
St Augustinus : Wil je opstijgen? Begin met afdalen……




“ Laten we onze zonden haten en Hem liefhebben
die straf voor hen zal eisen.
Wat moet de christen dan doen?
Hij moet de wereld gebruiken, niet haar slaaf worden.
En wat betekent dit?
Het betekent hebben, alsof hij niet heeft.
… Zijn we er echt zeker van dat we Hem liefhebben?
Of houden we meer van onze zonden?
Laten we daarom onze zonden haten en Hem liefhebben
die straf voor hen zal eisen.
Hij zal komen, of we het nu willen of niet.
Denk niet dat omdat Hij nu niet komt,
Hij helemaal niet zal komen. Hij zal komen,
weet u, niet wanneer en op voorwaarde dat Hij u voorbereid vindt, zal
uw onwetendheid over de tijd van Zijn komst,
u niet worden aangerekend. ”

“Je moet “mijn juk op je nemen en van mij leren.” Je leert niet van mij hoe je de structuur van de wereld opnieuw vorm kunt geven, noch hoe je alle zichtbare en onzichtbare dingen kunt creëren, noch hoe je wonderen kunt verrichten en doden kunt opwekken. In plaats daarvan leer je eenvoudigweg van mij: “dat ik zachtmoedig en nederig van hart ben.”
Als je hoog wilt reiken, begin dan op het laagste niveau. Als je een machtig gebouw in de hoogte probeert te bouwen, begin je met de laagste fundering. Dit is nederigheid. Hoe groot de massa van het gebouw dat u ook wilt ontwerpen of optrekken ook mag zijn, hoe groter het gebouw moet zijn, hoe dieper u de fundering zult graven. Het gebouw stijgt tijdens zijn oprichting hoog op, maar hij die de fundering ervan graaft, moet eerst heel laag naar beneden gaan. Je ziet dus dat zelfs een gebouw laag is voordat het hoog is en de toren pas na vernedering omhoog gaat. ”
… Sint-Augustinus (354-430) Vader en dokter ( Preek 69 )
Bron : Anastpaul.com

vätý Augustín – Stredoeurópsky maliar z 2. polovice 18. storočia – Stadsgalerij van Bratislava, GMB
jIn zijn commentaar op de eerste brief van Johannes is de liefde het centrale onderwerp. ‘Wat Augustinus zelf doorleefd heeft van de menselijke liefde en waarin hij ons rijkelijk laat delen, behoort tot het beste dat er ooit over geschreven is.’
Dit schrijft prof. Tars van Bavel, OSA in zijn inleiding op Augustinus’ Preken over de Eerste Brief van Johannes. Augustinus heeft in de loop van het jaar 407 de Eerste brief van Johannes in een aantal preken toegelicht. Augustinus is dan 53 jaar en wat hij verwoordt is uit het leven gegrepen. Het is vaak zo diep menselijk wat hij naar voren brengt, dat het niets aan actualiteit heeft ingeboet.
uit de inleiding:
De actualiteit van Augustinus komt vooral tot uiting in het centrale onderwerp van zijn commentaar: de liefde. Wat Augustinus zelf doorleefd heeft van de menselijke liefde en waarin hij ons rijkelijk laat delen in deze bladzijden, behoort tot het beste dat er ooit over geschreven is. Daar blijkt wat een fijn waarnemer van het menselijk hart Augustinus geweest is, en hoe persoonlijk hij zich bezonnen heeft over de menselijke psyche. Bepaalde uitspraken uit deze preken zijn overbekend.
Om er enkele op te noemen: “Bemin, en doe dan wat u wilt”, “Zoals iemand bemint, zo is hij ook”, “Wie de liefde bezit, ziet God want God is liefde”, “Zo zal er één Christus zijn, die zichzelf bemint”, “Heel het leven van een christen is niets anders dan heilig verlangen”. Maar het is jammer dat de kennis van dit werk vaak beperkt blijft tot deze slagzinnen. Het is een verrijking het geheel van het werk te lezen want daardoor winnen deze losse uitspraken ongetwijfeld aan diepte.
De liefde voor de medemens is God beminnen
De enthousiaste toon van deze preken werkt aanstekelijk op de lezer. Het lijkt wel of Augustinus voor het eerst de volle diepte van de liefde tot de mens ontdekt, of hij een oud gegeven ziet in een nieuw licht. Hij schijnt zelf verrast door zijn studie van de eerste brief van Johannes en de vreugde om zijn inzicht wil hij koste wat kost meedelen. Inderdaad “God is liefde”. Maar het merkwaardige is dat Augustinus niet stil blijft staan bij God zelf, maar alle aandacht vraagt voor de liefde tot de medemens. Er is hier een soort verdieping te bespeuren in het denken van Augustinus. De nadruk wordt verlegd van God naar de mens. Dit is geheel in overeenstemming met de grondtoon van de brief van Johannes. Daarom zou het mij niet verwonderen dat juist de intensieve bezinning op Johannes een heel bijzondere rol gespeeld heeft in de ontwikkeling van Augustinus’ geestelijk leven. Ik meen dat Paul Agaësse gelijk heeft met zijn beschrijving van deze evolutie. Aanvankelijk zag Augustinus de liefde tot de naaste hoofdzakelijk als een wieg van de liefde tot God. De liefde tot de mens was voor hem slechts een voorbereiding op de Godsliefde, niet meer dan een oefening tot de liefde voor God. Tussen beide vormen van liefde lag voor Augustinus aanvankelijk nog een hele kloof.
In dit werk zien we echter een andere benaderingswijze van de menselijke liefde. Hier verdwijnt elke breuk of afstand tussen beide vormen van liefde. Augustinus geeft zich alle moeite om de eenheid tussen de liefde tot de medemens en de liefde tot God duidelijk te maken. Op radicale wijze toont hij aan dat de mens beminnen hetzelfde is als God beminnen, dat alle echte liefde noodzakelijk ook liefde tot God is. Het is eenvoudig onmogelijk God te beminnen als men de mens niet liefheeft. Het is iets wonderlijks – en het is goed voor de mens zich daarover te verwonderen – dat de liefde tot de mens ons verenigt met God. Augustinus drukt die verwondering zo uit: zodra iemand de mens begint te beminnen, begint God in hem te wonen en gaat hij met God en zoals God beminnen. Zozeer is Augustinus gegrepen door de verheven grootheid van de liefde voor de medemens, dat hij durft zeggen: ‘de aanwezigheid van de broederlijke liefde heft alle andere zonden op, maar het ontbreken van de liefde bekrachtigt alle andere zonden’ (preek 5,3).

Fresco in de refter van het gewezen augustijnse klooster Mariënhage
foto: fresco in de refter van klooster Mariënhage in Eindhoven, ca 1933.
Ante omnia fratres carissimi, diligatur Deus, deinde proximus
Voor alles, zeer beminde broeders, wordt God bemind en vervolgens uw naaste
Links zijn de augustijnen afgebeeld, rechts de augustinessen
De omkering : “de liefde is God”
Hoezeer Augustinus geboeid is door de eenheid van de liefde tot God en de liefde tot de mens, blijkt het sterkst in de omkering van Johannes’ uitspraak “God is liefde”. Augustinus aarzelt niet omgekeerd te zeggen “De liefde is God” (preek7,6). Een soortgelijke omkering vinden we ook met betrekking tot de heilige Geest. Ook hier is Augustinus’ gedachtegang zonder meer verrassend te noemen. Wij zijn er zo aan gewend van de heilige Geest te horen spreken als van een zelfstandige persoon, dat wij onwennig opkijken als Augustinus plots zegt: ‘De Geest van God is de gelovige die met woord en daad de menswording van Jezus belijdt (preek 6,13). In beide gevallen steunen Augustinus’ ideeën op een beginsel dat in zijn theologie centraal staat en dat in de moderne theologie al te zeer verdwenen is, namelijk het beginsel van vereenzelving door liefde. De kracht van de liefde maakt twee personen werkelijk één. Dit brengt voor de gelovige een ontzaglijke verantwoordelijkheid mee. Wij worden mede verantwoordelijk voor de liefde van God in deze wereld, want die liefde van God openbaart zich in onze liefde voor de medemens. Onze liefde is uiteindelijk de liefde van God zelf voor de mens. In onze liefde moet Gods liefde verschijnen en gestalte krijgen. Als christenen moeten wij de mens liefhebben met de liefde van God zelf. Onze liefde zou een afspiegeling moeten zijn van de liefde van de Vader die ons het eerst bemind heeft door zichzelf te schenken in zijn Zoon; een afspiegeling ook van de liefde van Christus die ging tot het geven van zijn leven voor allen, zelfs voor vijanden. En deze liefde is ons als gave geschonken door de heilige Geest die ons tevens de kracht geeft de goddelijke liefde metterdaad na te volgen. In dit licht moeten we de omkering “de liefde is God” interpreteren. Hetzelfde geldt met betrekking tot de heilige Geest. Door ons geloof, onze hoop en onze liefde verschijnt de Geest van Christus in deze wereld. Wij zijn dus in zekere zin (maar heel werkelijk) de heilige Geest.
Steeds opnieuw komt echter bij Augustinus de eis naar voren dat onze liefde waarachtig en authentiek moet zijn. Slechts waarachtige liefde is liefde; zo niet is ze niets anders dan begeerlijkheid of eigenliefde. Laten we niet te vlug veronderstellen dat we weten wanneer onze liefde “echt” is. Augustinus spoort ons herhaaldelijk aan in ons eigen hart te kijken. Een van zijn uitgangspunten is dat liefde steeds welwillendheid moet zijn, dat wil zeggen dat zij op de eerste plaats moet bestaan in het uittreden uit onszelf en in het werkelijk dienen van het welzijn van de ander. Op meesterlijke wijze ontmaskert hij in bepaalde passages de valsheid van wat vaak ten onrechte liefde genoemd wordt. Soms is de liefde niets anders dan een verkapte vorm van zelfzucht of hoogmoed. Augustinus wil ons daarvan bewust maken. Zo mogen we nooit de ellende van iemand anders beminnen. Dat zou een al te gemakkelijke gelegenheid kunnen zijn voor zelfgenoegzaamheid of voor de bevestiging van eigen superioriteit (preek 8,5). Hoe goed bedoeld ook, wie bemint, moet er altijd voor oppassen dat hij of zij een andere persoon niet onderdanig maakt. De afhankelijkheid die men binnen de liefde vaststelt, is uiteindelijk een bedreiging voor de echtheid van de liefde zelf (preek 8,8). In het onderzoek naar de waarachtigheid van de liefde staat de persoon van Jezus Christus centraal. Zijn kruisdood is voor ons het model van een liefde zonder voorbehoud, van een liefde die zuiver gave durft te zijn. Het ideaal van alle liefde ziet Augustinus dan ook hierin: met Jezus bereid zijn te sterven voor zijn medemens. Dan is er geen twijfel meer mogelijk dat onze liefde echt uitgaat naar de ander.
+++++++++++
Preken over de Eerste brief van Johannes / Augustinus ; vert. door Tars van Bavel, OSAtekst: Tarsicius Jan van Bavel, OSA in:
bron: Augustinus van Hippo Preken over de Eerste brief van Johannes/ [Augustinus] ; ingel. en vert. door Tarsicius Jan van Bavel. – Leuven : Augustijns Historisch Instituut, 1992. – p. 109-110.

“Word dan wakker, gelovige , en let op wat hier staat: “In mijn Naam.” Die [Naam] is Christus Jezus. Christus betekent Koning, Jezus betekent Redder. Daarom , wat wij ook vragen dat onze redding zou belemmeren, wij vragen niet in de Naam van onze Redder en toch is Hij onze Redder, niet alleen wanneer Hij doet wat wij vragen , maar ook wanneer Hij het niet doet.
De arts weet of wat de zieke vraagt, in het voordeel of in het nadeel van zijn gezondheid is. En [de geneesheer] staat niet toe wat schadelijk voor hem zou zijn, hoewel de zieke het zelf verlangt. Maar de dokter kijkt uit naar zijn uiteindelijke genezing.”
St Augustinus

Augustinus : “Ons hart is rusteloos totdat het rust vindt in U”
Augustinus : Preek 6 over het Nieuwe Testament
Augustinus : Preek 6 over het Nieuwe Testament
Over het Onze Vader in Matteüs 6:9
Over dit artikel :
Bron : Vertaald door RG MacMullen. Van Nicea en post-Nicea Fathers, First Series , Vol. 6. Bewerkt door Philip Schaff. ( Buffalo, NY: Christian Literature Publishing Co., 1888. )
Nederlandse vertaling : Kris Biesbroeck


Sint Augustinus (354-430) schreef dit poëtische gebed tot
de Heilige Geest:
Adem in mij, o Heilige Geest,
Dat al mijn gedachten heilig mogen zijn.
Handel in mij, o Heilige Geest,
Dat ook mijn werk heilig mag zijn.
Trek mijn hart, o Heilige Geest,
Dat ik alleen liefheb wat heilig is.
Versterk mij, o Heilige Geest,
Om alles wat heilig is te verdedigen.
Bewaak mij dan, o Heilige Geest,
Dat ik altijd heilig mag zijn.
Amen

Wie was hij?
Geboren in 354 in Tagaste – nu Souk-Ahras, Algerije – ontving Augustinus bij zijn geboorte de “voorbereidende riten” van het doopsel, volgens Het leven van Sint Augustinus, geschreven door zijn leerling Possidius van Calame. Zijn moeder, Monique, voedde hem op in het christelijk geloof. Hij stond bekend om zijn scherpe intelligentie en ging retorica studeren in Carthago. Daar raakte hij bevriend met een metgezel die hem een kind schonk: Adéodat (Dieudonné) die op 18-jarige leeftijd stierf. Ambitieus begon Augustinus aan een vurige zoektocht naar de waarheid, verleid door de zoektocht naar genoegens en vervolgens door het manicheïsme dat hij negen jaar lang frequenteerde.
In 383 verliet hij Carthago voor Rome en vervolgens Milaan, waar hij een leerstoel kreeg en waar zijn moeder zich bij hem voegde. Augustinus, die er een gewoonte van maakte om ’s zondags naar bisschop Ambrosius te luisteren, vroeg zich af hoe het met Christus zat… Tot die beslissende dag in augustus 386 – zoals hij vertelde in zijn Belijdenissen – toen een kinderliedje hem opdroeg de brieven van de heilige Paulus “op te nemen en te lezen”.
Na een retraiteperiode van enkele maanden ontving Augustinus in de paasnacht van 387 het doopsel uit de handen van Ambrosius. Vastbesloten om terug te keren naar Afrika, ervoeren hij en Monica een mystieke extase terwijl ze wachtten om aan boord te gaan in Ostia – die hij de “contemplatie van Ostia” noemde. Een paar dagen later stierf zijn moeder op 56-jarige leeftijd.
Augustinus en zijn metgezellen keerden in 388 terug naar Tagaste en vestigden zich op de familieboerderij en stichtten een gemeenschap. In 391 werd hij tot priester gewijd en vijf jaar later tot bisschop van Hippo (in de buurt van het huidige Annaba, in Algerije). Augustinus legde zijn geestelijken een bescheiden levenswijze op, die hij als voorbeeld stelde. Hij was “een voorbeeldige bisschop in zijn pastorale werk, met aandacht voor de armen en voor de vorming van zijn geestelijkheid, stichter van kloosters”, benadrukte Benedictus XVI in het portret dat hij in januari 2008 van de heilige Augustinus tekende.
Het was in Hippo dat hij zijn grote werken schreef: De Bekentenissen (397-400); van de Drie-eenheid (410-416); De stad van God (410-426)… Het was ook van Hippo dat hij vocht tegen de Manicheeërs (387-400), de Donatisten (392-412) en de Pelagianen (412-430). Augustinus was een van de belangrijkste figuren van het christendom van die tijd geworden en stierf in 430, tijdens het beleg van Hippo door de Vandalen. Zijn lichaam werd naar Sardinië vervoerd, voordat het rond 725 naar Pavia werd vervoerd, waar het nog steeds wordt bewaard in de basiliek van San Pietro in Ciel d’Oro. Augustinus werd in 1298 bij acclamatie heilig verklaard en in hetzelfde jaar door paus Bonifatius VIII erkend als kerkleraar.
Wat is het filosofische en theologische belang van de heilige Augustinus?
De Augustijner geleerde, Henri-Irénée Marrou, placht te zeggen: “Zestien eeuwen scheiden ons van deze man; Zestien eeuwen verenigen ons met Hem. Zijn Bekentenissen, deze “buitengewone spirituele autobiografie die veel aandacht schenkt aan het mysterie van God dat in ons verborgen is”, stelt ons volgens Benedictus XVI in staat de innerlijke reis te volgen van een man die gepassioneerd is door God.
In De stad van God – geschreven tussen 413 en 416, als reactie op de aanvallen van heidenen die het christendom ervan beschuldigden de oorzaak te zijn van de val van Rome in 410 – recapituleert Augustinus de geschiedenis van de mensheid, geregeerd door de Voorzienigheid maar verdeeld over twee liefdes die aan de oorsprong liggen van twee steden: de aardse stad, geboren uit eigenliefde en onverschilligheid voor God, en de hemelse stad, geboren uit liefde voor God en onverschilligheid voor zichzelf. Augustinus verduidelijkt ook wat het terrein is van het tijdelijke en wat het terrein van het geloof is.
« Augustinus van Hippo bleef aanwezig in het leven van de Kerk en in de geest en cultuur van het hele Westen Johannes Paulus II had eerder in Augustinum Hipponensem de Apostolische Brief geschreven die hij in 1986 aan deze Kerkleraar opdroeg, voor de 16een honderdste verjaardag van zijn bekering. In feite stond Augustinus het christendom toe om het Griekse erfgoed – met een allegorische lezing van de Schrift gekoppeld aan het neoplatonisme – en het Romeinse erfgoed – te integreren door een deel van de Romeinse Republiek op te nemen. Hij veranderde het begrip rechtvaardigheid, maakte een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad, en droeg bij aan “de vorming van de moderne identiteit” – aldus de Canadese filosoof Charles Taylor. Hij ontwikkelde ook de grote filosofische vragen zoals verlangen, zelfkennis, innerlijkheid, herinnering… en tijd.
Op theologisch niveau drong Augustinus aan op goddelijke transcendentie, in de diepten van elk: “Je was intiemer dan de intimiteit van mij, en hoger dan de toppen van mijzelf” Belijdenissen. Deze woorden zijn nog steeds actueel, zoals in 2003 bleek uit de lezingen van de Bekentenissen van Gérard Depardieu in Parijs en Straatsburg, en de publicatie van zijn volledige werken in La Pléiade (1).
Hoewel hij ertoe heeft bijgedragen dat de liefde in het christendom op de voorgrond is getreden, wordt Augustinus er toch van beschuldigd dat hij een wantrouwen jegens het vlees op het Westen heeft overgebracht – met het begrip “zonde van het vlees” dat hij van de neoplatonisten heeft overgenomen. Aan hem hebben we de uitdrukking “erfzonde” te danken om te zeggen dat ieder mens, vanaf zijn geboorte, deel uitmaakt van een menselijke geschiedenis die gekenmerkt wordt door de verwerping van God.
In welk opzicht is Augustinus vandaag de dag nog steeds belangrijk?
Volgens Marcel Neusch, een theoloog van de Assumptionisten (1935-2015), bestaat de spiritualiteit van Augustinus uit niets anders dan het maken van de waarheid over het eigen leven en het richten ervan op het ware welzijn ervan. En deze zoektocht naar waarheid heeft zeven elementen:
Bron : .la-croix.com/Abonnes/Theologie/Augustin-dHippone-geant-foi-2019-03-15-1701008983

OVER DE INTERPRETATIE VAN DE SCHRIFT
“Die dingen, of het nu alleen maar uitspraken zijn of daadwerkelijke daden, die voor hen die onervaren zijn zondig lijken en die worden toegeschreven aan God of aan mensen wier heiligheid ons als voorbeeld wordt gegeven, zijn geheel figuurlijk en de verborgen kern van betekenis die ze bevatten, moet eruit worden gehaald als voedsel voor de voeding van liefdadigheid.”
St Augustinus

Vertrouw de waarheid , wat je ook hebt van de waarheid , en je zult niets verliezen; en je verval zal weer bloeien, en al je ziekten zullen genezen worden,en uw ziekten worden genezen, en uw sterfelijke delen worden hervormd en vernieuwd, en om u heen gebonden: noch zullen zij u neerleggen, waarheen zij zelf afdalen; maar zij zullen vast staan met hun handen, en voor eeuwig verblijven voor God, Die vast blijft en staat voor eeuwig .
Sint Augustinus,


St
Laat Uw werken U loven, opdat wij U liefhebben; en laat ons U liefhebben opdat Uw werken U loven — die werken die een begin en een einde in de tijd hebben — een opkomst en een ondergang, een groei en een verval, een vorm en een ontbering. Zo hebben zij hun opeenvolging van ochtend en avond, deels verborgen, deels duidelijk. Want zij werden door U uit het niets geschapen, en niet uit Uzelf, en niet uit enige materie die niet van U is, of die tevoren geschapen was. Zij werden geschapen uit geconcretiseerde materie – dat wil zeggen, materie die door U werd geschapen op hetzelfde moment dat Gij haar vormloosheid vormde, zonder enig interval van tijd. Maar omdat de materie van hemel en aarde één ding is en de vorm van hemel en aarde iets anders, schiep Gij materie uit het absolute niets ( de omnino nihilo), maar de vorm van de wereld vormde Gij vormloze materie (de informi materia). Maar beide werden tegelijkertijd gedaan, zodat vorm op materie volgde zonder de vertragende tussenpoos.
Wij zien al deze dingen en ze zijn zeer goed, omdat Gij ze zo in ons ziet – Gij, die ons Uw Geest hebt gegeven, waardoor wij ze zo kunnen zien en U erin kunnen liefhebben


“Welke vader van jullie zou zijn zoon een slang geven als hij om een vis vraagt? Of geef je hem een schorpioen als hij om een ei vraagt?” – Lukas 11:11-12
“Van die drie dingen die de apostel aanbeveelt, wordt het geloof ofwel aangeduid door de vis vanwege het water van de doop, of omdat het ongedeerd blijft door de golven van deze wereld. De slang is ertegen, omdat hij de mens listig en bedrieglijk heeft overgehaald om niet in God te geloven.
Het ei symboliseert hoop, want het kuiken leeft nog niet, maar zal er wel zijn; Het is nog niet gezien, maar er wordt gehoopt. “Hoop die gezien wordt, is geen hoop.” De schorpioen is tegengesteld aan de hoop, want wie op het eeuwige leven hoopt, vergeet de dingen die achter hem liggen en reikt uit naar de voorgaande. Het is gevaarlijk voor hem om achterom te kijken en hij is op zijn hoede voor de achterkant van de schorpioen, die een vergiftigde pijl in zijn staart heeft. Brood symboliseert liefde omdat “de grootste hiervan liefde is” en onder voedsel overtreft brood zeker alle andere in waarde. De steen verzet zich ertegen, omdat de steenhartige de liefde uitdrijft. Het kan zijn dat deze geschenken iets passenders betekenen, maar Hij die weet hoe hij goede gaven aan Zijn kinderen moet geven, spoort ons aan om te vragen, te zoeken en te kloppen.”
– St Augustinus (354-430) Vader en Doctor in de Genade (Brief 130)



STA OP EN GA
Sint-Augustinus

SINT-AUGUSTINE EN HET KIND
Het verhaal van Sint-Augustinus met het kind is bij velen bekend. Het komt voort uit de vele tijd die deze grote heilige en theoloog besteedde aan het nadenken over het mysterie van de Heilige Drie-eenheid, hoe drie verschillende mensen één enkele God konden vormen.
Het verhaal gaat dat Augustinus, terwijl hij op een dag over het strand liep en nadacht over het mysterie van de Drie-eenheid, een jongen vond die een gat in het zand had gemaakt en het gat met een schelp met zeewater had gevuld. De jongen rende naar de kust, vulde de schelp met zeewater en deponeerde het water in het gat dat hij in het zand had gemaakt. Toen Sint-Augustinus dit zag, stopte hij en vroeg de jongen waarom hij het deed, waarop de kleine jongen hem vertelde dat hij probeerde al het zeewater in het gat in het zand te gieten.
Toen Sint-Augustinus hem hoorde, zei hij tegen de jongen dat dit onmogelijk was, waarop de jongen antwoordde dat als dat onmogelijk was, het nog onmogelijker was om te proberen het mysterie van de Heilige Drie-eenheid te ontcijferen.
Laten we over dit verhaal mediteren en het als voorbeeld nemen wanneer we ook veel situaties proberen te ontcijferen die we met onze rede niet begrijpen.
Gebed
Vernieuw, Heer, in uw Kerk de geest die U in Sint-Augustinus hebt ingeprent, zodat wij, doordrongen van diezelfde geest, naar U dorsten, bron van wijsheid, U zoeken als de enige ware liefde en in de voetsporen treden van zo’n grote heilige. Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.
Bron : sal de tu cielo

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.