Heilige Bruno sichter van de Karthuizers: Heilige van de stilte

Het gedicht “Santo del Silencio…” van José Domingo de Mena (Pomo Moreno)

Heilige van de Stilte

I

Heilige van de stilte, tragische Sint Bruno, jij biedt het geheim van de volmaaktheid. Waar jouw ascese reikt, komt niemand toe, je overtreft alles in verzaking en heiligheid. Alle martelingen van het lichaam, het vasten, en het boetekleed van voortdurende gebeden, zijn voor jou geen offer, geen last om te dragen— je ziet martelaarschap als een waanbeeld, een zinsbegoocheling. Zelfs je stem, trouwe metgezel van het bestaan, in je eenzame, sobere leven, lijkt jou een vreugde die je moet verwerpen… En heldhaftig, wreed zelfs, trek je je terug, je legt jezelf het strenge vasten van zwijgen op, en bereikt de grote deugd van het stil zijn.

II

Zwijgen, zoals de edelste dingen zwijgen: de boom, de ster, de wolk, de bloem. De uren laten voorbijgaan in stilte, alleen luisterend naar de innerlijke stem…Zwijgen, beseffend dat de mooiste woorden niet volstaan om uit te drukken de wonderen van een mens vol liefde. Zwijgen… jezelf de ijzeren muilkorf opleggen van koppig stilzwijgen. De valstrik weerstaan van de Duivel, die klaarstaat om te dicteren… En als het nodig is om het zwijgen te doorbreken, wees dan een drievoudige stem, een echo van glorie of afgrond, spreek zoals de vogels en de zee spreken!

III

Stel een rem op mijn losse tong, o God. Sint Bruno, bescherm mijn oprechte verlangen. Laat mijn woorden niet meer wegstromen in de rivier van onverschilligheid. Heer, ik wil zwijgen. Mijn makkelijke woorden worden een stroom die mijn sobere geest verzacht en overspoelt. Spreken zonder rust, zonder ritme, zonder vuur— Heer, maak mijn woorden droog en licht. Laat mijn leven de invloed voelen van deze heilige betovering van afzondering, die ik bewonder en met vurigheid vereer. En als ik moet spreken zoals hij in zijn nederigheid, laat dan een vlammend zwaard mijn tong treffen, en laat mijn ziel spreken met zijn hart.

++++

Commentaar:

Dit gedicht is een krachtige lofzang op Sint Bruno, stichter van de Kartuizerorde, bekend om zijn radicale keuze voor stilte en afzondering. De dichter verheft Bruno’s zwijgen tot een mystieke daad: niet als afwezigheid van woorden, maar als een spirituele discipline die leidt tot innerlijke zuiverheid en goddelijke nabijheid.

De eerste strofe benadrukt Bruno’s ascetische kracht en zijn afwijzing van zelfs de menselijke stem. De tweede strofe vergelijkt zijn zwijgen met de stille schoonheid van de natuur, en toont hoe woorden tekortschieten om het goddelijke te vatten. De derde strofe is een persoonlijke smeekbede: de dichter vraagt om bescherming tegen de verleiding van loze woorden en verlangt naar de heilige kracht van het zwijgen.

Het gedicht is niet alleen een portret van Bruno, maar ook een uitnodiging tot contemplatie, tot het zoeken van God in de stilte, en tot het spreken met het hart in plaats van met de mond.

++++

 

Gebed tot de Heilige Stilte

Heer,

leer mij de kracht van het zwijgen,

zoals Sint Bruno het kende—

niet als vlucht, maar als vuur,

dat zuivert, dat opent, dat leidt naar U.

 

Laat mijn woorden niet zijn als ruis,

maar als echo van Uw waarheid.

Laatmijn stilte niet leeg zijn,

maar vol van Uw aanwezigheid.

 

Wanneer ik spreek,

laat het zijn met de eenvoud van een vogel,

met de diepte van de zee,

met de liefde van een ziel die U kent.

 

Sint Bruno,

leer mij het gebed zonder woorden,

het luisteren zonder angst,

het leven in Uw licht.

Amen.

*******************

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De dienaar Gods Jacques Fesch….

Dienaar Gods 

Jacques Fesch 

1930 – 1957 

“…voor het eerst heb ik tranen van vreugde gehuild, in de zekerheid dat God mij heeft vergeven en dat Christus nu in mij leeft door mijn lijden en mijn liefde.”

– Jacques Fesch

++++

Deze uitspraak van Jacques Fesch is diep ontroerend en getuigt van een krachtige innerlijke bekering. De combinatie van “tranen van vreugde” en “zekerheid van vergeving” wijst op een mystieke ervaring van genade, waarin lijden niet langer slechts pijn is, maar een kanaal wordt voor liefde en Christus’ aanwezigheid. Dat hij spreekt over Christus die “in hem leeft” door zijn lijden en liefde, echoot Paulus’ woorden in Galaten 2:20: “Niet ik leef, maar Christus leeft in mij.”

Gezien Fesch’ tragische levensverhaal – van misdaad tot bekering in de gevangenis – krijgt deze tekst een profetisch gewicht. Het is een getuigenis van hoe zelfs in de diepste duisternis een mens kan worden aangeraakt door God en getransformeerd tot een bron van hoop.

Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.

De ‘goede moordenaar’.

De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)

Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.

“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”

Het leven van Jacques Fesch :

Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.

De ‘goede moordenaar’.

De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)

Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.

“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”

goede moordenaar (100) LR

Uit zijn dagboek:

Een verwende jeugd.

Jacques en zijn zussen.

Jacques en zijn zussen.

Jacques op 11-jarige leeftijd

Jacques op 11-jarige leeftijd

Jacques Fesch wordt geboren op 6 april 1930 in Saint-Germain-en-Faye in Frankrijk. Zijn vader was de Belgische bankier en pianist Georges Fesch, gehuwd met Marthe Hallez, die zich hier met zijn familie was komen vestigen. Hoewel zijn vader een overtuigd atheïst en cynicus was, krijgt hij toch, via zijn religieuze moeder, een gelovige opvoeding. Samen met zijn oudere zussen Monique en Nicole kent Jacques een probleemloze jeugd en komt hij niets tekort.

Zijn ouders kennen echter een turbulent huwelijksleven en dat komt zijn persoonlijkheid niet ten goede. Het huwelijk loopt op de klippen.
Na zijn middelbare studies volbrengt hij zijn legerdienst. Hij leert Pierette kennen, maakt haar zwanger en gaat een burgerlijk huwelijk met haar aan op 5 juni 1951. Een maand na hun huwelijk wordt hun dochtertje Véronique geboren. Ook dit huwelijk houdt geen stand en ze gaan uit elkaar, hoewel de vriendschap blijft bestaan. In 1953 leert hij Thérèse Troniou kennen. Uit deze relatie wordt een zoon, Gérard, geboren.

fesch_jacques (105) LR Pierette

Jacques is nu 24 jaar oud. Zijn bestaan is leeg en hij verveelt zich dood. Later zal zijn biograaf, de priester Manaranche, verklaren: “Fesch getuigde van zo’n honger naar het niets, dat hij compensatie zocht in het meest ongebreidelde en egoïstische genotzucht.” Om te ontsnappen aan de leegte en zinloosheid van zijn ‘gouden kooi’ droomt hij ervan met een zeilboot verre reizen te ondernemen naar de eilanden van de Stille Oceaan. Dat hij zelf niet kan zeilen is voor hem een onbelangrijk detail. Vertrekken wordt voor hem een obsessie. Hij bestelt een zeilboot in La Rochelle. Het geld om die te betalen heeft hij echter niet. Dan gaat hij het maar zoeken waar het zit: bij een bank. De dwaasheid van zijn verlangens en zij geldzucht leiden hem tot een misdaad met onherroepelijke gevolgen.

fesch_jacques (112) LR

Een fatale misdaad.

Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat.
Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’

fesch_jacques (102) LR

Een fatale misdaad.

Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat.
Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘La senté

De gevangenis 'La Santé'.

Een fatale misdaad.

Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat.
Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’

Een fatale misdaad.

Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat.
Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’.

Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.

De ‘goede moordenaar’.

De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)

Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.

“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”Uit zijn dagboek:

Een verwende jeugd.

Jacques Fesch wordt geboren op 6 april 1930 in Saint-Germain-en-Faye in Frankrijk. Zijn vader was de Belgische bankier en pianist Georges Fesch, gehuwd met Marthe Hallez, die zich hier met zijn familie was komen vestigen. Hoewel zijn vader een overtuigd atheïst en cynicus was, krijgt hij toch, via zijn religieuze moeder, een gelovige opvoeding. Samen met zijn oudere zussen Monique en Nicole kent Jacques een probleemloze jeugd en komt hij niets tekort.

Zijn ouders kennen echter een turbulent huwelijksleven en dat komt zijn persoonlijkheid niet ten goede. Het huwelijk loopt op de klippen.
Na zijn middelbare studies volbrengt hij zijn legerdienst. Hij leert Pierette kennen, maakt haar zwanger en gaat een burgerlijk huwelijk met haar aan op 5 juni 1951. Een maand na hun huwelijk wordt hun dochtertje Véronique geboren. Ook dit huwelijk houdt geen stand en ze gaan uit elkaar, hoewel de vriendschap blijft bestaan. In 1953 leert hij Thérèse Troniou kennen. Uit deze relatie wordt een zoon, Gérard, geboren.

fesch_jacques (105) LR Pierette
Het liefdesleven van Jacques is symptomatisch voor zijn bestaan. Hij leidt het leven van een verwende en losbandige playboy. Hij verlaat de job bij de bank van zijn vader maar leeft rijkelijk verder van de rente die zijn vader hem maandelijks uitkeert en van het kapitaal dat zijn moeder hem ter beschikking had gesteld om een eigen bedrijf mee op te starten. Overdag rijdt hij rond in zijn sportwagen Simca en’s nachts jaagt hij achter de meisjes tijdens zijn uitgangsleven in Saint-Germain-des-Prés.

Jacques is nu 24 jaar oud. Zijn bestaan is leeg en hij verveelt zich dood. Later zal zijn biograaf, de priester Manaranche, verklaren: “Fesch getuigde van zo’n honger naar het niets, dat hij compensatie zocht in het meest ongebreidelde en egoïstische genotzucht.” Om te ontsnappen aan de leegte en zinloosheid van zijn ‘gouden kooi’ droomt hij ervan met een zeilboot verre reizen te ondernemen naar de eilanden van de Stille Oceaan. Dat hij zelf niet kan zeilen is voor hem een onbelangrijk detail. Vertrekken wordt voor hem een obsessie. Hij bestelt een zeilboot in La Rochelle. Het geld om die te betalen heeft hij echter niet. Dan gaat hij het maar zoeken waar het zit: bij een bank. De dwaasheid van zijn verlangens en zij geldzucht leiden hem tot een misdaad met onherroepelijke gevolgen.

fesch_jacques (112) LR

Een fatale misdaad.

Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat.
Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’.

 
Van ‘assasin’ tot ‘assa-saint’ (van moordenaar tot heilige).
 

Zijn opsluiting in de gevangenis wordt het begin van een geestelijke avontuur. Hij zal er een proces van bekering doormaken, een weg van heiliging. Het leven dat hij zo wanhopig zocht in zijn uitspattingen zal zich realiseren op een wijze die hij zich vooraf niet kon inbeelden. Van het paradijs dat hij droomde op romantische eilanden komt hij nu terecht op de echte weg naar het ware Paradijs. Soms kan men zijn leven enkel doen slagen door het te verliezen, zo lijkt het.

In het begin stuurt hij de aalmoezenier wandelen: “Ik heb geen geloof, het is de moeite niet waard.” Maar langzamerhand echter groeit een toenadering. Een boek over de verschijningen in Fatima zet hem inwendig helemaal overhoop. De niet aflatende inzet van de aalmoezenier, die elke dag de H. Mis leest op zijn cel, van zijn zeer gelovige advocaat, van broeder Thomas, een benedictijn die hem regelmatig schrijft., komt er een bekeringsproces opgang.
In de nacht van 28 februari 1955 overkomt hem het volgende:

 
 
De gevangenis 'La Santé'.

De gevangenis ‘La Santé’.

“Ik lag op mijn bed met mijn ogen open. Voor de eerste keer in mijn leven en met een zeldzame intensiteit voelde ik een reëel leed. Het is toen dat een schreeuw uit mijn borst opwelde, een roep om hulp: “Mijn God!”, en op datzelfde ogenblik, zoals een hevige wind die voorbij komt en waarvan men niet weet waar hij vandaan komt, greep de Geest van de Heer me bij de keel. Het gaf de indruk van een oneindige kracht en van zachtheid. En overweldigend, in enkele uren tijd, bezat ik het geloof, een absolute zekerheid. […] Ik geloofde en begreep niet hoe ik er in geslaagd was niet te geloven. De genade had me bezocht, een grote vreugde kwam over mij en vooral een diepe vrede. In een ogenblik was alles helder geworden.”

De weg naar de bekering was ingezet. zijn cel wordt die van een monnik. “In de gevangenis heb je maar twee keuzes”, zo schrijft hij, “ofwel wordt je een rebel ofwel een monnik.” De binnenkoer van de Santé, waar hij een half uur per dag in afzondering mag rondwandelen, zijn kloostergang van gebed. Hij ontwikkelt een intens gebedsleven, ontpopt zich tot een waar mysticus. “Alles wat wij beminnen wordt ook door God bemind. Hij trekt het tot Zich omdat wij in zijn liefde blijven. Hij is oneindige barmhartigheid. Het behaagt de Heer om in een ziel te wonen om ze tot een instrument te maken van heil voor de anderen. Ik denk dat je de ziel kan vergelijken met een spiegel: God laat er zijn licht op stralen en Hij doet het weerkaatsen, min of meer overeenkomstig zijn volmaaktheid.” Hij verdiept zich in de H. Schrift en in de geschriften van Theresia van Avila, Franciscus en Theresia van Lisieux. Deze inspireren voortaan zijn gevangenisleven. “Ik heb mijn rechterhand gelegd in de hand van heilige Maagd en de linker in de hand van de kleine Theresia. Met deze twee riskeer ik niets.”

fesch_jacques (113) LR
fesch_jacques (114) LR
Zijn geestelijke tocht is heftig en turbulent. “Ik heb vrede gevonden maar tegelijkertijd ook strijd”, zo schrijft hij. Naarmate de dag van zijn terechtstelling nadert, verenigt hij zich met het lijden en sterven van de Heer. Het lijdensverhaal van Christus is daarbij zijn gids. Hij beschouwt zijn eigen terdoodveroordeling als een terugkoop van zijn eigen misdaad. Zijn beproeving ziet hij als boetedoening voor zijn zonden en die van anderen. Kortom: zijn eigen toekomstige dood gaat hij zin geven als een ‘verlossende dood’.

Op de vooravond van zijn executie, omstreeks 17.00 u, wanneer men op de binnenkoer van de gevangenis de guillotine opstelt, huwt Pierette met Jacques, kerkelijk deze keer. En ook ‘op afstand’: zij in de pastorij, hij in zijn cel terwijl daar de huwelijksmis volgt in zijn missaal. ’s Nachts bemediteert hij geknield de passie van Jezus. Hij schrijft het volgende in zijn dagboek: “Het is de laatste dag van de race. Morgen rond deze tijd zal ik in de hemel zijn! Ik zal nu nog nadenken over de lijdensweg van onze Heer in de hof van Gethsemane … Help me, Jezus! Dit zijn de laatste vijf uur van mijn leven. Binnen vijf uur zal ik Jezus zien!”

De volgende morgen, op 1 oktober 1957 om 5.30 u, valt de hakbijl. Op dat moment bidden Pierette en zijn dochter Veronique het magnificat. Zijn moeder, een jaar voordien overleden, had haar leven geofferd voor zijn bekering. Zijn eigen dood offert hij voor de bekering van zijn vader en van zijn beide kinderen. Merkwaardige overeenkomst: hij sterft op dezelfde dag als Theresia van Lisieux, en op dezelfde leeftijd. Een knipoog van God?

Naar een zaligverklaring.

In 1993 start kardinaal Lustiger, voormalig aartsbisschop van Parijs, met het proces tot zaligverklaring.

Bij die gelegenheid zei hij: “Niemand is voor altijd verloren in de ogen van God, zelfs als hij sociaal gezien veroordeeld is. Ik hoop dat Jacques Fesch op een dag vereerd zal worden als een heilige. De moordenaar die hij was (‘assasin’), de tot inkeer gekomen misdadiger, zal een heilige (‘saint’) geworden zijn.”

Op hem zijn ook deze woorden van de theoloog Daniel-Ange van toepassing: “Voor nieuwe noden zijn er nieuwe heiligen. We zijn nu gekomen in het tijdperk van heilige mislukkelingen. Een tijd van grote ellende, een tijd van grote barmhartigheid. Steeds minder zal een heilige een toonbeeld van volmaaktheid zijn, steeds meer een kind van de vergiffenis. Ze zullen van het ras van de ‘goede moordenaar’ zijn …”.

Jacques Fesch kan voor ons een nieuwe ‘goede moordenaar’ zijn. Een heilige die toont hoe radicaal iemand kan veranderen wanneer hij door Gods genade geraakt wordt. Een voorbeeld voor jongeren de dag van vandaag, die gebukt gaan onder grenzeloze genotszucht en een nihilisme dat de ziel dood. Een voorspreker en een voorbeeld voor jonge mensen die verloren lopen, hun weg niet vinden in het leven, ten onder gaan aan een consumptief bestaan.
Maar zover is het nog niet. Intussen kan Jacques Fesch aanroepen worden als ‘dienaar Gods’.
In de hemel zal God zijn heiligen herkennen, en we riskeren daarbij voor enkele grote verrassingen te staan.

fesch_jacques (107) LR

Bron :https://www.tongerlo.org/2016/06/06/jacques-fesch-1930-1957-een-goede-moordenaar-van-deze-tijd/

Heiligenleven – Heilige Lorenzo Ruis: Sterven voor het geloof is een gave….

“Voor het geloof sterven is een gave voor enkelen; het geloof leven is een roeping voor allen.”

++++

Lorenzo Ruiz heeft de eer de eerste Filipijnse heilige te zijn, de “meest onwaarschijnlijke van de heiligen.” De Heer schenkt ons heiligen op het juiste moment, en God wachtte 350 jaar om ons deze heilige te geven. Het heldendom dat hij toonde als leek en getuige van het geloof… is van groot belang in de wereld van vandaag.

Zijn vervolgers zeiden:

“Verloochen je geloof en we zullen je leven sparen.”

Waarop Lorenzo antwoordde:

“Dat zal ik nooit doen, want ik ben een christen, en ik zal sterven voor God, en voor Hem zou ik duizenden levens geven als ik die had.”

Ook bekend als: 

San Lorenzo Ruiz de Manila,

St. Laurens Ruiz

Geboortedatum: Tussen 1600 en 1610

Geboorteplaats: Binondo, Manila

Gestorven: 29 september 1637

Feestdag: 28 september

Patroon van: De Filipijnen en het Filipijnse volk

Levensloop:

Geboren uit een Chinese vader en Filipijnse moeder in Binondo, Manila.

Opgeleid door de Dominicanen.

Dient als misdienaar en later als koster in de kerk van Binondo.

Wordt professioneel kalligraaf.

Lid van de Broederschap van de Rozenkrans.

Getrouwd, vader van twee zonen en een dochter.

Vervolging en Martelaarschap

In 1636 vals beschuldigd van moord op een Spanjaard.

Zoekt asiel op een schip met drie Dominicaanse priesters en andere missionarissen, waaronder een melaatse.

Ze varen naar Japan, waar christenen hevig vervolgd worden.

In Nagasaki gearresteerd en gemarteld.

Lorenzo en Lazaro sterven na twee dagen ondersteboven in een put.

De priesters worden later onthoofd.

Canonisatie:

Op 18 oktober 1987 heilig verklaard door paus Johannes Paulus II, samen met 15 andere martelaren uit Japan, de Filipijnen en Europa.

+++++

Commentaar en reflectie:

Lorenzo Ruiz is een krachtig voorbeeld van een gewone gelovige die buitengewone moed toonde. Hij was geen priester, geen theoloog, maar een vader, kalligraaf en lid van een broederschap. Zijn geloof was diep geworteld in liefde en vertrouwen. Zijn martelaarschap herinnert ons eraan dat heiligheid niet voorbehouden is aan religieuze leiders, maar dat ook leken geroepen zijn tot heldendom in geloof.

Zijn verhaal is bijzonder relevant in een tijd waarin geloof vaak onder druk staat of als irrelevant wordt beschouwd. Lorenzo’s getuigenis is een oproep tot standvastigheid, tot trouw aan God zelfs in het aangezicht van lijden.

+++++

Gebed tot St. Lorenzo Ruiz

 

Heilige Lorenzo Ruiz,

eenvoudige dienaar van God,

vader, kalligraaf, broeder in geloof,

jij die je leven gaf uit liefde voor Christus,

leer ons trouw te zijn in het kleine,

moedig in het grote,

en standvastig in het geloof.

Bid voor ons,

dat wij, zoals jij,

ons leven mogen geven in dienst van God,

in liefde, in waarheid, in vreugde.

Amen.

*****************

St. Jan van het Kruis: De bestijging van de Berg Carmel….

De Beklimming van de Berg Karmel (Subida al Monte Carmelo, in het oorspronkelijke Spaans)

De Beklimming van de Berg Karmel is waarschijnlijk het bekendste spirituele traktaat van de Spaanse barok. Geschreven tussen 1578 en 1579 door Sint-Jan van het Kruis — “de meest mystieke van alle dichters, en de meest poëtische van alle mystici” — na zijn ontsnapping uit de gevangenis, is dit boek een gedetailleerde, systematische en grondige uitleg van het ascetische leven, de mystieke vereniging met Christus en de negatieve theologie.

Wanneer men het leest naast De Donkere Nacht van de Ziel – een ander traktaat van Jan van het Kruis – en De Levende Vlam van Liefde en het Geestelijk Lied (allemaal beschouwd als enkele van de grootste werken aller tijden in zowel de Spaanse literatuur als de christelijke mystiek), ontdekt men een gemeenschappelijke lijn: een smal pad dat voert van zowel aardse als geestelijke ontberingen naar de top van de Berg Karmel zelf, waar “alleen de eer en glorie van God woont.” Dit is uiteraard een metaforisch beeld van de opgang van de ziel naar de unio mystica, nadat zij verlangens en banden (cuidados, “zorgen,” zoals de heilige schreef) achter zich heeft gelaten.

Het boek is, moet gezegd worden, geen gemakkelijke of snelle lectuur. Verdeeld in drie secties, en opgevat als een commentaar op het allegorische gedicht van de heilige De Donkere Nacht, beschrijft het een proces van innerlijke loutering dat soms moeilijk te volgen is. Na gestudeerd te hebben aan de Universiteit van Salamanca, gebruikt Jan van het Kruis zowel het jargon van de scholastieke filosofie als de fundamentele theologische taal van de 16e eeuw om te verwijzen naar zowel psychische als spirituele werkelijkheden die wij vandaag wellicht met andere termen zouden benoemen.

Maar Jan van het Kruis maakte ook enkele voorlopige schetsen die het betoog van zijn boek op een duidelijke en eenvoudige manier samenvatten. Hij tekende niet alleen de berg en het smalle pad dat naar de top leidt, maar voegde ook twee andere paden toe die elders uitkomen, en reduceerde zijn driedelige traktaat tot enkele aforismen en rijmpjes die men in de tekeningen hieronder kan lezen. We hebben de originele tekening van Jan van het Kruis opgenomen (in het Spaans); een latere, meer uitgewerkte tekening (ook in het Spaans); en twee Engelse vertalingen die na het origineel zijn gemaakt.

Vertaling van de tekst onderaan de afbeelding “Mount of Perfection” van Johannes van het Kruis, in modern en toegankelijk Nederlands:

Weg om tot het Al te komen:

Om tot het Al te komen, verlang naar niets in iets. Om tot het Al te komen, weet niets in iets. Om tot het Al te komen, heb niets in iets. Om tot het Al te komen, wees niets in iets.

++++

Weg om het Al te behouden:

Wanneer je tot het Al komt, heb je het zonder iets te willen. Wanneer je tot het Al komt, weet je het zonder iets te weten. Wanneer je tot het Al komt, bezit je het zonder iets te bezitten. Wanneer je tot het Al komt, ben je het zonder iets te zijn.

++++

Weg om het Al niet te belemmeren:

Om het Al niet te belemmeren in jou, Verlang niet naar iets in iets. Weet niet iets in iets. Heb niet iets in iets. Wees niet iets in iets.

++++

Teken van het bezit van het Al:

Wanneer je niets verlangt, niets weet, niets bezit, en niets bent in iets, Dan is dit een teken dat je het Al bezit.

Deze tekst is een krachtige samenvatting van Johannes van het Kruis’ mystieke leer over innerlijke leegte, volledige overgave en het loslaten van alles wat niet God is. Het nodigt uit tot een radicale eenvoud en een diepe innerlijke vrijheid, waarin het goddelijke zich kan openbaren.

Weg om tot het Al te komen: Om tot het Al te komen, verlang naar niets in iets. Om tot het Al te komen, weet niets in iets. Om tot het Al te komen, heb niets in iets. Om tot het Al te komen, wees niets in iets. 🌿 Weg om het Al te behouden: Wanneer je tot het Al komt, heb je het zonder iets te willen. Wanneer je tot het Al komt, weet je het zonder iets te weten. Wanneer je tot het Al komt, bezit je het zonder iets te bezitten. Wanneer je tot het Al komt, ben je het zonder iets te zijn. 

 Weg om het Al niet te belemmeren: Om het Al niet te belemmeren in jou, Verlang niet naar iets in iets. Weet niet iets in iets. Heb niet iets in iets. Wees niet iets in iets.  Teken van het bezit van het Al: Wanneer je niets verlangt, niets weet, niets bezit, en niets bent in iets, Dan is dit een teken dat je het Al bezit. Deze tekst is een krachtige samenvatting van Johannes van het Kruis’ mystieke leer over innerlijke leegte, volledige overgave en het loslaten van alles wat niet God is. Het nodigt uit tot een radicale eenvoud en een diepe innerlijke vrijheid, waarin het goddelijke zich kan openbaren.

*******

VERDER:

De Bestijging van de Berg Carmel van Johannes van het Kruis is een mystiek meesterwerk dat de weg beschrijft naar volledige vereniging met God door radicale innerlijke leegte en zuivering. Het is een gids voor de ziel die verlangt naar het goddelijke, maar bereid is alles los te laten om dat doel te bereiken.

Wat is de Bestijging van de Berg Carmel?

Het is een spirituele en theologische verhandeling waarin Johannes van het Kruis (1542–1591), karmeliet en mysticus, de innerlijke reis beschrijft van de ziel naar God. Hij gebruikt het beeld van een berg — de Berg Carmel — als symbool voor de weg naar volmaaktheid en mystieke vereniging met God.

De berg staat voor de hoogste staat van geestelijke volmaaktheid, waar de ziel in volledige eenheid met God leeft.

De beklimming is moeilijk en smal, en vereist volledige zuivering van verlangens, zintuiglijke genoegens, kennis, en eigen wil.

 Centrale thema’s:

Thema Uitleg

Negatieve weg (via negativa)——-De ziel moet alles loslaten wat niet God is: bezit, kennis, troost, eer, zelfs religieuze gevoelens.

Donkere nacht ——De ziel gaat door een periode van duisternis en leegte, waarin God afwezig lijkt. Dit is een noodzakelijke zuivering.

Innerlijke leegte——Alleen in totale leegte kan God zich volledig geven. De ziel moet niets willen, niets weten, niets bezitten.

Mystieke eenheid——Aan de top van de berg vindt de ziel rust, vrede en eenheid met God — het “Perpetuele Banket”.

++++

Structuur van het werk

Johannes schreef het werk in drie delen:

De weg van zuivering van de zintuigen – hoe de ziel zich losmaakt van aardse genoegens.

De zuivering van de geest – hoe de ziel zich losmaakt van innerlijke beelden, gedachten en kennis.

De vereniging met God – het uiteindelijke doel: een stille, liefdevolle eenheid met het goddelijke.

Praktische betekenis

Voor Johannes is spiritualiteit geen theorie, maar een existentiële weg. Hij nodigt uit tot:

  • Radicale eenvoud en nederigheid
  • Vertrouwen in God, zelfs in duisternis
  • Loslaten van alles wat de ziel bindt
  • Volledige overgave aan de goddelijke wil

Inspiratie voor vandaag:

De Bestijging van de Berg Carmel is geen boek om snel te lezen, maar om langzaam te overwegen. Het is een gids voor wie verlangt naar diepe innerlijke vrijheid en een leven in Gods aanwezigheid. Johannes’ boodschap is helder: hoe minder jij bent, hoe meer God kan zijn in jou.

**************

Gebed op de feestdag van Johannes van het Kruis:

Heer,

Gij hebt Johannes van het Kruis geroepen om ons de weg te tonen naar de

stille hoogte van Uw berg, waar niets ons meer bindt dan Uw liefde alleen.

Leer ons, zoals hij, alles los te laten wat ons afleidt van U: onze verlangens,

onze zekerheden, onze kennis, ons bezit.

Maak ons leeg, zodat Gij ons kunt vullen.

Maak ons klein, zodat Gij groot kunt zijn in ons.

In de duisternis van de nacht, waar ons hart geen troost vindt,

laat ons vertrouwen dat Gij nabij zijt. In de stilte van de leegte,

laat ons Uw stem horen die zacht fluistert:

 “Kom hogerop, kom naar Mij.”

Heilige Johannes van het Kruis, leer ons de smalle weg van overgave,

de weg van niets en van alles, opdat wij, eenmaal aan de top van de berg,

 het eeuwige banket van Gods liefde mogen smaken.

Door Christus onze Heer.

Amen.

********************************

St. Bonifatius: Het martelaarschap van St. Bonifatius….

Afbeelding: Het martelaarschap van St. Bonifatius. Naar het fresco van Carl Hesse.

St. Bonifatius werd geboren in Engeland, maar ging naar Duitsland om het Evangelie te prediken. Daar werd hij bisschop van Mainz en stichtte of restaureerde hij veel kerken in Beieren, Thüringen en Franken. Hij is waarschijnlijk het meest bekend vanwege het vernietigen van de Grote Eik van Thor. Bonifatius leefde in een land van heidenen en predikte onvermoeibaar het Evangelie en maakte veel bekeerlingen. Hij werd in 754 door heidenen vermoord.

Sint Bonifatius is uitgeroepen tot “apostel van de Duitsers” en wordt gezien als de beschermheilige van brouwers en kleermakers, en als inspiratiebron voor heel Duitsland. Vandaag de dag kan ik niet anders dan denken dat een brief die hij meer dan 1000 jaar geleden schreef, ook aan ons geschreven had kunnen worden.

Dit is wat hij schreef:

In haar reis over de oceaan van deze wereld is de Kerk als een groot schip dat wordt beukt door de golven van de verschillende stressfactoren van het leven. Onze plicht is niet om het schip te verlaten, maar om haar op koers te houden.

De oude vaders lieten ons zien hoe we deze plicht moesten vervullen: Clemens, Cornelius en vele anderen in de stad Rome, Cyprianus in Carthago, Athanasius in Alexandrië. Ze leefden allemaal onder keizers die heidenen waren; ze stuurden allemaal het schip van Christus – of liever zijn meest geliefde echtgenote, de Kerk. Dit deden ze door haar te onderwijzen en te verdedigen, door hun arbeid en lijden, zelfs tot het vergieten van bloed.

Ik ben doodsbang als ik aan dit alles denk. Vrees en beven overvielen mij, en de duisternis van mijn zonden bedekte mij bijna. Ik zou graag de taak opgeven om de Kerk te leiden, die ik heb aanvaard, als ik zo’n actie gerechtvaardigd zou vinden door het voorbeeld van de vaders of door de heilige Schrift.

Omdat dit het geval is, en omdat de waarheid kan worden aangevallen maar nooit verslagen of vervalst, laten we ons met onze vermoeide geest wenden tot de woorden van Salomo: Vertrouw op de Heer met heel je hart en vertrouw niet op je eigen voorzichtigheid. Denk aan hem in al je wegen, en hij zal je stappen leiden. Op een andere plaats zegt hij: De naam van de Heer is een onneembare toren. De rechtvaardige zoekt daarin zijn toevlucht en hij zal gered worden.

Laten wij standvastig zijn in wat juist is en onze zielen voorbereiden op beproeving. Laten wij wachten op Gods versterkende hulp en tot Hem zeggen: O Heer, Gij zijt onze toevlucht geweest in alle generaties.

Laten wij vertrouwen op Hem die deze last op ons heeft gelegd. Wat wij zelf niet kunnen dragen, laten wij dragen met de hulp van Christus. Want Hij is almachtig en Hij zegt ons: Mijn juk is zacht en mijn last is licht.

Laten we de strijd voortzetten op de dag van de Heer. De dagen van angst en verdrukking hebben ons overvallen; als God het wil, laten we dan sterven voor de heilige wetten van onze vaderen, zodat we het verdienen om een ​​eeuwige erfenis met hen te verkrijgen.

Laten we geen honden zijn die niet blaffen, geen stille toeschouwers, geen betaalde dienaren die wegrennen voor de wolf. Laten we in plaats daarvan voorzichtige herders zijn die over de kudde van Christus waken. Laten we het hele plan van God prediken aan de machtigen en de nederigen, aan de rijken en de armen, aan mensen van elke rang en leeftijd, voor zover God ons de kracht geeft, te pas en te onpas, zoals Sint Gregorius schrijft in zijn boek Pastorale Instructie.

++++

GEBED:

Almachtige God, de martelaar Sint Bonifatius

bezegelde met zijn bloed het geloof dat hij predikte.

Laat hem bidden dat wij vast mogen houden aan het geloof

en dit moedig in ons leven belijden.

Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met u en de Heilige Geest leeft en heerst,

één God, voor eeuwig en altijd.

Amen.

++++

“Kan er een passender bezigheid in de jeugd of een waardevoller bezit in de ouderdom zijn dan kennis van de Heilige Schrift? Te midden van stormen zal het je behoeden voor de gevaren van schipbreuk en je leiden naar de kust van een betoverend paradijs en de eeuwige gelukzaligheid van de engelen.”

— Sint Bonifatius

++++

Verklaring van de afbeelding:

Een groep monniken wordt aangevallen. Centraal staat een gespierde, halfnaakte man die een robed figuur — waarschijnlijk een monnik of priester — met geweld benadert. De geestelijke houdt een boek vast, symbool van geloof of Schrift, en wordt ondersteund door een andere monnik. Rond hen liggen andere geestelijken in angst, pijn of dood. De hemel is bewolkt, het landschap somber. Alles ademt lijden, verzet en spirituele kracht.

+++++

Commentaar:

Deze scène roept het beeld op van martelaarschap — het ultieme getuigenis van geloof onder vervolging. De centrale figuur met het boek staat symbool voor de kracht van het Woord, dat zelfs onder geweld niet wordt losgelaten. De aanvaller vertegenwoordigt de krachten die het licht willen doven, maar het boek blijft vastgehouden, ondersteund door broederlijke solidariteit.

Wat hier gebeurt is meer dan fysieke strijd: het is een spirituele confrontatie tussen duisternis en licht, tussen haat en liefde, tussen brute kracht en innerlijke overgave. De monniken vallen niet uiteen in wanhoop, maar blijven verbonden — sommigen stervend, anderen steunend, allen getuigend.

+++++

Gebed in de geest van de martelaren:

Heer van Licht en Waarheid, Gij die aanwezig zijt in het lijden van uw dienaren,

 leer mij het Woord vast te houden — ook wanneer het mij iets kost.

Laat mij niet wijken voor geweld, voor angst, voor duisternis,

maar geef mij de kracht om te blijven staan, zoals de monnik in dit beeld: kwetsbaar,

maar trouw. Laat mijn leven een getuigenis zijn, niet van strijdlust,

 maar van liefde die niet opgeeft. Schenk mij broeders en zusters die mij ondersteunen,

en maak mij tot steun voor hen die vallen. Dat ik, in de geest van de martelaren,

U mag volgen tot het einde — met het boek van Uw waarheid in mijn handen,

 en Uw vrede in mijn hart.

 

Amen

++++

Bonifatius

AANVULLENDE  INFORMATIE  OVER HET LEVEN VAN ST. BONIFATIUS:

Bonifatius (ca. 672–754) was een Angelsaksische missionaris, bisschop en kerkhervormer die een sleutelrol speelde in de kerstening van Duitsland en Nederland. Hij werd vermoord bij Dokkum tijdens zijn bekeringswerk onder de Friezen.

Korte biografie van Bonifatius:

Geboortenaam: Wynfreth (ook Winfrid genoemd)

Geboren: ca. 672 in Crediton, Zuidwest-Engeland

Overleden: 5 juni 754 bij Dokkum, Friesland

Bonifatius trad op jonge leeftijd toe tot een klooster en werd later priester.

Hij voelde zich geroepen tot missionair werk en vertrok naar het vasteland van Europa,

 waar hij zich inzette voor de kerstening van Germaanse volkeren. Hij werkte in Friesland, Hessen,

Thüringen en Beieren, stichtte kloosters en hervormde de kerkstructuur.

Hij werd benoemd tot aartsbisschop van Mainz en kreeg de steun van paus Gregorius II.

Zijn bekeringswerk in Friesland stuitte op weerstand.

Tijdens een missie in Dokkum werd hij samen met zijn gezellen vermoord door heidense Friezen.

Zijn dood wordt gezien als een martelaarschap, en hij wordt vereerd als

heilige en patroon van missionarissen.

++++

Spiritueel commentaar:

Bonifatius belichaamt de moed van een ziel die zich volledig toewijdt aan Gods roep. Hij verliet zijn thuisland, zijn comfort, en zelfs zijn veiligheid om het Evangelie te brengen aan volkeren die het nog niet kenden. Zijn leven toont dat zending niet alleen een geografische reis is, maar een innerlijke beweging van overgave, vertrouwen en liefde.

Zijn dood bij Dokkum is geen nederlaag, maar een getuigenis: hij stierf met het evangelieboek in zijn handen, symbool van zijn trouw aan Christus. Voor jou, Christiaan, als vertaler van mystieke kracht naar dagelijkse praktijk, is Bonifatius een voorbeeld van hoe innerlijke vrijheid samengaat met uiterlijke moed.

https://historiek.net/heilige-bonifatius-in-754-vermoord-bij-dokkum/634

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bonifatius_%28heilige%29

https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/b/bonifatius

 

************************

 

Don Bosco : Leven en werk….

Leven en werk van Don Bosco

Giovanni Bosco werd op 16 augustus 1815 geboren in Castelnuovo, een dorpje in de Piëmont. Tegenwoordig is het plaatsje bekend als Castelnuovo Don Bosco, als eerbetoon aan de heilige. In zijn jeugd had Giovanni Bosco het niet breed. Zijn vader was een vrij arme boer die overleed toen de jonge Giovanni nog maar twee jaar oud was. Ondanks moeilijke jaren slaagde Giovanni er in 1841 in priester te worden.

Don Bosco was een vrij opvallende priester. Hij maakte zich hard voor kinderen in de achterbuurten van Turijn, die in grote armoede leefden. Om de kinderen te bereiken, probeerde hij zich zo benaderbaar mogelijk op te stellen. Zo goochelde hij bijvoorbeeld. De website heiligen.net over de bijzondere priester:

“Hij ontpopte zich als een geniaal pedagoog, wist door zijn onvermoeibare hartelijkheid en optimisme jongens aan zich te binden, maakte ze vertrouwd met de waarde van het evangelie en stichtte een plaatselijk bibliotheek, die uit zou groeien tot de Italiaanse jeugdbibliotheek.”

Plek in de samenleving

Don Bosco probeerde de levensomstandigheden van de jongeren in Turijn te verbeteren. Bijvoorbeeld door zich hard te maken voor goede arbeidsovereenkomsten voor de jongeren en door huizen te openen waar de jonge inwoners van Turijn konden worden opgeleid tot goede werkkrachten. Uiteindelijk wilde hij de kansarme jongeren zo toch een goede plek in de maatschappij geven. De Italiaan stond bekend als een pragmaticus, die zich afzijdig hield van actuele politieke kwesties en probeerde zo concreet mogelijk hulp te bieden aan ‘zijn jongeren’.

Vanzelfsprekend liet Don Bosco de jongeren ook kennismaken met het evangelie en probeerde hij “goede christenen” van hen te maken. In Turijn stichtte hij een bibliotheek, die later uitgroeide tot de Italiaanse jeugdbibliotheek. Bij het grote publiek werd Don Bosco onder meer bekend dankzij zijn boek De verstandige jongen, over de opvoeding van kinderen. In Italië werden hier in zijn tijd al zes miljoen exemplaren van verkocht.

De priester, die zich vooral liet inspireren door sint Franciscus van Sales, stichtte in 1859 voor mannen de Congregatie der Salesianen en in 1872 voor vrouwen de Dochters van Maria.

Don Bosco overleed in 1888 op 72-jarige leeftijd. Zijn sterfdag, 31 januari, is tevens zijn feestdag. De priester werd begraven in de kerk van de Salesianen in Turijn. Paus Pius XI verklaarde hem in 1934 heilig. Don Bosco is patroonheilige van de circusartiesten, dansers, leerjongens, schooljongens, jeugd en jongeren in het algemeen, jeugdzielzorgers en uitgevers. Vaak wordt hij afgebeeld te midden van kinderen.

Kernpunten over Don Bosco:

Pedagogische visie: Don Bosco ontwikkelde een opvoedingsmethode gebaseerd op liefde, vertrouwen, vreugde en spel, in plaats van strenge discipline.

Salesianen van Don Bosco: Hij stichtte deze congregatie, die zich wereldwijd inzet voor onderwijs en jeugdwerk.

Heiligverklaring: Don Bosco werd in 1934 door paus Pius XI heilig verklaard.

Invloed vandaag: Zijn gedachtegoed leeft voort in talloze scholen, internaten en jeugdhulporganisaties in Vlaanderen, Nederland en wereldwijd.

Betekenis

Don Bosco staat symbool voor onderwijs als weg naar vrijheid en verantwoordelijkheid. Zijn aanpak combineerde geloof, spel en hoop, en benadrukte dat jongeren zich kunnen ontwikkelen in een omgeving van respect en dialoog.

Kortom: Don Bosco was niet alleen een priester, maar vooral een visionair opvoeder die een blijvende beweging voor jongeren op gang bracht.

Het Preventieve Systeem van Don Bosco is een opvoedingsmethode die jongeren begeleidt met rede, religie en liefdevolle vriendelijkheid, en die vandaag nog steeds wereldwijd wordt toegepast.

Kern van het Preventieve Systeem

Don Bosco ontwikkelde zijn pedagogische aanpak in de 19e eeuw, toen veel jongeren in Turijn op straat leefden. In plaats van straffen of repressie koos hij voor een positieve, preventieve benadering:

Rede: jongeren leren verantwoordelijkheid nemen door dialoog en redelijke regels.

Religie: geloof en waarden bieden richting en zingeving.

Liefdevolle vriendelijkheid: opvoeders tonen nabijheid, hartelijkheid en vertrouwen, zodat jongeren zich veilig en gewaardeerd voelen.

Doelstellingen:

Het systeem wil jongeren helpen groeien tot eerlijke burgers en goede mensen. Dit vertaalt zich in vier hoofddoelstellingen:

Verbondenheid: jongeren voelen zich geaccepteerd en erkend.

Vrijheid: ruimte om eigen keuzes te maken binnen een veilige structuur.

Verantwoordelijkheid: leren omgaan met consequenties en bijdragen aan de gemeenschap.

Zingeving: ontdekken van persoonlijke betekenis en levensdoelen.

Praktische toepassing:

Aanwezigheid: opvoeders zijn fysiek én emotioneel aanwezig in het leven van jongeren.

Hartelijkheid en speelsheid: een warme, vriendelijke en vaak speelse omgang creëert vertrouwen.

Structuur en betrokkenheid: duidelijke regels gecombineerd met persoonlijke aandacht.

Actuele relevantie:

Hoewel Don Bosco in de 19e eeuw werkte, blijft zijn systeem actueel:

In Salesiaanse scholen en jeugdcentra wereldwijd wordt het toegepast.

Het helpt vooral kwetsbare jongeren in moeilijke omstandigheden, zoals kansarmoede of migratieachtergrond.

Het systeem inspireert ook moderne jeugdzorg en onderwijsprojecten in Vlaanderen en Nederland.

Waarom het uniek blijft:

Het Preventieve Systeem is geen rigide methode, maar een levende pedagogische stijl die inzet op nabijheid, vertrouwen en vreugde. Het benadrukt dat jongeren niet alleen begeleid moeten worden, maar ook actief mee vorm geven aan hun eigen opvoeding.

Kortom: Don Bosco’s Preventieve Systeem is een pedagogische visie die jongeren niet onderdrukt, maar hen laat groeien in vrijheid en verantwoordelijkheid, gedragen door verbondenheid en liefdevolle nabijheid. Het is precies die menselijke warmte die maakt dat zijn aanpak vandaag nog steeds wereldwijd inspireert.

 

Laten we het Preventieve Systeem van Don Bosco concreet vertalen naar hoe het vandaag in Vlaanderen en Nederland wordt toegepast in scholen en jeugdwerk.

Voorbeelden in hedendaagse scholen:

Dialoog in plaats van straf: Leraren kiezen voor gesprekken met leerlingen bij conflicten, eerder dan voor strenge sancties. Zo leren jongeren verantwoordelijkheid nemen.

Projectonderwijs: Jongeren werken samen aan projecten die hun talenten en creativiteit stimuleren. Dit sluit aan bij Don Bosco’s idee dat leren plezierig en zinvol moet zijn.

Religie en waarden: In Don Bosco-scholen wordt aandacht besteed aan zingeving, solidariteit en respect, vaak via klasgesprekken, vieringen of maatschappelijke stages.

Aanwezigheid van leerkrachten: Leraren zijn niet enkel kennisoverdragers, maar ook begeleiders die actief aanwezig zijn in het schoolleven, bijvoorbeeld door mee te doen aan sportdagen of kampen.

Voorbeelden in jeugdwerk en centra:

Speelplaats als leerplek: Jeugdcentra creëren een veilige omgeving waar jongeren kunnen spelen, sporten en experimenteren, net zoals Don Bosco zijn oratoria zag als “school, speelplaats en thuis”.

Vakantie- en jongerenkampen: Don Bosco-organisaties in Vlaanderen en Nederland organiseren kampen waar jongeren leren samenwerken, verantwoordelijkheid nemen en plezier maken in een warme sfeer.

Begeleiding van kwetsbare jongeren: Er is speciale aandacht voor jongeren met een migratieachtergrond, kansarmoede of moeilijke thuissituaties. Het Preventieve Systeem helpt hen zich veilig en gesteund te voelen.

Vrijwilligerswerking: Jongeren worden aangemoedigd om zelf verantwoordelijkheid op te nemen als animator, monitor of begeleider. Zo leren ze groeien in leiderschap en zorg voor anderen.

Actuele thema’s:

Inclusie: Don Bosco-organisaties zetten sterk in op diversiteit en het betrekken van jongeren uit verschillende culturen.

Digitale pedagogiek: Het Preventieve Systeem wordt vertaald naar online omgevingen, waar begeleiders jongeren ondersteunen in veilig en verantwoord mediagebruik.

Zinvolle plekken: Net zoals Don Bosco sprak over een “zinplek”, worden er vandaag ruimtes gecreëerd waar jongeren samenkomen om te praten over hun dromen, zorgen en toekomst.

Kortom: het Preventieve Systeem leeft voort in praktische, warme en speelse initiatieven die jongeren vandaag begeleiden in hun groei naar zelfstandige, verantwoordelijke en gelukkige volwassenen

Volledige film over Don Bosco

+++

Don Bosco (Giovanni Melchiorre Bosco Ochienna) werd geboren op 16 augustus 1815 in het dorpje I Becchi, in Noord-Italië. Hij groeide op in armoede, maar ontwikkelde al vroeg een grote passie voor het helpen van jongeren. Als priester, opvoeder en schrijver van de 19e eeuw zette hij zich zijn hele leven in voor kinderen en jongeren die het moeilijk hadden. Hij overleed op 31 januari 1888 in Turijn.

Don Bosco richtte de Salesianen van Don Bosco op, samen met het Instituut van de Dochters van Maria Hulp der Christenen, de Salesiaanse Medewerkers en het Salesiaans Bulletin. Ook stichtte hij het Oratorium van Valdocco, een plek waar jongeren onderwijs, onderdak en begeleiding kregen.

Zijn bekendste bijdrage is het Preventieve Systeem, een vernieuwende pedagogische aanpak gebaseerd op redelijkheid, geloof en liefde. Daarmee wilde hij jongeren niet straffen, maar juist begeleiden en inspireren.

Dankzij zijn werk verspreidde de salesiaanse beweging zich snel door Europa en Latijns-Amerika, en vandaag zijn de Salesianen actief in meer dan 130 landen. In 1934 werd Don Bosco heilig verklaard en sindsdien staat hij bekend als de “Vader en Leraar van de Jeugd”.

++++++

Heer,

geef ons het hart van Don Bosco,

vol liefde en vertrouwen voor jongeren.

 

Leer ons geduldig te luisteren,

vriendelijk nabij te zijn,

en vreugde te brengen waar verdriet heerst.

 

Maak ons sterk in geloof,

warm in ons handelen,

en trouw in ons werk voor de meest kwetsbaren.

 

Laat ons samen bouwen

aan een thuis van hoop,

waar ieder kind zich veilig en geliefd weet.

 

Amen

 

Bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Giovanni_Bosco

https://donbosco.be/over-ons/wie-is-don-bosco

https://www.donboscobrussel.be/don-bosco/

https://www.boscobase.be/

*********************************

 

Heiligverklaring van Carlo Acutis en Pier Giorgio Frassati…..

Op 7 September worden twee jongeren door Paus Leo XIV heilige verklaard/

Daarom geef ik nu een overzicht van de toekomstige heiligen :

 Pier Giorgio Frassati (links) en Carlo Akutis (rechts)

5. Hij was gepassioneerd over het gebruik van media en technologie om het Evangelie te verspreiden.

6. Carlo werd als tiener gediagnosticeerd met leukemie. Hij bood zijn lijden aan voor de Heer, voor de Paus en voor de Kerk.

7. Hij verzocht om begraven te worden in Assisi vanwege zijn liefde voor Sint Franciscus van Assisi.

8. Carlo werd door Paus Franciscus op 10 oktober 2020 zalig verklaard en is de eerste millennial die zalig verklaard is. En word op 7 september Heilige verklaard in Rome.

Gebed om de heiligverklaring van Carlo Acutis

Almachtige God, Vader van Barmhartigheid, verhef Uw dienaar Carlo Acutis tot de glorie van het altaar, opdat Gij door hem nog meer verheerlijkt zult worden.

Schenk ons de eer hem een heilige te mogen noemen, want hij heeft in alles Uw Wil geleefd. En door zijn verdiensten, geef mij de genade waar ik zo vurig naar verlang. Amen.

+++++++++++++

Officieel Gebed en Novene tot de Dienaar van God Carlo Acutis (1991–2006)

Openingsgebed

Heilige Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik dank U voor alle genade en gunsten waarmee U de ziel van de Dienaar van God Carlo Acutis hebt verrijkt tijdens zijn 15 jaar op deze aarde.

Door de verdiensten van deze Engel van de Jeugd, schenk mij de genade die ik vurig zoek (vraag hier je intentie).

Dagelijkse Meditaties: NOVEEN:

Dag 1 – “Niet ik, maar God” Carlo, u die uw leven wijdde aan het zoeken van heilige dingen, help mij hetzelfde te doen. Amen.

Dag 2 – “Altijd verenigd zijn met Jezus, dat is mijn levensprogramma” Carlo, u die leefde in het hart van Jezus, leer mij Zijn liefde te beantwoorden. Amen.

Dag 3 – “Vraag voortdurend je Beschermengel om hulp. Je Beschermengel is je beste vriend” Carlo, u die de engelen zag bij uw heengaan, help mij rechtvaardig te leven. Amen.

Dag 4 – “Onze ziel is als een luchtballon… Zonde laat haar vallen, biecht laat haar weer stijgen” Carlo, u die het sacrament van de biecht waardeerde, geef mij liefde voor dit sacrament. Amen.

Dag 5 – “Verdriet is kijken naar onszelf, geluk is kijken naar God” Carlo, u die altijd naar Jezus keek, leer mij waar echt geluk ligt. Amen.

Dag 6 – “Het enige dat we moeten vragen aan God, is de wens om heilig te zijn” Carlo, u die het essentiële zocht, geef mij verlangen naar de Hemel. Amen.

Dag 7 – “De Maagd Maria is de enige Vrouw in mijn leven” Carlo, u die Maria boven alles liefhad, help mij haar liefde te beantwoorden. Amen.

Dag 8 – “De Eucharistie is mijn snelweg naar de Hemel” Carlo, u die Jezus zocht in het Tabernakel, geef mij verlangen naar de Eucharistie. Amen.

Dag 9 –“Ik ben gelukkig om te sterven, omdat ik mijn leven heb geleefd zonder een minuut te verspillen aan dingen die God niet behagen. Amen.”

Bij elke meditatie wordt gebeden:

1 Onze Vader

5 Weesgegroetjes

3 Eer aan de Vader

…om God te danken voor de genade die Carlo ontving tijdens zijn korte maar heilige leven.

Slotgebed :

Almachtige God, Vader van Barmhartigheid, verhef Uw dienaar Carlo Acutis tot de glorie van de altaren, zodat Gij door hem nog meer verheerlijkt zult worden. Schenk ons de eer hem heilige te mogen noemen, want hij leefde Uw Wil in alles. En door zijn verdiensten, geef mij de genade die ik zo vurig verlang. Amen

Hij is de patroonheilige van het internet. Hij heeft een website gemaakt om alle bekende wonderen van de Eucharistie te documenteren.

 Hij staat ook bekend om zijn moedige strijd tegen leukemie, die zijn leven in 2006 beëindigde op de leeftijd van 15 jaar. Gepland voor canonisatie op 27 april 2025,

Carlo is al door veel jonge mensen als patroon aangenomen.

Hij zal de eerste millennial heilige worden.

——————-

Carlo Acutis was een jonge Italiaanse katholiek die wereldwijd bekend werd als de “millennialheilige” en “God’s influencer” vanwege zijn diepe geloof en zijn innovatieve gebruik van technologie om dat geloof te verspreiden. Hier is een overzicht van zijn leven en betekenis:

Leven en achtergrond:

Geboren: 3 mei 1991 in Londen, opgegroeid in Milaan

Overleden: 12 oktober 2006 in Monza, op 15-jarige leeftijd aan leukemie

Zaligverklaring: 10 oktober 2020 in Assisi

Heiligverklaring: Goedgekeurd door paus Franciscus in juli 2024

Geloof en spiritualiteit:

Carlo was vanaf jonge leeftijd diep religieus, ondanks een niet-praktiserende opvoeding.

Hij ging dagelijks naar de mis en had een bijzondere devotie voor de Eucharistie.

Zijn bekendste uitspraak: “De Eucharistie is mijn snelweg naar de hemel.”

Technologie en missie:

Carlo gebruikte zijn computervaardigheden om een website te bouwen die eucharistische wonderen documenteerde.

Hij zag het internet als een krachtig middel om mensen tot God te brengen.

Hij wordt vaak de “patroonheilige van computerprogrammeurs” genoemd3.

Liefdadigheid en karakter:

Hij stond bekend om zijn vriendelijkheid, verdedigde gepeste kinderen en hielp daklozen.

Zijn acties waren vaak klein maar krachtig, zoals het weggeven van zijn schoenen aan een dakloze tijdens een storm.

Canonisatie en nalatenschap:

Twee medische wonderen zijn aan hem toegeschreven, wat leidde tot zijn heiligverklaring.

Hij is begraven in Assisi, de stad van Sint-Franciscus, die hij bewonderde.

Carlo inspireert wereldwijd jongeren en wordt gezien als bewijs dat heiligheid ook in het digitale tijdperk mogelijk is

 

 

De tekst op de afbeelding: Pier Giorgio Frassati verzette zich tegen het fascistische regime in Italië, pleitte voor de armen en benadrukte de leer van de Kerk over waardigheid en gerechtigheid.

Hij stierf aan poliomyelitis op de jonge leeftijd van 24 jaar, hoogstwaarschijnlijk opgelopen van de mensen voor wie hij zorgde.

Hij was een serieuze grappenmaker. Sommige van zijn grappen omvatten het verwisselen van borden in zijn stad en het meenemen van een ezel naar een familiediner.

Hij zal op 7 september 2025, samen met Carlo Acutis, in Rome heilig verklaard worden.

+++++++++++++

De zalige Pier Giorgio Frassati leefde slechts 24 jaar, maar inspireert nog steeds de wereld. Leer hem kennen!

Pier Giorgio, geboren in een Italiaanse familie uit de hogere klasse, als zoon van de redacteur van de toonaangevende krant La Stampa, besteedde zijn tijd aan het helpen van mensen in nood in de arme wijken van Turijn. In een periode die gekenmerkt werd door de opkomst van het fascisme in Italië, raakte hij ook betrokken bij de politiek en zette hij zich in voor meer sociale rechtvaardigheid. De energie die hij nodig had voor zijn engagement putte hij uit zijn relatie met Christus en zijn intense gebedsleven. Omringd door een grote groep mensen deelde hij zijn geloof en zijn passies met zijn goede vrienden. Als sportman en bergliefhebber aarzelde hij niet om zijn vrienden mee te nemen naar “de toppen”. Pier Giorgio Frassati overleed op 24-jarige leeftijd aan een ziekte die hij naar verluidt had opgelopen in een arm gezin. Op 20 mei 1990 werd hij zalig verklaard door paus Johannes Paulus II, die deze jongeman de titel “de man van de acht zaligsprekingen” gaf. Het dient als voorbeeld voor alle jongeren met het oog op de Wereldjongerendag, die in juli 2016 in Krakau (Polen) plaatsvindt. Deze film is geproduceerd door de Chemin Neuf-gemeenschap via het internationale gebedsnetwerk “Net for God”. Neem contact met ons op via netforgod@chemin-neuf.org

Pier Giorgio Frassati leverde indrukwekkende bijdragen op sociaal, religieus en politiek vlak, ondanks zijn korte leven.

Hier zijn zijn belangrijkste verwezenlijkingen:

Sociale betrokkenheid:

Hulp aan armen: Hij was actief lid van de Sint-Vincentiusvereniging en besteedde veel tijd aan het helpen van behoeftigen in Turijn.

Solidariteit met arbeiders:

 Hij studeerde mijnbouwkunde met het doel om Christus te dienen onder mijnwerkers.

Liefdadigheid én hervorming:

Hij zei: “Liefdadigheid is niet genoeg; we hebben sociale hervormingen nodig”.

Religieuze toewijding:

Dagelijkse eucharistie:

 Vanaf jonge leeftijd woonde hij dagelijks de mis bij en ontving de communie.

Lekendominicaan:

In 1922 trad hij toe tot de Derde Orde van Sint-Dominicus en nam de naam Girolamo aan.

Spirituele inspiratie:

Hij was een bewonderaar van Sint-Thomas van Aquino en Sint-Catharina van Siena, en kon moeiteloos passages

uit Dante’s Goddelijke Komedie reciteren.

Persoonlijke en culturele impact:

“Verso l’alto” – Naar de hoogte: Zijn motto symboliseert zijn streven naar spirituele en morele verheffing.

 Hij schreef het op een foto van zichzelf tijdens een bergbeklimming kort voor zijn dood.

Vriendschap en humor:

Hij richtte met vrienden de “vereniging van louche types” op, waarin plezier, spiritualiteit en kameraadschap centraal stonden.

Politiek engagement

Verzet tegen fascisme:

Hij nam deel aan demonstraties tegen Mussolini’s regime en werd meerdere keren gearresteerd.

Oprichting van krant ‘Momento’:

 Deze publicatie was geïnspireerd door de sociale leer van de Kerk, vooral de encycliek Rerum Novarum van paus Leo XIII.

Gedachte van de Dag –

Het geheim van Pier Giorgio’s persoonlijkheid was zijn voortdurende vreugde. “Mijn leven is eentonig,” zei hij ooit,“maar elke dag begrijp ik een beetje beter de onvergelijkbare genade van katholiek zijn.

 Weg dus met alle melancholie. Die hoort alleen thuis in een hart dat het geloof heeft verloren. Ik ben vrolijk.

Verdriet is geen somberheid. Somberheid moet verbannen worden uit de christelijke ziel.”

Als tiener raakte hij bevriend met de armen in de vuile achterbuurten van Turijn en gaf hen alles wat hij had—zijn geld, zijn schoenen, zijn jas. “Jezus komt elke ochtend naar mij toe in de Heilige Communie,”

antwoordde hij aan een vriend die vroeg waarom de krotten hem niet afstootten. “Ik betaal Hem op mijn heel kleine manier terug door de armen te bezoeken.

Het huis mag smerig zijn, maar ik ga naar Christus.”

Op school werd Pier Giorgio leider van groepen die hulp organiseerden voor behoeftigen.

Hij stelde hoge eisen aan zichzelf—zijn inzet van tijd en geld overtrof die van zijn vrienden ruimschoots.

Zondag: overschoenen voor een blootsvoets kind

Maandag: een kamer voor een dakloze vrouw

Dinsdag: laarzen voor een werkloze arbeider

Woensdag: betaling van een schoolrekening voor een meisje

Donderdag: herhuisvesting voor een blinde veteraan

Vrijdag: boodschappen voor een hongerig gezin

Zaterdag: medicijnen voor een oude man met bronchitis

Zijn vrijgevigheid leek eindeloos. Tegelijk organiseerde hij studentenfeestjes, spelletjes en fondsenwervingen voor skireizen naar de Alpen—Pier Giorgio was verslaafd aan bergbeklimmen!

Na een bezoek aan een ernstig misvormde melaatse legde hij aan een vriend uit waarom hij zich zo onbaatzuchtig inzette:

“Wat zijn we rijk dat we gezond zijn. De misvorming van die jongeman zal verdwijnen over een paar jaar, wanneer hij het Paradijs binnengaat.

Maar wij hebben de plicht om onze gezondheid in dienst te stellen van wie dat niet heeft.

Anders handelen zou het geschenk van God verraden. Geen mens mag ooit worden achtergelaten.

 Maar de mooiste vorm van liefdadigheid is die voor de zieken. Dat is een uitzonderlijk werk:

weinigen hebben de moed om de moeilijkheden en gevaren aan te gaan; om het lijden van anderen op zich te nemen, naast hun eigen noden en zorgen.”

Pier Giorgio was beroemd in Turijn, maar zijn familie zag hem als een probleem.

Zijn vader, Alfredo Frassati, hoofdredacteur van La Stampa, leek zijn vrijgevigheid te verachten.

Zijn moeder vond zijn afwezigheid en het te laat komen bij maaltijden lastig.

 Pas na zijn dood begonnen ze hun zoon echt te waarderen.

Een agressieve vorm van polio trof Pier Giorgio in juli 1925, en hij stierf binnen een week.

 Hij was vierentwintig jaar oud.

Een vriend merkte ooit op dat Pier Giorgio, wanneer hij klaar was met bidden in de kerk,

een klein afscheidsgroetje maakte naar het tabernakel. Ik stel me graag voor hoe deze vrolijke heilige Christus begroette in de hemel.

Mijn gedachte op deze herdenkingsdag van de prachtige heilige,Heilige Pier Giorgio, is dat het grootste geschenk

 en de enige glorie van mijn leven is dat ik katholiek ben en elke dag probeer te groeien in de grootste geboden:

God boven alles liefhebben en mijn naaste als mijzelf. St. Edmund Campion verwoordde het zo mooi: “Katholiek zijn is mijn grootste glorie.”

Heilige Pier Giorgio Frassati, bid voor  ons

De data verschillen soms, maar het laatste dat wij vernomen hebben is hun gezamelijke Heiligverklaring op 7 septembet 2025 !

**********************************************************

De Heilige Anna, de moeder van Maria en de grootmoeder van Jezus….

26 juli  Sint Anna Moeder van de Gezegende Maagd Maria

Zoals haar naam “Anna” betekent, werd haar overvloedige genade geschonken, en zij werd voor altijd door God gezegend.

 Als echtgenote van Sint Joachim overtrof zij alle vrouwen in privileges en genade.

 De devotie tot Sint Anna is geworteld in haar band met Maria en het mensgeworden Woord.

De oude liturgie stamt uit de zesde eeuw in het Oosten en uit de achtste eeuw in het Westen.

Paus Urban IV autoriseerde het feest in 1378, en in 1584 stelde Gregorius XIII 26 juli vast als officiële feestdag.

Paus Leo XIII breidde het feest in 1879 uit tot de hele Kerk. Deze devotie is bijzonder populair in Canada.

Gebed :

God, die het behaagde om aan de gezegende Anna zoveel genade te schenken dat zij de moeder werd van de moeder van Uw eniggeboren Zoon: Schenk ons genadig, nu zij bij U is, dat wij, die haar feestdag vieren, geholpen mogen worden door haar gebeden.

Door dezelfde Onze Heer Jezus Christus Uw Zoon, die leeft en regeert met U, in de eenheid van de Heilige Geest, één God, wereld zonder einde. Amen.

De betekenis van Sint Anna in het christendom is bijzonder groot, vooral vanwege haar rol als moeder van de Heilige Maagd Maria en grootmoeder van Jezus Christus. Hoewel ze niet voorkomt in de Bijbel, is haar verhaal bekend uit apocriefe geschriften zoals het Proto-evangelie van Jakobus en uit eeuwenoude traditie.

++++++++++++

Belang van Sint Anna:

Matriarch van de Heilige Familie. Als moeder van Maria staat Anna aan het begin van de menselijke lijn die leidt naar Christus. Haar opvoeding van Maria wordt gezien als essentieel voor de komst van de Verlosser.

Symbool van geloof en vertrouwen Volgens de overlevering was Anna jarenlang kinderloos. Door gebed en goddelijke genade werd ze uiteindelijk zwanger van Maria. Dit wonder wordt gezien als een teken van haar diepe geloof.

Patrones van moeders en vrouwen met kinderwens:

Ze wordt vaak aangeroepen door vrouwen die kracht, troost of vruchtbaarheid zoeken. Haar rol als moeder maakt haar tot een krachtige voorspreekster voor gezinnen.

Voorbeeld van nederigheid en dienstbaarheid:

 Haar leven staat symbool voor stille toewijding, gebed en zorg voor anderen.

Ze is een inspiratiebron voor een eenvoudig en spiritueel leven.

Inspiratie voor gezin en gemeenschap Sint Anna moedigt gelovigen aan om liefdevolle en geloofsvolle gezinnen te vormen.

Haar verhaal benadrukt het belang van opvoeding en geloofsoverdracht.

Devotie en nalatenschap:

Haar feestdag wordt gevierd op 26 juli.

+++++++++++

Over de hele wereld zijn kerken, kapellen en pelgrimsoorden aan haar gewijd.

Ze wordt bijzonder vereerd in Canada, Bretagne (Frankrijk) en Latijns-Amerika.

Sint Anna is een figuur van stille kracht, diep geloof en moederlijke liefde—een geestelijke grootmoeder die generaties blijft inspireren.

De Maagd en het Kind met Sint-Anna – Leonardo da Vinci  ca. 1503 – Louvre, Parijs:

Olieverf op hout. Maria en Jezus zijn dicht bij elkaar, Anna kijkt liefdevol toe. Het lam symboliseert Jezus’ offer.

************

De veertig Martelaren van Sebaste..

++++++++++++++++

Heiligenlevens

De veertig Martelaren van Sebaste

De veertig martelaren van Sebaste, Armenië (gestorven in 320)

De veertig martelaren van Sebaste, Armenië (gestorven in 320). De Veertig Martelaren waren een groep Romeinse soldaten in het Legio XII Fulminata (Gewapend met de bliksem) wiens martelaarschap in 320, voor het christelijk geloof, wordt verteld in de Romeinse Martyrologie. De Veertig Martelaren worden ook geëerd op 9 maart, vooral in de Oosterse Kerk, maar de Romeinse Martyrologie plaatst ze vandaag, op 10 maart.

Ze werden gedood in de buurt van de stad Sebaste, in Klein-Armenië (het huidige Sivas in Turkije), slachtoffers van de vervolgingen van Licinius, die na 316 de christenen in het Oosten vervolgde. Het vroegste verslag van hun bestaan en martelaarschap wordt gegeven door bisschop Basilius van Caesarea, dat wil zeggen de heilige Basilius de Grote (329-379) in een homilie die hij op hun feestdag hield. Het feest van de veertig martelaren is dus ouder dan Basilius zelf, die hen vijftig of zestig jaar na hun dood prees.

Zoals de heilige Basilius het verhaal vertelt: veertig soldaten die openlijk hadden bekend christen te zijn, werden door de prefect veroordeeld om op een bitter koude nacht naakt te worden blootgesteld op een bevroren vijver in de buurt van Sebaste, zodat ze zouden doodvriezen.

Onder de biechtvaders gaf er één toe, liet zijn metgezellen achter en zocht de warme baden bij het meer op, die waren klaargemaakt voor iedereen die onstandvastig zou blijken te zijn. Bij onderdompeling in de ketel raakte degene die zich overgaf in shock en stierf onmiddellijk. Dus deze eenzame soldaat stierf, beroofd van zowel aards als hemels leven.

Een van de bewakers, Aglaius, was ingesteld om de martelaren in de gaten te houden en zag een bovennatuurlijke schittering in de vorm van halo’s boven hun hoofden, die hen overschaduwde. Hij riep zich onmiddellijk uit tot christen, wierp zijn kleren af en voegde zich bij de overige negenendertig. Zo bleef het aantal van veertig compleet.

Bij het aanbreken van de dag werden de verstijfde lichamen van de biechtvaders, die nog tekenen van leven vertoonden, verbrand en de stoffelijke resten in een rivier geworpen. Christenen verzamelden de kostbare overblijfselen echter zo goed als ze konden en de relikwieën werden verspreid over vele steden. Op deze manier werd de verering van de Veertig Martelaren wijdverbreid en werden er talrijke Kerken ter ere van hen opgericht. Maar in Sebaste zelf werd een kathedraal met 40 koepels gebouwd. De kathedraal van Sebastia stond bijna 1.000 jaar, tot de invasie van Tamerlane en de Mongolen aan het einde van de 14e eeuw. De naam “Veertig Martelarenkathedraal” is echter tot op de dag van vandaag bewaard gebleven.

Er werd een kerk gebouwd in Caesarea, in Cappadocië, en het was in deze kerk dat de heilige Basilius zijn homilie hield.

De heilige Gregorius van Nyssa was bijzonder toegewijd aan de Veertig Martelaren – twee toespraken ter ere van hen, door hem gepredikt in de aan hen gewijde Kerk, zijn nog steeds bewaard gebleven en na de dood van zijn ouders legde hij ze te ruste naast de relikwieën van de biechtvaders.

De heilige Efrem de Syriër heeft ook de veertig martelaren geprezen.

Sozomen, een Romeinse advocaat en historicus, die ooggetuige was, heeft een interessant verslag nagelaten van de vondst van de relikwieën in Constantinopel, in het heiligdom van Sint Thyrsus, gebouwd door Caesarius, door middel van keizerin Pulcheria.

Hun namen zijn: Acacius, Aetius, Aglaius, Alexander, Angus, Athanasius, Candidus, Chudion, Claudius, Cyrillus, Cyrion, Dometianus, Domnus, Ecdicius, Elias, Eunoicus, Eutyches, Eutychius, Flavius, Gaius, Gorgonius, Helianus, Herachus, Hesychius, John, Lysimachus, Meliton, Nicolaas, Philoctemon, Priscus, Sacerdon, Severianus, Sisinius, Smaragdus, Theodulus, Theophilus, VaIens, Valerius, Vivianus en Xanthias.

De cultus van de Veertig Martelaren is wijdverbreid in de Oosterse Kerk. Het klooster van de veertig heiligen in Sarandë, het huidige Albanië, dat zijn naam in het Grieks aan de stad zelf gaf, werd gebouwd in de 6e eeuw en was een belangrijk bedevaartsoord. De kerken van Sint Sophia in Ohrid (het huidige Noord-Macedonië) en Kiev (Oekraïne) bevatten hun afbeeldingen, daterend uit respectievelijk de 11e en 12e eeuw. Een aantal hulpkapellen werden gewijd aan de Veertig en er zijn verschillende voorbeelden waarin een hele kerk aan hen is gewijd – bijvoorbeeld het Xeropotamou-klooster op de berg Athos en de 13e-eeuwse Heilige Veertig Martelarenkerk in Bulgarije. een kerk van de 40 heiligen in Constantinopel. In Syrië zijn de Armeense kathedraal van Aleppo en de Grieks-orthodoxe kathedraal van Homs gewijd aan de veertig martelaren

Een gebed ter vermelding van de Veertig Heilige Martelaren van Sebaste wordt ook geplaatst in de Orthodoxe Huwelijksdienst (aangeduid als een “kroning”) om de bruid en bruidegom eraan te herinneren dat geestelijke kronen op hen wachten in de Hemel, ook als ze net zo trouw blijven aan Christus als deze heiligen van lang geleden.

Speciale devotie tot de veertig martelaren van Sebaste werd al vroeg in het Westen geïntroduceerd. Bisschop St. Gaudentius van Brescia (gestorven rond 410 of 427) ontving deeltjes van de as van de martelaren tijdens een reis in het Oosten en plaatste ze, met andere relikwieën, in het altaar van de basiliek die hij had opgericht, bij de inwijding waarvan hij een toespraak hield, die nog steeds bestaat.

De kerk van Santa Maria Antiqua op het Forum Romanum, gebouwd in de vijfde eeuw, bevat een kapel, gebouwd zoals de kerk zelf, op de oude plaats en gewijd aan de veertig martelaren. Een muurschildering uit de zesde of zevende eeuw verbeeldt hun martelaarschap. De namen van de biechtvaders, zoals we ze ook in latere bronnen aantreffen, waren vroeger op dit fresco gegraveerd. Er is een prachtige kapel van de veertig martelaren in de kerk van het Heilig Graf in Jeruzalem

Kapel van de Veertig Martelaren in de Kerk van het Heilig Graf, Jeruzalem

Bedenking :

  • Geloof en Principes Vasthouden

  • Gemeenschapszin en Samenhorigheid

Hun boodschap benadrukt het belang van eenheid: “één strijd, één rustplaats.”

In ons dagelijks leven kunnen we die gedachte toepassen door samenwerking, empathie en zorg voor anderen te tonen – in familie, buurt, werkomgeving.

  • Verzoening met Opofferingsgezindheid

De martelaren aanvaardden lijden met hoop op een hoger doel. In onze context betekent dat:

Niet alles voor jezelf houden, maar anderen helpen, zelfs als dat iets van jou vraagt. Moeite doen om iets goeds te doen, ook als niemand toekijkt.

  •  Leven met Eeuwige Intentie

“Wanneer wij door Gods genade en de gemeenschappelijke gebeden van allen de strijd voor ons zullen leveren, en komen tot de beloningen van de hoge roeping, verlangen wij dat dan deze wil van ons gerespecteerd mag worden. Want hoewel wij uit verschillende plaatsen komen, hebben wij één en dezelfde rustplaats gekozen omdat wij voor onszelf één gemeenschappelijke strijd voor de prijs hebben gesteld. Deze dingen zijn goed bevonden door de Heilige Geest en hebben ons behaagd. Daarom … broeders in Christus smeken wij onze geëerde ouders en verwanten om geen verdriet of pijn te hebben, maar om de beslissing van onze broederlijke gemeenschap te respecteren, en om hartelijk in te stemmen met onze wensen, zodat u van onze gemeenschappelijke Vader de grote beloning van gehoorzaamheid en van het delen in ons lijden mag ontvangen. Wij bidden met onze zielen en met de Heilige Geest dat wij allen de eeuwige goede dingen van God en zijn koninkrijk mogen verkrijgen, nu en voor altijd.

 Amen.”

Bron :https://anastpaul.com/tag/fortymartyrsofsebaste/

Over de Heilige Rita van Casia : door Abouna Fawaz…

Leer van Sint Rita om nooit toe te staan dat het kwaad in je hart verblijft, en om haat, wraak en bitterheid te vernietigen met de kracht van vergeving en liefde.

Leer van haar dat het pad naar het ware leven niet is gebaseerd op het behagen van mensen, maar op het gehoorzamen van God, ongeacht de kosten.

 Leer van haar dat volledige afhankelijkheid van de Heer je niet alleen uit pijn haalt; het transformeert pijn in genade, wonden in kracht, en lijden in een levend getuigenis. 

Leer van haar dat met Christus geen strijd zinloos is, geen traan verspild is, en geen kruis zonder kroon is.

— Abouna Fawaz

——————–

[Wie is de heilige Rita

De heilige Rita van Cascia  is een van de meest geliefde heiligen binnen de katholieke traditie, vooral bekend als de patrones van hopeloze en onmogelijke zaken.

Ze werd geboren rond 1381 in Roccaporena, een dorpje in Italië, en leidde een leven vol lijden, vergeving en diepe toewijding aan God. Op jonge leeftijd werd ze uitgehuwelijkt aan een gewelddadige man. Ondanks zijn wreedheid bleef ze hem trouw en bad voor zijn bekering. Na zijn gewelddadige dood wilden haar zonen wraak nemen, maar Rita bad liever dat zij zouden sterven dan dat ze zouden zondigen. Kort daarna stierven ze beiden een natuurlijke dood.

Pas toen kon ze haar roeping volgen en trad ze toe tot het klooster van de augustinessen in Cascia. Daar leidde ze een leven van gebed, boetedoening en mystieke ervaringen. Volgens de overlevering kreeg ze op Goede Vrijdag een wond op haar voorhoofd van een doorn uit Christus’ kroon — een stigma die ze tot haar dood droeg2.

Ze stierf op 22 mei 1457. Haar lichaam werd later ongeschonden teruggevonden en rust nu in een glazen schrijn in Cascia. In 1900 werd ze heilig verklaard door paus Leo XIII.

Ze is niet alleen patrones van hopeloze zaken, maar ook van vrouwen in moeilijke huwelijken, moeders, en mensen die lijden aan ziekte of misbruik. Haar feestdag is elk jaar op 22 mei.

Zij wordt vooral vereerd bij de Augstijnen]

Otheo.be

+++++++++++++++++

St Antonius Kluizenaar : zijn leven….

Het leven van Antonius Kluizenaar

Sint Antonius onbekende kunstenaar Italiaanse School

– Sint Antonius Abt (251-356) Kluizenaar, stichter van kloosters, abt en spiritueel gids, mysticus en wonderdoener, geliefd bij alle dieren. Geboren in 251 in Heracleus, Egypte en stierf op 17 januari 356 op de berg Colzim aan natuurlijke oorzaken. Ook bekend als – Antonius van Egypte, Antonius van de woestijn, Antonius de kluizenaar, Antonius de kluizenaar, Antonio Abate, vader van alle monniken, vader van het westerse monnikendom . Zijn beschermheren zijn talrijk – tegen eczeem, huidziekten en huiduitslag, pestilentie, Sint-Antoniusvuur, van brandweerlieden, van wilde dieren, geamputeerden, kluizenaars, mandenvlechters en -makers, klokkenluiders, borstelmakers, huisdieren, slagers, begraafplaats- en begrafenisondernemers en doodgravers, epileptici, boeren, kluizenaars, monniken, varkens, vee, hospitaalridders, van 29 steden in Europa.

Het Romeinse Martyrologie zegt: ” In Thebais, St Anthony, Abt en Spirituele Gids van vele Monniken. Hij werd het meest gevierd om zijn leven en wonderen, waarvan St Athanasius een gedetailleerd verslag heeft geschreven. Zijn heilige lichaam werd gevonden door goddelijke openbaring, tijdens de regering van keizer Justinianus en naar Alexandrië gebracht, waar het werd begraven in de kerk van St John the Baptist. “

De roeping van Sint Antonius

Antonius werd geboren in 251 in een rijke familie van boeren in het dorp Coma, nu Qumans, in Egypte. Rond de leeftijd van 18-20 jaar werd hij als wees achtergelaten met een rijk landgoed om te beheren en met een jongere zus om op te voeden.

Aangetrokken door de evangelische leer ” Als je perfect wilt zijn, ga dan, verkoop wat je hebt, geef aan de armen en je zult een schat in de hemel hebben, kom dan, volg mij” en door het voorbeeld van enkele kluizenaars die in de buurt leefden in gebed, armoede en kuisheid, werd Antonius’ hart aangetrokken om dit pad te kiezen. Hij verkocht daarom zijn goederen, vertrouwde zijn zus toe aan een gemeenschap van maagden en wijdde zichzelf aan een ascetisch leven voor zijn huis en vervolgens buiten de stad

Op zoek naar een boetvaardig en geïsoleerd leven, bad hij tot God om verlichting. Niet ver daarvandaan zag hij een kluizenaar, net als hijzelf, die zat te werken, een touw weefde, toen stopte, opstond en bad; onmiddellijk daarna ging hij weer aan het werk en bad. Deze kluizenaar was een engel van God die Antonius het pad van werk en gebed liet zien dat, twee eeuwen later, de basis zou vormen van de benedictijnse regel ” Ora et labora ” en het westerse monnikendom. Een deel van Antonius’ werk werd gebruikt om voedsel te verkrijgen en een deel werd uitgedeeld aan de armen. Sint Athanasius beweert dat hij voortdurend bad en zo aandachtig was bij het lezen van de Schriften dat hij ze woordelijk in zijn geheugen trainde en hij geen boekrollen meer nodig had.

De verleidingen van Sint Antonius

Toen hij nog heel jong was, na een paar jaar van zijn eenzame leven, begonnen er voor hem heel zware beproevingen. Onzuivere gedachten kwelden hem, twijfels over de wenselijkheid van zo’n eenzaam leven. Het instinct van het vlees en de gehechtheid aan materiële goederen die hij had geprobeerd te onderdrukken, kwamen met overweldigende en oncontroleerbare kracht terug.

Hij vroeg daarom om hulp aan andere kluizenaars, die hem vertelden niet bang te zijn, maar met vertrouwen vooruit te gaan, omdat God met hem was. Ze adviseerden hem ook om zich te ontdoen van alle banden en materiële bezittingen en zich terug te trekken op een meer eenzame plek.

Zo zocht Antonius, nauwelijks bedekt door een ruwe doek, zijn toevlucht in een oud graf dat was uitgegraven in de rotsen van een heuvel, rond het dorp Coma. Een vriend bracht hem af en toe wat brood; voor de rest moest hij het doen met wilde bessen en kruiden die om hem heen groeiden.

Op deze plek werden de eerste verleidingen vervangen door angstaanjagende visioenen en geluiden. Bovendien ging hij door een periode van vreselijke geestelijke duisternis. Dit alles overwon Anthonye door geduldig te volharden in het geloof, de wil van God uitvoerend, dag na dag, zoals zijn leraren hem hadden geleerd.

Toen Christus Zich uiteindelijk aan hem openbaarde als de Kluizenaar, vroeg hij: ” Waar was Gij? Waarom bent Gij niet verschenen vanaf het begin, om een ​​einde te maken aan mijn lijden?” Hij hoorde Hem antwoorden: ” Antonius, ik was hier bij u en was getuige van uw strijd “…

Op de bergen van Pispir

Ontdekt door zijn medeburgers, die, zoals alle christenen van die tijd, massaal naar de kluizenaars trokken om geestelijk advies, gebed en troost te ontvangen, maar tegelijkertijd hun eenzaamheid en meditatie verstoorden, dwong Antonius om verder weg te trekken. In de bergen van Pispir was een verlaten fort, besmet met slangen maar met een bron en in 285 verhuisde Antonius daarheen en bleef daar 20 jaar.

Twee keer per jaar werd hem brood van bovenaf gedropt. In deze nieuwe eenzaamheid volgde hij het voorbeeld van Jezus, die, geleid door de Geest, zich terugtrok in de woestijn ” om verzocht te worden door de duivel ” ,

Sint Athanasius vertelt over de vele keren dat Sint Antonius tegen duivels vocht, niet alleen door verleidingen te weerstaan, maar ook door lichamelijk letsel te lijden dat ze hem mochten toebrengen. Bij een van die gelegenheden ” sneden een menigte demonen … hem zo met striemen dat hij sprakeloos op de grond lag van de buitensporige pijn .” Hij werd bewusteloos aangetroffen door de plaatselijke dorpelingen, die dachten dat hij dood was en hem naar hun kerk brachten, hier afgebeeld op de achtergrond. ( Leven van Antonius 8 en 9 )

De eerste gemeenschappen van discipelen

Toen kwam de tijd dat veel mensen die zich wilden wijden aan het eenzame kluizenaarsleven, bij het fort aankwamen. Antonius ging naar buiten en begon de gekwelden te troosten, genezingen van de Heer te verkrijgen, de bezetenen te bevrijden en de nieuwe discipelen te onderwijzen.

Er werden twee groepen monniken gevormd die aanleiding gaven tot twee kloosters, één ten oosten van de Nijl en de andere op de linkeroever van de rivier. Elke monnik had zijn eigen eenzame grot, maar gehoorzaamde een broeder die meer ervaring had in het spirituele leven. Antonius gaf iedereen zijn advies over het pad naar vervolmaking van de geest en vereniging met God, en opereerde zo als hun abt vanuit zijn grot.

In de Thebaid

Om opnieuw te ontsnappen aan de vele nieuwsgierigen die naar het fort kwamen, besloot Antonius zich terug te trekken naar een meer afgelegen plek. Hij ging daarom naar de Thebaid-woestijn in Opper-Egypte, waar hij een kleine tuin begon te cultiveren om zichzelf en de discipelen en bezoekers die hem volgden te onderhouden.

Hij leefde in de Thebaid-regio tot het einde van zijn zeer lange leven. Hij was in staat om het lichaam van de kluizenaar Sint Paulus de Kluizenaar te begraven, met de hulp van een leeuw – om deze reden wordt hij beschouwd als de beschermheilige van wilde dieren, van begraafplaatsen, grafdelvers en begrafenisondernemers.

In zijn laatste jaren verwelkomde hij twee monniken die voor hem zorgden op zijn extreem hoge leeftijd. Hij stierf op 106-jarige leeftijd, op 17 januari 356 en werd begraven op een geheime plek.

De spirituele erfenis

Lees verder “St Antonius Kluizenaar : zijn leven….”

Beda de Eerbiedwaardige….

Heilige Beda de Eerbiedwaardige (673-735) Vader en Leraar 

Deze nederige monnik, wiens leven werd doorgebracht in de lofprijzing van God, zocht zijn Goddelijke Meester in de natuur en in de geschiedenis, maar bovenal in de Heilige Schrift, die hij bestudeerde met liefdevolle aandacht en trouw aan de Traditie. Hij, die altijd een leerling van de ouden was, neemt vandaag de dag zijn plaats in onder zijn meesters, als Vader en Kerkleraar

Hij vat zijn eigen leven als volgt samen: ” Ik ben priester van het klooster van de gezegende apostelen Petrus en Paulus. Ik ben geboren op hun land en sinds mijn zevendHij vat zijn eigen leven als volgt samen: ” Ik ben priester van het klooster van de geegende apostelen Petrus en Paulus. Ik ben geboren op hun land en sinds mijn zevende jaar heb ik altijd in hun huis gewoond, de Regel in acht genomen, dag in dag uit gezongen in hun kerk en het mijn genoegen gemaakt om te leren, te onderwijzen of te schrijven. Sinds ik priester ben gemaakt, heb ik commentaren op de Heilige Schrift geschreven voor mezelf en mijn broeders, waarbij ik de woorden van onze vereerde Vaders heb gebruikt en hun interpretatiemethode heb gevolgd. En nu, goede Jezus, smeek ik U, Gij die mij in Uw genade hebt gegeven om te drinken van de zoetheid van Uw Woord, geef mij nu, om de Bron te bereiken, de Bron van Wijsheid, en om voor eeuwig en altijd op U te staren. ” ( Bede, Hist. Eccl. cap. ult. )e jaar heb ik altijd in hun huis gewoond, de Regel in acht genomen, dag in dag uit gezongen in hun kerk en het mijn genoegen gemaakt om te leren, te onderwijzen of te schrijven. Sinds ik priester ben gemaakt, heb ik commentaren op de Heilige Schrift geschreven voor mezelf en mijn broeders, waarbij ik de woorden van onze vereerde Vaders heb gebruikt en hun interpretatiemethode heb gevolgd. En nu, goede Jezus, smeek ik U, Gij die mij in Uw genade hebt gegeven om te drinken van de zoetheid van Uw Woord, geef mij nu, om de Bron te bereiken, de Bron van Wijsheid, en om voor eeuwig en altijd op U te staren. ” ( Bede, Hist. Eccl. cap. ult. )

De heilige dood van de dienaar van God was een van de kostbaarste lessen die hij zijn discipelen naliet. Zijn laatste ziekte duurde vijftig dagen en hij bracht ze, net als de rest van zijn leven, door met het zingen van de Psalmen en met het onderwijzen. Toen het feest van de Hemelvaart naderde, herhaalde hij steeds opnieuw, met tranen van vreugde, de Antifoon: O Koning van Glorie, die triomfantelijk boven de hemelen bent opgestegen, laat ons niet als wezen achter, maar zend ons de Belofte van de Vader, de Geest van Waarheid. Hij zei tegen zijn discipelen, in de woorden van Sint Ambrosius: ” Ik heb niet op zo’n manier geleefd dat ik me zou schamen om met u te leven, maar ik ben niet bang om te sterven, want we hebben een goede Meester. ” Vervolgens keerde hij terug naar zijn vertaling van het Evangelie van Sint Johannes en een werk dat hij op de dag van Sint Isidorus was begonnen en zei: ” Ik wil niet dat mijn discipelen na mijn dood worden gehinderd door dwaling, noch dat ze de vrucht van hun studies verliezen. “

Op de dinsdag voor de Hemelvaart werd hij slechter en het was duidelijk dat het einde nabij was. Hij was vol vreugde en bracht de dag door met dicteren en de nacht met dankgebeden. De ochtend van woensdag trof hem aan zijn discipelen aan te sporen om zich te haasten met hun werk. Op het uur van Terts verlieten ze hem om deel te nemen aan de processie die op die dag werd gehouden (de laatste dag van de Rogatie), met de relikwieën van de Heiligen. Een van hen, een jongeling, die bij hem bleef, zei: ” Beste Meester, er is nog maar één hoofdstuk over; hebt u er kracht voor? ” ” Het is gemakkelijk ,” antwoordde hij met een glimlach, “pak uw pen, knip hem en schrijf – maar haast u. ” Op het uur van None stuurde hij om de priesters van het klooster en gaf hun kleine geschenken, en smeekte hen om hem bij het altaar te gedenken. Allen huilden. Maar hij was vol vreugde en zei: “ Het is tijd voor mij, als het mijn Schepper behaagt, om terug te keren naar Hem die mij uit het niets heeft gemaakt, toen ik er nog niet was. Mijn lieve Rechter heeft mijn leven goed geordend en nu is de tijd van ontbinding nabij. Ik verlang ernaar om ontbonden te worden en bij Christus te zijn. Ja, mijn ziel verlangt ernaar om Christus mijn Koning in Zijn schoonheid te zien. ”

Bron : https://anastpaul.com/2022/05/27/saint-of-the-day-27-may-saint-bede-the-venerable-673-735-father-and-doctor-the-holy-death-of-the-servant-of-god/

Sint Fulgentius van Ruspe (c 462-533)Bisschop van de stad Ruspe….

2cd4bbb9306f12911bfe025c4b0de373

Sint Fulgentius van Ruspe (c 462 – 533) Abt, bisschop van de stad Ruspe, Romeinse provincie van Afrika, Noord-Afrika in het huidige Tunesië, theoloog, schrijver – bekend als “The Pocket Augustine” – geboren als Fabius Claudius Gordianus Fulgentius in c 462 in Carthago, Noord-Afrika (het huidige Tunis, Tunesië) en stierf op 1 januari 533 in Ruspe aan natuurlijke oorzaken. Hij wordt vandaag en op 3 januari vereerd door de Augustijnen.

RUSPE1

Hij werd geboren in een Romeinse senatoriale familie en was goed opgeleid. Zijn vader Claudius stierf toen Fulgentius nog vrij jong was. Zijn moeder, Mariana, leerde hem Grieks en Latijn spreken. Hij werd zo goed in Grieks dat hij het sprak als een inboorling en leerde heel Homerus uit zijn hoofd. Hij was ook goed opgeleid in Latijnse literatuur.

Naarmate hij ouder werd, beheerde hij zijn huis verstandig in onderwerping aan zijn moeder en Fulgentius kreeg al snel veel respect voor zijn beheer van de familiezaken. Deze reputatie hielp hem een ​​post te verwerven als ambtenaar in de regering van Rome, als procurator van Byzacena.

Hij raakte snel uitgekeken op het provinciale leven. Dit, samen met zijn studies van religie, met name een preek van Sint Augustinus van Hippo over Psalm 36, leidde ertoe dat hij aangetrokken werd tot een religieus leven en hij trad in een klooster, werd monnik, werd vervolgens gewijd en werd abt.

ABT

Destijds waren de Ariaanse vervolgingen gestopt, maar de verkiezing van katholieke bisschoppen was verboden. In 508 werd het noodzakelijk om de wet te trotseren toen bisschoppen werden gewijd, Fulgentius werd gekozen voor Ruspe (het huidige Kudiat Rosfa, Tunesië). Hij werd met 60 andere bisschoppen verbannen naar Sardinië. Daar bouwden ze een klooster en bleven schrijven, bidden en studeren.

KONING

Fulgentius werd rond 515 door de Ariaanse koning Thrasimund uitgenodigd om terug te keren naar Carthago om daar te debatteren met zijn Ariaanse vervanger. Hij weerlegde zijn Ariaanse tegenstanders zo succesvol dat hij in 518 opnieuw werd verbannen.

Koning Hilderic volgde Thrasimund in 523 op en stond de ballingen toe om terug te keren. Toen de vrede eindelijk was hersteld in de Afrikaanse kerk, keerde Fulgentius terug naar zijn bisdom. Hij had liever teruggekeerd naar zijn klooster en zijn studies hervat, maar hij was zo’n populaire prediker dat hij tot aan zijn dood op de preekstoel bezig was.

BISSCHOP

Als bisschop volgde hij het voorbeeld van Augustinus door in gemeenschap te leven met de geestelijkheid van zijn bisdom. Hij stichtte verschillende andere kloosters in Afrika. Toen hij werd verbannen naar Sardinië, wilde hij niet weg van het monastieke gemeenschapsleven, en stichtte daar zelfs kloosters.

Er zijn verschillende brieven en acht preken bewaard gebleven. Fulgentius’ werk toont zijn enorme kennis van het Grieks en een sterke invloed en overeenkomst met Sint Augustinus, zozeer zelfs dat hij bekend staat als ” The Pocket Augustine. ” Hij schreef vaak tegen het Arianisme en Pelagianisme.

Frankrijk

jSint Fulgentius stierf in 533 in Ruspe aan natuurlijke oorzaken. Enkele van zijn relikwieën bevinden zich in Bourges, Frankrijk.

Sint Fulgentius streefde er werkelijk naar om een ​​leven te leiden in overeenstemming met het voorschrift van Sint Augustinus:

“Alles buiten ons fluctueert met de stormen en verleidingen van deze tijd. Maar we hebben een innerlijke woestijn nodig, waar we onszelf verzamelen en leven van ons geloof.” … (Sermo 47,25)

full9

5af198f4720a8fd05d88b22d5281aec9

 

 

HEILIGE FULGENTIUS VAN RUSPE (c 462-533)

Sint Fulgentius van Ruspe (c 462 – 533) Abt, bisschop van de stad Ruspe, Romeinse provincie van Afrika, Noord-Afrika in het huidige Tunesië, theoloog, schrijver – bekend als “The Pocket Augustine” – geboren als Fabius Claudius Gordianus Fulgentius in c 462 in Carthago, Noord-Afrika (het huidige Tunis, Tunesië) en stierf op 1 januari 533 in Ruspe aan natuurlijke oorzaken. Hij wordt vandaag en op 3 januari vereerd door de Augustijnen

FULL

Hij werd geboren in een Romeinse senatoriale familie en was goed opgeleid. Zijn vader Claudius stierf toen Fulgentius nog vrij jong was. Zijn moeder, Mariana, leerde hem Grieks en Latijn spreken. Hij werd zo goed in Grieks dat hij het sprak als een inboorling en leerde heel Homerus uit zijn hoofd. Hij was ook goed opgeleid in Latijnse literatuur.

Naarmate hij ouder werd, beheerde hij zijn huis verstandig in onderwerping aan zijn moeder en Fulgentius kreeg al snel veel respect voor zijn beheer van de familiezaken. Deze reputatie hielp hem een ​​post te verwerven als ambtenaar in de regering van Rome, als procurator van Byzacena.

Hij raakte snel uitgekeken op het provinciale leven. Dit, samen met zijn studies van religie, met name een preek van Sint Augustinus van Hippo over Psalm 36, leidde ertoe dat hij aangetrokken werd tot een religieus leven en hij trad in een klooster, werd monnik, werd vervolgens gewijd en werd abt.

ORDINIS

Destijds waren de Ariaanse vervolgingen gestopt, maar de verkiezing van katholieke bisschoppen was verboden. In 508 werd het noodzakelijk om de wet te trotseren toen bisschoppen werden gewijd, Fulgentius werd gekozen voor Ruspe (het huidige Kudiat Rosfa, Tunesië). Hij werd met 60 andere bisschoppen verbannen naar Sardinië. Daar bouwden ze een klooster en bleven schrijven, bidden en studeren.

ARIAANS

Fulgentius werd rond 515 door de Ariaanse koning Thrasimund uitgenodigd om terug te keren naar Carthago om daar te debatteren met zijn Ariaanse vervanger. Hij weerlegde zijn Ariaanse tegenstanders zo succesvol dat hij in 518 opnieuw werd verbannen.

Koning Hilderic volgde Thrasimund in 523 op en stond de ballingen toe om terug te keren. Toen de vrede eindelijk was hersteld in de Afrikaanse kerk, keerde Fulgentius terug naar zijn bisdom. Hij had liever teruggekeerd naar zijn klooster en zijn studies hervat, maar hij was zo’n populaire prediker dat hij tot aan zijn dood op de preekstoel bezig was

HILDERIC

Als bisschop volgde hij het voorbeeld van Augustinus door in gemeenschap te leven met de geestelijkheid van zijn bisdom. Hij stichtte verschillende andere kloosters in Afrika. Toen hij werd verbannen naar Sardinië, wilde hij niet weg van het monastieke gemeenschapsleven, en stichtte daar zelfs kloosters.

Er zijn verschillende brieven en acht preken bewaard gebleven. Fulgentius’ werk toont zijn enorme kennis van het Grieks en een sterke invloed en overeenkomst met Sint Augustinus, zozeer zelfs dat hij bekend staat als ” The Pocket Augustine. ” Hij schreef vaak tegen het Arianisme en Pelagianisme.

Biskop

jSint Fulgentius stierf in 533 in Ruspe aan natuurlijke oorzaken. Enkele van zijn relikwieën bevinden zich in Bourges, Frankrijk.

Sint Fulgentius streefde er werkelijk naar om een ​​leven te leiden in overeenstemming met het voorschrift van Sint Augustinus:

“Alles buiten ons fluctueert met de stormen en verleidingen van deze tijd. Maar we hebben een innerlijke woestijn nodig, waar we onszelf verzamelen en leven van ons geloof.” … (Sermo 47,25)

FROM9

 

 

 

Zuster Teresa Benedicta van het Kruis (Karmelietes) haar leven….

tekst bijbel spreuken 31 ,10 een sterke vrouw

Stein2

 

Afkomst en jeugd

Edith Stein wordt op 12 oktober 1891 geboren als jongste van zeven kinderen in een orthodox joods gezin in Breslau. Dat is nu de Poolse stad Wroclaw, maar maakt in die tijd deel uit van het Duitse Keizerrijk en is gelegen in de Pruisische provincie Silezië. Haar vader, die houthandelaar is, sterft als ze twee jaar is. Haar moeder neemt de zaak daarna zelf in handen en blijft daarnaast volgens de strenge regels van het joodse geloof haar kinderen opvoeden. Voor haar is het belangrijk dat Edith geboren is op Grote Verzoendag. Dat is de meest heilige dag van de joodse kalender, waarin gelovigen vergeving van hun tekortkomingen vragen om zonder zonden het nieuwe jaar te kunnen beginnen.

STEIN3

Edith als studente in Breslau (1913-1914)

Studie

HUSSERL

Edmund Husserl (1859-1938), filosoof en leermeester van Edith Stein

1f7811b35df763d09daf3e51d4d71db7

In de pubertijd breekt Edith met haar joodse geloof en wordt atheïstisch. Op haar veertiende wil ze niet meer naar school en ze belandt als hulp in de huishouding bij haar oudste zus, die met een arts getrouwd is en in Hamburg woont. Na een aantal maanden gaat ze naar school terug en op haar negentiende behaalt ze met prachtige cijfers het gymnasiumdiploma. Ze vervolgt haar studie aan de Universiteit van Breslau, maar gaat in 1913 over naar de beroemde Universiteit van Göttingen om daar filosofie, psychologie, geschiedenis en letteren te studeren. Die studie verloopt voortreffelijk. Ze ontmoet veel interessante mensen onder wie verschillende tot het christendom bekeerde joden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog onderbreekt ze enige tijd haar studie om als vrijwilliger oorlogsslachtoffers te verplegen. Als haar belangrijkste docent, de filosoof Edmund Husserl, verhuist naar de Universiteit van Freiburg, volgt Edith hem en wordt zijn wetenschappelijk assistent. Ze promoveert tot doctor in de filosofie in 1917. Naast haar wetenschappelijk werk geeft Edith in die periode veel lezingen.

stein5

Edith als jonge vrouw, ca. 1920

Katholieke geloof

Bij toeval krijgt Edith in de zomervakantie van 1921 bij een van haar bevriende kennissen in Göttingen de autobiografie van de heilige Teresa van Avila in handen. Ze leest dit levensverhaal van de zestiende-eeuwse zuster karmelietes is één nacht uit. De volgende morgen zegt ze: ‘Nu heb ik de waarheid gevonden’. Ze verdiept zich verder in het katholieke geloof en laat zich op 1 januari 1922 dopen. Pas daarna gaat ze het haar moeder vertellen, die er erg verdrietig over is. Edith stopt met haar universitaire baan en gaat lesgeven in de Duitse taal en cultuur aan de middelbare meisjesschool van de zusters Dominicanessen in Speyer. Ze bewoont dan een kamertje in het klooster, werkt aan filosofisch-wetenschappelijke publicaties en doet aan alle gebedsdiensten in de kapel mee. Ze is zeer betrokken bij haar leerlingen, maar het lesgeven loopt toch niet lekker, omdat ze vanuit haar geleerdheid te veeleisend is.

In het klooster

In 1932 wordt ze lector aan het Instituut voor Pedagogie van de Universiteit van Münster. Maar al in 1933 komt er een einde aan deze baan. Door de antisemitische wetgeving van de nieuwe regering o.l.v. Adolf Hitler is er voor haar vanwege haar joodse afkomst geen plaats meer in het onderwijs. In een brief wijst ze paus Pius XI op het gevaar dat de joden in Duitsland lopen, maar ze krijgt geen enkele reactie.

Dan besluit ze in te treden in het karmelietessenklooster van de orde van Teresa van Avila in Keulen. Ze kiest als kloosternaam voor Teresa Benedicta van het Kruis. Haar moeder begrijpt helemaal niets van deze keuze voor het klooster, maar komt haar toch als hoogbejaarde een keer opzoeken. In de nacht van 9 op 10 november 1938 blijkt uit het brute antisemitische optreden tijdens de Reichskristallnacht dat het voor joden – en zelfs voor bekeerde joden – in Duitsland niet veilig meer is.

KLOOSTER

Het karmelietessenklooster in Echt (Limburg), waar Edith Stein ruim drie jaar verbleef tot haar arrestatie door de Gestapo (1942

Vervolging

Om het klooster en haarzelf niet gevaar te brengen wordt Zuster Teresa Benedicta op oudejaarsavond de grens overgebracht naar het karmelietessenklooster in het Limburgse Echt. In 1940 komt haar zus Rosa ook naar Echt. Zij is inmiddels ook katholiek geworden, maar zal lekenzuster blijven en niet als non intreden. In datzelfde jaar overvallen de Duitsers Nederland. De joodse inwoners worden steeds meer in het nauw gedreven. De gezusters Stein in Echt moeten ook de Jodenster gaan dragen, maar lopen nog geen gevaar gedeporteerd te worden. Dat verandert als onder leiding van kardinaal de Jong de Nederlandse bisschoppen zich verzetten tegen de Jodenvervolgingen. Een week nadat in alle katholieke kerken een verzetsbrief van de bisschoppen is voorgelezen, worden op 2 augustus 1942 zuster Benedicta en haar zus Rosa in Echt door de Gestapo opgepakt en via Kamp Amersfoort naar het doorgangskamp Westerbork gebracht. In dat kamp zijn ze met tien zusters die allemaal nog hun habijt dragen. Edith Stein trekt zich het lot van de kleine joodse kinderen aan. Ze troost ze en wast en verzorgt ze. Dat kan echter maar voor enkele dagen. Op 7 augustus wordt ze met haar zus in een veewagon op transport gesteld naar Polen. Twee dagen later worden ze vermoord in een van de gaskamers van Auschwitz.

STEIN71

Plaquette bij het vroegere woonhuis van het gezin Stein in Wrocaw (vroeger Breslau)

 

STEIN9

Edith Stein, gebrandschilderd raam in de St. Bavobasiliek (en kathedraal) in Haarlem.

Heiligenleven : de heilige Andreas de Dwaas voor Christus ….

2-b583f36bd0

Leven en visioenen van St. Andreas de Dwaas voor Christus

DWAAS

Andreas was een Slaaf van geboorte. Als jonge man werd hij tot slaaf gemaakt; en werd gekocht door Theognostus, een rijk man in Constantinopel, tijdens het bewind van keizer Leo de Wijze (zoon van keizer Basilius de Macedoniër).

Andreas was knap van lichaam en ziel. Theognostus had een oogje op Andreas en stond hem toe geletterd te worden. Andreas bad vurig tot God en woonde met liefde kerkdiensten bij.

Gehoorzamend aan een hemelse openbaring nam hij de ascese van dwaasheid voor Christus aan.

Op een keer, toen hij naar de bron ging om water te halen, scheurde hij zijn kleren uit en sneed ze met een mes, alsof hij krankzinnig was. Bedroefd door dit, bond zijn meester Theognostus hem in ketenen en bracht hem naar de kerk van St. Anastasia de Verlosser van Toverdranken, zodat gebeden voor hem zouden worden gelezen. Maar Andreas verbeterde niet, en zijn meester bevrijdde hem als geestesziek.

Andreas deed overdag alsof hij krankzinnig was, maar bad de hele nacht tot God. Hij leefde zonder enige vorm van onderdak. Hij bracht zelfs de nachten buiten door, liep halfnaakt rond in een enkel gescheurd kledingstuk en at slechts een beetje brood als goede mannen het hem gaven. Hij deelde alles wat hij ontving met de bedelaars en bespotte hen om niet door hen bedankt te worden, want de heilige Andreas wilde dat al zijn beloning van God zou komen. Daarom kwam de grote genade van God in hem en was hij in staat om de geheimen van de mensen te onderscheiden, engelen en demonen waar te nemen, demonen uit de mensen uit te drijven en de mensen te corrigeren voor hun zonden.

Andreas had een prachtig visioen van het Paradijs en de verheven machten van de hemel. Hij zag ook de Heer Christus op Zijn troon van heerlijkheid; en hij, met zijn leerling Epiphanius, zag de Allerheiligste Theotokos in de kerk van Blachernae terwijl zij het christelijke volk bedekte met haar omophorion. Deze gebeurtenis wordt gevierd als het Feest van de Bescherming van de Allerheiligste Theotokos (1 oktober). In een visioen hoorde hij ook onuitsprekelijke, hemelse woorden die hij niet aan de mensen durfde te herhalen.

Na een leven van bijna ongeëvenaarde hardheid van ascese, ging Andreas in 911 de rust in in de eeuwige glorie van zijn Heer.

Een visioen van de heilige Andreas de Dwaas-voor-Christus (1)

Een monnik in Constantinopel onderscheidde zich als een asceet en geestelijke vader, en veel mensen kwamen naar hem toe om te bidden. Maar deze monnik had de geheime ondeugd van hebzucht. Hij zamelde geld in en gaf het aan niemand. Sint-Andreas ontmoette hem op een dag op straat en zag een vreselijke slang om zijn nek gewikkeld. De heilige Andreas kreeg medelijden met hem, ging naar hem toe en begon hem raad te geven: “Broeder, waarom hebt u uw ziel verloren? Waarom heb je jezelf verbonden met de demon van hebzucht? Waarom heb je hem een rustplaats in jezelf gegeven? Waarom vergaart u goud alsof het met u mee het graf in zal gaan, en niet in de handen van anderen? Waarom wurg je jezelf door gierigheid? Terwijl anderen hongeren en dorsten en omkomen van de kou, verheugt u zich als u naar uw hoop goud kijkt! Is dit het pad van bekering? Is dit de monastieke rang? Zie je je demon?” Daarop werden de spirituele ogen van de monnik geopend, en hij zag de duistere demon en was zeer geschokt. De demon viel weg van de monnik en vluchtte, gedreven door de kracht van Andreas. Toen verscheen er een stralende engel van God aan de monnik, want zijn hart was ten goede veranderd. Onmiddellijk ging hij rond met het uitdelen van zijn opgepotte goud aan de armen en behoeftigen. Van toen af aan behaagde hij God in alles en werd hij meer verheerlijkt dan voorheen.

DWAAS IN

Lees verder “Heiligenleven : de heilige Andreas de Dwaas voor Christus ….”

Het leven van Polycarpus…..

POLICARP

Leven van Polycarpus 

23 februari – De heilige Polycarpus van Smyrna – (69-156) – Martelaar, apostolische kerkvader en bisschop van Smyrna, schrijver, prediker, theoloog –

Beschermheilige tegen dysenterie en oorpijn.

jPolycarpus wordt beschouwd als een heilige en kerkvader in de oosters-orthodoxe, oriëntaals-orthodoxe, katholieke, anglicaanse en lutherse kerken. Zijn naam ‘Polycarpus’ betekent ‘veel vrucht’ in het Grieks.

Irenaeus, die hem in zijn jeugd hoorde spreken, en Tertullianus vermeldt dat hij een discipel van de apostel Johannes was geweest. De heilige Hiëronymus schreef dat Polycarpus een leerling van Johannes was en dat Johannes hem tot bisschop van Smyrna had gewijd.

Samen met Clemens van Rome en Ignatius van Antiochië wordt Polycarpus beschouwd als een van de drie belangrijkste apostolische vaders. Het enige overgebleven werk dat aan zijn auteurschap wordt toegeschreven, is zijn Brief aan de Filippenzen; het wordt voor het eerst opgetekend door Irenaeus van Lyon.

Volgens de heilige Irenaeus was Polycarpus een metgezel van Papias, een andere “hoorder van Johannes” zoals Irenaeus het getuigenis van Papias interpreteert en een correspondent van Ignatius van Antiochië. Ignatius richtte een brief aan hem en noemt hem in zijn brieven aan de Efeziërs en aan de Magnesiërs.
I

renaeus beschouwde de herinnering aan Polycarpus als een link naar het apostolische verleden. Hij vertelt hoe en wanneer hij christen werd, en in zijn brief aan Florinus verklaarde hij dat hij Polycarpus persoonlijk in Neder-Azië had gezien en gehoord. Irenaeus schreef aan Florinus:

“Ik zou u de plaats kunnen vertellen waar de gezegende Polycarpus zat om het Woord van God te prediken. Het is mij nog steeds voor de geest met welke ernst hij overal in- en uitging; wat was de heiligheid van zijn gedrag, de majesteit van zijn gelaat; en wat waren zijn heilige vermaningen aan het volk. Ik meen hem nu te horen vertellen hoe hij met Johannes en vele anderen sprak die Jezus Christus hadden gezien, en de woorden die hij uit hun mond had gehoord.”
In het bijzonder hoorde hij het verslag van Polycarpus’ gesprek met Johannes en met anderen die Jezus hadden gezien. Irenaeus meldt ook dat Polycarpus door apostelen tot het christendom werd bekeerd, tot bisschop werd gewijd en communiceerde met velen die Jezus hadden gezien. Hij legt herhaaldelijk de nadruk op de zeer hoge ouderdom van Polycarpus. Polycarpus kuste de ketenen van Ignatius toen hij Smyrna passeerde op weg naar Rome voor zijn martelaarschap.

Polycarpus neemt een belangrijke plaats in in de geschiedenis van de vroegchristelijke kerk. Hij is een van de vroegste christenen van wie de geschriften bewaard zijn gebleven. De heilige Hiëronymus schreef dat Polycarpus een “leerling van de apostel Johannes was en door hem tot bisschop van Smyrna werd gewijd”. Hij was een ouderling van een belangrijke gemeente die een grote bijdrage leverde aan de oprichting van de christelijke kerk.

Irenaeus, die hem in zijn jeugd had horen prediken, zei over hem: “een man die van veel groter gewicht was en een standvastiger getuige van de waarheid, dan Valentinus en Marcion, en de rest van de ketters”. Polycarpus had van de apostel Johannes geleerd om te vluchten voor hen die de goddelijke waarheid veranderen. Op een dag ontmoette hij in de straten van Rome de ketter Marcion, die, verontwaardigd dat Polycarpus hem niet groette, zei: “Kent u mij?” De heilige antwoordde: “Ja, ik ken u, de eerstgeborene van Satan.” Polycarpus leefde in een tijd na de dood van de apostelen, toen er verschillende interpretaties van de uitspraken van Jezus werden gepredikt. Zijn rol was om de orthodoxe leer te authenticeren door zijn befaamde band met de apostel Johannes: “er werd veel waarde gehecht aan het getuigenis dat Polycarpus kon geven over de echte traditie van de oude apostolische leer”, merkte Wace op, “zijn getuigenis veroordeelde de verzinsels van de ketterse leraren als aanstootgevende nieuwigheden”. Irenaeus stelt (iii. 3) dat tijdens het bezoek van Polycarpus aan Rome, zijn getuigenis veel discipelen van Marcion en Valentinus bekeerde.

Het verhaal van het martelaarschap van Polycarpus is het vroegst opgetekende verslag van een christelijke martelaar. Polycarpus werd gegrepen omdat hij een christen was. Vervolging en dood zouden hem nu niet van Jezus wegrukken. Polycarpus werd het stadion van Smyrna binnengeleid. De menigte eiste dat hij aan de leeuwen zou worden overgelaten, maar in plaats daarvan werd hij veroordeeld tot de dood door vuur. Een ooggetuigenverslag beweert dat de vlammen hem geen kwaad deden. Hij werd uiteindelijk door het zwaard gedood en zijn lichaam werd verbrand.

De gemeenschap van gelovigen vierde de sterfdag van Polycarpus met grote vreugde, want in hem hadden ze een opmerkelijk voorbeeld van liefde en geduld gezien. Hij had zich sterk gehouden en de schat van het eeuwige leven gewonnen. Polycarpus wordt herinnerd als een apostolische vader, iemand die een discipel van de apostelen was.

Bron :https://anastpaul.com/2017/02/23/saint-of-the-day-23-february-st-polycarp-of-smyrna/

Brief over het martelaarschap van Polycarpus……

POLYCARPUS

Brief over het martelaarschap van Sint Polycarpus
(jaar 156)


Sint Polycarpus, bisschop van Smyrna, werd in Rome gearresteerd. Omdat hij weigerde Caesar te aanbidden, werd hij beschuldigd van misdrijven tegen de keizer en veroordeeld. Op zesentachtigjarige leeftijd stierf hij als martelaar op 23 februari van het jaar 156.

Een christelijke ooggetuige schreef het volgende verslag van het martelaarschap van Sint Polycarpus. De kerk van Smyrna onderschreef het als een brief aan de christelijke gemeenschap van Philomelion.

Dit verslag van het martelaarschap onthult de grote persoonlijkheid van de heilige, zijn geloof, zijn standvastigheid. Het getuigt ook van de christelijke gewoonte om de martelaren te vereren , want zij volgden Jezus na in zijn lijden en dood en zijn vrienden van Christus. Deze verering moet onderscheiden worden van de cultus van aanbidding die wij aan Jezus Christus geven omdat hij God is.
De aanroeping die de auteur van de brief in de mond van de stervende martelaar legt, is een belangrijk voorbeeld van vroegchristelijk gebed. Niet alleen in de precieze formulering van het dogma van de Heilige Drie-eenheid, maar overal herinnert de aanroep ons aan de liturgische teksten.

Adres

Van de Kerk van God in Smyrna tot de Kerk van God in Philomelion en van alle gemeenschappen van de heilige katholieke kerk overal ter wereld. Moge de barmhartigheid, de vrede en de liefde van God onze Vader en de Heer Jezus Christus overvloedig op u neerdalen.

1 Broeders, wij schrijven u in verband met de vervolging en het martelaarschap van christenen in Rome; de gezegende Polycarpus was onder hen.
Polycarpus wachtte op verraad, net als onze Heer. Ook wij moeten Christus navolgen en niet alleen ons eigen welzijn nastreven, maar ook het welzijn van al onze broeders. Dit is het kenmerk van ware en standvastige naastenliefde, dat we niet alleen onze eigen verlossing verlangen, maar ook de verlossing van al onze metgezellen.

De vervolging van Decius

2 Verscheurd door de zwepen totdat hun vlees open lag en hun aderen en slagaders zichtbaar werden, hielden de martelaren vol. Zelfs de omstanders hadden medelijden met hen en huilden. Ze waren zo heldhaftig dat ze geen zucht of kreun uitten. Zelfs te midden van de martelingen waren deze edele martelaren van Christus niet bezorgd over zichzelf, maar over de glorie van God.
De Heer zelf was in hun ziel aanwezig en sprak tot hen. Ze waren volgzaam aan de genade van Jezus en verachtten de kwellingen van de wereld, waarbij ze eeuwig geluk verruilden voor een enkel uur van lijden. Zelfs het vuur dat door de wrede folteraars op hen werd aangebracht, voelde koud aan, terwijl ze dachten aan het eeuwige, onblusbare vuur waaraan ze zouden ontsnappen. Met de ogen van hun geloof hebben zij de goede dingen gezien die gereserveerd zijn voor hen die volharden, “wat het oog niet heeft gezien, noch het oor heeft gehoord, noch in het hart van de mens is opgekomen” (1 Kor. 2,9).
3 De duivel gebruikte vele trucs tegen hen om hen door middel van voortdurende bestraffing te dwingen hun geloof te verloochenen. Maar godzijdank faalde hij in alle gevallen.
De jonge en nobele Germanicus begon hen in hun geloof te versterken door de vastberadenheid die hij toonde in zijn confrontatie met de wilde dieren. De proconsul probeerde hem ervan te overtuigen het op te geven vanwege zijn jeugd. Maar Germanicus bracht de dieren ertoe zich op zichzelf af te stormen, zodat hij eerder zou kunnen ontsnappen en naar de hemel zou kunnen springen.
De christenen werden als atheïsten beschouwd omdat zij de keizer niet als een god beschouwden. Ze werden gedwongen een beroep te doen op het genie van de keizer, dat wil zeggen op de goddelijke natuur van de keizer.
Op dat moment was de hele menigte verbaasd over de moed van de vrome christenen en riep: “Weg met de atheïsten! Wij willen Polycarpus!”

Sommigen vermeden het martelaarschap

4 Er was een man in de groep die Quintus heette, een Frygiër die helemaal uit zijn geboorteland was gekomen om zichzelf vrijwillig aan te bieden voor het martelaarschap. Hij dwong zelfs anderen hem te volgen. Toen Quintus tegenover de wilde dieren stond, was hij doodsbang. De proconsul had, na veel overreding, succes en hij overtuigde de man ervan offers te brengen en te zweren dat hij geen christen was.
Broeders, dit is de reden waarom wij degenen die zichzelf vrijwillig overgeven niet goedkeuren. Dit is niet de boodschap van het Evangelie.

Polycarpus dook onder

Vijf dagen eerder, zodra hij van de vervolging had gehoord, bleef de eerbiedwaardige Polycarpus kalm en toonde geen alarm. Eigenlijk wilde hij in de stad blijven, maar de meerderheid overtuigde hem ervan stilletjes weg te gaan. Zo verbleef hij in een kleine boerderij aan de rand van de stad. Daar wijdde hij zich aan het gebed voor de hele mensheid en voor de christelijke gemeenschappen over de hele wereld, zoals hij altijd deed.Eens, tijdens het bidden, drie dagen voor zijn arrestatie, kreeg Polycarpus een visioen. Hij zag zijn kussen in brand staan. Hij wendde zich tot degenen die met hem baden en kondigde aan: ‘Ik zal levend verbrand worden.’

6 De zoekers die naar hem op zoek waren, bleven zijn spoor volgen, dus verhuisde hij naar een andere boerderij. Ze misten hem nauwelijks. Omdat ze hem niet konden vinden, namen ze twee slaven gevangen, van wie er één onder marteling bekende. Het was voor hem onmogelijk om zich te verstoppen, verraden, zoals hij was door mensen in hetzelfde huishouden.

Het hoofd van de politie, die toevallig Herodes heette, wilde Polycarpus graag naar het amfitheater brengen. Zo zou Polycarpus zijn missie vervullen en een aandeel hebben aan Christus; maar voor degenen die hem hebben verraden: mogen zij hetzelfde lot delen als Judas.

De arrestatie van Polycarpus

7 Het was vrijdag, rond etenstijd, toen de politie met de cavalerie in volle wapenrusting op pad ging, alsof ze achter een bandiet aan gingen, en de twee slaven meebracht. Laat in dezelfde nacht haalden ze Polycarpus in; hij lag in de bovenkamer van een huisje en lag in bed te rusten. Hij had kunnen proberen te ontsnappen naar een andere schuilplaats, maar dat wilde hij niet. Hij zei: ‘Gods wil geschiede.’

Toen Polycarpus hoorde dat ze binnen waren, ging hij naar beneden en sprak met hen. Alle aanwezigen verwonderden zich over zijn leeftijd en zijn moed. Ze vroegen zich af waarom er zoveel bezorgdheid was over de arrestatie van een man van zijn leeftijd.

Vanwege het uur gaf hij de mannen onmiddellijk opdracht eten en drinken te serveren. Voor zichzelf vroeg hij alleen om een ​​uur onafgebroken te mogen bidden.

Toen ze hiermee instemden, stond Polycarpus daar en sprak zijn gebed uit. Zo vol van Gods genade was hij dat hij twee uur lang niet kon stoppen met bidden, tot verbazing van de omstanders. Velen van hen gaven uiting aan hun spijt dat zij zo’n Godminnende oude man moesten arresteren.

8 In zijn gebed dacht Polycarpus aan iedereen die hij ooit had gekend, groot of klein, beroemd of eenvoudig, en de hele katholieke kerk, over de hele wereld. Toen hij eindelijk zijn gebed had beëindigd, was het tijd om te vertrekken. Ze zetten hem op een ezel en leidden hem de stad in. En het was een geweldige sabbatdag!
Het hoofd van de politie, Herodes, en zijn vader, Niketas, ontmoetten Policarp en namen hem mee in hun rijtuig. Ze zaten aan weerszijden van hem en probeerden hem te overtuigen.

‘Wat is er mis mee,’ vroegen ze, ‘door alleen maar te zeggen dat Caesar de heer is, wat wierook te branden en al de rest – en zo je leven te redden?’
Aanvankelijk gaf Polycarpus geen antwoord. En toen ze aandrongen, zei hij tegen hen: ‘Ik ga niet doen wat je me zegt.’

Toen ze er niet in slaagden hem van gedachten te laten veranderen, begonnen ze hem te bedreigen. Ten slotte gooiden ze Polycarpus zo hard uit het rijtuig dat hij zijn scheenbeen bezeerde. Polycarpus stopte niet en liep zo vlot met hen mee dat hij zijn wond niet opmerkte.

In de Arena gegooid

De gelegenheid deed zich voor en Polycarpus werd naar het amfitheater geleid, waar het geluid zo luid was dat niemand te horen was.

9 Toen Polycarpus de arena wilde betreden, hoorde hij een stem uit de hemel die zei: ‘Heb moed, Polycarpus, en gedraag je als een man.’ Niemand merkte waar de stem vandaan kwam, maar iedereen om hem heen hoorde het.

Er ontstond grote opschudding onder de menigte toen ze beseften dat Polycarpus eindelijk gevangen was genomen. Terwijl hij naar voren werd geduwd, vroeg de proconsul hem of hij Polycarpus was. En toen hij dat zei, spoorde de proconsul hem opnieuw aan zijn geloof te verloochenen.
‘Denk aan je leeftijd,’ zei hij tegen hem, en gaf hem andere menselijke redenen. ‘Zweer bij het genie van de keizer. Van gedachten veranderen. Zeg: ‘Weg met de atheïsten!’“

Met een ernstig gezicht keek Polycarpus naar de menigte goddeloze heidenen op de tribunes. Vervolgens wees hij met zijn hand naar hen, keek naar de hemel en zei: “Weg met de atheïsten!”

Lees verder “Brief over het martelaarschap van Polycarpus……”