Jim Forest : Hemelse koning….

Hemelse Koning

Overpeinzingen over de reinheid van hart

Jim+Forest

Jim Forest

Graag zou ik een van onze meest gebruikte gebeden, “Hemelse Koning”, wat nader willen bespreken,

 waarbij ik speciaal de woorden“reinig ons van alle smet” er uit zal lichten. Hemelse Koning, Trooster, Geest der waarheid, die alom tegenwoordig zijt, en alles vervult,Schatkamer van het goede, en Schenker van het leven, kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet, en red onze zielen, o Goede.

Met niet veel woorden – minder dan veertig– is dit een van de oudste Christelijke gebeden. Het is een gebed dat met name met Pinksteren wordtgeassocieerd – de neerdaling van de Heilige Geest, de Geest der Waarheid, op de apostelen – als de volgelingen van Christus uiteindelijk begrijpen waar ze getuige van zijn geweest en welke taak Christus voor hen heeft voorbereid. Het is een gebed dat de meeste Christenen uit hun hoofd kennen en dat thuis gebeden wordt, zelfs in de kortste ochtend- en avondgebeden. Het wordt ook gebeden bij het begin van Proskomedie die vooraf gaat aan de Goddelijke Liturgie. We zeggen en zingen de woorden zo vaak dat ze zichzelf reciteren. Ik vermoed dat een ieder van ons bij dit gebed wel eens een moment heeft gehad dat een bepaalde zin ons als een pijl midden in ons hart raakte. En omdat dit gebed verbonden is met iedere liturgie en met ieder ochtend- en avondgebed, is het een gebed der gebeden, een gebed dat gemeenschap schept.

Het gebed doet twee dingen. Ten eerste verwoordt het de focus van al onzegebeden. Het noemt namen. Door de Heilige Geest aan te roepen, worden we eraan herinnerd dat de Heilige Drieëenheid, de gemeenschap van drie Personen in Eén God, de focus en het centrum van ons leven is. Dit is waar ons Christelijk leven om draait. Dit is het gebed dat ons allemaal in hetzelfde perspectief plaatst.Ten tweede is het een vurig appèl dat alles opsomt waar we naar op zoek zijn. We willen dat God komt en in ons verblijft, dat Hij ons reinigt van alle smet en dat Hij onze ziel redt. Het is een gebed om diepgaande genezing. We kunnen onszelf niet reinigen of onze eigen ziel redden, niet zonder Gods hulp.

Het eerste gedeelte kan in drie stukken worden verdeeld. Het eerste gedeelte, Hemelse Koning, Trooster, Geest der waarheid, beantwoordt de vraag: “Tot wie bidden wij?”. Het tweede gedeelte, Die alom tegenwoordig zijt, en alles vervult, geeft antwoord op de vraag: “Waar bent U?”. Het derde gedeelte, Schatkamer van het goede, en Schenker van het leven, beantwoordt de vraag: “Wat doet U?”. Het begin van het gebed herinnert ons eraan dat we geen mensen zonder vorst zijn. We hebben een Vorst, namelijk een Hemelse Koning. Slechts aan deze vorst zijn wij verantwoording schuldig, en zijn geboden hebben voor ons absolute prioriteit. God heeft ons geen wetten in de gebruikelijke zin van het woord gegeven, maar een aantal geboden. Zo is er bijvoorbeeld de Bergrede. Die opent met de Zaligsprekingen, die in de Russische kerk de “geboden van de zaligheid” worden genoemd. De Zaligsprekingen vormen eigenlijk een zeer korte samenvatting van het Evangelie. Elke Zaligspreking heeft betrekking op bepaalde aspecten van een leven in de Opstanding – dat wil zeggen een leven dat niet wordt vormgegeven door de dood. Een manier om de Zaligsprekingen te lezen is om de woorden “Opgestaan uit de doden” aan het begin van ieder vers te lezen – bijvoorbeeld: “Opgestaan uit de doden zijn de armen van geest”. Ook is er een gebod om te vergeven: en niet één keer, maar zeventig maal zeven keer. Eén keer is meestal al niet eenvoudig.

Dan zijn er ook nog de tweeledige geboden– om God lief te hebben (niet zo eenvoudig als het klinkt) en onze naaste lief te hebben (veel moeilijker dan het klinkt). Het gebod om God lief te hebben is onlosmakelijk verbonden aan het gebod om onze naasten lief te hebben als ons zelf. Uit het Evangelie wordt duidelijk dat met die naaste niet alleen een vriendelijke buurman wordt bedoeld die naast ons woont en met wie we soms een aardig praatje maken hebben en die mogelijk zelfs naar dezelfde kerk gaat als wij. De naaste waar het gebod op doelt is om het even welke persoon die God op ons pad brengt. We hebben het niet over relaties met wederzijdse affectie, maar over nabijheid, hoe kort, tijdelijk en onbedoeld ook: de bedelaar op straat, de atheïst die het Christendom hartgrondig veracht, de mede- Christen voor wie we dekking willen zoeken, de man die net mijn portemonnee heeft gestolen, de gewonde vreemdeling die aan de kant van de weg ligt, degene die mijn leven of dat van mijn dierbaren bedreigt. We hebben een Koning en als we serieus zijn over het feit dat we onszelf Christenen noemen, dan zijn we een volk dat tracht onder zijn heerschappij te leven. Maar het is moeilijk. We zijn zeelieden die bijna altijd tegen alle winden in zeilen, tegen de winden van onze eigen onzekerheid, angsten en ons eigen egoïsme, de winden van niet geheelde verwondingen en bittere herinneringen, de winden van ongeloof, de winden van de politiek, van propaganda, van slogans en van nationale identiteit, de winden van wat we menen te moeten zeggen en denken om verder te kunnen met ons leven. Onze Koning is een Hemelse Koning – dat wil zeggen, niet van deze wereld – maar wel een Koning die deze wereld liefheeft, die Zichzelf geeft voor het leven van de wereld, een Koning die de zieken van lichaam en geest geneest, een Koning die de hongerigen voedt, een Koning die zonden vergeeft en de levens van zondaars redt, een Koning die weent, een Koning die bidt om vergeving van hen die Hem kruisigen, een Koning die Zichzelf verschuilt in de hongerigen, de dorstigen, de naakten, de daklozen, de zieken en de gevangenen, een Koning die onze reactie op de minste persoon beschouwt als het ultieme criterium om gered te worden. Niet uw gebruikelijke koning. Onze Koning is iemand die we aanspreken als “Trooster”. In de oorspronkelijke Griekse tekst wordt het woord “parakleet” gebruikt, dat verschillende betekenissen kan hebben: krachtgever, advocaat, raadgever, trooster, bemoediger, steungever, helper, beschermer. Eigenlijk is geen enkel Nederlandswoord helemaal passend. Hier in uw klooster is gekozen voor “trooster”. In het Engels wordt meestal; het woord “comforter” gebruikt. Dat woord is afkomstig van het Latijnse woord “comfortare”, dat krachtgeven betekent. God geeft ons tegelijkertijd kracht voor de strijd en ook troost. (…) Gods Heilige Geest is de “Geest der Waarheid”, een zinsnede die mij vaak doet denken aan het Engelse gezegde “Speak the truth and shame the devil”. Er bestaat ook een Russisch spreekwoord, “Eet brood en zout en spreek de waarheid”. Wat een uitdaging is het om de waarheid te kennen, de waarheid te spreken en een waarachtig leven te leiden. Waarachtig spreken is veel meer dan zeggen wat je oprecht denkt over een bepaald onderwerp,hoewel dat soms moeilijk genoeg kan zijn. Het is niet eenvoudig om gewoon de waarheid te weten over eenvoudige dingen. Hoeveel onschuldige mensen zitten er vandaag de dag niet vast in de gevangenis voor misdrijven die ze niet hebben begaan, die schuldig zijn bevonden en veroordeeld omdat een getuige hen per abuis heeft aangewezen als de schuldige. De getuige legde zijn of haar verklaring in alle oprechtheid af, maar heeft zich vergist en als resultaat zit de verkeerde persoon nu jarenlang in de gevangenis. Oprechtheid staat niet gelijk aan waarachtigheid. Men kan oprecht verkeerd zitten. (…) Als antwoord op de vraag “God waar bent U? komt de volgende zinsnede Die alom tegenwoordig zijt, en alles vervult. Soms zouden we, net als Jona, wel willen dat God overal is, maar niet hier. Maar God kan niet niet-aanwezig zijn. Licht kan zichzelf niet verschuilen in het duister. Zelfs in de hel is God niet afwezig – dat is onmogelijk. De hel is wat wij ervaren wanneer wij pogen om bij God weg te blijven, dat wil zeggen om niet lief te hebben. Zoals Bernanos het zegt: “De hel is niet meer liefhebben”. God is alom tegenwoordig. Een goed gebouwde kerk doet al het mogelijke om ons te helpen ons bewust te worden van die aanwezigheid en onze harten ervoor open te stellen, maar God is niet minder aanwezig in je keuken of in een bus of in de gevangenis, of op een plek waar mensen worden gefolterd. En God is niet alleen tegenwoordig maar de gehele schepping is vervuld met die tegenwoordigheid. We kunnen delfstoffen gebruiken om dodelijke wapens te maken, instrumenten die ons aan de hel doen denken, maar het materiaal waar die wapens van gemaakt zijn zou ons wel aan God moeten herinneren. “De gehele schepping zingt Uw glorie” zeggen we in een van de avondgebeden. Alles wat door God geschapen wordt vormt voor ons een mogelijkheid om te offeren. Alles wat wij moeten meebrengen voor de ontmoeting is een gevoel van verwondering.

Als antwoord op de vragen “Wat doet U? Hoe kennen wij U?” noemen we God de schatkamer van het goede en Schenker van het leven.  (…) Het goede waar hier op gedoeld wordt is een leven in gemeenschap, in de eerste plaats met God, maar ook met elkaar. Verbinding. Wat een zegen is het om ontvankelijk te worden om het beeld van God in een ander mens te kunnen zien. Hoe vaker dat gebeurt, hoe gelukkiger we zijn. Door God in anderen te zien worden we geholpen God te zien. Het is een voorproefje van de hemel. Het betekent in staat te zijn om lief te hebben, om Gods liefde voor onze medemensen te ervaren en te delen. Het is het grootste goed om Gods aanwezigheid gewaar te worden – niet het idee dat God aanwezig is, maar bewust in die aanwezigheid te leven. Niet in staat zijn om de aanwezigheid van God in de ander te zien is een vorm van blindheid, die erger is dan gewoon niets kunnen zien. Dat doet mij denken aan wat Dorothy Day eens zei: “Zij die God niet kunnen zien in arme mensen zijn werkelijk atheïsten”. Nu komen we pas aan bij wat we eigenlijk vragen in dit korte gebed Kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet en red onze zielen, o Goede. Men kan een ellenlange lijst maken van de verschillende smetten waar de meesten van onsmee worstelen. Ik wil mij slechts op drie daarvan concentreren: tribalisme, angst en het leven in haast

(ik beperk mij tot drie onderwerpen op advies van metropoliet Kallistos).

Ten eerste tribalisme. Eén aspect van onze beschadigde menselijke natuur is een sterke neiging tot stammencultuur, wat de illusie van afgescheidenheid met zich meebrengt. Het leven van een ieder in deze ruimte kan gered worden door een bloeddonatie van een Latijns-Amerikaanse Azteek, een Inuït-eskimo uit Alaska of een Afrikaanse Zulu. Toch geven wij er de voorkeur aan onszelf te zien als hoofdzakelijk verbonden met degenen met wie we onze nationaliteit delen, onze taal delen, onze voorgeschiedenis, of – in het geval de stamcultuur een religieus karakter heeft – met degenen die dezelfde rituelen naleven, die eenzelfde rituele vocabulaire hebben. Binnen de grenzen van die  stammencultuur,of subcultuur daarvan, zijn we bereid aanzienlijke offers te brengen, zelfs ons leven te riskeren en te  geven als er geen respectabel alternatief is. Maar de stam sluit veel meer uit dan er in wordt opgenomen.We zien onszelf als radicaal anders en ver verwijderd van de grote massa, terwijl zij in werkelijkheid – als we oprecht menen wat we zeggen als we het Onze Vader bidden – onze broeders en zusters zijn, die net als wij afstammen van die mysterieuze eerste mensen die we Adam en Eva noemen, en net als wij voorwerp zijn van Gods liefde en genade. Er bestaat een commentaar van een rabbijn dat zegt, dat God alleen Adam en Eva heeft geschapen zodat niemand kon denken dat hij of zij van een hogere of speciale afkomst was.

Ook in de Orthodoxe Kerk kennen we tribalisme. ik ben in Orthodoxe kerken geweest waar de onuitgesproken vraag was: “Waarom ben je hier? Jouw voorouders komen niet van dezelfde plek waar onze voorouders zijn geboren. Je bent niet welkom”. Op een kerkelijk concilie in de 19e eeuw, onder voorzitterschap van de Patriarch van Constantinopel, is nationalisering of tribalisering van het Christendom ‘etnophyletisme’ genoemd – letterlijk ‘liefde voor de stam’ – en is bepaald dat dit ketterij is. Maar tot op heden is het een ketterij die welig tiert. ‘De ander’ op een afstand houden is een van de smetten waarvan God ons het moeilijkst van kan reinigen, omdat we zo sterk hechten aan tribale identiteit. We zijn zelfs niet erg bereid om het probleem te onderkennen.

Lees verder “Jim Forest : Hemelse koning….”

De heilige Drieeenheid – Thomas Hopko

9fdd919bcf58013b3d176436cfd50119

De heilige drie eenheid  (Thomas Hopko) deel 2


De Heilige Drie-eenheid
Eén God, Één Vader
Allereerst is het de leer van de Kerk en haar diepste ervaring dat er maar één God is omdat er maar één Vader is.
In de Bijbel wordt de term “God” op enkele uitzonderingen na voornamelijk gebruikt als een naam voor de Vader. De Zoon is dus de “Zoon van God” en de Geest is de “Geest van God”. De Zoon wordt geboren uit de Vader en de Geest gaat uit van de Vader – beide in dezelfde tijdloze als eeuwige actie van het eigen wezen van de Vader.
In deze visie zijn de Zoon en de Geest beide één met God en op geen enkele manier van Hem gescheiden. De Goddelijke Eenheid bestaat dus uit de Vader, met Zijn Zoon en Zijn Geest die losstaan van Zichzelf en toch volmaakt verenigd zijn in Hem.
Eén God: Één Goddelijke Natuur en Wezen
Wat de Vader is, zijn de Zoon en de Geest ook. Dit is de leer van de Kerk. De Zoon, geboren uit de Vader, en de Geest, die van Hem uitgaat, delen de goddelijke natuur met God en zijn “van één essentie” met Hem.
Dus zoals de Vader “onuitsprekelijk, ondenkbaar, onzichtbaar, onbegrijpelijk, eeuwig bestaand en eeuwig hetzelfde” is (Goddelijke Liturgie van De Heilige Johannes Chrysostomus), zo zijn de Zoon en de Geest precies hetzelfde. Elke eigenschap van goddelijkheid die god de Vader toebehoort – leven, liefde, wijsheid, waarheid, zaligheid, heiligheid, kracht, zuiverheid, vreugde – behoort evenzeer toe aan de Zoon en de Heilige Geest. Het wezen, de natuur, de essentie, het bestaan en het leven van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn absoluut en identiek één en hetzelfde.
Eén God: Één Goddelijke Actie en Wil
Omdat het wezen van de Heilige Drie-eenheid één is, wat de Vader ook wil, zullen de Zoon en de Heilige Geest dat ook doen. Wat de Vader doet, doen de Zoon en de Heilige Geest ook. Er is geen wil en geen actie van God de Vader die niet tegelijkertijd de wil en de daad van de Zoon en de Heilige Geest is.
In Zichzelf, in de eeuwigheid, maar ook ten opzichte van de wereld in de schepping, openbaring, incarnatie, verlossing, heiliging en verheerlijking – de wil en actie van de Drie-eenheid zijn één: van de goddelijke Vader, door de goddelijke Zoon, in de goddelijke Heilige Geest. Elke actie van God is de actie van de Drie. Geen enkele persoon van de Drie-eenheid handelt onafhankelijk van of geïsoleerd van de anderen. De actie van ieder is de actie van allen; de actie van allen is de actie van ieder. En de goddelijke actie is in wezen één.
Eén God: Eén Goddelijke Kennis en Liefde
Omdat elke persoon van de Drie-eenheid één is met de anderen, kent ieder dezelfde Waarheid en oefent dezelfde Liefde uit. De kennis van ieder is de kennis van allen, en de Liefde van ieder is de Liefde van allen.
Als het in onderscheid wordt genomen, kent en liefheeft elke persoon van de Drie-eenheid de anderen met zo’n absolute perfectie, kennis en liefde dat er niets onbekends is en niets onbemind van elkaar in de anderen, en al met al. Dus, als de schepsellijke kennis van de mensen de geesten in volledige eensgezindheid kan verenigen, en als de schepselachtige liefde van de mensen de verdeelden samen kan brengen in één hart en één ziel en zelfs één vlees, hoe onvergelijkbaar volmaakter en absoluut verenigend moet de eenheid zijn wanneer de Kenners en Geliefden eeuwig en goddelijk zijn.
De drie goddelijke personen
In orthodoxe terminologie worden de Vader, de Zoon en de Heilige Geest drie goddelijke personen genoemd. De mens wordt hier eenvoudigweg gedefinieerd als het subject van het bestaan en het leven – hypostase in de traditionele kerktaal.

Zoals het wezen, de essentie of de aard van een werkelijkheid de vraag “wat?” beantwoordt, zo beantwoordt de persoon van een werkelijkheid de vraag “welke?” of “wie?” Dus als we vragen “Wat is God?” antwoorden we dat God het goddelijke, volmaakte, eeuwige, absolute is . . . en als we vragen “Wie is God?” antwoorden we dat God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is.

De heiligen van de Kerk hebben deze drie-eenheid van God verklaard door zo’n voorbeeld uit het wereldse bestaan te gebruiken. We zien drie mannen. “Wat zijn dat?” vragen we. “Het zijn mensen”, antwoorden we. Elk is de mens, die dezelfde menselijkheid en dezelfde menselijke natuur bezit die op een bepaalde manier is gedefinieerd: geschapen, tijdelijk, fysiek, rationeel, enz. In wat ze zijn, zijn de drie mannen één. Maar in wie ze zijn, zijn ze drie, elk absoluut uniek en verschillend van de anderen. Elke man op zijn eigen unieke manier is duidelijk een man. De ene mens is de andere niet, hoewel ieder mens nog steeds mens is met één en dezelfde menselijke natuur en vorm.

Als we ons tot God wenden, kunnen we op dezelfde manier vragen: “Wat is het?” Als antwoord zeggen we dat het God is die gedefinieerd wordt als absolute perfectie: “onuitsprekelijk, ondenkbaar, onzichtbaar, onbegrijpelijk, altijd bestaand en eeuwig hetzelfde.” We vragen dan: “Wie is het?”, en we antwoorden dat het de Drie-eenheid is: Vader, Zoon en Heilige Geest. In wie God is, zijn er drie personen die elk absoluut uniek en verschillend zijn. Elk is niet de ander, hoewel elk nog steeds goddelijk is met dezelfde goddelijke aard en vorm. Daarom, terwijl ze één zijn in wat ze zijn; de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn Drie in wie ze zijn. En vanwege wat en wie ze zijn – namelijk ongeschapen, goddelijke personen – zijn ze onverdeeld en perfect verenigd in hun tijdloze, ruimteloze, omvangloze, vormeloze super-essentiële bestaan, evenals in hun ene goddelijke leven, kennis, liefde, goedheid, kracht, wil, actie, enz.

Volgens de orthodoxe traditie is het dus het mysterie van God dat er Drie zijn die goddelijk zijn; Drie die leven en handelen volgens één en dezelfde goddelijke perfectie, maar toch ieder volgens zijn eigen persoonlijke eigenheid en uniciteit. Zo wordt gezegd dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest elk goddelijk zijn met dezelfde goddelijkheid, maar toch elk op zijn eigen goddelijke manier. En zoals de ongeschapen goddelijkheid drie goddelijke onderdanen heeft, zo heeft elke goddelijke handeling drie goddelijke actoren; er zijn drie goddelijke aspecten aan elke actie van God, maar de actie blijft één en dezelfde.

We ontdekken daarom één God de Almachtige Vader met Zijn ene unieke Zoon (Beeld en Woord) en Zijn ene Heilige Geest. Er is één levende God met Zijn ene volmaakte goddelijke Leven, die persoonlijk de Zoon is, met Zijn ene Geest van Leven. Er is één Ware God met Zijn ene goddelijke Waarheid, die persoonlijk de Zoon is, met Zijn ene Geest van Waarheid. Er is één wijze en liefhebbende God met Zijn ene Wijsheid en Liefde, die persoonlijk de Zoon is, met Zijn ene Geest van Wijsheid en Liefde. De voorbeelden kunnen eindeloos doorgaan: de ene goddelijke Vader die elk aspect van Zijn goddelijkheid personifieert in Zijn ene goddelijke Zoon, die persoonlijk geactiveerd wordt door Zijn ene goddelijke Geest. We zullen de levende implicaties van de Drie-eenheid zien als we de activiteit van God in zijn daden jegens de mens en de wereld onderzoeken.

Vervolgt : de heilige drie eenheid in de schepping (Thomas Hopko)

Bron : OCA

Preek over Lucas 13, 10-17

0e4d73fd08e0cc898b55239c42b41ecb (1)

Een kreupele wereld….

Homilie over Lucas 13,10-17

Genezing van een vrouw op de Sabbath

Het verhaal van vandaag over Jezus die de kreupele vrouw, geliefd in de Heer, geneest, wordt gelezen als onderdeel van onze nabije voorbereiding op Kerstmis. Inderdaad, wat Gods Zoon deed voor deze kreupele vrouw, hij kwam naar de aarde om te doen voor de hele mensheid, om ons op te voeden, om ons verwrongen leven recht te trekken. Kerstliederen vermelden dit thema van tijd tot tijd. Dus:

De houding van deze kreupele vrouw is niet alleen een bron van lijden, een vernedering voor haar, maar ook een metafoor voor de gevallen toestand van het menselijk ras. We zijn een beetje voorovergebogen. We zijn niet hetero. Er is iets diep en radicaal kroms aan ons. Ieder van ons heeft – inderdaad, de hele wereld heeft de hand van Christus nodig – om ons recht te zetten.

Laten we samen nadenken over verschillende manieren waarop mensen – zeker niemand hier – misschien rechtgetrokken moeten worden. Laten we eerst de geestelijke misvorming noemen: haat. Dit is misschien wel het spirituele probleem dat het meest voor de hand ligt in de hedendaagse wereld. Mannen haten elkaar. Als dit niet het geval was, zouden we al onze legers kunnen ontbinden.

Laten we in gedachten houden dat Jezus geboren wordt in een situatie van diepe haat, vijandigheid, burgerlijke strijd. Gedurende de eeuw, een halve eeuw aan weerszijden, van Jezus’ geboorte, waren er minstens 100 gewapende opstanden tegen de Romeinen in Galilea. Politieke moorden kwamen veel voor in de regio waarin Jezus opstond. De Sicarii zijn vernoemd naar het Latijnse woord voor ‘dolk’. Je droeg deze Oosterse of Midden-Oosterse gewaden, het is gemakkelijk om er ergens een dolk in te stoppen, gemakkelijk om een wapen te verbergen. Dat is de situatie waarin Jezus geboren werd. Dat is de situatie waarin de engelen verkondigden: “Ere zij God in de hoogste, en op aarde vrede, goede wil jegens de mensen.”

Hoe lang bestaat haat al? St. John noemt een vroeg voorbeeld. St. John schrijft:
Hierin zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel zichtbaar. Wie geen gerechtigheid beoefent, is niet van God, en hij ook niet die zijn broeder niet liefheekt. Want dit is de boodschap die u vanaf het begin hebt gehoord, dat we elkaar moeten liefhebben, niet als Kaïn, die de goddeloze was en zijn broer vermoordde [1 Johannes 3:10-12].

Zelfs de kleinste hoeveelheid haat is gevaarlijk voor degene die het in zijn hart koestert. Zelf zijn we misschien niet haatdragend genoeg om iemand anders te vermoorden, maar hoe klein de haat ook is, het vermoordt ons. Er zit een dodelijk gif in onze ziel. De opgehoopte haat tegen de wereld is duidelijk zichtbaar in de aangelegenheden van naties. De universele accumulatie van wapens is slechts een symptoom van de haat die mensen voor elkaar hebben.

Maar laten we niet naar buiten kijken voor tekenen van haat die te duidelijk zijn om te missen. Laten we veeleer ons eigen hart onderzoeken. Ik zeg “onderzoeken” omdat haat een manier heeft om zichzelf te vermommen. Het doet zich meestal voor als iets anders. Vaak doet het zich bijvoorbeeld voor als terechte verontwaardiging. Haat heeft echter symptomen. Haat maakt onbezonnen oordelen. Haat herinnert zich verwondingen uit het verleden. Als iemand hier zich blessures uit het verleden herinnert, wees dan heel voorzichtig. Wees heel voorzichtig. Laat niemand zo’n invloed in je ziel hebben. Heel belangrijk.

Als we ons voorstellen dat christenen zoals wijzelf geen gevaar lopen voor haat… misschien wel. Johannes vreesde echter dat er misschien haat zou zijn geweest onder de Aziatische christenen aan wie hij zijn brief schreef. Johannes vertelt hen:

We weten dat we van dood naar leven zijn overgegaan, omdat we de broeders liefhebben. Wie zijn broeder niet liefheeft, blijft in de dood. Wie zijn broer haat, is een moordenaar, en je weet dat geen enkele moordenaar eeuwig leven in zich heeft.

Dit was een echt probleem voor de vroege christenen, die onder druk werden gezet door de overheid. Iemand komt binnen, neemt je vrouw of je kind mee, [haalt] ze eruit en [doodt] ze – daar ontmoet het Evangelie de menselijke situatie. [Er waren] beschrijvingen van het vermoorden van kinderen die werden gegeven door Tacitus en Suetonius van de vervolging in het midden van de jaren 60 in de stad Rome, waar baby’s in de lucht werden gegooid en op speren werden gevangen. Iemand doet dat je kind aan, en het is je verboden om hem te haten, zelfs een beetje. Het is verboden om hem te haten. Het was haat die Joab diskwalificeerde. Het was haat die de ziel van Jona in gevaar bracht. Het was haat die Saul ten onder ging. Het was haat die de moorden op Saul en Kajafas inspireerde.

Terwijl we ons hart voorbereiden op Kerstmis, laten wij mensen, serieus omgaan met elk beetje haat dat op de loer ligt in ons hart. Laten we de Dokter smeken om het eruit te trekken en de wond dicht te maken. Laat geen hart belast worden met haat als we de kerststal naderen.
Ik begon met de ergste misvorming. We werken naar beneden. Een tweede menselijke misvorming is het materialisme. De ware basis voor het materialisme werd eeuwen geleden gelegd in de filosofie van het nominalisme. Ik bedoelde iets te zeggen over de leer van de nominalisten. Omdat ik vrijwel al mijn lestijd doorbracht – een paar decennia lesgeven – had ik te maken met studenten die nominalisten waren, ik ben een beetje bekend met het fenomeen.
Volgens de nominalisten zijn universele concepten in strikte zin niet echt. Het zijn slechts producten van het denken. Het wordt trouwens overal onderwezen. Overal wordt onderwezen: “Waarheid is wat je denkt dat het is. Schoonheid is in het oog van de toeschouwer. Moraliteit is een kwestie van sociale gewoonte en verwachting.” Met andere woorden: “We verzinnen het. Wij bepalen de waarheid. We bepalen schoonheid – omdat er geen universele realiteit buiten de geest is.” Het komt heel vaak voor, heel vaak. Ik heb het hier bij Allerheiligen ontmoet. Probeer het meestal wel te corrigeren.

Lees verder “Preek over Lucas 13, 10-17”

Heilige Sophrony van Essex : Over het Jezusgebed

Heilige Sophrony van Essex

Wat we moeten weten bij het beoefenen van het Jezusgebed

22fc744422b5ff8dd731042fd4540f1a-1

Ik stel voor om dit hoofdstuk te wijden aan het zo kort mogelijk uiteenzetten van de belangrijkere aspecten van het Jezusgebed en de opvattingen van gezond verstand met betrekking tot deze grote cultuur van het hart die ik op de Heilige Berg ontmoette. Jaar na jaar herhalen monniken het gebed met hun lippen, zonder op kunstmatige wijze te proberen geest en hart te verenigen. Hun aandacht is gericht op het harmoniseren van hun leven met de geboden van Christus. Volgens de oude traditie verenigt de geest zich met het hart door goddelijke actie wanneer de monnik doorgaat in de ascetische prestatie van gehoorzaamheid en onthouding; wanneer de geest, het hart en het lichaam van de ‘oude mens’ in voldoende mate bevrijd zijn van de heerschappij over hen van de zonde; wanneer het lichaam waardig wordt om ‘de tempel van de Heilige Geest’ te zijn (vgl. Rom. 6. 11-14). Zowel vroege als hedendaagse leraren staan echter af en toe toe dat ze hun toevlucht nemen tot een technische methode om de geest in het hart te brengen. Om dit te doen, spreekt de monnik, nadat hij zijn lichaam op de juiste manier heeft geregeld, het gebed uit met zijn hoofd schuin op zijn borst, ademt in bij de woorden ‘Heer Jezus Christus, (Zoon van God)’ en ademt uit naar de woorden ‘ontferm U over mij (een zondaar)’. Tijdens de inademing volgt de aandacht in eerste instantie de beweging van de ingeademde lucht tot aan het bovenste deel van het hart. Op deze manier kan de concentratie snel worden bewaard zonder af te dwalen, en de geest staat zij aan zij met het hart, of gaat er zelfs in binnen. Deze methode stelt de geest uiteindelijk in staat om niet het fysieke hart te zien, maar dat wat erin gebeurt – de gevoelens die erin sluipen en de mentale beelden die van buitenaf naderen. Met deze ervaring verwerft de monnik het vermogen om zijn hart te voelen en door te gaan met zijn aandacht gecentreerd in het hart zonder verder gebruik te maken van een psychosomatische techniek.

fullsize

Echt gebed komt door geloof en bekering

Deze procedure kan de beginner helpen te begrijpen waar zijn innerlijke aandacht moet blijven tijdens het gebed en, in de regel, ook op alle andere momenten. Toch is het ware gebed niet op die manier te bereiken. Het ware gebed komt uitsluitend door geloof en bekering dat als het enige fundament wordt aanvaard. Het gevaar van psychotechniek is dat niet enkelen een al te grote betekenis toekennen aan methode qua methode. Om een dergelijke vervorming te voorkomen, moet de beginner een andere oefening volgen die, hoewel aanzienlijk langzamer, onvergelijkbaar beter en gezonder is om de aandacht te vestigen op de Naam van Christus en op de woorden van het gebed. Wanneer berouw voor zonde een bepaald niveau bereikt, luistert de geest op natuurlijke wijze naar het hart.

serafim_sarovskiy-e1561446490374

De complete formule

De volledige formule van het Jezusgebed loopt als volgt: Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar; en het is deze vaste vorm die wordt aanbevolen. In de eerste helft van het gebed belijden we Christus – God die vlees is geworden voor onze redding. In de tweede bevestigen we onze gevallen staat, onze zondigheid, onze verlossing. De combinatie van dogmatische belijdenis met bekering maakt de inhoud van het gebed uitgebreider.

the-orthodox-prayer-ropes

Stadia van ontwikkeling

Het is mogelijk om een bepaalde volgorde vast te stellen in de ontwikkeling van dit gebed.
Ten eerste is het een verbale kwestie: we zeggen het gebed met onze lippen terwijl we proberen onze aandacht te concentreren op de Naam en de woorden.

Vervolgens bewegen we niet langer onze lippen, maar spreken we de Naam van Jezus Christus uit, en wat daarna volgt, in onze gedachten, mentaal.

In de derde fase komen geest en hart samen in actie: de aandacht van de geest is gecentreerd in het hart en het gebed wordt daar gezegd.

Ten vierde wordt het gebed vanzelf gezegd. Dit gebeurt wanneer het gebed in het hart wordt bevestigd en, zonder speciale inspanning van onze kant, daar verder gaat, waar de geest geconcentreerd is.

Ten slotte begint het gebed, zo vol zegen, te werken als een zachte vlam in ons, als inspiratie van bovenaf, het hart verblijdend met een gevoel van goddelijke liefde en de geest verrukkend in spirituele contemplatie. Deze laatste staat gaat soms gepaard met een visioen van Licht.

Ga stap voor stap

Een geleidelijke opgang naar het gebed is het meest betrouwbaar. De beginner die aan de strijd zou beginnen, wordt meestal aanbevolen om te beginnen met de eerste stap, verbaal gebed, totdat lichaam, tong, hersenen en hart het assimileren. De tijd die dit kost varieert. Hoe ernstiger de bekering, hoe korter de weg. De beoefening van mentaal gebed kan een tijdje worden geassocieerd met de hesychastische methode – met andere woorden, het kan de vorm aannemen van ritmische of a-ritmische articulatie van het gebed zoals hierboven beschreven, door in te ademen tijdens de eerste helft en uit te ademen tijdens het tweede deel. Dit kan echt nuttig zijn als men niet uit het oog verliest dat elke aanroeping van de Naam van Christus onlosmakelijk verbonden moet zijn met een bewustzijn van Christus Zelf. De Naam mag niet losgemaakt worden van de Persoon van God, opdat het gebed niet gereduceerd zou worden tot een technische oefening en zo in strijd zou zijn met het gebod: ‘Gij zult de naam van de Heer, uw God, niet tevergeefs aannemen’ (EX. 20.7; Deut. 5.11).

f_utro_izraylyan_artur_1314651001

Lees verder “Heilige Sophrony van Essex : Over het Jezusgebed”

De weg van een Pelgrim

2a6ffd585f04ea209350b167ece786c8De weg van een pelgrim
Inleiding door metropoliet Anthony Bloom  van Sourozh

Wie dit artikel in het Engels wil lezen : Hier de link

https://azbyka.ru/otechnik/Antonij_Surozhskij/the-way-of-a-pilgrim/

De Weg van een Pelgrim is in het Westen een klassieker geworden van de Russisch-Orthodoxe spiritualiteit. Voor zover ik weet, heeft geen enkel boek meer mensen geïnspireerd om op zoek te gaan naar de innerlijke bronnen die het leven van orthodoxe christenen voeden en om de beoefening van het Jezusgebed te leren. Het is voor velen, net als voor mij toen ik het las in mijn late tienerjaren, een openbaring geweest over het gebedsleven.
Ik zou echter de aandacht van de lezer op twee dingen willen vestigen: ten eerste, dat het boek is geschreven door een pelgrim met een eenvoud en volledigheid die in geen enkel tijdperk zeldzaam zijn, maar in onze eigen tijd heel moeilijk te ervaren zijn. Daarom zou ik willen waarschuwen voor elke poging om simpelweg de pelgrim na te doen, vrij van het gezinsleven, niet gehinderd door enige zorg, zelfs niet om zijn eigen overleving. Altijd in beweging en volkomen ongebonden, had de pelgrim een ​​innerlijke vrijheid die maar weinigen genieten of waarschijnlijk zouden willen bezitten tegen de prijs die hij ervoor betaalde.
Ten tweede leerde de pelgrim het Jezusgebed van een meester en het was zijn leiding en zijn onderricht die hem in staat stelden de Philokalia te lezen met, zoals de heilige Paulus zegt, de ‘ogen van de geest’. Zoals elk boek over spiritualiteit heeft de Philokalia (een bloemlezing van orthodoxe spirituele geschriften, zowel ascetisch als mystiek) een sleutel nodig om het te begrijpen: het wordt in de eerste plaats gegeven door in de leer en in de eredienst te behoren tot de Kerk die het heeft voortgebracht; maar zelfs binnen de kerk zullen ernstige en schadelijke fouten alleen worden vermeden door degenen die van ganser harte en moedig willen leren van iemand die persoonlijke ervaring heeft gehad met wat daar wordt onderwezen en onthuld.
De mens is geroepen om van nature één te zijn met de geschapen wereld en door genade één te worden met God, de schepper met het schepsel te verenigen. Dit omvat niet alleen het besef van de integriteit van de mens die verlost en vernieuwd is in onze Heer, niet alleen het oog in oog staan ​​van de nieuwe mens met God, maar ook in het synergetische werk van God en de mens, de transfiguratie van de mens die de mens maakt, zoals Sint-Petrus t het uit drukt, een ‘deelgenoot van de goddelijke natuur’, niet door een metaforische maar door een echte vergoddelijking.

Het doel, het doel en de roeping die de mens voor ogen heeft, is dat hij door en voorbij zijn eigen vereniging met God deze transcendente maar altijd aanwezige God (die alles omvat en doordringt, in wie we leven en bewegen en ons bestaan ​​hebben) maar die onbekend blijft voor de wereld, inderdaad onkenbaar van buitenaf) innerlijk en immanent in de mens en door de mens in de wereld; onlosmakelijk verenigd met zijn schepsel, maar zonder verwarring, duidelijk maar niet vreemd, nog steeds zichzelf, nog steeds persoonlijk, nog steeds God – maar toch dichter bij de ziel dan de ademhaling zelf. Dit doel, deze roeping van eenheid met God, staat centraal in het gebed in de naam van Jezus. Kort van vorm leidt het de ziel tot concentratie en plaatst het oog in oog met God. De strekking ervan is zodanig dat alle krachten van de mens, geestelijk, mentaal en lichamelijk, tot één zullen worden gefixeerd en gebonden. in die ene daad van volmaakte devotie-liefhebbende aanbidding. Het schenkt het wezen absolute stabiliteit. Tegelijkertijd ontdoet het de ziel van alle subjectiviteit, alle zelfzucht, en plaatst het in de objectiviteit van het goddelijke. Het is zowel het pad als het hoogtepunt van verzaking en zelfverloochening.

Gebed vindt zijn oorsprong in een geloofsdaad die ons confronteert met de Ongeschapene, de persoonlijke en levende God. Het hangt niet af van kunstgrepen en kan niet met list of geweld worden gewonnen: het is een gratis zelfgave aan beide kanten. En elk waar gebed – dat wil zeggen, gebed dat wordt opgezonden in volmaakte nederigheid, zonder enige preoccupatie met zichzelf, door een smekeling die vrede heeft gesloten met God, zijn geweten en de hele kosmos en zich voor altijd aan God heeft overgegeven – is vroeg of laat bezield door de genade van de Heilige Geest. Het wordt dan het gist van elke handeling en dient als criterium, wordt het hele leven, houdt op een activiteit te zijn en wordt zelf. Alleen dan vestigt het zijn verblijfplaats in het hart, waardoor de smekeling God vanuit het diepst van zijn hart kan aanbidden en zich met hem kan verenigen. Bovendien, en dit is van fundamenteel belang, zijn de technieken die het opsporen en lokaliseren van dit punt kunstmatig vergemakkelijken, geen van allen ontworpen om gebed te produceren, laat staan ​​om somatopsychische emotionele complexen teweeg te brengen als het bedrieglijke object van mystieke ervaring. Hun doel is om de beginner te leren , voor wie ze bedoeld zijn, waardit optimale middelpunt van aandacht is, zodat hij, wanneer het moment daar is, dit kan herkennen als het uitgangspunt van zijn gebed en daar kan blijven. Bovendien schept het vestigen van aandacht op dit punt de meest gunstige omstandigheden voor diepte en stabiliteit van het gebed. Hoewel het waar is dat oprecht gebed gebruik maakt van dit fysieke punt van aandacht, is het ook belangrijk om te onthouden dat de aandacht daar ook geheel los van het gebed op gevestigd kan worden: zoals elke kunstgreep kan dit iemand alleen zo ver brengen als het gaat en garandeert het niets. verder.
Het lichaam is dan geen productief agentschap maar een objectief criterium; wat er van wordt verlangd, evenals van de geest, is stilte en terugkeer naar eenheid. Het is actief, maar niet creatief; zoals alles in de mens, is het vruchtbare grond die wacht op het zaaien. Als integraal onderdeel van de totale mens zal ook het lichaam zijn vruchten van heiligheid voortbrengen, geroepen tot transfiguratie, opstanding en eeuwig leven.

Voor de meester is het lichaam met al zijn bewegingen een kostbaar instrument voor een goudzoeker, dat hem in staat stelt bepaalde toestanden in één oogopslag te onderscheiden, zelfs wanneer hun psychologische context nog onzeker is of de discipel nog onbekwaam is in het waarnemen van de finesses van zijn innerlijk leven. De wetenschap van de kerkvaders op dit gebied is dus geen instructie over het gebed of zelfs maar over het innerlijke leven, maar een ascese en een test van aandacht. Vandaar het belang van een meester die de beginner zowel in zijn innerlijke leven als in zijn lichamelijke oefeningen begeleidt, de een na de ander controleert en de beginneling ervan weerhoudt de natuurlijke gevolgen van zijn ascese voor de effecten van gratie aan te houden. Elke technische of interpretatieve fout kan zelfs de meest erbarmelijke gevolgen hebben,

Het gebruik van de lichamelijke oefening vereist dus zonder twijfel een meester die zowel ervaren als waakzaam is. Van de kant van de discipel wordt grote eenvoud en een actieve en zelfverzekerde overgave vereist. De moeilijkheden van de nieuweling nemen toe, evenals zijn gevaren, met zijn eigen psychische complexiteit en met de neiging die door ons moderne onderwijs wordt bevorderd om ‘zichzelf te zien leven’ in plaats van te leven.
Deze ascetische discipline vormt een mal en heeft geen betekenis los van de inhoud die erin besloten ligt. Het is onlosmakelijk verbonden met een mentale ascese. Maar alle technische oefeningen vormen geen contemplatief gebed, maar slechts een zuiver negatieve, bevrijdende ascese die er een vorm voor bereidt. Zodra de aandacht is verenigd en gelokaliseerd op het punt van perfecte concentratie, begint het spirituele werk pas. Daarin is het gebed zelf een stabiliserende factor; het mag de eenheid niet vernietigen door slechts een deel van de mens in het spel te brengen – intellect of gevoel of wil – maar moet op zichzelf zorgen voor concentratie en eenheid en het middel zijn om eenheid met God te realiseren in geest, lichaam en ziel.

Kortom, de leerstellige en spirituele rijkdom van het Jezusgebed is oneindig: het is zowel een samenvatting als het geheel van het geloof waarvan het raadsel in Christus wordt opgelost. Het spreekt niet alleen tot ons over God, maar met zijn onophoudelijke aanroeping, zijn diepe roep van het schepsel tot zijn God, brengt het de aanwezigheid van Christus voort die het heeft aangeroepen. Hij komt zelf tot zijn schepsel, op wiens verzoek hij het ene wonder verricht waarnaar hij verlangde; hij blijft, verenigt zich met het schepsel, zodat niet meer het schepsel leeft, maar Christus die in hem leeft.

Er zijn een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan door de man die wil deelnemen aan het Jezusgebed, met Gods hulp en onder leiding van zijn geestelijke vader. Ten eerste een besef, helder of verward, van de afschuw waarin de mens wordt gestort die ‘buiten God’ staat, ingesloten in de dodelijke isolatie van zijn ego. Zoals Theophan de kluizenaar leert: ‘een egocentrische man is als een dun schaafsel van hout dat zich opkrult rond de leegte van zijn innerlijke nietigheid, gelijk afgesneden van de kosmos en de Schepper van alle dingen’. Ten tweede moet er het geloof zijn dat het leven alleen in God gevonden wordt, en ten derde moet er de wil tot bekering zijn, dat wil zeggen tot de spirituele ommekeer die ons wezenlijk en onherroepelijk vreemd maakt aan een wereld die van God is gescheiden en ons op een nieuw bestaansniveau,
Aldus moet de christen, terwijl hij zijn weg inslaat, vrede sluiten met God, met zijn eigen geweten, met mensen en dingen; afstand doen van alle zorg om zichzelf, met het vaste voornemen zichzelf te vergeten, zichzelf niet te kennen, in zichzelf alle hebzucht te doden, zelfs voor geestelijke dingen, om niets anders te kennen dan God alleen. Verlaat zoals men een droom verlaat, de liefde van deze wereld en van zoetheid; werp uw zorgen van u af, ontdoe u van ijdele gedachten, verzaak uw lichaam; want gebed is niets anders dan een vreemdeling te zijn in de zichtbare wereld en in de onzichtbare. Wat is er in de hemel dat mij trekt? Niks. En wat zou ik van U verlangen op aarde? Niets, behalve dat ik me ooit aan U zou vastklampen in onafgebroken gebed. Sommigen maken rijkdom het voorwerp van hun verlangens, anderen roem. Voor mij,
(St. Jan van de Ladder)

Voortaan moet de aanbidder zichzelf bevrijden van de slavernij van de wereld door onvoorwaardelijke gehoorzaamheid – vreugdevol, totaal, nederig en onmiddellijk; hij moet in alle eenvoud God zoeken, zonder iets van zijn ellende te verbergen, zonder enige hoop op zichzelf te vestigen, in deze actieve zelfovergave aan God die de geest is van waakzaamheid in nederigheid, in eerbied, met een oprechte wil om zich te bekeren, klaar om te sterven in plaats van de zoektocht op te geven.

Het lijdt geen twijfel dat het meest karakteristieke kenmerk van het Jezusgebed en van de hesychast (quiëtistische) traditie waarop het gebaseerd is, de kostbaarste erfenis die het de orthodoxen heeft nagelaten, deze onlosmakelijke vereniging is van een fysieke en mentale ascetische techniek van gebed. minutieuze nauwkeurigheid en extreme striktheid in de eisen die het stelt, met een sterke bevestiging van de fundamentele waardeloosheid van alle techniek en alle kunstmatige middelen in het mysterie van de vereniging van de ziel met God – het mysterie van wederzijdse zelfgave in liefde, in de volheid van vrijheid. Daarom is het mogelijk om alle ascetische methoden te gebruiken, maar met onderscheidingsvermogen, vrijheid en vrijmoedigheid; ‘alles is mij geoorloofd, maar niet alles is opportuun’. Deze kinderlijke vrijheid en strikte trouw is de houding van de Orthodoxe Kerk.

Voorwoord van de vertaler bij de originele editie
De Russische titel van dit boek kan letterlijk worden vertaald met ‘openhartige verhalen van een pelgrim aan zijn geestelijke vader’. De gekozen titel voor de Engelse versie legt zichzelf uit en is bedoeld om de tweeledige interesse van het boek te dekken. Het is het verhaal van enkele ervaringen van de pelgrim terwijl hij van de ene plaats naar de andere reisde in Rusland en Siberië. Niemand kan de charme van deze reisnotities missen in de eenvoudige directheid waarmee ze worden verteld en de duidelijke schetsen van mensen die ze bevatten.
Het is ook het verhaal van de pelgrim die een manier van bidden leerde en beoefende, en soms ook aan anderen onderwees . Over deze hesychast- methode van gebed kan veel worden gezegd, en niet iedereen zal er sympathie voor hebben. Maar iedereen zal de oprechtheid van zijn overtuiging waarderen en weinigen zullen waarschijnlijk twijfelen aan de realiteit van zijn ervaring. Hoe sterk de methode ook contrasteert met de devotiegewoonten van een gewone, religieuze Engelsman, voor een ander type ziel kan het nog steeds de uitdrukking zijn van een levendig besef van de waarheid ‘voor mij is leven Christus’. Degenen die meer willen lezen over de hesychast- methode van gebed en het verband met de grote Byzantijnse mysticus, de heilige Simeon de nieuwe theoloog, die leefde van 949 tot 1022, kunnen worden verwezen naarOrientalia Christiana , vol. IX, nr. 36 (juni en juli 1927).
De gebeurtenissen die in het boek worden beschreven, lijken toe te behoren aan een Rusland voorafgaand aan de bevrijding van de lijfeigenen, die plaatsvond in 1861. De verwijzing naar de Krimoorlog in het vierde verhaal geeft 1853 als de andere tijdslimiet. Tussen die twee data arriveerde de pelgrim in Irkoetsk, waar hij een geestelijke vader vond. Hij vertelt laatstgenoemde hoe hij ertoe kwam het gebed van Jezus te leren, deels door het mondeling onderwijzen van zijn starets , en na het verlies van zijn starets , uit zijn eigen studie van The Philokalia . Dit is de inhoud van de eerste twee verhalen , die worden gescheiden door de dood van de starets .
Het derde verhaal is erg kort en vertelt, in antwoord op de vragen van zijn geestelijke vader, de eerdere persoonlijke geschiedenis van de pelgrim en waarom hij überhaupt een pelgrim werd.

Het was zijn bedoeling om van Irkoetsk door te trekken naar Jeruzalem, en hij was ook daadwerkelijk begonnen. Maar een toevallige ontmoeting leidde tot een uitstel van zijn vertrek met enkele dagen, en gedurende die tijd vertelt hij de verdere ervaringen van zijn pelgrimsleven die het vierde verhaal vormen .
Over de identiteit van de pelgrim is niets bekend. Op de een of andere manier kwam zijn manuscript, of een kopie ervan, in handen van een monnik op de berg Athos, in wiens bezit het werd gevonden door de abt van het Sint-Michielsklooster in Kazan. De abt kopieerde het manuscript en van zijn exemplaar werd het boek in 1884 in Kazan gedrukt.

In de afgelopen jaren zijn exemplaren van deze (tot april 1930 de enige) editie buitengewoon moeilijk geworden om te vinden. Buiten Rusland blijken er slechts drie of vier exemplaren te bestaan, en ik ben veel dank verschuldigd aan vrienden in Denemarken en Bulgarije voor het lenen van exemplaren waarvan deze vertaling is gemaakt. Ik ben ook dominee N. Behr, proto-priester van de Russische kerk in Londen, erg dankbaar voor het zo vriendelijk lezen van het manuscript van mijn vertaling.

Er zijn zeer weinig aantekeningen toegevoegd en aan het einde van het boek geplaatst. Ze zijn voornamelijk bedoeld om een ​​of twee woorden uit te leggen waarvan het het beste leek niet te proberen ze in het Engels te veranderen.

Lees verder “De weg van een Pelgrim”

Anthony Bloom : Hij betreedt dit rijk dat het rijk is waar geen liefde is….

b42b2aab7f362a3a45780134eaba7211

Hij (Christus)betreedt dit rijk dat het rijk is waar geen liefde is, waar alleen verdeeldheid, gebrokenheid en scheiding is, zowel van God als van elkaar en in onszelf, de innerlijke gebrokenheid en het conflict tussen geest en hart, tussen geweten en actie : Christus wordt geboren in het rijk van de dood die we hebben gemaakt door het misbruik van vrijheid, omdat we zijn vergeten dat het recht culmineert, wordt vervuld in die liefde die zichzelf perfect geeft, wat de vergetelheid van het zelf is, wat het neerleggen van iemands leven is voor de andere.  Laten we dan niet naar deze wieg kijken zoals we doen als we kleine   kinderen zijn, die alleen een beeld zien van de geboorte van een kind wonderbaarlijk ; laten we ernaar kijken met een oprechte en volwassen blik, en zien dat deze wieg een offeraltaar is, dat deze grot waar Hij werd geboren een beeld is van die grot waarin Hij zal worden gedeponeerd, een jonge man, gedood voor Gods wil. omwille van de lijdensweg van de Tuin en de lijdensweg van het Kruis, en laten we ons afvragen: “Hebben wij, ieder van ons, een reactie op liefde die op zo’n manier wordt geopenbaard, in zo’n mate?

-Anthony Bloom

Sergei Bulgacov :   Pinksteren werd alleen mogelijk in verband met de menswording van Christus……

77d1cee39f1768348e9549ecacf608a0

  Pinksteren werd alleen mogelijk in verband met de menswording van Christus. De Heilige Geest rust eeuwig op de Zoon in de Heilige Drie-eenheid, en aangezien na de menswording de hele wereld het vergaarbak van Christus wordt, toebehoort aan Zijn menselijkheid, is er al een plaats in de wereld voor de afdaling en aanwezigheid van de Heilige Geest. Deze plaats is de vleesgeworden Zoon Zelf, de wereld als het lichaam van Christus, die in het Pinksteren ook de tempel van de Heilige Geest wordt. Maar nadat Christus in heerlijkheid naar de hemel was opgevaren, verliet hij de wereld in zekere zin. Hoewel Hij, geestelijk, door de werking van de Heilige Geest, de wereld niet “verliet”, berooft deze louter spirituele en mysterieuze aanwezigheid van Hem in de wereld haar van zijn glorie en manifesteert Hem alsof Hij nog steeds in een staat van kenosis verkeert.

Sergej Boelgakov

Sergej Nikolajevitsj Boelgakov was een Russisch-orthodox geestelijke en christensocialist. Boelgakov studeerde aan het seminarie van Orjol, maakte een geloofscrisis door en vertrok naar Moskou om aldaar filosofie te studeren. Wikipedia

Thomas Hopko : De Drie-eenheid (1)

De Heilige drie-eenheid

      Vader Thomas Hopko

 

rublevs-icon-on-trinity1

De leer van de heilige drie-eenheid

De leer van de Heilige Drie-eenheid is niet alleen maar een “geloofsartikel” dat mensen moeten “geloven”. Het is niet eenvoudigweg een dogma dat de kerk van haar goede leden verlangt om “in geloof te aanvaarden”. Evenmin is de leer van de Heilige Drie-eenheid de uitvinding van geleerden en academici, het resultaat van intellectuele speculatie en filosofisch denken.

De leer van de Heilige Drie-eenheid komt voort uit de diepste ervaringen van de mens met God. Het komt voort uit de oprechte, levende kennis van hen die God in geloof hebben leren kennen.

De paragrafen die volgen zijn bedoeld om iets te laten zien van wat God van Zichzelf heeft geopenbaard aan de heiligen van de Kerk. De woorden en concepten van de leer van de Drie-eenheid begrijpen is één ding; de Levende Realiteit van God achter deze woorden en concepten kennen is iets anders. We moeten werken en bidden zodat we aan elk woord en begrip over God voorbijgaan en Hem voor onszelf leren kennen in onze eigen levende eenheid met Hem: “De Vader door de Zoon in de heilige Geest” (Ef 2, 18– 22).

De heilige drie-eenheid onthuld

In het Oude Testament vinden we Jahweh, de ene Heer en God, handelend naar de wereld door Zijn Woord en Zijn Geest. In het Nieuwe Testament wordt het “Woord is vlees geworden” (Joh 1,14). Als Jezus van Nazareth wordt de eniggeboren Zoon van God mens. En de Heilige Geest, die in Jezus is en hem de Christus maakt, wordt van God uitgestort op alle vlees (Handelingen 2:17).

Men kan de Bijbel of de geschiedenis van de Kerk niet lezen zonder getroffen te worden door de talrijke verwijzingen naar God de Vader, de Zoon (Woord) van God en de Heilige Geest. Het nieuwtestamentische verslag en het leven van de orthodoxe kerk zijn absoluut onbegrijpelijk en zinloos zonder voortdurende bevestiging van het bestaan, de onderlinge relatie en de interactie van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest met elkaar en met de mens en de wereld.

Verkeerde doctrines van de Drie-eenheid

De belangrijkste vraag die de Kerk over God moet beantwoorden, is die van de relatie tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Volgens de Orthodoxe Traditie zijn er een aantal verkeerde doctrines die verworpen moeten worden
Een verkeerde doctrine is dat alleen de Vader God is en dat de Zoon en de Heilige Geest wezens zijn, “uit het niets gemaakt” zoals engelen, mensen en de wereld. De Kerk antwoordt dat de Zoon en de Heilige Geest geen schepselen zijn, maar ongeschapen en goddelijk zijn met de Vader, en dat ze handelen met de Vader in de goddelijke scheppingsdaad van alles wat bestaat.

Een andere verkeerde doctrine is dat God in Zichzelf Eén God is die slechts in verschillende vormen aan de wereld verschijnt: nu eens als de Vader, dan als de Zoon, en nog een keer als de Heilige Geest. De Kerk antwoordt nogmaals dat de Zoon en het Woord “in den beginne bij God” (Joh 1,12) zijn, evenals de Heilige Geest, en dat de Drie eeuwig onderscheiden zijn. De Zoon is “van God” en de Geest is “van God”. De Zoon en de Geest zijn niet slechts aspecten van God, zonder, om zo te zeggen, een eigen leven en bestaan. Hoe vreemd zou het bijvoorbeeld zijn om je voor te stellen dat wanneer de Zoon mens wordt en tot zijn Vader bidt en handelt in gehoorzaamheid aan Hem, het allemaal een illusie is zonder werkelijkheid, een soort goddelijke voorstelling die de wereld wordt voorgehouden met helemaal geen reden of waarheid voor!

Een derde verkeerde doctrine is dat God één is, en dat de Zoon en de Geest slechts namen zijn voor relaties die God met Zichzelf heeft. Zo wordt het denken en spreken van God de Zoon genoemd, terwijl het leven en handelen van God de Geest wordt genoemd; maar in feite – in echte actualiteit – zijn er niet zulke ‘realiteiten op zichzelf’ als de Zoon van God en de Geest van God. Beide zijn slechts metaforen voor louter aspecten van God. Maar nogmaals, in zo’n leer hebben de Zoon en de Geest geen bestaan ​​en geen eigen leven. Ze zijn niet echt, maar zijn slechts illusies.

Nog een andere verkeerde doctrine is dat de Vader één God is, de Zoon een andere God en de Heilige Geest nog een andere God. Er kunnen geen “drie goden” zijn, zegt de kerk, en zeker geen “goden” die geschapen of gemaakt zijn. Nog minder kunnen er ‘drie goden’ zijn van wie de Vader ‘hoger’ is en de anderen ‘lager’. Want dat er meer dan één God is, of “graden van goddelijkheid”, zijn beide tegenstrijdigheden die niet kunnen worden verdedigd, noch door goddelijke openbaring, noch door logisch denken.

De kerk leert dus dat hoewel er maar één God is, er toch drie zijn die God zijn – de Vader, de Zoon en de Heilige Geest – volmaakt verenigd en nooit verdeeld, maar toch niet versmolten tot één zonder het juiste onderscheid. Hoe verdedigt de kerk dan haar leer dat God zowel één als drie is?

Wordt vervolgd

Thomas Hopko : Het symbool van geloof (deel 19) : Eeuwig leven

34c93fac7c236fba17082df39f5560f1

Het symbool van geloof (deel 19) : Eeuwig leven
Ik kijk uit naar de opstanding van de doden en het leven van de toekomende wereld [eeuwen].

De orthodoxe kerk gelooft niet alleen in de onsterfelijkheid van de ziel, en in de goedheid en uiteindelijke redding van alleen de spirituele realiteit. In navolging van de Schrift geloven orthodoxe christenen in de goedheid van het menselijk lichaam en van alle materiële en fysieke schepping. Dus, in haar geloof in de opstanding en het eeuwige leven, kijkt de orthodoxe kerk niet naar een “andere wereld” voor redding, maar naar deze wereld die zo geliefd is door God, herrezen en verheerlijkt door Hem, bebouwd met Zijn eigen goddelijke aanwezigheid.

Aan het einde van de eeuwen zal God Zijn aanwezigheid openbaren en de hele schepping met Zichzelf vullen. Voor degenen die van Hem houden, zal het een paradijs zijn. Voor degenen die Hem haten zal het een hel zijn. En de hele fysieke schepping, samen met de rechtvaardigen, zal zich verheugen en blij zijn in Zijn komst.

De wildernis en de eenzame plaatsen zullen blij zijn; de woestijn zal zich verheugen en in overvloed bloeien (Jes 35.1).

Want zie, ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, zegt de Heer, en de vroegere dingen zullen niet worden herinnerd of in gedachten komen. Maar wees blij en verheug je voor altijd in wat ik schep, want zie, ik schep Jeruzalem een ​​vreugde en haar volk een vreugde (Jes 65,17-18).
De visioenen van de profeten en die van de christelijke apostelen over wat komen gaat, zijn één en hetzelfde:

Toen zag ik een nieuwe hemel en een nieuwe aarde: want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel neerdalen, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man versierd is; en ik hoorde een luide stem vanaf de troon zeggen: Zie, de woning van God is bij de mensen. Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn; Hij zal elke traan van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch gekrijt, noch pijn zal meer zijn, want de vroegere dingen zijn voorbijgegaan’ (Openb. 21,1-5).
Wanneer het Koninkrijk van God de hele schepping vervult, zullen alle dingen nieuw worden gemaakt. Deze wereld zal weer dat paradijs zijn waarvoor het oorspronkelijk is geschapen. Dit is de orthodoxe doctrine van het uiteindelijke lot van de mens en zijn universum.

Er wordt echter wel eens beweerd dat deze wereld totaal vernietigd zal worden en dat God door een tweede schepping al het nieuwe “uit het niets” zal scheppen. Degenen die deze mening hebben, beroepen zich op teksten zoals die in de tweede brief van Sint-Pieter:

Maar de dag des Heren zal komen als een dief, en dan zullen de hemelen voorbijgaan. . . en de elementen zullen met vuur worden opgelost, en de aarde en de werken die erop zijn zullen worden verbrand (2 Petr. 3.10).

Omdat de Bijbel nooit spreekt over een “tweede schepping” en omdat hij voortdurend en consequent getuigt dat God de wereld liefheeft die Hij heeft gemaakt en alles doet wat Hij kan om haar te redden, interpreteert de Orthodoxe Traditie dergelijke schriftuurlijke teksten nooit als een leer van de feitelijke vernietiging van de schepping door God. Het begrijpt zulke teksten als metaforisch sprekend over de grote catastrofe die de schepping moet doorstaan, zelfs de rechtvaardigen, om te worden gereinigd, gezuiverd, vervolmaakt en gered. Het leert ook dat er een “eeuwig vuur” is voor de goddelozen, een eeuwige toestand waarin ze vernietigd worden. Maar in ieder geval wordt de “vuurproef” die “de goddelozen vernietigt” door de orthodoxen op geen enkele manier begrepen in de zin dat de schepping gedoemd is tot totale vernietiging.

 (Dit is het laatste artikel van de reeks)

Alle 19  artikelen van de reeks kunnen terug gevonden bij  ‘Categorieën – geloofsbelijdenis van Nicea )

De vroege kerkvaders en het heidendom…..

047f1ad8039e421f721ec0f98182e025 (1)

De vroege kerkvaders en het heidendom

Door Jon sorengen

Sommige sceptici beweren dat de heidense cultuur van het Romeinse Rijk een grote invloed heeft gehad op de vroegchristelijke gemeenschap — dat het hele christelijke geloofssysteem in elkaar werd geflanst door kersverse leringen van de ‘concurrerende’ religies van die tijd. Een variant van deze bewering die populair is onder niet-katholieke christenen, is dat de kerk die door Jezus Christus werd gesticht, eerst zuiver bleef, maar langzaam heidense geloofsovertuigingen overnam, vooral tijdens en na de tijd van keizer Constantijn in het begin van de vierde eeuw.

Deze beweringen kunnen niet verder van de waarheid zijn. Het overheersende heidense geloof in het Romeinse Rijk was in strijd met de christelijke boodschap, en de geschriften van de vroege christenen tonen een bijna minachtende kijk op heidens polytheïsme en afgoderij. Het is ook een historisch feit dat de Romeinen het christendom in verschillende mate hebben verboden tot aan de tijd van Constantijn.

De minachting van de vroege christenen voor heidense overtuigingen

We weten dat de vroege christenen er geen belang bij hadden de geloofsovertuigingen van hedendaagse religies na te bootsen door de manier waarop ze erover schreven. Uit deze geschriften blijkt overduidelijk dat ze de praktijken van deze religies weerzinwekkend vonden. Hoewel er talloze voorbeelden kunnen worden gegeven om dit punt te illustreren, zullen we ons op slechts enkele concentreren.

Behalve de naam die wordt toegeschreven aan de brief van Mathetes aan Diognetus , is er niet veel bekend over de auteur. De vroegste schatting van de datum van samenstelling op basis van tekstueel bewijs plaatst het ergens in de eerste helft van de tweede eeuw. Over het nut van heidense aanbidding heeft Mathetes het volgende te zeggen:

[Kijk] goed – met je intelligentie, niet alleen met je ogen – naar de vormen en substanties van die objecten die je goden noemt en voor goddelijk houdt. . . . Werd er niet een gemaakt door een steenhouwer, een ander door een kopergieter, een derde door een zilversmid, een vierde door een pottenbakker? En tot op het moment dat de vaardigheid van die ambachtslieden hun huidige vormen gaf, was het niet net zo praktisch – ja, is het zelfs nu niet net zo praktisch – dat elk van hen tot iets heel anders is gemaakt? Bovendien, aangenomen dat gewone potten en pannen van soortgelijk materiaal in de handen van die ambachtslieden zouden worden gelegd, zouden ze dan niet in goden als deze veranderd kunnen worden? . . Noem je deze dingen echt god en dien je ze echt van dienst? Ja, dat doe je inderdaad; je aanbidt ze – en uiteindelijk word je zoals zij.

Het geloof dat de heidenen levenloze kunstwerken aanbaden, was gebruikelijk onder de vroegste christelijke apologeten. St. Athanasius bekritiseert in zijn weerlegging van heidense overtuigingen tegen de heidenen de heidenen omdat ze niet in overweging namen dat wat ze aanbaden eigenlijk geen goden waren, maar ‘de kunst van de beeldhouwer’.

Lees verder “De vroege kerkvaders en het heidendom…..”

Heilige Sophrony : Veel mensen denken dat Gods stilzwijgen betekent dat Hij niet bestaat….

88e90d0b6b4c004b9c5a601f7ff4f5b5

Veel mensen denken dat Gods stilzwijgen betekent dat Hij niet bestaat. Maar als we zouden nadenken over de positie waarin we God met onze passies plaatsen, zouden we beseffen dat Hij geen andere keuze heeft dan te zwijgen. We vragen of Zijn steun bij ons wangedrag. Hij laat ons op geen enkele voor de hand liggende manier schuldig voelen. Hij staat ons toe op onze goddeloze wegen voort te gaan en de vrucht van onze persoonlijke zonden te oogsten. Maar als we ons berouwvol tot Hem wenden, komt Hij snel, sneller dan we hadden verwacht. Omdat Hij onze behoeften kent, is Hij ons vaak voor. Zodra we onze verzoeken in gebed uiten, die gerechtvaardigd zijn door de realiteit van ons leven op deze aarde, heeft Hij ze al vervuld. Dus  Gods stilte is het meest welsprekende, het vriendelijkste antwoord op ons wangedrag.

Heilige Sophrony van Essex

Arch.Zacharias van Essex :”De vreze Gods is het inzicht dat alles ijdelheid van ijdelheden is……

503bf4a5ad7fce92914ee590cd81c542

“De vreze Gods is het inzicht dat alles ijdelheid van ijdelheden is, dat alles wat tot de vergankelijke wereld behoort ijdel is en voorbijgaat. We realiseren ons dat alleen God zal overblijven, evenals de dingen die betrekking hebben op God. Dan vrezen we voor het geval we ons doel missen en er niet in slagen de onvergankelijke en hemelse dingen van God te ontvangen. ‘Het is een angst om te bewijzen dat we God onwaardig zijn, Die Zichzelf aan ons openbaarde in licht dat nooit ondergaat.’ (We zullen Hem zien zoals Hij Is, p.19) Vreze Gods genereert de wijsheid van God (Psalm 111:10), die ons leert om ‘hemelse dingen te verkiezen boven aardse dingen, dingen die onvergankelijk zijn voor dingen die vergankelijk zijn’. (Goddelijke Liturgie van De Heilige Basilius de Grote)

– Archimandriet Zacharias van Essex

De betekenis van dogmatisch bewustzijn in het spirituele leven

Ouderling Sophrony van Essex: het belang van dogmatisch bewustzijn bij de heilige Silouan

2f6ff2dca54273c0492c6a5503942f5f

We kunnen geen term vinden om het spirituele leven te definiëren, omdat het ondoorgrondelijk en absoluut ondefinieerbaar is in zijn bronnen, in zijn eeuwige oorsprong, hoewel tegelijkertijd eenvoudig en één in zijn aard. Misschien zou dit gebied “bovenbewustzijn” kunnen worden genoemd, maar de naam is niet duidelijk genoeg, en bovendien specificeert het niets anders dan de relatie tussen het denkende bewustzijn en wat buiten zijn grenzen ligt.
Wanneer we van dit ondefinieerbare rijk naar de sfeer gaan die openstaat voor onze waarneming en zelfs enige controle, zien we dat het spirituele leven zich op twee manieren uitdrukt – als een mentale toestand of handeling en als dogmatisch bewustzijn. Deze twee aspecten, hoewel verschillend van elkaar en tot op zekere hoogte zelfs van elkaar gescheiden in hun “incarnatie”, dat wil zeggen in hun formele uitdrukking op het niveau van onze geleefde ervaring, vormen in hun wezen een ondeelbaar geheel. Met andere woorden, elke ascetische handeling, elke mentale toestand is onlosmakelijk verbonden met het bijbehorende dogmatische bewustzijn.
Het dogmatische bewustzijn achter het gebed van Starez Siluan voor de hele wereld

il_1588xN.2379950053_3kjl

Met dit in gedachten hebben we altijd geprobeerd het dogmatische bewustzijn te vatten waarmee het grote gebed van Starez en de hete tranen die hij voor de hele wereld vergoot, verbonden waren.
Door Starez’ woorden, moeilijk te begrijpen in hun grote eenvoud, te vertalen in een taal die begrijpelijker is voor de mensen van vandaag, hopen we ze een beetje dichter bij de inhoud van zijn dogmatisch bewustzijn te brengen.
De Starez zei en schreef dat de liefde van Christus het verlies van een mens niet kan verdragen, en daarom, in haar zoektocht om alle mensen te redden, het pad van zelfopoffering te volgen.

“De Heer geeft de monnik de liefde van de Heilige Geest. Deze liefde vervult het hart van de monnik met pijn voor de mensen, omdat ze niet allemaal op weg zijn naar verlossing. De Heer Zelf was in zo’n mate vervuld van pijn voor Zijn volk, dat Hij zichzelf overgaf aan de dood aan het kruis. De Heilige Moeder had ook dit medelijden met de mensen in haar hart, en net als haar geliefde Zoon zocht ze de redding van alles in haar hele wezen. De Heer heeft dezelfde Heilige Geest van de Apostelen , onze Heilige Vaders en gegeven aan de herders van de Kerk.”

Men kan anderen alleen op een ware christelijke manier redden door liefde, dat wil zeggen door ze aan te trekken. Hier is geen plaats voor dwang. Bij het streven naar de redding van alle mensen, wil liefde tot het einde gaan, en daarom omvat het niet alleen de wereld van degenen die nu op aarde leven, maar ook degenen die al zijn gestorven, Hades zelf, evenals degenen die dat niet zijn maar toch geboren, met andere woorden, heel Adam. De liefde juicht en verheugt zich wanneer ze de redding van de broeders ziet, en ze huilt en bidt wanneer ze hun ondergang ziet.

We vroegen de Starez: “Hoe kun je van iedereen houden? En waar vind je zo’n liefde die ons één maakt met iedereen?”
De Starez antwoordde: “Om één te worden met alle mensen, volgens het woord van de Heer:” Dat allen één mogen zijn “(Joh 17:21), hoeven we niets uit te vinden – we hebben allemaal dezelfde natuur , dus het zou natuurlijk zijn dat we allemaal van elkaar houden. Het is de Heilige Geest die kracht geeft om lief te hebben. “
De kracht van liefde is groot en zegevierend, maar niet onbeperkt. Er is een gebied in de mens waar zelfs liefde niet kan zegevieren, iets dat haar kracht beperkt. Wat is het?

Het is vrijheid.

De menselijke vrijheid is inderdaad zo reëel en zo groot dat zelfs het offer van Christus en het offer van allen die Christus hebben gevolgd niet onvermijdelijk tot de overwinning leiden.

De Heer zei: “En Ik, wanneer Ik van de aarde verheven ben (dat wil zeggen, gekruisigd), zal alle mensen tot Mij trekken” (Joh 12, 32-33). De liefde van Christus hoopt alle mensen naar zich toe te trekken en daalt daarom af in de afgrond van Hades. Maar zelfs op deze perfecte liefde en op dit perfecte offer iemand – wie kan dat? onbekend; hoeveel? ook onbekend – antwoord met afwijzing, zelfs op het niveau van de eeuwigheid, en zeg: “Ik wil echter niet.”

De spirituele ervaring van de heiligen en de eschatologische ketterij van het origenisme

Het is deze verschrikkelijke mogelijkheid van vrijheid, die de kerk heel goed kent uit haar spirituele ervaring, die haar ertoe heeft gebracht de leer van de origenisten te verwerpen.
Het lijdt geen twijfel dat een gebed voor de redding van allen, zoals we het zien in het leven van Starez, niet eens zou kunnen opkomen in een origenistisch bewustzijn.

Wat Starez leerde op het uur van Christus’ verschijning was een onwankelbare zekerheid voor hem. Hij WIST dat Hij Die aan hem verscheen de Almachtige Heer was. Hij wist dat hij de nederigheid van Christus had ervaren door de werking van de Heilige Geest en dat hij vervuld was met een liefde die verder ging dan hij kon verdragen. Door de Heilige Geest realiseerde hij zich dat God grenzeloze liefde en oneindige barmhartigheid is. Toch deed deze waarheid hem niet denken dat “iedereen toch gered zal worden”. Zijn geest bleef zich altijd bewust van de mogelijkheid van eeuwig verderf, want de hele dimensie van menselijke vrijheid wordt geopenbaard aan de ziel, die in staat van genade is.

De vrijheid van God en de vrijheid van de mens

Absolute vrijheid bestaat in het vermogen om het eigen bestaan ​​op alle niveaus te bepalen zonder enige van buitenaf opgelegde afhankelijkheid, noodzaak of beperking. Dit is de vrijheid van God. De mens heeft die vrijheid niet.
De verleiding voor de mens, geschapen als een vrij wezen naar het beeld van God, bestaat erin zijn eigen bestaan ​​te scheppen, zichzelf op alle niveaus te definiëren en op eigen kracht aan God gelijk te willen worden. Want alleen ontvangen wat gegeven wordt, brengt een gevoel van afhankelijkheid met zich mee.

De zalige Starez zei vaak dat deze verleiding, net als alle andere, kan worden overwonnen door in God te geloven. Het geloof in de goedheid en grenzeloze barmhartigheid van God brengt genade in de ziel en dan verdwijnt dat pijnlijke gevoel van afhankelijkheid: de ziel heeft God lief als haar eigen Vader en leeft door Hem heen.
Kennis van de hoogste spirituele waarheden, niet door te leren, maar door de geboden te onderhouden
De Starez was een man met weinig seculiere opleiding. Zijn verlangen om de waarheid te kennen was echter niet minder groot dan die van enig ander persoon. Maar om tot deze waarheid te komen, volgde hij een heel ander pad dan dat van de speculatieve filosofie. Dit wetende, hebben we met de grootste belangstelling geobserveerd hoe zijn geest de meest uiteenlopende theologische problemen waarnam, in een heel bijzondere sfeer en in een onafhankelijke vorm, en hoe hun oplossing vorm kreeg in zijn bewustzijn. Hij kon een onderwerp niet volgens de regels van de dialectiek uitleggen of het in een taal van rationele termen uitdrukken, omdat hij bang was “zich in zijn overwegingen te vergissen”. Maar de stellingen die hij uitsprak werden gekenmerkt door een buitengewone diepgang, zodat men zich onwillekeurig afvroeg:

Lees verder “”

Thomas Hopko : Het symbool van geloof deel 18…

Orthodoxe kerk van de Heilige Apostel Andreas

Thomas Hopko – Het symbool van geloof deel 17

In één, heilige, katholieke en apostolische Kerk. . .

Kerk als woord betekent degenen die als een bepaald volk zijn geroepen om een ​​bepaalde taak uit te voeren. De christelijke kerk is de vergadering van Gods uitverkoren volk, geroepen om zijn woord te houden en zijn wil en werk te doen in de wereld en in het hemelse koninkrijk.

In de Schrift wordt de Kerk het Lichaam van Christus genoemd (Rom 12; 1 Kor 10, 12; Kol 1) en de Bruid van Christus (Ef 5; Opb 21). Het wordt ook vergeleken met Gods levende tempel (Ef 2; 1 Petr 2) en wordt “de pilaar en het bolwerk van de waarheid” genoemd (1 Tim 3,15).

één kerk

De Kerk is één omdat God één is, en omdat Christus en de Heilige Geest één zijn. Er kan maar één kerk zijn en niet veel. En deze ene Kerk, omdat haar eenheid afhangt van God, Christus en de Geest, mag nooit worden verbroken. Volgens de orthodoxe leer is de kerk dus ondeelbaar; mensen kunnen erin of erbuiten zijn, maar ze mogen het niet verdelen.

Volgens de orthodoxe leer is de eenheid van de Kerk de vrije eenheid van de mens in de waarheid en liefde van God. Een dergelijke eenheid wordt niet tot stand gebracht of tot stand gebracht door enige menselijke autoriteit of juridische macht, maar door God alleen. Voor zover mensen in de waarheid en liefde van God zijn, zijn ze leden van zijn kerk.

Orthodoxe christenen geloven dat in de historische orthodoxe kerk de volledige mogelijkheid bestaat om volledig deel te nemen aan de kerk van God, en dat alleen zonden en valse menselijke keuzes (ketterijen) mensen buiten deze eenheid plaatsen. In niet-orthodox-christelijke groepen beweren de orthodoxen dat er bepaalde formele obstakels zijn, variërend in verschillende groepen, die, indien aanvaard en gevolgd door mannen, hun volmaakte eenheid met God zullen verhinderen en zo de echte eenheid van de kerk zullen vernietigen

Binnen de eenheid van de Kerk is de mens datgene waarvoor hij geschapen is en kan hij voor eeuwig groeien in goddelijk leven in gemeenschap met God door Christus in de Heilige Geest. De eenheid van de kerk wordt niet verbroken door tijd of ruimte en is niet beperkt tot alleen degenen die op aarde leven. De eenheid van de Kerk is de eenheid van de Heilige Drie-eenheid en van al degenen die met God leven: de heilige engelen, de rechtvaardige doden en degenen die op aarde leven volgens de geboden van Christus en de kracht van de Heilige Geest .

Heilige Kerk

Lees verder “Thomas Hopko : Het symbool van geloof deel 18…”

Lazarus en de rijke man: Homilie voor de 20e zondag na Pinksteren
Homilie

 

lazarus-rila

Lazarus : Rila monasterie Bulgarije

St. Luke 16: 19-31 Ik wed dat ieder van ons een aantal beroemde mensen kan noemen die beroemd lijken te zijn, vooral omdat ze beroemd zijn. Sommige mensen maken het nieuws simpelweg door te zijn wie ze zijn om redenen die ons te boven gaan. Om welke reden dan ook, de namen van beroemdheden zijn altijd bekend. Maar het is niet hetzelfde voor de nederigen en armen, voor mensen die op straat of in hutjes leven en die niet weten waar hun volgende maaltijd vandaan zal komen. Honderden miljoenen kinderen in de ontwikkelingslanden hebben vandaag de dag geen veilig drinkwater, voldoende onderdak of gezondheidsdiensten. Velen van hen eindigen als de arme man in de evangelieles van vandaag, wanhopig bedelend buiten het huis van een rijk persoon, om vervolgens te worden genegeerd en te sterven zonder enig menselijk comfort. De namen van degenen die dergelijke levens leiden, zijn zelden bekend of vastgelegd. De namen worden, net als de mensen, meestal als onbelangrijk beschouwd en halen zelden het nieuws. Hoe schokkend is het dan dat onze evangelietekst ons de naam van de arme bedelaar Lazarus geeft, maar de naam van de rijke man weglaat. Dit detail laat ons zien dat Gods koninkrijk niet is als wereldse koninkrijken, niet als de menselijke samenleving zoals wij die kennen. Want het soort rijkdom dat mensen beroemd maakt in dit leven telt voor niets in het volgende. En het soort nederigheid, het soort volledig vertrouwen in God dat de armsten van de armen in de beste positie verkeren om te hebben, telt voor weinig in de wereld van vandaag;

toch is het alleen door dat soort nederig vertrouwen dat iemand het koninkrijk van God zal binnengaan. Nee, het gaat er niet om dat de rijken verdoemd zullen worden en de armen gezegend zullen worden. In plaats daarvan is het dat er sterke en diepe verleidingen zijn die verband houden met rijkdom, bezittingen en succes in deze wereld. Want als we onszelf, onze rijkdommen en onze status meer liefhebben dan God en de naaste, ongeacht hoeveel of weinig we hebben, zullen we onszelf buiten het koninkrijk sluiten. De naam Lazarus betekent “Iemand die geholpen is”, en degenen wiens ellendige levensomstandigheden hen niet aanmoedigen om op geld, macht of succes te vertrouwen, bevinden zich in een goede positie om te leren dat hun hulp in de Heer is, in Zijn barmhartigheid en liefde. De rijke man heeft die les echter nooit geleerd. Hij droeg alleen schandalig dure kleren en had elke dag een groot feest. Hij moet geweten hebben van de arme bedelaar Lazarus. Hij stapte waarschijnlijk over of om hem heen elke keer als hij zijn huis in of uit ging. Hier lag een wanhopig arme man op de grond, wiens enige troost de zwerfhonden waren die zijn open zweren zouden likken. Het enige wat Lazarus wilde waren de kruimels die van de tafel van de man vielen, je zou kunnen zeggen zijn afval. Maar de rijke man was zo hebzuchtig en onachteloos dat hij hem blijkbaar zelfs dat ontkende. Onze Heer is heel duidelijk over de gevolgen van zo’n leven. Deze man toonde geen genade; hij toonde geen liefde voor zijn ellendige naaste. Bijgevolg sneed hij zich af van de barmhartigheid en liefde van God. Heel anders dan deze egoïstische man waren de heiligen die we donderdag herdachten, de Heilige Onmercenas Genezers Cosmas en Damianus. Ze gebruikten het geld dat ze van hun ouders erfden om gratis medische zorg te verlenen aan zieken en behoeftigen. Stel je voor: artsen die betaling weigerden. God werkte vele wonderen door hen heen, want zij werden kanalen van de barmhartigheid en liefde van de Heer voor degenen met wie de Heer Zich identificeerde: de zieken, de zwakken, de vreemdeling, “de minste van deze mijn broeders”. De beroemde woorden van Paulus over de liefde in 1 Korintiërs 13 werden door deze grote heiligen beleefd. We herinneren ons hen juist vanwege hun liefde. De Heer zei dat de grootste geboden zijn om God lief te hebben met heel ons hart, onze ziel en onze kracht en onze naasten als onszelf. En welk groter teken van liefde is er dan geduldig en onbaatzuchtig om de pijn van anderen te verzachten, om hun lasten te verlichten, om hun lichaam te genezen en hen weer gezond te maken. Nee, deze mannen hebben niet de eer voor hun werk op zich geducht of gedacht dat ze op eigen kracht genas. In plaats daarvan werd hun leven veranderd door de helende energieën van de Heilige Geest; ze werden kanalen van Gods barmhartigheid voor lijdende, wanhopige mensen. De heiligen Cosmas en Damianus waren totaal anders dan de rijke man die Lazarus negeerde. Ze zouden hem gratis hun beste zorg hebben gegeven en al het mogelijke hebben gedaan om hem weer gezond te maken. Hun onbaatzuchtige liefde voor Lazarus zou een icoon van het Koninkrijk van God zijn geweest waarin degenen die nederig op de Heer wachten niet teleurgesteld zullen worden. Maar we moeten verder gaan dan alleen het prijzen van de nagedachtenis van de HH. Cosmas en Damianus. We moeten hen niet alleen met onze woorden vereren, maar ook met onze daden; namelijk door in hun voetsporen te treden voor de Lazarussen van onze wereld en of ons leven. Nee, we zijn niet allemaal geroepen om arts te worden; we zijn niet allemaal geroepen om alles weg te geven aan de armen. Maar we zijn allemaal geroepen om de onbaatzuchtige liefde uit te leven die Jezus Christus de wereld heeft gebracht, de liefde die geduldig en vriendelijk is en vrij van afgunst; die zich verheugt in de waarheid en alle dingen verdraagt voor het heil van de wereld. Dat soort liefde faalt nooit, want het heeft de dood overwonnen door de kruisiging en glorieuze opstanding van onze Heer. Zo’n liefde is geen gevoel, geen emotie of een gevoel. Het is een toewijding, een offer, een offer van onszelf aan God in dienst van de levende iconen van Christus die we elke dag tegenkomen, namelijk ieder mens met wie we in contact komen. In tegenstelling tot de rijke man in de gelijkenis, moeten we niet zo gefixeerd zijn op onszelf dat we de behoeften van anderen negeren. Niemand van ons is rijk en beroemd in de wereld, maar we hebben allemaal de mogelijkheid om op zijn minst de kruimels die van onze tafels vallen te delen met degenen die er honger naar hebben. Terwijl we ons voorbereiden op de kerststal of adventsvasten, moeten we van plan zijn om het geld dat we besparen door een nederig dieet te eten te geven aan degenen die niet over de basisbehoeften van het leven beschikken. Dat is wat we als parochie doen via de collecte “Voedsel voor hongerige mensen” tijdens de vastentijd. Blijf op de hoogte voor details over een voedselrit voor Thanksgiving en voor onze plannen om een behoeftige familie met Kerstmis te helpen. Denk ook aan de kruimels, de kleine beetjes tijd en energie, die we allemaal kunnen geven: aan de zieken en eenzamen die bezoek nodig hebben of op zijn minst een briefje of een telefoontje; aan verwaarloosde kinderen die docenten en mentoren nodig hebben; aan zwangere vrouwen in moeilijke situaties die onze steun nodig hebben om hen te helpen hun baby’s te verwelkomen; en aan de talloze andere mensen in onze eigen buurten die Gods zegen in hun leven nodig hebben op een tastbare, praktische manier. De harde waarheid is dat, als we ons leven en onze zegeningen niet op de een of andere manier met anderen delen, we net zo zullen worden als de rijke man die te veel in de greep was van zijn eigen plezier om zich zorgen te maken over de arme Lazarus. We weten waar dat pad naartoe leidt. Het goede nieuws is dat de heiligen Cosmas en Damiaan ons een betere weg hebben gewezen, de weg van onze Heer, die voor ons openstaat in elke generatie, in elke levenswandel, ongeacht hoe rijk of arm we zijn. Want het geld en de macht van de wereld zullen vervagen; ze houden geen stand. Er is maar één ding dat bekduurt, en dat is de onbaatzuchtige liefde van onze Heer, God en Verlosser Jezus Christus Die zonde en dood heeft overwonnen. En we hebben allemaal gaven en vermogens die kanalen van Zijn zegen en barmhartigheid kunnen worden voor een wereld van mensen als Lazarus, of hun wonden nu fysiek, geestelijk of emotioneel zijn. Natuurlijk hoeven we de wereld niet te redden; Christus heeft dat al gedaan. We moeten gewoon trouw zijn: onze Heiland vertrouwen, geloven en volgen in hoe we anderen behandelen. Hij wendde niemand met lege handen af en wij ook niet. Als we Zijn barmhartigheid en liefde voor onszelf opeisen, moeten we ze laten zien aan allen die Zijn beeld en gelijkenis dragen. Laten we christenen zijn, niet alleen in naam, maar ook in hoe we leven, zelfs als het onhandig is. Dan zullen we levende iconen worden van de verlossing die Jezus Christus heeft gebracht in een wereld van zonde en dood, en de Lazarussen van de wereld zullen weten dat ook zij de kinderen van God zijn. En samen met hen zullen we allemaal delen in de barmhartigheid van een Heer die de doden op wekt, de zieken geneest, de hongerigen voedt en zelfs de meest ellendige mensen tot Zijn gezegende zonen en dochters maakt.

Lees verder “”

Heiligenleven : Augustinus

Heilige Augustinus : Westerse Kerkvader

agustin_de_hipona_2

(Aurelius Augustinus of Aurelius Augustinus van Hippo; Tagaste, vandaag Suq Ahras, het huidige Algerije, 354 – Hippo, id., 430) Latijns theoloog, een van de grootste figuren in de geschiedenis van het christelijke denken. Uitstekende schilders hebben het leven van St. Augustinus geïllustreerd door hun toevlucht te nemen tot een apocriefe scène die, door zo te zijn, de onverzadigbare nieuwsgierigheid en de constante zoektocht naar waarheid die de Afrikaanse heilige kenmerkte, niet samenvat en symboliseert. In doeken, tafels en fresco’s presenteren deze kunstenaars hem vergezeld door een kind dat met behulp van een schelp een gat in het zand van het strand probeert te vullen met zeewater. Ze zeggen dat St. Augustinus de jongen vond terwijl hij langs de zee liep om het mysterie van de Drie-eenheid te begrijpen en dat, toen hij probeerde te glimlachen om hem de nutteloosheid van zijn zorgen te laten zien, het kind antwoordde: “Het moet niet moeilijker zijn om dit gat met water te vullen dan om het mysterie te ontrafelen dat in je hoofd zoemt.”

St. Augustinus streefde naar toegang tot verlossing via de wegen van absolute rationaliteit. Hij leed en ging vele malen verlies, omdat het de taak van titanen is om de geopenbaarde waarheden aan wetenschappelijke en wiskundige zekerheden tegemoet te komen en goddelijkheid te bereiken door encyclopedische kennis. En het is nog moeilijker als je een brandende geest bezit die de geneugten van het lichaam niet negeert. De persoonlijkheid van St. Augustinus van Hippo was ijzer en er waren zeer harde aambeelden voor nodig om het te smeden.

BIOGRRAFIE

Aurelius Augustinus werd geboren in Tagaste, in Romeins Afrika, op 13 november 354. Zijn vader, Patrick genaamd, was een heidense ambtenaar in dienst van het Rijk. Zijn moeder, de lieve en onbaatzuchtige Christen Monica, toen een heilige, bezat een intuïtief genie en leidde haar zoon op in zijn religie, hoewel hij hem zeker niet mocht dopen. Het kind, zoals hij zichzelf in zijn bekentenissen voortreffelijk en eigenzinnig, hoewel uitzonderlijk begaafd. Romaniano, patroon en opmerkelijk van de stad, nam de leiding over zijn studies, maar Augustinus, die door de Griek werd afgestoten, gaf er de voorkeur aan om zijn tijd door te brengen met het spelen met anderen. Hij was traag om zich aan te melden voor studies, maar hij deed dit eindelijk omdat zijn verlangen om het te weten nog sterker was dan zijn liefde voor afleiding; na het afronden van grammaticalessen in zijn gemeente, studeerde hij de liberale kunsten in Metaurus en vervolgens retorica in Carthago.

Op achttienjarige leeftijd kreeg Augustinus zijn eerste concubine, die hem een zoon baarde die ze Adeodato noemden. De excessen van deze “piélago de maldades” gingen door en namen toe met een buitensporige voorliefde voor theater en andere openbare uitvoeringen en het plegen van enkele overvallen; dit leven deed hem afstand doen van de religie van zijn moeder. Zijn eerste lezing van de Schrift stelde hem teleur en benadrukte zijn wantrouwen ten opzichte van een opgelegd geloof dat niet op de rede was gebaseerd. Zijn belangen neigden hem naar filosofie, en in dit gebied vond hij enige tijd onderdak in gematigd scepticisme, een doctrine die duidelijk niet aan zijn eisen voor waarheid kon voldoen.

Het fundamentele feit in het leven van St. Augustinus van Hippo in deze jaren is echter zijn aanhankelijkheid aan manicheïsch dogma; zijn bezorgdheid over het probleem van het kwaad, dat hem zijn hele leven zou vergezellen, was beslissend in zijn gehechtheid aan het Manicheïsme, de modieuze religie in die tijd. De Manicheeërs hadden twee tegengestelde substanties, één goed (licht) en één slecht (duisternis), eeuwig en onherleidbaar. Het was noodzakelijk om het goede en lichtgevende aspect te kennen dat elke mens bezit en ernaar te leven om verlossing te bereiken.

 

agustin_de_hipona

Augustinus in zijn cel – Sandro Botticelli

St. Augustinus werd verleid door dit dualisme en de gemakkelijke verklaring van het kwaad en de passies die het met zich meebracht, omdat dit al in die tijd de centrale thema’s van zijn denken waren. De doctrine van Mani of Manes,stichter van het Manicheïsme, was gebaseerd op een radicaal pessimisme dat nog meer dan scepticisme was, maar het hekelde ondubbelzinnig het monster van de donkere materie vijand van de geest, precies die kwestie, “piélago van het kwaad”, die Augustinus in zichzelf wilde oproepen.

Toegewijd aan de verspreiding van deze leer belijdde hij welsprekendheid in Carthago (374-383), Rome (383) en Milaan (384). Tien jaar lang, vanaf 374, leefde Augustinus deze bittere en gekke religie. Hij werd gevuld met aandacht door de hoge ambtenaren van de Manicheïsche hiërarchie en aarzelde niet om onder zijn vrienden te prozaïsch te zijn. Hij gaf zichzelf aan vurige hymnen, vasten en gevarieerde onthoudingen en vulde al deze praktijken aan met studies van astrologie die hem in de illusie hielden de juiste weg te hebben gevonden. Vanaf 379 begon zijn intelligentie echter sterker te worden dan de Manicheïsche spreuk. Hij keerde zich langzaam af van zijn manicheïsche reigieuze gedachten, eerst in het geheim en vervolgens in het openbaar zijn fouten aan de kaak stellend. De vlam van liefde voor kennis die in hem brandde, dreef hem weg van de Manicheïsche vereenvoudigingen, omdat het hem weghield van steriel scepticisme.

In 384 vinden we St. Augustinus van Hippo in Milaan die als professor oratorium fungeert. Daar leest hij meedogenloos de klassiekers, duikt in de oude denkers en verslindt enkele teksten van de neoplatonische filosofie. De lezing van de Neoplatonics, waarschijnlijk van Plotinus,verzwakte de Manicheïstische overtuigingen van St. Augustinus en wijzigde zijn opvatting van de goddelijke essentie en de aard van het kwaad; even beslissend in de nieuwe oriëntatie van zijn denken zouden de preken van St. Ambrosius zijn,aartsbisschop van Milaan, die van Plotinus vertrok om de dogma’s te demonstreren en naar wie St. Augustinus met vreugde luisterde, “verbaasd, ademloos, met zijn hart brandend”. Vanuit het idee dat “God licht is, geestelijke substantie waarvan alles afhangt en die nergens van afhangt”, begreep St. Augustinus dat dingen, noodzakelijkerwijs ondergeschikt aan God, hun hele wezen aan Hem ontlenen, zodat het kwaad alleen kan worden begrepen als het verlies van een goed, als afwezigheid of niet-wezen, in geen geval als substantie.

Twee jaar later besloot de overtuiging van het ontvangen van een goddelijk teken (gerelateerd aan het achtste boek met bekentenissen)hem om met zijn moeder, zoon en discipelen met pensioen te gaan naar het huis van zijn vriend Verecundo, in Lombardije, waar St. Augustinus zijn eerste werken schreef. In 387 werd hij gedoopt door de heilige Ambrose en wijdde hij zich definitief in dienst van God. In Rome leefde hij in een extase gedeeld met zijn moeder, Monica, die kort daarna stierf.

In 388 keerde hij definitief terug naar Afrika. In 391 werd hij in Hippo tot priester gewijd door de bejaarde bisschop Valerius, die hem de opdracht toevertrouwde om onder de gelovigen het woord van God te prediken, een taak die St. Augustinus met verve vervulde en hem grote faam opleverde; tegelijkertijd vocht hij een acony-strijd tegen ketters en schisma’s die de katholieke orthodoxie bedreigden, weerspiegeld in de controverses die hij had met Manicheeërs, Pelagiërs, Donatisten en heidenen.

agustin_de_hipona_3 (1)

Augustinus en Monika :(1846), door Ary Scheffer

Na de dood van Valerius, tegen het einde van 395, werd de heilige Augustinus benoemd tot bisschop van Hippo; vanuit dit kleine vissersdorpje projecteer hij zijn gedachte aan de hele westerse wereld. Zijn voormalige Manicheïsche medereligieus, evenals de Donatisten, de Arianen, de Priscilianisten en vele andere sektariërs zagen hun fouten bestreden door de nieuwe kampioen van het christendom. Hij wijdde talrijke preken aan de instructie van zijn volk, schreef zijn beroemde Brieven aan Vrienden, Tegenstanders, Vreemdelingen, Gelovigen en Heidenen,en diende als pastoor, beheerder, redenaar en rechter tezelfdertijd. Tegelijkertijd werkte hij een enorm filosofisch, moreel en dogmatisch werk uit; onder zijn boeken zijn de Soliloquies,de Bekentenissen en De Stad van God,buitengewone getuigenissen van zijn geloof en zijn theologische wijsheid.
Toen Rome in handen viel van de Goten van Alaric (410), werd het christendom ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de tegenslagen van het rijk, wat een verhitte reactie uitlokte van St. Augustinus, verzameld in De stad van God,die een ware filosofie van de christelijke geschiedenis bevat. Tijdens de laatste jaren van zijn leven woonde hij de barbaarse invasies van Noord-Afrika bij (begonnen in 429), waaraan zijn bisschoppelijke stad niet ontsnapte. In de derde maand van het beleg van Hippo werd hij ziek en stierf.

De filosofie van St. Augustinus

Lees verder “Heiligenleven : Augustinus”

Het symbool van geloof : deel 16

heilige_geest

Het symbool van geloof (deel 16) Thomas Hopko

De heilige Geest

En in de Heilige Geest, Heer en Gever van leven, die voortkomt uit de Vader, die samen met de Vader en de Zoon wordt aanbeden en verheerlijkt, die gesproken heeft door de profeten. . .

De Heilige Geest draagt ​​de titel van Heer bij God de Vader en Christus de Zoon. Hij is de Geest van God en de Geest van Christus. Hij is eeuwig, ongeschapen en goddelijk; altijd bestaand met de Vader en de Zoon; voortdurend met hen aanbeden en verheerlijkt in de eenheid van de Heilige Drie-eenheid.

Net als de Zoon was er geen tijd dat er geen Heilige Geest was. De Geest is vóór de schepping. Hij komt voort uit God, net als de Zoon, in een tijdloze, eeuwige processie. “Hij komt voort uit de Vader”, in de eeuwigheid in een goddelijke onmiddellijke en eeuwigdurende beweging (Joh 15,26).

De Heilige Geest draagt ​​de titel van Heer bij God de Vader en Christus de Zoon. Hij is de Geest van God en de Geest van Christus. Hij is eeuwig, ongeschapen en goddelijk; altijd bestaand met de Vader en de Zoon; voortdurend met hen aanbeden en verheerlijkt in de eenheid van de Heilige Drie-eenheid.

Net als de Zoon was er geen tijd dat er geen Heilige Geest was. De Geest is vóór de schepping. Hij komt voort uit God, net als de Zoon, in een tijdloze, eeuwige processie. “Hij komt voort uit de Vader”, in de eeuwigheid in een goddelijke onmiddellijke en eeuwigdurende beweging (Joh 15,26).

De orthodoxe leer belijdt dat God de Vader de eeuwige oorsprong en bron van de Geest is, net zoals Hij de bron van de Zoon is. Toch bevestigt de Kerk ook dat de manier waarop de Vader de Geest en de Zoon bezit en voortbrengt, verschilt naargelang het verschil tussen de Zoon die wordt ‘geboren’ en de Geest die ‘voortgaan’. Er zijn veel pogingen geweest – door heilige mannen geïnspireerd door God en met een echte ervaring van Zijn Drie-eenheidsleven om het onderscheid tussen de processie van de Geest en het verwekken of voortbrengen van de Zoon uit te leggen. Voor ons is het voldoende om te zien dat het verschil tussen beide ligt in het onderscheid tussen de goddelijke personen en handelingen van de Zoon en de Geest in relatie tot de Vader, en dus ook tot elkaar en tot de wereld. Het is verder noodzakelijk om op te merken dat alle woorden en concepten over God en goddelijkheid, inclusief die van “processie” en “generatie” moeten wijken voor de mystieke visie van de werkelijke goddelijke werkelijkheid die ze uitdrukken. God kan op de een of andere manier door mensen worden gegrepen terwijl Hij ervoor heeft gekozen Zichzelf te openbaren. De essentie van Zijn Drie-enige bestaan ​​blijft echter – en zal altijd blijven – in wezen onvoorstelbaar en onuitsprekelijk voor geschapen geesten en lippen. Dit betekent niet dat woorden over God zinloos zijn. Het betekent alleen dat ze ongeschikt zijn voor de Werkelijkheid die ze proberen uit te drukken
Op dit punt is het ook noodzakelijk op te merken dat de Romeinse en protestantse kerken verschillen in hun geloofsverklaring over God door eraan toe te voegen dat de Heilige Geest uitgaat van de Vader “en de Zoon” ( filioque ) – een leerstellige toevoeging die onaanvaardbaar is voor de orthodoxie omdat het zowel onschriftuurlijk als inconsistent met de orthodoxe visie van God.
Met de bevestiging van de goddelijkheid van de Heilige Geest, en de noodzaak om hem te aanbidden en te verheerlijken met de Vader en de Zoon, bevestigt de Orthodoxe Kerk dat de Goddelijke Werkelijkheid, ook wel de Godheid of de Godheid genoemd in de Orthodoxe Traditie, de Heilige is. drie-eenheid.
De Heilige Geest is in wezen één in zijn eeuwig bestaan ​​met de Vader en de Zoon; en dus werkt de Heilige Geest noodzakelijkerwijs in elke actie van God jegens de wereld. Zo staat in het Genesisverslag van de schepping geschreven: “De Geest van God bewoog zich over de wateren” (Gen. 1.2). Het is dezelfde Geest die de “adem des levens” is voor alle levende wezens en in het bijzonder voor de mens, gemaakt naar het beeld en de gelijkenis van God (Gen. 1.30; 2.7). Over het algemeen wordt de Geest in het Hebreeuws de “adem” of de “wind” van Jahweh genoemd. Hij is het die alles levend maakt, de “Gever van leven” Die het universum in zijn bestaan ​​en leven in stand houdt en in stand houdt (bijv. Ps 104.29; Job 33.4).

Theofanie

De Heilige Geest is ook degene die de heiligen inspireert om Gods woord te spreken en Gods wil te doen. Hij zalft de profeten, priesters en koningen van het Oude Testament; en “in de volheid van de tijd” is het dezelfde Geest die “daalt en blijft” op Jezus van Nazareth, hem de Messias (gezalfde) van God maken en hem als zodanig aan de wereld manifesteren. Zo wordt in het Nieuwe Testament bij de eerste openbaring (wat letterlijk het uitbeelden of manifesteren betekent) van Christus als de Messias – zijn doop door Johannes in de Jordaan – de Heilige Geest geopenbaard als neerdalend en op hem rustend “als een duif uit de hemel ” (Joh 1.32; Lk 3.22, zie ook Mt 3.16 en Mk 1.9). Het is belangrijk op te merken, zowel hier als in het verslag van de komst van de Geest op de Pinksterdag, evenals op andere plaatsen in de Schrift,

Lees verder “Het symbool van geloof : deel 16”

Ge-01De abt van het Grote en Heilige Klooster van Vatopaidi, Archimandriet Ephraim, in de tuin van het klooster van St. Johannes de Doper in Essex (1992) met ouderling Sophrony, onder de vele pelgrims die spirituele troost vonden in de buurt van de eerbiedwaardige ouderling

De abt van het Grote en Heilige Klooster van Vatopedi, Archimandrite Ephraim, sprak op 20 september 1992 in het Heilige Klooster van St. Johannes de Doper in Essex, Engeland met ouderling Sophrony van gezegende herinnering.

Tijdens deze bijeenkomst wordt men getroffen door de spiritualiteit en ascetische visie van ouderling Sophrony, en kan men de waarde inzien van zijn bijdrage aan het hedendaagse leven van de kerk.

De abt van het Grote en Heilige Klooster van Vatopaidi, Archimandriet Ephraim, in de tuin van het klooster van St. Johannes de Doper in Essex (1992) met ouderling Sophrony, onder de vele pelgrims die spirituele troost vonden in de buurt van de eerbiedwaardige ouderling

Ouderling Sophrony: ‘O hemelse Koning en Trooster, de Geest van waarheid, die in alle plaatsen zijt en alle dingen vervult, schatkamer van zegeningen en gever van leven, kom en blijf in ons en reinig ons van alles wat onrein is, en red onze zielen , o Gij die goed bent.” Welkom, heilige abt…
Als ik tijdens ons gesprek iets ongewoons doe, vergeef me dan alsjeblieft. Tegenwoordig hoor of zie ik niet zo goed.

jArchimandrite Ephraim: Gezien je leeftijd gaat het heel goed met je.
ES: Zesennegentig jaar oud… Ik zal ze zeggen dat ze ons de brief van Vatopedi uit onze archieven moeten brengen.
AE: Ja, ik zou het graag willen zien.
ES: Weet je, ik ben een van jullie.
AE: Dit is een zegen voor ons.
ES: Ik weet het niet. Het is een zegen voor mij dat ze me zo bereidwillig afscheid hebben gegeven. En de omstandigheden hebben aangetoond dat God het zegende. Maar nadat ik de Heilige Berg had verlaten, werd ik erg ziek. Ik had een maagzweer en ik had last van gastrorragie, ik was ook erg arm. Ik moest een zware operatie ondergaan en ze moesten bijna mijn hele maag verwijderen. Twaalf jaar lang had ik grote moeite met eten. Ik heb later iets gekregen, maar het is nep.

AE: Het was Gods wil, ouderling, dat u hier kwam.

ES: Ik zal je wat vertellen, abt, ik ben altijd bang om te zeggen dat mij iets [van God] overkomt, maar het lijkt mij dat er niets gebeurde zoals ik het me had voorgesteld, maar alles kwam van God.

AE: Dit is waar het geweten van de Kerk ook van getuigt, het lijkt erop dat het van God kwam. En dat het een werk is waar een geschiedenis achter zit. En de geschiedenis van [dit klooster] is door God gestempeld, daar getuigen de feiten van.

ES: Ja, maar ik ben alleen brutaal genoeg om te zeggen: “Heer, ontferm U over mij en red mij.” Slechts tot op zekere hoogte kan ik zeggen dat het gebeurde volgens de voorzienigheid van God.

AE: Ouderling, uw klooster is een oase in de woestijn [van een cultuur] van materialisme.

ES: We zijn gewoon…eh! Hoe kan ik het je uitleggen… we zijn dankbaar aan degenen die dit land regeren, en aan de koningin, en andere functionarissen. Maar het orthodoxe leven buiten Griekenland is moeilijk. Niet al ons denken: theologisch, ascetisch… sluit aan bij de traditie van het Westen, bij de katholieken en protestanten. Maar dit zijn degenen die deze plek regeren.
AE: Van alles wat ik hier heb waargenomen, ouderling, leef je verstandig. In de jaren dat je hier bent, heb je met veel onderscheidingsvermogen gehandeld, daarom heb je mensen op verborgen manieren enorm kunnen helpen. En dit is heel belangrijk voor een spiritueel persoon.

ES: Nou… laat me je vertellen. Je bent een abt. En ik was in zekere zin een abt. En ik werd altijd aan een draad boven de afgrond opgehangen, schreeuwend naar God voor iedereen, voor alles … omdat niets gebeurt door menselijke kracht.
AE: En ik weet zeker dat u hier veel moeilijkheden moet hebben gehad, ouderling.

ES: Oh…het is beter om er niet over te praten…. Maar zelfs dit is tot op zekere hoogte een vraag voor ons. Onlangs heb ik een boek gepubliceerd, een spirituele autobiografie [ We zullen hem zien zoals hij is ].

AE: We hebben het gelezen, ouderling.

ES: Van welk belang zou een puur feitelijke biografie zijn geweest? Ik vertel alleen spirituele gebeurtenissen in dit boek. En het boek is op de een of andere manier precies op het juiste moment verschenen.

AE: Wat u hebt verstrekt, is een levende getuige.

ES: Ik heb geen theologische tekst geschreven, ik heb alleen mijn ervaring opgeschreven, uit angst en omdat ik vrijmoedig ben om te zeggen: “Heer, heb genade, Heer red mij.” Maar… ik begrijp het niet…. Ik werd vaak ziek met dodelijke ziekten en toch leef ik nog. Ik weet niet waarom…

AE: De kerk heeft je nodig, daarom heeft God je leven verlengd. Je leven is een wonder. We staan ​​er versteld van hoe je nog leeft gezien de ziektes die je hebt gehad en nog hebt. Veel spirituele mensen zijn verbaasd dat je nog leeft.

ES: In 1986 vonden ze een machine uit die kanker kan diagnosticeren en ze openden me en ontdekten dat ik de ergste vorm van kanker had, en ze verwachtten dat ik dood zou gaan. Er was geen kans op een operatie, op bestraling, chemotherapie of iets dergelijks. Ze lieten me wegkwijnen…. Zes jaar zijn verstreken en ik leef sindsdien in mijn zevende jaar, en ik weet niet hoe. Na de maagoperatie die ik had, die mijn ingewanden volledig doorsneed, kon ik twaalf jaar lang niet eten. Twee jaar later was ik een beetje beter.

AE: Uw ouderling, St. Silouan, wilde dat u zijn officiële heiligverklaring door de kerk zou zien

ES: En ik weet niet hoe de voorzienigheid van Christus het mogelijk heeft gemaakt. Hij plaatste me aan de voeten van mijn Oudere. Het hedendaagse spirituele, theologische probleem betreft de persoon [πρόσωπο]…Ik leefde volledig door openbaring. Openbaring onthult dat “Ik ben wie ik ben” (Exodus 3:14). Als Hij zegt: “Ik ben”, betekent dit dat Hij een persoon is. Daarom merk ik in een van de hoofdstukken in het boek waarnaar ik eerder verwees op dat het woord ‘ik’ een grote betekenis heeft. Want het drukt de persoon uit. God zegt: “Laat Ons mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis” (Genesis 1:26). De wetenschap kan dit niet zeggen. Alleen de openbaring kan dit zeggen. En we moeten ons baseren op openbaring, die de Heer nooit heeft weerlegd… Dus toen ik het boek dat vlak achter u ligt naar Zijne Allerheiligheid [de Oecumenische Patriarch] stuurde, wilde ik geen theologisch leerboek schrijven,

AE: Dit boek zal erg nuttig zijn, ouderling.

ES: Moge God toestaan ​​dat het zo is… moge God toestaan ​​dat het zo is…
AE: Mensen zijn tegenwoordig in de war, ik zou zeggen erg in de war, en een eigentijdse, unieke orthodoxe getuige is nodig om ze wakker te maken.
ES: Ja, dat zeg ik, ik zeg het met vrijmoedigheid omdat het een feit is. Dit boek is geen intellectueel verzinsel, ik verwijs naar feitelijke feiten.
AE: Het is die vrucht van goddelijke genade.
ES: Vanuit dit perspectief werd ik aangemoedigd om te schrijven. Misschien zal deze autobiografie iemand helpen de oplossing voor zijn of haar eigen persoonlijke probleem te vinden.
AE: Dit boek heeft ons ook veel geholpen op de Heilige Berg.
ES: [Ouderling Sophrony spreekt op zijn beurt over de vertaling van zijn boek in het Nieuwgrieks]… maar ze hebben het vertaald in de eenvoudige taal, die geen subtiele betekenissen kan uitdrukken.
AE: Het drukt ze niet goed uit, ouderling, maar je moet het in het Nieuwgrieks vertalen omdat jonge mensen het Oudgrieks niet kennen. Je moet een “Economie” maken en de zegen geven dat je boek ook in het Nieuwgrieks wordt vertaald, want helaas ontbreekt het de meeste jonge mensen tegenwoordig aan taalvaardigheid.
ES: Dus… als het al in een goede taal is, wat gebeurt er dan mee?
AE: Het is in een goede taal en we willen het in deze taal. Maar helaas zijn onze jonge mensen vandaag de dag niet in staat om het te begrijpen.
ES: En deze vertaling kan nu gemaakt worden.
AE: Ja, het kan.
ES: Ik begrijp het, heilige abt. Ik vraag me echter af of veel mensen dit boek begrijpen?
AE: Ze begrijpen het niet in zijn volle diepte, maar ze begrijpen het misschien niet om een ​​andere reden, vanwege de taal. In ons klooster hebben we nogal wat jonge monniken. De jonge monniken kennen geen Grieks, ook al zijn ze Grieks, want helaas zijn in Griekenland verschillende factoren erin geslaagd de Griekse taal te vervalsen.
ES: Wat ik probeer te zeggen is dat dit boek, door zijn aard, omdat de voorzienigheid van God me naar Silouan heeft geleid, gaat over spirituele oefeningen van de allerhoogste soort. Een diepere, extremere vorm van ascese bestaat niet. En hieruit kan men onderscheiden dat het van God is. “Houd je geest in de hel en wanhoop niet…”
AE: Uw boek, St. Silouan de Athonite , was de reden dat veel mensen naar de Heilige Berg kwamen om monnik te worden. En in heel Europa leidde het boek veel heterodoxen naar de orthodoxie.

ES: Het kan ook mensen in Rusland helpen, omdat ze de ascetische cultuur volledig hebben verloren. Zeventig jaar gevangenschap…

Lees verder “”