alcuinus heilige

alcuinus.jpg

Heiligenleven : de heilige Alcuinus

Alcuinus (midden) gesteund door Hrabanus Maurus draagt zijn werk op aan aartsbisschop Olgar van Mainz.jpg

Alcuinus (midden) gesteund door Hrabanus Maurus draagt zijn

werk op aan aartsbisschop Olgar van Mainz

De heilige priester-monnik Alcuin. Geboren uit een angelsaksische adellijke familie te York, in 735, was hij van jongsaf toevertrouwd aan de Kerk en hij werd opgevoed in een klooster. Hij was een van de beste leerlingen, en ook de hogere studies doorliep hij met glans. Hij werd de metgezel van Aelbert, het hoofd van het college, bij diens reizen voor het vinden van goede boeken en het contact zoeken met vooraanstaande geleerden en onderzoekers.
Alcuin werd de opvolger van Aelbert, en onder zijn leiding groeide de reputatie van het Yorkse instituut, zodat ook velen uit het buitenland daar hun opleiding kwamen voltooien.

Lees verder “alcuinus heilige”

Anastasios van Epirus

border Marcos.gif

Heiligenleven

Heilige Anastasios van Epirus

anastasios1.jpg

Anastasios van Epirus

 

De heilige Anastasios, nieuwe martelaar van Epirus, en Daniël, monnik. Anastasios was met zijn zuster en enkele dorpelingen de oogst aan het binnenhalen, toen een troepje Turken te paard, onder aanvoering van Mousa, de zoon van de Pasja, langs kwam. Het knappe meisje wekte zijn begeerte, en hij wilde haar lastig vallen. Anastasios wierp zich woedend op de Turken, en in de verwarring kon zijn zuster de vlucht nemen. Op haar hulpgeroep kwamen de andere dorpelingen aansnellen, en de ruiters moesten de aftocht blazen. Zij gingen zich beklagen bij de Pasja en deze liet Anastasios arresteren. Hij had plezier in de moedige knaap en beproefde hem over te halen moslim te worden. Maar deze bleef onwankelbaar, ook toen het tot bedreigingen en slagen kwam. Evenmin liet hij zich overhalen door de mooiste beloften die hem gedaan werden voor als hij zou toegeven.
Mousa, die zich al lang schaamde over zijn aanklacht, zag vol bewondering hoe Anastasios zich gedroeg. Hij wilde er meer van weten en bezocht de gevangene in zijn cel. Hij zag hem een ogenblik in het gezelschap van lichtstralende engelen en raakte nog meer geboeid. Anastasios sprak over zijn liefde tot Christus, waardoor hij in staat werd gesteld al die kwellingen te verduren, en Mousa smeekte hem christen te maken. Anastasios vroeg hem te wachten omdat een plotselinge bekering een vervolging van alle christenen in heel de streek zou kunnen veroorzaken. Enkele dagen later, 18 november 1750, werd Anastasios onthoofd.
De Pasja vertrok naar een bruiloft in de streek, en Mousa maakte van de gelegenheid gebruik om naar de Peleponnesos te gaan, waar hij verder door een oude monnik in het geloof werd onderricht. Daarna begaf hij zich naar Venetië, waar hij gedoopt kon worden zonder Turkse inmenging. Hij ontving de naam Demetrios, maar toen hij op Corfu monnik werd, kreeg hij de naam Daniël.
Hij bedreef strenge ascese, en zijn liefde tot Christus werd steeds sterker, zodat hij ging verlangen naar de marteldood om zo spoedig mogelijk bij Hem te zijn. Daartoe trok hij naar Constantinopel om zich aan te geven, maar de christenen aldaar vroegen hem dat voornemen op te geven, uit angst voor de represailles die zij dan verwachtten. Daniël zette toen zijn monniksleven voort op Corfu en is in vrede ontslapen.

Heiligenlevens voor elke dag – orth Klooster Den Haag

 

tekst bijbel psalm 46.jpg

st.John Chrysostom.jpg

tekst profaan s5s4.jpg

tekst bijbel deuteronomium.jpg

heilige kevin van Glendalough

border 67DF.gif

Heiligenleven

De heilige Kevin van Glendalough

Kevin of Glendalough.jpg

Heilige Kevin van Glendalough

De heilige Kevin (Coemgen), stichter en abt vanhet klooster Glendalough‚ het Twee-merendal in Ierland. Op twaalfjarigeleeftijd was hij toevertrouwd aan de kloosterschool, waar hij gedurende drie jaar een der ijverigste leerlingen was. Daarna diende hij een kluizenaar, om vervolgens de hulp te worden van bisschop Lugid, die hem ook priester wijdde.
Toen deze zag hoezeer Kevin tot gebed geneigd was, raadde hij hem aan een klooster te stichten op een stuk grond van de bisschop. Hij kreeg daar inderdaad verschillende monniken bijeen, maar hij voelde waarschijnlijk dat het bestuur te zeer afhankelijk was van de bisschop, want Kevin ging terug naar zijn eigen streek en bouwde daar zijn voornaamste stichting, Glendalough. Dit moet vóór 549 zijn gebeurd, omdat het bestond eer de heilige Kiëran stierf.
Glendalough was beroemd door zijn school en de schone ligging, en er kwamen vele volgelingen bijeen. Toen hij oud werd, zocht Kevin de eenzaamheid in de verder afgelegen wouden, waar slechts de vogels hem vertrouwelijk gezelschap hielden en op zijn schouders kwamen uitrusten. Hij kreeg nu de gedachte om een grote pelgrimsreis te ondernemen en sprak daarover met een andere kluizenaar. Deze antwoordde hem: “Vogels kunnen niet broeden terwijl ze vliegen”. Kevin aanvaardde de terechtwijzing en keerde terug naar Glendalough‚ dat hij tot verdere ontwikkeling bracht, en van waaruit ook verschillende stichtingen werden gemaakt. Daar is hij ook gestorven, 3 juni 618.

heiligenlevens voor elke dag. Orth.klooster Den Haag

borders2564 (2).jpg

Johannes van Damascus

border 51.jpg

Heiligenleven 

De heilige Johannes van Damascus

Johannes van Damascus.jpg

Joh. van Damascus

 

Johannes van Damascus, theoloog en polemist

Johannes van Damascus (of Johannes Damascenus, 676-749) kan wel als de laatste kerkvader worden beschouwd, voordat de Middeleeuwen aanbreken. Zijn omvangrijk oeuvre heeft hier en daar encyclopedische pretenties. Hij zag zichzelf als een origineel denker in de zin dat hij uit de oorspronkelijke bronnen van het christelijke geloof putte. De wat negatieve reputatie van zijn werk louter een encyclopedisch weergave te zijn van wat anderen hebben gedacht, miskent deze betekenis van originaliteit.

Leven

Johannes van Damascus leefde onder de heerschappij van de Omayyaden (651-750), eerst in Damascus en later, vanaf 706, in Palestina, waar hij als monnik leefde , misschien zelfs in het beroemde St. Sabaklooster te Jeruzalem. Als hij niet in dat klooster leefde, dan toch waarschijnlijk in de buurt van Jeruzalem. Damascus was vanaf 651 de hoofdstad van de Omayyaden en de vader van Johannes, die de familienaam Mansoer droeg, werkte zelfs aan het hof van de kalief als financieel raadsman. Het neemt niet weg dat Johannes zelf zeer scherp was over de islam, waar hij waarschijnlijk een grondige kennis van had, in een periode dat de Koran nog maar amper officieel was vastgesteld.
Wie heden ten dage in Damascus komt wordt getroffen door de grote ouderdom van de oude stad, maar vooral door de reusachtige Omayyaden-moskee, een van de oudste bouwwerken van de islam. Deze moskee staat op de plek waar vóór 700 de kerk van Johannes de Doper stond, die zelf weer op de plek was gebouwd van een Romeinse tempel, aan Jupiter gewijd. Het hoofd van Johannes de Doper, oftewel Jahya al-Nabi, wordt als een kostbaar reliek vereerd tot vandaag de dag. Er is geen twijfel aan dat deze reliek uit de kerk afkomstig was. De overname van de kerk door de Omayyaden moet een traumatische ervaring voor de christenen in Damascus zijn geweest, maar opmerkelijk genoeg spreekt Johannes er nergens over. Ook literatuur over Johannes van Damascus gaat zelden op deze kwestie in. Dat Johannes de administratieve post in Damascus verliet om monnik te worden is zeker; wellicht hangt één en ander samen? Inmiddels was ook de taal aan het hof van Grieks naar Arabisch geswitcht.
Behalve monnik is Johannes van Damascus waarschijnlijk ook priester geworden. Hij preekte veel en gloedvol, met als hoogtepunten zijn preken over de maagd Maria ‘op locatie’, namelijk op de Sionsberg in de kerk van de Dormitio, het ontslapen van de moeder Gods.
Zijn werken zijn lastig te dateren en veel aanwijzing voor een chronologie is er niet. Zijn werken over de beeldenverering zullen na 726 zijn geschreven, die over de islam hoeven niet per se uit de vroege periode in Damascus te stammen.
Johannes beschouwt zichzelf als orthodox en als volger van het concilie van Chalcedon, waar Christus als één persoon in twee naturen (goddelijk en menselijk) werd beleden. Dit melkitische christendom volgde het gezag van de Byzantijnse keizer (malka = koning). Johannes richt zich dan ook tegen miafysieten (Christus heeft één natuur) en monotheletisten (dat er slechts één goddelijke wil in Christus is). Hij richt zich fel tegen het dualisme van de manicheeën, maar of die groepering, die we kennen uit Augustinus en uit manichese geschriften zelf zoals de Mani-codex, in de tijd van Johannes van Damascus nog een levende realiteit was, is de vraag.
Johannes bediende zich van drie genres: uiteenzetting van het geloof en verdediging ervan, preken en tenslotte liturgische poëzie. Hij kan gezien worden als representant van het monnikendom in Palestina, hetgeen zijn theologische posities, bijvoorbeeld over het vereren van beelden, groter gezag verlenen. De nabijheid van de heilige plaatsen in Palestina klinkt dan ook door in enkele van zijn werken.

Werken

Het grote werk van Johannes van Damascus, Bron van Wijsheid, valt zelf weer uiteen in drie delen: een filosofisch deel, een deel over de ketterijen en een uiteenzetting van het ware ‘orthodoxe’ geloof.
Het tweede deel, over de ketterijen, is weer een voortzetting van de Medicijnkast (Panarion) van Epifanius van Salamis (4e eeuw). Deze beschouwde elke ketterij als een slang waartegen een tegengif, een medicijn, moest worden gevonden. Toch is het woord ketterij bij Epifanius ietwat verwarrend: hij beschouwt ook Samaritanen, Farizeeërs en allerhande joods-christelijke groeperingen als ‘ketterij’, haeresis. Gaan we nog verder terug, bij de joodse geschiedschrijver Flavius Josefus, dan zien we dat het woord haeresis bij hem gewoon ‘partij’, ‘groepering’, kan betekenen, zoals het Griekse woord hairesis feitelijk ‘keuze’ betekent. Het woord heeft dus duidelijk een ontwikkeling doorgemaakt. Johannes telt maar liefst 100 ketterijen, twintig méér dan Epifanius. Zoals we die bij meerdere kerkvaders terugvinden, was zijn visie op de heilsgeschiedenis dat er sprake was van toenemende afdwaling en versplintering ten opzichte van de ongebroken eenheid van het begin. Historici beargumenteren tegenwoordig – met enig recht – liever het omgekeerde: het Nieuwe Testament was de canonisering van verscheidenheid en hoe meer de kerk in de eeuwen daarna probeert de zaak te consolideren en uniformeren, hoe meer deze verschillen aan het licht treden en dan als ketterij worden gemarginaliseerd, niet altijd met succes overigens.

Johannes van Damascus over de iconenverering

Johannes heeft zich in een kleiner werk expliciet beziggehouden met de kwestie van het iconoclasme, het driedelige apologetische traktaat tegen degenen die de heilige beelden vernietigen. De drie delen lijken eerder drie keer hetzelfde te vertellen dan dat het werkelijk een driedelig betoog betreft. Het is frappant dat deze kwestie van het iconoclasme zich in de kerk aandiende min of meer tegelijkertijd met de opkomst van de islam, die ook uiterst iconoclastisch is, maar precieze verbanden kunnen niet worden aangetoond. De islam lijkt zich vooral tegen het teken van het kruis te hebben gericht, vandaar ook dat de kruisdood van Christus in islamitische bronnen wordt geloochend en dat kruisen op kerken werden verwijderd onder islamitisch bewind. Hoe lag de zaak in het christendom van Johannes? Keizer Leo III verbood rond 700 de icoon van Christus te vereren, maar beeltenissen van de keizer waren ironisch genoeg wel geoorloofd! Johannes pleitte voor de legitimiteit van afbeeldingen en behoort dus tot de zogeheten iconodoelen, vereerders van beelden.
De zaak ligt tot op de dag van vandaag in de oosterse kerken zeer subtiel. Allereerst impliceert het beeldenverbod in de Tien geboden (zie Ex. 20), dat het gaat om gesneden beelden, althans zo kan het verbod worden uitgelegd. Dat zou betekenen dat driedimensionale beelden verboden zijn, maar dat het platte vlak wel mag. God mag echter sowieso nooit worden afgebeeld, anders dan als wolk, vinger of hand. Maar het bijbels beeldenverbod verbiedt ook het afbeelden van alle levende wezens. Het is duidelijk dat zowel Jodendom, christendom als islam hier verschillende interpretaties van laten zien.
Johannes van Damascus ziet in de menswording van God de diepste legitimatie voor het maken van afbeeldingen. Het betreft immers geen afbeeldingen van de onzichtbare God, maar van Christus en de heiligen. Bovendien onderscheidt hij tussen aanbidding en verering. Niets van het geschapene mag worden aanbeden – Origenes zei al dat alles wat zelf bidt, d.i. heel de kosmos, niet kan worden aanbeden – maar beelden mogen wel worden vereerd. Ook kunnen in de bijbel allerhande zaken metaforisch naar God verwijzen: zon, water, licht.
Ook vinden we bij Johannes al de later ook in het Westen vertrouwde gedachte dat afbeeldingen de bijbel van de ongeletterden vormen.
Johannes van Damascus en de Mariaverering
Een andere thematiek waarin Johannes van Damascus een pionier was is de Mariaverering. Hij kan wel de eerste marioloog worden genoemd. Toch was de rol van Maria in het oosters christendom al eeuwen een bron van controverse. We weten immers dat Nestorius weigerde het theotokos, Godbarende, als benaming voor Maria te aanvaarden op het concilie van Efeze in 431. Niet onmogelijk speelden toen al andere zaken mee, die feitelijk altijd rond de Mariaverering zijn blijven zweven: Nestorius vreesde wellicht een vergoddelijking van Maria, waarmee zij als een godin zou worden, waaraan Syrië in die tijd zo rijk was (de godin Cybele, ‘moeder van de goden’). Een curieuze getuige is de Koran die spreekt over een Triniteit bestaande uit God, Jezus en Maria (Soera 5:116), die natuurlijk in alle toonaarden wordt afgewezen. Mogelijk worden hier Marianieten aangeduid die Maria als manifestatie van de Heilige Geest beschouwden.
Inzet van zijn betoog is welk lot Maria heeft ondergaan toen zij ten hemel werd opgenomen. Johannes zegt expliciet dat christenen Maria niet als eeuwig en God beschouwen – dit gericht tegen de pagane godinnencultus –, maar tegelijkertijd verheerlijkt hij Maria die met ziel en lichaam ten hemel is opgenomen en zelfs niet is afgedaald in het dodenrijk zoals Christus.

Johannes van Damascus en de islam

Wij vermoeden dat Johannes een grondige kennis van het Arabisch en de islam bezat, maar goede redenen had om zijn geschrift niet in het Arabisch te publiceren. Zijn familie speelde een belangrijke rol in Damascus: zijn grootvader was financieel gouverneur van Damascus; zijn vader was secretaris van vijf opeenvolgende kaliefen. Het lijkt er op dat de eerste periode van de islamitische Omayyaden in Damascus tolerant en vreedzaam is geweest. Johannes heeft waarschijnlijk zelf ook een rol in de regering gespeeld, voordat hij als monnik naar het klooster van Mar Saba bij Jeruzalem vertrok.
Kalief Yazid II beval in 721 dat de kruisen overal weggebroken moesten worden en de afbeeldingen in de kerk verwijderd. Ook liet deze kalief christelijke pelgrims ter dood brengen alsook christelijke leiders die zich kritisch uitlieten over de islam. Of het vertrek van Johannes naar het klooster te Jeruzalem te maken heeft met spanningen in Damascus tussen moslims en christenen is moeilijk te zeggen, maar is niet onwaarschijnlijk.
In zijn werk Over de ketterijen richt Johannes zich in het slothoofdstuk, de honderdste ketterij, fel tegen de islam. Hij begint al meteen fors: hij ziet de islam als voorloper van de ‘antichrist’. Het duidt erop dat hij de islam niet als een volstrekt andere religie ziet, maar als een nabootsing van het christendom. Ook ziet hij de islam als haeresis (ketterij), een woord dat hij toepast op elke leer die ontkent dat Christus niet werkelijk mens is geworden (Over het orthodoxe geloof IV.26), dus eerder een christelijke ketterij dan een heidense godsdienst. Het feit dat bij al deze benamingen de term ‘moslims’ niet valt, heeft kritische islamologen ertoe gebracht te suggereren dat in deze periode de islam nog geen zelfstandige religie was, maar een (joods-) christelijke groepering met een archaïsche Syrische christologie.
Vervolgens spreekt hij over Ismaëlieten, teruggaand op Ismaël , zoon van Abraham en Hagar, die in Joodse en christelijke bronnen negatiever bejegend worden dan in de bijbel zelf (zie Gen. 21:18, 25:9 en 16). Islamitische bronnen zien Ismaël en Hagar zelfs als dragers van beloften aan Abraham en als stichters van Mekka. Dan gebruikt Johannes nog een betiteling: Saraceen, en hij verbindt er tevens een etymologie aan: ‘Vanuit Sara leeg’ (ek tês Sarras kenous), Sara die Hagar zonder iets heenzond, terwijl een slaaf toch niet ledig heengezonden mag worden.

De Arabische afgoden

Johannes van Damascus beschuldigt de Saracenen, als voorlopers van de moslims, van afgoderij. Dat een periode van afgoderij en onwetendheid (jāhiliyya) aan de islam voorafging is ook de overtuiging van de islam zelf. Het geloof van Ibrahim in Mekka werd later overwoekerd door afgoderij en volgens de traditie door Mohammed hersteld door 360 afgoden bij de Ka’aba te verwoesten. Johannes zegt dus niet met zoveel woorden dat de islam zelf afgoderij is, maar lijkt wel een bedenkelijke voorgeschiedenis te suggereren.
Mohammed zelf heeft volgens Johannes het meeste van christelijke zegslieden overgenomen. Hierbij vallen doorgaans drie namen van ‘ketters’: Arius, Nestorius en Sergius.

Johannes van Damascus en de Koran

Johannes had een gedegen kennis van de Koran. Hij bespreekt bekende passages waar over Gods Woord en Gods Geest wordt gesproken (zoals Sura 3:40 en Sura 66:11). Hij constateert terecht dat de Koran duidelijk de Triniteit en het goddelijk Zoonschap van Jezus verwerpt: ‘Jezus is profeet en een dienaar van God’. De Koran noemt God daarom nooit Vader. Ook citeert Johannes de bekende passage in de Koran waar volgens moslims de kruisdood van Christus wordt ontkend (Sura 4:156-159).
Johannes gaat ook nog op een aantal andere Koranplaatsen in, waarin hij zelfs over kennis van tradities van ná de Koran blijkt te beschikken. Ook is het mogelijk dat in de tijd van Johannes van Damascus de Koran nog niet precies de huidige vorm had, maar uit verschillende geschriften bestond die nog niet waren samengevoegd.

(door Marcel Poorthuis
Uit Lucepedia)

 

 

johannes van Damascus154.jpg

 

johannes van Damascus888.jpg

 

johannes van Damascus658.jpg

 

tekst johannes van Damascus2.jpg

 

tekst bijbel nederlands filippenzen.jpg

 

 

Heiligenleven: Hilarius Paus van Rome

border 0909.gif

Heiligenleven

De heilige Hilarius Paus van Rome

Hilarius Paus77.jpg

De heilige Hilarius, paus van Rome, 461-468. Hij was afkomstig van Sardinië maar in het eerste bericht over hem is hij reeds diaken van Rome en afgezant van de heilige paus Leo de Grote op het concilie van Efese. Toen daar de heilige Flavianus veroordeeld werd, omdat de ketterij van Eutyches gesteund werd door keizer Theodosios Il, vertrok Hilarius onder protest. Hij schreef ook naar Pulcheria de moeder van de keizer, maar deze was machteloos tegenover de raadslieden van haar zoon.
Bij zijn terugkeer werd Hilarius aartsdiaken gewijd, en na de dood van Leo de Grote werd hij tot paus gekozen. Hij bestreed de dwaalleer van Eutyches, Nestorios en Dioskoros in het oosten van het Rijk, en versterkte het pauselijk gezag in het westen. Hij riep in Rome een synode bijeen die de praktijk veroordeelde dat bisschoppen hun eigen opvolger aanwezen.

 heiligenlevens voor elke dag. uitg Orth.klooster Den Haag

 

Hilarius van Rome Paus (2).jpg

heiligenleven : Eucherius van Lyon

border slur.gif

Heiligenleven

De heilige Eucherius van Lyon

eucherius van lyon.jpg

De heilige Eucherius, bisschop van Lyon, het grootste licht van die kerk na de heilige Ireneos. Hij was gehuwd en had twee zonen (die eveneens bisschop geworden zijn), maar na de dood van zijn vrouw werd hij in 422 monnik in het klooster van Lerins, tot hij in 434 tot bisschop werd gekozen van Lyon. De heilige Mamertus schrijft over hem: “Reeds toen hij jong was, onderscheidde hij zich door een opmerkelijke rijpheid van geest. Hij hechtte weinig waarde aan aardse zaken en toonde een heftig verlangen naar de hemel. Hij gedroeg zich van harte deemoedig, hoezeer hij ook boven allen verheven was door zijn vele talenten. Hij bezat een bijzondere geleerdheid, had grote redenaarsgaven en stak uit boven bijna alle bisschoppen van zijn tijd. Ook schreef hij verschillende boeken over de geloofsleer”.
Zijn brieven waren kort maar vol betekenis wat betreft de christelijke leer. Zij laten zich gemakkelijk lezen maar bevatten uiterst waardevolle onderrichtingen. Ze zijn in elk opzicht de moeite waard om te lezen en te bestuderen. Dat was het oordeel van Salvianus, een belangrijke tijdgenoot. Eucherius nam deel aan verschillende concilies, en hij is gestorven rond 450.

heiligenlevens voor elke dag. uitg.orth.klooster Den Haag

heiligenleven: de profeet Jeremias

border tttt.gif

Heiligenleven

De heilige profeet Jeremias

jeremias profeet1.jpg

De profeet Jeremias

De heilige profeet Jeremia, een van de vier Grote Profeten. Hij was de zoon van de priester Chelkia uit Anatoth, geboren rond 650 vóór Christus, en profeteerde tijdens de regering van koning Josia en zijn opvolgers.
Tegen koning Jojakim profeteerde hij dat deze na zijn dood zou worden weggeworpen als een ezelsbegrafenis; daarom werd hij in de gevangenis geworpen, opdat het hem onmogelijk zou zijn om nog te schrijven. Maar toen dicteerde Jeremia zijn profetieën door de tralies heen aan Baruch, die ze optekende.

Lees verder “heiligenleven: de profeet Jeremias”

heiligenleven: Johannes de zwijger (Silentiarius)

border 05478.jpg

Heiligenleven 

Heilige Johannes de zwijgzame (silentiarius)

Johannes silentiarius.jpg

Johannes de zwijgzame

De heilige Joannes de zwijgzame, geboren te Nikopolis in Armenië op 8 januari 454 in een aanzienlijke familie. Toen hij 18 jaar was, stierven zijn ouders. Hij deed afstand van zijn bezit ten bate van zijn broeders, en betrok met een tiental vrienden een kluis in de wildernis. Na 10 jaar werd hij bisschop gewijd van Colonia bij Sebaste, maar het leven werd hem daar onmogelijk gemaakt door de vijandig gezinde gouverneur, die de man van zijn zuster was. Ondanks steun van de keizer verliet Joannes zijn zetel en werd monnik in de laura van de heilige Sabbas.

Lees verder “heiligenleven: Johannes de zwijger (Silentiarius)”

Heiligenleven

border slso.gif

Heiligenleven

 

De heilige Innocent van Alaska

 

innocent van Alaska5.jpg

 

De heilige Innocentios van Alaska werd geboren als Joan Popov, zoon van de koster van de kerk van de heilige Profeet Elia, in het gewest lrkoetsk. Zijn ziekelijke vader leerde hem lezen toen de jongen pas 5 jaar oud was, en stierf kort daarna, 40 jaar oud. Zijn weduwe bleef achter met vier kinderen, in behoeftige omstandigheden. Joan kwam toen in huis bij zijn oom de diaken. De begaafde jongen was nog geen zeven jaar toen hij tijdens de heilige Liturgie de Apostel mocht lezen met zulk een heldere stem en zo vol begrip dat ieder erdoor ontroerd was. Bemoedigd door deze algemene sympathie, poogde zijn moeder de opengevallen post van koster door hem over te laten nemen, zodat ze tenminste een geregend inkomen zouden hebben, maar dit werd geweigerd. Wel werd Joan toen hij 9 jaar oud was, naar het theologisch seminarie van lrkoetsk gezonden.
In datzelfde jaar kwam ook zijn oom, die intussen zijn vrouw verloren had, als monnikpriester naar lrkoetsk en was zo in staat om met Joan, op wie hij bijzonder gesteld was, in contact te blijven.
Op het seminarie was Joan weldra de beste van zijn klas. Hij was groot, goedgebouwd en had een knap uiterlijk, maar hij was een echt studiehoofd, ernstig en vroegrijp, zodat hij geen grote populariteit genoot onder zijn klasgenoten. Met zijn schoolwerk was hij altijd vlug klaar en zijn vrije tijd bracht hij het liefst door in de werkplaats van zijn oom, vader David. De verschillende soorten handwerk die hij daar leerde, zouden hem in de toekomst goed van pas komen, maar wierpen nu reeds hun vruchten af.
Met als gereedschap slechts een mes en een priem bouwde hij, volgens een antieke beschrijving, een goed werkend wateruurwerk uit hout en berkenschors. Dit oogstte algemene bewondering, temeer daar er in die tijd in Siberië nauwelijks een uurwerk te vinden was. En toen hij voor al zijn kameraden een eenvoudige zakzonnewijzer sneed, begonnen ze hem toch wel met heel andere ogen te beschouwen.
In die tijd besloot de bisschop een uurwerk te laten bouwen voor de klokkentoren van zijn kathedraal, en hij liet een vakman komen uit West-Rusland. Daar moest Joan natuurlijk bij zijn en hij was al spoedig de gewaardeerde assistent van de klokkenmaker bij het snijden van de grote tandraderen, omdat hij zo handig en nauwkeurig werkte. De bisschop vond dat hij er te veel tijd aan besteedde en meende dat het ten koste van zijn studie zou gaan, maar Joan bleef onveranderd de eerste van zijn klas.
Toen hij 20 jaar werd, moest hij een verreikende beslissing nemen, namelijk kiezen tussen trouwen of doorgaan met zijn studie. Hij koos het huwelijk en daardoor kwam er een wending in zijn leven. In 1818 kwam er uit Moskou een verzoek aan de bisschop om twee begaafde studenten naar de theologische academie te zenden. De bisschop stelde alles in het werk om Joan daarvoor te bestemmen, maar omdat hij aan de overkant van de door de dooi hevig gezwollen rivier woonde, waarop geen verkeer mogelijk was, kon hij hem niet bereiken, en Joan trad in alle gemoedsrust in het huwelijk met zijn uitverkorene, daarbij zijn theologen-loopbaan afsnijdend.
Hij kwam nu als diaken in een kerk van lrkoetsk, rondde zijn studie aan het seminarie af, en werd leraar aan de parochieschool. In 1821 werd hij priester gewijd. Hij won de liefde en de hoogachting van zijn parochianen door zijn goedheid, zijn grote ijver in het herderlijk werk, en de kalmte die er van hem uitging bij het vieren van de heilige diensten. Zijn verblijf daar zou echter maar twee jaar duren.
In 1823 werd het diocees lrkoetsk gevraagd een priester te leveren voor het missiewerk op het eiland Unalaska, een van de Aleoeten, waar de meeste inwoners reeds christen waren. Niemand voelde er echter iets voor om op zulk een plaats aan het einde der wereld te gaan werken, ook Joan niet. Toen ontmoette hij een Rus die daar 40 jaar had gewerkt en die nu in zijn vaderstad terugkwam.
Deze sprak met zoveel warmte over de eilanders, over de vurigheid waarmee zij zich wijdden aan het gebed en het grote verlangen dat zij toonden naar het woord van God, dat vader Joan in zijn hart werd geraakt. Hij vertelt: ‘Plotseling voelde ik me in brand staan van verlangen om zulke mensen te dienen. Ik kon bijna niet wachten om de bisschop op de hoogte te stellen van mijn voornemen daarheen te gaan. Hij scheen erdoor verrast en zei alleen maar “We zullen zien”.’
Het is begrijpelijk dat de bisschop niet graag zo’n uitstekende priester kwijt wilde en hij liet de zaak dan ook een beetje betijen. Maar toen hij zag dat de jonge priester vastbesloten bleef, gaf hij zijn zegen en benoemde hij hem tot missionaris voor het gebied Unalaska. Met vrouw, zoontje, schoonmoeder en broer begaf hij zich op weg, en aan de Lena scheepten zij zich in op een vrachtschuit, die hen 2000 km meenam, naar het Noord-Oosten tot Yakoetsk, waar de rivier ombuigt naar het Noorden. Te paard trok de kleine groep nu verder, nog 1000 km naar het Oosten, door moerassen waar geen weg te bekennen viel, geteisterd door dichte zwermen muskieten, terwijl de paarden vaak met veel moeite losgetrokken moesten worden uit onzichtbare modderkuilen waarin ze waren vastgeraakt. Het was een eindeloze reis, maar eindelijk bespeurden zij de frisse zeewind, die ook het gedreun van de golven tegen de steile rotskust meevoerde, en de masten van de schepen wezen hun de weg naar het voorlopige reisdoel, de haven Ochotsk. Na een rustpauze om weer wat op krachten te komen, scheepten zij zich in, en 14 maanden na hun vertrek uit lrkoetsk kwamen zij op Unalaska aan: Vader Joan als eerste vaste priester van dat gebied.

Zijn eerste werk was om een grote kerk te bouwen en de Aleoeten zagen vol bewondering hoe handig hun nieuwe herder zich daarbij weerde en het gaf hun ook vertrouwen in zijn ander onderricht. Tegelijk was het zijn voornaamste taak om de taal en de verschillende dialecten te leren, waarvoor hij een bijzondere aanleg toonde. Reeds spoedig begon hij met het ontwerpen van een eigen alfabet voor de bijzondere klanken van deze taal. De volgende stap was het schrijven van een grammatica en dan het vertalen van de Heilige Schrift en de liturgische boeken. Maar hij vertaalde ook technische handboeken en schoolboeken en schreef ook zelf allerlei artikelen en boeken.
Terwijl dit reeds een levenstaak betekende, moest hij ook nog het hem toevertrouwde gebied bezoeken, dat verspreid lag over talloze afzonderlijke eilanden. Die reizen moest hij volbrengen in de bekrompen ruimte van de daar gebruikte eskimo-kajaks, ten prooi aan een buitengewoon ruw klimaat van onophoudelijke stormen en mist. De beste jaren kennen ternauwernood 50 dagen mooi weer!
Vader Joan heeft merkwaardige belevenissen verteld die hem overkwamen. Toen hij zo voor het eerst het eiland Akun naderde, zag hij tot zijn verbazing de inwoners van het dorp in feestgewaad aan het strand staan om hem te ontvangen. Ze zeiden dat hun sjamaan hun gezegd had dat vader Joan op die dag zou komen om hun over God te leren spreken en te leren bidden. Daarbij had hij ook zijn uiterlijk beschreven, terwijl hij hem nooit gezien had. Deze sjamaan was eens door een rondtrekkende missionaris gedoopt en sindsdien had hij dagelijks verschijningen van twee engelen die hem in de voornaamste waarheden van het geloof onderrichtten en samen met hem baden. Hij beschreef ze als twee mannen, onzichtbaar voor anderen, maar die eruit zagen als de engelen op onze iconen. Dertig jaar hadden deze verschijningen reeds geduurd en zij hadden ook bemiddeld bij wonderbare genezingen en het volk voorbereid op het volle christendom.
Vader Joan was een begaafd schrijver. Zijn beroemde preek ‘Over de weg naar het Godsrijk’, zijn ‘Catechismus’ en zijn ‘Geschiedenis van Christus’ kerk’ zijn niet slechts in het Russisch maar ook in het Frans en Engels vertaald. Daarna schreef hij een uitgebreid wetenschappelijk werk over het volk, de geografie, het klimaat, de grondstoffen en ertsen, de planten en dieren, en de nationale volksgebruiken, met statistische waarnemingen. Hij had een hoge achting voor de mensen onder wie hij werkte en hij beschouwde hen meer als zijn leermeesters dan als zijn leerlingen.
Voor het welzijn van zijn eigen gezin en van zichzelf toonde hij niet zo grote haast, er was immers zoveel dringender werk. De eerste drie jaar leefden ze in een kelder, totdat het houten huis klaar was dat hij eigenhandig bouwde, tot en met de klok. Hij was altijd bezig iets te maken, of hij gaf les aan zijn kinderen. Of hij maakte grote wandelingen met hen om ze de natuur te leren kennen.
Toen hij dit leven tien jaar geleid had, werd hij overgeplaatst naar het eigenlijke Alaska, het dorp Nieuw-Archangelsk. Zij kwamen daar aan in 1834, midden in een pokkenepidemie die 10.000 slachtoffers eiste, meer dan de helft van de bevolking van Zuid-Alaska. Vader Joan kende reeds iets van de Tlingit-taal en wist langzamerhand de bewoners over te halen zich te laten inenten. Toen hem dit lukte, kwam er een eind aan de epidemie, wat zijn gezag ten zeerste versterkte.
Om geld voor zijn missie te verdienen, richtte vader Joan een constructiewerkplaats op; de bevolking daar had talent voor mechanisch werk. Er werden onder andere draaiorgels gemaakt, die uitgevoerd werden naar de Spaans georiënteerde delen van Californië. Zo won hij steeds meer het vertrouwen en na enkele jaren kwamen er steeds meer bekeerlingen uit vrije wil en volle overtuiging.
Het werd nu nodig het werk te consolideren. Daarom werd de moeizame reis naar Rusland ondernomen, die nog steeds 8 maanden duurde. Hij ging naar St-Petersburg om zijn missie bekend te maken en om priesters te vragen. Hij boekte resultaat: er werd een belangrijk bedrag bijeengebracht, zijn boeken werden gedrukt en hij zou helpers krijgen. Zijn vrouw, wier gezondheid geleden had, had hij met vijf kinderen in lrkoetsk achtergelaten. In 1839 kwam het bericht dat zij gestorven was. Vader Joan wist eerst van verdriet niet wat hij zou doen, maar later aanvaardde hij de raad zich monnik te laten wijden; hij ontving toen de naam lnnokenti, naar de grote heilige bisschop van lrkoetsk. Het was nu een logische stap dat hij bisschop werd gewijd van het nieuwe missiegebied. Dit gebeurde in december 1840. Een maand later was hij op weg naar zijn bisdom, waar hij eind september aankwam.
Drie jaar was hij afwezig geweest, er wachtte hem een enorme hoeveelheid arbeid. Weer was hij actief betrokken in de bouw van kerken en scholen en een weeshuis. Tegelijk moest hij visitatiereizen maken in zijn uitgestrekt diocees, dat drie maanden vroeg om er doorheen te trekken. En dan moest er weer gewacht worden tot in de winter de toendra’s voldoende bevroren waren om erover te kunnen reizen. In 1842 bezocht hij de noordelijke streken, samen met een door hem gewijde inlandse priester, een reis van 5000 km in open sleden, waarbij de temperatuur vaak beneden -40 kwam, soms zelfs tijdens een storm -65! Er stonden wel blokhutten voor reizigers op onderlinge afstanden van 50 km, maar tijdens zulk een sneeuwstorm waren deze onbereikbaar en moest er geschuild worden in een gat in de sneeuw.
Overal stichtte hij scholen, boeken werden met duizenden verspreid, en tenslotte bleken deze ‘achterlijke inboorlingen’ een hogere graad van alfabetisatie te hebben dan de Russen in het moederland.
ln 1848 werd lnnokenti benoemd tot aartsbisschop van Yakoetsk. Zijn werkterrein omvatte heel Kamsjatka en Alaska. Steeds nieuwe talen leidden tot telkens weer nieuwe vertalingen van de heilige boeken. Hij celebreerde zelf in het yakoet, wat tot uitbundige vreugde bij de bevolking leidde. Nadat hij in 1857 aan de bisschopsvergadering in Petersburg had deelgenomen, reisde hij op de Amoer langs weer een nieuw onontgonnen gebied. Bij elke huizenverzameling liet hij aanleggen om te preken voor wie er maar waren, en om de verschillende noden van de mensen aan te horen. Hij raakte zo op hen gesteld dat hij er bleef wonen, en in 1862 installeerde hij zich in Blagovjestsjensk.
Langzamerhand begint de leeftijd zich te doen gelden, hij is nu 65 jaar. Hij raakt vermoeid en zijn ogen worden slecht. Er is een jongere, energiekere bisschop nodig en hij zendt een aanvraag om in de rust te mogen gaan naar de heilige Synode. Maar intussen is in 1867 de beroemde metropoliet Filaret van Moskou gestorven en de synode is eenstemmig van mening dat aartsbisschop lnnokenti het meest aangewezen is om hem op te volgen.
Met een bezwaard hart begeeft hij zich naar Moskou. Zijn reis door Siberië werd een ware triomftocht, van alle kanten stroomden de mensen toe om nog één keer hun geliefde bisschop te begroeten. In de avond van 25 mei 1868 begonnen in Moskou de klokken te luiden om de leider van de Russische kerk te begroeten.
En de 72-jarige grijsaard, uitgeput, ziek, bijna blind, na een onvoorstelbaar werkzaam leven, die eindelijk wat tot rust dacht te kunnen komen, wordt opnieuw voor een onmetelijke taak gesteld. En in gehoorzaamheid aan die opdracht van God en met gelovig vertrouwen op Zijn hulp, ontplooit hij opnieuw de enthousiaste werkkracht die zo karakteristiek voor hem is. Hij reorganiseert de Russische kerk. Het schoolsysteem wordt verbeterd. Er ontstaan nieuwe organisaties van bijstand voor weduwen en wezen en andere behoeftigen. De ziekenhuizen en asiels krijgen een betere inrichting, de bureaucratie wordt ingedamd, de behandeling wordt menselijker. De orthodoxe missie-organisatie wordt tot nieuw leven gebracht.
Dit alles weet hij tot stand te brengen in de negen jaren die hem nog resten. ln de vastentijd van 1879 voelt hij zijn einde naderen. Hij is 81 jaar oud, en 58 jaar daarvan hebben onafgebroken in dienst van de kerk van Christus gestaan. Op Goede Vrijdag vraagt hij zijn cellenmonnik om de gebeden van het stervensuur over hem te lezen. En op 31 maart, in de vroege ochtend van de Grote Zaterdag, gaat hij over naar het eeuwige Pascha.

 

 

innocent van alaska2.jpg

 

innocent van alaska4.jpg

 

innocentius van Alaska.jpg

 

titus-1.jpg

 

heilige Dunstan aartsbisschop van Canterbury

border 7gE.jpg

Heiligenleven

De heilige Dunstan, Aartsbisschop van Canterbury

Dunstan2.jpg

De heilige Dunstan, aartsbisschop van Canterbury. Hij was geboren in de buurt van deze stad in 909, en werd als jongen naar de beroemde abdij van Glastonbury gestuurd voor zijn opvoeding. Daar werd hij aangetast door hersenvliesontsteking, en hij was zo’n rumoerige patient dat hij niet op de slaapzaal gehandhaafd kon worden. Daarom werd hij toevertrouwd aan een zorgzame vrouw om hem te verplegen. Op een nacht sprong hij schreeuwend uit zijn bed en vloog de torentrap op tot hij uitkwam op het dak van de kerk, waar hij gezien werd, wankelend op de scherpe nok. Maar hij kwam heelhuids beneden en ging in de kerk, waar hij uitgeput in slaap viel. Men liet hem maar liggen en de volgende dag kwam hij geheel verkwikt wakker, zonder herinnering aan wat hij die nacht had gedaan.

Lees verder “heilige Dunstan aartsbisschop van Canterbury”

heilige Pulcheria

border 54.jpg

Heiligenleven

De heilige Pulcheria

Markianos en Pulcheria.jpg

Heilige Pulcheria (rechts)

De heilige keizerin Pulcheria. Het bestuur werd in haar handen gelegd in 414, toen zij nog slechts 16 jaar oud was. Maar zij was zeer begaafd en bezat een grote geestkracht: een ware erfgenaam van de grote keizer Theodosios. Zij moest waarnemen voor haar 13-jarige broer, de eveneens heilige Theodosios (zie 29 juli).

Lees verder “heilige Pulcheria”

heilige Theodora van Alexandrië

border ppppp.gif

Heiligenleven

De heilige Theodora van Alexandrië

Theodora van Alexandrie.jpg

De heilige Theodora van Alexandrië, boetelinge 5e eeuw. Zij was de vrouw van de prefect van Egypte, en tijdens zijn afwezigheid was zij in zonde gevallen. Door een diepe schaamte bevangen, durfde zij haar man niet meer onder ogen komen. Zij pakte wat oude mannenkleren en liep weg, steeds verder weg, tot zij in de Thebaïde-woestijn volkomen uitgeput in een klooster opgenomen werd. Zij bleef daar en vroeg als monnik te mogen intreden. Zij werd aanvaard in de veronderstelling dat men met een eunuch van het hof te doen had, wat in die dagen wel vaker voorkwam. Van 10 vrouwen is het bekend dat zij als man in een mannenklooster hebben geleefd en juist daardoor de heiligheid hebben verworven. Theodora leefde zo 17 jaar, van 474 tot 491. Zij legde een grote ijver aan de dag, nam steeds het moeilijkste en het laagste werk op zich, en bracht hele nachten door in gebed, wenend om haar zonde, en werd zo een voorbeeld voor de anderen.
Vele jaren na haar intrede werd zij met enkele kamelen naar Alexandrië gezonden, waarbij zij enkele zaken moest afleveren aan het huis van de prefect. Tot haar ontsteltenis herkende deze zijn diepbetreurde vrouw in de armzalige kameeldrijver. Zij liet zich echter niet overhalen om tot haar vroeger leven terug te keren. Zij had nu de geloften afgelegd en wilde daaraan tenminste trouw blijven. Zo keerde zij naar de woestijn terug. Eerst toen zij stervende was, verhaalde zij de werkelijkheid over zichzelf en vroeg een boodschap te sturen aan haar man. Hij kwam ogenblikkelijk, maar Theodora was reeds gestorven, en hij kon slechts haar begrafenis bijwonen.
Enkele spreuken zijn uit haar mond overgeleverd. Zo vertelde zij over een broeder die zich beroerd en koortsig voelde en bij zichzelf dacht: “Ik ben veel te ziek om te bidden”. Maar na een tijdje kwam de gedachte: “Ik kan maar éénmaal doodgaan”. Toen kwam hij uit zijn bed en begon het officie te bidden. Toen hij dit klaar had, was de koorts verdwenen.
En over een kluizenaar die zei: “lk word hier van alle kanten omringd door alle mogelijke bekoringen. Dat is niet uit te houden, ik moet ergens anders heen”. Hij ging dus uit zijn cel en trok zijn sandalen aan. Toen zag hij zichzelf naast zich staan, die ook sandalen aandeed en zei: “Waar je ook heen gaat, daar ben ik ook”.
En tegen een volgeling van Valentinianos, die geweldige kritiek had op de wet, want het Evangelie heeft ons vrijgemaakt van alle dwang. Theodora zei toen: “De Wet die het lichaam bedwingt schenkt dat lichaam terug aan zijn Schepper”.
En over het vasten, het nachtwaken en de eenzaamheid: “De duivel eet noch drinkt, slaap is hem onbekend, de eenzaamheid is zijn geliefkoosde verblijfplaats. Maar hij vlucht voor de deemoed.”

Bron : heiligenlevens voor elke dag .Orth.Klooster Den Haag

 

1-johannes-4-16.jpg

1-johannes-4-18.jpg

1-petrus-1-15-16.jpg

Xenia van St.Petersburg

border !ei!.gif

Heiligenleven

De heilige Xenia van St. Petersburg

xenia_of_st_petersburg.jpg

De heilige Xenia van Sint Petersburg (Leningrad) was gehuwd met een briljante kolonel van het Russische leger, verbonden aan het hofkoor. Zij leidde het op plezier gerichte mondaine leven van de aristocratie in de hoofdstad. Toen zij 26 jaar was, stierf plotseling haar man en Xenia kwam met een schok tot het bewustzijn van de vergankelijkheid van het aards geluk. Dit bewustzijn veranderde haar leven totaal.
Zij wilde zich nu geheel aan de dienst van God wijden, maar deed ook dit op de meest radicale manier door de ascese van het Dwaas zijn om Christus op zich te nemen, een manier die aansloot bij haar gevoelens van totaal verlies en van rouw.
Zij begon met het wegschenken van haar bezittingen aan de armen en trok het uniform van haar man aan. Zo probeerde ze zijn persoonlijkheid in stand te houden en zij liet zich ook noemen met zijn naam. Maar weldra was zij nog slechts in lompen gehuld. Blootsvoets zwierf zij door de straten van het armenkwartier, ook in de winter, en zonder onderdak. Wanneer iemand haar geld gaf, deelde zij dat ogenblikkelijk uit aan de bedelaars. Zij at slechts af en toe, wanneer zij bij kennissen was uitgenodigd. ‘s Nachts ging zij buiten de stad en bleef in het open veld knielend bidden tot zonsopgang.
Oplettende gelovigen kwamen langzamerhand tot het inzicht dat er zich een heilige in hun midden bevond. Haar raadselachtige woorden hadden vaak een diepe zin, en soms bleek zij nog toekomstige gebeurtenissen te hebben voorspeld. Ook bracht zij merkbare zegen waar zij kwam. Zelfs op stoffelijk gebied. Winkels of koetsiers deden goede zaken wanneer zij er was geweest. Zieke kinderen die zij kuste herwonnen snel hun gezondheid. Zo veranderde in de loop der jaren het medelijden dat men voor haar voelde in een algemene verering, en men zag haar als de beschermengel van de stad. Nadat zij 45 jaar dit onmenselijk zware leven had geleid, ontsliep Xenia in de Heer in de ouderdom van 71 jaar, rond het jaar 1800.
Haar graf werd vanaf het begin bezocht en werd in steeds sterker mate een bedevaartsplaats waar wonderen, genezingen voorspellingen en verschijningen nog steeds voortduren. Over haar graf werd een kerkje gebouwd dat nu midden in een van de grote kerkhoven (met de naam: Smolensk) van St.-Petersburg staat. Door de Sovjets werd dit gesloten en bouwvallig verklaard. Toen de gelovigen toch bleven komen werd er een grote schutting omheen geplaatst, maar de spleten daarvan dienden als bevestiging voor de briefjes met gebeds-intenties, die de mensen daar kwamen brengen. De eigenlijke kerk van de begraaf-plaats herbergt een vurige gemeente die zeer actief aan de kerkelijke getijden deelneemt.
In het kader van de duizendjarige viering van de Doop van Rusland, is het grafkerkje vrijgegeven, en je geheel gerestaureerd. Haar officiële heiligverklaring vond plaats tijdens de grote millennium-herdenking in de zomer van 1988.
Op haar graf is nog het oorspronkelijk inschrift te lezen: In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hier rust het lichaam van de dienaresse Gods, Xenia Grigorievna, echtgenote van de keizerlijke koorzanger Kolonel Andrei Theodorowitsj Petrov. Zij werd weduwe op de leeftijd van 226 jaar; was een pelgrim gedurende 45 jaar, en zij leefde in het geheel 71jaar. Zij stond bekend onder de naam Andrei Theodorowitsj. Laat ieder die mij gekend heeft bidden voor mijn ziel opdat uw eigen ziel moge worden gered. Amen

bron : heiligenlevens voor elke dag. uitg Orth.klooster Den Haag

 

tekst ambrosius van Optina.jpg

1-Petrus-3-18.jpg

1-korintiers-13-3.jpg

Oswald Koning heilige

Orthodox-sign-by-Rones.png

Heiligenleven

De heilige Oswald , prins uit het heidense Noord Engeland

oswald koning.jpg

De heilige Oswald, geboren in 605, was een prins uit het heidense Noord- Engeland, maar had 17 jaar als balling geleefd onder de reeds gechristianiseerde Schotten. Met een kleine legergroep keerde hij toen terug naar zijn onderdrukt vaderland. Op de grens richtte hij een groot houten Kruis op en hij nodigde zijn legeraanvoerders uit neer te knielen om de zege af te smeken tegen een overmachtige vijand. In de nacht had hij een visioen van de heilige Columbanus, de krijgshaftige overste van Iona, die 36 jaar tevoren overleden was. Hij verscheen in stralende schoonheid, strekte zijn luisterrijke mantel uit over de schamele troepen der ballingen en beloofde zijn bescherming. Toen Oswald zijn droom vertelde, beloofden de anderen zich te laten dopen wanneer zij de overwinning zouden behalen.
Met hernieuwde moed stortten zij zich die morgen op de grote menigte der tegenstanders, die onaantastbaar schenen na een serie van 40 achtereenvolgende overwinningen, en brachten hun een beslissende nederlaag toe. Dit was het uitgangspunt van de kerstening van Northumbrië en alle noordelijke staten, die elkander steeds vijandig waren geweest, maar onder koning Oswald tot een hechte natie werden samengebundeld.
Oswald deed een beroep op Iona en dit zond zijn vurigste monniken, onder wie de heilige Aidan, met wie hij een bijzondere vriendschap sloot, om het nieuwe gebied te missioneren. Maar hij spande zelf ook al zijn krachten in om zichzelf te vormen tot het ideaal van een christen-vorst. Hij besteedde een belangrijk deel van zijn tijd aan het gebed, schonk rijkelijk van zijn goederen aan de armen en behoeftigen met wie hij een liefdevol contact onderhield. Zelf vertaalde hij de preken van de Ierse bisschop Aidan voor zijn edelen, zolang deze het Angelsaksisch niet machtig was. Het was juist deze innige vriendschap tussen deze heilige bisschop en de koning, die zulk een weldoende invloed uitoefende op alle gebieden van het leven.
Toen de vijanden opnieuw het land binnenvielen, kwam Oswald om in de slag, 38 jaar oud, in de bloei van zijn leven, in het jaar 642. Zijn lijk werd geschonden maar na een jaar door zijn broeder Oswy veroverd en naar de abdij van Lindisfarne gebracht, waar het door zijn heilige vriend Aidan werd opgewacht. De oprechte toewijding van deze koning, zijn edelmoedigheid en vurige vroomheid maakten dat hij reeds spoedig als heilige werd vereerd en aangeroepen. Zijn verering verbreidde zich tot in Midden-Europa, vooral in Zuid- Duitsland en Noord-Italië, onder andere door de Schotse monniken die hun missietochten tot deze gebieden uitstrekten. Vooral de plattelandsbevolking eert hem, als de patroon van de maaiers en veehoeders. Hij wordt ook herdacht op 9 augustus.

 

oswald 21.jpg

tekst ppqq.jpg

tekst  Paisios.jpg

tekst bijbel nederlands Lucas8,16.jpg

heilige Oswin

border kruisje.gif

Heiligenleven

De heilige Oswin, koning van de Deirans in Northumbrie

oswin14.jpg

de heilige Oswin

De heilige Oswin, koning van de Deirans in Northumbrie. Hij was een aantrekkelijke persoonlijkheid, zowel van uiterlijk als van innerlijk. Zachtmoedig en zorgzaam voor allen die zijn hulp vroegen. Hij was zo toegankelijk, hoffelijk en edelmoedig dat er bijna getwist werd om de eer aan zijn hof te mogen dienen.
In de jaren van zijn ballingschap onder de Saksen was hij christen geworden, en hij was zeer bevriend met de heilige bisschop van Lindisfarne, Aidan, afkomstig van Iona. Aidan volbracht al zijn missietochten te voet, maar Oswin schonk hem zijn beste paard zodat hij tenminste droogvoets de vele rivieren kon oversteken. Terwijl Aidan zo gebruik maakte van het rijk getuigde rijdier, ontmoette hij een arme boer die bij hem zijn nood klaagde. Zonder aarzelen gaf de bisschop hem het kostbaar geschenk in handen.
Toen hij daarna weer eens bij Oswin op bezoek was, vroeg deze hem waarom hij zijn gave zo van de hand had gedaan. Aidan vroeg hem verbaasd: ‘Maar koning, is de zoon van een merrie dan meer waard dan een kind van God?’ Terwijl Oswin zich bij het vuur stond te warmen vóór hij aan tafel ging, dacht hij over deze woorden na. Plotseling deed hij zijn zwaard af, knielde neer voor de voeten van Aidan en vroeg vergeving, terwijl hij zei: ‘Nooit zal ik meer spijt hebben over iets van mij dat aan Gods kinderen gegeven wordt’.
Vol vreugde zat de koning daarna aan tafel, maar de gezellen van Aidan zagen hoe er tranen vloeiden langs zijn gegroefde wangen. Een van hen vroeg in het Keltisch, dat de koning niet verstond, waarom hij treurig was. ‘Omdat ik zie dat zulk een edele koning niet lang zal leven: zijn oproerig volk is hem niet waard’. Het duurde ook niet lang of Oswin werd door de huurmoordenaars van zijn rivaal gedood, in 651.
heiligenlevens voor elke dag – Uitg.orth.klooster Den Haag

 

Poimen 1.jpg

orthodox is a life you live.jpg

photo_original_96.jpg

heiligenleven : de heilige Afra

border 11SS.gif

Heiligenleven

De heilige Afra van Augsburg

afra von Augsburg.jpg

heilige Afra

De heilige Afra was een publieke vrouw in Augsburg die daar leefde in het begin van de 4e eeuw. De heilige Narcissus, bisschop van Gerona in Spanje ( zie 18 maart ), waar hij verdreven was door de vervolging van Diokletiaan, kwam tot in Augsburg en vond onderdak in het huis van Afra. Zij en haar moeder kwamen zozeer onder de indruk van zijn innerlijk leven dat zij zich bekeerden en zich door hem lieten dopen. 

Na een tijd van vrede, waarin de bisschop en zijn diaken naar Gerona terugkeerden, brak in Rhetia de vervolging uit. Afra, die nu als christin bekend stond, werd voor de rechter geleid. De oude akten vermelden de volgende dialoog:
Rechter Gaius: “Offer aan de goden, het is beter voor je om te leven dan de folterdood te sterven”.
Afra antwoordde: “Ik heb al voldoende in mijn onwetendheid gezondigd dan dat ik er mij nog die, welke u van mij vraagt, aan zou toevoegen”.
Rechter: “Ga naar het Kapitool en offer.”
Afra: “Christus is mijn Kapitool, Hem houd ik steeds voor ogen, Hem belijd ik dagelijks mijn misstappen, aan Hem bied ik mijzelf aan als een vrijwillig offer.”
Rechter: “Ik hoor dat je een slechte vrouw bent. Offer dus, want je hebt geen deel aan de God der christenen.”
Afra: “Mijn Heer Jezus Christus heeft gezegd dat Hij uit de hemel is neergedaald omwille van zondaars.”
Rechter: “Offer, dan krijg je weer minnaars en geld op zak.”
Afra: “Nooit meer zal ik zulk smerig geld aannemen. Het geld dat ik had heb ik als vuilnis weggegooid.”
Rechter: “Je kunt geen christen zijn, je bent een slechte vrouw.”
Afra: “Mijn enig recht op de naam christen is dat God barmhartig is.”

Rechter: “Hoe kun je nu weten dat Christus je aanvaardt?”
Afra: “Doordat Hij toestaat Hem te belijden voor uw rechterstoel.”
Rechter: “Dat zijn toch allemaal maar verhaaltjes. Vooruit, offer!”
Afra: “Christus is mijn verlossing: toen Hij aan het Kruis hing, heeft Hij het paradijs beloofd aan de rover die Hem beleed.”
Rechter: “Houd me niet zolang op met je praatjes, houd op met die dwaasheid en offer, anders laat ik je folteren en levend verbranden.”
Afra: “Laat dit lichaam, dat zo gezondigd heeft, maar lijden.”
Toen velde de rechter zijn vonnis. De beulen grepen haar en sleepten haar naar een eiland in de Lech, rukten haar de kleren van het lijf en bonden haar vast aan de paal van de brandstapel. Toen sloeg zij haar ogen naar de hemel en bad wenend: “Heer Jezus Christus, almachtige God, Gij zijt toch gekomen om de zondaars te roepen en niet de rechtvaardigen, om ze te bekeren. Aanvaard nu de boete voor mijn hartstocht, en red mij door dit tijdelijke vuur dat mijn lichaam moet verteren, van het eeuwige vuur dat zowel het lichaam als de ziel verbrandt.”
En uit het vuur kwam nog steeds haar stem: “lk dank U, Heer Jezus Christus”. En zo gaf zij de geest, in het jaar 304.

uitg. orthodox klooster Den Haag – met toelating

Afra heilige.jpg

afra - graf in augsburg crypte van de St Ulrich.jpg

Haar graf in de crypte van st.Ulrich in Augsburg

afra12.jpg

Haar marteling

 

border martelaarschap.gif

tekst bijbel engels  Romans.jpg

de heilige Markianos en zijn vrouw Pulcheria

border 9ht.gif

Heiligenleven

De heilige Markianos met zijn vrouw Pulcheria

 

Markianos en Pulcheria.jpg

De heilige Markianos met zijn vrouw Pulcheria, de zuster van Theodosios de Jongere die in 438 de relieken van de heilige Johannes Chrysostomos met grote praal naar Constantinopel had teruggebracht. Ook Pulcheria had bij de kist vergeving gevraagd voor de misdaad van hun ouders. Markianos regeerde als keizer van het byzantijnse rijk van, 450 tot 457. In 451 vond het 4e oecumenische concilie plaats te Chalcedon, waar de ketterij van Eutyches veroordeeld werd (zie 16 juli).
Pulcheria was na de dood van de zwakke Theodosios de erfgename van de troon. Zij had van jongsaf de gelofte afgelegd als maagd te leven, maar omdat ze inzag dat de grote problemen van het rijk een sterke bestuurder nodig maakten, trad ze in het huwelijk met Markianos, die eveneens de kuisheidsgelofte had afgelegd. Ze zouden hun geloften niet breken en toch samen regeren.
Het door hen bijeengeroepen concilie kon in het begin niet tot overeenstemming komen. Zij wilden geen druk uitoefenen, zoals in Efese gebeurd was, en besloten toen een duidelijk teken van God te vragen. In die tijd werd de heilige Eufemia hoog vereerd. Men bracht de kist met haar relieken in de vergaderzaal, en daarin werden twee rollen met de verschillende geloofsbelijdenissen neergelegd. De kist werd verzegeld, en men bleef daarbij gedurende drie dagen en nachten onder vasten en gebed. Daarna werd de schrijn geopend. De rol met de monofysitische belijdenis lag toen onder haar voeten, maar de geloofsbelijdenis van Nicea hield zij in haar hand. Hierdoor werden allen overtuigd, en de orthodoxie werd plechtig bezegeld.
Zo keerde eindelijk de rust terug in de kerk en ook de andere moeilijkheden konden ter hand worden genomen. De Hunnen, die onder Atilla waren binnengevallen, werden verdreven. Er werden ziekenhuizen ingericht en kerken gebouwd, onder andere de beroemde kerk van de Moeder Gods van Blacherna. Daar werd onder andere de gordel van de heilige Moeder Gods bewaard en de niet met handen gemaakte icoon van de Verlosser (mandilion). Markianos en Pulcheria namen deel aan de noden van het volk en vergezelden hen te voet bij de processies en gaven zo in elk opzicht het voorbeeld van een christelijke regeerder. Pulcheria stierf reeds in 453 (10 september), en Markianos op deze dag in 457.

uitg.orthodox klooster Den Haag

tekst 54.jpg

 

tekst bijbel psalm 462.jpg

 

tekst psalmpr.jpg