Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
O Heilige Teresa, serafijnse maagd, geliefde bruid van Uw gekruisigde Heer, Gij die op aarde brandde van een zo intense liefde voor Uw God en mijn God, en nu straalt als een schitterende vlam in het paradijs — verkrijg ook voor mij, smeek ik U, een vonk van datzelfde heilige vuur, dat mij helpt de wereld te vergeten, de geschapen dingen, zelfs mijzelf, want Uw vurige verlangen was dat Hij door alle mensen zou worden aanbeden.
jjVerleen mij dat al mijn gedachten, verlangens en gevoelens altijd gericht zijn op het volbrengen van Gods wil, de hoogste Goedheid — in vreugde of in pijn — want Hij is het waard om voor altijd bemind en gehoorzaamd te worden.
Verkrijg voor mij deze genade, Gij die zo machtig zijt bij God, dat ik, zoals Gij, vervuld mag worden van het heilige vuur van Gods liefde.
Amen.
(Sint Alfonsus van Liguori)
++++
Commentaar:
Dit gebed is een vurige smeekbede om de mystieke liefde die Teresa van Ávila bezielde. San Alfonso spreekt haar aan als een bruid van de Gekruisigde — een beeld dat haar diepe verbondenheid met Christus uitdrukt, niet in triomf maar in lijden en liefde. Hij vraagt niet om troost of visioenen, maar om een “vonkje” van haar brandende liefde: een vuur dat alles verteert wat niet God is.
Wat opvalt, is de radicale overgave: het verlangen om zelfs zichzelf te vergeten, zodat God in alles verheerlijkt wordt. Dit is geen vlucht uit het leven, maar een intense keuze voor innerlijke vrijheid. Teresa’s mystiek is niet zweverig, maar doordrenkt van concrete liefde, gehoorzaamheid en dienstbaarheid. Haar voorbeeld nodigt uit tot een leven waarin Gods wil het kompas is — ongeacht vreugde of pijn.
++++
Gebed in de geest van Teresa van Ávila
Heer Jezus, Gij die Teresa hebt vervuld met een liefde die alles verteerde, ontsteek ook in mij een vonk van dat heilige vuur. Laat mij de wereld niet haten, maar loslaten — niet uit afkeer, maar uit verlangen naar U.
Leer mij, zoals zij, mijn gedachten en verlangens te richten op Uw wil, in vreugde en in beproeving, want Gij alleen zijt het waard om bemind te worden.
Laat mij vergeten wat mij afleidt, zelfs mijzelf, opdat Gij alles in mij zijt.
Heilige Teresa, bid voor mij, dat ik mag leven in het vuur van Gods liefde, stil, trouw, en vol overgave. Amen.
“Laat mij nooit zoeken, laat mij nooit iets vinden buiten U; laat de schepselen niets voor mij betekenen; laat mij niets voor hen betekenen, en laat U, Jezus, alles zijn…
Laat mij nooit een last zijn voor anderen, en laat niemand zich met mij bezighouden; laat mij vertrapt en vergeten worden, als een zandkorreltje van U, Jezus…
Laat Uw wil volmaakt in mij geschieden…
Mijn taak is: mij niet met mijzelf bezighouden.”
— Thérèse van Lisieux
++++
Commentaar:
Deze tekst is een parel van radicale overgave en mystieke eenvoud. Thérèse verlangt ernaar om volledig doorzichtig te worden voor Gods liefde — niet door grootse daden, maar door kleinheid. Haar beeld van de zandkorrel is krachtig: iets dat geen aandacht vraagt, geen gewicht heeft, maar toch aanwezig is, beschikbaar, en opgenomen in het geheel.
Ze bidt niet om onzichtbaarheid uit zelfhaat, maar uit liefde: ze wil dat Jezus alles is, en zij niets dan een stille aanwezigheid in Zijn dienst. Dit is geen vlucht uit het leven, maar een diepe keuze voor innerlijke vrijheid. Ze wil niet dat mensen haar zien — ze wil dat ze Jezus zien.
Deze houding vraagt moed. Het is een uitnodiging om ons ego los te laten, om niet te leven voor erkenning, maar voor liefde. En tegelijk is het een troost: zelfs als we vergeten worden, zijn we nooit verloren — we zijn een zandkorreltje in Gods hand.
++++
Gebed:
Als een zandkorreltje
Heer Jezus, leer mij klein te zijn, niet uit angst, maar uit liefde.
Laat mij niet zoeken naar wat mij verheft, maar naar wat U verheerlijkt.
Laat mij vergeten worden als dat betekent dat U herinnerd wordt.
Laat mij een zandkorreltje zijn in Uw koninkrijk — stil, verborgen, maar door U gekend.
Laat mijn taak zijn om mijzelf los te laten, zodat Uw wil volmaakt in mij kan leven.
Enkele oude afbeeldingen van de Heilige Johannes van her Kruis met twee mooie gebeden om af te sluiten…..
Heer van licht en stilte, leer ons de weg van Johannes van het Kruis: dat wij in de nacht niet vrezen, maar ons laten dragen door Uw liefde. Maak ons leeg van onszelf, opdat wij vervuld worden van U. Amen.
Meditatie bij de feestdag van Johannes van het Kruis
In de stilte van de nacht, waar woorden verdwijnen en het hart spreekt, roep ik U aan, mijn God.
U bent de zachte adem die mijn ziel beweegt, de verborgen bron die in het duister stroomt.
Leer mij loslaten, wat mij bindt aan angst en controle. Leer mij vertrouwen, zoals Johannes vertrouwde in de leegte die vol werd van U.
Laat mijn hart rusten in Uw liefdevolle aanwezigheid, waar geen beelden meer nodig zijn, alleen het weten: U bent hier.
The Dark Night of the Soul (Losing Who We Thought We Were)
St. John of the Cross – “Transcending all knowledge”
I entered the unknown, and there I remained unknowing, all knowledge transcended.
Where I entered I knew not, but seeing myself there, not knowing where, great things then made themselves known.
What I sensed I cannot say, for I remained unknowing, all knowledge transcended.
Nederlands:
Ik trad binnen in het onbekende, en daar bleef ik onwetend, alle kennis overstegen.
Waar ik binnenging wist ik niet, maar toen ik mij daar bevond, niet wetend waar, werden grote dingen onthuld.
Wat ik ervoer kan ik niet zeggen, want ik bleef onwetend, alle kennis overstegen.
******************************
The Story of Saint John of the Cross…
BLIJF MIJ NABIJ…
(De oorsprokelijke Engelse tekst en de Nederlandstalige vertaling)
Abide with me
Engelse originele tekst (Abide with Me)
1.Abide with me: fast falls the eventide; The darkness deepens; Lord, with me abide. When other helpers fail and comforts flee, Help of the helpless, O abide with me.
2.Swift to its close ebbs out life’s little day; Earth’s joys grow dim, its glories pass away; Change and decay in all around I see— O Thou who changest not, abide with me.
3.I need Thy presence every passing hour; What but Thy grace can foil the tempter’s power? Who, like Thyself, my guide and stay can be? Through cloud and sunshine, Lord, abide with me.
4.I fear no foe, with Thee at hand to bless; Ills have no weight, and tears no bitterness. Where is death’s sting? Where, grave, thy victory? I triumph still, if Thou abide with me.
5.Hold Thou Thy cross before my closing eyes; Shine through the gloom, and point me to the skies. Heaven’s morning breaks, and earth’s vain shadows flee; In life, in death, O Lord, abide with me.
Nederlandse vertaling:
Nederlandse vertaling (Blijf mij nabij)
1.Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt, de nacht valt in, waarin geen licht meer straalt. Andere helpers, Heer, ontvallen mij, der hulpelozen hulp, wees mij nabij.
2.snel komt het einde van het korte leven, de vreugden van de aarde zijn verdreven. Verandering en verval zie ik overal, o Gij die niet verandert, blijf bij mij al.
3.Ik heb Uw nabijheid elk uur zo nodig, Uw kracht alleen maakt zwakken weer geduldig. Wie anders kan mijn steun en gids nu zijn? Door zon en schaduw, Heer, blijf mij nabij.
4.Ik vrees geen vijand met U aan mijn zij, geen kwaad doet pijn, geen tranen maken mij. Waar is de prikkel van de dood, waar zijn macht? Ik triomfeer nog steeds, met U als mijn kracht.
5.Toon mij Uw kruis voor mijn gesloten ogen, laat door de nacht Uw hemelglans mij bogen. De morgen breekt, de schaduw vlucht voorbij, in leven, sterven, Heer, blijf mij nabij.
2.Oh, als ik me tenminste kon neerleggen bij mijn beproevingen, aangezien ik niet zo genereus ben als u in het lijden en veracht worden!
3.Aan u, die in zoveel lijden altijd geduldig, berustend en vreugdevol was, vertrouw ik mij toe, zodat u mij leert berusten in mijn vele pijnen.
4.Ook heb ik geen gebrek aan zware zorgen en zware kruisen, en vaak blijf ik moe en ontmoedigd achter…, ik bezwijk…, en val.
5.Heb medelijden met mij, en help mij mijn kruisen met berusting en vreugde te dragen, altijd met mijn blik naar de hemel gericht.
6.Ik neem u als mijn beschermer, als mijn meester en mijn gids hier op aarde, om uw metgezel te zijn in het vaderland van het Paradijs. Amen.
St. Jan van het Kruis.
++++
Commentaar op de tekst
Uw gebed ademt de kern van de spiritualiteit van Jan van het Kruis:
Lijden en verachting: U benoemt dit als zijn “embleem”. Voor Jan was dit niet een doel op zich, maar een weg van zuivering. Hij zag het lijden als een poort waardoor de ziel vrijgemaakt wordt van eigenbelang en gehechtheid.
Berusting en vreugde: U vraagt om zijn hulp om uw kruisen niet enkel te dragen, maar ze te dragen met vreugde. Dit is precies zijn mystieke paradox: dat de “donkere nacht” uiteindelijk licht en vrede brengt.
Moeheid en ontmoediging: U erkent eerlijk uw zwakheid. Dit maakt uw gebed authentiek en menselijk. Jan van het Kruis zou zeggen dat juist in deze erkenning van armoede de ziel open wordt voor Gods genade.
jBlik naar de hemel: Uw tekst eindigt met een beweging omhoog, naar de uiteindelijke bestemming: gemeenschap met God. Dit is de hoop die Jan altijd voor ogen hield.
Kortom: uw gebed is een persoonlijke echo van zijn leer. Het verbindt uw eigen strijd met zijn mystieke weg, en dat maakt het krachtig en levend.
++++
Gebed:
Heer van licht en liefde,
U hebt Sint Jan van het Kruis gevormd
in de weg van lijden en verachting,
en hem geleerd vreugde te vinden
in de nacht van beproeving.
Leer ook mij, in mijn zwakheid,
mijn kruisen te dragen met berusting,
niet als last alleen,
maar als weg naar U.
Wanneer ik moe en ontmoedigd ben,
laat mij rusten in Uw nabijheid,
en mijn blik richten naar de hemel,
waar Uw vrede mij wacht.
Sint Jan van het Kruis,
wees mijn gids en metgezel,
totdat ik met u mag zingen
van de eeuwige liefde van God.
Amen.
********************
Dans nos obscurités (chant de Taizé) – ANAHATA
“Ontsteek in onze duisternis het vuur dat nooit dooft, dat nooit dooft.
Dans nos obscurités, allume le feu qui ne s’éteint jamais, qui ne s’éteint jamais.
En nuestra oscuridad, enciende la llama de tu amor Señor, de tu amor Señor.
Within our darkest night, you kindle the fire that never dies away, that never dies away.”
Bron : Taizé
********************
Dans nos obscurités (chant de Taizé) – ANAHATA
“Ontsteek in onze duisternis het vuur dat nooit dooft, dat nooit dooft.
Dans nos obscurités, allume le feu qui ne s’éteint jamais, qui ne s’éteint jamais.
En nuestra oscuridad, enciende la llama de tu amor Señor, de tu amor Señor.
Within our darkest night, you kindle the fire that never dies away, that never dies away.”
“Een enkele gedachte van de mens is meer waard dan de hele wereld; daarom is alleen God het waard.”
++++
Commentaar:
Deze uitspraak van Johannes van het Kruis is een krachtige meditatie over de waardigheid van het menselijk denken. In een wereld vol afleiding en oppervlakkigheid herinnert hij ons eraan dat onze innerlijke wereld — onze gedachten, verlangens, overwegingen — van onschatbare waarde zijn. Niet omdat ze groots zijn op zichzelf, maar omdat ze geschapen zijn om zich te richten op het hoogste: God zelf.
Het is een uitnodiging tot zuiverheid van hart en geest. Als onze gedachten zo kostbaar zijn, dan verdienen ze het om niet verspild te worden aan ijdelheid, angst of wrok. Ze zijn bedoeld om te rusten in God, om Hem te zoeken, te beminnen, en te overwegen. Johannes van het Kruis, als mysticus, zag het denken niet als een obstakel, maar als een kanaal voor contemplatie — mits het gewijd is aan het goddelijke.
++++
Gebed:
Heer, mijn God,
U hebt mij geschapen met een geest die kan denken,
overwegen, en verlangen. Help mij om mijn gedachten niet te verspillen aan
wat voorbijgaat, maar ze te richten op U, die eeuwig bent.
Laat mijn innerlijke wereld een tempel zijn waar U woont,
een stille plaats waar Uw liefde mij vormt.
Reinig mijn geest van onrust, en leer mij de
schoonheid van het stille denken in Uw aanwezigheid.
Want als één gedachte meer waard is dan de wereld,
1.Toon uw aanwezigheid, en laat uw aanblik en schoonheid mij doden; zie toch hoe de pijn van liefde niet geneest dan door uw aanwezigheid en gestalte.
2.O kristalheldere bron, als in uw zilveren gelaat plotseling zouden verschijnen de verlangde ogen die ik in mijn binnenste heb getekend!
3.Mijn Geliefde: de bergen, de eenzame, bosrijke dalen, de vreemde eilanden, de klaterende rivieren, het fluisteren van liefdevolle winden,
4.De stille nacht naast het opkomen van de dageraad, de stille muziek, de klinkende eenzaamheid, het liefdesmaal dat verkwikt en betovert.
5.In de innerlijke wijnkelder van mijn Geliefde dronk ik, en toen ik vertrok door deze hele vlakte, wist ik niets meer; en het vee dat ik volgde, verloor ik.
6.Daar gaf Hij mij zijn hart, daar leerde Hij mij een heerlijke wijsheid, en ik gaf Hem mijzelf, zonder iets achter te houden; daar beloofde ik zijn Bruid te zijn.
7.Mijn ziel is toegewijd, en al mijn bezit, aan zijn dienst; ik hoed geen kudde meer, ik heb geen ander werk, want alleen liefhebben is mijn bezigheid.
8.“Laten we ons verheugen, Geliefde, laten we elkaar aanschouwen in schoonheid op de berg en de heuvel van het zuivere water; laten we dieper binnengaan in het woud.”
— San Juan de la Cruz —
+++++
Commentaar:
Dit mystieke gedicht is een lofzang op de intieme vereniging tussen de ziel en God. San Juan de la Cruz gebruikt beelden uit de natuur — bergen, rivieren, stilte, muziek — om de ervaring van goddelijke liefde te beschrijven. Het is geen afstandelijke bewondering, maar een diepe, persoonlijke overgave: de ziel drinkt van Gods wijsheid, vergeet alles wat haar bezighield, en leeft voortaan alleen om lief te hebben.
De “innerlijke wijnkelder” symboliseert het hart van God, waar de ziel zich verliest in een liefde die alle kennis overstijgt. Het gedicht eindigt met een uitnodiging: “entremos más adentro en la espesura” — laten we dieper binnengaan in het woud. Dit is een oproep tot contemplatie, tot het loslaten van alles wat afleidt, en tot het zoeken van God in de stilte van het hart.
++++
Gebed
Gebed van overgave aan de goddelijke schoonheid
God van liefde, U bent de bron van alle schoonheid, helder als kristal, diep als de stilte van de nacht. Laat mij uw aanwezigheid proeven, uw blik die geneest, uw stem die mij roept.
Ik geef U mijn hart, mijn werk, mijn zorgen, mijn verlangens. Leer mij de wijsheid van de liefde, die niets vraagt dan zichzelf te geven.
Neem mij mee naar uw innerlijke wijnkelder, waar ik mag drinken van uw vreugde. Laat mij vergeten wat mij afleidt, en alleen leven om U lief te hebben.
Laten we samen gaan, mijn Geliefde, naar de berg van het zuivere water, dieper het woud in, waar uw schoonheid mij omhelst in stilte.
“Van mij zijn de hemelen en van mij is de aarde; van mij zijn de mensen, de rechtvaardigen zijn van mij en ook de zondaars zijn van mij; de engelen zijn van mij, en de Moeder van God is van mij, en alle dingen zijn van mij, en God zelf is van mij en voor mij, want Christus is van mij en geheel voor mij.”
— Sint Jan van het Kruis
++++
Commentaar:
Deze woorden van San Juan de la Cruz drukken een mystieke eenheid uit tussen de ziel en God. Het is geen arrogante claim van bezit, maar een diepe ervaring van liefdevolle verbondenheid. In Christus wordt alles ons gegeven — niet als eigendom, maar als gave. De heiligen, de zondaars, de engelen, zelfs Maria en God zelf: alles is voor de ziel die zich volledig aan Christus heeft toevertrouwd.
Het is de taal van de bruidsmystiek, waarin de ziel zich verenigd weet met haar Goddelijke Bruidegom. Deze eenheid overstijgt alle scheiding: niets is meer buiten de geliefde ziel, want alles is opgenomen in de liefde van Christus. Dit is geen opschepperige claim, maar een nederige verwondering: “Omdat Christus van mij is, is alles van mij.”
++++
Gebed
Heer Jezus, U bent mijn alles. In U is de hemel niet ver, de aarde niet vreemd, de mensen niet vijandig, de zondaars niet verloren. U hebt alles tot U getrokken — en in U, tot mij.
Laat mijn hart niet heersen, maar ontvangen. Laat mijn ziel niet bezitten, maar liefhebben. Laat mij leven in het besef dat alles mij gegeven is, niet om vast te houden, maar om door te geven.
Want U bent van mij, en geheel voor mij — en daarom wil ik geheel van U zijn.
“Liefde bestaat niet in het voelen van grote dingen, maar in het hebben van grote onthechting en in het lijden voor de Geliefde (God).”
— Johannes van het Kruis
++++
Commentaar:
Johannes van het Kruis, mysticus en karmeliet, wijst hier op een diep paradoxaal inzicht: ware liefde is niet gebaseerd op intense gevoelens of verheven ervaringen, maar op een innerlijke vrijheid — een onthechting van alles wat ons bindt aan het ego, aan bezit, aan comfort. Liefde wordt zichtbaar in het vermogen om te lijden voor de Geliefde, niet als zelfkastijding, maar als vrijwillige overgave, als deelname aan het kruis van Christus.
Deze woorden nodigen uit tot een zuivering van onze intenties. Ze stellen de vraag: bemin ik God om wat Hij mij geeft, of om wie Hij is? Johannes leert dat de ziel pas werkelijk vrij is om lief te hebben wanneer ze niets meer vasthoudt — geen troost, geen erkenning, geen zekerheid — behalve het verlangen om één te zijn met God, zelfs in duisternis.
++++
Gebed
Geliefde God, leer mij lief te hebben zoals Gij bemint — niet om wat ik voel,
maar om wie Gij zijt. Maak mijn hart vrij van alles wat mij bindt,
van het zoeken naar troost, naar bevestiging, naar grootheid.
Laat mijn liefde stil zijn, zuiver, bereid tot lijden, niet als straf,
maar als deelname aan Uw liefdevolle offer.
Onthecht mij, Heer, zodat ik U kan volgen in eenvoud,
De Levende Vlam van Liefde — Johannes van het Kruis
1. O levende vlam van liefde, Die mijn ziel teder verwondt in haar diepste kern, Nu jij niet langer drukt of kwetst, vervolmaak mij als het uw wil is, En verbreek het web van deze zoete ontmoeting.
2. O zoete gloed! O heerlijke wond! O zachte hand! O tedere aanraking, Die proeft naar eeuwig leven en elke schuld vereffent! In het doden heb jij de dood veranderd in leven.
3. O vurige lampen! In wier glans De diepe spelonken van het gevoel, Eens duister en blind, Nu zelden en wonderbaarlijk Warmte en licht geven aan hun Geliefde.
4. Hoe zacht en liefdevol ontwaak jij in mijn hart, Waar jij in het verborgene alleen woont; En in jouw zoete ademhaling, Vervuld van goedheid en glorie, Hoe teder vul jij mijn hart met liefde.
Commentaar
Dit mystieke gedicht is een lofzang op de transformerende kracht van Gods liefde. Johannes van het Kruis beschrijft hoe de goddelijke liefde niet alleen het hart raakt, maar het volledig herschept. De “wond” is geen pijnlijke wonde, maar een tedere aanraking die het diepste van de ziel opent voor Gods aanwezigheid. De beelden van vuur, adem, aanraking en licht drukken een intieme, innerlijke ervaring uit — een liefde die niet vernietigt, maar vernieuwt.
De derde strofe is bijzonder krachtig: de “lampen van vuur” verlichten de duistere diepten van het innerlijk, waardoor de ziel warmte en licht kan teruggeven aan God. Het is een wederkerige liefde: God raakt de ziel, en de ziel antwoordt met liefde.
De laatste strofe is een beschrijving van de stille, verborgen aanwezigheid van God in het hart. Het is een contemplatieve ervaring: geen woorden, geen daden, maar een zachte ademhaling van liefde die het hart vervult.
++++
Gebed
Liefdevolle God, Gij zijt de levende vlam die mijn hart raakt en herschept.
Raak mij in mijn diepste kern, Niet om mij te breken,
maar om mij te helen. Laat uw zachte aanraking mijn wonden genezen,
Uw adem mijn ziel vervullen, Uw licht mijn duisternis verjagen.
Woon in mij, in stilte en glorie, En laat mijn hart antwoorden met liefde.
Citaten uit de verzamelde werken van Sint-Jan van het Kruis
“ Geef nooit het gebed op, en mocht u droogte en moeilijkheden ondervinden, volhard er dan in om deze reden. God wil vaak zien welke liefde uw ziel heeft, en liefde wordt niet beproefd door gemak en voldoening.”
― Johannes van het Kruis, The Collected Works of St. John of the Cross (inclusief The Ascent of Mount Carmel, The Dark Night, The Spiritual Canticle, The Living Flame of Love, Letters en The Minor Works) [Herziene editie]
“Onze grootste behoefte is om stil te zijn voor deze grote God met de eetlust en met de tong, want de enige taal die hij hoort is de stille taal van de liefde.”
― Johannes van het Kruis, De verzamelde werken van St. Johannes van het Kruis (inclusief De beklimming van de berg Karmel, De donkere nacht, Het spirituele lied, De levende vlam van liefde, Brieven en De kleinere werken) [herziene editie]
“ Voordat het goddelijke vuur in de substantie van de ziel wordt geïntroduceerd en ermee wordt verenigd door volmaakte en volledige zuivering en zuiverheid, verwondt zijn vlam, die de Heilige Geest is, de ziel door de onvolkomenheden van zijn slechte gewoonten te vernietigen en te verteren. En dit is het werk van de Heilige Geest, waarin hij het geschikt maakt voor goddelijke vereniging en transformatie in God door liefde. Het vuur van de liefde dat daarna met de ziel wordt verenigd en het verheerlijkt, is wat het eerder aanviel door het te zuiveren, net zoals het vuur dat een houtblok doordringt hetzelfde is dat eerst een aanval doet op het hout, het verwondt met de vlam, het uitdroogt en het ontdoet van zijn lelijke kwaliteiten totdat het zo geschikt is dat het kan worden doordrongen en getransformeerd in het vuur. Spirituele schrijvers noemen deze activiteit de zuiverende manier.”
― Johannes van het Kruis, De verzamelde werken van Sint-Jan van het Kruis (inclusief De beklimming van de berg Karmel, De donkere nacht, Het spirituele lied, De levende vlam van liefde, Brieven en De kleinere werken) [herziene editie]
“Zoek in het lezen en je zult vinden in meditatie; klop in gebed en het zal voor je worden geopend in contemplatie.”
― Juan de la Cruz, The Collected Works of St. John of the Cross (inclusief The Ascent of Mount Carmel, The Dark Night, The Spiritual Canticle, The Living Flame of Love, Letters en The Minor Works) [Herziene editie]
“Brief 33 [Aan een ongeschoeide Karmelietes in Segovia[63] Ubeda, oktober-november 1591] … Heb een grote liefde voor hen die u tegenspreken en niet liefhebben, want op deze manier wordt liefde verwekt in een hart dat geen liefde heeft. God handelt zo met ons, want hij heeft ons lief, zodat wij kunnen liefhebben door middel van de liefde die hij voor ons koestert. [63] De identiteit van deze persoon is onbekend.”
― Johannes van het Kruis, The Collected Works of St. John of the Cross (inclusief The Ascent of Mount Carmel, The Dark Night, The Spiritual Canticle, The Living Flame of Love, Letters en The Minor Works) [Herziene editie]
“Om met Hem verenigd te worden, moet de wil bijgevolg worden leeggemaakt en losgemaakt van alle ongeordende begeerte en bevrediging met betrekking tot elk bijzonder ding waarin hij zich kan verheugen, of het nu aards of hemels, tijdelijk of spiritueel is, zodat hij, gezuiverd en gereinigd van alle buitensporige bevredigingen, vreugden en begeerten, volledig in beslag kan worden genomen door God lief te hebben met zijn genegenheden.”
― Johannes van het Kruis, De verzamelde werken van St. Johannes van het Kruis (inclusief De beklimming van de berg Karmel, De donkere nacht, Het spirituele gezang, De levende vlam van liefde, Brieven en De kleinere werken) [herziene editie]
“Daarom is het voor de ziel om in haar centrum te zijn – wat God is, zoals we hebben gezegd – voldoende om één graad van liefde te bezitten, want door één graad alleen is ze verenigd met Hem door genade. Als ze twee graden heeft, wordt ze verenigd en geconcentreerd in God in een ander, dieper centrum. Als ze er drie bereikt, centreert ze zichzelf in een derde. Maar zodra ze de laatste graad heeft bereikt, is Gods liefde aangekomen bij het verwonden van de ziel in haar ultieme en diepste centrum, wat is om haar te verlichten en te transformeren in haar hele wezen, kracht en sterkte, en overeenkomstig haar capaciteit, totdat ze God lijkt te zijn. Wanneer licht schijnt op een schoon en zuiver kristal, zien we dat hoe intenser de graad van licht, hoe meer licht het kristal in zich heeft geconcentreerd en hoe helderder het wordt; het kan zo schitterend worden door de overvloed aan ontvangen licht dat het lijkt alsof het allemaal licht is. En dan is het kristal niet te onderscheiden van het licht, omdat het wordt verlicht overeenkomstig haar volledige capaciteit, wat is om te lijken op licht.”
― Johannes van het Kruis, De verzamelde werken van Sint-Jan van het Kruis (inclusief De beklimming van de berg Karmel, De donkere nacht, Het spirituele lied, De levende vlam van liefde, Brieven en De kleinere werken) [herziene editie]
“Wanneer een grote menigte een pelgrimstocht maakt, zou ik hem nooit aanraden dit te doen, want in de regel keren mensen bij deze gelegenheden terug in een staat van grotere afleiding dan toen ze gingen. En velen gaan op pad en maken deze pelgrimstochten voor ontspanning in plaats van voor devotie.”
― Sint-Jan van het Kruis, De complete werken van Sint-Jan van het Kruis, van de Orde van Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel
“Houd dit in gedachten, dochters: de ziel die snel is om te spreken en te converseren, is traag om zich tot God te wenden. Want wanneer zij zich tot God wendt, wordt zij sterk en innerlijk aangetrokken tot stilte en vlucht van alle conversatie. Want God verlangt dat een ziel zich meer met Hem verheugt dan met enig ander persoon, hoe gevorderd en behulpzaam de persoon ook mag zijn.”
― Johannes van het Kruis, The Collected Works of St. John of the Cross (inclusief The Ascent of Mount Carmel, The Dark Night, The Spiritual Canticle, The Living Flame of Love, Letters en The Minor Works) [Herziene editie]
“Voor zijn eigen welzijn moet het intellect doen wat u veroordeelt; dat wil zeggen, het moet vermijden zich bezig te houden met specifieke kennis, want het kan God niet bereiken door middel van deze kennis, die het eerder zou belemmeren in zijn vooruitgang naar Hem toe.”
― Johannes van het Kruis, De verzamelde werken van St. Johannes van het Kruis (inclusief De beklimming van de berg Karmel, De donkere nacht, Het spirituele gezang, De levende vlam van liefde, Brieven en De kleinere werken) [herziene editie]
“God is meer tevreden met één werk, hoe klein ook, dat in het geheim wordt gedaan, zonder de wens dat het bekend wordt, dan duizend die worden gedaan met de wens dat mensen ervan weten. Degenen die met de zuiverste liefde voor God werken, geven er niet alleen niets om of anderen hun werken zien, maar streven er zelfs niet naar dat God zelf ervan weet. Zulke personen zouden niet ophouden God dezelfde diensten te verlenen, met dezelfde vreugde en zuiverheid van liefde, zelfs als God er nooit van zou weten.”
― Johannes van het Kruis, The Collected Works of St. John of the Cross (inclusief The Ascent of Mount Carmel, The Dark Night, The Spiritual Canticle, The Living Flame of Love, Letters en The Minor Works) [Herziene editie]
“Ze vertrouwen meer op methoden en soorten ceremonie dan op de realiteit van hun gebed, en hierin beledigen en mishagen ze God enorm.
Ik verwijs bijvoorbeeld naar een mis die met zoveel kaarsen wordt gezegd, niet meer en niet minder; die door een priester op zo en zo’n manier wordt gezegd; en op zo en zo’n uur moet worden gezegd, niet eerder en niet later; en de gebeden en staties moeten op zo’n tijdstip en met zulke ceremonies worden gedaan en op geen enkele andere manier; en de persoon die ze doet, moet zulke kwaliteiten of kwalificaties hebben.
En er zijn mensen die denken dat als een van deze details die ze hebben vastgelegd ontbreekt, er niets wordt bereikt.
Wat erger is, en inderdaad ondraaglijk, is dat bepaalde personen verlangen om enig effect in zichzelf te voelen, of om smeekbeden vervuld te zien, of om te weten dat het doel van deze ceremoniële gebeden van hen zal worden bereikt.
Dit is niets minder dan God verzoeken en Hem enorm beledigen, zozeer zelfs dat Hij soms toestemming geeft aan de duivel om hen te misleiden.”
― Sint-Jan van het Kruis, De volledige werken van Sint-Jan van het Kruis, van de Orde van Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Karmel
“Iedereen weet dat niet vooruitgaan op deze weg betekent terugkeren, en geen terrein winnen betekent verliezen.”
― Johannes van het Kruis, De verzamelde werken van Sint-Jan van het Kruis (inclusief De beklimming van de berg Karmel, De donkere nacht, Het spirituele lied, De levende vlam van liefde, Brieven en De kleinere werken) [herziene editie]
“Het is dan ook betreurenswaardig om sommige zielen te zien, beladen als rijke vaten met rijkdom, daden, spirituele oefeningen, deugden en gunsten van God, die nooit vooruitkomen omdat ze de moed missen om volledig te breken met een beetje voldoening, gehechtheid of genegenheid (die allemaal ongeveer hetzelfde zijn) en daardoor nooit de haven van perfectie bereiken.”
― Johannes van het Kruis, The Collected Works of St. John of the Cross (inclusief The Ascent of Mount Carmel, The Dark Night, The Spiritual Canticle, The Living Flame of Love, Letters en The Minor Works) [Herziene editie]
“Brief 26 [Aan Madre María de la Encarnación,[53] ongeschoeide karmelietes in Segovia, 6 juli 1591][54] … Laat wat mij overkomt, dochter, u geen verdriet bezorgen, want het bezorgt mij geen verdriet. Wat mij het meeste verdriet doet, is dat degene die geen schuld heeft, de schuld krijgt. Mensen doen zulke dingen niet, maar God, die weet wat goed voor ons is en de dingen voor ons bestwil regelt. Denk aan niets anders dan dat God alles verordent, en waar geen liefde is, doe daar liefde, en je zult liefde tevoorschijn halen…”
― Johannes van het Kruis, The Collected Works of St. John of the Cross (inclusief The Ascent of Mount Carmel, The Dark Night, The Spiritual Canticle, The Living Flame of Love, Letters en The Minor Works) [Herziene editie]
“Daarom zouden zij die zouden denken dat God hen in de steek laat vanwege hun gebrek aan spirituele zoetheid en vreugde, of die zich zouden verheugen, denkend dat zij God bezitten vanwege de aanwezigheid van deze zoetheid, erg dwaas zijn. En zij zouden nog dwazer zijn als zij op zoek zouden gaan naar deze zoetheid in God en zich zouden verheugen en erin vastgehouden zouden worden. Met zo’n houding zouden zij God niet langer zoeken met hun wil gegrond in de leegte van geloof en naastenliefde, maar zij zouden spirituele voldoening en zoetheid zoeken, die schepselen zijn, door hun eigen plezier en eetlust na te jagen. En aldus zouden zij God niet langer puur liefhebben, boven alle dingen, wat betekent dat alle kracht van iemands wil op hem gericht moet zijn.”
― Johannes van het Kruis, The Collected Works of St. John of the Cross (inclusief The Ascent of Mount Carmel, The Dark Night, The Spiritual Canticle, The Living Flame of Love, Letters en The Minor Works) [Herziene editie]
“De werking van de wil is heel anders dan het gevoel van de wil: door zijn werking, die liefde is, wordt de wil verenigd met God en eindigt in hem, en niet door het gevoel en de bevrediging van zijn eetlust die in de ziel blijft en niet verder gaat. De gevoelens dienen alleen als stimulansen voor liefde, als de wil verder wil gaan dan hen; en ze dienen niet meer. Zo leiden de verrukkelijke gevoelens de ziel niet op zichzelf naar God, maar zorgen ze er eerder voor dat ze gehecht raakt aan verrukkelijke gevoelens. Maar de werking van de wil, die de liefde voor God is, concentreert de genegenheid, vreugde, plezier, voldoening en liefde van de ziel alleen op God, waarbij alle dingen opzij worden gezet en hij boven alles liefheeft.”
― Johannes van het Kruis, The Collected Works of St. John of the Cross (inclusief The Ascent of Mount Carmel, The Dark Night, The Spiritual Canticle, The Living Flame of Love, Letters en The Minor Works) [Herziene editie]
“Aangezien de wil God nooit heeft geproefd zoals Hij is of Hem heeft gekend door enige bevrediging van de eetlust, en bijgevolg niet weet hoe God is, kan hij niet weten wat het genoegen van God is; noch kunnen zijn wezen, eetlust en bevrediging weten hoe God te begeren, want Hij overstijgt al zijn vermogen. Zo is het duidelijk dat geen van al die bijzondere dingen waarin hij zich kan verheugen God is. Om met Hem verenigd te zijn, moet de wil bijgevolg worden leeggemaakt en losgemaakt van alle ongeordende eetlust en bevrediging met betrekking tot elk bijzonder ding waarin hij zich kan verheugen, of het nu aards of hemels, tijdelijk of geestelijk is, zodat hij, gezuiverd en gereinigd van alle buitensporige bevredigingen, vreugden en eetlusten, volledig in beslag kan worden genomen door God lief te hebben met zijn genegenheden. Want als de wil op enigerlei wijze God kan begrijpen en met Hem verenigd kan worden, dan is het door liefde en niet door enige bevrediging van de eetlust.”
― Johannes van het Kruis, De verzamelde werken van Sint-Jan van het Kruis (inclusief De beklimming van de berg Karmel, De donkere nacht, Het spirituele lied, De levende vlam van liefde, Brieven en De kleinere werken) [herziene editie]
“Zo laag is onze toestand in dit leven; want wij denken dat anderen net als wij zijn en wij oordelen anderen naar wat wijzelf zijn, aangezien ons oordeel van binnenuit en niet van buitenaf komt. Zo denkt de dief dat anderen ook stelen; en de wellustige denken dat anderen ook wellustig zijn; en de kwaadaardige denken dat anderen ook kwaadaardigheid dragen, hun oordeel voortkomend uit hun eigen kwaadaardigheid; en de goeden denken goed over anderen, want hun oordeel vloeit voort uit de goedheid van hun eigen gedachten; en voor degenen die zorgeloos en slapend zijn, lijkt het dat anderen dat ook zijn. Vandaar dat het zo is dat wanneer wij zorgeloos en slapend zijn in Gods aanwezigheid, het ons lijkt dat het God is die slaapt en ons verwaarloost, zoals te zien is in psalm 43 waar David tot Hem roept: Sta op, Heer, waarom slaapt U? Sta op [Ps. 44:23].”
― Johannes van het Kruis, De verzamelde werken van Sint-Jan van het Kruis (inclusief De beklimming van de berg Karmel, De donkere nacht, Het spirituele lied, De levende vlam van liefde, Brieven en De kleinere werken) [herziene editie]
“Het verdragen van duisternis is de voorbereiding op groot licht.”
— Heilige Johannes van het Kruis
++++
Commentaar:
Deze uitspraak van Johannes van het Kruis is doordrenkt van mystieke diepgang. Hij spreekt tot de ziel die zich in een periode van innerlijke duisternis bevindt—wanneer God afwezig lijkt, wanneer gebed droog is, wanneer het leven zijn glans verliest. In de traditie van de “donkere nacht van de ziel” leert Johannes dat deze duisternis geen straf is, maar een heilige voorbereiding. Het is een zuivering, een leegmaken van alles wat niet God is, zodat het ware Licht—God zelf—kan binnenstromen.
Het is een uitnodiging tot vertrouwen: niet alles wat donker is, is verloren. Soms is het juist in de afwezigheid dat de aanwezigheid zich dieper nestelt. Zoals de ogen wennen aan het donker en dan het subtiele licht beginnen te zien, zo leert de ziel in de duisternis de ware glans van Gods genade kennen.
++++
Gebed: God van licht,
wanneer ik mij bevind in duisternis,
help mij te vertrouwen dat U werkt in het verborgene.
Laat mijn hart niet vluchten voor de leegte,
maar haar omarmen als een heilige ruimte waarin U mij zuivert,
vormt en voorbereidt. Moge ik leren wachten, zoals de aarde wacht op de
dageraad, in stille hoop op het grote licht dat komt van U alleen.
“Geef het gebed nooit op. En als je droogte en moeite ervaart, volhard dan juist daarom. God wil vaak zien hoeveel liefde er in je ziel leeft, en liefde wordt niet beproefd door gemak en voldoening.”
— Johannes van het Kruis
++++
Commentaar:
Johannes van het Kruis, mysticus en karmeliet, wijst ons hier op een diepe waarheid: gebed is geen vlucht uit de moeilijkheid, maar een weg dóór de moeilijkheid. Droogte in het gebed — het gevoel dat God afwezig is, dat woorden leeg zijn — is geen teken van falen, maar een uitnodiging tot zuivere liefde. God verlangt geen prestaties, maar een hart dat blijft zoeken, ook als het niets voelt.
Liefde die alleen leeft bij troost en gemak is nog pril. Maar liefde die blijft in de leegte, die zegt “ik blijf bij U, ook als ik U niet voel” — dát is de liefde die rijpt, die God verheugt. Johannes herinnert ons eraan: juist in de dorheid wordt onze liefde echt.
++++
Gebed
Heer, mijn God, Soms is mijn gebed droog, mijn hart stil, mijn ziel moe.
Maar ik wil blijven — niet om wat ik voel, maar om wie U bent.
Leer mij volharden, ook als het moeilijk is. Laat mijn liefde niet afhangen van troost,
maar groeien in trouw, in stilte, in vertrouwen. Want U bent daar, ook als ik U niet zie.
SINT JAN VAN HET KRUIS – Ik trad binnen waar ik niets wist, en bleef daar zonder te weten, alle kennis overstijgend.
1.Ik wist niet waar ik was, maar toen ik daar mij bevond, zonder te weten waar ik was, begreep ik grote dingen; ik zal niet zeggen wat ik voelde, want ik bleef zonder te weten, alle kennis overstijgend.
2.Van vrede en barmhartigheid was de kennis volmaakt, in diepe eenzaamheid begrepen, op rechte weg; het was zo geheim, dat ik bleef stamelen, alle kennis overstijgend.
3.Ik was zo verzonken, zo verdiept en vervreemd, dat mijn zintuigen van alle gevoel beroofd waren, en mijn geest begiftigd met een begrijpen zonder begrijpen, alle kennis overstijgend.
4.Wie daar werkelijk komt verliest zichzelf; wat hij eerst wist lijkt hem zeer gering, en zijn kennis groeit zo dat hij blijft zonder te weten, alle kennis overstijgend.
5.Hoe hoger men stijgt, hoe minder men begrijpt, want het is de duistere wolk die de nacht verlicht: wie haar kent blijft altijd zonder te weten, alle kennis overstijgend.
6.Dit weten zonder weten heeft zo’n grote kracht, dat de wijzen redenerend het nooit kunnen overwinnen; want hun weten reikt niet tot het niet-begrijpend begrijpen, alle kennis overstijgend.
7.En zo verheven is dit hoogste weten, dat geen vermogen of wetenschap het kan omvatten; wie zichzelf weet te overwinnen met een niet-weten dat weet, zal altijd blijven overstijgen.
8.En als je het wilt horen: deze hoogste kennis bestaat in een verheven gevoel van de goddelijke essentie; het is een werk van zijn genade om ons te doen blijven zonder te begrijpen, alle kennis overstijgend.
++++
Commentaar:
Dit mystieke gedicht beschrijft een spirituele ervaring van diepe contemplatie waarin het verstand faalt en het hart wordt geopend voor een goddelijke werkelijkheid die alle menselijke kennis overstijgt. San Juan van het Kruis gebruikt paradoxen zoals “weten zonder weten” en “begrijpen zonder begrijpen” om te wijzen op een innerlijk weten dat voortkomt uit liefde en genade, niet uit studie of rede.
De herhaling van “alle kennis overstijgend” benadrukt dat ware wijsheid niet ligt in intellectuele beheersing, maar in het loslaten van het zelf en het toelaten van God. Het is een uitnodiging tot nederigheid, stilte en overgave.
“En ik zag de rivier waar elke ziel doorheen moet gaan om het koninkrijk van de hemel te bereiken, en de naam van die rivier was lijden. En ik zag een boot die zielen over de rivier droeg, en de naam van die boot was liefde.”
— Johannes van het Kruis
++++
Commentaar:
Johannes van het Kruis, mysticus en karmeliet, spreekt hier in krachtige beelden over de weg naar God. De rivier van het lijden is geen obstakel maar een noodzakelijke doorgang: een spirituele zuivering, een diepte waarin de ziel leert loslaten, vertrouwen, en zich overgeven. Maar het lijden op zich is niet het doel — het is de liefde die ons draagt. Liefde is de boot, het voertuig dat ons veilig overzet. Niet onze eigen kracht, maar de liefde van Christus, de liefde van God, en de liefde die wij ontvangen en geven in kwetsbaarheid.
Deze metafoor nodigt uit tot overgave: niet om het lijden te zoeken, maar om het niet te vrezen. Want als we ons laten dragen door liefde, wordt zelfs het lijden een brug naar het goddelijke.
++++
Gebed
Heer, U kent de rivier die ik moet oversteken.
Soms is het water diep, koud, en donker.
Maar U hebt mij een boot gegeven — Uw liefde.
Laat mij niet verdrinken in angst of wanhoop,
maar leer mij vertrouwen op Uw aanwezigheid.
Draag mij, Heer, over het water van het lijden,
en breng mij dichter bij Uw hart. Laat mijn liefde voor U groeien,
Opnieuw zullen jullie Hem zien, Zoals jullie Hem vandaag hebben zien gaan,” Alleluia, alleluia.
In glorieuze pracht opstijgend Naar de poorten van de hemel.
Alleluia, alleluia, alleluia, alleluia, alleluia.
Sta ons toe die weg te volgen, En met onvermoeide harten te stijgen, Alleluia, alleluia.
Richting de Troon van Uw Koninkrijk, Waar U, zoals ons geloof leert, nu zetelt.
Alleluia, alleluia, alleluia, alleluia, alleluia.
Wees Gij onze vreugde en sterke verdediging, Gij die onze toekomstige beloning zijt. Alleluia, alleluia.
Zo zal het licht dat van U straalt Van ons zijn voor alle eeuwigheid.
Alleluia, alleluia, alleluia, alleluia, alleluia.
O verrezen Christus, Verhoogde Heer, Laat de aarde U alle lof toezingen, Alleluia, alleluia.
Gij die voor altijd zijt, Eén met de Vader en de Geest.
Alleluia, alleluia, alleluia, alleluia, alleluia.
Door Bede de Eerbiedwaardige.
++++
Commentaar
Deze hymne is een lofzang op de Hemelvaart van Christus, geschreven door de heilige Beda (673–735), een monnik, theoloog en kerkvader. De tekst ademt verwondering, eerbied en vreugde. Ze verbindt het historische moment van de Hemelvaart met onze eigen spirituele roeping: om met “onvermoeide harten” omhoog te stijgen, ons leven richtend op het hemelse Koninkrijk.
De herhaling van “Alleluia” is niet slechts liturgisch, maar een ritmisch ademhalen van de ziel — een echo van de hemelse jubel. De hymne nodigt uit tot contemplatie: niet alleen kijken naar de hemel, maar ons hart verheffen, ons leven richten op Christus, onze Vreugde en Bescherming.
++++
Gebed bij de hymne
Verrezen Heer, Gij die opstijgt in glorie,
en ons uitnodigt om U te volgen met een hart
dat niet moe wordt van verlangen — richt mijn blik omhoog,
niet naar de wolken,
maar naar Uw aanwezigheid.
Laat mij, zoals de apostelen en Maria,
staan in verwondering, open voor het Licht dat van U uitgaat. Laat Uw
triomfdag ook mijn dag van hoop zijn.
Geef mij de genade om te leven in het ritme van Uw Koninkrijk,
Beda werd officieel aangeduid als “de Eerbiedwaardige” (Latijn: Venerabilis) vanwege zijn heiligheid, geleerdheid en nederigheid. Deze eretitel werd hem al tijdens zijn leven toegekend en later bevestigd door de Kerk.
Naam: Beda, ook bekend als Beda Venerabilis
Leefde: ca. 672/673 – 735, in het koninkrijk Northumbria (nu Noordoost-Engeland)
Belangrijk werk: Historia ecclesiastica gentis Anglorum – een fundamentele bron over de bekering van de Angelsaksen
Titel “Venerabilis”: Deze werd hem toegekend als erkenning van zijn diepe vroomheid en intellectuele invloed
Heiligverklaring: In 1899 werd hij officieel uitgeroepen tot kerkleraar door paus Leo XIII – de enige Engelse kerkleraar tot op heden
Betekenis van “de Eerbiedwaardige”
De titel Venerabilis betekent letterlijk “de eerbiedwaardige” en werd niet lichtvaardig toegekend. In Beda’s geval was het een erkenning van:
Zijn nederige levenshouding: Hij weigerde ambtelijke macht (zoals abt worden) om zich volledig te wijden aan studie en gebed.
Zijn literaire en spirituele invloed: Hij schreef over theologie, geschiedenis, grammatica, en Bijbelcommentaren.
Zijn voorbeeldige kloosterleven: Vanaf zijn zevende verbleef hij in het klooster, waar hij zijn hele leven bleef.
Volgens de overlevering werd hij al tijdens zijn leven zo genoemd, en na zijn dood bleef de titel in gebruik als eerbetoon aan zijn heiligheid.
++++
Gebed bij de titel “de Eerbiedwaardige”:
Heer,
God van wijsheid en nederigheid, Gij hebt Beda de Eerbiedwaardige gezegend met een hart dat dorstte naar waarheid en een geest die zich boog voor Uw Woord. Leer ook mij, zoals hij, de schoonheid te zien in het stille werk, de vreugde te vinden in het leren en onderwijzen, en de kracht te putten uit nederigheid. Laat zijn voorbeeld mij leiden om U te zoeken met een zuiver hart,en Uw licht te weerspiegelen in mijn woorden en daden.
Ontdek Uw aanwezigheid, en laat Uw aanblik en schoonheid mij doden; zie toch de pijn van liefde, die niet geneest dan door Uw aanwezigheid en gestalte.
Johannes van het Kruis.
++++
Commentaar:
Deze strofe is doordrenkt van mystieke liefde: een verlangen zo intens dat het de ziel verteert. Johannes van het Kruis spreekt hier over de wond van goddelijke liefde—een pijn die alleen door Gods directe aanwezigheid geheeld kan worden. Het is geen gewone pijn, maar een heilige hunkering, een dorst naar de Ene die de ziel geschapen heeft.
De paradox van “laat Uw schoonheid mij doden” verwijst naar het mystieke sterven aan zichzelf, om volledig te leven in God. Het is een uitnodiging tot volledige overgave, waarin de ziel verlangt om te verdwijnen in het aanschouwen van God.
jDe datum “14 december” is de feestdag van Johannes van het Kruis—een subtiele verwijzing naar zijn sterfdag, waarop hij zijn uiteindelijke vereniging met God vond.
++++
Gebed in de geest van Johannes van het Kruis:
O God van verborgen schoonheid,
mijn ziel dorst naar U zoals de woestijn naar regen.
Uw afwezigheid is een wond, Uw aanwezigheid is genezing en vuur.
Laat mij sterven aan alles wat niet U is, zodat ik mag leven in het licht van Uw gelaat.
Toon mij Uw gestalte, en laat mijn hart rusten in Uw liefde.
“Zoek toevlucht in zwakheid en eenvoud, opdat je aanvaardbaar leeft voor God en zonder zorgen bent. Want zoals een schaduw een lichaam volgt, zo volgt ook barmhartigheid de nederigheid.”
— St. Isaac de Syriër
++++
Commentaar:
Deze woorden van St. Isaac de Syriër zijn een krachtige uitnodiging tot innerlijke eenvoud en nederigheid. In een wereld die kracht, succes en complexiteit verheerlijkt, herinnert hij ons eraan dat het juist in onze kwetsbaarheid en eenvoud is dat we dichter bij God komen. Nederigheid is geen zwakte, maar een spirituele kracht die ons opent voor genade. Zoals een schaduw onvermijdelijk het lichaam volgt, zo is Gods barmhartigheid onafscheidelijk van een nederig hart.
“Neem je toevlucht tot zwakheid en eenvoud…”
” Dit is geen oproep tot passiviteit, maar een uitnodiging tot nederigheid. In de christelijke traditie betekent “zwakheid” niet lafheid, maar het erkennen van je menselijke beperkingen. “Eenvoud” verwijst naar een leven zonder opsmuk, zonder trots of wereldse ambitie. Isaac moedigt aan om niet te streven naar macht of prestige, maar naar innerlijke zuiverheid.
“…opdat je aanvaardbaar leeft voor God en zonder zorgen bent.”
Door nederig en eenvoudig te leven, kom je dichter bij God. Het idee is dat wie zichzelf niet overschat, minder worstelt met ego, angst en stress. Het “zonder zorgen” zijn is geen garantie voor een probleemloos leven, maar een innerlijke rust die voortkomt uit vertrouwen in God en het loslaten van wereldse lasten.
“Want zoals een schaduw het lichaam volgt…”
Een prachtig beeld. De schaduw is onlosmakelijk verbonden met het lichaam, net zoals…
“…zo volgt barmhartigheid de nederigheid.”
Hier komt de kern: barmhartigheid —Gods liefdevolle genade—is het gevolg van nederigheid . Wie zichzelf klein maakt, opent zich voor het grote. In de christelijke mystiek is de nederigheid de poort waardoor God binnenkomt. Het is geen zelfvernedering, maar een eerlijke houding tegenover jezelf en anderen.
Samengevat:
St. Isaac leert dat echte spirituele groei niet door kracht van kennis komt , maar door het omarmen van je kwetsbaarheid en het leven in eenvoud. In die woning vindt men vrede, en Gods genade stroomt als vanzelf toe.
++++
Laten we dieper ingaan over hoe de spirituele vermindering van nederigheid, eenvoud en barmhartigheid kunnen worden toegepast op drie concrete domeinen: werk , relaties , en innerlijke rust .
Ik gebruik een passage uit:
De navolging van Christus van Thomas à Kempis:
“Wie zichzelf kent, acht zich gering.”
Deze zin is geen pleidooi voor zelfverkenning, maar voor zelfinzicht . Door jezelf eerlijk te kennen, ontstaan ruimte voor groei, mildheid en vrede.
In je werk: minder druk, meer betekenis
In een prestatiegerichte wereld is het gemakkelijk om jezelf te ontmoeten aan titels, deadlines en erkenning. Maar eenvoud betekent:
Focus op. echt Wat draagt écht bij? Wat is ruis?
jLaat het ego los. Je hoeft Je hoeft niet altijd gelijk te hebben, of de beste te zijn.
Wees dienstbaar. Zie je werk als Zie je werk als een manier om bij te dragen, niet om jezelf te bewijzen.
++++
Toepassing: Begin je dag met een korte reflectie: “Wat kan ik vandaag doen met aandacht en Begin je dag met een korte reflectie: “Wat kan ik vandaag doen met aandacht en nederigheid?” Je zult merken dat stress voldoende en bevredigend werkt
In relaties: minder strijd, meer verbinding:
Nederigheid in relaties betekent:
Luisteren zonder oordeel: Niet direct reageren, maar echt horen Niet direct reageren, maar echt horen.
Vergeving schenken: Niet omdat de ander gelijk heeft, maar omdat jij vrij wilt zijn van wrok.
Je kwetsbaarheid tonen: Dat schept vertrouwen en diepgang.
Toepassing: Probeer eens in een gesprek te zeggen: “Ik weet het niet zeker, maar ik wil je echt begrijpen.” Dat opent deuren die gesloten lekken.
Voor innerlijke rust: minder ruis, meer stilte
Eenvoud is een innerlijke houding:
Laat de drang naar de controle los. Niet alles hoeft opgelost te worden.
Omarm je kwetsbaarheid. Daarin schuilt je menselijkheid .
Zoek stilte. Niet als leegte, maar als ruimte voor het heilige.
Toepassing: Neem dagelijks 5 minuten om gewoon te zitten. Geen doel, geen prestatie. Alleen zijn. Dat is eenvoud in actie.
++++
Gebed
Heer, leer mij de weg van eenvoud en nederigheid.
Laat mij niet streven naar grootheid, maar naar oprechtheid.
Help mij mijn zwakheid niet te verbergen, maar te omarmen als een plaats waar Uw genade kan wonen.
Moge Uw barmhartigheid mij volgen zoals een schaduw,
en mij leiden naar een leven dat U welgevallig is.