Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
“Wat heb je eraan om de hele wereld te winnen? Wie rijkdom najaagt, verliest tijd die besteed had kunnen worden aan het zoeken naar de hemel.”
St.Jeronymus
++++
Commentaar
Deze uitspraak van St. Hieronymus is een krachtige herinnering aan de vergankelijkheid van aardse bezittingen en de eeuwige waarde van het geestelijke leven. In een wereld die ons voortdurend uitnodigt om meer te bezitten, meer te bereiken, en meer te consumeren, klinkt zijn stem als een profetisch tegengeluid: het ware doel van ons leven ligt niet in het vergaren van rijkdom, maar in het zoeken naar God.
De zin “tijd die besteed had kunnen worden aan het zoeken naar de hemel” raakt een gevoelige snaar. Tijd is ons kostbaarste bezit, en hoe we die besteden zegt veel over onze prioriteiten. St. Hieronymus nodigt ons uit tot een levenshouding van eenvoud, toewijding en innerlijke gerichtheid — niet als een afwijzing van de wereld, maar als een bewuste keuze voor het eeuwige boven het tijdelijke.
++++
Gebed
Heer, onze God,
Leer ons de waarde van de tijd die Gij ons schenkt.
Laat ons niet verdwalen in het najagen van rijkdom, roem of bezit,
maar richt ons hart op U, die het ware leven geeft.
Moge de woorden van uw dienaar Hieronymus ons wakker schudden,
dat wij niet de wereld winnen en U verliezen.
Geef ons de genade om elke dag te kiezen voor het licht,
voor liefde, voor waarheid,
voor de weg die leidt naar de hemel.
Amen.
++++
Wie was st Jeronymus ?
Sint Hiëronymus (ca. 347–420 n.Chr.), geboren als Eusebius Sophronius Hiëronymus in Stridon (in het huidige Kroatië of Slovenië), was een van de grote kerkvaders van het Westen en een sleutelfiguur in de vroege christelijke traditie.
Leven en werk:
Opleiding en bekering: Hij studeerde in Rome, waar hij werd gedoopt en een diepe liefde ontwikkelde voor klassieke literatuur.
Monnikenleven: Na een periode van rondreizen koos hij voor een ascetisch leven in de woestijn van Syrië, waar hij zich toelegde op gebed, studie en boetedoening.
Bijbelvertaling: Op verzoek van paus Damasus begon hij aan zijn levenswerk: een vertaling van de Bijbel in het Latijn, bekend als de Vulgaat. Deze vertaling werd later door de Kerk als gezaghebbend erkend.
Laatste jaren: Hij vestigde zich in Bethlehem, waar hij een kloostergemeenschap leidde en verder werkte aan theologische teksten.
++++
Spirituele betekenis
Hiëronymus wordt herinnerd als een geleerde, kluizenaar en heilige die zijn intellect en ascese volledig in dienst stelde van God. Zijn werk heeft eeuwenlang het christelijk denken en de liturgie beïnvloed. Hij is patroonheilige van vertalers, bibliothecarissen en theologen.
++++
Gebed bij zijn nagedachtenis
Heilige Hiëronymus,
Gij die de Schrift hebt bemind en vertaald met vurige toewijding,
leer ons de kracht van het Woord van God te herkennen.
Help ons de stilte te zoeken waarin Gods stem kan klinken.
Moge uw voorbeeld ons inspireren tot nederigheid, studie en gebed,
zodat wij, zoals gij, het eeuwige mogen verkiezen boven het tijdelijke.
Bid voor ons, dat wij trouw blijven aan de waarheid van Christus.
“…voor het eerst heb ik tranen van vreugde gehuild, in de zekerheid dat God mij heeft vergeven en dat Christus nu in mij leeft door mijn lijden en mijn liefde.”
– Jacques Fesch
++++
Deze uitspraak van Jacques Fesch is diep ontroerend en getuigt van een krachtige innerlijke bekering. De combinatie van “tranen van vreugde” en “zekerheid van vergeving” wijst op een mystieke ervaring van genade, waarin lijden niet langer slechts pijn is, maar een kanaal wordt voor liefde en Christus’ aanwezigheid. Dat hij spreekt over Christus die “in hem leeft” door zijn lijden en liefde, echoot Paulus’ woorden in Galaten 2:20: “Niet ik leef, maar Christus leeft in mij.”
Gezien Fesch’ tragische levensverhaal – van misdaad tot bekering in de gevangenis – krijgt deze tekst een profetisch gewicht. Het is een getuigenis van hoe zelfs in de diepste duisternis een mens kan worden aangeraakt door God en getransformeerd tot een bron van hoop.
Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.
De ‘goede moordenaar’.
De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)
Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.
“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”
Het leven van Jacques Fesch :
Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.
De ‘goede moordenaar’.
De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)
Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.
“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”
Uit zijn dagboek:
Een verwende jeugd.
Jacques en zijn zussen.
Jacques op 11-jarige leeftijd
Jacques Fesch wordt geboren op 6 april 1930 in Saint-Germain-en-Faye in Frankrijk. Zijn vader was de Belgische bankier en pianist Georges Fesch, gehuwd met Marthe Hallez, die zich hier met zijn familie was komen vestigen. Hoewel zijn vader een overtuigd atheïst en cynicus was, krijgt hij toch, via zijn religieuze moeder, een gelovige opvoeding. Samen met zijn oudere zussen Monique en Nicole kent Jacques een probleemloze jeugd en komt hij niets tekort.
Zijn ouders kennen echter een turbulent huwelijksleven en dat komt zijn persoonlijkheid niet ten goede. Het huwelijk loopt op de klippen. Na zijn middelbare studies volbrengt hij zijn legerdienst. Hij leert Pierette kennen, maakt haar zwanger en gaat een burgerlijk huwelijk met haar aan op 5 juni 1951. Een maand na hun huwelijk wordt hun dochtertje Véronique geboren. Ook dit huwelijk houdt geen stand en ze gaan uit elkaar, hoewel de vriendschap blijft bestaan. In 1953 leert hij Thérèse Troniou kennen. Uit deze relatie wordt een zoon, Gérard, geboren.
Jacques is nu 24 jaar oud. Zijn bestaan is leeg en hij verveelt zich dood. Later zal zijn biograaf, de priester Manaranche, verklaren: “Fesch getuigde van zo’n honger naar het niets, dat hij compensatie zocht in het meest ongebreidelde en egoïstische genotzucht.” Om te ontsnappen aan de leegte en zinloosheid van zijn ‘gouden kooi’ droomt hij ervan met een zeilboot verre reizen te ondernemen naar de eilanden van de Stille Oceaan. Dat hij zelf niet kan zeilen is voor hem een onbelangrijk detail. Vertrekken wordt voor hem een obsessie. Hij bestelt een zeilboot in La Rochelle. Het geld om die te betalen heeft hij echter niet. Dan gaat hij het maar zoeken waar het zit: bij een bank. De dwaasheid van zijn verlangens en zij geldzucht leiden hem tot een misdaad met onherroepelijke gevolgen.
Een fatale misdaad.
Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat. Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’
Een fatale misdaad.
Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat. Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘La senté
Een fatale misdaad.
Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat. Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’
Een fatale misdaad.
Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat. Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’.
Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.
De ‘goede moordenaar’.
De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)
Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.
“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”Uit zijn dagboek:
Een verwende jeugd.
Jacques Fesch wordt geboren op 6 april 1930 in Saint-Germain-en-Faye in Frankrijk. Zijn vader was de Belgische bankier en pianist Georges Fesch, gehuwd met Marthe Hallez, die zich hier met zijn familie was komen vestigen. Hoewel zijn vader een overtuigd atheïst en cynicus was, krijgt hij toch, via zijn religieuze moeder, een gelovige opvoeding. Samen met zijn oudere zussen Monique en Nicole kent Jacques een probleemloze jeugd en komt hij niets tekort.
Zijn ouders kennen echter een turbulent huwelijksleven en dat komt zijn persoonlijkheid niet ten goede. Het huwelijk loopt op de klippen. Na zijn middelbare studies volbrengt hij zijn legerdienst. Hij leert Pierette kennen, maakt haar zwanger en gaat een burgerlijk huwelijk met haar aan op 5 juni 1951. Een maand na hun huwelijk wordt hun dochtertje Véronique geboren. Ook dit huwelijk houdt geen stand en ze gaan uit elkaar, hoewel de vriendschap blijft bestaan. In 1953 leert hij Thérèse Troniou kennen. Uit deze relatie wordt een zoon, Gérard, geboren.
Het liefdesleven van Jacques is symptomatisch voor zijn bestaan. Hij leidt het leven van een verwende en losbandige playboy. Hij verlaat de job bij de bank van zijn vader maar leeft rijkelijk verder van de rente die zijn vader hem maandelijks uitkeert en van het kapitaal dat zijn moeder hem ter beschikking had gesteld om een eigen bedrijf mee op te starten. Overdag rijdt hij rond in zijn sportwagen Simca en’s nachts jaagt hij achter de meisjes tijdens zijn uitgangsleven in Saint-Germain-des-Prés.
Jacques is nu 24 jaar oud. Zijn bestaan is leeg en hij verveelt zich dood. Later zal zijn biograaf, de priester Manaranche, verklaren: “Fesch getuigde van zo’n honger naar het niets, dat hij compensatie zocht in het meest ongebreidelde en egoïstische genotzucht.” Om te ontsnappen aan de leegte en zinloosheid van zijn ‘gouden kooi’ droomt hij ervan met een zeilboot verre reizen te ondernemen naar de eilanden van de Stille Oceaan. Dat hij zelf niet kan zeilen is voor hem een onbelangrijk detail. Vertrekken wordt voor hem een obsessie. Hij bestelt een zeilboot in La Rochelle. Het geld om die te betalen heeft hij echter niet. Dan gaat hij het maar zoeken waar het zit: bij een bank. De dwaasheid van zijn verlangens en zij geldzucht leiden hem tot een misdaad met onherroepelijke gevolgen.
Een fatale misdaad.
Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat. Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’.
Van ‘assasin’ tot ‘assa-saint’ (van moordenaar tot heilige).
Zijn opsluiting in de gevangenis wordt het begin van een geestelijke avontuur. Hij zal er een proces van bekering doormaken, een weg van heiliging. Het leven dat hij zo wanhopig zocht in zijn uitspattingen zal zich realiseren op een wijze die hij zich vooraf niet kon inbeelden. Van het paradijs dat hij droomde op romantische eilanden komt hij nu terecht op de echte weg naar het ware Paradijs. Soms kan men zijn leven enkel doen slagen door het te verliezen, zo lijkt het.
In het begin stuurt hij de aalmoezenier wandelen: “Ik heb geen geloof, het is de moeite niet waard.” Maar langzamerhand echter groeit een toenadering. Een boek over de verschijningen in Fatima zet hem inwendig helemaal overhoop. De niet aflatende inzet van de aalmoezenier, die elke dag de H. Mis leest op zijn cel, van zijn zeer gelovige advocaat, van broeder Thomas, een benedictijn die hem regelmatig schrijft., komt er een bekeringsproces opgang. In de nacht van 28 februari 1955 overkomt hem het volgende:
De gevangenis ‘La Santé’.
“Ik lag op mijn bed met mijn ogen open. Voor de eerste keer in mijn leven en met een zeldzame intensiteit voelde ik een reëel leed. Het is toen dat een schreeuw uit mijn borst opwelde, een roep om hulp: “Mijn God!”, en op datzelfde ogenblik, zoals een hevige wind die voorbij komt en waarvan men niet weet waar hij vandaan komt, greep de Geest van de Heer me bij de keel. Het gaf de indruk van een oneindige kracht en van zachtheid. En overweldigend, in enkele uren tijd, bezat ik het geloof, een absolute zekerheid. […] Ik geloofde en begreep niet hoe ik er in geslaagd was niet te geloven. De genade had me bezocht, een grote vreugde kwam over mij en vooral een diepe vrede. In een ogenblik was alles helder geworden.”
De weg naar de bekering was ingezet. zijn cel wordt die van een monnik. “In de gevangenis heb je maar twee keuzes”, zo schrijft hij, “ofwel wordt je een rebel ofwel een monnik.” De binnenkoer van de Santé, waar hij een half uur per dag in afzondering mag rondwandelen, zijn kloostergang van gebed. Hij ontwikkelt een intens gebedsleven, ontpopt zich tot een waar mysticus. “Alles wat wij beminnen wordt ook door God bemind. Hij trekt het tot Zich omdat wij in zijn liefde blijven. Hij is oneindige barmhartigheid. Het behaagt de Heer om in een ziel te wonen om ze tot een instrument te maken van heil voor de anderen. Ik denk dat je de ziel kan vergelijken met een spiegel: God laat er zijn licht op stralen en Hij doet het weerkaatsen, min of meer overeenkomstig zijn volmaaktheid.” Hij verdiept zich in de H. Schrift en in de geschriften van Theresia van Avila, Franciscus en Theresia van Lisieux. Deze inspireren voortaan zijn gevangenisleven. “Ik heb mijn rechterhand gelegd in de hand van heilige Maagd en de linker in de hand van de kleine Theresia. Met deze twee riskeer ik niets.”
Zijn geestelijke tocht is heftig en turbulent. “Ik heb vrede gevonden maar tegelijkertijd ook strijd”, zo schrijft hij. Naarmate de dag van zijn terechtstelling nadert, verenigt hij zich met het lijden en sterven van de Heer. Het lijdensverhaal van Christus is daarbij zijn gids. Hij beschouwt zijn eigen terdoodveroordeling als een terugkoop van zijn eigen misdaad. Zijn beproeving ziet hij als boetedoening voor zijn zonden en die van anderen. Kortom: zijn eigen toekomstige dood gaat hij zin geven als een ‘verlossende dood’.
Op de vooravond van zijn executie, omstreeks 17.00 u, wanneer men op de binnenkoer van de gevangenis de guillotine opstelt, huwt Pierette met Jacques, kerkelijk deze keer. En ook ‘op afstand’: zij in de pastorij, hij in zijn cel terwijl daar de huwelijksmis volgt in zijn missaal. ’s Nachts bemediteert hij geknield de passie van Jezus. Hij schrijft het volgende in zijn dagboek: “Het is de laatste dag van de race. Morgen rond deze tijd zal ik in de hemel zijn! Ik zal nu nog nadenken over de lijdensweg van onze Heer in de hof van Gethsemane … Help me, Jezus! Dit zijn de laatste vijf uur van mijn leven. Binnen vijf uur zal ik Jezus zien!”
De volgende morgen, op 1 oktober 1957 om 5.30 u, valt de hakbijl. Op dat moment bidden Pierette en zijn dochter Veronique het magnificat. Zijn moeder, een jaar voordien overleden, had haar leven geofferd voor zijn bekering. Zijn eigen dood offert hij voor de bekering van zijn vader en van zijn beide kinderen. Merkwaardige overeenkomst: hij sterft op dezelfde dag als Theresia van Lisieux, en op dezelfde leeftijd. Een knipoog van God?
Naar een zaligverklaring.
In 1993 start kardinaal Lustiger, voormalig aartsbisschop van Parijs, met het proces tot zaligverklaring.
Bij die gelegenheid zei hij: “Niemand is voor altijd verloren in de ogen van God, zelfs als hij sociaal gezien veroordeeld is. Ik hoop dat Jacques Fesch op een dag vereerd zal worden als een heilige. De moordenaar die hij was (‘assasin’), de tot inkeer gekomen misdadiger, zal een heilige (‘saint’) geworden zijn.”
Op hem zijn ook deze woorden van de theoloog Daniel-Ange van toepassing: “Voor nieuwe noden zijn er nieuwe heiligen. We zijn nu gekomen in het tijdperk van heilige mislukkelingen. Een tijd van grote ellende, een tijd van grote barmhartigheid. Steeds minder zal een heilige een toonbeeld van volmaaktheid zijn, steeds meer een kind van de vergiffenis. Ze zullen van het ras van de ‘goede moordenaar’ zijn …”.
Jacques Fesch kan voor ons een nieuwe ‘goede moordenaar’ zijn. Een heilige die toont hoe radicaal iemand kan veranderen wanneer hij door Gods genade geraakt wordt. Een voorbeeld voor jongeren de dag van vandaag, die gebukt gaan onder grenzeloze genotszucht en een nihilisme dat de ziel dood. Een voorspreker en een voorbeeld voor jonge mensen die verloren lopen, hun weg niet vinden in het leven, ten onder gaan aan een consumptief bestaan. Maar zover is het nog niet. Intussen kan Jacques Fesch aanroepen worden als ‘dienaar Gods’. In de hemel zal God zijn heiligen herkennen, en we riskeren daarbij voor enkele grote verrassingen te staan.
O Vader, U hebt ons het vurige getuigenis gegeven van de jonge Zalige Carlo Acutis, die de Eucharistie tot het middelpunt van zijn leven maakte en tot de kracht van al zijn dagelijkse inzet, opdat iedereen U boven alles zou liefhebben. Laat hem spoedig tot de heiligen van Uw Kerk gerekend worden. Bevestig mijn geloof, voed mijn hoop, versterk mijn liefde, naar het voorbeeld van de jonge Carlo, die in deze deugden groeide en nu bij U leeft. Schenk mij de genade die ik nodig heb (– noem hier uw intentie –) Ik vertrouw op U, Vader, op Uw geliefde Zoon Jezus, op de Heilige Maagd Maria, onze dierbare Moeder, en op de voorspraak van de Heilige Carlo Acutis.
Amen.
++++
Commentaar: Een jonge heilige als voorbeeld voor onze tijd
Carlo Acutis is een fascinerende figuur voor onze tijd: jong, digitaal vaardig, maar diep geworteld in de sacramentele traditie van de Kerk. Zijn liefde voor de Eucharistie was geen abstract ideaal, maar een dagelijkse bron van kracht. In een wereld die vaak versnipperd is, herinnert Carlo ons eraan dat heiligheid niet iets is voor later, maar voor nu—voor jongeren, voor gewone dagen, voor wie durft te kiezen voor God boven alles.
Zijn leven nodigt uit tot een spiritualiteit van eenvoud, vreugde en toewijding. Hij gebruikte technologie om het geloof te verspreiden, maar bleef zelf geworteld in gebed en dienstbaarheid. Zijn voorbeeld is een brug tussen contemplatie en actie, tussen traditie en vernieuwing.
++++
Gebed geïnspireerd door Carlo Acutis
Goede God, U hebt Carlo Acutis aangeraakt met een vurige liefde voor Jezus in de Eucharistie. Laat ook mijn hart ontvlammen met datzelfde verlangen: om U te zoeken in stilte, U te dienen in eenvoud, en U te vertrouwen in alles. Help mij om, net als Carlo, de schoonheid van het geloof te ontdekken, de kracht van de sacramenten te omarmen, en mijn leven te richten op U alleen. Zegen mijn intentie die ik vandaag bij U breng (– noem hier uw gebed –) en laat mij groeien in geloof, hoop en liefde.
“De Eucharistie is het brood dat kracht geeft. Het is tegelijk het meest welsprekende bewijs van Zijn liefde en het krachtigste middel om Zijn liefde in ons te laten groeien.
–Heilige Pier Giorgio Frassati
++++
Commentaar:
Deze uitspraak is doordrenkt van mystieke eenvoud en vurige overtuiging.
Frassati, zelf een jonge man vol leven en dienstbaarheid, herkent in de Eucharistie niet slechts een ritueel, maar een levend teken van Christus’ liefde.
“Brood dat kracht geeft” verwijst naar de geestelijke voeding die ons sterkt in momenten van zwakte, twijfel of strijd.
“Welsprekend bewijs van Zijn liefde” herinnert ons eraan dat Christus zich volledig geeft—niet in woorden alleen, maar in lichaam en bloed.
“Middel om Zijn liefde in ons te laten groeien” nodigt ons uit tot transformatie: de Eucharistie is geen eindpunt, maar een begin van een leven dat steeds meer op Christus lijkt.
Voor Frassati was de Eucharistie het centrum van zijn dagelijks leven, zijn bron van vreugde, zijn kracht om de armen te dienen en zijn kompas in het gebed.
Zijn woorden dagen ons uit: hoe laten wij de liefde van Christus in ons groeien?
++++
Gebed:
Heer Jezus, U geeft ons uzelf in de Eucharistie—brood dat kracht geeft, liefde die zich volledig schenkt. Laat dit heilig mysterie niet slechts een moment zijn, maar een bron van voortdurende vernieuwing. Vorm ons hart naar het Uwe, zodat wij, gevoed door Uw liefde, Uw aanwezigheid mogen uitstralen in de wereld. Geef ons de moed van Frassati, om U te zoeken in gebed, U te vinden in de armen, en U te volgen met vreugde.
Laat de ziel vertrouwen en levend geloof behouden,
Want wie gelooft en hoopt,
Bereikt alles.
Al wordt men door de hel belaagd,
Wie God bezit,
Bespot haar woede.
Mogen verlatenheid, kruisen, rampen komen;
Als God zijn schat is,
Komt men niets tekort.
Gaat heen, wereldse goederen;
Gaat heen, ijdele gelukzaligheden;
Al verlies ik alles,
God alleen volstaat.
++++
Commentaar: Een innerlijke vesting van vrede
Deze tekst is een mystiek juweel van Teresa van Ávila, een karmelietes en kerklerares uit de 16e eeuw. Haar woorden zijn geen vlucht uit de wereld, maar een oproep tot innerlijke vrijheid. Ze nodigt ons uit om ons hart niet te laten meeslepen door angst, bezit of vergankelijke roem. In plaats daarvan wijst ze op een diepe rust die ontstaat wanneer we ons volledig toevertrouwen aan God.
De herhaling van “Nada te turbe” – “Laat niets je verontrusten” – werkt als een mantra, een ademhaling van vertrouwen. Teresa’s geloof was niet naïef: ze kende lijden, ziekte, weerstand. Maar ze vond een onwrikbare vrede in het besef dat God genoeg is. Haar woorden zijn als een vesting voor de ziel, een plek waar stormen niet binnendringen.
Kierkegaard raakt hier aan een diep mysterie: het verraad van Jezus door Judas, niet met een zwaard of een schreeuw, maar met een kus—een gebaar dat normaal gesproken intimiteit, vertrouwen en genegenheid uitdrukt. Dat juist dit gebaar gebruikt werd om Hem over te leveren, maakt het verraad des te schrijnender.
Voor Kierkegaard, die vaak sprak over de paradoxen van het geloof, is dit moment emblematisch voor de tragiek en de diepte van de menselijke ziel. Het roept vragen op over hoe liefde kan worden misbruikt, hoe uiterlijke tekenen niet altijd innerlijke waarheid weerspiegelen, en hoe zelfs het heiligste gebaar kan worden verdraaid.
Het is ook een uitnodiging tot zelfonderzoek: waar in ons leven gebruiken we woorden of gebaren van liefde, terwijl ons hart misschien iets anders bedoelt? En hoe kunnen we leren om oprechter, transparanter en liefdevoller te leven?
++++
Gebed
Heer Jezus, Leraar in de liefde, U werd verraden met een kus—een teken van nabijheid dat tot wapen werd.
Help ons om oprecht te zijn in onze gebaren, dat onze woorden van liefde ook gedragen worden door een hart
dat liefheeft. Geef ons de moed om trouw te blijven, ook als het moeilijk wordt. Laat ons niet wegvluchten in
schijn, maar groeien in waarheid. En als wij falen, zoals Judas faalde, wees dan onze genade, onze hoop, onze weg
“Het geloof rukt de masker van de wereld af en onthult God in alles. Het maakt niets onmogelijk en maakt woorden als bezorgdheid, gevaar en angst zinloos, zodat de gelovige kalm en vredig door het leven gaat, met diepe vreugde—zoals een kind, hand in hand met zijn moeder.”
— Zalige Charles de Foucauld Feestdag: 1 december
++++
Commentaar
Deze woorden van Charles de Foucauld zijn een uitnodiging tot radicale overgave. Hij spreekt niet over een naïef geloof dat de realiteit ontkent, maar over een geloof dat de diepere werkelijkheid onthult: God is aanwezig in alles. Angst, gevaar en bezorgdheid verliezen hun macht wanneer we ons leven werkelijk in Gods handen leggen.
De beeldspraak van het kind dat hand in hand met zijn moeder loopt, is bijzonder krachtig. Het kind hoeft de weg niet te kennen, noch de gevaren te begrijpen—het vertrouwt volledig. Zo worden we uitgenodigd om onszelf toe te vertrouwen aan God, niet als een vlucht, maar als een daad van liefdevolle overgave.
++++
Gebed:
God van vrede en vertrouwen, leer mij om de maskers van deze wereld af
te leggen, en Uw aanwezigheid te herkennen in alles wat ik zie en ervaar.
Wanneer angst mij wil verlammen, herinner mij eraan dat ik Uw kind ben,
geroepen om hand in hand met U te wandelen. Geef mij het geloof dat niet
alles hoeft te begrijpen, maar dat durft te rusten in Uw nabijheid.
Laat mijn hart kalm zijn, mijn geest vredig, en mijn leven een getuigenis van
St. Johannes van het Kruis over Mortificatie (Het afsterven van de zonde)
Wij zijn als stenen die eerst moeten worden gehouwen en gevormd voordat ze kunnen worden gebruikt in de bouw. De mensen waarmee God ons omringt, zijn als ambachtslieden die door Hem zijn geplaatst om ons te mortificeren door aan ons te werken en ons bij te schaven.
Sommigen bewerken ons met woorden — door ons te zeggen wat we liever niet horen. Anderen bewerken ons door hun daden — door dingen te doen die we liever niet zouden verdragen. Weer anderen door hun temperament — door wie ze zijn, door hun persoon en hun gedrag, vormen ze een bron van ergernis en ongemak voor ons.
Zoals sommige mensen zo snel praten, en anderen zo langzaam. Sommigen spreken zo luid, en anderen zo zacht dat je ze nauwelijks kunt verstaan. Zulke dingen kunnen ons flink irriteren.
Johannes van het Kruis zegt verder: En anderen door hun houding — door ons niet te waarderen of geen liefde voor ons te voelen.
Hij zegt: In zulke situaties moeten we deze mortificaties en ongemakken verdragen met innerlijke geduld.
++++
Commentaar:
Wat Johannes hier beschrijft is geen oproep tot passieve onderwerping, maar tot actieve overgave. De mensen om ons heen — zelfs zij die ons irriteren, negeren of kwetsen — worden in dit perspectief gezien als werktuigen van genade. Niet omdat hun gedrag goed is, maar omdat het ons de kans geeft om te oefenen in geduld, nederigheid en liefde zonder wederliefde.
Het beeld van de steen is krachtig: ruw, ongevormd, maar met potentie. De beitel doet pijn, maar vormt. En het is niet wijzelf die ons vormen, maar God — vaak via anderen, juist in hun onvolmaaktheid.
Deze visie vraagt om een radicaal vertrouwen: dat zelfs het ongemak een plaats heeft in Gods werk in ons. Het is een uitnodiging om niet te vluchten voor het ongemakkelijke, maar het te zien als een kans tot innerlijke groei.
++++
Gebed: In de handen van de Ambachtsman:
Heer,
U bent de Bouwmeester van mijn ziel. Laat mij niet verharden in mijn oordeel over anderen, maar leer mij te zien hoe U hen gebruikt om mij te vormen. Geef mij de genade van geduld wanneer ik gekwetst word, van nederigheid wanneer ik gecorrigeerd word, en van liefde wanneer ik genegeerd word. Vorm mij, beitel mij, totdat ik pas in het bouwwerk van Uw koninkrijk.
“Zij die werkelijk alles riskeren voor God, zullen ontdekken dat zij zowel alles verloren als alles gewonnen hebben.”
— Heilige Teresa van Ávila
Uit Sermon in a Sentence, deel 4
++++
Commentaar:
Deze uitspraak van Teresa van Ávila is een krachtige samenvatting van de paradox van het geloof: wie alles durft los te laten omwille van God, ontdekt dat hij niets werkelijk verloren heeft, maar juist alles heeft gewonnen. Het “verlies” betreft wereldse zekerheden, comfort, controle — maar het “winst” is een diepe vereniging met God, een vrijheid die niet afhankelijk is van bezit of status.
Teresa spreekt hier niet over roekeloosheid, maar over een radicale overgave. Het is een uitnodiging tot vertrouwen: dat God ons niet leeg achterlaat, maar ons vervult met Zijn aanwezigheid. In haar mystieke traditie is dit de weg van de ziel die zich laat zuiveren, leegmaken, en uiteindelijk vervuld wordt door God zelf.
++++
Gebed:
God van liefde en overgave,
Leer mij te vertrouwen zoals Teresa vertrouwde.
Help mij los te laten wat mij bindt — mijn angsten, mijn plannen, mijn trots —
“Zoals het onmogelijk is om de zoetheid van honing met woorden te beschrijven aan iemand die nog nooit honing heeft geproefd, zo kan de goedheid van God niet duidelijk onderwezen worden als wijzelf niet in staat zijn om door eigen ervaring binnen te treden in de goedheid van de Heer.”
— St. Basilius de Grote
++++
Commentaar
St. Basil wijst hier op een diepe waarheid: geestelijke kennis is niet slechts intellectueel, maar existentieel. Je kunt spreken over God, onderwijzen over Zijn liefde, Zijn genade en Zijn aanwezigheid — maar zonder persoonlijke ervaring blijft het abstract. Zoals honing pas echt begrepen wordt wanneer je het proeft, zo wordt Gods goedheid pas werkelijk gekend wanneer je haar ervaart in je hart, je leven, je gebed.
Deze uitspraak nodigt ons uit tot een leven van innerlijke openheid en contemplatie. Niet alleen om te leren over God, maar om Hem te ontmoeten. Om ons hart te laten raken door Zijn goedheid, zodat onze woorden niet leeg zijn, maar doordrenkt van ervaring en waarheid.
++++
Gebed:
Goede en liefdevolle God,
zoals honing zoet is voor wie proeft,
zo is Uw goedheid een vreugde voor wie U kent.
Laat mijn hart niet tevreden zijn met woorden alleen,
maar dorsten naar Uw aanwezigheid.
Open mijn ogen voor Uw schoonheid,
mijn ziel voor Uw genade,
mijn leven voor Uw leiding.
Laat mij U ervaren — niet slechts begrijpen —
zodat mijn woorden getuigen van wat mijn hart heeft geproefd.
Amen.
Wie was Basilius de Grote ?
Basilius de Grote (ca. 330–379) was een invloedrijke christelijke bisschop, theoloog en kerkvader uit Caesarea in Cappadocië (het huidige Turkije). Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste figuren in de vroege oosterse kerk en speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van het kloosterleven en de leer over de Heilige Drie-eenheid.
Korte biografie van Basilius de Grote:
jGeboorte en familie: Geboren rond 330 in Caesarea. Hij kwam uit een welgestelde en diep religieuze familie. Meerdere familieleden, waaronder zijn broer Gregorius van Nyssa en zus Macrina, worden als heiligen vereerd.
Opleiding: Hij studeerde in Caesarea, Constantinopel en Athene, waar hij zich verdiepte in retorica, filosofie, geneeskunde en sterrenkunde.
Kerkelijke rol: Werd bisschop van Caesarea en verdedigde de orthodoxe leer tegen het arianisme. Hij was een krachtige prediker en schrijver, met honderden bewaarde brieven en preken.
Kloosterleven: Basilius wordt samen met Gregorius van Nazianze gezien als de grondlegger van het oosterse kloosterleven. Hij stelde regels op die gemeenschapsleven, gebed en arbeid combineerden.
Theologie: Hij formuleerde mee de leer van de Drie-eenheid: één God in drie personen — Vader, Zoon en Heilige Geest.
Overlijden: Hij stierf in 379 in Caesarea. Zijn feestdag wordt gevierd op 2 januari en 14 juni.
Spirituele betekenis:
Basilius belichaamt een brug tussen intellect en mystiek. Zijn leven toont hoe diepe studie en contemplatie samen kunnen leiden tot een leven van dienstbaarheid, wijsheid en heiligheid. Hij inspireert ons om niet alleen te geloven met het hoofd, maar ook met het hart — en om onze kennis te laten wortelen in ervaring en liefde.
“Voor het geloof sterven is een gave voor enkelen; het geloof leven is een roeping voor allen.”
++++
Lorenzo Ruiz heeft de eer de eerste Filipijnse heilige te zijn, de “meest onwaarschijnlijke van de heiligen.” De Heer schenkt ons heiligen op het juiste moment, en God wachtte 350 jaar om ons deze heilige te geven. Het heldendom dat hij toonde als leek en getuige van het geloof… is van groot belang in de wereld van vandaag.
Zijn vervolgers zeiden:
“Verloochen je geloof en we zullen je leven sparen.”
Waarop Lorenzo antwoordde:
“Dat zal ik nooit doen, want ik ben een christen, en ik zal sterven voor God, en voor Hem zou ik duizenden levens geven als ik die had.”
Ook bekend als:
San Lorenzo Ruiz de Manila,
St. Laurens Ruiz
Geboortedatum: Tussen 1600 en 1610
Geboorteplaats: Binondo, Manila
Gestorven: 29 september 1637
Feestdag: 28 september
Patroon van: De Filipijnen en het Filipijnse volk
Levensloop:
Geboren uit een Chinese vader en Filipijnse moeder in Binondo, Manila.
Opgeleid door de Dominicanen.
Dient als misdienaar en later als koster in de kerk van Binondo.
Wordt professioneel kalligraaf.
Lid van de Broederschap van de Rozenkrans.
Getrouwd, vader van twee zonen en een dochter.
Vervolging en Martelaarschap
In 1636 vals beschuldigd van moord op een Spanjaard.
Zoekt asiel op een schip met drie Dominicaanse priesters en andere missionarissen, waaronder een melaatse.
Ze varen naar Japan, waar christenen hevig vervolgd worden.
In Nagasaki gearresteerd en gemarteld.
Lorenzo en Lazaro sterven na twee dagen ondersteboven in een put.
De priesters worden later onthoofd.
Canonisatie:
Op 18 oktober 1987 heilig verklaard door paus Johannes Paulus II, samen met 15 andere martelaren uit Japan, de Filipijnen en Europa.
+++++
Commentaar en reflectie:
Lorenzo Ruiz is een krachtig voorbeeld van een gewone gelovige die buitengewone moed toonde. Hij was geen priester, geen theoloog, maar een vader, kalligraaf en lid van een broederschap. Zijn geloof was diep geworteld in liefde en vertrouwen. Zijn martelaarschap herinnert ons eraan dat heiligheid niet voorbehouden is aan religieuze leiders, maar dat ook leken geroepen zijn tot heldendom in geloof.
Zijn verhaal is bijzonder relevant in een tijd waarin geloof vaak onder druk staat of als irrelevant wordt beschouwd. Lorenzo’s getuigenis is een oproep tot standvastigheid, tot trouw aan God zelfs in het aangezicht van lijden.
“De hele aarde is een levende icoon van het aangezicht van God. … Ik aanbid de materie niet. Ik aanbid de Schepper van de materie, die omwille van mij materie werd, die verkoos zijn woning in de materie te nemen, die mijn heil bewerkte door de materie. Nooit zal ik ophouden de materie te eren die mijn heil heeft bewerkt! Ik eer haar, maar niet als God. Daarom groet ik alle overblijvende materie met eerbied, omdat God haar heeft vervuld met zijn genade en kracht. Door haar is mijn heil tot mij gekomen.”
— Johannes van Damascus
+++++
Commentaar:
Johannes van Damascus verdedigt hier met vurige overtuiging de incarnatie — het mysterie dat God in Jezus Christus werkelijk mens werd, tastbaar, lichamelijk, stoffelijk. In een tijd waarin sommige stromingen de materie als minderwaardig of zelfs kwaad beschouwden, stelt hij dat juist door de materie onze redding is gekomen. Hij roept op tot eerbied voor het geschapene, niet als iets goddelijks op zichzelf, maar als drager van goddelijke genade.
Zijn woorden zijn een lofzang op de sacramentaliteit van het leven: water dat doopt, brood dat voedt, olie die geneest, iconen die verbinden. Alles wat stoffelijk is, kan een venster worden op het goddelijke. Dit is een diepe troost én een oproep tot zorgvuldige omgang met de wereld — niet als bezit, maar als heilige ruimte.
++++
Gebed
God van vlees en adem,
U bent niet ver gebleven,
maar bent gekomen in stof en bloed,
in hout en spijkers, in brood en wijn.
Laat ons nooit achteloos zijn tegenover het geschapene,
maar met eerbied groeten wat U heeft aangeraakt.
Geef ons ogen om Uw gelaat te herkennen
in de aarde, in het lichaam, in de ander.
Moge alles wat stoffelijk is
ons herinneren aan Uw nabijheid.
Door Christus,
die onze stof tot glorie verhief.
Amen.
++++
Wie was Johannes van Damascus ?
Johannes van Damascus (ca. 676–749), ook bekend als Johannes Damascenus, was een invloedrijke monnik, priester, theoloog en hymneschrijver uit Syrië. Hij wordt beschouwd als de laatste van de Griekse kerkvaders en is een sleutelfiguur in de Byzantijnse traditie.
Korte biografie:
Geboorte en achtergrond: Geboren in Damascus in een rijke christelijke familie die onder het islamitische Omajjadenbewind diende. Zijn vader was schatkistbewaarder van de kalief.
Loopbaan aan het hof: Johannes begon als ambtenaar en hoofdadviseur aan het hof van de kalief Moe’awija I.
Monnik en theoloog: Rond 700 verliet hij het hof en trad in het klooster van Mar Saba bij Jeruzalem, waar hij zich toelegde op gebed, studie en schrijven.
Verdediger van iconen: Hij is beroemd om zijn vurige verdediging van de iconenverering tegen het iconoclasme, wat hem tot een belangrijke stem in de kerkelijke debatten maakte.
Schrijver: Zijn hoofdwerk De bron van kennis is een systematische samenvatting van christelijke theologie en filosofie, waarin hij ook Aristoteles en de kerkvaders verwerkt.
Heilige status: Hij wordt vereerd als heilige en kerkleraar in zowel de Oosterse als de Rooms-Katholieke Kerk. Zijn feestdag is op 4 december.
Spirituele betekenis
Johannes van Damascus belichaamt een brug tussen de klassieke Griekse denktraditie en het christelijk geloof. Zijn werk toont hoe geloof en rede elkaar kunnen versterken. Zijn lof voor de materie als drager van goddelijke genade — zoals in het citaat dat je eerder deelde — is een krachtig pleidooi voor de sacramentaliteit van het leven: dat het zichtbare het onzichtbare kan openbaren.
Ontelbare schepselen: mensen en vogels, vissen in de diepte en bloedzuigers op de Everest, alle schepselen rein en onrein—alles zingt deze ochtend lof aan God, en Hij vervult alles, en overal is Hij nabij… En Hij is ook nabij jou, en jij bent in deze wereld geschapen als een deel ervan; niet minder dan de anderen ben jij het waard geacht om te bestaan. Jij bent een burger van deze aarde én van deze sterren, en van alle eindeloze dingen, groot en klein. En jij kunt, en moet daarom, luisteren naar het lied van de wereld dat je van alle kanten wordt toegezongen; je moet aandacht schenken aan de glorie van God die hemel en aarde vervult. Want hier is geen ander toen of daar; er is slechts het onveranderlijke hier en nu. Heel het leven, totdat de Heer dit licht van jouw leven dooft, is een onafgebroken nu. En wat een zonde tegen jezelf en tegen de wereld, wat een lafheid toon je wanneer je vlucht naar dat toen. Zie, het is hier, nu, dat de Heer en Zijn Glorie nabij zijn, dat de eeuwigheid nabij is, evenals deze oneindige wereld van God: de engelen zingen glorie aan God, en heel de schepping doet mee. Hoe dit alles in één enkel moment te voelen—het kloppen van het hart van de wereld, en ikzelf als een druppel van het warme bloed van de wereld, stromend door het lichaam van de wereld?_
—Sergius Bulgakov
++++
Commentaar:
Deze tekst is een spirituele oproep tot ontwaakte aanwezigheid. Bulgakov schildert een kosmisch panorama waarin alles leeft en zingt tot God—van de diepzee tot de hoogste bergtop. Hij nodigt ons uit om onszelf niet als buitenstaanders te zien, maar als volwaardige deelnemers aan deze lofzang. Zijn woorden zijn een pleidooi tegen geestelijke vlucht en nostalgie: het “toen” is een illusie, want het enige echte moment waarin God zich openbaart is het “nu”.
De zin “je bent een burger van deze aarde én van deze sterren” is bijzonder krachtig: het verbindt het aardse en het hemelse, het stoffelijke en het geestelijke, en herinnert ons eraan dat onze roeping zich uitstrekt over beide domeinen. Zijn beeld van de mens als een druppel bloed in het lichaam van de wereld is mystiek, intiem, en ontroerend: we zijn geen toeschouwers, maar stromende delen van het levende geheel.
++++
Gebed
Eeuwige God, die hemel en aarde vervult,
Laat mij deze dag ontwaken in het wonder van Uw aanwezigheid.
Open mijn oren voor het lied van de schepping,
mijn ogen voor de glorie die straalt in het hier en nu.
Laat mij niet vluchten naar het verleden,
maar U zoeken in het levende heden,
waar engelen zingen en de wereld ademt Uw naam.
Maak mij een druppel van Uw warm stromend bloed,
een levend deel van Uw lichaam,
een stem in het koor van Uw lof.
Amen.
++++
Wie was Sergius Bulgakov?
Sergius (Sergej) Nikolajevitsj Bulgakov (1871–1944) was een Russisch-orthodox priester, Theoloog en filosoof. Hij begon zijn intellectuele leven als marxist, maar keerde zich later af van het materialisme en vond zijn roeping in het christelijk geloof. Hij ontwikkelde een mystieke en filosofische leer genaamd sophiologie, waarin hij de goddelijke Wijsheid (Sophia) zag als een verbindende kracht tussen God en de wereld.
Bulgakov was een sleutelfiguur in de Russische religieuze renaissance en schreef diepgaande werken over de incarnatie, de kerk, en de rol van de Heilige Geest. Na de Russische Revolutie vestigde hij zich in Parijs. Zijn werk blijft invloedrijk in zowel oosters-orthodoxe als westerse theologische kringen.
“Het is beter om zuiverheid van hart te verwerven dan om hele volkeren van heidenen van dwaling te bekeren.”
— St. Isaak de Syriër
++++
Commentaar
Deze uitspraak van St. Isaak de Syriër plaatst de innerlijke transformatie boven uiterlijke prestaties. In een tijd waarin religieuze ijver vaak werd gemeten aan het aantal bekeerlingen, herinnert Isaak ons eraan dat ware heiligheid begint in het hart. Zuiverheid van hart is geen passieve toestand, maar een actieve, liefdevolle gerichtheid op God, vrij van trots, oordeel en eigenbelang.
Zijn woorden dagen ons uit: zoeken we spirituele roem, of zoeken we God zelf? Zelfs het nobele werk van evangelisatie verliest zijn kracht als het niet voortkomt uit een hart dat door liefde is gezuiverd. Isaak’s mystieke traditie leert dat het hart de tempel is waar God wil wonen — en dat het zuiveren ervan een levenslange pelgrimstocht is.
++++
Gebed om Zuiverheid van Hart
Eeuwige en barmhartige God,
Gij die woont in het stille hart van de mens,
Reinig mijn gedachten, mijn verlangens, mijn wil.
Laat mijn woorden voortkomen uit liefde,
Mijn daden uit mededogen,
Mijn stilte uit vertrouwen.
Leer mij de weg van het verborgen leven,
Waar Gij spreekt in de stilte,
En waar het hart uw woning wordt.
Geef mij geen roem, geen macht, geen overwicht —
Maar geef mij een zuiver hart,
Opdat ik U mag zien,
En in elk mens uw beeld mag eren.
Door Christus, het Licht van het hart. Amen.
*********************
KERSTMIS
De Geboorte van Christus
In de stilte van de nacht, onder een hemel vol sterren, werd het Woord vlees en woonde onder ons. Niet in paleizen of machtige hallen, maar in een nederige stal, tussen stro en dieren, kwam het Licht de wereld binnen.
Maria hield het Kind in haar armen, Jozef waakte in stille verwondering. Engelen zongen boven de velden: “Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft.”
Herders haastten zich, eenvoudig en open van hart, zij knielden neer en aanbaden het Kind. De wijzen kwamen van verre, geleid door een ster, en brachten hun gaven van goud, wierook en mirre.Zo begon het mysterie van Gods nabijheid: een God die klein werd, kwetsbaar en menselijk, opdat wij nooit meer alleen zouden zijn. In dit Kind wordt ons een belofte gegeven vrede die sterker is dan angst, liefde die groter is dan duisternis, hoop die nooit vergaat.
“Want een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.”
(Jesaja 9:6, NBV-vertaling)
********************
Deze profetie uit Jesaja spreekt van een hoopvolle belofte: een kind dat geboren wordt, niet zomaar een kind, maar een zoon die vrede brengt en licht in de duisternis. Zijn namen zijn geen titels van macht, maar van nabijheid en troost. “Wonderbare Raadsman” — hij begrijpt ons diep. “Sterke God” — hij draagt wat wij niet kunnen. “Eeuwige Vader” — hij blijft, ook als alles wankelt. “Vredevorst” — hij brengt rust waar onrust heerst. In deze woorden klinkt het hart van Kerstmis: God komt niet met donder en bliksem,maar in de kwetsbaarheid van een pasgeboren kind. Hij kiest ervoor om onder ons te wonen, in onze gebrokenheid, om ons te laten zien dat liefde sterker is dan angst, en dat vrede begint in het kleine.
Gebed
Lieve God,
Dank U voor het kind in de kribbe — klein, kwetsbaar, maar vol van uw kracht en liefde. In een wereld die vaak donker aanvoelt, laat zijn komst ons zien dat U dichtbij bent. Geef ons ogen om het licht te zien, zelfs in de nacht. Geef ons harten die durven hopen, zelfs als alles onzeker is. Laat ons uw vrede dragen in onze woorden, onze daden, onze stiltes. Help ons om, net als de herders, stil te worden en verwonderd te kijken. En laat ons, net als Maria, uw belofte koesteren in ons hart.Want U bent de Wonderbare Raadsman, de Sterke God, de Eeuwige Vader, de Vredevorst — en wij zijn niet alleen.
Amen.
************
Adeste Fidelis – naar de eerste strofen):
1.Komt allen tezamen, jubelend van vreugde, Komt nu, o komt nu naar Bethlehem! Ziet het kind geboren, de Koning der Engelen! Komt, laten wij aanbidden, Komt, laten wij aanbidden, Komt, laten wij aanbidden de Heer!2.O Kind, ons geboren, liggend in de kribbe, Neem onze liefd’ in genade aan. U, die ons liefheeft, U behoort ons harte! Komt, laten wij aanbidden, Komt, laten wij aanbidden, Komt, laten wij aanbidden de Heer!
Na de geboorte van Jezus verscheen een hemelse schare van engelen aan herders en vertelde hun: Vandaag is er in de stad van David een Redder geboren voor jullie; Hij is de Messias, de Heer.
Lucas 2:8–14
****************
Wat een wonderlijk moment in het evangelie: gewone herders, mensen aan de rand van de samenleving, worden als eersten uitgenodigd om het grootste nieuws ooit te horen—de geboorte van de Messias. Niet via koninklijke boodschappers, maar door een hemelse schare van engelen, die de nacht vullen met licht en lofzang.
Dit vers herinnert ons eraan dat God zich openbaart aan de nederigen, aan wie waakt in stilte, aan wie het hart openhoudt voor het onverwachte. De engelen verkondigen geen dreiging, geen oordeel, maar vreugde: “Een Redder is geboren voor jullie.” Het is persoonlijk, intiem, en universeel tegelijk.
De herders worden niet alleen getuigen, maar ook boodschappers. Ze gaan op weg, vertellen wat ze gezien hebben, en prijzen God. Zo worden ook wij uitgenodigd om het Licht dat ons is gegeven, te delen met anderen.
Gebed
Eeuwige God, In de stilte van de nacht hebt U het Licht van de wereld geboren laten worden. U koos herders—eenvoudige mensen—om als eersten Uw glorie te zien.
Laat ook ons hart wakker zijn voor Uw aanwezigheid. Laat ons, zoals de herders, verwonderd opkijken en moedig op weg gaan. Geef ons de vreugde van het Evangelie, en de kracht om het te delen.
Moge Uw vrede neerdalen over ons, zoals het lied van de engelen, en moge de geboorte van Uw Zoon ons vernieuwen in geloof, hoop en liefde.
Amen.
****************
“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.” — Johannes 3:16
**********************
Dit vers uit het evangelie van Johannes is het hart van het christelijk geloof. Het vertelt ons dat Gods liefde geen grenzen kent: Hij gaf zijn Zoon, Jezus, als geschenk aan de wereld. Niet als een machtige koning, maar als een kwetsbare baby in een stal — te midden van eenvoud, dieren, en sterrenlicht. Het is een liefde die zich vernederde, die ons opzocht in onze gebrokenheid, en die ons uitnodigt tot vertrouwen.
De ster boven de stal herinnert ons eraan dat zelfs in duisternis een licht schijnt. Dat licht is Christus — geboren uit liefde, gekomen om ons leven te geven dat verder reikt dan de dood.
Gebed
Eeuwige Vader, In het kind in de kribbe zien wij uw hart: zacht, nederig, en vol genade. Dank U voor uw onmetelijke liefde, die zich toont in Jezus, uw Zoon. Laat dat licht ook in ons leven schijnen, opdat wij mogen geloven, vertrouwen, en leven in uw nabijheid. Zegen Bas met dit wonder van Kerst: dat hij zich gedragen weet door uw liefde, en dat zijn hart mag oplichten bij het zien van uw ster. Amen.
*********************
“En plotseling was er met de engel een menigte van de hemelse legermacht, die God loofde en zei:ERE ZIJ GOD IN DE HOOGSTE HEMELEN, EN VREDE OP AARDE, IN DE MENSEN EEN WELBEHAGEN.”
Lucas 2: 13-14.
****************
Dit vers vangt een van de meest ontroerende momenten in het kerstverhaal: de hemelse lofzang die de geboorte van Christus aankondigt. De engelen verschijnen niet aan koningen of priesters, maar aan eenvoudige herders — mensen van het veld, nederig en waakzaam. Dat is geen toeval. Het goddelijke breekt in bij hen die openstaan, die luisteren in de stilte van de nacht.
De lofzang bevat drie lagen:
Ere aan God: De hemel jubelt om Gods trouw en liefde.
Vrede op aarde: Niet als afwezigheid van conflict, maar als diepe innerlijke rust en verzoening.
Welbehagen in mensen: God kijkt met genade en vreugde naar de mensheid, ondanks haar gebrokenheid.
Het is een boodschap van hoop, van universele liefde, en van een God die zich niet terugtrekt, maar juist nabij komt.
Gebed
Eeuwige God, zoals de engelen zongen in de nacht, willen ook wij U lof toezingen. Laat Uw vrede neerdalen in onze harten, in onze huizen, in deze wereld. Help ons om, zoals de herders, ontvankelijk te zijn voor Uw aanwezigheid — niet in pracht en praal, maar in eenvoud en stilte. Moge Uw welbehagen rusten op ons en op allen die we liefhebben, en mogen we dragers zijn van Uw vrede, vandaag en alle dagen.
Amen.
*********************
“In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God.” En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid.
Johannes 1:1,14 Als je houdt van Degene die vlees werd en stierf aan het kruis om onze zielen te redden,
Amen!
*******************
Deze passage uit het evangelie van Johannes is een van de meest majestueuze en mysterieuze teksten in het Nieuwe Testament. Ze opent met een kosmische visie: “In het begin was het Woord…” — een verwijzing naar Christus als de eeuwige Logos, het goddelijke principe van leven, wijsheid en liefde.
Johannes 1:14 brengt deze verheven waarheid naar de aarde: het Woord werd mens. God koos ervoor om zich te vernederen, geboren te worden in een stal, kwetsbaar en klein. Dit is het hart van Kerstmis — niet alleen een geboorte, maar een goddelijke afdaling uit liefde voor ons.
De zin “vol van genade en waarheid” is een uitnodiging: om Christus niet alleen te bewonderen, maar Hem te ontvangen, te volgen, en zijn genade en waarheid in ons leven toe te laten.
Gebed
Eeuwige God, Vader van het Licht,
In het begin was het Woord — en dat Woord bent U, Heer Jezus. U kwam naar ons toe, niet in macht, maar in kwetsbaarheid. U koos de kribbe boven de troon, het kruis boven de kroon.
Laat ons uw heerlijkheid zien, zoals Johannes die zag. Open onze harten voor uw genade, en vorm ons naar uw waarheid.
Voor voor onze familie, voor allen die zoeken — we bidden dat uw Licht hen mag raken, dat uw Woord vlees mag worden in hun leven.
Amen.
*******************
In een wereld vol slecht nieuws, biedt Kerstmis ons goed nieuws. “Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon Jezus gaf, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”
– Johannes 3:16
***************
Deze boodschap raakt aan de kern van het christelijk geloof: in een wereld die vaak overspoeld wordt door angst, conflict en verdriet, klinkt Kerstmis als een hemelse tegenstem. Het is geen oppervlakkige troost, maar een diepgaande belofte: God zelf komt ons nabij, niet met macht of oordeel, maar als een kwetsbaar kind. Johannes 3:16 is niet zomaar een vers —het is een liefdesverklaring van God aan de mensheid. De geboorte van Jezus is geen historisch feit alleen, maar een blijvende uitnodiging tot vertrouwen, hoop en overgave.
Gebed
Goede God, in deze wereld vol onrust en onzekerheid, dank ik U voor het licht van Kerstmis. U gaf ons Jezus, niet als koning in pracht, maar als kind in een kribbe—zacht, kwetsbaar, nabij. Laat dit goede nieuws mijn hart vervullen, mijn angst verzachten, mijn hoop vernieuwen. Help mij geloven, ook als het donker is, dat Uw liefde sterker is dan alles.Dat wie in Jezus gelooft, nooit alleen is, maar gedragen wordt naar eeuwig leven.
Amen.
*******************
HILDEGARD VAN BINGEN:
KERSTREFLECTIES
1. HET WOORD IN DE SCHEPPING
Origineel citaat: “Het Woord is levend, zijnde, geest, al het groene groeien, alle creativiteit.”
Commentaar: Hildegard beschrijft het Woord – Christus – als een levenskracht die alles doordringt. Met Kerst vieren we hoe dit Woord mens werd en de schepping nieuw leven gaf. Gebed: God van leven, laat Uw Woord in ons groeien als een groene scheut. Moge Uw scheppende kracht ons vernieuwen en vruchtbaar maken in liefde.
2. GODDELIJK LICHT
Origineel citaat: “Wees vurig van enthousiasme. Laten we een levend brandend offer zijn voor het altaar van God.
“ Commentaar: Dit is een oproep om Christus’ licht niet alleen te ontvangen, maar ook uit te stralen. Enthousiasme is hier een heilige gloed, een teken van innerlijke toewijding. Gebed: Heer van het Licht, ontsteek in ons een heilig vuur. Laat ons branden van liefde, zodat ons leven een offer wordt van vreugde en dienstbaarheid.
3. INNERLIJKE TRANSFORMATIE
Origineel citaat: “Iedere persoon is een vat voor het goddelijke, in staat om genade en hoop te baren.
“ Commentaar: Hildegard ziet ieder mens als een drager van het goddelijke. Kerst herinnert ons eraan dat God geboren wil worden in ons hart. Gebed: God die in ons woont, vorm ons tot vaten van Uw genade. Laat ons hoop baren in een wereld die verlangt naar troost en waarheid.
4. DE DEUGD OMARMEN
Origineel citaat: “Zelfs in een wereld die schipbreuk lijdt, blijf moedig en sterk.” Commentaar:
Zoals Maria en Jozef standhielden in moeilijke omstandigheden, roept Hildegard ons op tot moed. Deugd is hier een anker in stormachtige tijden. Gebed: Sterke God, geef ons de moed om stand te houden. Laat ons Uw kracht vinden in kwetsbaarheid, en Uw vrede in strijd.
5. EENHEID MET DE SCHEPPING
Origineel citaat: “Heel de schepping is een loflied voor God.
“ Commentaar: Hildegard zag de natuur als een symfonie van goddelijke lof. Kerst nodigt ons uit om ons opnieuw te verbinden met de aarde en haar Schepper. Gebed: Schepper van hemel en aarde, open onze oren voor het lied van Uw schepping. Laat ons leven in harmonie met alles wat U gemaakt hebt, als deel van Uw lofzang.
*********************
Kerstmis
Een Kind CHRISTUS Is Voor Ons Geboren, Een Zoon Is Aan Ons Gegeven; De Heerschappij Rust Op Hem; En Zijn Naam Is JEZUS.
Jesaja 9:6, Matteüs 1:25
******************
Deze tekst is een krachtige samenvatting van het mysterie van Kerstmis opgebouwd als een acrostichon van het woord CHRISTMAS.
Het verbindt de profetie van Jesaja met de vervulling in het evangelie van Matteüs.
Jesaja spreekt over een kind dat geboren wordt, een zoon die gegeven wordt, op wie de heerschappij rust—een koninklijke en messiaanse aankondiging
Matteüs bevestigt dat deze profetie vervuld is in Jezus, wiens naam betekent “God redt”.
Wat bijzonder is aan deze compositie, is hoe het de geboorte van Christus niet alleen als historisch feit presenteert, maar als een geschenk: voor ons. Het is een uitnodiging tot persoonlijke betrokkenheid. Kerstmis is niet slechts een herinnering, maar een actuele genade: het Kind is ons gegeven, vandaag, hier, in ons leven
Gebed
Eeuwige Vader,
Op deze dag van licht en belofte danken wij U voor het Kind dat ons gegeven is. Laat het licht van Jezus, uw Zoon, ons hart vervullen met vrede, hoop en vreugde. Moge zijn naam, Jezus, klinken in ons leven als een bron van redding en liefde. Leer ons de eenvoud van de kribbe, de kracht van uw nabijheid, en de vreugde van het ontvangen. Laat Kerstmis in ons niet voorbijgaan als een feest, maar als een ontmoeting met U, die ons uw Zoon schenkt—voor altijd.
Amen.
************
Stille nacht, heilige nacht! Zoon van God, liefde’s zuiver lichtstralen vloeien van uw heilig gelaat met de dageraad van verlossende genade, Jezus, Heer, bij uw geboorte,
Jezus, Heer, bij uw geboorte.
******************
Deze strofe uit het geliefde kerstlied “Stille Nacht” vangt de mystieke kern van de geboorte van Christus: het wonder van God die mens wordt, niet in pracht en praal, maar in eenvoud en kwetsbaarheid. “Liefde’s zuiver licht” verwijst naar de goddelijke liefde die in Jezus zichtbaar wordt — een licht dat straalt vanuit zijn gezicht, niet als macht, maar als genade. De “dageraad van verlossende genade” is een poëtische manier om te zeggen dat met Jezus’ komst een nieuw begin aanbreekt: een wereld waarin vergeving, vrede en liefde mogelijk zijn.Voor ieder van ons — is dit een uitnodiging om dat licht in ons eigen leven toe te laten. Niet alleen als herinnering aan een historisch moment, maar als een levende realiteit die ons hart verwarmt en onze weg verlicht.
Gebed
Heer Jezus, geboren in stilte en eenvoud, laat uw zuiver licht ook in ons stralen. Zoals Maria en Jozef knielden in verwondering, willen wij ons hart openen voor uw genade. Laat de dageraad van uw liefde ons vernieuwen, dat wij, mogen groeien in geloof, hoop en liefde. Wees onze gids in donkere nachten, onze vreugde in stille momenten.
Amen.
*************
“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven:”
Jesaja 9:6
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”
Johannes 3:16
********
Hij Die geboren werd in Bethlehem is God, Immanuël, “God met ons.” Het eeuwige Woord van God, Jezus Christus, werd vlees en nam de natuur aan van Zijn eigen schepping, gemaakt naar Zijn beeld, om de mensheid te verlossen van zonde en hel. God gaf Zijn eniggeboren Zoon als een offer voor onze zonden. Het was Jezus Christus Die de werelden schiep; Hij toonde Zich als een levende God. Toch vernederde deze grote God Zich om naar de aarde te komen en onze straf op Zich te nemen… De Redder van deze wereld werd geboren in een kribbe in Bethlehem.
Deze tekst is een krachtige samenvatting van het mysterie van de Incarnatie: God, de Schepper van hemel en aarde, koos ervoor om mens te worden — kwetsbaar, klein, geboren in armoede — om ons nabij te zijn en ons te redden. Het is een boodschap van diepe liefde en onvoorstelbare genade. De kribbe in Bethlehem is niet slechts een romantisch beeld, maar een teken van Gods bereidheid om onze pijn en zonde te dragen. In Jezus zien we een God Die niet ver weg blijft, maar ons opzoekt, ons draagt, en ons uitnodigt tot eeuwig leven.
Eeuwige Vader,
Op deze heilige dag gedenken wij de geboorte van Uw Zoon, Jezus Christus, het Licht in onze duisternis. Dank U voor Uw onmetelijke liefde, die zich uitstrekt tot in de kribbe van Bethlehem. Dank U dat U ons niet hebt verlaten, maar gekomen bent als Immanuël — God met ons. Laat dit Kind ons hart vervullen met vrede, hoop en verwondering. Help ons om Zijn liefde te weerspiegelen in onze woorden en daden. Moge allen die wij liefhebben, geraakt worden door het wonder van Kerst.
In Jezus’ Naam,
Amen.
****************
De Openbaring leert ons dat God zich manifesteert in mensen en plaatsen die we niet verwachten.
We moeten God aanvaarden op Zijn voorwaarden, niet op basis van onze voorkeuren of aannames.
God is niet beperkt tot de plek waar jij dacht dat Hij zou zijn.
Vandaag: houd je ogen en hart open, want Christus kan komen op een manier die je niet verwacht… niet gekleed als een koning, maar in gewone kleren… niet met verfijnde woorden, maar in jouw taal… niet als een vriend, maar als een vermeende tegenstander… niet als de rijke, maar in de armen en behoeftigen.
Vandaag: laat God bepalen hoe Hij zich zal openbaren, en wees aanwezig in dit moment.
*****************
Deze tekst over Epifanie (Driekoningen) is een krachtige uitnodiging tot geestelijke openheid. Ze herinnert ons eraan dat Gods aanwezigheid vaak verborgen is in het alledaagse, het kwetsbare, het onverwachte. Zoals de wijzen een kind vonden in een stal, zo worden ook wij uitgedaagd om het goddelijke te herkennen in wat niet groots lijkt. Het vraagt nederigheid, aandacht en vertrouwen — om Christus te ontmoeten in de ander, in de stilte, in de breekbaarheid van het leven.
Gebed
Eeuwige God, U komt niet altijd zoals wij verwachten — niet in pracht en praal, maar in eenvoud en nabijheid. Help ons om U te herkennen in het onverwachte: in de vreemdeling, in de stilte, in de kwetsbare mens. Open onze ogen voor Uw aanwezigheid, en onze harten voor Uw genade. Laat ons niet vasthouden aan onze beelden van U, maar U volgen waar U zich toont — in liefde, in dienstbaarheid, in het gewone. Moge deze dag een ontmoeting worden met U, die ons telkens weer verrast met Uw nabijheid.
Ik smeek U, mijn God, laat mij U kennen en liefhebben, zodat ik gelukkig mag zijn in U. En al kan ik dit niet volledig in dit leven, laat mij dan van dag tot dag groeien, totdat ik het ten volle mag doen. Laat mij U steeds beter leren kennen in dit leven, zodat ik U volmaakt mag kennen in de hemel. Laat mij U hier steeds meer leren kennen, zodat ik U daar volmaakt mag liefhebben, zodat mijn vreugde hier groot mag zijn in zichzelf, en volledig in de hemel met U. O waarachtige God, laat mij het geluk van de hemel ontvangen dat U hebt beloofd, zodat mijn vreugde volkomen mag zijn. Laat mijn geest er intussen aan denken, mijn tong erover spreken, mijn hart ernaar verlangen, mijn mond ervan getuigen, mijn ziel ernaar hongeren, mijn lichaam ernaar dorsten, mijn hele wezen ernaar verlangen, totdat ik door de dood mag binnengaan in de vreugde van mijn Heer, om daar voor altijd te blijven, tot in eeuwigheid. Amen.
++++
Commentaar: Augustinus’ verlangen naar God
Dit gebed is een hartstochtelijke uitdrukking van Augustinus’ mystieke hunkering naar God. Het is geen abstract verlangen, maar een concreet, dagelijks streven: groeien in kennis, liefde en vreugde in God. Augustinus erkent de grenzen van het aardse leven, maar laat zich daardoor niet ontmoedigen. Hij verlangt naar een steeds dieper kennen en liefhebben van God, als voorbereiding op de volheid van de hemel.
Opvallend is de lichamelijke intensiteit van zijn verlangen: niet alleen de ziel, maar ook de tong, het vlees, het hele wezen verlangt naar God. Dit is incarnatie-theologie in gebedsvorm: de mens als geheel verlangt naar de goddelijke vreugde. Het gebed eindigt met een eschatologische hoop: door de dood binnengaan in de vreugde van de Heer, om daar eeuwig te verblijven.
++++
Gebed
Eeuwige God, bron van waarheid en vreugde,
leer mij U kennen met heel mijn hart,
zodat ik U kan liefhebben met heel mijn leven.
Laat mijn dagen gevuld zijn met verlangen naar U,
mijn woorden met lof, mijn gedachten met hoop.
Al zie ik U nog niet ten volle, laat mij groeien in
vertrouwen, totdat ik U mag aanschouwen in het
licht van de hemel. Laat mijn ziel hongeren
naar Uw aanwezigheid, mijn lichaam dorsten
naar Uw vrede, mijn hele wezen rusten in Uw belofte.
O God, die uw Kerk hebt verheerlijkt door de schitterende deugden van de heilige maagd Clara, en haar hebt verrijkt met een nieuwe schare maagden, schenk ons genadig dat wij haar voorbeeld volgen en zo het licht van de eeuwige heerlijkheid mogen bereiken. Door Christus, onze Heer.
Amen.
Bron: Franciskaans Brevier.
++++
Commentaar
Deze gebedstekst uit het Franciscaans brevier eert Clara van Assisi als een lichtend voorbeeld van zuiverheid, toewijding en geestelijke kracht. Haar leven was een antwoord op Gods roep, gekenmerkt door eenvoud, armoede en vurige liefde voor Christus in de eucharistie. De tekst benadrukt dat Clara niet alleen een individuele heilige is, maar ook een bron van inspiratie voor een gemeenschap van vrouwen die haar pad volgen.
Het gebed vraagt om genade om haar “stappen te volgen” — een uitnodiging tot navolging, niet in uiterlijke ascese alleen, maar in innerlijke helderheid en overgave. De “klaarheid der eeuwige glorie” verwijst naar het visioen van God dat Clara reeds op aarde begon te aanschouwen in haar gebed en contemplatie.
++++
Gebed :
Heilige God, U hebt Clara van Assisi vervuld met het licht van uw liefde.
In haar eenvoud en kracht herkennen wij een ziel die U geheel toebehoorde.
Laat ook ons, in de drukte van deze wereld, haar stille voetsporen volgen.
Maak ons ontvankelijk voor uw genade, trouw in het kleine,
en vurig in het zoeken naar uw aangezicht. Moge het licht dat haar bezielde
ook ons leiden naar de klaarheid van uw eeuwige heerlijkheid.
“Sint Barsanuphius de Grote, die uit Egypte kwam, en zijn discipel, Sint Johannes de Profeet, worstelden in zeer strikte afzondering gedurende de zesde eeuw in het klooster van Abba Seridus in Gaza in Palestina, en waren begiftigd met verbazingwekkende gaven van profetie en spiritueel onderscheidingsvermogen. Ze worden genoemd door Sint Dorotheus van Gaza, hun discipel, in zijn geschriften. Veel van de raadgevingen die ze stuurden naar christenen die naar hen schreven, zijn bewaard gebleven in het boek dat hun namen draagt. Eens smeekten bepaalde Vaders Sint Barsanuphius om te bidden dat God Zijn toorn zou inhouden en de wereld zou sparen. Sint Barsanuphius schreef terug dat er “drie mannen perfect voor God” waren, wiens gebeden elkaar ontmoetten bij de troon van God en de hele wereld beschermden; aan hen was geopenbaard dat de toorn van God niet lang zou duren. Deze drie, zei hij, waren “Johannes van Rome, Elias van Korinthe en nog een in het bisdom Jeruzalem,” waarbij hij de naam van de laatste verborg, aangezien het hijzelf was.
Barsanuphius en Johannes
++++
Commentaar:
Deze twee uitspraken vormen samen een krachtige samenvatting van de christelijke mystiek:
De eerste tekst is ontleend aan 1 Johannes 4:16 en benadrukt dat liefde niet slechts een eigenschap van God is, maar zijn wezen. Liefde is de woonplaats van God, en wie zich daarin vestigt, leeft in een wederzijdse innigheid met Hem. Het is een uitnodiging tot een levenshouding van liefdevolle overgave.
De tweede tekst verwijst naar Johannes 6:46 en Matteüs 11:27. Ze onderstrepen het mysterie van Gods verborgenheid en de unieke rol van Christus als openbaring van de Vader. Alleen door de Zoon — en door zijn genadevolle zelfgave — wordt de Vader zichtbaar en kenbaar.
Samen tonen deze teksten een beweging: van liefde als woonplaats van God, naar Christus als de poort tot Gods hart. De figuren op het schilderij, waarschijnlijk heiligen of monniken, belichamen deze weg van liefdevolle contemplatie en openbaring.
++++
Gebed
God van liefde, Vader die verborgen bent,
In uw Zoon hebt U zich getoond — zachtmoedig, genadig, vol licht.
Laat mij wonen in uw liefde, zoals een kind in het hart van zijn moeder.
Open mijn ogen voor uw aanwezigheid in Christus, en leer mij Hem kennen zoals Hij U kent.
Moge mijn leven een stille echo zijn van uw liefdevolle openbaring, en mijn hart een tempel waar U rust vindt.
Amen.
++++
Wie waren Barsenuphius en Johannes?
Barsanuphius en Johannes waren 6e-eeuwse kluizenaars en geestelijke vaders uit Palestina, bekend om hun brieven vol spirituele wijsheid en begeleiding voor monniken en leken. Ze leefden in afzondering nabij Gaza en worden vereerd als heiligen in zowel de oosters-orthodoxe als katholieke traditie.
Levensschets:
Naam—Barsanuphius de Grote
Geboorteplaats:—-Egypte Onbekend
Levensschets:
Naam Barsanuphius de Grote en Johannes de Profeet
Geboorteplaats Egypte Onbekend
Barsanuphius:
Leefperiode: Begin 6e eeuw
Leefwijze: Kluizenaar in een cel buiten het klooster
Locatie : Klooster van abt Seridos bij Gaza
Bijnaam: “De Grote Oude Man”
Spirituele invloed: Brieven aan monniken, leken en kerkleiders
Gedenkdag: 6 februari (orthodox), 11 april (katholiek)
Johannes:
Kluizenaar, leerling van Barsanuphius
Begin 6e eeuw
Leefwijze : Kluizenaar, leerling van Barsanuphius
Locatie : Zelfde klooster, leefde 18 jaar in een cel
Bijnaam : “De Andere Oude Man” of “De Profeet”
Spirituele invloed : Brieven en profetische inzichten
Gedenkdag : 6 februari (orthodox)
++++
Spirituele betekenis
Barsanuphius en Johannes zijn voorbeelden van radicale innerlijke stilte en geestelijke onderscheiding. Ze tonen dat ware kennis van God voortkomt uit het hart dat gelouterd is door gebed, ascese en liefdevolle dienstbaarheid. Hun brieven zijn geen theoretische traktaten, maar concrete antwoorden op levensvragen — van eenvoudige monniken tot bisschoppen.
Hun leerling Dorotheus van Gaza verzamelde hun leringen en werd zelf een invloedrijke spirituele schrijver.
++++
“De volledige tekst van de brieven van Barsanuphius en Johannes verschijnt hier voor het eerst in het Engels. De getrouwe en behendige vertaling van Johannes Chryssavgis brengt levendigheid en frisheid in de wijsheid van een verre wereld, waardoor deze toegankelijk is voor hedendaagse lezers. Deze opmerkelijke vragen en antwoorden (850 in totaal) zijn gericht aan lokale monniken, lekenchristenen en kerkelijke leiders en bieden een uniek inkijkje in de zesde-eeuwse religieuze, politieke en seculiere wereld van Gaza en Palestina, in een periode die verscheurd werd door doctrinaire controverse en in een context die gevormd werd door de traditie van de vroege woestijnvaders.
De “grote oude man,” Barsanuphius, en de “andere oude man,” Johannes, floreerden rond het begin van de zesde eeuw nabij Gaza. Ze kozen ervoor om in volledige afzondering te leven en zagen niemand, met uitzondering van hun secretarissen, Seridos en de bekende Dorotheus van Gaza. Barsanuphius en Johannes communiceerden in stilte via brieven met talloze bezoekers die hen om raad vroegen. Vreemd genoeg werd deze ontoegankelijkheid juist de reden voor de populariteit van de ouderen. Ze vormden een buitengewoon open systeem van spirituele begeleiding, dat ruimte bood voor conversatie en zelfs conflicten in relaties, terwijl het ook rekening hield met de wijsheid en de humor van de correspondentie.
Barsanuphius’ inspirerende advies is een antwoord op problemen van een meer spirituele aard; Johannes’ institutionele advies is een antwoord op meer praktische problemen. De twee oudsten vullen elkaar in feite aan, samen handhaven ze een harmonieuze autoriteit-in-liefdadigheid. Hun brieven worden gekenmerkt door spontaniteit en gevoeligheid, evenals door discretie en mededogen. Ze benadrukken ascetische waakzaamheid en evangelisch “geweld”, dankbaarheid en vreugde, nederigheid en arbeid, gebed en tranen.”
++++
Brieven uit de woestijn
Brieven uit de woestijn: Barsanuphius en John John Chryssavgis (Vertaler) St Vladimirs Seminary Press, 2003
“Twee kloosteroudsten – de “Grote Oude Man” Barsanuphius en de “Andere Oude Man” Johannes – floreerden in het zuiden van Gaza in het begin van de zesde eeuw. Ze hielden zich strikt afgezonderd in hun cellen en spraken alleen met anderen via brieven via Abba Seridos, de abt van de kloostergemeenschap in Gaza, waar deze twee heilige mannen in stilte leefden.
De autoriteit van Johannes kan worden beschreven als meer institutioneel, reagerend zoals hij doet op problemen van praktische aard; de autoriteit van Barsanuphius is meer inspirerend, reagerend op principes van spirituele aard. Zo vulden ze elkaar aan en samen behielden ze een harmonieuze “autoriteit-in-liefdadigheid.” In plaats van de westerse nadruk op discipline, behielden deze twee ouderen de nadruk op onderscheidingsvermogen, waardoor de flexibiliteit en vloeibaarheid van de Egyptische woestijnlevensstijlen (waar Barsanuphius vandaan kwam) behouden bleven. Niettemin waren beide mannen hoog opgeleid en toonden ze een fijn intellect, zoals blijkt uit hun geschriften.
In het Oosten zocht men een oudere, een oude man (een geron in het Grieks of een abba , het Koptische woord) als spiritueel leider, en dit was de belangrijkste rol van de kloostergemeenschap voor de omringende gemeenschap. Deze brieven van de twee oude mannen werden geschreven aan kluizenaars, aan monniken in de gemeenschap, aan degenen in het koor, aan priesters en aan leken. Sommige waren bedoeld voor gevorderde instructie, terwijl andere bedoeld waren voor novicen, afhankelijk van de capaciteit van de onderzoeker. Men moet dus niet als een algemene regel woorden beschouwen die tot zielen op verschillende spirituele niveaus worden gesproken. Toch roepen deze vragen en antwoorden het beeld op van de christelijke traditie die van oudere op discipel wordt doorgegeven, en de hedendaagse lezer zal de methode kunnen waarderen en mogelijk geïnspireerd worden om de boodschap te imiteren.”
GEBED
Heer, onze God, die spreekt in stilte,
U hebt uw dienaren Barsanuphius en Johannes geleid in de weg van verborgenheid,
en hen gemaakt tot bronnen van wijsheid voor wie dorst naar U.
Leer ook ons te luisteren in de stilte, te leven in gehoorzaamheid en liefde,
en te vertrouwen op uw leiding in het verborgene.
Moge hun woorden ons hart openen voor uw Geest,
en ons leiden naar de vrede die alle verstand te boven gaat.