Dit is een privé blog van Kris Biesbroeck Licentiaat Filosofie/Theologie. De site behandelt zoveel mogelijke informatie over de Katholieke Kerk, Bijbel, Kerkvaders, Augustinus , St.Jan van het Kruis enz.. CONTACT : KRISBIESBROECK@GMAIL.COM
Iedereen die God benadert en waarlijk een partner van Christus wil zijn, moet het doen met het oog op dit doel, namelijk om veranderd en getransformeerd te worden van zijn of haar vroegere staat en houding, en een goed en nieuw mens te worden, die niets koestert van “de oude dame/man” (2 Kor. 5:17). Want in hetzelfde vers staat: “Als een vrouw of man in Christus is, is hij/zij een nieuw schepsel.” Want onze Heer Jezus Christus kwam om deze reden, om de menselijke natuur te veranderen, te transformeren en te vernieuwen, en om deze ziel te herscheppen die door de hartstocht ten val was gebracht door de overtreding. Hij kwam om de menselijke natuur te vermengen met zijn eigen Geest van de Godheid. Een nieuwe geest en een nieuwe ziel en nieuwe ogen, nieuwe oren en een nieuwe spirituele tong, en, in één woord, nieuwe mensen – dit was wat hij tot stand bracht in degenen die in hem geloven. Of NIEUWE WIJNZAKKEN, die hij zalft met zijn eigen licht van kennis, zodat hij er nieuwe wijn in kan gieten, die zijn Geest is. Want hij zegt: “Nieuwe wijn moet in nieuwe wijnzakken worden gedaan.” (Mt 9:17)
uitleg :
De metafoor van de wijnstok en de ranken is een van de eenvoudigste evangelieverhalen. Zoals elke goede tuinman weet, zal het fruit niet aan alle scheuten groeien, en zal het alleen de beste rijpheid bereiken als de wijnstokken met kracht worden gesnoeid. Het afknippen van verdwaalde scheuten zal een verschrikkelijke oogst opleveren.
Maar zodra de wijnstok is verzorgd, de druiven zijn geoogst en de wijn is gefermenteerd, moet hij rijpen. Het rijpen gebeurt in vaten, die met hoepels worden vastgesjord om te voorkomen dat de planken uit elkaar gaan. Het maken van vaten wordt gedaan door de kuipers en hoopers in de handel. Wanneer de wijn eindelijk klaar is om uit de vaten te worden geheveld, wordt hij gebotteld of in leren zakken gedaan, die over de schouder worden gedragen door degenen die hem ronddragen. De zakken werden gemaakt van varkenshuiden en behandeld zodat ze geen gaten of vlekken bevatten. Hoe fijner het leer, hoe minder zuurstof wordt afgebroken en hoe minder onzuiverheden de wijn infiltreren.
Wat doe je met je oude wijnzak als deze leeg is? Het beste wat je kunt doen is hem weggooien, want, zoals de gelijkenis zegt, nieuwe wijn vraagt om nieuwe wijnzakken:
“Niemand scheurt een lapje van een nieuw kledingstuk en naait het op een oud kledingstuk. Als hij dat wel doet, heeft hij het nieuwe kledingstuk gescheurd en zal het lapje van het nieuwe niet bij het oude passen. En niemand giet nieuwe wijn in oude wijnzakken. Als hij dat wel doet, zal de nieuwe wijn uit de zakken barsten, zal de wijn opraken en zullen de wijnzakken kapot gaan. Nee, nieuwe wijn moet in nieuwe wijnzakken worden gegoten. En niemand wil na het drinken van oude wijn de nieuwe, want hij zegt: ‘De oude is beter.’ (Lukas 5:36-39)
Er wordt aangenomen de meditatie is geschreven door een Egyptische monnik en kluizenaar met de naam Macarius. Hij werd geboren in 300 na Christus en stierf in 391. Marcarius was een opmerkelijke man, een asceet, een schrijver, een kloosterling, een priester en een zeer wijs man. Hij wordt ook wel ‘De Lamp in de Woestijn’ genoemd. Hij werd jarenlang verbannen, gaf zijn familiefortuin weg en leidde een ongewoon leven, hoe je het ook wendt of keert. Hieronder staan twee paragrafen die aan hem worden toegeschreven. De woorden werden geschreven drie eeuwen nadat Christus op aarde wandelde. (Veranderingen in geslacht en in nadruk worden aan de vertaling toegevoegd.)
Sint Macarius de Egyptenaar (Pseudo-Macarius (300 – 391)
“Het is geenszins onmogelijk dat geloof samengaat met twijfel. De twee sluiten elkaar niet uit. Misschien zijn er sommigen die door Gods genade hun hele leven het geloof van een klein kind behouden, waardoor ze zonder twijfel alles kunnen aanvaarden wat hun is geleerd. Voor de meeste mensen die tegenwoordig in het Westen leven, is een dergelijke houding echter eenvoudigweg niet mogelijk. We moeten ons de roep eigen maken: “Heer, ik geloof: kom mijn ongeloof te hulp” (Marcus 9:24). Voor velen van ons zal dit ons voortdurende gebed blijven, tot aan de poorten van de dood. Toch betekent twijfel op zichzelf geen gebrek aan geloof. Het kan het tegenovergestelde betekenen: dat ons geloof leeft en groeit. Want geloof impliceert niet zelfgenoegzaamheid, maar het nemen van risico’s, het niet afsluiten van het onbekende, maar het moedig tegemoet treden ervan. Hier kan een orthodoxe christen zich gemakkelijk de woorden van bisschop JAT Robinson eigen maken: “De geloofsdaad is een voortdurende dialoog met twijfel.” Zoals Thomas Merton terecht zegt: “Geloof is een principe van twijfelen en strijd voordat het een principe van zekerheid en vrede wordt.”
“Ieder van ons is naar het beeld van God, en ieder van ons is als een beschadigd icoon. Maar als we een icoon zouden krijgen dat beschadigd is door de tijd, beschadigd is door omstandigheden, of ontheiligd is door menselijke haat, zouden we het met eerbied, met tederheid en met een gebroken hart behandelen. We zouden niet in de eerste plaats aandacht besteden aan het feit dat het beschadigd is, maar aan de tragedie van het beschadigd raken. We zouden ons concentreren op wat er nog over is van zijn schoonheid, en niet op wat verloren is gegaan van zijn schoonheid. En dit is wat we moeten leren doen met betrekking tot ieder persoon als individu, maar ook – en dat is niet altijd even gemakkelijk – met betrekking tot groepen mensen, of het nu een parochie of een denominatie is, of een natie. We moeten leren kijken, en kijken totdat we de onderliggende schoonheid van deze groep mensen hebben gezien. Alleen dan kunnen we überhaupt iets beginnen te doen om al het moois dat er is naar voren te halen. Luister naar andere mensen, en wanneer je iets opmerkt dat waar klinkt, wat een openbaring is van harmonie en schoonheid, benadruk het dan en help het tot bloei te komen. Versterk het en moedig het aan om te leven.”
Laat niets u verontrusten, laat niets u bang maken. Alle dingen gaan voorbij; God verandert nooit. Geduld verkrijgt alles. Wie God bezit, ontbreekt niets: God alleen is voldoende
Teresa van Avila :
Christ has no body now but yours.
No hands, no feet on earth but yours.
Yours are the eyes through which he looks
compassion on this world
Yours are the feet with which he walks to do good.
Yours are the hands through which he blesses all the world.
Yours are the hands, yours are the feet,
Yours are the eyes, you are his body.
Yours are the eyes through which he looks
compassion on this world.
Christ has no body now on earth but yours.
Theresa van Avila
vertaling :
Christus heeft nu geen lichaam behalve het jouwe.
Geen handen, geen voeten op aarde behalve die van jou.
De jouwe zijn de ogen waarmee hij met
mededogen naar deze wereld kijkt.
.De jouwe zijn de voeten waarmee hij loopt om goed te doen.
De jouwe zijn de handen waarmee hij de hele wereld zegent.
Van jou zijn de handen, van jou zijn de voeten,
van jou zijn de ogen, jij bent zijn lichaam.
De jouwe zijn de ogen waardoor hij met
medeleven naar deze wereld kijkt.
Christus heeft nu geen lichaam op aarde behalve dat van jou.
Teresa van Avila
Haar leven :
Een leven van diepe verbondenheid met God. Dat leeft Teresa ons voor. En ze toont hoe gebed en inzet samengaan. Ontdek haar actualiteit na 500 jaar. H. Teresa van Ávila – Teresa van Avila, geboren als Teresa de Ahumada y Cepeda, ook gekend onder haar kloosternaam Teresa van Jezus. In onze streken ook wel de grote Teresia genoemd, om haar te onderscheiden van de kleine Theresia, Thérèse van Lisieux.
Wat maakt Teresa na een half millennium nog relevant? Authentiek en gedetailleerd verhaal over hoe een leven van diepe verbondenheid en vriendschap met God eruit kan zien. Praktische en herkenbare raad en troost voor mensen die de weg van het gebed willen gaan.
Als weinig anderen beschrijft ze de mystieke inwerking van God op de mens wanneer die zich voor God openstelt en ook de omvorming van het hele persoonlijke leven die dat teweegbrengt. Sterke getuigenis over hoe gebed en inzet in een leven samengaan en elkaar nodig hebben.
Leven Geboren in Ávila op 28 maart 1515. Ademt de zelfbewuste christelijke lucht in van het 16e-eeuwse Spanje. In een zoektocht naar echte innerlijke vernieuwing zet Spanje zich af tegen Joden, moslims en protestanten. Er is ook veel uiterlijke praal. Door de plundering van Zuid-Amerika beleeft Spanje zijn Gouden Eeuw. God komt Teresa tegemoet in ontmoetingen met mensen en in boeken. Op haar 20ste treedt ze in in het klooster van de Menswording in Avila 20 jaar van innerlijke strijd volgen. Ze probeert zich een leven met God eigen te maken, op haar manier, op eigen kracht. En ze probeert tegenstrijdige loyaliteiten tegenover God en tegenover haar vele vriendschappen te verzoenen. Telkens opnieuw stoot ze op haar onmacht. Geestelijk voelt ze zich niet goed genoeg voor een vriendschappelijke omgang met God. En ook fysiek stuit ze op barrières. Jarenlang is ze zwaar ziek. Op zeker ogenblik waant men haar zelfs dood. Teresa beschrijft die strijd onverbloemd in haar autobiografie. Het maakt haar tot een menselijke, herkenbare en toegankelijke heilige.
Woelige periodes en enkele diepe geestelijke ervaringen wisselen elkaar af. In 1554 leidden die de 39-jarige Teresa tot haar definitieve overgave aan God. Ze is letterlijk en figuurlijk moegestreden. Ze leert dat ze niet op eigen kracht in staat is haar onmacht te overwinnen. Ik verwachtte niets meer van mezelf. Al mijn vertrouwen stelde ik in God. L9,3 De liefde van God die Teresa in zichzelf ontdekt, zoekt een weg naar buiten. In 1562 sticht ze het Sint-Jozefsklooster om te komen tot een nieuwe vorm van kloosterleven. Via armoede en innerlijk gebed wil Teresa naar de kern van het christelijke leven gaan. Dat is de bron van Gods eigen leven die opwelt in ons hart en beleefd wordt als een persoonlijke vriendschapsrelatie met de mensgeworden God.
Na de 1ste stichting reist ze 20 jaar lang door Spanje om vrouwen- en mannenkloosters te stichten. Met succes ondanks vele moeilijkheden. Reizen was namelijk niet eenvoudig in die tijd. Bovendien zijn er menselijke tegenkantingen en zelfs verdachtmakingen tegenover de inquisitie. De tijdsgeest liep niet hoog op met vrouwen en ook niet met mensen die zich zelfbewust beriepen op eigen religieuze ervaring.
Teresa schrijft ongelooflijk veel brieven. Vaak tot midden in de nacht. Om geestelijke raad te geven, maar ook om praktische zaken te regelen voor de vele stichtingen. De e-mails van eind 16de eeuw. Daarnaast schrijft ze in opdracht van haar biechtvaders verschillende meesterwerken over het gebed en over haar eigen mystieke ervaringen en leven. Op 4 oktober 1582 sterft ze totaal uitgeput in Alba de Tormes. Ze is dan 67 jaar.
Spiritualiteit
De weg van het inwendig gebed. Teresa’s leven is groeien in gebed. En Teresa’s bidden is zo menselijk als het leven zelf. Bidden is voor haar geen verstandelijke activiteit of morele plicht. Het is in de eerste plaats een levende relatie onderhouden met de mensgeworden God. Inwendig bidden begint voor Teresa met de inspanning om zich Jezus innerlijk aanwezig voor te stellen. Naar ik meen, is inwendig bidden niets anders dan omgaan met een vriend: je weet je door hem bemind, je bent vaak met hem alleen. L8,5
Aardworm.
Teresa spreekt herhaaldelijk over zichzelf als een onwelriekende aardworm, als onbekwaam, als armzalig. Tegelijkertijd was ze tegen de tijdgeest en de inquisitie in heel zelfbewust over de waarde van haar religieuze ervaringen. Hoe valt dat te rijmen? En hoe valt het te rijmen met het belang dat wij vandaag hechten aan eigenwaarde? Het sleutelwoord is nederigheid. Hoe meer ervaringen je krijgt van Gods grootheid en liefde, hoe duidelijker wordt je eigen beperktheid en falen. Tot je uiteindelijk jezelf toelaat om arm én zalig tegelijk te zijn. Het is net in je beperktheid dat Gods grootheid in je leven kan binnenbreken.
Raad en troost op de weg van het gebed. Als biddende mens schrijft Teresa voor vrouwen en mannen die willen bidden. En die net zoals zij ervaren hoe moeilijk dat soms is. Teresa gaat de moeilijkheden niet uit de weg, maar beschrijft ze openhartig en soms geestig. Dat troost en bemoedigt. Haar goede raad getuigt van mensenkennis én Godskennis. Het laatste middel [tegen de verstrooidheid] dat ik uiteindelijk na jaren moeizaam zoeken vond… is er niet meer belang aan te hechten dan aan een krankzinnige. Laat de verbeelding haar koppigheid. God alleen kan die wegnemen. L17,7
Mystiek.
Teresa is bij sommigen bekend omwille van haar visioenen en andere bijzondere mystieke genaden. Zelf relativeert ze die. Weliswaar hebben ze haar op een bepaald moment de moed gegeven om vastberaden te kiezen voor God. Maar toch zijn het voorbijgaande fenomenen. De kern van de mystieke Teresa is dat het geloof voor haar ervaring is geworden. Het is een ontmoeting met de levende God, die ervaarbaar leven schenkt en die in toenemende mate de leiding van het persoonlijke leven overneemt.
Werken
In Het boek van mijn leven vertelt Teresa het verhaal van haar leven vanaf haar kinderjaren tot en met de stichting van het Sint-Jozefsklooster in 1562. Ze legt verantwoording af over haar gebedservaringen, die vooral een tocht naar het diepste innerlijke zijn.
Bijna gelijktijdig met haar autobiografie ontstaat Weg van volmaaktheid. Omdat de inquisitie veel religieuze boeken heeft verboden, neemt Teresa het initiatief om haar medezusters te onderrichten. Hoewel Teresa schrijft voor een kleine groep karmelietessen biedt dit boek wijsheid en inzichten voor iedereen die de weg van het gebed wil gaan.
Kloosterstichtingen is het reisverhaal dat Teresa bijhoudt tijdens haar omzwervingen door Spanje tot en met haar laatste levensjaren. Anekdotes, geestelijke raad en allerlei avonturen tonen het grote schrijftalent van Teresa. Hoewel het op het eerste gezicht een weinig geestelijk boek is, lees je tussen de lijnen een sterke getuigenis van hoe gebed en inzet in een leven samengaan en elkaar nodig hebben.
Haar meesterwerk Innerlijke Burcht uit 1577 legt systematisch de geestelijke groei van de mens uit. Het is een tocht van geestelijke verdieping en verinnerlijking, van de buitenkant naar het centrum van ons wezen dat ze vergelijkt met een burcht. Daar wacht God de mens op om hem te vervullen met zijn liefde.
De helft van Teresa’s nagelaten geschriften bestaat uit briefwisseling. Met de koning, bisschoppen, vrienden, religieuzen, familieleden. De brieven tonen haar rijke en veelzijdige persoonlijkheid die ver boven de middelmaat uitsteekt. Humor en fijn menselijk inzicht zijn nooit ver weg.
Iedereen die God benadert en waarlijk een partner van Christus wil zijn, moet het doen met het oog op dit doel, namelijk om veranderd en getransformeerd te worden van zijn of haar vroegere staat en houding, en een goed en nieuw mens te worden, die niets koestert van “de oude dame/man” (2 Kor. 5:17). Want in hetzelfde vers staat: “Als een vrouw of man in Christus is, is hij/zij een nieuw schepsel.” Want onze Heer Jezus Christus kwam om deze reden, om de menselijke natuur te veranderen, te transformeren en te vernieuwen, en om deze ziel te herscheppen die door de hartstocht ten val was gebracht door de overtreding. Hij kwam om de menselijke natuur te vermengen met zijn eigen Geest van de Godheid. Een nieuwe geest en een nieuwe ziel en nieuwe ogen, nieuwe oren en een nieuwe spirituele tong, en, in één woord, nieuwe mensen – dit was wat hij tot stand bracht in degenen die in hem geloven. Of NIEUWE WIJNZAKKEN, die hij zalft met zijn eigen licht van kennis, zodat hij er nieuwe wijn in kan gieten, die zijn Geest is. Want hij zegt: “Nieuwe wijn moet in nieuwe wijnzakken worden gedaan.” (Mt 9:17)
uitleg :
De metafoor van de wijnstok en de ranken is een van de eenvoudigste evangelieverhalen. Zoals elke goede tuinman weet, zal het fruit niet aan alle scheuten groeien, en zal het alleen de beste rijpheid bereiken als de wijnstokken met kracht worden gesnoeid. Het afknippen van verdwaalde scheuten zal een verschrikkelijke oogst opleveren.
Maar zodra de wijnstok is verzorgd, de druiven zijn geoogst en de wijn is gefermenteerd, moet hij rijpen. Het rijpen gebeurt in vaten, die met hoepels worden vastgesjord om te voorkomen dat de planken uit elkaar gaan. Het maken van vaten wordt gedaan door de kuipers en hoopers in de handel. Wanneer de wijn eindelijk klaar is om uit de vaten te worden geheveld, wordt hij gebotteld of in leren zakken gedaan, die over de schouder worden gedragen door degenen die hem ronddragen. De zakken werden gemaakt van varkenshuiden en behandeld zodat ze geen gaten of vlekken bevatten. Hoe fijner het leer, hoe minder zuurstof wordt afgebroken en hoe minder onzuiverheden de wijn infiltreren.
Wat doe je met je oude wijnzak als deze leeg is? Het beste wat je kunt doen is hem weggooien, want, zoals de gelijkenis zegt, nieuwe wijn vraagt om nieuwe wijnzakken:
“Niemand scheurt een lapje van een nieuw kledingstuk en naait het op een oud kledingstuk. Als hij dat wel doet, heeft hij het nieuwe kledingstuk gescheurd en zal het lapje van het nieuwe niet bij het oude passen. En niemand giet nieuwe wijn in oude wijnzakken. Als hij dat wel doet, zal de nieuwe wijn uit de zakken barsten, zal de wijn opraken en zullen de wijnzakken kapot gaan. Nee, nieuwe wijn moet in nieuwe wijnzakken worden gegoten. En niemand wil na het drinken van oude wijn de nieuwe, want hij zegt: ‘De oude is beter.’ (Lukas 5:36-39)
Er wordt aangenomen dat de volgende meditatie is geschreven door een Egyptische monnik en kluizenaar met de naam Macarius. Hij werd geboren in 300 na Christus en stierf in 391. Marcarius was een opmerkelijke man, een asceet, een schrijver, een kloosterling, een priester en een zeer wijs man. Hij wordt ook wel ‘De Lamp in de Woestijn’ genoemd. Hij werd jarenlang verbannen, gaf zijn familiefortuin weg en leidde een ongewoon leven, hoe je het ook wendt of keert. Hieronder staan twee paragrafen die aan hem worden toegeschreven. De woorden werden geschreven drie eeuwen nadat Christus op aarde wandelde. (Veranderingen in geslacht en in nadruk worden aan de vertaling toegevoegd.)
Sint Macarius de EgyptenaarPseudo-Macarius (300 – 391)
… jullie … zijn stenen van de tempel van de Vader, voorbereid voor de bouw van de Vader, en omhoog getrokken door het instrument van Jezus Christus, dat is het kruis (vgl. Joh. 12:32), gebruikmakend van van de Heilige Geest als een touw, terwijl uw geloof het middel was waarmee u omhoog ging, en uw liefde de weg die naar God leidde. Daarom bent u, evenals al uw medereizigers, goddragers, tempeldragers, Christusdragers, dragers van heiligheid, in alle opzichten getooid met de geboden van Jezus Christus.
De hele aarde is een levend icoon van het aangezicht van God. … Ik aanbid de materie niet. Ik aanbid de Schepper van de materie die ter wille van mij materie werd, die Zijn verblijfplaats in de materie wilde innemen, die mijn verlossing door de materie tot stand bracht. Nooit zal ik ophouden de zaak te eren die mijn verlossing tot stand heeft gebracht! Ik eer het, maar niet als God. Daarom groet ik alle resterende materie met eerbied, omdat God deze heeft gevuld met zijn genade en kracht. Hierdoor is mijn verlossing tot mij gekomen.
Fill me up with the crumbs of Your excellent banquet.
Let my life not come to ruin in the darkness on the left side.
Let Your truth not see the horrible pollution of my anguish in that wonderful morning when the eternal judgment will be declared.
The delights of this world are better, but woe to those who are enticed by them.
Just as a ship is tossed by the waves, so also my life is agitated with my turmoil.
Empty pleasures ensnare it with a false image of satisfaction.
Be my pilot and guide my ship to Your harbor in that grand morning when the eternal judgment will be announced.
God loves the repentant sinner and when his eyes are filled with tears, when he is groaning and weeping, and he calls out to Him, “Lord, save me from the fire.
I entreat You, receive the tears of my pain.
Willingly I have sinned before You, but willingly I repent.”
O sinner, enter brazenly.
The door is open already and prepared to welcome you.
Offer to the Lord a sacrifice of tear-drops and approach Him freely.
He has no demands, and he does not show partiality.
He is loving toward men and freely forgives the sins of the sinners who repent.
St. Ephraim the Syrian
Aan U is het berouwvolle welbehagen.
Neig naar mij, een zondaar.
Vul mij met de kruimels van Uw voortreffelijk feestmaal.
Laat mijn leven niet te gronde gaan in de duisternis aan de linkerkant.
Laat Uw waarheid de afschuwelijke vervuiling van mijn angst niet zien in die wonderbaarlijke morgen waarop het eeuwige oordeel zal worden uitgesproken.
De geneugten van deze wereld zijn beter, maar wee degenen die erdoor worden verlokt.
Zoals een schip door de golven heen en weer wordt geslingerd, zo wordt ook mijn leven in beroering gebracht door mijn onrust.
Lege genoegens verstrikken het met een vals beeld van bevrediging.
Wees mijn loods en leid mijn schip naar Uw haven in die grootse morgen wanneer het eeuwige oordeel zal worden aangekondigd.
God houdt van de berouwvolle zondaar en wanneer zijn ogen gevuld zijn met tranen, wanneer hij kreunt en huilt, en hij roept tot Hem: “Heer, red mij van het vuur.
Ik smeek U, ontvang de tranen van mijn pijn.
Gewillig heb ik voor U gezondigd, maar gewillig heb ik berouw.”
O zondaar, ga schaamteloos binnen.
De deur staat al open en staat klaar om u te verwelkomen.
Bied de Heer een offer van tranen aan en benader Hem vrijelijk.
Hij stelt geen eisen en toont geen partijdigheid.
Hij is liefdevol voor mensen en vergeeft vrijelijk de zonden van de zondaars die zich bekeren.
What does such a strongly expressed desire for freedom mean to you? This evil impulse is from evil. Your path has already been determined. Where is there to go? Did you not specify what you wanted by longing for freedom for yourself? There is no reason to seek inner freedom, for it already exists, for it is an integral part of the soul. No one can take it away. It turns out that you find external freedom desirable. But consider, if you will, how far such freedom would be permissible and feasible.
Whatever step you were to take would be an interference with liberty, and a reasonable one at that, to which, you must admit, you could not object. If this is how it is, then the impulse toward freedom is like chasing a rainbow, or worse, the desire to catch shadows. So in general it is a thousand times unthinkable for you. But what are you going to do? “I will run away here or there, and no one will dare to tell me where to go.” You are a true emancipator! Look at yourself, aren’t you tormented by pride? St. Theophan the Hermit
“Jaag geen valse vrijheid na”
Wat betekent zo’n sterk tot uitdrukking gebrachte drang naar vrijheid voor jou? Deze kwade impuls is van het kwaad. Je pad is al bepaald. Waar is er om naar toe te gaan? Heb je niet gespecificeerd wat je wilde, door zo naar vrijheid voor jezelf te verlangen? Er is geen reden om innerlijke vrijheid te zoeken, want die bestaat al, want die is een integraal onderdeel van de ziel. Niemand kan het wegnemen. Het blijkt dat je externe vrijheid wenselijk vindt. Maar bedenk eens, als u wilt, in hoeverre zo’n vrijheid geoorloofd en haalbaar zou zijn.
Welke stap je ook zou zetten, er zou een inmenging in de vrijheid zijn, en ook een redelijke, waartegen, moet je toegeven, je geen bezwaar tegen zou kunnen hebben. Als dit is hoe het is, dan is de impuls naar vrijheid als het najagen van een regenboog, of erger nog, het verlangen om schaduwen te vangen. Over het algemeen is het dus duizend keer ondenkbaar voor jou.
jMaar wat denk je te doen? “Ik zal hier of daar wegrennen, en niemand zal me durven vertellen waar ik heen moet.” Je bent een echte emancipator! Kijk eens naar jezelf, word je niet gekweld door trots?
The divine Incarnation in itself may be taken as the highest expression of ascetic action, for it required the greatest possible degree of humility. The Son of God carried this out in himself by deliberately relinquishing all the glory of his divinity and taking the form of a humble slave, a rejected servant.
Moreover, as a direct result of this, as the human will was totally united with the divine will, Christ completely conformed the human mind to the mind of God. This in itself may also be considered an act of asceticism, in the sense that it is an act of obedience by which Christ demonstrated definitively and practically His Sonship to God.
Asceticism is the constant working toward conforming the human the human will and mind to the mind and will of God. This definition is a guide for the ascetic life itself, for it indicates that every ascetic act that does not conform to the will of God is dogmatically erroneous.
Matthew the Poor
De goddelijke menswording op zichzelf kan worden opgevat als de hoogste uitdrukking van ascetisch handelen, want zij vereiste de grootst mogelijke graad van nederigheid. De Zoon van God bracht dit in zichzelf tot stand door opzettelijk afstand te doen van alle heerlijkheid van zijn goddelijkheid en de gedaante aan te nemen van een nederige slaaf, een verworpen dienstknecht.
Bovendien, als een direct gevolg hiervan, omdat de menselijke wil volledig verenigd was met de goddelijke wil, heeft Christus het menselijk gemoed volledig gelijkvormig gemaakt aan het denken van God. Dit kan op zichzelf ook worden beschouwd als een daad van ascese, in de zin dat het een daad van gehoorzaamheid is waarmee Christus definitief en praktisch Zijn Zoonschap aan God heeft getoond.
Ascetisme is het voortdurend werken aan het in overeenstemming brengen van de mens, de menselijke wil en het menselijk verstand met het verstand en de wil van God. Deze definitie is een leidraad voor het ascetische leven zelf, want het geeft aan dat elke ascetische daad die niet in overeenstemming is met de wil van God dogmatisch onjuist is.
De derde zonde, die alle zonden van de wereld samenvat, is: “de trots van het leven.” Dat is de eerste zonde in alle werelden: de zonde van Satan. De bron van alle zonden, die altijd zo was en voor altijd zal blijven. Je kunt zeggen: trots is de ultieme zonde. Elke zonde komt er door zijn levenskracht uit voort en houdt eraan vast: ‘de trots van het leven’ – geweven uit talloze veelsoortige trots, zowel groot als klein, zowel op de korte als op de lange termijn. Laten we de belangrijkste dingen niet vergeten: trots op glorie (wetenschappelijk, regering, in welke rang of positie dan ook in het algemeen), trots op schoonheid, trots op rijkdom, trots op welwillendheid, trots op nederigheid (ja! op nederigheid), trots op liefdadigheid. , trots op succes… Er is geen deugd die trots niet in een ondeugd kan veranderen. De trots van het gebed verandert de persoon die bidt in een Farizeeër, en de asceet in een zelfmoordenaar. Dus elke zonde is in werkelijkheid een zonde door trots, omdat Satan in werkelijkheid Satan is door trots. Zonder hoogmoed zou de zonde niet bestaan, noch in de engelenwereld, noch in de mensenwereld. Dit alles “is niet van de Vader.” Dat wat van de Vader is, is de eniggeboren Zoon van God. Hij is de vleesgeworden en gepersonifieerde nederigheid tegenover al Zijn goddelijke perfecties. In Zijn Evangelie is de begindeugd, de ultieme deugd, nederigheid (Matt. 5:3). Nederigheid is het enige medicijn tegen trots en alle andere zonden.
+ St. Justin Popovic uit De uitleg van de brieven van Johannes de Theoloog (1 Johannes 2:16
“Nadat ze alle moeilijkheden van het aardse leven heeft ervaren, ziet de Moeder van God elke traan, hoort ze elke kreun en elke smeekbede die tot Haar gericht is.”“Als God de Vader haar uitkoos, God de Heilige Geest op haar neerdaalde, en God de Zoon in haar woonde, zich aan haar onderwierp in de dagen van Zijn jeugd, bezorgd om haar was toen hij aan het kruis hing – dan zou niet iedereen die bekent dat de Heilige Drie-eenheid haar vereert?”
“Actie vóór het denken houdt trots in. Je moet geen haast hebben om te handelen; je moet eerst nadenken en bidden voordat je handelt. Als het gebed op de eerste plaats komt, dan is het niet het schuim van de geest, zijn lichtzinnigheid, maar de geheiligde geest die zal handelen.” begeleid het proces” St. Paisios de Athoniet
Zoek met veel zorg en aandacht een leraar die goed weet hoe hij leiding moet geven aan mensen die op weg zijn naar God; een leraar die rijk is aan deugden en wijs in de Heilige Schrift.
‘Reprimand and rebuke should be accepted as healing remedies for vice and as conducive to good health. From this it is clear that those who pretend to be tolerant because they wish to flatter . . . those who thus fail to correct sinners . . . actually cause them to suffer supreme loss and plot the destruction of that life which is their true life.’
Berisping en vermaning moeten worden aanvaard als genezende remedies tegen ondeugd en als bevorderlijk voor een goede gezondheid. Hieruit wordt duidelijk dat degenen die doen alsof ze tolerant zijn, omdat ze willen vleien. . . degenen die er dus niet in slagen zondaars te corrigeren. . . ervoor zorgen dat ze de grootste verliezen lijden en de vernietiging beramen van dat leven dat hun ware leven is.’
Rejoice with the joyous and weep with those who weep; for this is the sign of limpid purity. Suffer with those who are ill and mourn with sinners; with those who repent rejoice. Be every man’s friend, but in your mind remain alone. Be a partaker of the sufferings of all men, but keep your body distant from all. Rebuke no one, revile no one, not even men who live very wickedly. Spread your cloak over the man who is falling and cover him. And if you cannot take upon yourself his sins and receive his chastisement in his stay, then at least patiently suffer his shame and do not disgrace him. . . . Know, brother, that the reason why we must remain within the door of our cell is to be ignorant of the wicked deeds of men, and thus, seeing all as holy and good, we shall attain to purity of mind..
St. Isaac the Syrian
Verheug je met de vreugdevolle mensen en huil met degenen die huilen; want dit is het teken van heldere zuiverheid. Lijd met hen die ziek zijn en treur met zondaars; terwijl degenen die zich bekeren zich verheugen. Wees de vriend van iedere man, maar blijf in gedachten alleen. Wees deelgenoot van het lijden van alle mensen, maar houd uw lichaam ver van iedereen verwijderd. Bestraf niemand, beschimp niemand, zelfs niet mensen die heel slecht leven. Spreid je mantel uit over de man die valt en bedek hem. En als je zijn zonden niet op je kunt nemen en zijn kastijding tijdens zijn verblijf niet kunt ontvangen, lijd dan tenminste geduldig zijn schaamte en maak hem niet te schande. . . . Weet, broeder, dat de reden waarom we binnen de deur van onze cel moeten blijven, is dat we onwetend zijn van de slechte daden van mensen, en dat we, door alles als heilig en goed te beschouwen, een zuiverheid van geest zullen bereiken.
Het is schadelijk om eerdere zonden in detail te onthouden. Want als ze je verdriet bezorgen, zullen ze je van de hoop vervreemden, maar als ze zonder verdriet herinnerd worden, zullen ze de eerdere verontreiniging introduceren. Als je een onveroordeelde bekentenis aan God wilt overbrengen, denk dan niet in detail aan je zonden, maar verdraag manmoedig het lijden dat daardoor komt.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.