Heiligenleven : Sulpicius Severus

Heiligenleven

De heilige Sulpicius Severus

 

Sulpicius Severus3.jpg

 

De heilige Sulpicius Severus is geboren uit een geslacht van grootgrondbezitters in de buurt van Toulouse. Hij was een briljant student met veel letterkundig talent. Hij huwde een vrouw uit het consulsgeslacht en was op weg om carrière te maken toen zij plotseling stierf. Hij werd geheel opgenomen in het gezin van zijn schoonmoeder, maar de dood van zijn echtgenote had voor hem  de smaak in het werelds leven bedorven en hij sloot zich nauwer aan bij de Kerk. Zijn goederen stelde hij ter beschikking voor het lenigen van de nood der armen, waarbij hij handelde of hij slechts de administrator was van die bezittingen ten bate van de Kerk. Deze levenswijze werd hem zeer kwalijk genomen door zijn vroegere vrienden, die niets slechts kritiek uitten, maar ook allerlei hinderlijke moeilijkheden veroorzaakten.

Om zich daaraan te onttrekken betrok Sulpicius een huisje in een dorp verderop, en wilde daar in eenzaamheid een leven leiden van gebed. Doch verschillende van zijn bedienden en vrijgelaten slaven wilden hem niet in de steek laten en kwamen bij hem. Zij vormden een gemeenschap in dienst van de Heer, in behoeftige omstandigheden. Zij sliepen op de grond, op wat stro of een mat ; zij aten slechts oud brood met groente en wat azijn om het naar binnen te kunnen krijgen.

In 349 ging Sulpitius op bezoek bij de toen reeds beroemde Martinus van Tours. Hij kwam diep onder de indruk van zijn  heilige levenswijze, zijn gesprekken en zijn raadgevingen, en hij werd zijn trouwste leerling. Elk jaar kwam hij daar op retraite om zich beter  naar dat voorbeeld te kunnen richten. De beide heiligen raakten zo nauw met elkaar verbonden dat Sulpicius eens tijdens zijn slaap zag hoe Martinus glorierijk ten hemel opging. Kort daarna kwamen twee monniken uit Tours het overlijden van zijn geestelijke vader melden.

Sulpicius was een geleerde die ijverig publiceerde, in opvallend zuiver latijn. Zijn belangrijkste werk is de Heilsgeschiedenis, die loopt tot het jaar 400. Dan het levensverhaal van de door hem zo beminde Martinus van Tours. Ook Dialogen, waarin allerlei bijzonderheden over heilige monniken van oost en west worden verhaald. Hij stond in briefwisseling met andere geleerden o.a. de grote kerkhistoricus Eusebios.

De laatste jaren van zijn leven trok hij zich terug in de cel van de heilige Martinus, in stilzwijgen en gebed. Rond 410 moet hij gestorven zijn. De grote schrijvers van die tijd loofden hem vooral om zijn deemoed en zijn buitengewone liefde voor de armoede

Uit heiligenleven voor elke dag. Uitg. Orth.klooster – Den Haag

Heilige Gregorios de Theoloog

Heiligenleven

De heilige Gregorios de Theoloog

Gregorius de Theoloog1.jpg

 

 

 Gedachtenis van onze Vader onder de Heiligen, Gregorios de Theoloog, bisschop van Nazianze, aartsbisschop van Constantinopel. Hij draagt de in de Orthodoxe Kerk buitengewoon zeldzame titel van “Theoloog”. Naast hem worden alleen Johannes de Evangelist en de mystieke Symeon zo genoemd. Hij werd geboren in 329 te Nazianze als zoon van Gregorios die eveneens bisschop van Nazianze is geweest, en diens vrouw Nonna. Om zijn grote intelligentie werd alle moeite gedaan om hem een goede opleiding te bezorgen naast de godsdienstige opvoeding die hij van huis uit meekreeg. Hij studeerde bij de bekendste mannen van de wetenschap van die tijd, in Neo-Caesaria, Alexandrië en Athene. Daar ontstond een levenslange vriendschap met een medestudent, die later de grote Basilios zou heten.

In deze tijd was het nog niet algemeen gebruikelijk om kinderen te dopen; misschien verklaart dat ook de ruime opzet van zijn studie bij heidense wijsgeren. Als volwassene met een gerijpt oordeel ontving hij de Doop en zag als consequentie daarvan dat hij zich uit het openbare leven moest terugtrekken. Wel voelde hij een maatschappelijke verantwoordelijkheid en daarom ging hij terug naar zijn ouderlijk huis, om zijn vader, die intussen bisschop was geworden, in zijn werk bij te staan. Deze wijdde hem na enkele jaren, tegen zijn uitdrukkelijke wens, tot priester om hem nog meer aan dit werk te binden, maar bereikte daardoor juist het tegenovergestelde : Gregorios gaf gehoor aan het steeds herhaalde verlangen van zijn vriend Basilios die reeds voor het monastieke leven gekozen had, en voegde zich bij hem in de eenzaamheid, hoewel hij tevoren in zijn brieven wel de spot gedreven had met de enthousiaste beschrijvingen die Basilios over de ligging van zijn kluis gegeven had. Hun streven naar een volkomen teruggetrokken leven werd echter gebroken door het besef van de nood waarin de Kerk verkeerde door het opkomen van de grote christologische ketterijen. Zij voelden zich in geweten niet langer  verantwoord zich zo afzijdig te houden : er was een crisis en elke beschikbare kracht moest ingezet worden. Basilios aanvaardde de strijd als aartsbisschop van Neo-Caesarea, en toen de kerkprovincie door de met de Arianen sympathiserende keizer werd aangetast wijdde hij Gregorios tot bisschop van het gehucht Sassima, om er een betrouwbare medestander bij te hebben. Het had voor Gregorios geen zin zich daar te vestigen en hij bleef in Nazianze als hulp voor zijn vader. Toen de nood daar niet meer dringend was, trok hij weer ,naar een klooster, maar toen de orthodoxe gemeente van Constantinopel in haar nood een dringend beroep op hem deed, nam hij de leiding op zich in de hoofdstad van het rijk. Al spoedig trok hij algemeen de aandacht door zijn groot redenaarstalent en de waarachtigheid van zijn prediking. Ook vele ariaansgezinden kwamen naar hem luisteren en dat wekte de woede op van zijn tegenstanders, die vergeefs allerlei acties tegen hem ondernamen. Twee jaar later, in 381, werd te Constantinopel een grote Synode bijeengeroepen om een einde te maken aan de nog steeds voortdurende ariaanse twisten en andere onzekerheden. Deze Synode zou later bekend staan als het Tweede Oecumenisch concilie, waar ook de Geloofsbelijdenis in haar huidige vorm werd vastgelegd. Tijdens de zitting stierf de voorzitter en Gregorios werd in zijn plaats benoemd, en toen verzocht Gregorios dringend om van zijn post als aartsbisschop van de hoofdstad ontheven te worden. Hij trok zich in Nazianze terug om de rest van zijn leven te wijden aan studie en contemplatie, terwijl hij de kerkelijke strijd slechts per correspondentie voortzette.

Zijn preken en geschriften toonden zulk een diep en wezenlijk doordringen van zijn geest in de mysteriën van het geloof over de Persoon van Christus, en over wat wij kunnen weten over het Wezen van de goddelijke Drie-eenheid, dat hem spontaan de titel ‘Theoloog” (Godskenner) werd gegeven. Gregorios is tien jaar ouder geworden dan Basilios ; hij stierf op de leeftijd van zestig jaar in 389.

Troparion t1

De herdersfluit van uw theologie had de overhand op de luide bazuinen der filosofen :

Want gij hebt de diepten doorvorst van de Geest en hebt daardoor de volmaaktheid

Der redekunst verworven.

Bid nu ook tot Christus God, heilige Vader Gregorios, om onze zielen te redden.

 

Heiligenleven : de heilige Maria Magdalena

Heiligenleven

De Heilige Maria Magdalena

 

 

maria_magdalene.jpg

  Maria Magdalena

 

De heilige Maria Magdalena, de Apostelgelijke en Myrondraagster, een van de vrouwen die Christus het dienstbaarst was. En ook alle gelovigen hebben bijzonder van haar gehouden om haarspontane manier van optreden; omdat zij openlijk een zondares was zoals  wij het in het verborgene zijn, maar die tegelijk hunkert naar de liefde van Christus en daar alles voor over heeft.

Aan haar liefde zien we welk een gewelddadige invloed Christus op de mensen uitoefende. Zij kwam uit nieuwsgierigheid naar het feestmaal van de Farizeër, waar Christus aan tafel aanlag. Zij kwam daar als welgestelde publieke vrouw, trots en onbeschaamd tussen de giftige blikken die ongetwijfeld van alle kanten op haar geworpen werden. Maar de aanblik van de mens die Christus  was, had zulk een invloed op haar, dat zij neerzonk en in tranen uitbarstte : tranen van berouw over haar verknoeide leven, tranen van innige eerbied tegenover die stralende zuiverheid die haar niet afwees, tranen van vreugde dat zoiets mogelijk was.

Het was het begin van een diepe vriendschap, die geëindigd scheen te zijn toen zij, als een van de weinigen, aan de voet stond van het Kruis. Maar hoe leven wij mee met haar vreugde toen zij als eerste de verrezen Heer mocht aanschouwen, toen zij gereed stond om met de andere Myrondraagsters de laatste eer te bewijzen aan hun overleden Heer.

Met de opdracht de Opstanding te verkondigen aan de Apostelen, begon haar apostolische werkzaamheid. En die verkonidiging zette zij voort in Judea en alle omliggende landen, en volgens een oude westerse overlevering tot in Gallië toe, waar zij begraven is in de Provence. Daar staat aan de kust de zeer oude, merkwaardige kerk, toegewijd aan de Drie Maria’s, een jaarlijks trefpunt van de zigeuners, die van heinde en verre haar feest komen vieren. Maar volgens de oosterse traditie ligt zij bij Efese begraven, waar zij geleefd zou hebben in het gezelschap van de apostel Johannes.

uit : Heiligenleven voor elke dag, uitg orthodox klooster Den Haag

 

Heilige filothea van Athene

Heiligenleven

De heilige Filothea van Athene

 

Filothea van Athene.jpg

 

De heilige Filothea Venizelou was het enig kind van een rijke atheense familie. Haar verlangen was om moniale te worden, maar uit liefde voor haar ouders aanvaardde zij om te trouwen. Het was geen gelukkig huwelijk, maar na drie jaar stierf haar echtgenoot, zodat Filothea vrij was om haar verlangen te volgen en zich aan het monastieke leven te wijden. Zij stichtte een kloostergemeenschap die vele meisjes en vrouwen aantrok. Met grote edelmoedigheid zette zij zich in voor armen en verdrukten, en haar naam werd tot ver in de omtrek bekend. Daardoor vonden ook vier christenmeisjes, die als slavinnen door hun trukse bezitter mishandeld werden, de moed om te vluchten en haar om bescheming te vragen. Daarop werd Filothea gearresteerd, maar zij verklaarde liever de marteldood te willen sterven dan hun schuilplaats te verraden.

Bij die gelegenheid zou zij echter niet sterven, want enige rijke christenen brachten geld bijeen om de eigenaars van de slavinnen schadeloos te stellen, en waarschijnlijk ook om het gerecht om te kopen. Filothea werd vrijgelaten en keerde naar haar klooster terug. Enige tijd later werd zij echter slachtoffer van de wraak der Turken, die tijdens de dienst in de kerk inbraken en haar zodanig afranselden dat zij enige tijd later aan haar verwondingen bezweek, 1589. Zij was toen 67 jaar oud.

De heilige Filothea is een beschermheilige van Athene. Bij haar jaarlijks feest worden haar relieken gedragen door leden van de familie Venizelou.

Bron : Heiligenlevens voor elke dag .Uitg.orthodox klooster Den Haag

Heilige Amandus

Heiligenleven

De heilige Amandus

 

 

amandus3658.jpg

Bij de dood van de heilige Jean L’Agneau in 637, duidde koning Dagobert Amandus aan om hem op te volgen. De heilige Amandus is één van de meest voorname Belgische heiligen, en het belang van zijn apostolaat is ontzaglijk. Het is een diep menselijk leven, gans verschillend van de traditionele hagiographie, waar men slechts rekening houdt met hun deugden, succes en mirakels. Voor Amandus, wij kennen zijn tegenslagen, zijn vrees, zijn  afschuw, zij ziels gesteltenis. Hij is één van de heiligen van deze periode die het meest bekend is, en één die het dichts bij ons staat.

Amandus werd geboren te Herbauge, bij Nantes, de 7e mei 594. Zijn ouders waren van voorname afkomst, verschillende bronnen vermelden dat zijn vader hertog van Aquitaine was. Maar Amandus verzaakte reeds heel vroeg aan de dingen van de wereld. Amandus verliet het ouderlijk huis en trok zich terug in een  monasterie dat gebouwd was op een eiland dicht bij La Rochelle. Maar zijn vader vond hem terug en dwong hem het religieuze habijt te verzaken. Hij bedreigde hem om hem te onterven indien hij aan zijn verlangens weigerde te voldoen. Amanus bleef vastbesloten, en om niet langer strijd  te moeten voeren hiertegen, hernam hij heimelijk de pelgrimsstaf terug op.

Zijn schreden voerden hem eerst naar Tours, waar hij bad op het graf van de heilige Martinus. Hij werd zelfs enige tijd opgenomen onder de clerus van deze kerk. Vervolgens ging  hij, met de zegen van zijn oversten, naar Bourges waar de bisschop Sint Austregisile voor hem een cel bouwde in de omstreken van  de kerk. Amandus verbleef er vijftien jaar, vastend en biddend. Vervolgens besloot hij een pelgrimstocht te maken naar Rome om de graven van de heilige Apostelen Petrus en Paulus te gaan bezoeken. Hij vroeg om een nachtwake mogen  houden bij de graven, maar hij werd weggejaagd als een vuil door de bewakers ! Dit avontuur zal hem trouwens meerdere keren overkomen in zijn leven. Hij mediteerde dan maar op de treden van de basiliek, over de wreedheid  van de mensen tegenover hun gelijken. Amandus had een visioen waarin  de apostel Petrus hem de weg zou tonen naar Belgisch Gallië en hem gelastte om er het woord van God te gaan verkondigen.

Amandus gehoorzaamde en nadat hij in 626 tot bisschop zonder residentie werd gewijd kwam hij in de bossen van het Noorden terecht en ging hij op de eerste plaats naar de oevers van de schelde, dit, vergezeld van enkele gezellen die zich haastten om zich terug te trekken bij de eerste moeilijkheden. Alleen achtergebleven, preekte de heilige in de regio’s Gent en Doornik. Hij vond er een volk dat, nadat ze het christendom hadden aangenomen, teruggekeerd waren tot de valse goden, en zij waren zo woest, dat de priesters niet meer durfden te evangeliseren. Lange tijd bleef Amandus zonder asiel, verlaten van elke kracht van God, overladen met beledigingen door de vrouwen en de  slagen van de mannen, en vele malen in het koude water geworpen van de rivieren.

Er was in die tijd een beruchte rover, genaamd Bavo, afkomstig van Hesbaye, en verwant zoals men zei  met Pepijn van Landen. Hij kende slechts als wet de macht en had geen ander doel in het leven dan zijn passies te bevredigen. Vertrokken uit Hesbaye om in de bossen van Mempisque te gaan roven, maakte hij zich op een dag meester van Amandus, en deze laatste had de besliste wil om hem te bekeren, zonder zich te laten afschrikken door de moeilijkheden. Hij voorzag dat de bekering van zo’n man een belangrijk voorbeeld zou zijn die grote diensten zou kunnen verlenen aan de Heer. De krachtinspanningen van Amandus waren uiteindelijk een succes : Bavo was zich bewust van zijn dwalingen en bekeerde zich. Vanaf dat moment deed hij zijn best om het goede te doen, meer dan toen hij aan zijn passies wilde voldoen. Deze bekering had een enorme weerklank en vele oude gezellen van Bavo begonnen zijn spoor te volgen.

Bavo had afstand gedaan van een deel van zijn goederen aan Amandus, om een kerk op te richten op de plaats waar hij was besmet met zijn misdaden. Deze kerk zal het begin vormen van wat de Kathedraal van Gent zou worden. En Amandus, aangemoedigd door dit eerste succes spande zich in om de mensen uit de omgeving te bekeren die nog altijd de cultus van Mercurius praktiseerden alsook van enkele andere heidense goden. De heilige missionaris deed overal de afgoden vallen en bouwde op de plaatsen waar ze werden aanbeden kerken en monasteria.

Maar er zijn nog andere , veel moeilijker idolen te bestrijden dan het standbeeld van Mercurius : de slechte eigenschappen van Koning Dagobert en zijn hofhouding die niet ophielden het volk te schandaliseren. Amandus nam zich voor de koning en zijn anarchie te berispen. Maar Dagobert, die meer hield van vleierij dan van verwijten, aanhoorde hem niet : hij verwijderde de opdringerige van het hof na hem te hebben geradbraakt met stokslagen, en verbandde hem uit zijn rijk. Amandus was opnieuw alleen en verworpen. Hij ging naar de oevers van de Donau waar hij begon met de slaven te evangeliseren. Maar zijn eeuwige eenzaamheid begon hem zwaar te wegen : Hij ging naar Rome om aan de Paus gezellen te vragen voor zijn evangelisatie reizen. Hij kreeg er verschillende, waaronder een beroemd man omwille van zijn deugdzaamheid, genaamd Landoald, waarvan we nog zullen spreken.

Daarop is Koning Dagobert tot betere gedachten gekomen. Hij huwde de wijze Regentrude met wie hij een kind had (die de Heilige Sigebert zou worden) . Zich de ijver herinnerend van Amandus voor de deugd, verlangde hij dat zijn kind het doopsel zou ontvangen door hem. Hij herinnerde zich toen de ballingschap van de heilige bisschop en hij getuigde van de achting die hij had voor zijn persoon, zoveel als hij had voor zijn raadgevers.

De Heilige Jean l’Agneau is zoals wij hebben gezegd gestorven in 637. Dagobert zette Amandus onder druk om het diocees van Tongeren-Maastricht op zich te nemen ( men bemerkt hier meer en meer in deze tijd de neiging dat de groten van deze wereld tussenbeide kwamen bij de keuze van bisschoppen, in plaats van zich te houden aan een verkiezing zoals in de eerste tijden van de Kerk). Amandus prefereerde om zijn apostolaat in de verschillende streken die hij had geëvangeliseerd voort te zetten, maar hij was bezorgd om opnieuw de veroordeling van de koning te moeten ondergaan. Daarom nam hij uiteindelijk de last die hem werd opgedragen op zich.

Hij was weinig gelukkig, en had dikwijls verdriet door het feit dat grote persoonlijkheden, die hem moesten bijstaan in zijn inspanningen, niet ophielden aanstoot te geven aan het volk door hun gedrag en die ongevoelig bleven aan zijn oproepen tot bekering. Uiteindelijk bleef hij slechts drie jaar op de bisschopszetel. Vervolgens , diep bedroefd dat hij de groten van deze wereld niet kon bekeren, vertrouwde hij de zorgen van zijn diocees toe aan zijn leerling Landoald, en vertrok om het goddelijk woord te verkondigen aan de Gentenaars.

In een eerste periode verliet hij niet geheel het diocees van Tongeren, want hij gaf de raad aan de Heilige Itte, weduwe van Pepijn en haar dochter Gertrude om een monasterie voor religieuzen op te richten te Nijvel. Maar vervolgens, bedroefd door de wanorde die in zijn diocees heerste, droomde hij ervan zijn ontslag te nemen en schreef in die zin aan Paus de Heilige Martinus. Deze laatste bewoog hem om moedig de lasten die inherent zijn aan het episcopaat te verdragen, en raadde hem aan strenger op te treden ten overstaan van de meest harde zondaars.

Amandus moest dus voortgaan met de zware last van het episcopaat, maar hij was niet de man om te verzaken aan een project. Hij keerde dus terug naar zijn lastige taak, en in 650 verkreeg hij uiteindelijk de toestemming om zijn ontslag te nemen. Hij trok zich terug in de eenzaamheid van een klooster, die hij had gesticht te Elnone, vandaag Saint-Amand-les-eaux, op enkele kilometer van Valenciennes. Maar hij kon niet lang genieten van zijn opruststelling en het volgende jaar ontsliep hij als een heilige in de Heer. Men vertelt dat de heilige Aldegonde, op het uur van zijn dood in gebed verzonken voor het altaar van de Maagd van Maubeuge, hem opgenomen zag worden ten hemel, omringt door al diegenen die hij had bekeerd.

Hij wordt vereerd in de bisdommen Brugge, Gent, Doornik, Namen, Luik en Mechelen. Vele dorpen dragen zijn naam : Saint-Amand-lez-Fleurus, Sint Amand in vlaams Brabant en Sint Amandsberg. De gedachtenis van de heilige Amandus is zeer sterk aanwezig, zowel bij de orthodoxen als bij de katholieken. Van orthodoxe zijde is een fresco van hem te zien in de Kerk van de heilige apostel Andreas te Gent, een ander in de parochie van de heilige Silouan en sint Martinus te Brussel, en een derde in de koptische parochie van Rijsel. Een zeer mooie icoon die hem voorstelt samen met sint Bavo, is gerealiseerd door een belg van griekse afkomst Michel Kramboussanos. Zij is de eigendom van een parochiaan van de kapel van de orthodoxe parochie van alle heiligen van Rusland te Ottignies. Een andere icoon waarop hij alleen wordt voorgesteld is te zien in de kerk van de orthodoxe parochie van de heilige Amandus te Kortrijk, en een  reproductie van dezelfde icoon is te zien in de parochie van de heilige Silouan en Sint Martinus te Brussel. Ten slotte, nog een andere stelt hem voor samen met de heilige Baudemond, in de coptische parochie van Rijsel.

Van katholieke zijde gaat er elke eerste zondag van september een processie uit in een vlaamse plaats die zijn naam draagt : Sint Amand. Veel kerken zijn aan hem toegewijd zowel in Vlaanderen als in Wallonië. De heilige Amandus wordt aanroepen voor de genezing van een huidziekte (ziekte van de huid)

Uit. Saints et saintes de Belgique au premier millenaire – Jean Hamblenne, p.101-105

Heiligenleven : Bavo van Gent

Heiligenleven

Heilige Bavo

 

Bavo van Gent.jpg

 

 

Bavo (of Allowinus) was een schurk. Geboren te Hesbaye, leidde hij een leven van genot en roverij. Alhoewel hij verwant was met Pepijn van Landen, liet hij zich gaan in alle ondeugden en hij kende geen andere wetten dan de kracht en het plezier. Hij was overal gevreesd voor zijn opvliegendheid en zijn geweld. Hij was altijd in conflict met zijn buren, hij vond er het grootste plezier in  om naar verre streken te vertrekken om er zich van een buit meester te maken. Deze levensstijl wijzigde weinig na zijn huwelijk in 624 met de dochter van de graaf Odilon, een vrome en zachte christene die hem een kleine dochter schonk, de later heilige Agletrude.

Op een dag ontmoette hij de heilige apostel Amandus. De grote heilige nam hem voor om Bavo te bekeren. Hij gebruikte hiervoor alle middelen die hem nodig leken, en zijn inspanningen leken hem niet niet verloren : de dood van zijn vrouw deed hem de ogen openen voor zijn toestand, en hij besloot van leven te veranderen. Het was een volkomen personnage : hij legde zoveel ijver aan de dag om het goede te doen. Weldra werden de jonge libertijnen die zijn gezellen waren geweest in het kwade bekeerd door hem die hen eertijds in het kwade had binnengeleid.

Wanneer de dochter van Bavo, Adeltrude haar leven aan de Heer had gewijd, voelde Bavo geen banden meer met deze wereld en hij ging naar Gent om zich in dienst te stellen van zijn meester Amandus, en dit nadat hij al zijn bezittingen aan de armen had uitgedeeld. Bijgestaan door deze schitterende redenaar kon Amandus het verdwaalde volk tot de religie brengen. Bavo trok zich vervolgens terug in een monasterie dat hij samen met de heilige Amandus had gesticht, en waarvan de heilige Floribert de leiding had. Gedurende de tijd dat hij zich overleverde aan de grootste strengheid zag hij op een bepaalde dag een man naar zich toe komen die zijn slaaf was geweest, die hij hard had aangepakt en tenslotte verkocht. Bavo liet zich voor zijn voeten vallen, hij herinnerde hem eraan dat hij hem had verkocht en geslagen met riemen, hem geslagen had met de roede en hem in het gevang had geworpen, en smeekte de man hem vast te binden en hem de haren af te scheren. De man antwoordde dat hij nooit zo iets zou durven doen. Maar Bavo was zo overtuigend dat de man hem vastgreep, hij bond Bavo vast, schoor hem het haar af, sloeg hem en leidde hem naar de publieke gevangenis waar hij meerdere dagen verbleef, aldus de woorden van het Magnificat illustrerend: “Machtigen haalt hij neer van de troon, en hij verheft de nederigen”. Dit feit toont ons op welk punt van het christelijk leven en het monastieke leven de zeden van de barbaren van die tijd veranderden.

In het monasterie zelf leefde Bavo in de grootste strengheid. Hij sliep op de grond met een steen als hoofdkussen. Maar dit leven scheen hem nog te licht en hij ging enkele tijd leven in het nabijgelegen bos. Hij had slechts als verblijf de holte van een grote boom. De plaats waar hij zich terugtrok had de naam van Bellebosch, dicht bij Turnhout. Zijn gezellen drongen er op aan naar het monasterie terug te keren, hij aanvaardde dit enkel onder voorwaarde dat men voor hem een cel zou bouwen waar hij kon leven in volstrekte eenzaamheid. Men maakte dus voor hem een kleine plaats die geheel gesloten was en die gelegen was direct aan de kerk, met een venster door dewelke Bavo de mis kon bijwonen, de heilige communie ontvangen en enkele aardse voedselen. Men citeert eveneens een verbazingwekkend mirakel van de heilige Bavo :  hij had een voerman terug tot leven gebracht, genaamd Attinus. Hij was van zijn kar gevallen toen hij bezig was om materialen aan te voeren voor de bouw van zijn cel.

Hij stierf in vrede in zijn ermitage de 1e oktober in het midden van de zevende eeuw, en zijn relieken werden overgebracht naar de abdij die later zijn naam zou dragen. Zij bevinden zich momenteel voor een gedeelte in de Gentse kathedraal en voor een ander deel in Haarlem in Nederland. Vele kerken dragen in Vlaanderen zijn naam. Men viert hem de 1e oktober en hij wordt vereerd in de bisdommen Gent en Mechelen. Zijn icoon bevindt zich in de orthodoxe kerk van de heilige Andreas te Gent alsook bij een parochiaan van de  kapel van alle heiligen van Rusland te Ottignies.

Uit : Saints et Saintes de Belgique au premier Millenaire pp.140-142

Vertaling : Kris Biesbroeck

Heilige Efraïm de Syriër

Heiligenleven

Heilige Efraïm de Syriër

Efraïm de Syriër 111.jpg 

De heilige Efraïm de Syriërwerd in 306 geboren te Nisibis in Mesopotamië. Hij kwam uit een arm gezin en moest in zijn jeugd reeds de kost verdienen als schaapsharder. Eens werd de kudde aangevallen door een overmacht van wolven, zodat ondanks het moedig gevecht van de herders, een aantal schapen gedood en opgevreten werden. In die streek was dat eigenlijk nog nooit voorgekomen en daarom werden de herders niet geloofd. Integendeel, ze werden ervan beschuldigd zelf de schapen geroofd te hebben en ze werden veroordeeld tot gevangenisstraf. In het begin was Efraïm, evenals de anderen, geheel en al opstandig over de schreeuwende onrechtvaardigheid, maar in een droom kwam hem het inzicht dat hij toch in veel andere dingen schuldig stond tegenover God. Daarna aanvaardde hij gelaten de straf.

Toen na enige tijd duidelijk werd dat inderdaad een grote groep wolven de streek onveilig maakte, kwam hun onschuld aan het licht zodat zij vrijgelaten werden. Het gedrag van Efraïm had echter de aandacht getrokken van de priester die belast was met de zorg voor de gevangenen, en deze sprak over hem met de bisschop Jacobos. Deze nam hem toen op in zijn seminarie. Daar bleken al spoedig zijn helder verstand en geestelijk inzicht en nadat Efraïm diaken was gewijd, vergezelde hij zijn bisschop naar het Concilie van Nicea.

Terug in Nisibis werd hem het predikambt toevertrouwd, waarin hij zich op bijzondere wijze ontwikkelde. Hij was een groot dichter en schreef zijn preken in metrische vorm. Ze werden min of meer zingend voorgedragen en daardoor wist hij diepzinnige theologische beschouwingen en opwekkingen tot geestelijk leven aantrekkelijk te maken, ook voor gewone mensen, die hem als een van de hunnen herkenden.

Zijn roem breidde zich uit over heel de christenheid; zijn geschriften werden alom vertaald en gebruikt. Toen Nisibis in 363 door de Perzen was ingenomen werd Efraïm uitgenodigd naar de beroemde theologische school van Edessa te komen. Ook daar zette hij zijn ascetische levenswijze voort en hij vestigde zich in een grot buiten de stad. Hij gaf onderricht aan de studenten die bij hem kwamen, en predikte voor het volk dat aangetrokken werd door zijn roep van heiligheid.

Toen hij ouder werd trok hij nog naar Egypte om de grote woestijnmonniken te bezoeken. Onderweg werd hij door de grote Basilios tot priester gewijd, maar hij heeft nooit de Heilige Liturgie durven vieren, omdat de verhevenheid van dit Mysterie hem zo duidelijk voor ogen stond.

Ook na zijn dood te Edessa, in 373, heeft hij grote invloed uitgeoefend door zijn bijbelcommentaren en liturgische gebeden. Denken we slechts aan dat wonderbare gebed : “Heer en Meester van mijn leven…” dat ons de gehele Vastentijd zo intensief vergezelt (meneon V,82-90)

Bron : Heiligenleven voor elke dag : uitg.orthodox klooster Den Haag

Cosmas en damianos heiligen

Heiligenleven

De heilige Kosmas en Damianos

 

Cosmas en Damianus.jpgDe heilige Kosmas en Damianos, de Barmhartige Wonderdoeners. Er zijn drie broederparen van deze naam, die in de loop van het jaar gevierd worden. De 17e oktober, twee Arabieren, de 1e november die uit Klein Azië, en vandaag (1 juli) de artsen uit Rome. Hun griekse naam “Anargyri”, de “Geldlozen”, geeft de grond van hun populariteit in Oost en West, reeds vóór de vijfde eeuw. Artsen waren er voor de welgestelden die dat konden betalen, niet voor het gewone volk. Zij die deze beroepscode doorbraken en ook onder de niet-betalenden hun praktijk uitoefenden, als praktische gevolgtrekking uit het christen-zijn, stonden daarom in hoge eer bij de arme mensen. Ook in het huidige Griekenland, waar de algemene geneeskundige verzorging zich nog op een vrij laag peil bevindt, hoort men nog hoe sommige artsen met liefde als “echte Anargyri” worden aangeduid.

Hun christelijke liefde gold niet slechts mensen, maar ook dieren, vooral het vee, dat voor de arme bevolking allereerst middel van bestaan was. Zij verrichtten niet alleen genezingen, maar verpleegden ook de zieken en legden zo de grondslag van de christelijke en de moderne ziekenzorg.

Hun volledige toewijding werd goddelijk erkend door de gaven van wonderbare genezingen. Hun volkomen belangeloosheid bleek ook toen zij keizer Karinos, die hen liet folteren, nadat zij door jaloerse collega’s waren aangeklaagd als tovenaars, door hun gebed genazen van een ongeneselijke ziekte. Zij werden toen vrijgelaten, maar later werden zij door hun vroegere leermeester, die niet kon verdragen dat ze hem boven het hoofd waren gegroeid, uitgenodigd om met hem de bergen in te gaan om kruiden te zoeken. Toen de gelegenheid zich voordeed liet hij een steenlawine op hun hoofd vallen, zodat zij gedood werden in 284.

In hun legende komt een wonderbare genezingh voor die merkwaardig modern klinkt. Een koster in de kerk van Kosmas en Damianos had botkanker, waardoor één van zijn benen zo zwaar was aangetast dat hij nauwelijks meer kon lopen. Vermoeid na zijn dienst was hij op een nacht in de kerk in slaap gevallen. Hij droomde dat de heilige artsen bij hem stonden, mat al hun apparatuur bij zich, en dat ze met elkaar beraadslaagden hoe ze hem konden genezen. Er moest zoveel aangetast vlees en been worden weggesneden, dat er niet genoeg gezond vlees meer was om de ledige plaats op te vullen, zei de een. De ander wist raad : er was die dag een zigeuner begraven, die was nog vers, die konden ze gebruiken. Zo werd het hele been getransplanteerd en de aanhechtingsplaats zorgvuldig met balsem behandeld.

Toen de koster wakker werd was de onophoudelijke pijn verdwenen. Hij tastte naar zijn been : het was volkomen ongeschonden. Vol vreugde sprong hij op en vertelde aan ieder die het maar horen wilde wat er gebeurd was. Men ging naar het kerkhof en vond daar aan het lichaam het zieke been, waarvan de koster verlost was.

Uit: Heiligenlevens voor elke dag – Orth. Klooster Den Haag

De heilige Onufrios de Grote

Heiligenleven

De heilige Onufrios de Grote

 

 

De heilige kluizenaar onufrios de Grote begon zijn ascese in heOnufrios de grote.jpgt klooster Eriti, waar een honderdtal monniken leefde in strenge ascese. Maar hij werd aangetrokken door het eenzame leven dat de heilige profeet Elia en Johannes de Doper hadden geleid voordat zij tot de prediking geroepen werden, en hij vertrok daarom naar de woestijn, vanuit de Grote oase recht naar het Zuiden. Door Gods hulp vond hij de grot waarin een oude kluizenaar leefde. Onufrios wierp zich ter aarde en riep : “Vader, zegen !”. De andere kwam naar buiten, hief hem op en gaf hem de broederkus. Onufrios bleef bij hem en kreeg onderricht over het leven in de woestijn. Het duurde niet lang of zijn geestelijke vader achtte hem geschikt om zelfstandig te leven, en hij bracht hem naar een op vier dagreizen afstand gelegen grot, die hij op zijn omzwervingen door de woestijn had ontdekt. Daar bleef hij een maand bij hem, totdat Onufrios aan de plaats zou zijn gewend. Vervolgens bezocht hij hem nog eenmaal per jaar, totdat hij bij zijn laatste bezoek stierf en door Onufrios gegraven werd.

Daarna leefde deze in volstrekte eenzaamheid, zonder ooit iemand te zien, gedurende 60 jaar vol ontberingen. Hij vertelde aan Pafnutios, die hem tenslotte vond, dat hij vaak zwaar te lijden had gehad van honger en dorst, en soms op sterven had gelegen door algehele zwakte. Hij had als enig voedsel de wilde planten die in de omgeving groeiden, maar na 30 jaar ontsprong voor de ingang van zijn spelonk een goede waterbron, waarbij een dadelpalm groeide, die hem voedsel verschaftte. Zijn kleding raakte op de duur geheel verteerd en hij had als dekking slechts de lange spierwitte haren die op zijn lichaam groeiden als bij een wild dier, terwijl zijn baard reikte tot op de grond. Damengevlochten palmbladeren dienden als een grodel om zijn lendenen.

De heilige Pafnutios, die na al die jaren door God daarheen was geleid, was eerst uit angst weggevlucht toen hij Onufrios zag, totdat deze hem achterna riep dat hij ook een mens was, net als hij. Zo raakte zijn levensgeschiedenis bekend. Nadat zij de nacht samen in gebed hadden doorgebracht, nam Onufrios afscheid, waarbij hij beloofde de voorspraak te zullen zijn voor hen die in zijn naam een of ander goed werk verrichtten of zijn bijstand inriepen; daarna knielde hij weer neer. Nu stierf hij, tijdens zijn gebed, tegen het jaar 400. Door de kruisvaarders werd de eredienst van de heilige Onufrios, die zich al spoedig in het byzantijnse rijk had verbreid, ook in het Westen bekend.

Volgens de legende deed een engel iedere zaterdag en zondag de ronde door de woestijn om aan de alleen-levende monniken de heilige Communie te brengen.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag – Uitg.Orth.Klooster Den Haag

Heilige Laurentius van Rome

Heiligenleven

 De Heilige Laurentius van Rome

Laurentius van Rome icoon 2

 

 Volgens zeggen moet hij rond het jaar 230 ergens in Spanje geboren zijn. Historisch gesproken is het zeker dat Laurentius een van de zeven diakens was van de stad Rome ten tijde van paus Sixtus II († 258; feest 6 augustus). Ingevolge een decreet van keizer Valerianus (253-260) werd hij – evenals vele andere kerkelijke ambtsdragers (bisschoppen, priesters, diakens, voorlezers enz.) – zonder enige vorm van proces onthoofd. Door de indrukwekkende wijze, waarop hij zijn marteldood onderging, bracht hij zijn gevangenbewaarder Hippolytus († 258; feest 13 augustus), Romanus Ostiarius en achttien andere soldaten en bewakers tot geloof in Christus.

De heilige Laurentius, was de diaken van paus Sixtus. Toen deze op weg was naar het executieveld, tijdens de vervolging van Veleriaan, kon Laurentius, die zich onder de samengestroomde menigte bevond, zijn tranen niet bedwingen en hij riep hem toe ;”Waarom laat ge mij achter, heilige Vader ? Gij behoort toch niet het offer op te dragen zonder uw diaken ?” Sixtus wendde zich tot hem met de woorden : “Mijn zoon, over drie dagen zul je mij volgen”.

Men had vastgesteld dat Laurentius de schatbewaarder was van de kerk. Hij werd daarom gearresteerd met de opdracht het kerkbezit in te leveren. Laurentius vroeg een dag tijd om alles bijeen te brengen. Heel de nacht trok hij door de armste wijken van de stad om al wat in de kerk aanwezig was aan de behoeftigen uit te delen,en ’s morgens verscheen hij voor het gerecht, gevolgd door een hele stoet van armen, kreupelen  en blinden. “Ziedaar de schatten van de kerk” zei hij.

Hij werd tot een gruwelijke dood veroordeeld : levend geroosterd te worden boven een klein vuur. Hij werd vastgebonden op het gloeiende rooster en leed zonder een enkele klacht te uiten. Integendeel, zijn gelaat straalde als dat van een engel, in innerlijke vreugde. Hij wist zelfs spottend tegen zijn beulen te zeggen : “Keer me maar om, deze kant is gaar”.

Zo stierf hij op deze dag in het jaar 258. Hij werd begraven in de zandgroeve aan de Via Tiburtia, op het goed van de weduwe Cyriaca, naast de lichamen van de heilige Hippolytus en de priester Justinus. Zijn gedachtenis werd spoedig gevierd in alle delen van de Kerk als van de beroemste romeinse martelaar.

Met hem wordt herdacht de gevangenisbewaarder Hippolytus, die door de moed waarmee Laurentius de martelingen verduurd had, tot het inzicht van de waarheid was gekomen, en daarom eveneens ter dood was gebracht.

Kondakion :

Het goddelijk vuur brandde in uw hart, heeft het vuur der aardse gevoelens tot as verbrand. Gij zijt de standvastigheid der lijdenden, goddragende martelaar Laurentius. Tijdens de marteling hebt gij vol geloof geroepen : Niets kan mij scheiden van Christus’ Liefde.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag . Uitg.orth.klooster  H. Johannes de doper – Den Haag

Alexis van Moscou heiligenleven

Heiligenleven

De heilige Alexis van Moscou

 

Alexis van Moscou1

De heilige Alexis van Moscou werd in 1300 in Moskou geboren uit een bojarengeslacht. Hij bezat een teruggetrokken aard en verdiepte zich reeds jong in de heilige schrift. Niemand was dan ook verwonderd toen hij al spoedig in het klooster trad, en 20 jaar oud de monnikswijding ontving met de naam Alexis. Daar kwam hij in aanraking met de metropoliet van Kiev, die de talentvolle jonge monnik bij zich nam en hem steeds meer taken toevertrouwde in het bestuur van het diocees. In 1353  was Alexis dan ook de aangewezen opvolger op de bisschopszetel. Hij werd naar Constantinopel gezonden en in 1354 door patriarch Filotheos gewijd tot metropoliet van Kiev en geheel Rusland.

Zonder belemmering kon hij zich nu volledig wijden aan zijn taak, terwijl hij tegelijk zich met nog meer volharding toelegde op een monastiek leven van onthouding en gebed. Vele wonderen geschiedden op zijn voorspraak. Daardoor ging een grote roep van hem uit, die zelfs doordrong tot het hof van de Tartaarse overheerser. Toen de vrouw van de Khan ongeneeslijk blind was geworden, zond hij een uitnodiging naar de heilige Metropoliet van Moskou. Alexis gaf daaraan gehoor, ging naar het hof van de Khan en genas door zijn gebed de zieke. Overladen met geschenken keerde hij naar Moskou terug.

Toen er later moeilijkheden ontstonden door de zware lasten die de volgende Khans aan de Russische vorsten oplegden, wist Alexis voor Kerk en stad verlichting te krijgen. Diep betreurd door het hele volk is hij gestorven in 1378.

Heilige apostel Jacobus

Heiligenleven

De heilige apostel Jacobus

 

Jacobus icoon

De heilige apostel Jacobus, de Broeder des Heren en eerste bisschop van Jeruzalem. Men neemt aan dat hij een zoon was uit een vorig huwelijk van de heilige Jozef de timmerman. Om zijn strikte naleving van de Wet werd hij”de Gerechte” genoemd en aan het hoofd gesteld van de jonge Kerk in Jeruzalem. Daardoor had hij de beslissende stem bij het eerste Concilie, toen de Apostelen beraadslaagden of ook onbesnedenen in de Kerk konden worden opgenomen in het jaar 36. Hij heeft een aan alle christenen gerichte vermaning geschreven die daarom als één van de “Katholieke Brieven” in het Nieuwe Testament een plaats heeft gevonden. Hij corrigeert daarin bepaalde misvattingen die het gevolg waren van slecht begrepen uitdrukkingen van de heilige Paulus betreffende de overheersende rol van de genade. Geloof zonder werken is een dood geloof. Hij spreekt daarin eveneens over de ziekenzalving en over de trouw van God. Ook de oudste vorm van de Goddelijke Liturgie staat op zijn naam. Deze is later bewerkt door de heilige Basilios de Grote, en nog eens door de heilige Johannes Chrysostomos.

Om zijn steun aan het missiewerk onder de heidenen van de heilige Paulus, werd Jacobus van de hoge tempelmuur gesmeten, gestenigd, en met knuppels doodgeslagen in het jaar 61 of 62. Op zijn knieën zag men toen dikke eeltbuilen, ontstaan door zijn gewoonte om dagelijks urenlang geknield te bidden voor de aan hem toevertrouwde gelovigen. Vele Joden geloofden dat de enkele jaren later gevolgde verwoesting van de Tempel de straf was voor deze moord

 

Troparion :

Als leerling des Heren hebt gij, Gerechte, het Evangelie aanvaard als Martelaar bezit gij de onvervreemdbare schat; als Broeder des Heren moogt gij vrijmoedig tot Hem naderen; als Hogepriester is u het ambt der voorbede toevertrouwd. Bid tot Christus God om onze zielen te redden.

Uit : Heiligenleven voor elke dag – orth.klooster Den Haag

De heilige Maria Magdalena

Heiligenleven

De Heilige Maria Magdalena

MariaMagdalenaG

De heilige Maria Magdalena, de Apostelgelijke en Myrondraagster, een van de vrouwen die Christus het dienstbaarst was. En ook alle gelovigen hebben bijzonder van haar gehouden om haar spontane manier van optreden; omdat zij openlijk een zondares was zoals  wij het in het verborgene zijn, maar die tegelijk hunkert naar de liefde van Christus en daar alles voor over heeft.

Aan haar liefde zien we welk een gewelddadige invloed Christus op de mensen uitoefende. Zij kwam uit nieuwsgierigheid naar het feestmaal van de Farizeër, waar Christus aan tafel aanlag. Zij kwam daar als welgestelde publieke vrouw, trots en onbeschaamd tussen de giftige blikken die ongetwijfeld van alle kanten op haar geworpen werden. Maar de aanblik van de mens die Christus  was, had zulk een invloed op haar, dat zij neerzonk en in tranen uitbarstte : tranen van berouw over haar verknoeide leven, tranen van innige eerbied tegenover die stralende zuiverheid die haar niet afwees, tranen van vreugde dat zoiets mogelijk was.

Het was het begin van een diepe vriendschap, die geëindigd scheen te zijn toen zij, als een van de weinigen, aan de voet stond van het Kruis. Maar hoe leven wij mee met haar vreugde toen zij als eerste de verrezen Heer mocht aanschouwen, toen zij gereed stond om met de andere Myrondraagsters de laatste eer te bewijzen aan hun overleden Heer.

Met de opdracht de Opstanding te verkondigen aan de Apostelen, begon haar apostolische werkzaamheid. En die verkonidiging zette zij voort in Judea en alle omliggende landen, en volgens een oude westerse overlevering tot in Gallië toe, waar zij begraven is in de Provence. Daar staat aan de kust de zeer oude, merkwaardige kerk, toegewijd aan de Drie Maria’s, een jaarlijks trefpunt van de zigeuners, die van heinde en verre haar feest komen vieren. Maar volgens de oosterse traditie ligt zij bij Efese begraven, waar zij geleefd zou hebben in het gezelschap van de apostel Johannes.

 Bron : Heiligenlevens – Orthodox klooster den Haag

Heiligenleven : Heilige Wladimir van Kiev

 

Heiligenleven

Heilige Wladimir van Kiev

Wladimir2 van Kiev

De heilige Wladimir, kleinzoon van de christenprinces Olga, kwam in 980 op de Russische troon. Hij was een heidense barbaar en had twee christenen ter dood gebracht omdat de ene geweigerd had zijn zoon te laten offeren aan de god van de donder.

Omdat hij nu aan de macht was werd hij bezocht door gezantschappen van oost en west, die duidelijk lieten blijken dat de russen barbaars en achterlijk waren door hun armelijke levenswijze en hun afgodendienst. Mohammedanen, Katholieken, Joden en Grieken schilderden de voordelen van hun eigen godsdienst en spraken elkaar tegen. In 986 legde Wladimir de kwestie voor aan zijn raad van edelen. Zij zeiden dat het nogal vanzelfsprekend was dat iemand niets slechts vertelde van zijn eigen godsdienst  en dat er op deze wijze geen conclusie mogelijk was. Het beste zou zijn een delegatie te zenden naar de verschillende landen om de zaken met eigen ogen te bezien.

Dit plan werd ten uitvoer gebracht. De tocht naar het westen leverde niet veel op, maar hegeel anders was het verslag dat ze uitbrachten over Constantiniopel. Deze stad had het toppunt bereikt van haar ontplooiing en in heel de belkende wereld bestond er geen bouwwerk dan de door Konstantijn gebouwde grote Kerk, de Agia Sofia, kon evenaren. Zelfs nu in zijn ontluisterde toestand maakt het gebouw een onvergetelijke indruk, hoe moet het zijn geweest toen alles nog getooid was met de stralende rijkdom van de mozaïken ?

De Russen werden erheen gebracht tijdens een van de grote feesten. En zij zagen de processies die door heel de kerk trokken, de patriarch in zijn plechtige gewaden met de stoet van priesters, diakens, wierokers en toortsdragers, de zonnebanen die zich vanuit de koepel scherp aftekenden in de wierookwolken door heel de ruimte, en zij hoorden de jubelende zang van de beste koren van het rijk. Heel het gebouw was gevuld met een deinende menigte die op de knieën viel en de gewaden van de celebranten trachtte aan te raken onder het roepen van Kyrie eleison, Kyrie eleyson…

Het was of de engelenstoet uit de Cherubijnenhymne voor ogen zichtbaar verschenen was.

En teruggekomen bij Wladimir spraken ze de zoveel geciteerde woorden : ” We wisten niet of we niet in de hemel waren : werkelijk, het is onmogelijk op aarde iets schoners te vinden. We kunnen niet beschrijven wat we gezien hebben. We kunnen alleen maar geloven dat God daar aanwezig is op onvergelijkelijk grootsere wijze dan in alle andere godsdiensten. Het is onmogelijk het te vergeten : wie eenmaal werkelijk zoetheid geproefd heeft kan het bittere niet meer waarderen; we kunnen niet langer in het heidendom blijven”. En zij voegden eraan toe : ” Als de godsdienst der Grieken niet goed was, dan zou uw grootmoeder Olga, de wijste der vrouwen, die toch niet omhelsd hebben ?”. Dit argument nam de laatste bezwaren van Wladimir weg en hij gaf alleen maar als antwoord : “Waar zullen wij gedoopt worden ?”.

Toen kwam in zijn hoogmoedige geest de gedachte op het christendom niet te ontvangen maar het te veroveren. Hij verzamelde zijn legers en ging scheep naar Chersonesos in Tauris, dat hij belegerde ; en hij deed de gelofte de Doop te ontvangen wanneer de stad in zijn handen viel. Door het afsluiten van de verschillende aquaducten die de stad van water voorzagen, wist hij inderdaad de overgave af te dwingen.

Maar weer stelde Wladimir de doop uit. Hij zond een boodschap naar keizer Basilios om de hand van diens zuster Anna te vragen, met de belofte van zijn bekering en de de bedreiging dat hij anders Constantinopel zou aanvallen. De keizer was niet in een positie om te weigeren door de verzwakte toestand van het Rijk, en zoals hij zijn zuster Theofano aan de duitse keizer Otto had gegeven, zo werd Anna overgehaald zich op te offeren tot welzijn van het rijk en met die barbaarse prins in het huwelijk te treden.

Zij ging dus scheep met een heel gevolg van geestelijken, en bij haar komst werd de doopplechtigheid gearrangeerd. Wladimir had in die tijd een heftige oogontsteking zodat hij nauwelijks meer iets kon zien. Maar op het ogenblik dat de bisschop hem de hand oplegde voor de myronzalving na de doop, kwam de pijn tot bedaren en hij herwon het gezicht. En vol vreugde riep hij uit : “Nu heb ik de ware God gezien !”

Na zijn terugkeer in zijn eigen stad Kiev liet Wladimir zijn twaalf zonen dopen en begon het heidendom aan te vallen. Het grote houten afgodsbeeld van de dondergod Perun liet hij omverhalen, achter paarden aanslepen terwijl het onophoudelijk met zwepen geslagen werd, en tenslotte in de Dnjepr werpen, waar het roemloos door de stroom werd meegesleept. Dit moest al grote indruk maken op het volk.

Toen beval hij dat allen zich moesten voorbereiden op de doop. “Wie morgenochtend niet aanwezig is bij de rivier, rijk of arm, gering of machtig, die zal ik beschouwen en behandelen als mijn vijand”, zo luidde het bevel. En zo stond dan de hele bevolking in het water, zonder te weten waar het eigenlijk om ging.

Sommigen sto,nden erin tot aan hun hals of iets minder diep, met hun kleine kinderen op de armen. De priesters stonden op de oever en lazen de doopgebeden, waarbij zij hele groepen samenvatten onder eenzelfde naam. Wladimir stond erbij, stralend van vreugde, en bad met geweldige stem : ” Grote God Die hemel en aarde hebt gemaakt, zie neer op Uw nieuwe volk. Verleen hen om U te kennen, de ware God, zoals Gij Uzelf hebt doen kennen in alle christenlanden; en bevestig hen in waarachtig en onwankelbaar geloof. En sta mij bij, Heer tegen mijn vijand die tegen mij opstaat, opdat ik, in vertrouwen tot U en door Uw kracht, aan al zijn lagen mag ontkomen”

Wladimir begon toen aan zijn taak om het volk te beschaven. Hij bouwde kerken in al zijn steden en stelde er priesters aan voor de prediking. Hij stichtte scholen en dwong de Bojaren en edelen er hun kinderen heen te zenden, wat zij slechts met veel tegenzin deden. Hij bouwde ziekenhuizen en reizigersverblijven , stelde talloze slaven in vrijheid en loste zware schulden af van wie in nood verkeerden. De hulpelozen zond hij wat zij behoefden en hij stichtte gastvrije tafels voor de armen. Hij organiseerde hulpdiensten voor bedlegerigen. Ieder die in nood verkeerde, kom zich tot hem wenden om geholpen te worden.

Reeds weinige jaren later kwam de eerste kerkelijke organisatie van Rusland tot stand : metropoliet Leontios richtte vijf bisdommen op : Novgorod, Rostov, Tsjernikov, Wladimir en Belgorod. Intussen had Wladimir zijn macht steeds verder uitgebreid. Het scherpe contrast tussen zijn oorspronkelijke woeste wreedheid en losbandig leven, en zijn mildheid en morele zuiverheid na zijn doop, bewijst de oprechtheid van zijn bekering. En met recht wordt hij om zijn lvenswerk de “Apostelgelijke” genoemd en de “Vader des vaderlands”. Hij is gestorven in 1015.

Uit : Heiligenleven voor elke dag – uitg Orth. Klooster Den Haag

 

 

Heiligenleven : Heilige Meletios van Antiochie

 

Heiligenleven

De heilige Meletios, aartsbisschop van Antiochië

meletios

De heilige Meletios, aartsbisschop van Antiochië, stamde uit een der voornaamste families van Melitene, de hoofdstad van Klein-Armenië. Vanaf zijn jonge jaren was hij geneigd tot gebed en hij had een echt studiehoofd. Zijn oprechte hartelijkheid en vredelievendheid, zijn begrip voor het standpunt van anderen, wonnen waardering bij arianen zowel als orthodoxen. Daarom werd hij gekozen tot bisschop van Sebaste, maar dit kon de merendeels ariaanse bevolking toch niet verkroppen, zodat hij te maken kreeg met hardnekkige tegenwerking. Hij deed daarom afstand en trok zich terug in de eenzaamheid. Na allerlei twisten werd Meletios tot aartsbisschop verkozen van Antiochië, maar toen hij te zeer de orthodoxe leer verkondigde over de godheid van Christus, werd hij reeds na een maand in ballingschap gezonden. Bij het begin  van de regering van Keizer Juliaan kon hij naar zijn zetel terugkeren, maar toen deze het heidendom weer wilde invoeren, verzette Meletios zich daartegen met zoveel overtuiging, dat hij al spoedig opnieuw in ballingschap moest gaan.

In de verwarde tijden die volgden, werd hij herhaalde malen op zijn troon hersteld en in ballingschap gezonden, terwijl intussen een nieuwe bisschop, Paulinos, werd benoemd. De beroemde heilige Kerkvaders uit die tijd, Basilios, Johannes Chrysostomos, Gregorius van Nazianze en Gregorios van Nyssa, schaarden zich achter Meletios, maar deze toonde zijn vreedzame gezindheid door aan te bieden de zetel te delen met Paulinos. Er moesten nog grote moeilijkheden overwonnen worden, maar tenslotte werd dit aanbod aanvaard. Hij werd voorzitter van het concilie van Antiochië in 1379, waar de dwalingen van Apollinaris werden veroordeeld, zonder diens naam te noemen.

Toen hij in 381 voorzitter was van het tweede Oecumenisch Concilie van Constantinopel, overleed hij, door iedereen diep betreurd.

Uit : heiligenleven voor elke dag -orthodox  klooster van den Haag

Maximos de Belijder

Heiligenleven

Maximos de belijder

 

Maxime de belijder (+662)

Maximos de Belijder

Maximos werd de Belijder genoemd om de moed te onderlijnen met dewelke hij het lijden  moest ondergaan omwille van zijn doctrinele overtuigingen. Hij werd geboren te Constantinopel in 580 en, nadat hij secretaris aan het hof was geweest trok hij zich rond 613 terug om zich aan het monastieke leven te wijden. De perzische invasie die Constantinopel bedreigde leidde hem naar Creta, vervolgens naar Cyprus en tenslotte naar Afrika (632) Hij kwam tussenbeide in de controverse over de twee nature van Christus. Hij hield daarover in 645 een publiek debat tegen de bisschop van Constantinopel Pyrrhus. Om de monothelistische ketterij te bestrijden, organiseerde hij met paus Martinus Ie het 1e Concilie van Lateranen in 649. Maar Keizer Constantijn II liet hen beiden arresteren en naar Constantinopel overbrengen. De paus werd veroordeeld in 653 en in ballingschap gezonden naar Crimé waar hij twee jaar later stierf. Maximos werd weggevoerd naar Tracië, werd veroordeeld om gegeseld te worden en men sneed hem de tong af en het rechter hand. Tenslotte werd hij verbannen in de Caucasus, naar Lazica aan de zwarte zee, waar hij stierf in 662, meer dan tachtig jaar oud. Het concilie van Constantinopel van 680 herstelde de heilige Maximos en zijn leer in ere. Zijn gedachtenis werd terug in het licht gesteld door de theoloog Hans urs van Balthasar.

 Uit: Icônes et saints d’Orient.

 

Heiligenleven : de heilige Gallus

Heiligenleven

De heilige Gallus kluizenaar

 


Hij werd geboren in een adelijke Ierse familie. Hij werd monnik in de beroemde abdij van Bangor, onder de heilige Comgal. Daarna was hij een van de twaalf monniken die de heilige Columbanus vergezelden op zijn missie naar Gallië. Na een 20 jarig verblijf in Luxeuil werd de heilige Columbanus uit het land verdreven door de woedende vorstin Brunhilde. Het abbatiaat van Luxeuil werd aangeboden aan Gallus, maar deze weigerde want hij wilde de ballingschap delen van zijn geestelijke vader

Zij reisden noordoostwaards en bereikten bij Mainz de Rijn. Zij volgden het rivierdal omhoog tot in Zwitserland en begonnen toen het Christendom te prediken aan de heidense stammen rond de Zürichsee en de Bodensee. Gallus bleek daarbij van grote waarde doordat hij het Duits beheerste. Met gloeiende ijver gingen zij het heidendom te lijf, staken tempels in brand, sloegen de brouwvaten van het heilig bier in stukken en wierpen de vergulde afgodsbeelden in het meer. Dit wekte natuurlijk de woede op van de bevolking die hen te lijf ging en met geweld verjoeg. Maar zij konden zich handhaven in enkele oude romeinse nederzettingen, Bregenz en Lindau, waar nog enkele Christenen woonden.

Zij hervatten nu het monastieke leven, in Bregenz aan de Oostenrijkse oever, onder grote moeilijkheden, daar de bevolking hun geen eten wilde leveren. Zij moesten zich in leven houden met wat er buiten te vinden was, watervogels, en bessen in hert bos, totdat ze hun eigen tuin hadden aangelegd. Ze leerden netten maken, Gallus ging vissen op het meer dat grote vangsten opleverde.

Maar heel het centraaleuropese gebied kwam langzamerhand onder de macht van Diederik en de onverzoenlijke Brunhilde. Het was onmogelijk voor Columbanus daar nog langer te blijven, daar ook de bevolking tegen hem was, en zich bij de hertog beklaagde over de gewelddadige bekeringsijver van beide monniken. Het doorslaand argument daarbij was dat het jachtterrein door hun aanwezigheid bedorven werd daar zij de wilde dieren verjoegen. Columbanus trok dus in het jaar 612 verder naar het zuiden, want hij verwachtte in italië beter te worden ontvangen. Intussen was Gallus ziek geworden met hevige koorts en deze voelde zich te zwak om met Columbanus mee te trekken. Die temperamentvolle heilige werd kwaad over zulk een zwakheid, en hij verbood Gallus voor de rest van zijn leven de heilige Liturgie te vieren.

Toen Gallus zijn gezondheid teruggekregen had, was hij begrijpelijkerwijze met grote droefheid vervuld. Hij wilde zich nu terugtrekken in de eenzaamheid en samen met diaken Hiltibold trok hij de bergen inn .  Zij vonden een geschikte plaats aan de Steinach, waar zij een kluis bouwden van ruwe stammen. Maar spoedig kwamen er leerlingen bij en hun aantal groeide tot twaalf, terwijl door het vele bezoek er een weg ontstond door de wildernis.

In 615 werd hij gehaald omdat de bevolking van Konstanz hem tot hun bisschop had gekozen. Nu kon hij wijzen op het verbod van Columbanus om nog ooit te celebreren, maar hij bood wel een van zijn monniken aan voor de bisschoppelijke zetel. Bezorgd over het lot van zijn geestelijke vader, zond Gallus nu boden over de Alpen om onderzoek te doen. De boden kwamen terug met het bericht dat de heilige Columbanus gestorven was te Bobbio, dat dat hij zijn staf aan Gallus had vermaakt, als teken van zijn vergiffenis. Maar toen 10 jaar later, in 625, een delegatie van Ierse monniken uit Luxeuil hem kwam vragen daar het abbatiaat over te nemen na de dood van Eustatius, weigerde Gallus opnieuw. Hij wilde blijven in het klooster dat hij zelf had opgebouwd, en van waaruit hij zijn weldoende invloed uitoefende op de omgeving door zijn machtige prediking.

Toen Gallus oud geworden was, kwam zijn vriend, de priester Willemar ui Arbon, hem opzoeken en smeekte hem nog eens bij hem te komen. Gallus weigerde, want hij wenste te sterven in de hem zo dierbare eenzaamheid, maar toen hij zag hoe treurig zijn vriend werd door dit afwijzen, gaf hij toe en ging met hem mee naar Arbon. Hij kwam daar aan, oververmoeid en dodelijk ziek, en stierf enkele dagen later, op deze dag in 640. Zijn cel groeide uit tot het beroemde klooster Sankt Gallen, de grootste abdij uit die streken, het centrum van geestelijk leven en wetenschap in Zuid-Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, met een wereldberoemde bibliotheek, en tegelijk het middelpunt van een belangrijke stad die eveneens zijn naam draagt.

 Uit : Heiligenlevens voor elke dag : Uitg.Orthod.klooster Den Haag

Heilige Meletios

Heiligenleven

De heilige Meletios, aartsbisschop van Antiochië

meletios

De heilige Meletios, aartsbisschop van Antiochië, stamde uit een der voornaamste families van Melitene, de hoofdstad van Klein-Armenië. Vanaf zijn jonge jaren was hij geneigd tot gebed en hij had een echt studiehoofd. Zijn oprechte hartelijkheid en vredelievendheid, zijn begrip voor het standpunt van anderen, wonnen waardering bij arianen zowel als orthodoxen. Daarom werd hij gekozen tot bisschop van Sebaste, maar dit kon de merendeels ariaanse bevolking toch niet verkroppen, zodat hij te maken kreeg met hardnekkige tegenwerking. Hij deed daarom afstand en trok zich terug in de eenzaamheid. Na allerlei twisten werd Meletios tot aartsbisschop verkozen van Antiochië, maar toen hij te zeer de orthodoxe leer verkondigde over de godheid van Christus, werd hij reeds na een maand in ballingschap gezonden. Bij het begin  van de regering van Keizer Juliaan kon hij naar zijn zetel terugkeren, maar toen deze het heidendom weer wilde invoeren, verzette Meletios zich daartegen met zoveel overtuiging, dat hij al spoedig opnieuw in ballingschap moest gaan.

In de verwarde tijden die volgden, werd hij herhaalde malen op zijn troon hersteld en in ballingschap gezonden, terwijl intussen een nieuwe bisschop, Paulinos, werd benoemd. De beroemde heilige Kerkvaders uit die tijd, Basilios, Johannes Chrysostomos, Gregorius van Nazianze en Gregorios van Nyssa, schaarden zich achter Meletios, maar deze toonde zijn vreedzame gezindheid door aan te bieden de zetel te delen met Paulinos. Er moesten nog grote moeilijkheden overwonnen worden, maar tenslotte werd dit aanbod aanvaard. Hij werd voorzitter van het concilie van Antiochië in 1379, waar de dwalingen van Apollinaris werden veroordeeld, zonder diens naam te noemen.

Toen hij in 381 voorzitter was van het tweede Oecumenisch Concilie van Constantinopel, overleed hij, door iedereen diep betreurd.

Uit : heiligenleven voor elke dag -orthodox  klooster van den Haag