Het symbool van geloof (Thomas Hopko)(deel 12)
opstanding

En Hij stond op de derde dag weer op uit de dood, volgens de schriften

70b55f2241a230f7f01767f72d8f1858

Christus is opgestaan ​​uit de dood! Dit is de belangrijkste verkondiging van het christelijk geloof. Het vormt het hart van de prediking, de eredienst en het geestelijk leven van de Kerk. “. . . als Christus niet is opgewekt, dan is onze prediking tevergeefs en uw geloof tevergeefs” (1 Kor 15,14).

In de eerste preek ooit gepredikt in de geschiedenis van de christelijke kerk, begon de apostel Petrus zijn verkondiging:
Mannen van Israël, hoor deze woorden; Jezus van Nazareth, een man die door God voor u gezorgd heeft met machtige werken en tekenen en wonderen die God hem in uw midden heeft aangedaan, zoals u zelf weet – deze Jezus werd overgeleverd volgens een bepaald plan en voorkennis van God, gekruisigd en gedood door de handen van wetteloze mannen. Maar God wekte Hem op, nadat Hij HYem van de pijnen van de dood had verlost, omdat het niet mogelijk was voor Hem om erdoor vastgehouden te worden (Handelingen 2.22-24).

Jezus had de macht om zijn leven af ​​te leggen en de macht om het weer op te nemen: Daarom heeft de Vader mij lief, omdat ik mijn leven geef, opdat ik het weer kan nemen. Niemand neemt het van Mij af, maar Ik leg het uit eigen beweging neer. Ik heb de macht om het neer te leggen, en ik heb de macht om het opnieuw te nemen; deze opdracht heb Ik van Mijn Vader ontvangen (Joh 10,17-18).

Volgens de orthodoxe leer is er geen concurrentie van “levens” tussen God en Jezus, en geen concurrentie van “machten”. De kracht van God en de kracht van Jezus, het leven van God en het leven van Jezus, zijn één en dezelfde kracht en hetzelfde leven. Zeggen dat God Christus heeft opgewekt en dat Christus door zijn eigen kracht is opgewekt, is in wezen hetzelfde zeggen. “Want zoals de Vader het leven in zichzelf heeft”, zegt Christus, zo heeft Hij ook de Zoon het leven in zichzelf gegeven” (Joh 5,26). “Ik en de Vader zijn één” (Joh 10,30).
De Schriftuurlijke nadruk dat God Jezus heeft opgewekt, benadrukt nog maar eens dat Christus Zijn leven heeft gegeven, dat Hij het volledig heeft afgelegd, dat Hij het geheel en zonder voorbehoud aan God heeft geofferd – Die het toen teruggaf in Zijn opstanding uit de dood.

De Orthodoxe Kerk gelooft in de echte dood van Christus en Zijn daadwerkelijke opstanding. Opstanding betekent echter niet alleen lichamelijke reanimatie. Noch het evangelie, noch de kerk leert dat Jezus dood lag en daarna biologisch tot leven werd gebracht en rondliep op dezelfde manier als voordat Hij werd gedood. Kortom, het evangelie zegt niet dat de engel de steen van het graf verwijderde om Jezus eruit te laten. De engel verplaatste de steen om te laten zien dat Jezus er niet was (Mc 16; Mt 28).

In Zijn opstanding is Jezus in een nieuwe en heerlijke gedaante. Hij verschijnt onmiddellijk op verschillende plaatsen. Hij is moeilijk te herkennen (Lk 24,16; Joh 20,14). Hij eet en drinkt om te laten zien dat Hij geen geest is (Lc 24,30, 39). Hij laat zich aanraken (Joh 20,27, 21,9). En toch verschijnt Hij te midden van de discipelen, “de deuren zijn gesloten” (Joh 20,19,26). En hij “verdwijnt uit hun ogen” (Lc 24,31). Christus is inderdaad verrezen, maar Zijn herrezen mensheid is vol leven en goddelijkheid. Het is de mensheid in de nieuwe vorm van het eeuwige leven van het Koninkrijk van God.

Lees verder “”

Thomas Hopke : wat heeft de Orthodoxie de wereld te bieden ?….

border 7865

Wat heeft de orthodoxie de wereld te bieden?
Vader Thomas Hopko

Een korte introductie
Vader Thomas Hopko, moge zijn nagedachtenis gezegend zijn, was de afgelopen jaren een van de meest geliefde en invloedrijke figuren van de Amerikaanse orthodoxie. Misschien wel de belangrijkste persoonlijkheid. Vader Tom was de brug die de academie met de parochie verbond, en de wereld vóór internet met de wereld erna. Hij was een productieve radio-persoonlijkheid die meer dan 400 uitzendingen produceerde waarin hij bijna elk aspect van het orthodoxe geloof aanstipte.

Vader Thomas was echter een erudiete priester die tientallen jaren pastorale ervaring meebracht in zijn werk als leraar en decaan van het St. Vladimir’s Seminarie. Het is een aantal jaren geleden dat vader Thomas naar de Heer is overgegaan en we voelen de behoefte om zijn rijke leven en bijdrage aan het leven van de orthodoxe kerk te gedenken.

Ik heb het geluk gehad om vader Tom een ​​paar keer te ontmoeten, waarvan één in de zomer van 2010 toen hij ermee instemde om dit interview te doen. Die zondagochtend, na de viering van de Heilige Liturgie in de kloosterkapel, ging ik naar de refter waar de lunch werd geserveerd en waar de nonnen naast hem zaten en een paar uur lang was ik gezegend om hem te horen spreken over alle soorten onderwerpen: theologie Orthodox, kerk en Amerikaanse geschiedenis, of politiek.Vader Tom maakte onder meer diepe connecties, het gevoel dat ik hem met een bandrecorder kon volgen en zo boeken kon putten uit deze opmerkelijke gesprekken. Het was een genot om bij hem te zijn en opgewonden om eindelijk in het openbaar te kunnen optreden.

Interview door Dr. HERMAN A. MIDDLETON :
WAT KAN DE ORTHODOXIE DE WERELD VANDAAG DE DAG BIEDEN?

Ik geloof dat we maar één ding te bieden hebben, en dat is Christus; De ware Christus, want dat is orthodoxie. Het is die overtuiging over Christus, over wat Hij werkelijk is, over Christus wat er in het Heilig Evangelie staat, Christus van de plagen, Christus van de kerkdiensten, Christus van de evolutie van de theologische leer, Christus zoals Christus is. We moeten niet vergeten dat het christendom de hele theologie van het Woord is – God, en voor de orthodoxen is het “stravos-teo-logie”, “stavros” betekent “kruis” en “Theos” betekent God. Het Woord van God is dus het woord van het Kruis!
Getuigen van Christus

Wij zijn getuigen en verdedigers van Christus en Zijn Kruisiging als Zijn kracht en wijsheid op planeet Aarde. Dit is alles wat we kunnen geven, het is alles wat we hebben, niet iets anders, want als we de ware Christus hebben, hebben we de ware God. Er zijn mensen die zich afvragen of God bestaat of niet, maar de essentiële vraag is: Wat is God? Hoe is God? Hoe ziet God eruit? Mensen kunnen in God geloven of niet. Als ik atheïsten ontmoet en me vertellen dat ze niet in God geloven, vraag ik ze om met mij te praten over die God waarin ze niet geloven. Want daar geloof ik misschien ook niet in! En als hij die god aan mij beschrijft, zou ik ook kunnen zeggen, een 47-jarige orthodoxe priester, dat ik ook niet in die god geloof.

Ik geloof dat wanneer je de ware Christus hebt, je de ware God hebt, je hebt de Heilige Geest, de Geest van Waarheid, je hebt de kerk die de pilaar en het bastion van waarheid is, en waarheid is matigheid. Op een oecumenische conferentie werd een van zijn beste vrienden gevraagd: “Wat is de bijdrage van de orthodoxie aan de wereld van vandaag?” en hij antwoordde: “We houden mensen in hun bank. De wereld is gek, hij schreeuwt.” Teruggaand in de tijd, in de vierde eeuw, zei de heilige Antonius de Grote dat er een tijd zou komen dat mensen tegen de normale mensen zouden zeggen: “je bent niet normaal omdat je niet bent zoals wij.” Dus wie is degene die gezond is om te leiden!? Wij geloven dus dat een gezond dogma datgene is wat Paulus presenteert in de “Brief aan Timotheüs”, waarin matigheid betekent dat je geest, hart en emoties natuurlijk handelen, rekening houdend met de realiteit.

Ik denk dat wij orthodoxen kunnen zeggen dat als we naar de kerk gaan, we weten waarom we geest, ogen, oren, neus, mond, lichaam, seks, alle delen van het lichaam hebben. We weten al deze dingen. Anders weet je het niet. En als iemand zegt – en ik heb dit 1 miljoen keer gehoord – “Laat me, ouderling met deze! De echte wereld is iets anders!”, antwoord ik, “Nee, nee, dit is de echte wereld, dit zijn degenen die zijn en die worden onthuld.”

De 4 “S’s”

Ik noem graag de 4 “S’s” (dit is vertaling uit het Roemeens): “Schrift”, “Diensten”, “Sacramenten” – Mysteriën, en hoe we het leven vieren door deze – en “Heiligen” – de geheiligde mensen. Dus, wanneer je deze 4 “S” plus de 5e hebt: “Lijden”, want als je zo leeft, lijd je; lijden vremena uw trots, uw trots, uw hanteirn, uw passies; lijden verveme de wereld, het vlees, de duivels. Lijden is belangrijk en daorom prediken we Christus en de kruisiging

Dus vanuit dit perspectief is de bijdrage van de orthodoxie aan de wereld van vandaag dit: als je een man van deze wereld bent, zal je lijden. Op de een of andere manier. Nu is de vraag: “Zult u lijden in het leven?” of “Zult u lijden in de dood?” Je kunt lijden in consensus met God, en op deze manier zul je je leven vervuld vinden, met kracht, in waarheid, of gewoon jezelf doden, zoals Adam, die de duivel gehoorzaamde, en niet God, en zelfmoord pleegde. Het is zoals in de Mozaïsche wet die wordt aangehaald in de “Didache”, of in de christelijke periode. Je hebt twee keuzes: dood of leven, zegen of vloek.

Orthodoxie is zegen en leven, leven in God. Het leven gaat niet alleen over het doel, het doel ; Het leven is “leven”! Ik kan het niet definiëren. Maar hoe vaak is dit woord niet gebruikt door Jezus die zegt: “Doe dit en je zult leven.”, “Ik ben gekomen opdat het leven ook overvloedig leven mag hebben.”, “Eng is de weg die naar het leven leidt, en weinigen zijn degenen die het vinden.” De bijdrage van de orthodoxie aan de wereld van vandaag is dus ‘het leven’.

Een Amerikaanse auteur, Walker Percy, zei: “Hoe komt het dat alle christelijke kerken naar de dood ruiken, en degenen die zeggen dat je twee keer geboren zult worden, ruiken dubbel?” Welnu, hoe triest is het om christelijke kerken ervan te beschuldigen naar de dood te ruiken, terwijl we gevuld zouden moeten zijn met leven, om leven te zijn, daar zijn we voor geschapen. Christus brak Zijn lichaam en vergoot Zijn bloed voor het leven van de wereld. En dit is het leven dat we kennen; eeuwig leven met God die al bij ons is in Christus. Christus is ons leven! En als Christus komt, zullen wij hem ook vergezellen in Zijn heerlijkheid.
Dus wat brengt orthodoxie?

Ik geloof dus dat het offer dat de orthodoxie aan de wereld brengt, het ‘leven’ zelf is. “Het leven” als het leven dat zou zijn. God als God wat hij moest zijn. Goedheid als een goedheid die moest zijn en die voor ons Christus is. Omdat Christus ons laat zien “wie”, “wat”, “hoe” God is. Omdat hij God is. Hij is goddelijk en laat ons zien wat het betekent om mens te zijn. Omdat Hij mens is. Hij is God en Mens. Hij is de “Anthropos” – degene. (Man – in het Grieks) In Christus is alles: de waarheid, het leven, het licht, de kracht.

Hij onthult alles door lijden. En zoals een student van mij zei: “dit is het slechte nieuws van het goede nieuws.” Maar het is niet dat masochistische, sadistische, idiote lijden. Het is dat onvermijdelijke lijden als je in een gevallen wereld in God gelooft. Er zal lijden zijn, het zal kruis zijn. Maar als we in de kerk zingen, kwam er door het kruis vreugde in de wereld. Door het kruis komen we tot leven. Voor ons verbergt God Zich niet aan het kruis. God openbaart Zich aan het kruis. Christus zegt in het evangelie van Johannes: “Nu is de Zoon des Mensen verheerlijkt”, en “wanneer Ik opsta, zal Ik ze allen tot Mij brengen”, en daarom zullen de mensen tot aan het kruis worden verheven. En Zijn laatste woord aan het kruis was een woord dat betekent dat alles vervuld en volbracht was. En wanneer Hij sterft, herschept Hij de hele mensheid. Ik zal eindigen met een lied van heerlijkheid uit het Heilig Evangelie dat zegt: Als we met Hem gestorven zijn, zullen we met Hem opgewekt worden. Als we met Hem geleden hebben, zullen we met Hem regeren. Als we Hem verwerpen, zal Hij ons ook afwijzen, en als we minder geloof hebben, zal Hij ons trouw blijven omdat Hij Zichzelf niet kan verloochenen. Maar als je met Hem leeft, zul je met Hem moeten sterven, en als je met Hem in eeuwig leven wilt regeren, verdraag en lijd dan geduldig met Hem. Er is geen andere manier! Het kruis is de kern van het christendom! En we dragen het kruis totdat Hij wederkomt met heerlijkheid.

Ik geloof dat dit is wat we de wereld aanbieden: het leven zelf, Christus als God, altruïsme, gematigdheid en geen dwaasheid en lust. Zo begrijp ik het Heilig Evangelie.

 

Bron : http://www.chilieathonita.ro/

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

De Ontslaping van de Moeder Gods…

HET FEEST VAN ONTSLAPING VAN DE ALHEILIGE EN GEZEGENDE MAAGD MARIA, DE THEOTOKOS

Door Vader George Dion Dragas

88fe16967eb1cb35718b976dc2e5defc

De plaats van de Theotokos in de kerk :
De Heilige Maagd Maria, de Theotokos (Moeder van God) neemt naast Christus de belangrijkste plaats in in het orthodoxe christendom. Dit is het duidelijkst in de orthodoxe liturgische traditie. Als je een orthodoxe kerk binnengaat, ontmoet je eerst de Theotokos. Haar heilige icoon is de eerste die men ontmoet en vereert in de Narthex. Ze verschijnt in haar primaire identiteit als de Moeder van de Heer Jezus Christus, de vleesgeworden Zoon van God, de Verlosser van de wereld, die ze in haar handen houdt. Naarmate je verder de kerk ingaat, kom je haar weer tegen, zowel in het hoofdschip als in het Heiligdom op de meest prominente plaatsen. U wordt er daardoor aan herinnerd dat u niet zelf naar de kerk kunt gaan en God in Christus kunt naderen zonder de Heilige Maagd Moeder van God. Zij is de primaire getuige, de nieuwe Eva, de Moeder van de tweede en laatste Adam, uw Redder en Redder van de wereld.

Het feest van de Ontslaping (Koimesis):

Het feest van de ontslaping van de All-heilige Theotokos, dat elk jaar op 15 augustus wordt gevierd, is het grootste van de vele andere die haar gezegende persoon en leven herdenken. Als zodanig markeert dit Feest de voltooiing van haar aardse leven als haar volledige deelname aan het heil en het eeuwige leven dat God voor ons mensen heeft ingesteld door Christus. Maar men kan zich afvragen. Is dit geen contradictio in terminis? Betekent inslapen niet de dood? Het antwoord is ja en nee. Ja, want ze is echt gestorven. Nee, want ze bleef niet in de dood. Het icoon van het feest van het in slaap vallen van de Theotokos beeldt haar lichaam uit terwijl ze ademloos in een bed rust, terwijl haar ziel, gewikkeld in doeken als een pasgeboren baby, wordt vastgehouden in de armen van de verrezen en verheerlijkte Christus die naast het bed staat. Deze icoon is de omkering van de gebruikelijke icoon van de Theotokos die de Maagd voorstelt die Christus in haar armen houdt. Christus, die de ziel van de Maagd in zijn armen houdt, duidt op haar intrede in het Koninkrijk der hemelen dat de vleesgeworden Christus voor ons opende door zijn reddend leven en werk. Het geeft op de meest concrete manier de bekende uitspraak van St. Athanasius aan: God werd mens opdat wij (mensen) goddelijk gemaakt mogen worden. Christus de Verlosser die de ziel van zijn Moeder naar de hemel brengt, markeert de eerste opstanding die christenen ervaren als ze sterven, dankzij het verlossingswerk van onze Heer. De volledige opstanding van onze mensheid, dwz de opstanding van het lichaam, zal plaatsvinden bij de wederkomst van Christus, die gepaard zal gaan met de algemene opstanding en het laatste oordeel van alle mensen.

Lees verder “De Ontslaping van de Moeder Gods…”

Homilie over de ontslaping van de Moeder Gods….

295738308_419745450193820_2074324192620920127_n

Homilie over de ontslaping van de Allerheiligste Moeder Gods

door Johannes van Kronstadt

HEILIGE JOHANNES VAN KROHNSTADT VAN KRONSTADT

“Vergroot O mijn ziel, de eervolle Opneming van de Moeder Gods van aarde naar de hemel.” (Refrein voor de 9e Ode van de Canon)Laten we blij zijn, geliefde broeders en zusters, dat we tot de Heilige Orthodoxe Kerk behoren en de Allerheiligste Soevereine Theotokos waardig en terecht op deze eminente dag van alle dagen van het jaar met speciale plechtigheid verheerlijken. Er bestaan ​​op aarde vele samenlevingen en hele regeringen die de noodzaak noch de verplichting in overweging nemen om de Koningin van hemel en aarde, de Moeder van Onze Goddelijke Heer Jezus Christus en andere heiligen en engelen aan te roepen en te verheerlijken; om Haar onderdanig liefdevol te dienen, als de ware Moeder van God. Helaas hebben we vandaag overal tegenwoordig ketters (onder ons) die actief de Moeder van God, de heiligen, hun iconen, hun relikwieën en hun feesten onteren. O, als ook zij maar eensgezind met ons de waardige Koningin van hemel en aarde verheerlijkten!

Vandaag verheerlijkt de Heilige Kerk plechtig de eervolle Ontslaping van de Moeder van God van de aarde naar de hemel. Een prachtige vertaling – ze stierf zonder ernstige ziekte, vredig. Haar ziel wordt opgenomen in de goddelijke handen van Haar Zoon en gedragen naar de hemelse verblijfplaats, begeleid door het zoete gezang van engelen. En dan wordt haar meest zuivere lichaam door de apostelen overgebracht naar Getsemane waar het eervol wordt begraven, en op de derde dag wordt het opgewekt en naar de hemel opgenomen. Je ziet dit op het icoon van de “Dormition of the Theotokos”. Daarop is het levendragende lichaam van de Theotokos afgebeeld, liggend op een baar, omringd door de apostelen en hiërarchen, en in het midden van de icoon die de Heer vasthoudt

Laten we blij zijn, geliefde broeders en zusters, dat we tot de Heilige Orthodoxe Kerk behoren en de Allerheiligste Soevereine Theotokos waardig en terecht op deze eminente dag van alle dagen van het jaar met speciale plechtigheid verheerlijken. Er bestaan ​​op aarde vele samenlevingen en hele regeringen die de noodzaak noch de verplichting in overweging nemen om de Koningin van hemel en aarde, de Moeder van Onze Goddelijke Heer Jezus Christus en andere heiligen en engelen aan te roepen en te verheerlijken; om Haar onderdanig en liefdevol te dienen, als de ware Moeder van God.

We zeggen dat onze doden “in slaap zijn gevallen” of “overleden”. Wat betekent dit? Dit betekent dat er voor de ware christen geen dood is. De dood werd overwonnen door Christus aan het kruis. Maar er is een vandering, dwz een herschikking van zijn toestand, dwz zijn ziel is op een andere plaats, in een ander tijdperk, in een andere wereld voorbij het graf, eeuwig, zonder einde, dat is wat wordt bedoeld met ‘in slaap vallen’. Het is alsof het een tijdelijke droom is waarna, door de stem van de Heer en de angstaanjagende maar wonderbaarlijke bazuin van de aartsengel, alle doden zullen leven en ieder naar zijn plaats zullen komen: ofwel tot de opstanding van het leven of tot de opstanding van veroordeling (Johannes 5:29). Dit is wat de christen bedoelt met opstaan. We zouden klaar moeten zijn voor deze de ontmoeting met de hemelse Koning voor de gevreesde rechterstoel, na de dood, het is in wezen de voorbereiding van de persoon gedurende zijn hele levenDeze voorbereiding betekent een verandering in al zijn gedachten, en de morele verandering van zijn hele wezen, zodat de hele mens puur en wit als sneeuw zou zijn, alles schoonwassend van alles wat het lichaam en de geest verontreinigt, zodat hij getooid is met alle deugden : berouw, zachtmoedigheid, nederigheid, zachtmoedigheid, eenvoud, kuisheid, barmhartigheid, onthouding, geestelijke contemplatie en brandende liefde voor God en de naaste .Dit is wat de christen bedoelt met opstaan. We zouden klaar moeten zijn voor deze opstanding, voor de dag van de algemene opstanding en het oordeel, voor deze onbeschrijfelijke wereldgebeurtenis, vastgelegd in de Heilige Schrift.

Lees verder “Homilie over de ontslaping van de Moeder Gods….”

border 054

Heilige Sophrony Sacharov:

‘In deze ‘ruzie’ met God kwam ik verslagen naar buiten’

sofronios

“Een van de vragen die me bezighield was, hoe is het mogelijk om ‘ongehuwd’ te leven in deze wereld. Waarom, al onze daden zijn zo onbeduidend in verhouding tot wat de geest van het evangelie van ons vraagt, wat uiteindelijk alleen maar onmogelijk lijkt, utopisch!

“En op de Athos, zoals het geval was voordat ik monnik werd, werd mijn gebed soms onderbroken door een ‘god-vechtende’ houding.
“Ik herinner me, hoe vreselijk ik ooit werd gekweld door dit, dat wil zeggen, dat ik niet in staat ben geweest (in mijn leven) om niet te bekritiseren met mijn gedachten; noch om trots te zijn; noch om een hekel te voelen, enz. En omdat dit alles niet lukte, begon ik met God een soort “ruzie” .

“Zo voelde ik op een moment mijn martelaarschap voor het criterium van Gods Woord, ondanks mijn inspanningen, mijn extreme onvermogen om in de geest van Zijn Geboden te blijven.

“En ik sprak toen deze dwaze woorden:

“Dus u spreekt, U, over het laatste Verschrikkelijke Oordeel.
Maar hoe zult u oordelen, Gij, ik?
Wat is de jouwe?
Wat zijn uw mogelijkheden en wat zijn de mijne?
Ik ben een mens:
Als ik niet slaap, als ik niet eet, enz., Zal ik sterven!
En als iets of iemand me slaat, ga ik weer dood!
En, U, wilt u mij veroordelen?!
Maar, Jij, je hebt (zelfs) niet het recht om over mij te oordelen!
Om mijn rechter te zijn, naar alle gerechtigheid, moet u eerst Uzelf vinden in omstandigheden die vergelijkbaar zijn met mij.
Maar je bent Oneindig met de kracht van Je Wezen.
Maar terwijl ik, in mijn vergankelijkheid, als eenworm ben!”
“Mijn gebed was ‘ in het algemeen tot God gericht. En toen ik in deze “ruzie” bleef, werden plotseling de woorden van Christus in mij begrepen.
“Ik kreeg in mijn hart het volgende antwoord:
“De Vader oordeelt niet, maar het oordeel dat zij de Zoon gegeven hebben… dat (Hijzelf), Zoon, een mens is die gedood moet worden” (Joh. vers 22 en 27).”
“En in deze ‘ruzie’ met God kwam ik verslagen naar buiten: Ik, ik zal geoordeeld worden door de Mens – Christus; hij, die de Wet vervulde, hij die al deze dingen schiep.

“Tot dat moment las ik deze redenen vaak, maar ik heb ze nooit in deze zin begrepen. Ik schaamde me. Groot was ook mijn verlegenheid: ik heb altijd in omstandigheden geleefd die veel gemakkelijker waren dan die waar het hele aardse leven van Christus doorheen ging.

Werkelijk!

Hij heeft het recht om over de hele wereld te oordelen. Niemand overtrof Hem in Zijn lijden.

Uiterlijk zijn velen degenen die zelfs nu vreselijke martelingen in de afdelingen van moderne gevangenissen hebben doorstaan en , maar kwalitatief gezien is Zijn hel – “al liefde” – pijnlijker dan alle andere mensen!….”

Heilige Sophrony (1896-1993)

[Archimandriet Sofroniou (Sacharov): “On Prayer”, pp. 63-64, Holy Monastery of Timios Prodromos, Essex, Engeland, 19942. (2) Van hetzelfde: “Brieven aan Rusland”, hfdst. a’, blz. 37, ibidem. p., 20091.]

Bron : paraklisi.blogspot.com
Vertaling : Kris Biesbroeck © 2022 augustus

Johannes van Krohnstadt : fragment uit : Mijn leven in Christus….

9c452940a87935fb415e88a6b6d25cc2

Johannes van Krohnstadt : Fragment uit : Mijn leven in Christus (redelijk lang artikel)

God schiep de mens naar Zijn eigen beeld en gelijkenis – dit is een oneindig groot geschenk; maar de mens, een redelijk vrij schepsel, werd ondankbaar voor Zijn Schepper, beledigde Hem door zijn perfide en ontrouw, door zijn hoogmoed; hij wilde gelijk worden aan zijn Schepper en ging tegen Hem in. Elke zonde is een oorlog tegen God. Maar, o oneindige gave van Gods liefde aan de mensen! Toen we zo laag waren gevallen door tegen de Schepper gezondigd te hebben, toen we van het leven in de dood waren gevallen, door ons van God af te keren, ons Leven; toen we onszelf door zonden hadden verdorven en toen de eeuwige dood ons bedreigde – zond God de Verlosser van de wereld op aarde, Zijn eigen eniggeboren Zoon, in het vlees als de onze, om te lijden voor ‎onze overtredingen en reinig ons zo van zonden, door berouw en geloof in Hem, en breng ons terug tot Zijn Vader, van Wie wij waren afgevallen. Laten we dit waarderen, Gods grootste voordeel voor ons, en laten we “zo’n grote redding niet verwaarlozen!” ‎‎‎ Laten we voortdurend denken aan onze zondige verdorvenheid en de genademiddelen die de Kerk ons biedt voor onze wedergeboorte. “Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuw schepsel.” ‎‎ Zijn we nieuw of hetzelfde als van vroeger, met dezelfde zonden als voorheen? ‎
De Moeder Gods is één vlees en bloed, en één geest met de Verlosser, als Zijn Moeder. Haar verdienste door de genade van God was zo oneindig groot dat zij de Moeder van God Zelf werd, Hem het meest zuivere en allerheiligste vlees gaf, Hem voedde met Haar melk, Hem in Haar armen droeg, Hem kleedde, op alle mogelijke manieren voor Hem zorgde in Zijn kindertijd, Hem steeds opnieuw kuste en Hem streelde. O Heer, wie kan de grootheid van de Goddragende Maagd beschrijven? ” Elke tong twijfelt eraan hoe U waardig te prijzen, zelfs de engelengeest zelf vraagt zich af hoe U, Moeder van God, moet hymnen…”‎‎‎‎ We moeten Haar aanroepen met één gedachte en eenvoudige impuls van het hart. Ze is één met God, net als de heiligen. ‎

Weet en onthoud, dat de zaak van uw redding altijd dicht bij het hart van Onze-Lieve-Vrouw, de Moeder van God, ligt, want het was daarom dat de Zoon van God, door de gunst van de Vader en de medewerking van de Heilige Geest, Haar uit alle geslachten koos en van Haar geïncarneerd was om het menselijk ras van de zonde te redden, de vloek en de eeuwige dood, of eeuwige kwellingen. Zoals de zaak van onze zaligheid nabij de Verlosser is, zo is zij ook nabij Haar. Wend je tot Haar met volledig geloof, vertrouwen en liefde. ‎

Christus, de Zoon van God, de Allerheiligste God, ‘schaamt zich niet om ons zondaars broeders te noemen’; ‎‎schaam je daarom niet op zijn minst om broeders en zusters arme, obscure, eenvoudige mensen te noemen, of ze nu je familieleden naar het vlees zijn of niet, wees niet trots in je omgang met hen, veracht ze niet, want we zijn eigenlijk allemaal broeders in Christus – we zijn allemaal geboren uit water en de Geest in de doopvont en werden kinderen van God; we worden allemaal christenen genoemd, we worden allemaal gevoed met het Lichaam en Bloed van de Zoon van God, de Redder van de wereld, de sacramenten van de Kerk worden over ons allemaal gevierd, we bidden allemaal het gebed van de Heer: “Onze Vader …”. en ieder van ons noemt God evenzeer onze Vader. We kennen geen andere relatie dan het geestelijke, het hoogste, het eeuwige. ‎relatie, die ons gegeven werd door de Heer van ons leven, de Schepper, en de Regenerator van onze natuur, Jezus Christus, want deze relatie is alleen waar, heilig, blijvend, terwijl de aardse relatie onwaar, veranderlijk, inconstant, vergankelijk, vergankelijk is zoals ons vlees en bloed vergankelijk zijn. En wees daarom eenvoudig in je omgang met je medemensen, als een gelijke met gelijken, en verhef jezelf niet boven iemand, maar verootmoedig jezelf integendeel. “Want ieder die zichzelf verheft, zal vernederd worden; en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.” ‎‎‎‎Zeg niet: ik ben opgeleid en hij of zij – is het niet, hij of zij – is een eenvoudige ongeschoolde boer; de gave van God wordt u gegeven, een onwaardige: maak er geen gelegenheid van om hoogmoed, maar een gelegenheid voor nederigheid, want “aan wie veel gegeven wordt, van Hem zal veel gevraagd worden; en aan wie de mensen veel hebben begaan, zullen zij van hem des te meer vragen.” ‎‎

Zeg niet: Ik ben van adellijke geboorte, en hij is van lage geboorte – aardse adel, zonder de adel van geloof en deugd, is – een ijdele naam. Wat is er in mijn adel, als ik net zo’n zondaar ben als anderen, of misschien nog wel erger? En we moeten onze naaste liefhebben, niet op onze manier, maar op Gods manier, dat wil zeggen, niet naar onze wil, maar in overeenstemming met de Wil van God. Onze wil is alleen om degenen lief te hebben die van ons houden, en om onze vijanden of degenen die ons om de een of andere reden onwelgevallig zijn te verachten, te haten en te vervolgen. Maar God verlangt dat we deze nog meer liefhebben, omdat ze ziek zijn; zodat wijzelf, die ook ziek zijn van zelfliefde, minachting en kwaadaardigheid, onszelf zouden genezen door liefde en nederigheid, en deze zelfde alles helende pleister ook op de wonden van hun harten zouden aanbrengen. Bij het genezen van de geestelijke kwalen van anderen, moeten we in geen geval arrogant zijn, noch kwaadaardigheid verdragen, noch boos worden en uit ons humeur raken, noch denken aan ons eigen voordeel in plaats van dat van onze naaste, en onze eigenliefde en, in het algemeen, onze eigen passies dienen. “Naastenliefde wordt niet uitgelokt” door het gedachteloze of arrogante gedrag van haar naaste, “maar lijdt lang en is vriendelijk. . . . Geroemd niet zelf, is niet opgeblazen. . . . . denkt geen kwaad,”‎‎ houdt geen rekening met elk woord en screent alles. Ja, dit klopt: want wat je screent door verwennerij, gaat vaak gemakkelijk vanzelf over. En daarom moet hij die ernaar streeft anderen te genezen, zelf in goede gezondheid verkeren, zodat hem niet wordt verteld: “Geneesheer, genees uzelf.” ‎‎628‎‎Als de man, die u tracht te genezen, merkt dat u zelf slecht en boos bent en hem niet liefhebt, dan zal hij u innerlijk veraqueren en haten, en u zult door niets enig effect op hem hebben, want het kwaad wordt niet gewijzigd door het kwaad, maar door het goede. ‘Overwin het kwade met het goede’‎‎, 629‎‎eerst in jezelf uitroeien wat je in anderen wilt uitroeien. ‎

Wereldse zorgen verduisteren de mentale horizon van onze ziel; als mist verduisteren ze het spirituele visioen en binden ze de ziel. Maar wees voor niets voorzichtig en werp al uw zorgen en zorgen op de Heer, in overeenstemming met de Geestdragende leer van de apostel. Koester geen wrok over gemaakte kosten voor anderen; dit zijn een belofte van nieuwe en grotere milddadigheden van de Heer aan u. ‎

Sommigen lijken tot de Heer te bidden, maar dienen in werkelijkheid de Duivel, die zich in hun hart nestelt, omdat zij alleen met hun lippen bidden, terwijl hun hart koud is, niet voelen en niet verlangen naar datgene wat de lippen vragen en zeggen, en “ver van”‎‎ de Heer. Evenzo zijn er vele communicanten die onoprecht communiceren over het Lichaam en Bloed van Christus, niet met grote liefde, maar alleen met hun mond en buik, met weinig geloof, koud, met harten gehecht aan eten, drinken en geld, of geneigd tot trots, kwaadaardigheid, afgunst, luiheid, en ver van Hem Die alle liefde, heiligheid, perfectie, grote wijsheid is, en onuitsprekelijke goedheid. Het is nodig dat zulke mensen dieper in zichzelf gaan, zich dieper bekeren en diep nadenken over wat gebed is en wat het Heilig Avondmaal is. Koelte van hart jegens God, tot gebed, komt voort uit de Duivel, hij is de kilte van de hel; maar laten wij, als kinderen Van God, de Heere liefhebben met brandende liefde. Verleen ons dit, onze Heer, want zonder U ‘kunnen wij niets doen’. ‎‎631‎‎Want Gij zijt — alles voor ons, terwijl wij zelf zijn — niets. Gij hebt ons van de nonentiteit naar het bestaan gebracht en u hebt ons van alles voorzien. ‎

Bekering – betekent in ons hart de leugen, de waanzin, de schuld van onze zonden voelen, dat betekent het – erkennen dat we door hen onze Schepper, onze Heer, onze Vader en Weldoener, Die oneindig heilig is en oneindig de zonde verafschuwt, hebben beledigd, het betekent, om met de hele ziel te verlangen om onze zonden te bekrachtigen en goed te maken. ‎

Herinner de christen die vrijwillig of onvrijwillig gezondigd heeft, vaker aan zijn waardigheid, dat hij godvruchtig is gemaakt en dat onze natuur met God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest op de troon is geplaatst. Vertel de Jood, Mohamedaan of heiden – bij een passende gelegenheid – wat zij zichzelf ontnemen door in ongeloof te blijven hangen, vertel hen hoe onze natuur is opgewekt, veredeld, vervuld van genade door de Zoon van God; die ongelovigen tot het geloof in Christus brengen.. ‎

Lees verder “Johannes van Krohnstadt : fragment uit : Mijn leven in Christus….”

Paul Evdokimov : Zonde is een ziekte die genezen moet worden….

33ab6417656473496e4215a741a49fb9 (1)

De Oosterse Kerk blijft een vreemdeling voor elk boeteprincipe.

 Zonde is een ziekte die genezen moet worden, zelfs als de genezing het bloed van God is. Zonder enig “vooroordeel” geeft de Kerk zich over aan de liefde van de Vader voor de hele mensheid en verdubbelt zij haar gebed voor zowel de levenden als de doden. . De Oosterse Kerk stelt geen grenzen aan de barmhartigheid van God of aan de vrijheid van de mens om deze barmhartigheid eeuwig te weigeren. Maar bovenal legt het geen grenzen op aan het getuige zijn, aan liefde die open en creatief is in het aangezicht van de hel van deze wereld. . De liefde van de Kerk kent geen grenzen. Zij draagt de bestemming, zelfs van hen die zich van God afkeren en hen in de handen van de Vader leggen, en zijn handen, volgens de heilige Irenaeus, zijn Christus en de Heilige Geest

– Paul Evdokimov

Thomas Hopke : het symbool van Geloof : deel 11

6cd6cb72d1c33ce5bd30630f58990e41

En Hij werd voor ons gekruisigd onder Pontius Pilatus, en leed, en werd begraven. (Deel 11 )

Thomas Hopko 

Hoewel Jezus niet zondigde en niet hoefde te lijden en te sterven, nam hij vrijwillig de zonden van de wereld op zich en gaf hij zich vrijwillig over aan lijden en dood ter wille van het heil. Dit was zijn taak als de Messias-Verlosser:
‘De Geest van de Heer rust op mij om de ellendigen een goede tijding te brengen . . . om de gebrokenen van hart te verbinden, om de gevangenen vrijheid uit te geven en de gevangenis te openen voor hen die gebonden zijn. . . om allen die treuren te troosten. . . om hun een bloemenkrans te geven in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw’ (Jes 61,1-3).

En tegelijkertijd moest Jezus dit doen als de lijdende dienaar van Jahweh-God.
Hij werd veracht en verworpen door mensen, een man van smarten, en bekend met verdriet, en als iemand voor wie mensen hun gezichten verbergen, werd hij veracht. en wij achtten hem niet.

Hij heeft zeker onze smarten gedragen , maar we achtten hem getroffen, geslagen door God en gekweld.

Maar hij werd verwond om onze overtredingen, hij werd verbrijzeld om onze ongerechtigheden, op hem was de kastijding die ons gezond maakte, en door zijn striemen [dwz wonden] zijn wij genezen.

Wij allen waren als schapen verloren gelopen, en ieder van ons was eigen wegen gegaan; maar op hem heeft Jahwe laten neerkomen de schuld van ons allen.  Hij werd gefolterd en diep vernederd, maar heeft zijn mond niet geopend, zoals een lam dat ter slachting geleid wordt. En, zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders, heeft hij zijn mond niet geopend.  Door een gewelddadig vonnis werd hij weggenomen; wie denkt nog over zijn bestemming na? Toch is hij uit het land der levenden weggerukt, geslagen om de weerspannigheid van mijn volk.   met kennis verzadigd worden. Mijn rechtvaardige dienstknecht zal velen rechtvaardig maken, doordat hij hun zonden draagt.  Daarom geef Ik hem zijn deel te midden van de velen, en samen met hun machthebbers verdeelt hij de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf totterdood, en zich bij de weerspannigen liet tellen. Hij echter had de zonde van velen op zich genomen en kwam zo voor de weerspannigen op

Toch was het de wil van de Heer [Jahweh] om hem te verbrijzelen; hij heeft hem verdriet gedaan; wanneer hij zichzelf een offer voor de zonde maakt, zal hij zijn nageslacht zien, hij zal zijn dagen verlengen; de wil van de Heer zal voorspoedig zijn in zijn hand; hij zal de vrucht van de arbeid van zijn ziel zien en tevreden zijn; door zijn kennis zal de rechtvaardige, mijn dienaar, velen rechtvaardig maken;hij zal hun ongerechtigheden dragen.

Daarom zal Ik hem een ​​deel verdelen met de groten en hij zal de buit verdelen met de sterken; omdat hij zijn ziel ter dood heeft uitgestort en bij de overtreders is geteld; toch droeg hij de zonde van velen [of de menigte] en bemiddelde hij voor de overtreders. (Is 53)

Deze woorden van de profeet Jesaja, eeuwen voor de geboorte van Jezus geschreven, vertellen het verhaal van zijn Messiaanse missie. Het begon officieel voor de ogen van iedereen in zijn doop door Johannes in de Jordaan. Door zich met de zondaars te laten dopen hoewel hij geen zonde had, laat Jezus zien dat hij zijn roeping aanvaardt om geïdentificeerd te worden met de zondaars: “de geliefde” van de Vader en “het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt” ” (Joh 1.29; Mt 3.17).

Jezus begint te onderwijzen, en precies op de dag en op het moment dat zijn discipelen hem voor het eerst belijden als de Messias, “de Christus, de Zoon van de levende God”, vertelt Jezus onmiddellijk over zijn missie om “naar Jeruzalem te gaan en veel te lijden. . . en gedood te worden en op de derde dag opgewekt te worden’ (Mt 16,16-23; Mk 8,29-33). De apostelen zijn hierdoor erg van streek. Jezus toont hun dan onmiddellijk zijn goddelijkheid door voor hen te worden getransfigureerd in goddelijke heerlijkheid op de berg in aanwezigheid van Mozes en Elia. Vervolgens zegt hij hun nogmaals: “De Mensenzoon zal in de handen van mensen worden overgeleverd, en zij zullen hem doden, en hij zal op de derde dag worden opgewekt” (Mt 17,1-23; Mk 9,1-9).

De machten van het kwaad vermenigvuldigden zich aan het einde tegen Christus: “De koningen der aarde beraadslagen samen tegen de Heer en zijn Christus” (Ps 2.2). Ze waren op zoek naar redenen om hem te doden. De formele reden was godslastering, “omdat u, als mens, uzelf tot God maakt” (Joh 10,31-38). Maar de diepe redenen waren persoonlijker: Jezus vertelde de mensen de waarheid en openbaarde hun koppigheid, dwaasheid, hypocrisie en zonde. Om deze reden wenst en veroorzaakt elke zondaar, verhard in zijn zonden en weigerend zich te bekeren, de kruisiging van Christus.

De dood van Jezus kwam door toedoen van de religieuze en politieke leiders van zijn tijd, met de goedkeuring van de massa: toen Kajafas hogepriester was, “onder Pontius Pilatus”. Hij werd „voor ons gekruisigd . . . en heeft geleden en is begraven” om bij ons te zijn in ons lijden en onze dood die we vanwege onze zonden over onszelf hebben gebracht: “want het loon van de zonde is de dood” (Rm 6,23). In die zin schrijft de apostel Paulus over Jezus dat “Hij voor ons een vloek geworden is” (Gal 3.13), “om onzentwil heeft God de Vader hem tot zonde gemaakt die geen zonde kende, opdat wij in hem zouden worden de gerechtigheid van God” (2 Kor 5,21).

Afdaling in de Hades

Het lijden en de dood van Christus in gehoorzaamheid aan de Vader openbaart de overweldigende goddelijke liefde van God voor zijn schepping. Want toen alles zondig, vervloekt en dood was, werd Christus zonde, een vloek en dood voor ons – hoewel hij zelf nooit ophield de gerechtigheid en gelukzaligheid en het leven van God Zelf te zijn. Het is tot deze diepte, waarvan een lager en dieper niveau niet kan worden ontdekt of voorgesteld, dat Christus zich heeft vernederd “voor ons mensen en voor ons heil”. Omdat hij God was, werd hij mens; en als mens werd hij een slaaf; en omdat hij een slaaf was, werd hij gedood en niet alleen dood, maar ook dood aan een kruis. Uit deze diepste degradatie van God vloeit de eeuwige verhoging van de mens voort. Dit is de centrale doctrine van het orthodox-christelijke geloof, die in de geschiedenis van de orthodoxe kerk op vele manieren tot uitdrukking is gebracht. Het is de leer van de verzoening — want we zijn gemaakt om ‘één’ met God te zijn. Het is de leer van de verlossing – want we zijn verlost, dwz “gekocht met een prijs”, de grote prijs van het bloed van God (Handelingen 20.28; 1 ​​Kor. 6.20).
Heb onder u deze gezindheid die u hebt in Christus Jezus, die, hoewel Hij in de vorm van God was, gelijkheid met God niet beschouwde als iets om te grijpen, maar Zichzelf ontledigde, de vorm aannam van een dienaar [slaaf], geboren in de gelijkenis van mannen. En in menselijke vorm gevonden, vernederde Hij Zichzelf en werd gehoorzaam tot de dood, ja, tot de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam gegeven die boven elke naam is, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zou buigen, in de hemel en op aarde en onder de aarde, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus Heer is, om de heerlijkheid van God de Vader (Fil 2,5-11).

Lees verder “Thomas Hopke : het symbool van Geloof : deel 11”

Terwijl we in het sterfelijke bestaan werden geworpen, zonder enige keuze van onze kant….

341cd398141d94ee02d6ef709d6e66ee

Terwijl we in het sterfelijke bestaan werden geworpen, zonder enige keuze van onze kant, kunnen we nu, vrijelijk, onze sterfelijkheid gebruiken, om in het leven geboren te worden, door met Christus te sterven in de doop, ons kruis op te nemen en niet langer voor onszelf te leven, maar voor Christus en onze naasten. Door dit te doen, is ons nieuwe bestaan gebaseerd op de vrije, zelfopofferende liefde die Christus heeft getoond als het leven en het wezen van God zelf, want zoals we hebben gezien, heeft Christus ons laten zien wat het betekent om God te zijn in de manier waarop Hij sterft als een mens. . Onze taak vandaag is niet alleen om ons geloof te verkondigen in een steeds seculierder wordende wereld; het is veeleer om de dood terug te nemen, door de dood te laten ‘zien’, door stervenden te eren met de volledige liturgie van de dood, en door zelf te getuigen van een leven dat door de dood komt, een leven dat niet meer door de dood kan worden aangeraakt, een leven dat komt door het opnemen van het kruis.

De verloren zoon, zo wordt ons verteld, ging naar een ver land en bracht daar alles uit wat hij had….

5389f1b67f2d183380713e2938475abf

‎”De verloren zoon, zo wordt ons verteld, ging naar een ver land en bracht daar alles uit wat hij had. Een ver land! Het is deze unieke definitie van onze menselijke conditie die we moeten aannemen en maken als we onze benadering van God beginnen. ‎
‎”Een man die die ervaring nooit heeft gehad, zij het maar heel kort, die nooit het gevoel heeft gehad dat hij verbannen is van God en uit het echte leven, zal nooit begrijpen waar het christendom over gaat. En degene die volkomen ‘thuis’ is in deze wereld en haar leven, die nooit gewond is geraakt door het nostalgische verlangen naar een andere Werkelijkheid, zal niet begrijpen wat bekering is.‎
– Vader Alexander Schmemann

Augustinus (Westerse Kerkvader) : De regel van Augustinus…..

67faf182c8edce371091ab296baa0488 (1)

De Regel van Augustinus (inleiding en tekst.)

INLEIDING :

Augustinus (354-430) is bekend als onrustig zoeker naar waarheid, als bekeerling, als bisschop en als geleerde. Hij is minder bekend als monnik. Toch kan men zijn persoonlijkheid slechts ten volle begrijpen wanneer men voor ogen houdt dat hij na zijn bekering niets anders wilde zijn dan dienaar Gods, wat voor hem “monnik” betekende. Als monnik heeft hij geleefd, ook toen hij priester was en later zelfs als bisschop. Maar er is meer. Hij heeft ook een meer dan gewone invloed uitgeoefend op het christelijke ideaal van het religieuze leven door het schrijven van de oudste, bewaarde kloosterregel van het westen. Daardoor heeft hij een zeer grote betekenis gehad voor de ontwikkeling van het latere westerse religieuze leven.

Maar in de loop van de eeuwen hebben verschillende kloosterregels de naam van Augustinus gedragen: een Regel voor vrouwen (Regularis informatio), een Regel voor mannen (Praeceptum) en een Reglement voor een klooster (Ordo monasterii). Deze zijn in niet minder dan negen verschillende vormen overgeleverd. Maar de laatste onderzoekingen hebben uitgewezen dat slechts n ervan op Augustinus zelf teruggaat. Vooral Luc Verheijen o.s.a. heeft op dit gebied baanbrekend werk verricht. Na jarenlang onderzoek heeft hij ons een kritische Latijnse tekst van de Regel van Augustinus bezorgd in zijn tweedelig monumentaal werk: La Règle de saint Augustin, Parijs, 1967. Het is op deze tekst dat wij onze Nederlandse vertaling (zowel in vrouwelijke als in mannelijke vorm) gebaseerd hebben.

Historische Situering

Augustinus heeft zijn Regel waarschijnlijk geschreven rond het jaar 397, ongeveer tien jaar nadat hij door Ambrosius te Milaan gedoopt werd. Toen reeds had hij een periode van ervaring met het religieuze leven achter de rug. Zijn eerste stichting vond immers plaats in 388 te Tagaste; vervolgens stichtte hij als priester een klooster voor lekenbroeders te Hippo (391). En toen hij bisschop werd, richtte hij een klooster voor clerici op in zijn bisschopshuis te Hippo (395/6). In dat klooster heeft hij zijn Regel geschreven die duidelijk gericht is aan gemeenschappen van monniken die leken waren en waar n priester aanwezig was voor het sacramentele leven van de groep. Historisch gezien moeten we zeggen dat de Regel van Augustinus nog uit de beginperiode van het religieuze leven stamt; op dit ogenblik is hij immers zestien eeuwen oud. Zoals men weet kan de Egyptische woestijn beschouwd worden als de wieg van de beweging die wij later met de algemene naam “het religieuze leven” aange duid hebben. De oudste “voorschriften” voor monnikengemeenschappen werden in Tabenn si (in het zuidelijke deel van Boven-Egypte) opgesteld door Pachomius (ca. 292 – ca. 346/7). Zijn opvolger Horsiesius (ca. 300 – ca. 388) heeft eveneens een belangrijk monastiek testament nagelaten, namelijk het Boek van onze vader Horsiesius. Vervolgens krijgen we de Grote en Kleine Regels van de bisschop van Caesarea, Basilius (ca. 330-379). Vanaf 370 ongeveer verschijnt de monastieke levensvorm ook in het westen. Dan zal het slechts een goede dertig jaar duren dat de eerste westerse kloosterregel, namelijk die van Augustinus, het licht ziet. Ruim honderd jaar later zal Benedictus van Nursia (ca. 480 – ca. 547) zijn bekende Regel schrijven, daarbij puttend zowel uit de oosterse als uit de westerse traditie.

Invloed

De invloed van de Regel van Augustinus blijkt uit het feit dat er veertien handschriften van v r het jaar 1000 bewaard gebleven zijn, waarvan het oudste dateert uit de zesde eeuw. Die invloed laat zich ook aflezen uit het gebruik dat schrijvers in Galli , Spanje en Itali , in de twee eeuwen volgend op Augustinus’ dood, van de Regel van Augustinus gemaakt hebben. Bij het samenstellen van richtlijnen voor mannelijke of vrouwelijke religieuzen in hun omgeving halen zij bepaalde gedeelten uit de Regel van Augustinus aan. De bekendsten onder hen zijn: Fulgentius van Ruspe (462/8-527/33), Caesarius van Arles (ca. 470-542), Leander van Sevilla (ca. 545-600/1), Isidorus van Sevilla (ca. 560-636), de schrijver van de Regel van de Magister en Benedictus van Nursia.

De Regel van Augustinus werd dus overgeschreven en raakte aldus wijd verspreid. Dit bewijst alleszins dat er mensen waren die leefden van de inspiratie die de Regel bood. Maar we mogen ons dit niet te eenzijdig voorstellen. V r het jaar 1000 werd de Regel van Augustinus altijd samen met andere Regels en monastieke documenten overgeleverd. Zo vloeiden verschillende religieuze stromingen samen in n grote traditie. Deze traditie van de Vaders werd als n geheel aan de toenmalige kloosterlingen als inspiratiebron aangeboden. Slechts tussen de negende en de elfde eeuw verschijnt de Regel van Augustinus als alleen geldende leefregel voor n bepaalde groepering van kloosterlingen. Juist die eeuwen vormen de periode waarin een hervorming van het monastieke leven en van de diocesane clerus werd doorgevoerd. In die hervorming speelde de Regel van Augustinus een belangrijke rol en werd hij door verschillende groepen aangenomen als alleengeldende leefregel.

Karakter van de Regel

De Regel geeft duidelijk de indruk een samenvatting te zijn van mondelinge conferenties die Augustinus voor zijn monniken hield. Hij is een soort beginselverklaring. De idee n zijn er niet uitgewerkt, maar op een erg bondige manier weergegeven. Zij worden als bekend verondersteld. Daarom moet men al vertrouwd zijn met Augustinus’ andere werken om tot de diepere betekenis van de korte zinnen van de Regel door te dringen. De parallelteksten uit de andere werken moeten het geheel van de Regel verhelderen en doorzichtig maken. Voor Augustinus’ volgelingen is de Regel ongetwijfeld een samenvatting geweest om het geheugen op te frissen.

De Regel van Augustinus beslaat weinig bladzijden en heeft vooral de bedoeling enkele gedachten aan te bieden die inspirerend kunnen werken. Deze gedachten steunen vooral op de H. Schrift. In de korte tekst van de Regel zijn minstens vijfendertig verwijzingen naar de Schrift aanwezig, acht naar het Oude Testament en zevenentwintig naar het Nieuwe Testament. De tekst van de Regel is daarom een treffend voorbeeld van bijbelse stijl. Zelfs de meest eenvoudige zinnen zijn doorweven met bijbelse idee n, die de grondinspiratie dragen. In deze verwijzingen naar de H. Schrift treedt ook Augustinus’ eigen visie en spiritualiteit aan het licht, want de bijbelse gedachten waar hij de nadruk op legt, zijn voor hem de dierbare bronnen waaruit hijzelf leefde. Juist deze bijbelse en evangelische grondslag vormt de blijvende structuur van de Regel, die de waarde ervan blijft verzekeren door de wisselende tijden en culturen heen.

De grondidee n van de Regel zijn opgebouwd rond het ideaal van de eerste gemeente van Jeruzalem uit Hand. 4, 31-35. Daardoor komen liefde en gemeenschap centraal te staan: een goed gemeenschapsleven is niets anders dan het in praktijk brengen van de liefde. Het valt onmiddellijk op hoe weinig concrete voorschriften of detailwetten in de Regel gegeven worden. Het gaat nergens om details, maar om de kern van de dingen en het hart van de mens. Vandaar de weg van de verinnerlijking die in de Regel herhaaldelijk toegepast wordt: het uiterlijke alleen is niet genoeg, het uiterlijke moet het symbool worden van het innerlijke. Het uiterlijke mag niet leeg blijven, maar moet bezield zijn. Een ander kenmerk dat hiermee samenhangt, is de nagenoeg totale afwezigheid van nadruk op het “ascetisme”, dat wil zeggen de beoefening van ascese in de materi le zin zoals het zich ontzeggen van eten en drinken of allerhande vormen van zelfkastijding. Het accent verschuift meer naar het leven in gemeenschap als overwinning op de zelfzucht. De Regel vraagt ons alle aandacht te laten uitgaan naar de onderlinge liefderelaties.

Wanneer Pachomius, Basilius en Augustinus het gemeenschapsleven zo sterk benadrukten, dan was dit omdat zij in de gerichtheid op het eigen ik en in het individualisme de grootste hindernis zagen om het evangelie te verwezenlijken. De eerste gemeenschap van Jeruzalem speelt bij hen de rol van een oude droom, die een ideaal wordt voor het heden en voor de toekomst. Men zou de Regel van Augustinus kunnen kenmerken als een oproep tot evangelische gelijkheid van alle mensen. Hij vertolkt de christelijke eis om te komen tot volwaardige broederlijkheid en zusterlijkheid onder allen. Daarin klinkt ook impliciet een protest tegen de ongelijkheid in de maatschappij, die zo zwaar getekend is door hebzucht, hoogmoed en macht. Een kloostergemeenschap zou daarvoor volgens Augustinus een alternatief moeten bieden door de opbouw van een gemeenschap die niet gedragen is door hebzucht, hoogmoed en macht, maar door liefde voor elkaar. En in deze zin biedt de Regel van Augustinus ook een stuk maatschappijkritiek.

Structuur

Het is goed bij het lezen van de Regel de algemene structuur voor ogen te houden. Het eerste hoofdstuk bevat de beginselen en inspiratie die Augustinus voor ogen stonden. Men zou kunnen zeggen dat het alle andere hoofdstukken overkoepelt. De andere hoofdstukken (op de slotaansporing na) zijn alle niets anders dan concrete toepassingen van het fundamentele ideaal op de verwezenlijking van het leven in gemeenschap

Lees verder “Augustinus (Westerse Kerkvader) : De regel van Augustinus…..”

Thomas Hopke : Het symbool van geloof (deel 10)

3ffbdf3b7614142ab586f90cf6d1b188

Het symbool van geloof (Deel 10)

Incarnatie

En Hij was vleesgeworden van de Heilige Geest en de Maagd Maria en werd mens. . .

50d2260c8cf995199877b37c1b932f10

De goddelijke Zoon van God werd als mens uit de maagd Maria geboren door de kracht van de Heilige Geest (Mt 1; Lc 1). De Kerk leert dat de maagdelijke geboorte de vervulling is van de oudtestamentische profetie (Jes 7,14), en dat het ook de vervulling is van de verlangens van alle mensen naar verlossing die in alle religies en filosofieën in de menselijke geschiedenis worden aangetroffen. Alleen God kan de wereld redden. De mens alleen kan het niet, want het is de mens zelf die gered moet worden. Daarom is volgens de orthodoxe leer de maagdelijke geboorte helemaal niet nodig vanwege een valse verheerlijking van de maagdelijkheid als zodanig of vanwege een zondige afkeer van de normale menselijke seksualiteit. Het is ook niet nodig, zoals sommigen beweren, om “meer gewicht” te geven aan de morele leringen van Jezus. De maagdelijke geboorte wordt gezien als een noodzaak omdat degene die wordt geboren niet slechts een man moet zijn zoals alle anderen die redding nodig hebben. De Redder van de wereld kan niet slechts een van het ras van Adam zijn, geboren uit het vlees, zoals alle anderen. Hij moet “niet van deze wereld” zijn om de wereld te redden.

Jezus is geboren uit de Maagd Maria omdat hij de goddelijke Zoon van God is, de Verlosser van de wereld. Het is de formele leer van de orthodoxe kerk dat Jezus niet ‘slechts een mens’ is zoals alle andere mensen. Hij is inderdaad een echte man, een hele en volmaakt complete man met een menselijke geest, ziel en lichaam. Maar hij is de man die de Zoon en het Woord van God is geworden. Zo belijdt de Kerk formeel dat Maria terecht Theotokos moet heten, wat letterlijk “degene die God baart” betekent. Want wie uit Maria geboren is, is, zoals de Orthodoxe Kerk met Kerstmis zingt: “. . . hij die van alle eeuwigheid God is.”

Vandaag baart de Maagd de Transcendente, en de aarde biedt een grot aan de Onnaderbare! Engelen, met herders, verheerlijk Hem! De wijze mannen reizen met de ster! Want ter wille van ons werd de eeuwige God als een klein kind geboren! (Kontakion van de Geboorte van Christus)

Jezus van Nazareth is God, of beter gezegd, de goddelijke Zoon van God in menselijk vlees. Hij is in alle opzichten een echte man. Hij werd geboren. Hij groeide op in gehoorzaamheid aan zijn ouders. Hij nam toe in wijsheid en gestalte (Lc 2,51-52). Hij had een gezinsleven met “broeders” (Mc 3.31-34), die volgens de orthodoxe leer geen kinderen waren die werden geboren uit Maria die bekend staat als “eeuwig-maagd”, maar neven of nichten of kinderen van Jozef.

Als mens beleefde Jezus alle normale en natuurlijke menselijke ervaringen zoals groei en ontwikkeling, onwetendheid en leren, honger, dorst, vermoeidheid, verdriet, pijn en teleurstelling. Hij kende ook menselijke verleiding, lijden en dood. Hij nam deze dingen op zich „voor ons mensen en voor onze redding”.

Omdat daarom de kinderen deel hebben aan vlees en bloed, nam hij zelf ook deel aan dezelfde natuur, opdat hij door de dood hem zou vernietigen die de macht over de dood heeft, dat wil zeggen de duivel, en iedereen zou verlossen die door angst voor de dood werd gedood. onderworpen aan levenslange slavernij. Want het gaat hem zeker niet om engelen, maar om de nakomelingen van Abraham. Daarom moest hij in elk opzicht op zijn broeders lijken. . . om verzoening te doen voor de zonden van het volk. Want omdat hij zelf heeft geleden en verzocht is, is hij in staat degenen te helpen die verzocht worden (Heb 2,9-18).

Christus is de wereld binnengekomen en is zoals alle mensen geworden in alle dingen behalve in zonde.

Hij beging geen zonde; er werd geen bedrog op zijn lippen gevonden. Toen hij werd beschimpt, schold hij niet terug; toen hij leed, dreigde hij niet; maar hij vertrouwde op hem [God de Vader] die rechtvaardig oordeelt (1 Petr. 2.22; Heb 4.15).

Jezus werd verzocht, maar hij zondigde niet. Hij was in elk opzicht volmaakt, absoluut gehoorzaam aan God de Vader; Zijn woorden spreken, Zijn werken doen en Zijn wil volbrengen. Als mens vervulde Jezus zijn rol als de volmaakte mens, de nieuwe en laatste Adam, perfect. Hij deed alle dingen die de mens nalaat te doen, en was in alles het meest volmaakte menselijke antwoord op het goddelijke initiatief van God tot de schepping. In die zin “recapituleerde” de Zoon van God als mens het leven van Adam, dwz het hele menselijke ras, de mens en zijn wereld terugbrengend naar God de Vader en een nieuw begin van leven mogelijk maken, vrij van de macht van de zonde, de duivel en de dood.

Als de Verlosser-Messias vervulde Christus ook alle profetieën en verwachtingen van het Oude Testament, en vervulde en bekroonde in definitieve en absolute perfectie alles wat in Israël was begonnen voor menselijke en kosmische redding. Zo is Christus de vervulling van de belofte aan Abraham, de voltooiing van de wet van Mozes, de vervulling van de profeten en Zelf de Laatste Profeet, de Koning en de Leraar, de ene Grote Hogepriester van Verlossing en het Volmaakte Offerslachtoffer, het nieuwe Pascha en de schenking van de Heilige Geest aan de hele schepping.
Het is in deze rol als Messias-Koning van Israël en Verlosser van de wereld dat Christus vasthield aan Zijn identiteit met God de Vader en Zichzelf de Weg, de Waarheid en het Leven noemde: de Opstanding en het Leven, het Licht van de Wereld , het Brood des Levens, de Deur naar de Schaapskooi, de Goede Herder, de Hemelse Mensenzoon, de Zoon van God en God Zelf, de IK BEN (Evangelie van de heilige Johannes).

Verdediging van de leer van de menswording

In de orthodoxe kerk is het centrale feit van het christelijk geloof, dat de Zoon van God op aarde is verschenen als een echte man, geboren uit de Maagd Maria om te sterven en weer op te staan ​​om leven te geven aan de wereld, uitgedrukt en verdedigd op veel verschillende manieren. De eerste prediking en de eerste verdediging van het geloof bestond uit het volhouden dat Jezus van Nazareth in waarheid de Messias van Israël is, en dat de Messias Zelf – de Christus – inderdaad waarlijk Heer en God in menselijke vorm is. De eerste christenen, te beginnen met de apostelen, moesten volhouden dat Jezus niet alleen werkelijk de Christus en de Zoon van God is, maar dat Hij waarlijk heeft geleefd en is gestorven en opgestaan ​​uit de dood in het vlees, als een waar mens.

Hieraan ken je de Geest van God: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees is gekomen, is van God, en elke geest die Jezus niet belijdt, is niet van God (1 Joh 4.2).

Want er zijn veel bedriegers de wereld ingegaan, mensen die de komst van Jezus Christus in het vlees niet willen erkennen. . . (2 Joh 7).

In de beginjaren van het christelijk geloof hadden de verdedigers van het geloof – de apologeten en martelaren – als hun centrale getuige en taak de verdediging van de leerstelling dat Jezus, als de Zoon van God in menselijk vlees, op aarde heeft geleefd, heeft stierf, werd opgewekt door de Vader en werd verheerlijkt als de enige Koning en Heer en God van de wereld.

De oecumenische concilies

In de derde en vierde eeuw werden pogingen ondernomen om te leren dat, hoewel Jezus werkelijk de vleesgeworden Zoon en Woord van God is, de Zoon en het Woord Zelf niet volledig en totaal goddelijk zijn, maar een schepsel – zelfs het meest verheven schepsel – maar een schepsel gemaakt door God zoals al het andere dat gemaakt is. Dit was de leer van de Arianen. Tegen deze leer verdedigden de vaders, zoals Athanasius van Alexandrië, Basilius de Grote, zijn broer, Gregorius van Nyssa, en Gregorius de theoloog van Nazianzus de definitie van geloof van het eerste en tweede oecumenische concilie, dat stelde dat de Zoon en het Woord van God – vleesgeworden in menselijke vorm als Jezus van Nazareth, de Messias – Christus van Israël – geen schepsel is, maar werkelijk goddelijk met dezelfde goddelijkheid als God de Vader en de Heilige Geest.

²Tegelijkertijd was het in de vierde eeuw ook noodzakelijk voor de Kerk om de leer van een zekere Appolinarius te verwerpen, die beweerde dat hoewel Jezus inderdaad de vleesgeworden Zoon en het Woord van God was, de incarnatie erin bestond dat het Woord slechts een menselijk lichaam en niet de volheid van de menselijke natuur. Dit was de leerstelling dat Jezus geen echte menselijke ziel, geen menselijk verstand, geen menselijke geest had, maar dat de goddelijke Zoon van God, die eeuwig bestaat bij de Vader en de Geest, slechts in een menselijk lichaam woonde, in menselijk vlees, zoals in een tempel. Het is om deze reden dat elke officiële leerstellige verklaring in de Orthodoxe Kerk, inclusief alle verklaringen van de oecumenische concilies, er altijd op staat dat de Zoon van God mens werd van de Maagd Maria met een rationele ziel en lichaam; met andere woorden, dat de Zoon van God werkelijk mens werd in de volle betekenis van het woord en dat Jezus Christus een werkelijk mens was en is, die alles heeft en is wat ieder mens heeft en is. Dit is niets anders dan de leer van de evangeliën en de nieuwtestamentische geschriften in het algemeen.

Aangezien daarom de kinderen delen in vlees en bloed, nam Hij Zelf ook deel aan dezelfde natuur. . . [wordt] gemaakt als Zijn broeders in elk opzicht. . . (Hebr 2,14–17)

Lees verder “Thomas Hopke : Het symbool van geloof (deel 10)”

Thomas Hopko : Het symbool van het geloof (deel 9)

0c18fd17dce951363c5e1738d11d4107

Het symbool van geloof (Deel 9)

Zoon van God

De eniggeboren Zoon van God. . . 

Jezus is één met God als Zijn eniggeboren Zoon. Dit is de evangelieverkondiging die door de heilige vaders van het Concilie van Nicea als volgt is geformuleerd:
. . . en in één Heer Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, voor alle tijden door de Vader verwekt: Licht van Licht. Ware God van Ware God. Verwekt niet gemaakt. Van één wezen met de Vader. Door wie alle dingen zijn gemaakt. . .
Deze regels spreken over de Zoon van God, ook wel het Woord of de Logos van God genoemd, vóór zijn geboorte in menselijk vlees uit de maagd Maria in Bethlehem.

Er is maar één eeuwige Zoon van God. Hij wordt de Eniggeborene genoemd, wat betekent : de enige geboren uit God de Vader. Verwekt als woord betekent gewoon geboren of voortgebracht.

De Zoon van God is geboren uit de Vader “voor alle eeuwen”; dat wil zeggen, vóór de schepping, vóór het begin van de tijd. De tijd begint in de schepping. God bestaat voor de tijd, in een eeuwig tijdloos bestaan ​​zonder begin of einde.
Eeuwigheid als woord betekent niet eindeloze tijd. Het betekent de toestand van helemaal geen tijd – geen verleden of toekomst, alleen een constant heden.

Voor God is er geen verleden of toekomst. Voor God is alles nu.
In het eeuwige ‘nu’ van God, vóór de schepping van de wereld, baarde God de Vader zijn eniggeboren Zoon in wat alleen een eeuwige, tijdloze, altijd bestaande generatie kan worden genoemd. Dit betekent dat hoewel de Zoon “door de Vader verwekt” is en uit de Vader voortkomt, zijn voortkomen eeuwig is. Er is dus nooit een “tijd” geweest dat er geen Zoon van God was. Dit is specifiek wat de ketter Arius leerde. Het is de leer die formeel is veroordeeld door het eerste oecumenische concilie.

Hoewel geboren uit de Vader en zijn oorsprong in Hem, heeft de eniggeboren Zoon altijd bestaan, of beter gezegd, altijd “bestaat” als ongeschapen, eeuwig en goddelijk. Zo zegt het evangelie van Johannes:
In den beginne was het Woord [de Logos-Zoon], en het Woord was bij God, en het Woord was God (Joh 1.1).

Als de eeuwiggeborene van God en altijd bestaande met de Vader in de “tijdloze generatie”, is de Zoon echt “Licht van Licht, Ware God van Ware God”. Want God is Licht en wat uit Hem geboren wordt, moet Licht zijn. En God is de Ware God, en wat uit Hem geboren is, moet de Ware God zijn.

We weten uit de geschapen orde der dingen dat wat geboren wordt in wezen hetzelfde moet zijn als wat geboorte geeft. Als de een voortkomt uit het wezen van een ander, moet men precies hetzelfde zijn. Hij kan niet wezenlijk anders zijn. Zo baren mensen mensen, en vogels vogels, vissen vissen, bloemen bloemen.

Als God dan in de overvloedige volheid en volmaaktheid van Zijn goddelijke wezen een Zoon baart, moet de Zoon in alle dingen dezelfde zijn als de Vader – behalve natuurlijk in het feit dat hij de Zoon is.

Dus als de Vader goddelijk en eeuwig volmaakt, waar, wijs, goed, liefdevol is, en alle dingen waarvan we weten dat God is: “onuitsprekelijk, onvoorstelbaar, onzichtbaar, altijd bestaand en eeuwig dezelfde” (om deze tekst te citeren van de Liturgie), dan moet de Zoon ook al deze dingen zijn. Te denken dat wat uit God geboren is, minder moet zijn dan God, zegt een heilige van de Kerk, is oneer aan God.

Lees verder “Thomas Hopko : Het symbool van het geloof (deel 9)”

Dostojevsky : Heb elkaar lief, vaders….

05c35b05b5888c6a6524d8e70bf68ca3 (1)

Heb elkaar lief, vaders, leerde de oudste (voor zover Alyosha zich achteraf kon herinneren).

Heb Gods volk lief. Want wij zijn niet heiliger dan degenen in de wereld, omdat wij hier gekomen zijn en ons binnen deze muren hebben opgesloten, maar integendeel, iedereen die hier komt, alleen al door het feit dat hij gekomen is, weet dat hij erger is dan allen die in de wereld zijn, erger dan allen op aarde … En hoe langer een monnik binnen zijn muren leeft, hoe scherper hij zich daarvan bewust moet zijn. Want anders had hij geen reden om hier te komen. … Deze kennis is de kroon op het pad van de monnik en van het pad van ieder mens op aarde. Want monniken zijn niet een ander soort mensen, maar alleen zoals alle mensen op aarde ook zouden moeten zijn.

-Ouderling Zosima van Dostojevski’s “De gebroeders Karamozov”

Waarom kijken de altaren van orthodoxe kerken naar het oosten?…

border dghs

Waarom kijken de altaren van orthodoxe kerken naar het oosten?

door John Malov

10000000

In de architectonische traditie van de oosters-orthodoxe kerken bevindt het altaargedeelte zich aan de oostzijde van het kerkgebouw. Met het oog hierop bidden parochianen en geestelijken naar het oosten gericht. Volgens de geschriften van de oude christelijke vaders baden gelovigen zelfs buiten de kerk met het gezicht naar het oosten. Binnenlandse iconostasen zijn in dezelfde richting georiënteerd als orthodoxe altaren. Trouwens, zelfs het woord “oriëntatie” zelf komt van het Latijnse oren, vertaald als “oost”.

Waar komt deze traditie vandaan?

St. Basilius de Grote schrijft in zijn essay Over de Heilige Geest dat de traditie van het bidden met het gezicht naar het oosten, evenals de gewoonte om het kruisteken te maken, mondeling door de apostelen aan ons werd doorgegeven. Hoewel het eerste niet wordt geboden in de Bijbel, maakt het deel uit van de oude Heilige Traditie, waarin het oosten (in tegenstelling tot het westen), een symbool is van waarheid, licht en goedheid. De zon, die uit het oosten komt, brengt ons licht. In het oosten werd de Zoon van God geboren – de Zon van Waarheid en het Licht van de wereld. Christus Zelf wordt ‘de dageraad van omhoog’ genoemd (zie Lucas 1:78).

Zelfs de Joden uit het Oude Testament behandelden het Oosten met speciale eerbied. Archeologisch bewijs toont aan dat de meeste gebouwen in het oude Israël zo stonden dat een persoon die ze binnenging naar het oosten gericht zou zijn. De nieuwtestamentische religie, deels gevormd in de joodse omgeving, nam deze traditie over. Tegenwoordig bidden moderne joden gewoonlijk met het gezicht naar Jeruzalem, indien mogelijk naar de plaats waar de tempel van Jeruzalem stond.

Meerdere kerken op het oosten

Zijn alle kerken op het oosten gericht?
Kerkaltaren zijn niet altijd naar het oosten gericht. Zo hebben de rooms-katholieken deze traditie verlaten en er geen bijzondere betekenis aan gehecht. Altaren van katholieke kerken van alle tijden zijn vaak op het westen georiënteerd. In de orthodoxie zijn er ook kerken, waarvan de indeling een uitzondering op de regel is.

Als het altaar van een orthodoxe kerk echter niet naar het oosten is gericht, is dat altijd met een reden. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het gebouw wordt omgebouwd tot kerk en het onmogelijk is om het te herbouwen. Er zijn kerken waarvan de gebouwen vroeger tot andere denominaties behoorden, en het altaar stond in een andere richting.Soms is het in grote steden, met dichte ontwikkelingen, niet altijd mogelijk om een ​​kerk te bouwen volgens de canons. In dergelijke gevallen proberen ze een tussenliggende optie te vinden, door het altaar in het noorden of zuidoosten te plaatsen. Is dit ook niet mogelijk, dan wordt de kerk georiënteerd zoals de architectonische ruimte toelaat. Echter, het oriënteren van het kerkaltaar naar het westen is hoogst ongewenst, omdat het de kerk een deel van haar bijbelse symboliek en een belangrijke esthetische component berooft – het moment tijdens de ochtenddienst wanneer het altaar wordt gevuld met zonlicht.

Conclusie :

Het is niet verplicht om tijdens het gebed naar het oosten te kijken. West en oost zijn slechts symbolen, en naar het oosten gericht tijdens het bidden is slechts een traditie. De heilige Basilius vindt het echter net zo belangrijk als het maken van het kruisteken. Als het voor ons ondenkbaar is om van dit laatste af te zien, waarom is bidden dan niet zo belangrijk in de hoofden van gelovigen? Toch wordt deze traditie erkend en ondersteund door de patristische en vooral apostolische autoriteit. Gedurende het tweede millennium worden orthodoxe kerken gebouwd met hun altaren naar het oosten gericht, en onze nakomelingen zullen nieuwe bouwen volgens dezelfde regels, die sinds onheuglijke tijden in acht worden genomen en doorgegeven.

2cd464739168c03fcc7a2469d17f6fde

Efrem de Suriër : Het chrysma verzegelt hen aan de Heer…..

1fb59947f968c03dff88c9aad8cdd287

                       HET CHRISMA VERZEGELT HEN AAN DE HEER
De olie die Elia vermenigvuldigde, zou geproefd kunnen worden met de mond, want deles was van de weduwe , het was niet die van het chrisma. De olie van onze Heer die in de fles zit, is geen voedsel voor de mond: de zondaar die een wolf was zonder, het maakt hem een lam in de kudde. Het chrisma van de zachtmoedige en nederige, verandert de koppige om te zijn als zijn Heer. De heidenen waren wolven en vreesden, de strenge roede van Mozes. Voorwaar, het chrisma verzegelt hen en maakt van de wolven een kudde schapen. En de wolven die gevlucht waren voor de roede, zie ! zij hebben hun toevlucht gezocht in  het kruis!

St. Ephraim, Hymnen voor Epifanie: Hymn 3 para 6-7, ~357AD

 

 

Johannes Chrysostomos : De Sacramenten zijn Zichtbare tekenen van de Onzichtbare Genade……

50963b7624984482e74b833db6e77c17

De Sacramenten zijn Zichtbare tekenen van de Onzichtbare Genade.

Laten we dan in alles God geloven, en Hem in niets bekritiseren, hoewel wat er gezegd wordt in strijd lijkt te zijn met onze gedachten en zintuigen, maar laat Zijn woord van hoger gezag zijn in plaats van gewone redenerigen. Laten we dat dus ook in de mysteriën doen, niet kijkend naar de dingen die voor ons liggen, maar zijn uitspraken in gedachten houden. Want Zijn woord kan niet bedriegen, maar onze zintuigen worden gemakkelijk verleid. Dat is nooit mislukt, maar dit gaat in de meeste dingen mis. Sindsdien zegt het woord: Dit is mijn lichaam, laten we ons zowel overtuigen als geloven, en ernaar kijken met de ogen van de geest. Want Christus heeft niets zinnigs gegeven, maar heeft in de dingen toch alles gegeven om door de geest waargenomen te worden. Dus ook in de doop wordt de gave geschonken door iets tastbaars, dat wil zeggen door water; maar wat gedaan wordt, wordt waargenomen door de geest, de geboorte, bedoel ik, en de vernieuwing. Want als u onstoffelijk was geweest, zou Hij u de onstoffelijke gaven hebben geschonken die kaal waren; maar omdat de ziel in een lichaam is opgesloten, levert Hij je de dingen die de geest waarneemt, in dingen die verstandig zijn. Hoevelen zeggen nu: ik zou Zijn gedaante willen zien, het merkteken, Zijn kleren, Zijn schoenen. Je ziet Hem, Je raakt Hem aan, je eet Hem op. En gij verlangt er inderdaad naar Zijn kleren te zien, maar Hij geeft Zich aan u, niet om alleen te zien, maar ook om aan te raken en te eten en in u te ontvangen.

St. Chrysostomus, Homilie 82 over Matteüs, ~ 387 AD

© 2022 juli

Schmemann : Liturgie en Eschatologie…..

2018-1212-schmemann3

Schmemann : Liturgie en Eschatologie

 

Een postchristelijke tijd?

Als ik aan de hedendaagse theologie denk en probeer de diversiteit ervan te begrijpen, die van alle tendensen, de ideologieën, de accenten van de verschillende denominaties die het zo diep kenmerken, herinner ik me een uitdrukking die in sommige opzichten al enkele jaren populair is geworden, de uitdrukking “postchristelijke tijd”. Wat de betekenis van deze uitdrukking ook is, het heeft een zeker belang voor iedereen die betekenis zoekt in de hedendaagse theologie. Het gemeenschappelijke idee van deze theologie (ondanks alle confessionele en andere verschillen), een hypothese bewust of niet, is dat theologie wordt geschreven, of uitgewerkt, of geloofd in een postchristelijke tijdperk. Dit wordt als vanzelfsprekend beschouwd. Dit betekent niet dat elke theoloog expliciet schrijft over de postchristelijke periode; integendeel, er zijn veel “actualiteiten” in de theologie. Maar als je op zoek gaat naar een principe dat ten grondslag ligt aan de hedendaagse theologie, lijkt het hierop: we leven, bidden en “theologiseren” in een wereld waar ons christelijk geloof door een scheiding gaat; er is een diepe scheiding, niet alleen in de kerk, maar in het hele wereldbeeld aan de ene kant, en de cultuur en samenleving waarin we leven aan de andere kant. Dit wordt op zichzelf als een voor de hand liggend idee geaccepteerd. Dit is niet het thema van de hedendaagse theologie, maar een van de bronnen. Het is belangrijk voor ons om te proberen deze scheidingservaring te begrijpen.

Theologie heeft zich altijd op de wereld gericht; het is niet uitsluitend bedoeld voor de interne consumptie van de kerk. Christenen hebben zich altijd ingespannen om het evangelie uit te leggen in termen van een bepaalde cultuur, een bepaalde context. Daarom heeft de theologie altijd geprobeerd een gemeenschappelijke taal te spreken met de wereld waarin zij zich uitdrukt. De vaders van de kerk deden precies dat (niet dat dit de betekenis van de patritische periode uitput); ze verzoenden Jeruzalem en Athene, Athene en Jeruzalem, en ze creëerden een gemeenschappelijke taal die trouw zou zijn aan het Evangelie terwijl ze begrijpelijk en acceptabel waren in de wereld. Maar wat moet er gebeuren als deze gemeenschappelijke taal uiteenvalt en er geen gemeenschappelijke taal meer is? Want dat is onze situatie vandaag. Een periode is net afgelopen, een periode die wordt gekenmerkt door het bestaan van de christelijke kerk, van de christelijke theologie, in feite van een christelijke wereld.

Het radicale ‘ja’: bevrijdingstheologie en therapeutische theologie
Geconfronteerd met deze scheiding, deze breuk in een gemeenschappelijke taal, hebben twee fundamentele attitudes de neiging zich te ontwikkelen in de theologie.

Een soort theologie – en daarin zit een zeer breed pluralisme – blijft streven naar een gemeenschappelijke taal met de wereld, en dat doet het door het discours aan te nemen dat specifiek is voor de wereld van vandaag, dat wil zeggen, het leent een discours dat ik associeer met pater Yves Congar, die zegt dat het de wereld is die de zorgen van de kerk bepaalt. Ik herinner me heel goed, drie jaar geleden wandelde ik door een theologische boekhandel in Parijs, waar je alle moderne theologie in twintig minuten kunt vinden. Daar ontmoette ik de titel Een marxistische lezing van Sint Lucas; een paar minuten later vond ik een Freudiaanse lezing van st Johannes. In de titels van deze twee boeken en andere vinden we een theologie op zoek naar een gemeenschappelijke taal met de wereld, een theologie die deze taal vindt in het discours van de wereld zelf.

Dit type theologie omvat verschillende genres. Als het specifiek over rechtvaardigheid en politiek gaat, kan het de vorm aannemen van bevrijdingstheologie. Een andere trend in hetzelfde type theologie wordt goed beschreven in de titel van het boek “The Triumph of Therapy”. We ontwikkelen therapeutische theologie, omdat onze wereld therapeutisch is. We proberen altijd mensen te helpen. Ik weet niet hoe het gaat in Londen, maar in New York kun je geen advertenties voor tandpasta lezen zonder een garantie voor geluk. We hebben dezelfde eis voor religie: het “garandeert ook geluk”. Neem uw gezin mee naar de kerk of synagoge van uw keuze. Het helpt.

Er zijn hier dus twee trends, een die de samenleving aangaat en de andere over het individu. De eerste komt tot op zekere hoogte van Hegel met zijn transformatie van geschiedenis aan Geschiedenis met een hoofdletter “De tweede neemt het standpunt aan van het individu dat vandaag de dag in de wereld overheerst, die hem beschouwt als een patiënt in een kosmisch ziekenhuis, voortdurend in behandeling met niettemin een belofte van totale genezing en onsterfelijkheid. Net als in de politiek wil de theologie hier steeds actiever aan deelnemen: we willen laten zien dat we niet achterblijven, dat we deze therapeutische triomf inhalen.

Het radicale “nee”: “Spiritualiteit”

Er is nog een ander soort ideologie, die vooral bestaat uit het verwerpen van de benadering die we zojuist hebben beschreven. Dit tweede type verlaat elke poging om een gemeenschappelijk discours tussen theologie en de wereld te bereiken. Het belangrijkste doel (en ik stel het eenvoudig voor : ik kan alleen een schets presenteren) is spirituele en persoonlijke zelfontplooiing. Na meer dan twintig jaar als decaan van een seminarie te hebben gediend, merk ik dat het woord “spiritualiteit” vaker wordt uitgesproken dan de naam van Jezus Christus. En de spiritualiteit die door dit tweede type theologie wordt aanbevolen, is een spiritualiteit van ontsnapping, een zeer persoonlijke spiritualiteit, zonder enige verwijzing naar de wereld. Om een kleine paradox te gebruiken: St. Antonius de Grote, bij het oprichten van het christelijke monasticisme, was meer betrokken bij de ontluikende christelijke wereld van zijn tijd dan sommige van deze christenen van vandaag, die, terwijl ze in de wereld leven, met alle mogelijke middelen proberen te ontsnappen en het bestaan ervan te vergeten.

Dit zijn de twee benaderingen van de theologie, die elk een breed scala aan attitudes omvatten. Samen vormen ze wat ik “theologie van de postchristelijke tijd” noem, omdat de twee typen, in al hun varianten, ervan uitgaan dat het onmogelijk is om iets anders te doen dan denken in termen van “postchristelijk” zijn. Of we komen overeen om ons bij de wereld aan te sluiten in zijn werken, dromen, perspectieven en horizonten, of we moeten een persoonlijke en individuele vlucht zoeken van de wereld naar een puur “spiritueel” koninkrijk.” In dit tweede geval wordt spiritualiteit een soort religie op zich, en dit helpt ons om de vele verbanden tussen christelijke spiritualiteit en niet-christelijke spiritualiteit te begrijpen. Zelfs de uitdrukking “Gebed van Jezus”, die centraal staat in de orthodoxe ervaring, wordt door sommigen uitgesproken alsof het een enkel woord is, “Jezusgebed”: Jezus wordt beschouwd als een component, niet als het onderwerp of object van gebed. Waar de twee theologieën het over eens zijn, is als het gaat om toegeven dat we aan het einde van een periode zijn, de christelijke periode.

Een derde manier?

Lees verder “Schmemann : Liturgie en Eschatologie…..”