heilige Gregorios V van Constantinopel

 

Heiligenleven

De heilige Gregorios V, patriarch van Constantinopel


Gregory_V ophanging in de poort van het patriarchaat, schilderij  van  Peter von Hess.jpg

Ophanging van Gregorios V voor de poort van de Fanar, schilderij van Peter von Hess


De heilige Gregorios, patriarch van Constantinopel en Martelaar. Hij was geboren in 1745 bij vrome ouders nin het stadje demelsana. Voor zijn studies ging hij naar Athene, en later naar Smyrna waar de protestanten een hogeschool hadden gesticht. Hij werd monnik in het klooster Strofada en vervolgens in het Johannes-klooster op Patmos. De bisschop van Smyrna die hem als student had leren kennen en waarderen, vroeg hem te komen helpen. Hij wijdde hem diaken en maakte hem  zijn celmonnik, dat wil zeggen zijn persoonlijke helper die geheel met hem samenleefde. Toen deze bisschop Prokopios in 1785 tot patriarch gekozen werd, volgde Gregorios hem op als bisschop van Smyrna. In 1797 werd hij zelf tot patriarch gekozen. Het was een moeilijke tijd, waarin het telkens weer tot conflict kwam met de turkse regering. Dan werd Gregorios weer voor jaren uit de stad verjaagd, waarbij hij zich terugtrok op de Athos in het Iwironklooster. In 1818 kwam hij voor de derde maal ,op de troon tot aan zijn marteldood 3 jaar later. Want toen waren de Grieken in opstand gekomen. De woedende Turken hingen Gregorios op in de poort van het patriarchaat, de Fanar, en wierpen zijn lichaam in zee, 10 april 1821. Christenen brachten het lichaam in Odessa aan land op het te begraven. Later zijn de relieken overgebracht naar de kathedraal in Athene.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

Gregorios V van Constantinopel graf in de metropolietenkathedraal van Athene.jpgReliekschrijn van de heilige Gregorios V in de kathedraal van Athene


heiligenleven : de heilige Porfyrios

 




Heiligenleven

De heilige Porfyrios

 

Porphyrios heilige.jpg

Heiligverklaring van Vader Porfyrios
27 november 2013 – Constantinopel

De Heilige Synode van het Oecumenisch Patriarchaat, ging tijdens haar bijeenkomst van 27 november 2013, onder leiding van Z.A. de Oecumenisch patriarch Bartholomeos, over tot de heiligverklaring van (oud)vader Porfyrios.

 

Leven van de Heilige Geronda Porfyrios

Geronda (ouder/oudvader) Porfyrios werd in 1906 geboren in het dorp Agios Ioannis in de huidige gemeente Tamaia op het eiland Evvia (Euboia). Zijn wereldlijke naam was Evángelos Baïraktáris, en al heel vroeg zijn neiging tot het monnikenleven. Op 13-jarige leeftijd, nadat hij alleen het 2e leerjaar had beëindigd, ging hij dus naar de H. Drie-eenheidsskite op de H. Berg Athos, gekend als “Kavsokalivia” (“brandhutten”), waar hij het volgende 6-tal jaar onder leiding van twee oudere monniken diende, die hem de naam Nikítas schonken. Nadien werd hij door een ernstige ziekte terugkeren naar Evvia, waar hij zich vestigde in het h. klooster van de H. Harálambos Lefkón, te Avlonári op Evvia.

Op 20-jarige leeftijd ontmoette hij de aartsbisschop van de Sinaï, Porfýrios, die in hem geestelijke gaven herkende. Hij wijdde hem tot priester, en gaf hem de naam waarmee hij bekend zou worden. Omdat het H. Haráralambos Lefkónklooster een vrouwenklooster werd, vestigde vader Porfyrios zich de volgende jaren in het H. Nikolaasklooster te Ano Váthia in de huidige gemeente Amárynthos, eveneens op Evvia.

 In 1940, op 34-jarige leeftijd, ging hij naar Athene, waar hij benoemd werd tot aalmoezenis van de H. Gerásimoskerk in de Polikliniek van Athene, naast Omónia. In 1973 mocht hij op pensioen gaan als aalmoezenier van de H. Gerásimoskerk, om zich aanvankelijk te vestigen in de H. Nikolaaskerk te Kalíssia (huidige Kallithéa) op de Pentéli, en nadien na een paar jaar in Mílesi bij Malakása, waar hij ook bouwde aan het h. klooster van de Transfiguratie des Heren. Hij kreeg aanzienlijke bekendheid en vele gelovigen bezochten zijn woonplaats.

In november 1991 ging hij terug naar zijn oude kelli (vrijstaande kloostercel) in Kavsokalívia op de heilige berg, waar hij ook stierf op 2 december van hetzelfde jaar.

Bron : website orthodoxe parochie Brugge


 

 

de heilige Notker de Stammelaar

 

 

Heiligenleven

Heilige Notker de stamelaar

 

notker de stamelaar.jpgDe heilige Notker de Stamelaar

 

 

De heilige Notker de stamelaar werd geboren in een adelijk geslacht in Thüringen. Reeds op jonge leeftijd werd hij monnik in de abdij van Sankt Gall, waar hij weldra de aandacht trok door zijn vroomheid en geleerdheid. Hij wist een ierse monnik die in Rome muziek gestudeerd had, over te halen in Sankt Gall te blijven, en zo ontstond de beroemde zangschool van deze abdij.

Notker had eveneens naam als theoloog en wist inspirerend te spreken over godsdienstige vraagstukken. Toen hij bij een voordracht de openlijke bewondering van de koning had verkregen, wekte dit jaloezie op van de hotprediker en deze vroeg hooghartig aan Notker ‘Meester, ik zit met een moeilijkheid.. Kunt u mij zeggen wat God doet op dit ogenblik ?’ ‘Zeker’, antwoordde de ander, ‘ de almachtige God doet op dit ogenblik wat Hij in eeuwigheid gedaan heeft en zal doen : ‘Hij werpt de hoogmoedigen ter aarde maar verhoogt de geringen’.

In die tijd werd in de grote abdijkerken het Alleluia op een steeds langer uitgesponnen melodie gezongen om de diaken tijd te geven in plechtige processie naar de ambon te schrijden voor de lezing van het Evangelie. Deze melodieën waren echter moeilijk in het geheugen vast te houden in een tijd die het muziekschrift nog niet kende, en er werd daarom nogal mee geknoeid. Na enkele franse pogingen in die richting werd door Notker consequent de methode ingevoerd om Sequentia’s te dichten, met een lettergreep voor elke noot van het Alleluia, een gewoonte die zich snel verbreidde om haar practisch nut en die aansloot bij het germaanse muziekgevoel. Zo zijn verschillende beroemde hymnen ontstaan, waarvan een der bekendste is : ‘Media vitae in morte sumus…’ (Temidden van dit leven staan wij in de dood).

Koning Karel de Dikke was bijzonder bevriend met Notker. Hij was eveneens een hymnendichter en componist en beiden wisselden vaak nieuwe werkstukken uit. Een van de beroemste composities van de koning is hetb ‘Veni Creator’ dat op velerlei toonaarden nog steeds in de Rooms Katholieke Kerken gezongen wordt. Zo bracht Notker zijn dagen door met werken voor de gezamelijke eredienst. Hij is gestorven in 912 en ligt begraven in de abdijkerk van de heilige Johannes de Doper en Petros.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag . Uitg. Orthodox klooster Den Haag

de heilige Zosima

 

 

Heiligenleven

De heilige Zosima

zosimas en maria van Egypte 2.jpg

Zosima en Maria van Egypte

De heilige Zosima was van jongsaf opgevoed in een klooster van Palestina en leidde een voorbeeldig monnikenleven in onthouding, zelfverloochening en gebed, zodat velen zijn raad inwonnen en zich naar hem richtten. Toen hij zo tot zijn 53e jaar had ge’leefd begon hij tevreden over zichzelf te worden, en de gedachte drong zich aan hem op dat hij wel zo’n beetje de top van de monastieke ontwikkeling had bereikt. Toen kwam er een stem die tot hem zei : ‘Ge hebt wel goed gestreden, maar er zijn nog heel wat andere mogelijkheden. Ga naar het klooster aan de Jordaan’.

Zosima gaf hieraan ogenblikkelijk gehoor en tro als Abraham weg uit zijn huis, waar hij zoveel jaren had gewoond. Zonder zich bekend te maken vroeg hij om toegang tot het afgelegen Jordaan-klooster en leefde met de monniken mee. Hij werd gesticht door de daar gevolgde levenswijze. De gehele nacht werd doorgebracht met zingen van de diensten. Overdag werd er ijverig gewerkt onder het reciteren van psalmen, onderlinge gesprekken werden zoveel mogelijk vermeden. Het voedsel bestond in hoofdzaak uit water en brood.Maar het meest byzondere was de wijze waarop de Grote Vasten gevierd werd. Allen communiceerden op de 1e zondag en daarna trokken ze weg over de jordaan, terwijl ieder een eigen weg zocht in de woestijn, zo ver mogelijk van de anderen verwijderd, met slechts het hoogst noodzakelijke voedsel bij zich, zoals elk meende te kunnen opbrengen. Vijf weken later kwamen ze weer in het klooster terug op Palmzondag, om gezamenlijk het Pascha te vieren.

Zosima zou door dit gebruik komen tot het hoogtepunt van zijn leven. Hij trok steeds verder de woestijn in, gedreven door de hoop op een byzondere ontmoeting. Na drie weken volgde toen de samenkomst met die buitengewone oude vrouw, de heilige Maria van Egypte, zo ontroerend beschreven in haar levensverhaal. Hij bracht een dag door in opperste verrukking in haar nabijheid en mocht haar levensverhaal horen dat zich in zijn geheugen inbrandde. Toen werd hij weggestuurd met de opdracht volgend jaar voor haar de heilige communie gereed te houden op de tijd van het Laatste Avondmaal. Hij zag haar toen naar zich toekomen over de Jordaan, toen het reeds avond was.

De volgende vasten ging hij haar opnieuw opzoeken doch hij vond slechts haar lichaam, mat haar naam en stervensbericht op de Grote Vijdag van het vorige jaar, en met het verzoek haar te begraven. Hij was uitgeput van het vasten, de leeftijd en de lange tocht en zag geen kans in de harde bodem te graven. In die omgeving, waar Maria nooit enig dier gezien had, kwam nu een leeuw te voorschijn, die hem hielp bij het graven van een laatste rustplaats.

Eerst nu had Zosima verlof zijn verhaal aan de andere monniken te doen en haar sterfdag werd jaarlijks in het klooster gevierd. Zosima leefde daar nog tot hij 100 jaar oud was en is toen in vrede opgegaan tot de Heer en tot de ontmoeting met haar, die hij in de weinige uren van hun samenzijn had liefgekregen met heel zijn ziel. Het was ongeveer het jaar 560.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

De heilige Perpetuus van Tours

 

 

Heiligenleven

De heilige Perpetuus van Tours


perpetuus van Tours.jpgDe heilige Perpetuus van Tours


De heilige Perpetuus, bisschop van Tours, stamde uit een rijke senatorenfamilie. Zijn vele bezittingen besteedde hij aan kerkelijk werk en aan de ondersteuning der behoeftigen. Hij regelde het kerkelijk leven, beschreef hoe de Vigilies van de grote feesten moesten worden gevierd, dat gedurende het jaar gevast wordt op woensdag en vrijdag en dat er nog een derde dag gevast wordt in de voorbereidingstijd van Kerstmis. Zijn medelijdende liefde voor de armen komt prachtig tot uiting in het testament dat hij schreef in 475, ongeveer 15 jaar voor zijn dood : ‘In de naam van Jezus Chrustus, Amen. Ik, Perpetuus, zondaar en priester van de Kerk van Tours, wil niet sterven zonder mijn laatste wil bekend te hebben gemaakt, want ik ben bang dat dan de armen vergeten zouden worden bij het verdelen van mijn bezittingen. Gij, mijn zo innig beminde broeders, mijn kroon, mijn vreugde, mijn meesters en mijn kinderen, gij armen van Christus, die in nood verkeert, die uw brood moet bedelen, gij zieken, weduwen en wezen ! Ik verklaar hierbij dat ik u benoem en aanstel tot mijn erfgenamen. Ik draag o over al wat ik bezit aan land, akkers en wouden, zilver en kleding, en wat er ook maar is. En ik wil dat direct na mijn dood dat alles zal worden verkocht en aan de rechthebbenden zal worden uitgedeeld’. Daaraan voegt hij nog lieflijk gestelde opwekkingen toe tot eensgezindheid en vroomheid, en hij verdeelt een aantal persoonlijke voorwerpen onder zijn vrienden. Nadat hij 30 jaar zijn diocees had bestuurd is hij gestorven op 8 april 491.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

De heilige Niketas abt van het Medikion klooster

 

 

Heiligenleven

De heilige Niketas abt van het Medikon-klooster aan de voet van de Olympos  bij Bithinië)

Nicetas van Constantinopel van het Medikion klooster.jpgde heilige Nicetas

De heilige Niketas, abt van het Medikion klooster aan de voet van de Olympos bij Bithinië, zijn geboortestad. Hij was opgevoed door zijn grootmoeder, nadat zijn vader monnik geworden was toen hij weduwnaar werd. Na afloop van zijn studie trad hij in het Medikion klooster, dat leefde volgens de regel der Akimieten (slapelozen) : de monniken wisselden elkander dag en nacht af om de heilige diensten te zingen. Nadat hij zich 7 jaar volledig op het monnikenleven had toegelegd, werd hij rond het jaar 790 priester gewijd door de heilige patriarch Tarasios, en daarna werd hij coadjutor van de heilige Nikeforos van Medikion. Na diens dood in 800 kozen de broeders hem tot hegoumen. Tijdens de vervolging van de iconoclast-keizer Leo V, de Armeniër (813-820), de opvolger van de vrome keizering Irene, werd hij verantwoordelijk gesteld voor het feit dat er nog steeds iconen in het klooster aanwezig waren. Hij werd telkens weer daarover lastig gevallen, en toen hij die toestand niet wilde veranderen,werd hij gearresteerd, van de ene gevangenis naar de andere gesleept, en gevoed met beschimmeld brood en bedorven water. Midden in de winter werd hij verbannen naar de bergen van Anatolië, en binnen een week weer teruggecommandeerd naar Constantinopel. Deze mishandelingen duurden jaren, tot aan de dood van de keizer. Hij werd teruggeroepen, opnieuw verbannen en weer vrijgelaten. Intussen was Niketas oud geworden. Hij keerde niet meer naar zijn klooster terug, maar zocht een rustig eiland waar hij zijn laatste dagen in vrede mocht doorbrengen. In 824 stierf  hij, en toen zijn lichaam naar het klooster werd teruggebracht werden onderweg vele zieken, die zijn lichaam aanraakten, genezen.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster Den Haag

de heilige Johannes de Zwijger

 

 

Heiligenleven

De heilige Johannes de Zwijger (Silentarius)

johannes_1 de zwijger.jpg

 

De heilige Johannes de Zwijger werd monnik toen hij 18 jaar oud was. Ondanks zijn jonge jaren was hij vervuld van de diepe ernst van een rijpe persoonlijkheid en reeds 10 jaar later werd hij gekozen tot bisschop van Colonia (Romeins Armenië). Dit ambt vervulde hij gedurende 18 jaar, maar toen werd het verlangen naar een zuiver geestelijk leven te sterk. Hij nam afscheid van zijn diocees en ging op pelgrimstocht naar het Heilig Land. Na zij bezoek aan de heilige plaatsen kwamp hij in het klooster waar de heilige Sabbas aan het hoofd wtond. Hij voelde zich gedrongen zich onder zijn leiding te stellen en vroeg dus om toegelaten te worden als novice.

 De heilige Sabbas bemerkte weldra zijn begaafdheid en de diepte van zijn geestelijk leven en drong er bij hem op aan zich priester te laten wijden. Toen moest Johannes hem wel zeggen dat hij al bisschop was. Hij bleef wel in het klooster maar  leefde verder in zijn cel als rekluus, als ingeslotene, tot aan zijn  dood in 557 of 558.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. <uitg. Orthodox klooster Den Haag

heiligenleven : De heilige Marcus, bisschop van Arethusa

Heiligenleven

De heilige Marcus van Arethusa (rond 361)

 

 

Markos-bishop-of-arethusa-in-syria-4th-century.jpg

De heilige Marcos van Arethusa

 

 

De heilige Marcus, bisschop van Arethusa (op de libanonberg), behoorde tot de semi-ariaanse uitgescholden partij (evenals trouwens de heilige Kyrillos van Alexandrië), namelijk de bisschoppen die van ganser harte de orthodoxe overtuiging waren toegedaan dat Christus geheel en al God is, evenals de Vader, maar die aarzelend stonden tegenover het woord ‘eenwezenlijk’, omdat dit met zoveel hartstocht geladen was, zowel door de voorstanders als door de tegenpartij. Zij hoopten door deze nieuw gevormde uitdrukking te vermijden dat de goedwillende maar niet geheel verlichte gelovigen in de armen van de echte ketters zouden gedreven worden.

In het nog grotendeels heidense Arethusa had Markos de woede van de bevolking opgewekt door, onder bescherming van de griekse soldaten, een schitterende afgosdtempel af te breken. Toen Juliaan de Afvallige de troon had bestegen, vaardigde deze een wet uit dat de afgebroken tempel vergoed of herbouwd moest worden. Markos zag geen kans het geëiste geld op te brengen, en evenmin wilde hij een afgodstempel bouwen, en hij vreesde voor zijn leven te midden van de opgehitste vijandige bevolking. Hij besloot daarom de vlucht te nemen, maar toen hij zich realiseerde dat dan de volkswoede zich over de andere christenen zou ontladen, keerde hij terug en stelde hij zich ter beschikking van de rechtbank.

De fanatieke menigte viel toe op hem aan, mishandelde en vernederde hem op alle mogelijke manieren tot hij, naakt en met wonden overdekt aan de insekten blootgesteld lag te sterven. Markos had alle mishandelingen met de grootste kalmte ondergaan en de heidense stadsbestuurder bracht Juliaan onder het oog dat het een schande zou zijn als zij zich lieten overwinnen door de standvastigheid van zulk een krachteloze oude man. Daarop werd hij vrijgelaten : Juliaan wilde de Christenen geen Martelaar verschaffen.

Er bestaat  nog een brief van de heidense rector Libanios, die bij de behandeling van een dergelijk geval waarschuwend schreef :’Als hij in zijn boeien sterft, bedenk dan goed wat de gevolgen zullen zijn, en dat er niet nog meer komen zoals Markos. Want die hadden ze opgehangen, gegeseld, de baard uitgerukt, maar alles verdroeg hij standvastig. En nu wordt hij vereerd als een god, en overal waar hij komt, vecht iedereen om hem te kunnen aanraken. Laat dit een waarschuwing voor ons zijn’.

En toen in Arethusa zelf de rust terugkeerde, was de bevolking zozeer onder de indruk gekomen van Markos’heldhaftig gedrag, dat de meesten zich tot Christus bekeerden.

Uit: Heiligenlevens voor elke dag, uitg.Orth.klooster Den Haag

heiligenleven : De heilige Wulfram

Heiligenleven

De heilige Wulfram, bisschop van Sens en Medemblik

 

 

 

Wulfram of Sens.jpg

 

 

 

De heilige Wulfram, bisschop van Sens en Medemblik, was geboren in de buurt van Fontainebleau. Zijn vader was een vertrouwensman van DagobertI en Clovis II, en hij had hun grote diensten bewezen in verschillende oorlogen. Maar al was hij geheel in beslag genomen door het kampleven, toch zorgde hij dat zijn zoon een uitstekende opvoeding kreeg, en toen Wulfram een duidelijke aanleg vertoonde voor het religieuze leven, liet hij hem de priesterstudies doen.

Maar Wulfram kreeg niet de kans om ongehinderd aan zijn verlangen naar een teruggetrokken leven van studie te voldoen : in 670 werd hij opgeroepen om dienst te doen aan het hof bij Clotarius III en Dirk III, tot aan de dood van zijn vader. In diezelfde tijd raakte de zetel van Sens vacant en Wulfram werd unaniem tot opvolger gekozen. In 693 werd hij bisschop gewijd. Hij bezette deze zetel slechts twee jaar en deed afstand ten bate van de oorspronkelijke bisschop van Sens, die uit ballingschap terugkeerde.

Wulfram trok zich enige jaren terug in de abdij van de heilige Wandril om zich voor te bereiden voor een nieuwe taak. Hij schonk al zijn bezittingen weg om de handen geheel vrij te hebben, en in 700 zeilde hij met enige monniken uit naar Friesland voor missiewerk. Er was daar een fort gebouwd in Medemblik, dat dienst deed als uitgangspunt. Hij trad vrijmoedig voor koning Radboud en kreeg verlof om het evangelie te verkondigen. Het land was nog geheel overgegeven aan de afgodendienst en er werden afschuwelijke plechtigheden gehouden. Daarbij werden kinderen opgehangen als offer aan Wodan of in zee vastgebonden aan staken tot zij verdronken in de opkomende vloed, als offer aan de zeegodin Ran, opdat zij geen stormvloed over het land zou zenden. Deze kinderen werden door loting genomen uit de adelijke geslachten. Wulfram protesteerde hevig, maar tevergeefs. Dat waren nu eenmaal de gebruiken van zijn land, zei koning Radboud.

Eens zag Wulfram ,hoe zulk een jongen opgehanden werd, maar hij werd er niet bij toegelaten. Twee nuur later brak het touw en het lichaam viel op de grond. Wulfram boog zich erover heen, bad vurig en het kind herleefde. De jongen hechtte zich met heel zijn ziel aan zijn levensredder, ging later met hem mee en werd monnik in de abdij van Fontenelle. Deze Jona van Fontenelle is het ook die het leven van Wulfram heeft geschreven.

Dergelijke voorvallen maakten natuurlijk een diepe indruk en langzamerhand begon het volk tot het geloof te komen en liet zich dopen. In die tijd valt  ook het beroemde verhaal over koning Radboud die eveneens op het punt stond zich te laten dopen maar toen terugtrok omdat hij liever bij zijn voorouders in de hel wilde zijn dan zonder hen in de hemel. Deze geschiedenis staat echter niet in de oorspronkelijke levensbeschrijving. Waarschijnlijker is dat Wulfram als Frank, dus behorend tot de stam van de erfvijand, niet de meest geschikte missionaris was voor deze streek. Later zullen de Angelsaksische, dus bloedverwante zendelingen zoals Wilfried en Willibrord, meer succes behalen. Toch zal ook het voorbereidende werk van Wulfram daarin een rol hebben gespeeld.

Nadat Wulfram zo 20 jaar in Friesland had gewerkt, verlieten hem zijn krachten. Hij trok zo haastig mogelijk terug naar Fontenelle en stierf daar in vrede, te midden van zijn broeders, in 720, waarschijnlijk tegen de 80 jaar oud.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag . Uitg. Orthodox klooster Den Haag

Heilige Serapion de Sindoniet

Heiligenleven

De heilige Serapion de Sindoniet

 

 

serapion_1.jpg

 

 

De heilige Serapion was afkomstig uit Sidon, maar met een woordspeling werd hij Sindoniet genoemd : nadat hij zelfs zijn kleren aan de armen had weggegeven toen hij monnik werd, bedekte hij zijn naaktheid met een laken (sindona). Hij behield slechts een Evangelieboek ( in die tijd van alleen handgeschreven boeken was elke boek een kostbaar bezit), waarin hij steeds las totdat hij het uit het hoofd kende. En toen iemand hem vroeg wie hem van al zijn kleren had beroofd, antwoordde hij : ‘Dit’, en hij wees op zijn Evangelieboek. Daarna verkocht hij ook dat om de opbrengst aan de armen te kunnen geven.

Eens ging hij met zijn leerling naar de stad en liet zich door hem verkopen aan een heidense theatergroep, die in gemeenschap leefde. Hij diende hen trouw als een slaaf en volbracht hun bevelen. Overdag at hij niets, ’s avonds nam hij wat brood en water, ’s nachts bad hij urenlang en zegde zachtjes een van de Evangelies op. De goedhartige lieden die hij diende, kregen meer respect voor hem en kwamen onder zijn bekoring. Tenslotte lieten zij zich dopen en schonken hem uit dankbaarheid de vrijheid, omdat hij hen had vrijgemaakt uit de slavernij van de zonde en de gevangenschap van de duivel. Toen maakte Serapion zich bekend als kluizenaar die niemands slaaf was, en hij gaf hun het geld dat zij voor hem betaald hadden terug. Hij was daar niet meer nodig, al wilden zij hem nog zo graag bij zich houden : hij moest ook anderen tot Christus brengen. De Geest bracht hem eens naar Rome, waar hij hoorde spreken over een maagd, een rekluse, die nooit met een man wilde spreken. Hij ging naar haar kluis en liet haar dienares zeggen dat er een abba uit Egypte gekomen was om haar te spreken. Zij vond het echter niet nodig om met een man te spreken. Serapion bleef toen bij de ingang van de kluis staan, dag en nacht. Toen zij na drie dagen nog bleef weigeren, gaf hij de boodschap dat God hem gezonden had voor haar geestelijk nut. Daarop liet zij hem binnen. Serapion vroeg haar toen : ‘Waarom zit ge hier ?’. Zij antwoordde : ‘Ik zit niet, ik ben onderweg’.’Waarheen ?’ ‘Ik ben onderweg naar mijn Heer’.’Leeft ge of zijt ge gestorven ?’ ‘Ik geloof dat ik naar het vlees gestorven ben, want het vlees gaat niet naar God’. ‘Als ik dat moet geloven, kom dan naar buiten en doe wat ik zeg’’Ik leef hier nu al 25 jaar ingesloten, en als ik naar buiten kom, wat zullen de mensen dan zeggen ?’ ‘Voelt een dode dan of de mensen hem prijzen of beledigen ? ‘Kom naar buiten om tot inzicht te komen van uw dwaling’.

Uit deze woorden begreep zij dat hij een wijs en heilig man was, en omwille van de nederigheid gehoorzaamde zij en kwam naar buiten. Toen zei Serapion : ‘Ga naakt door de stad zonder u te schamen, dan weet ge of ge werkelijk aan de wereld gestorven zijt’. Toen begreep ze dat zij te hoog van zichzelf had gedacht, en zij keerde in haar kluis terug met groter deemoed, terwijl Serapion terugkeerde naar de woestijn.

Over zichzelf vertelde hij : ‘Toen ik jong was en onder gehoorzaamheid stond van abba Theodoros, viel het vasten mij zo zwaar dat ik brood van tafel stal om het ’s nachts heimelijk op te eten. Maar dat bezorgde me zoveel wroeging dat het verdriet groter scheen dan het genot van het eten. Toch kon ik me er niet van losrukken. Eens kwamen er echter broeders die erover spraken dat men zijn geheimste gedachten aan zijn geestelijke vader moet zeggen. Het leek me of dit woord speciaal tot mij was gericht, en ik begon te wenen, wierp me op de grond en vertelde hoe ik gezondigd had. Toen zei mijn Oudvader : ‘Vertrouw op God, mijn kind, want door deze deemoed heb je de demon overwonnen, en nu heeft hij geen macht meer over je’. En ik voelde hoe een vlam uitging van mijn borst en sinds die dag ben ik, met Gods hulp, niet meer in die zonde gevallen.

Zo gaf hij onderricht door woorden en daden, en overtuigde ook door wonderen die op zijn gebed geschiedden. En na een vruchtbaar leven is hij opgegaan tot Christus, naar Wie hij zozeer verlangd had, in het jaar 388, toen hij ruim 60 jaar oud was.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

heiligenleven : De heilige Nilus

Heiligenleven

De heilige Nilus

 

 

 

 

Nilus (rechts)en Antonius.jpg

De heilige Antonius (links) en de heilige Nilus (rechts)

 

De heilige Nilus werd geboren te Constantinopel rond 426 of na 430 (of zelfs rond 450). Zijn voorname afkomst, zijn rijkdommen en de begaafdheden van zijn verstand deden hem tot Bestuurder van de stad verheffen. Hij had twee zonen bij een godvrezende vrouw, met wie hij getrouwd was, en het fortuin alsmede zijn kennis lieten hem hem een wereld leven leiden. De predikaties van de heilige Johannes Chrysostomos stemden hem tot vreugde. De vriendschappelijke betrekkingen welke hij later met de grote Patriarch had, keerden zijn hart nog meer naar de deugd, en hij zuchtte dikwijls over de banden welke hem aan de wereld gekluisterd hielden. De zorgen welke hij behoorde aan te wenden om zijn kinderen te plaatsen en de belevingen van zijn vrouw, bestreden in hem de voornemens van afzondering welke God hem inboezemde. Doch de genade behaalde eindelijk een volstrekte zegepraal. Hij besloot in eenzaamheid te gaan leven omdat hij meende dat zijn verblijf in de wereld strijdig was met zijn inzichten voor de eenzaamheid. Het koste hem grote moeite om zijn vrouw over te halen om te scheiden. Dit maakte hun eensgezindheid en hun verbondenheid nog smartelijker, doch met veel weerstand en tranen stemde ze er eindelijk in toe, en één van haar zonen bij zich houdend, liet zij de andere zoon  haar man vergezellen. Zij begaven zich naar Palestina, en de heilige Nilus trok zich op de berg Sinaï terug in één van de spelonken welke de kluizenaars die daar leefden bewoonden. Hij vergat de tederheid van zijn gestel en van de wijze waarop hij zich voedde, en leefde slechts gelijk de heilige eremieten die bijna nooit brood gebruikten en slechts wilde vruchten of rauwe kruiden aten. Sommigen aten slechts eenmaal, anderen tweemaal per week, en de jongsten maar elke twee dagen. Dit verschil van oefeningen verhief echter de één niet boven de ander. Zij waren allen gelijk, volmaakt verenigd door de band van liefde en onderworpen aan een priester die de zondag met hen vergaderde. De onthechting van al het aardse waarin de heilige Nilus en zijn zoon leefden, belette hem echter niet deel te nemen aan de belangen van de Kerk. Hij was vooral zeer gevoelig voor de rampen welke de mensen van Constantinopel  te verduren hadden die veel te lijden hadden voor de vervolging van hun herder Chrysostomos. En wanneer  de heilige Chrysostomos verbannen werd aan wie hij veel verplichtingen had, kon hij zich niet weerhouden daarover tot tweemaal toe een brief te schrijven aan keizer Arcadius.

Hij bracht verscheidene jaren door met zijn zoon Theodulus op de wijze welke wij hebben verhaald. Op een dag dat hij verscheidene kluizenaars uit de streek was gaan bezoeken, kwamen de Sarracenen s’nachts de cellen plunderen, en vermoordden zij vele religieuzen die in de kerk waren gevlucht. De heilige Nilus zocht bij zijn terugkomst overal naar zijn zoon. Toen hij hem tussen de doden niet vond hoorde hij dat hij als gevangene was weggeleid. Hij reisde her en der om er iets van te vernemen, en na veel  vermoeiende omzwervingen vond hij hem in een stad waar de Bisschop hem reeds had vrijgekocht en hem tot koster van zijn kerk had gemaakt. De Prelaat wilde de vader en de zoon bij zich houden, maar kon hen daartoe niet overhalen. Daarop wijdde hij hen tot priester voor hun vertrek. Zij keerden terug naar de cellen van de berg Sinaï, en de heilige Nilus volhardde in het leven van strengheid. Hij verdeelde zijn tijd tussen rust en beschouwing alsook met de studie van de heilige boeken. Hij schreef uitmuntende verhandelingen over het geestelijk leven en stierf op hoge ouderdom.

Uit : de levens van de heilige Vaders der woestijnen van het Oosten (1859)

heiligenleven : Deogratias

Heiligenleven

De heilige Deogratias

 

deogratias4.jpg

 Deogratias verzorgt zieken in een kerk (prent Rijksmuseum Amsterdam)

 

De heilige Deogratias, bisschop van Carthago, waarvoor hij gewijd werd in 454. De zetel was toen 14 jaar vacant geweest wegens de vervolging van de ariaanse Vandalenkoning Genserik. Toen deze in 455 Rome had geplunderd, kwam hij met ontelbare gevangenen naar Carthago, die als slaaf verkocht werden. Mannen, vrouwen en kinderen werden afzonderlijk verkocht, de gezinnen werden uiteengerukt en er ontstond een onnoemelijke ellende.

Deogratias was hierdoor diep ontroerd en zette heel zijn werkkracht in. Hij maakte alle kerkschatten van zijn bisdom te gelde en kocht de gevangenen vrij. Om de ongelukkigen onder te brengen, richtte hij de twee grootste kerken in als opvangcentrum. De vloer werd belegd met stro en er werden slaapplaatsen gemeekt voor de vele zieken. Hij was zelf dag en nacht in de weer om allen te verzorgen met voedsel en geneesmiddelen en hen zonodig te verplegen. Hij was reeds oud, maar deze immense nood schonk hem nieuwe kracht. Wel ging deze overmatige krachtinspanning ten koste van zijn gezondheid en na een jaar stierf hij in vrede, in 456. Genserik verbood verder alle bisschopswijdingen, dertig jaar lang, in heel Noord-Afrika, zodat daar na die periode nog maar drie orthodoxe bisschoppen in leven waren.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

de heilige Narcissus van Gerona

Heiligenleven

De heilige Narcissus van Gerona

 

 

 

 

narcissus_1 van Gerona.jpg

De heilige Narcissus, bisschop van Gerona in Spanje, was van zijn zetel verdreven tijdens de vervolging van Diokletiaan. Samen met zijn diaken Felix was hij steeds verder op de vlucht, tot Augsburg toe. De gehele christengemeente was daar vrijwel uitgeroeid, maar een gastvrije vrouw bood hun onderdak, een zekere Afra. Deze verwonderde zich erover dat zij zo weinig aten en zoveel tijd aan gebed besteedden, en het duurde niet lang of zij bekeerde zich, met heel haar gezin.

Na negen maanden was de vervolging wat uitgewoed en Narcissus keerde met zijn diaken naar Gerona terug en nam daat opnieuw het bekeringswerk ter hand, en met veel succes. Dit wekte echter zozeer de woede op van een bepaalde groep heidenen, dat zij hem overvielen vanuit een hinderlaag, en hem vermoordden, in het begin van de 4e eeuw.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Orth.Klooster – Den Haag

heiligenleven : de heilige Hypatios

Heiligenleven

De heilige Hypatios

 

 

 

hypatios2.jpg

Heilige Hypatios

 

 

De heilige Hypatios, bisschop van Gangra, werd op het eerste Oecumenisch Concilie door allen geloofd om zijn diep geestelijk leven en om de wonderen die op zijn voorbede geschiedden. Op zijn terugreis van Constantinopel werd hij door een van de veroordeelde ketters aangevallen, die hem bij de keel greep en in de modder wierp. Een van de vrouwen uit die groep greep een zware steen en smeet die op het hoofd van Hypatios, zodat die stierf, in het jaar 326.

De vrouw schrok hevig van wat zij gedaan had, zij verloor haar verstand en begon zichzelf te verwonden door zich te slaan met de steen die een moordwapen was geworden. Christenen namen haar toen mee met zachte drang en brachten haar bij het lichaam van de heilige, en om hun gebed werd zij genezen. De rest van haar leven bracht zij door in boete en gebed.

Uit : ‘heiligenlevens voor elke dag’ uitg. Orthodox klooster Den Haag

heiligenleven : de heilige Withburga

 

 

Heiligenleven

De heilige Withburga

 

withburga en Fursey.JPG

 

St.Withburga en st.Fursey

 

 

De heilige Withburga was een van de dochters in een oostengelse koningsfamilie die een hele stoet van Heiligen heeft voortgebracht. Zij was voor haar veiligheid opgevoed op het platteland en was nog heel jong toen haar vader stierf op het slagveld. Zij besloot toen om verder als maagd voor Christus te leven. Op één van haar vaders landerijen ;in Norfolk liet zij een klein klooster bouwen, maar het was daar zo arm dat ze zelfs de metselaars die het bouwden niet meer konden bieden dan droog brood. Toen zij zich in haar gebed daarover tegen God beklaagde, kwamen er de volgende dag twee hinden uit het bos te voorschijn die bij de beek kwamen drinken en zich gewillig lieten melken door de zusters (‘ de maagdelijke handen van de zusters’ zegt het verhaal), waardoor hun armoede minder drukkend werd.

Maar als was haar leven arm en onaanzielijk, de lieflijke geur van haar heiligheid verbreidde zich door heel de streek en het volk droeg haar op handen. En na haar dood in 743 wortelde haar verering zo diep onder de bevolking dat de boeren zelfs twee eeuwen later gewapend in opstand kwamen toen de koning haar relieken bij die van haar heilige zusters wilde laten begraven.

Uit : ‘heiligenlevens voor elke dag’ uitg orth.klooster.Den Haag

Heiligenleven : de heilige Sofronios van Irkoetsk

Heiligenleven

De heilige Sofronios bisschop van Irkoetsk

 

 

 

sophronius.jpg van irkoetsk.jpg

Heilige Sofronios van irkoetsk

 

 

De heilige Sofronius , derde bisschop van Irkoetsk, was op Kerstmis 1703 geboren in een priesterfamilie. Hij doorliep het seminarie en trad op 24 jarige leeftijd in het klooster, waar hij na drie jaar de naam Sofronios ontving. In 1730. Reeds spoedig bleek dat hij bijzonder begaafd was en het duurde niet lang eer hij tot abt werd gewijd. Hij droeg veel bij tot de uitbouw van het klooster, zowel materieel als geestelijk. Zijn faam verspreidde zich en op wens van tsarina Elisabeth werd hij in 1742 tot abt benoemd van de Alexander Nevski Laura, het voornaamste klooster van de hoofdstad St. Petersburg. Vijf jaar later werd hij bisschop van Irkoetsk en het Poltawagebied.

Hij was van jonsaf aan bevriend geweest met de latere archimandriet Sinesios, en hij zorgde dat deze ook steeds een functie had in de buurt waar hij zelf werkte. Nu maakte hij hem tot abt van het Hemelvaartklooster, waar het vereerde graf was van het heilige Innokentios, de eerste bisschop van Irkoetsk. Hij bouwde er ook de grote kathedraal die deze stad had gewenst.

Sofronios zette alles in het werk om tot geregelde toestanden te komen in de nog jonge eparchie. Hij eistte dat de priesters zich wijdden aan hun gemeente maar zorgde tevens dat daar eerst levensmogelijkheden voor de priesters waren. Niettegenstaande de buiten slechte verplaatsingsmogelijkheden in het dun bevolkte Siberië, bereisde hij geregeld zijn uitgestrekt gebied, inspecteerde de kerken en was vol zorg voor de opvoeding van de kinderen. In zijn eigen paleis richtte hij een school in waar hij zelf les gaf, en waar ieder die het wilde, kosteloos onderricht kon krijgen. Maar ook besteedde hij veel aandacht aan de opvoeding van de gelovigen. Hij legde steeds uit wat er gebeden en gezongen werd en wat de betekenis was van de heilige Diensten en dat die met aandacht moesten worden meegebeden. Ook liet hij telkens de klok luiden op de belangrijkste ogenblikken, zodat men ook buiten de kerk in de geest met de dienst kon meeleven.

Deze inspanningen oogsten resultaten. De Diensten werden met grote luister gevierd. Ook de leken wisten welke gezangen gezongen moesten worden en welke de lezingen waren voor een bepoaalde dag. En onder het werk hoorde men de mensen troparia en irmosi zingen.

Op de derde paasdag in 1771 keerde Sofronios in vrede terug tot de Heer, in de ouderdom van 68 jaar. Door de slechte verbindingen duurde het een half jaar eer een bisschop en priesters uit Moscou aankwamen om de begrafenis te voltrekken, en al die tijd bleef het lichaam in een open  doodskist in de kerk liggen, zonder enig teken van ontbinding. Dit werd opgevat als een teken van heiligheid, en één van de priesters, een iconenschilder, maakte een portret van de heilige, dat in de kathedraal bewaard bleef.

Het lichaam werd bijgezet in de crypte van de kathedraal, die zo vochtig was dat de zoldering ervan, de vloer van de kerk, herhaaldelijk vernieuwd moest worden wegens verrotting. Er is een officieel rapport uit 1870, toen bij een dergelijke reparatie ook de kist geopend werd. Het lichaam was ongeschonden, de hand die het kruis vasthield, was sneeuwwit en gaf bij het kussen een lieflijke geur af, die de ziel vervulde met een diep geluksgevoel dat heel de dag in het bewustzijn bleef. Het vergevingsgebed op goedkoop papier dat de bisschop in zijn hand hield, was onverteerd en de woorden waren duidelijk zichtbaar, ondanks de door vocht aangetaste omgeving. Bij het graf zijn in de loop van de tijd ook veel wonderen gebeurd.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. orthodox klooster – Den Haag

De heilige Drosis, dochter van keizer Trajanus

Heiligenleven

De heilige Drosis, dochter van keizer Trajanus

 

 

Drosis van Antiochië dochter van keizer Trajanus.jpg

 

Heilige Drosis

 

De heilige Drosis, een dochter van keizer Trajanus, leefde in Antiochië en had vriendschap gesloten met enkele christenvrouwen die als maagden een gemeenschappelijk leven leidden. Zij voelde steeds meer sympathie voor de christenen en had medelijden met de slachtoffers van de vervolging. Zij kwam er zelfs toe deel te nemen aan hun nachtelijke tochten, wanneer ze naar de executieplaats trokken om de lichamen van de martelaren weg te halen en te begraven. Bij zulk een gelegenheid werd zij met vijf anderen betrapt en gevangen genomen. De zaak werd aan de keizer voorgelegd. Deze liet de vijf christenvrouwen verbranden maar zijn dochter in een put werpen. Zij bekruiste zich in naam van de heilige Drie-eenheid, en ontving zo de doop van het water tegelijk met de doop van het martelaarschap.

Uit: Heiligenlevens voor elke dag. Uitg Orthodox klooster – Den Haag

De heilige Aartsengel Gabriël

De heilige Aartsengel Gabriël

 

gabriel 26 maart, 13 juli, 8 november.jpgDe heilige Aartsengel Gabriël was Gods afgezand bij de geboorte zowel van Jezus van Nazareth als van de heilige Johannes de Voorloper. Zijn naam betekent ‘Kracht Gods’; hij behoort tot de zeldzame Engelen van wie de naam genoemd wordt in de Heilige Schrift, zelfs herhaalde malen, want hij speelt ook een rol in de apocalyptischevisioenen van de profeet Daniël  (Dan.8.16 en 9.21, en Luk.1.19 en 1.26). Daniël aanschouwde een geheimzinnig visioen van geweldige grootheid en ruwe kracht. ‘En hij hoorde een menselijke stem roepen : Gabriël, geef hem de verklaring van het visioen. Daarop kwam hij naar mij toe, maar terwijl hij naderde, werd ik door zulk een vrees aangegrepen dat ik ter aarde viel…. En ik lag bewusteloos op de grond. Hij raakte mij aan en richtte mij weer op en zei : ik ga u bekend maken wat er gebeuren zal….in de eindtijd’.

De tweede keer was Daniël aan het bidden en beleed zijn zonden en die van het volk Israël. ‘Ik was nog aan het bidden toen Gabriël, de man die ik vroeger in een visioen had gezien, naar mij kwam toevliegen op de tijd van het avondoffer. Hij sprak tot mij en gaf mij inzicht….’

Daarna horen we weer over hem bij Lucas die verhaalt hoe Zacharias als priester het wierookoffer opdroeg, terwijl het volk buiten stond te bidden. ‘Er verscheen hem een Engel des Heren, staande aan de rechterkant van het wierookaltaar…’ Hij verkondigt hem dat hij een zoon zal krijgen, die een groot profeet zal zijn. Zacharias trekt zijn woorden in twijfel om de hoge ouderdom van hem en zijn vrouw. Met een verpletterend zelfbewustzijn gaf de engel hem ten antwoord : ‘Ik ben Gabriël die voor Gods aangezicht sta, en ik ben gezonden om u die blijde boodschap aan te kondigen. Zie gij zult zwijgen en niet kunnen spreken tot op de dag waarop het gebeuren zal, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt; doch deze zullen op hun eigen tijd in vervulling gaan’.

Scherp contrasteert hiermee zijn optreden bij de Maagd Maria. Hij spreekt haar toe met die bijzondere groet : ‘Verheug u, Hoogbegenadigde, de Heer is met u’. Dan verkondigt hij haar Gods Blijde Boodschap en wanneer dan ook zij uiteenzet waarom dat is, geeft hij haar uitvoerig uitleg, bekrachtigd door het teken aan Elizabeth, totdat zij haar jawoord uitspreekt. En Maria vertrekt ogenblikkelijk om met eigen ogen dit teken te aanschouwen.

Zo krijgen we een indruk van wat wij het karakter van Gabriël zouden kunnen noemen. De Schrift noemt hem een ‘man’, maar zegt tegelijk dat hij vliegt. Hij heeft de herhaalde opdracht om uitleg te geven van geheimvolle dingen, maar wanneer de menselijke twijfel te grof wordt, laat hij zich gelden met gezag. Maar tegenover de toekomstige moeder van de Heer treedt hij op met de grootste fijngevoeligheid.

Zijn syntax wordt gevierd op de dag na de Verkondiging omdat hij als het ware de drager was van het goddelijk Woord dat toegang zocht bij de Maagd Maria om Zich door middel van haar schoot te bekleden met ons menselijk vlees. Hij heeft daarmee de dankbaarheid gewonnen van allen die aan Christus willen toebehoren. Wij zingen daarom voor hem een eigen officie, maar als Troparion dat van het feest der verkoniging.

Uit : Heiligenleven voor elke dag. Uitg.orthodox klooster Den Haag