontmoeting in de diepte tussen het Westers en het Oosters christendom. Hij zelf was de incarnatie van deze ontmoeting”.

Het is Lossky, die hem Vader Sophrony deed ontmoeten, en door hem de “wereld van de H. Athosberg” liet ontdekken.

Zijn uitstraling als SCHRIJVER, THEOLOOG en TALENTVOL SPREKER.

Zijn hogergeciteerd autobiografisch boek “L’autre soleil” bewijst overvloedig welke diepspirituele invloed de tragische gebeurtenis van de “Russische emigratie” op velen in West-Europa heeft gehad. Of men van christelijken huize is of niet – zoals Olivier Clément, die op volwassen leeftijd gedoopt werd – : steeds is en blijft de “ontmoeting” met CHRISTUS een zeer persoonlijk en uniek avontuur. Het is belangrijk even te onderlijnen hoe het kwam dat die “ontmoeting” voor hem plaats vond in de schoot van de Orthodoxe Kerk.

De Orthodoxe Kerk heeft hem verleid door haar “zin voor het Mysterie”, door de “aanwezigheid en de boodschap van de Verrezen Christus”, door de “bewustwording van de deïficatie van de mens”, door de Goddelijke Liturgie, door de Drieëenheid.

Bij die ontdekking bleef het niet. Olivier Clément verdiepte zich verder, ook al bleef hij een man, die op zeer nuchtere wijze nooit de aandacht verloor voor de problemen van de maatschappij en de wereld, waarin wij leven.

Naast zijn professionele taak in het onderwijs, schreef hij talrijke boeken, waarvan wij hierna de bijzonderste titels geven. Hij is daarbij een graag gehoorde spreker. Het is onmogelijk de talrijke voordrachten te vermelden, die hij in Frankrijk en buiten zijn land gaf. Getuigend van een diep, rotsvast geloof en van een grondige orthodoxe theologische kennis, boeit hij zijn toehoorders door zijn vlotte en poëtische zinsbouw, door zijn kritische bedenkingen en toch steeds grote openheid van geest, en door de “actuele boodschap” die hij telkens weet mee te geven. Nooit is hij “enggeestig”, ook niet tegenover andersdenkenden.Op oecumenisch vlak getuigt hij van begrip en liefde, steeds bereid om te “ontmoeten”, in het spoor van de grote Patriarch ATHENAGORAS, ter zaliger gedachtenis, die hij vaak en soms vrij lang heeft bezocht en over wie hij een van zijn merkwaardigste boeken heeft geschreven, getiteld: “DIALOGUES AVEC LE PATRIARCHE ATHENAGORAS”.

MEDESTICHTER VAN DE ORTHODOXE FRATERNITEIT IN WEST-EUROPA

Ook is Olivier Clément één der initiatiefnemers en medestichters, om niet te zeggen “DE STICHTER”, van de “Orthodoxe Fraterniteit in West-Europa”, die het “ontmoetingsinstrument” wil zijn voor alle orthodoxen zonder onderscheid van taal, traditie of jurisdictie. In feite wil de “Orthodoxe Fraterniteit” een dienst-instrument zijn tot zolang de Orthodoxie in West-Europa geen geünificeerd canoniek statuut heeft bekomen, en nog steeds “diaspora” is.

 

Prof. Olivier Clement – Orthodox Congres Gent 1983

Deze “Orthodoxe Fraterniteit” heeft reeds, dank zij het impuls van Olivier Clément, heel wat verwezenlijkt: ontdekking van het gemeenschappelijk patrimonium van de Orthodoxie, verdieping van het eucharistisch leven, aanmoedigen van begrip en vriendschap tussen alle orthodoxen in West-Europa, het nemen van initiatieven voor publicaties, catechese, liturgische zang, het oprichten van een persagentschap (SOP – Service Orthodoxe de Presse), enz. zonder de organisatie van GROTE CONGRESSEN te vergeten: Annecy 1971 – Dijon 1974 – Amiens 1977 – Avignon 1980 – Gent 1983 – Walburg (Elzas – Frankrijk) 1987 – Amiens 1990 – Blankenberge 1993 en St Laurent-sur-Sèvre 1996.
Al deze congressen waren doordrongen van zijn sterke geest. En op al deze congressen werd hij door zijn vele vrienden-medewerkers verzocht één der hoofdthema’s te behandelen. Steeds waren zijn woorden profetisch waar hij het had over “orthodox christen zijn, vandaag”.

ZIJN PUBLICATIES EN ZIJN BOEKEN

Daarbij is Olivier Clément nog sedert vele jaren de bezieler en ijverige redactiesecretaris van het hooggewaarderd Frans orthodox theologisch tijdschrift “CONTACTS”, dat driemaandelijks verschijnt en waarin hijzelf heel wat bijdragen leverde.
Hij stichtte bij de uitgeversmaatschappij DESCLÉE DE BROUWER de collectie “THEOPHANIE”, die via die weg een hele reeks boeken van orthodoxe auteurs publiceerde of herpubliceerde. Immers vaak waren belangrijke werken uitgeput. Een dringende herpublicatie drong zich op. Hij nam hiervoor het initiatief.

Hierna volgt een lijst van vele boeken die hij reeds geschreven heeft, en waarvan verschillende vertaald werden. In 1977 werd hem door het ORTHODOX THEOLOGISCH INSTITUUT van Boekarest (Roemenië) het erediploma uitgereikt van “Doctor Honoris Causa” en in 1989 door de katholieke Universiteit van Louvain-la-Neuve uit ons land.

En op 11 mei 1983 werd hem te Brussel de prijs uitgereikt van de “Scriptores Christiani” voor zijn werk “SOURCES – Les Mystiques chrétiens des Origines”.

OLIVIER CLÉMENT : THEOLOGIE-PROFESSOR

Iedereen weet dat Olivier Clément sedert vele jaren theologieprofessor is aan het Orthodox Theologisch Instituut St. Serge te Parijs, alwaar hij de vakken doceert van “Moraaltheologie” en “Geschiedenis van de Byzantijnse theologie”. Het Orthodox Theologisch Instituut St. Serge vierde in 1997 zijn 72ste verjaardag. St. Serge heeft vele priesters en theologen gevormd voor vele orthodoxe communauteiten in West-Europa. Zelfs zijn er verschillende bisschoppen langs St. Serge gekomen en kregen er hun theologische vorming, en één van zijn oud-studenten werd de huidige Patriarch IGNATIOS van Antiochië.

Daarbij is hij eveneens reeds lang professor aan het Institut Supérieur d’Etudes Oecumeniques (ISEO) te Parijs, naast andere orthodoxe theologen-professoren, nl. Aartspriester Boris BOBRINSKOY, Aartspriester André FYRILLAS en Nicolas LOSSKY.

Samen met de drie voornoemde professoren en met Vader Michel EVDOKIMOV en nog verschillende andere priesters en leken behoorde hij jarenlang tot het raadgevend orgaan van het Comité Interepiscopal Orthodoxe en France, coördinerend bisschoppelijk orgaan, voorheen onder voorzitterschap van Metropoliet MELETIOS en later van Metropoliet JEREMIE.

ZIJN OECUMENISCHE ACTIVITEIT EN ZIJN WERKING OP VELE TERREINEN

 

Prof. Olivier Clémént – Orthodox Congres Sint-Trudo Abdij te Maele (Brugge) 1972

Met verschillende andere orthodoxe theologen, onder het voorzitterschap van Bisschop JEREMIE, is Olivier Clément één der leden van de “Commission française mixte pour le dialogue theologique entre l’Eglise catholique romaine et l’Eglise orthodoxe”.

Hij is voorzitter van de vereniging “Association des Ecrivains Croyants d’Expression Française”, die haar zetel heeft te Parijs.

Hij is lid van de redactie van de tijdschriften: “L’Actualité religieuse dans le monde” (163, boulevard Malesherbes, 75859 Paris Cedex 17), en van “France Catholique” (12, rue Edmond Valentin, 75007 Paris), voor de orthodoxe bijdragen.

En wie ontmoette Olivier Clément nog niet via de radio (France Culture – orthodoxe uitzendingen om de 14 dagen, zondag morgen om 8 uur) of via de televisie (Franse televisie – éénmaal per maand, zondagmorgen om 9.30 uur), steeds opnieuw getuigenis brengend van de diepspirituele boodschap van de Orthodoxie.

In de schoot van het genootschap “APOSTOLOS ANDREAS” – contacten met de Orthodoxie” – te Gent, gaf Olivier Clément verschillende voordrachten, zodat hij hier bij ons in Vlaanderen ook geen onbekende gebleven is. Hij behandelde voor een steeds geboeid publiek volgende onderwerpen:

1969: “La connaissance de Dieu dans la Tradition orthodoxe”;
1981: “La contemplation de la nature en Dieu, dans la Tradition orthodoxe”;
1982: “La foi et la crainte de Dieu selon la tradition ascétique orthodoxe”.

Hij werd daarbij gedurende de laatste jaren nog uitgenodigd voor een voordracht in de schoot van de “Gentse Cultuurvereniging” en van het “Hoger Instituut voor Franse Cultuur” (Ecole des Hautes Etudes) te Gent.

EEN VAN DE KERNGEDACHTEN VAN OLIVIER CLÉMENT TOT CONCLUSIE

Graag halen wij hier één der kerngedachten van Olivier Clément aan als conclusie. Hij heeft er zoveel uitgesproken en neergeschreven. De keuze was moeilijk.
“Intreden in het christelijk bestaan vereist de gelijktijdige ontdekking van mijn einddoel en van mijn dorst naar het oneindige, ook dat de mens zichzelf onmogelijk kan bevredigen, dat in hem de bron van vreugde ontbreekt, dat hij ieder ogenblik «zichzelf moet krijgen» uit de barmhartige handen van de Vader. En dit woord «Vader» houdt de afgrond van de Onkenbare in zich en het wonderlijk vertrouwen van het kind dat zijn oorsprong ontdekt” (uit: “Questions sur l’homme”, blz. 22).

Aartspriester Ignace Peckstadt

 

«

Feest van de tempelgang van onze verlosser Jezus Christus

FEEST VAN DE TEMPELGANG VAN O.H. EN

VERLOSSER JEZUS CHIRISTUS (Lichtmis)

 

 

opdracht in de tempel 3

Hebr.7,7-17

(7)en niemand kan ontkennen dat de mindere altijd gezegend wordt door de meerdere. [8] Bovendien zijn het in het ene geval sterfelijke mensen die tienden krijgen, in het andere is het iemand van wie de Schrift getuigt dat hij leeft. [9] Men zou zelfs kunnen zeggen dat Levi, die het recht heeft om tienden te heffen, zelf tienden heeft betaald in de persoon van Abraham: [10] want hij was nog in de lendenen van zijn voorvader, toen Melchisedek hem tegemoet ging.
     [
11] Wanneer de volmaaktheid was gekomen door het Levitische priesterschap – en op deze basis heeft het volk toch de wet ontvangen – waarom was het dan nog nodig dat er een andere priester zou komen, een priester op de wijze van Melchisedek en niet op de wijze van Aäron? [12] Want uit een verandering van priesterschap volgt onvermijdelijk een verandering van wet. [13] Degene* van wie hier sprake is, behoorde tot een andere stam, waarvan nog nooit iemand toegang had tot het altaar; [14] het is algemeen bekend dat onze Heer is voortgekomen uit Juda, een stam die Mozes in zijn bepalingen over de priesters niet heeft vermeld. [15] Dit wordt nog veel duidelijker, wanneer wij bedenken dat als evenbeeld van Melchisedek een nieuwe priester opstaat, [16] die niet op grond van een wettelijk vereiste afstamming priester is geworden, maar uit kracht van een onvergankelijk leven. [17] Want op Hem slaat het getuigenis: U bent priester voor eeuwig, op de wijze van Melchisedek. [18] Het bestaande voorschrift werd

 Opdracht in de tempel 32324

Evangelie :

 

Lucas 2,22-40

Jezus in de tempel. Simeon en Hanna
     [22] Toen* de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, [23] zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd, [24] en om een offer te brengen, volgens de wet van de Heer: een koppel tortels of twee jonge duiven.
     [
25] Daar in Jeruzalem woonde een zekere Simeon; het was een rechtvaardige en vrome man; hij verwachtte de vertroosting van Israël en op hem rustte heilige Geest. [26] Door de heilige Geest was hem geopenbaard dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Messias van de Heer had gezien. [27] Door de Geest geleid ging hij naar de tempel. Toen de ouders het kind Jezus binnenbrachten om met Hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, [28] nam hij Hem in zijn armen en loofde God met de woorden:

 

[29]

‘Nu,Meester,laat U,zoals U gezegd  hebt,
uw knecht in vrede gaan;

 

[30]

want mijn ogen hebben uw heil gezien,

 

[31]

dat U ten aanschouwen van alle volken hebt toebereid,

 

[32]

een licht dat een openbaring zal zijn voor de heidenen
en een glorie voor uw volk Israël.’

[33] Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat er van Hem gezegd werd. [34] Simeon zegende hen en zei tegen zijn moeder Maria: ‘Deze* jongen zal velen in Israël ten val brengen of laten opstaan. Hij zal een omstreden teken zijn [35] – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.’
     [
36] Ook was daar de profetes Hanna, een dochter van
Penuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; na haar meisjesjaren was ze zeven jaar getrouwd geweest [
37] en daarna weduwe gebleven; nu was ze vierentachtig. Ze was altijd in de tempel en diende God dag en nacht met vasten en bidden. [38] Juist op dit moment voegde ze zich bij hen; ze loofde God en sprak over de jongen tegen allen die de bevrijding* van Jeruzalem verwachtten. [39] Toen zij alles hadden gedaan wat de wet van de Heer bepaalt, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. [40] De jongen groeide op en werd steeds sterker, omdat Hij vervuld werd van wijsheid* en door God rijkelijk werd begunstigd.

 

Kopie (2) van Kopie van purpleroses