Hij is geen God van doden , maar van Levenden

Bezinning van de week
    

H. Nicolaas Cabasilas (ca 1320-1363), Grieks lekentheoloog
Leven in Jezus Christus, IV, 93-97, 102

“Komt, gezegenden van mijn Vader; neemt bezit van het rijk, dat voor u is bereid van de grondvesting der wereld af”

 

christus pantocrator )- TRoublev

      “Christus heeft, na ons van de zonden te hebben gereinigd, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit” (Heb 1,3)… Hij is dus van bij zijn Vader in de wereld gekomen, om ons te dienen. En zie, Hij vervult zijn taak; niet alleen op het moment dat Hij -bekleed met de gebrekkige mensheid- op aarde verscheen, laat Hij zich zien als slaaf en verbergt Hij zijn kwaliteit als Meester; maar later ook, op de dag van zijn terugkomst zal Hij komen met al zijn macht en zal Hij bij zijn openbaring in de glorie van zijn Vader verschijnen. Gedurende zijn heerschappij staat er geschreven, “Ik zeg u, Hij zal zich omgorden en hen aan tafel nodigen, en bij hen komen om hen te bedienen” (Lc 12,37). Dit is Degene door wie de vorsten heersen en de prinsen regeren.

      Zo zal Hij zijn ware en onberispelijke koningschap uitoefenen…;zo begeleidt Hij hen die zich aan Hem hebben onderworpen: vriendelijker dan een vriend, billijker dan een prins, tederder dan een vader, intiemer dan zijn ledematen, noodzakelijker dan zijn hart. Hij dringt zich niet op door vrees op te roepen, Hij bedient zich niet van een salaris. De kracht van zijn macht vindt Hij in zichzelf, door zichzelf alleen verbindt Hij zich aan zijn onderdanen. Want heersen door hardheid of om een salaris is niet zelf regeren, maar uit hoop op winst of door dreiging…

      Christus moet heersen in de eigenlijke zin van het woord. Alle andere autoriteit is Hem onwaardig. Hij heeft er op bijzondere wijze weten te komen…: om een echte Meester te worden, heeft Hij het bestaan als slaaf aangenomen en wordt dienstknecht van de slaven tot het kruis en de dood. Zo verblijdt Hij de ziel van de slaven en neemt Hij rechtstreeks de leiding over hun wil. Wetend dat dit het geheim van dit koningschap is, schreef Paulus: “Hij heeft zich vernederd; Hij werd gehoorzaam tot de dood, de dood aan een kruis. Daarom ook heeft God Hem hoog verheven” (Fil 2,8-9)… Door de eerste schepping is Christus Meester over de natuur; door de nieuwe schepping is Hij Meester over onze wil gemaakt. Daarom zegt Hij: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde” (Mt 28,18).

H. Nicolaas Cabasilas (ca 1320-1363), Grieks lekentheoloog
Leven in Jezus Christus, IV, 93-97, 102/ Dagelijks evangelie/Contact-nl@evangelizo.org  

 

Justinus : Hij is geen God van doden, maar van Levenden

 

Bezinning van de week

Heilige Justinius (ca 100 -160), filosoof, martelaar  
Overweging over de Opstanding, 8

“Hij is geen God van doden, maar van levenden

     Het vlees is kostbaar in Gods ogen. Hij geeft hier de voorkeur aan boven al zijn werken, dus het is normaal dat Hij het redt. Zou het niet absurd zijn als hetgeen Hij met zoveel zorg schiep, en wat de Schepper beschouwt als kostbaarder dan de rest, dat dit naar het niets terugkeert?

      Wanneer een beeldhouwer of schilder wil dat de beelden die ze geschapen hebben, blijven, om te dienen tot hun eer en glorie, dan herstellen ze dezen, als ze vernield zijn. En God zou zijn bezit, zijn werk terug laten keren tot het niets, zodat het niet meer bestaat? Wij zouden iemand “een nutteloze arbeider” noemen, als hij een huis bouwde om die vervolgens te vernietigen of die zou laten vervallen als hij het overeind kan houden. Zouden wij op dezelfde wijze niet God aanklagen als Hij het vlees nutteloos schiep? Maar nee, de Onsterfelijke is niet zo. Degene die van nature de Heilige Geest van het universum is, kan niet onverstandig zijn. In werkelijkheid heeft God het vlees geroepen tot wedergeboorte en heeft het het eeuwige leven beloofd.

      Want daar waar men het goede nieuws van het heil van de mens aankondigt, kondigt men het ook aan voor het vlees. Wat is eigenlijk de mens, behalve een levend wezen getalenteerd met intelligentie, bestaande uit een ziel en een lichaam? Maakt alleen de ziel de mens? Nee, het is de ziel van de mens. Noemt men de mens lichaam? Nee, men zegt dat het een menselijk lichaam is. Als dus geen van beide elementen op zichzelf de mens maakt, dan is het de eenheid van die twee die men “mens” noemt. Welnu God heeft de mens tot leven en opstanding geroepen: niet een deel van hem, maar de gehele mens, dat wil zeggen de ziel en het lichaam. Zou het dus niet absurd zijn als beiden bestaan volgens en in dezelfde werkelijkheid en dat de een gered wordt en de ander niet?

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Zegen voor een kerkwijding

 

BEZINNING

Een oosterse Liturgie  
Zegen voor een kerkwijding

Moge de innerlijke tempel even mooi zijn als de tempel van stenen

      Wanneer er drie in uw naam verenigd zijn (Mt 18,20) vormen ze al een kerk. Bewaar de duizenden die hier verzameld zijn: hun harten hadden al een heiligdom voorbereid voordat onze handen deze tempel tot glorie van uw naam bouwden. Dat de innerlijke tempel even mooi mag zijn als de stenen tempel. Kom in de een zowel als in de ander wonen; onze harten zijn als stenen die gemerkt zijn met uw naam.

      De alomtegenwoordigheid van God zou gemakkelijk een verblijfplaats voor zichzelf op kunnen richten, evenals Hij met een gebaar het bestaan aan het universum heeft gegeven. Maar God heeft de mens gebouwd opdat de mens verblijfplaatsen voor Hem kan bouwen. Gezegend is zijn Genadigheid, die ons zo lief heeft gehad! Hij is oneindig; wij zijn beperkt. Hij maakt de wereld voor ons; wij maken voor Hem een huis. Het is bewonderenswaardig dat de mens een verblijfplaats kan bouwen voor de Almachtige die overal aanwezig is en aan wie niets kan ontsnappen.

      Hij woont midden onder ons met tederheid; Hij trekt ons naar zich toe met banden van liefde; Hij blijft onder ons en roept ons opdat we de weg van de hemel zullen nemen, om bij Hem te komen wonen. Hij heeft zijn verblijf verlaten en heeft de kerk gekozen opdat wij onze verblijfplaats zouden verlaten en voor het paradijs zouden kiezen. God heeft onder de mensen gewoond opdat de mensen God ontmoeten.

Bron : DAGELIJKS EVANGELIE

Bezinning van de week : Lucas 14,15-24/De goddelijke liturgie van de H. Bazilius- eucharistisch gebed 1e deel

Bezinning van de week

++++++++++++++++

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 14,15-24.

Een der disgenoten, die dit hoorde, sprak tot Hem: Zalig hij, die maaltijd zal houden in het koninkrijk Gods.
Maar Hij zei hem: Zeker iemand gaf een groot feestmaal, en nodigde velen uit.
Tegen het uur van de maaltijd zond hij zijn dienaar, om aan de gasten te zeggen: Komt, want alles staat klaar.
Maar eenparig begonnen allen zich te verontschuldigen. De eerste zei hem: Ik heb een stuk land gekocht, en moet het noodzakelijk gaan zien: ik bid u, verontschuldig me.
Een ander zei: Ik heb vijf paar ossen gekocht, en ga ze keuren; ik bid u, verontschuldig me.
Weer een ander zei: Ik heb een vrouw gehuwd, en kan dus niet komen.
De dienaar kwam thuis, en boodschapte het aan zijn heer. Toen werd de heer des huizes vergramd, en hij sprak tot zijn dienaar: Spoed u naar de pleinen en straten der stad, en breng de armen en gebrekkigen, de blinden en kreupelen hier binnen.
De dienaar zei: Heer, er is gedaan wat ge bevolen hebt; en nog is er plaats.
Nu sprak de heer tot zijn dienaar: Ga uit naar wegen en heggen, en dwing ze, om binnen te komen; want mijn huis moet vol zijn.
Ik zeg u: Niet één van die mannen, die waren genodigd, zal van mijn feestmaal genieten.

Bron : Petrus Canissius vertaling

De goddelijke liturgie van de heilige Basilius (4e eeuw)  
Eucharistisch gebed, 1e deel

“Ga uit naar wegen en akkers… om mensen binnen te laten komen; want mijn huis moet vol zijn”

      Heilig, heilig, heilig, U bent waarlijk heilig, Heer onze God, er is geen enkele beperking aan uw grootheid: U hebt met recht en gerechtigheid over alle dingen beschikt. U hebt de mens gevormd met het slijk van deze aarde, en U hebt hem vereerd met het beeld van God zelf, U hebt hem in het Paradijs vol met heerlijkheden geplaatst en hem de onsterfelijkheid en de vreugde van eeuwige goederen beloofd, als hij zich aan de geboden hield. Maar hij heeft uw gebod overtreden, ware God, en verleid door de sluwheden van de slang werd hij slachtoffer van zijn eigen zonde, hij heeft zich aan de dood onderworpen. Door uw rechtvaardige oordeel werd hij van het Paradijs verbannen naar onze wereld, teruggestuurd naar de aarde waaruit hij getrokken werd.

      Maar U beschikte voor hen het heil door de nieuwe geboorte in Christus, want U hebt uw schepsel, dat U in uw goedheid had geschapen, niet voor altijd verworpen; U hebt op vele wijzen met de grootheid van uw barmhartigheid, over haar gewaakt. U hebt de profeten gestuurd, U hebt wonderen gedaan door heiligen, die U in iedere generatie aangenaam waren; U hebt de Wet gegeven om ons te redden; U hebt engelen aangesteld om over ons te waken.

      Toen de volheid der tijden kwam, hebt U tot ons gesproken door uw eniggeboren Zoon, door wie U het universum hebt geschapen; Hij is de schittering van uw glorie en het beeld van uw natuur; Hij draagt alles door zijn machtige woord; Hij heeft niet zijn gelijkheid aan God opgeëist, maar de God van de eeuwigheid is op aarde verschenen, Hij heeft met de mensen geleefd, is vlees geworden door de Maagd Maria, heeft zijn toestand als slaaf aanvaard, heeft ons gebrekkig lichaam aangenomen, om ons gelijk te maken aan zijn verheerlijkt lichaam (Heb 1,2-3;Fil 2,6-7;3,21).

      Aangezien door de mens de zonde in de wereld gekomen is, en door de zonde de dood, heeft uw eniggeboren Zoon, Hij die eeuwig in uw schoot was, O Vader, maar die uit een vrouw geboren is, het zich tot taak gesteld om de zonde in zijn lichaam te veroordelen, opdat zij die in Adam stierven, het leven in Christus hadden (Rm 5,12;8,3). Door in deze wereld te leven heeft Hij ons heilsvoorschriften gegeven, en heeft Hij ons afgekeerd van de vergissingen van de afgoden, en heeft ons gebracht tot het kennen van U, ware God. Daardoor heeft Hij ons voor zich gewonnen als een uitverkoren volk, een koninklijk priesterschap, een heilige natie (1P 2,9).

 communion2a

 

Bron : Dagelijks evangelie  / contact-nl@evangelizo.org

 

 

 

Bezinning : Lucas 12,35-38/Isaak de Syriër

Bezinning

 

Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 12,35-38.

Houdt uw lenden omgord, en brandend uw lampen.
Weest als mensen, die wachten op hun heer, wanneer hij van de bruiloft komt, om als hij komt en klopt, terstond hem open te doen.
Gelukkig de knechten, die de heer bij zijn komst wakker zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden, hen aan tafel doen aanzitten, en hen de rij langs bedienen.
En wanneer hij hen zó aantreft, zelfs als hij in de tweede nachtwaak of in de derde komt, gelukkig zijn ze!

Isaac_de Syriër

 Heilige Isaak de Syriër (7e eeuw), monnik in Ninive, bij Mossoel in het huidige Irak  

“Houdt uw lampen brandend”

      Het gebed dat ’s nachts gebeden wordt, heeft een grote kracht, meer dan als ze overdag gebeden wordt. Daarom hadden de heiligen de gewoonte om ’s nachts te bidden. Ze vochten met de slaperigheid van het lichaam en met de zoetheid van de slaap door hun lichamelijke natuur te overstijgen. De profeet zei: “Ik ben moe van het klagen, nacht na nacht heb ik mijn kussens nat geweend, met tranen is mijn bed doordrenkt” (Ps 6,7), terwijl hij zuchtte vanuit de bodem van zijn hart zijn hartstochtelijk gebed. En elders: “Midden in de nacht sta ik op en loof u om uw rechtvaardige voorschriften” (Ps 119,62). Voor elk verzoek dat de heiligen met kracht tot God wilden richten, bewapenden ze zich met het gebed gedurende de nacht en weldra ontvingen ze wat ze vroegen.

      Satan zelf vreest niets zoveel als het gebed dat men gedurende het nachtwaken bidt. Zelfs als ze gepaard gaat met afleidingen, keert ze niet zonder vrucht terug, tenminste als men niet vraagt wat niet overeenkomt met Gods wil. Daarom gaat hij een heftige strijd aan met hen die waken, om ze zo mogelijk af te houden van die praktijk, vooral als ze volhardend zijn. Maar zij die een beetje versterkt zijn tegen zijn schadelijke sluwheden en geproefd hebben van de gaven die God geeft tijdens het nachtwaken, en die de grootheid van de hulp die God hen geeft, persoonlijk hebben ervaren, minachten hem en al zijn listen, volkomen.

Leer ons om van onze vijanden te houden

LEER ONS OM VAN ONZE VIJANDEN TE HOUDEN

Heer, leer ons, door Uw Heilige Geest

om van onze vijanden te houden en om voor hen te bidden met tranen.

Heer, verspreidt Uw Heilige Geest op de aarde

 Opdat alle volkeren Jou leren kennen en Uw liefde leren.

Heer, zoals Gij gebeden hebt voor Uw vijanden leer ook ons

met de hulp van Uw Heilige geest, om van onze vijanden te houden.

Heer, alle volkeren zijn het werk van Uw handen;

keer haat en wrok om in berouw opdat iedereen vanuit Uw liefde moge leven.

Gij hebt ons het bevel gegeven om van onze vijanden te houden.

Maar dit is soms moeilijk voor ons, zondaars, als Uw gunst niet met ons is.

Maar de Heer verbreidt Zijn gunst op aarde.

Hij geeft aan allen de kracht om Uw liefde te leren kennen,

Om ons te leren liefhebben als een moeder voor haar kinderen,

 en zelfs méér dan een moeder, want een moeder kan haar kinderen vergeten.

Maar Gij vergeet ons nooit, want Gij houdt oneindig veel van Uw kinderen, en die liefde kan niet vergeten.

Heer wees barmhartig,

In de rijkdom van Uw goedheid, redt alle volkeren.

 Heilige Silouane de Athoniet

 

StSilouane_352

Heilige Silouan van de berg Athos

Mijn zoon….brieven van de Geronda Joseph de Athoniet

MIJN ZOON……

 (Uittreksel uit :’Brieven van de Geronda Joseph de Athoniet, van het monasterie van Philotheou, aan één van zijn leerlingen’

 Mijn zoon, je zal een grote weldaad bereiken, indien je mijn raadgevingen volgt, zelfs al veroorzaakt dit je pijn. Alles wat je mij beschrijft gebeurt, omdat je niet waakzaam bent in het gebed (Het gaat om het Jezusgebed :’Heer Jezus Christus, heb medelijden met mij, zondaar !). Verdubbel je inspanningen, herhaal het gebed met de lippen, totdat het verstand het in zich opneemt. Sluit geen overeenkomst met de gedachten :zij zullen je verzwakken en bezoedelen(…)

Het leven van de mens is vol verdriet omdat hij in ballingschap is op deze wereld : reken er dus niet op de volmaakte rust te vinden. Wij zullen ons kruis dragen door Christus na te volgen en wij zullen genade vinden bij de Heer door onze tegenspoed te verdragen. Waarom staat Hij toe dat wij bekoord worden ? Om de ijver en de liefde die wij voor Hem hebben  op de proef te stellen. Vandaar de noodzaak van geduld. Zonder geduld kan de mens de geboden niet onderhouden, noch de dingen van de geest leren kennen, noch de volledige volmaaktheid bereiken. Bemin Jezus, zeg zonder ophouden het gebed en het zal je weg verlichten.

Wees voorzichtig in het beoordelen van de ander, want de Heer zal je Zijn genade onthouden en je zal vallen : dus, de val zal je de nederigheid leren en je de eigen fouten doen inzien.(…)

Wanneer de mens beproefd wordt, omdat hem de genade onthouden wordt, dan wordt alles vleselijk en de ziel kent dan opnieuw een val. Het is dan dat je je bezieling moet bewaren, door met volharding, ononderbroken het gebed te bidden:’Heer, Jezus Christus, heb medelijden met mij!’, nogmaals en nogmaals, voortdurend en zonder onderbreking. Spreek tot Christus terwijl je met je geest naar Hem kijkt :’Ik dank u, mijn God, én voor het goede dat je me hebt gegeven én voor het kwade dat ik moet verduren. Ere zij U, Heer, Ere zij U !’

En in dit geduld zal je de genade en de vrede terugvinden.Maar dan, opnieuw,bekoringen en droefheid, ontreddering en zenuwachtigheid; maar ook de strijd, de zege en de dankzegging.

In dit proces, zal je je gelijdelijkaan van je passies zuiveren en geestelijk worden. Jaren gaan voorbij  en de ouderdom zal je leiden naar de onverstoorbaarheid.

 Alleen : je moet strijden ! De vooruitgang komt niet vanzelf (…) Het is in deze strijd dat je een waarachtig mens zal worden, en niet in de armen van je moeder, die zeer bezorgd is dat je niet ziek wordt. De ascese oefent je in de ontberingen. Je zal niet vooruitgaan als je een comfortabel leven gaat leiden met daarbij nog een vakantie aan zee ! Wij moeten strijden en veel afzien, dag en nacht roepen tot Christus, geduldig zijn bij elke bekoring, en elke woedeuitbarsting  en verlangen in de kiem smoren

 Het is na heel wat inspanningen dat je zal begrijpen dat gebed zonder toewijding en waakzaamheid tijdverlies is, een werk zonder beloning. Dat je aandacht wakend mag zijn voor je innerlijke en uitwendige zintuigen. Zoniet, zullen zowel het verstand als de geestelijke vermogens  verloren gaan in  nieuwsgierigheid en routine , zoals het  gebruikte water  verdwijnt in de goot. Nooit heeft iemand het gebed gevonden zonder aandacht en waakzaamheid. Nooit heeft iemand de top bereikt zonder het misprijzen van de gemakzucht.

Dikwijls moet je bidden terwijl je geest rusteloos is, in beslag genomen door herinneringen. Vandaar de noodzaak je geest te dwingen zich los te rukken uit de verstrooidheid en hem te brengen tot de woorden van het gebed.

Dikwijls  sluipt de vijand heimelijk je denken , je redeneren , je luisteren, je kijken binnen, maar je bent er zich niet van bewust. Later geef je je er rekenschap van, maar je zal er voor moeten vechten om ervan verlost te geraken. Wees vooral niet ontmoedigd in deze strijd tegen de boze geesten. Door de genade van Christus zal je overwinnen en zal je evenveel vreugde ondervinden dan  je verdriet had daarvoor.

 Meer nog, let  hiervoor op en zeg het wat mij betreft voort aan alle broeders : geef mekaar geen lofprijzingen, de lofprijzing schaadt zelfs de volmaakten – welnu, jij bent nog zonder kracht. Een heilige ontmoette eens een bezoeker die hem drie maal na mekaar gelukwenste voor de perfectie waarmee hij zijn werk had verricht. Bij de derde keer zei de Heilige tot hem : ‘Man, je bent mijn cel binnengekomen en je hebt God verjaagd !’ Begrijpt je met welke terughoudendheid de Heiligen zich gedragen ? Wees dus waakzaam voor alles. In wezen zijn het alleen de beledigingen en de spotternijen die de mens geestelijk kracht geven, want daaruit komt de nederigheid voort.

Indien men je hoogmoedig, hypocriet, ongeduldig noemt weet dan dat het moment voor geduld is aangebroken. Indien je je verdedigt, dan ben je verloren. Heb altijd de vrees voor God voor ogen. Ondersteun in uw liefde al uw broeders en zorg ervoor niemand nadeel te berokkenen of te bedroeven in wat dan ook; anders zal dit verdriet van uw broeder een hindernis zijn op het uur van gebed.

Wees veeleer een levend voorbeeld in uw woorden en daden : dan zal de goddelijke genade u altijd beschermen en helpen.

Vertaling : Kris B.

 

Mijn zoon….(overdenking)

Bannericoon

MIJN ZOON……

kruis78
 

(Uittreksel uit :’Brieven van de Geronda Joseph de Athoniet, van het monasterie van Philotheou, aan één van zijn leerlingen’

 Mijn zoon, je zal een grote weldaad bereiken, indien je mijn raadgevingen volgt, zelfs al veroorzaakt dit je pijn. Alles wat je mij beschrijft gebeurt, omdat je niet waakzaam bent in het gebed (Het gaat om het Jezusgebed :’Heer Jezus Christus, heb medelijden met mij, zondaar !). Verdubbel je inspanningen, herhaal het gebed met de lippen, totdat het verstand het in zich opneemt. Sluit geen overeenkomst met de gedachten :zij zullen je verzwakken en bezoedelen(…)

Het leven van de mens is vol verdriet omdat hij in ballingschap is op deze wereld : reken er dus niet op de volmaakte rust te vinden. Wij zullen ons kruis dragen door Christus na te volgen en wij zullen genade vinden bij de Heer door onze tegenspoed te verdragen. Waarom staat Hij toe dat wij bekoord worden ? Om de ijver en de liefde die wij voor Hem hebben  op de proef te stellen. Vandaar de noodzaak van geduld. Zonder geduld kan de mens de geboden niet onderhouden, noch de dingen van de geest leren kennen, noch de volledige volmaaktheid bereiken. Bemin Jezus, zeg zonder ophouden het gebed en het zal je weg verlichten.

Wees voorzichtig in het beoordelen van de ander, want de Heer zal je Zijn genade onthouden en je zal vallen : dus, de val zal je de nederigheid leren en je de eigen fouten doen inzien.(…)

Wanneer de mens beproefd wordt, omdat hem de genade onthouden wordt, dan wordt alles vleselijk en de ziel kent dan opnieuw een val. Het is dan dat je je bezieling moet bewaren, door met volharding, ononderbroken het gebed te bidden:’Heer, Jezus Christus, heb medelijden met mij!’, nogmaals en nogmaals, voortdurend en zonder onderbreking. Spreek tot Christus terwijl je met je geest naar Hem kijkt :’Ik dank u, mijn God, én voor het goede dat je me hebt gegeven én voor het kwade dat ik moet verduren. Ere zij U, Heer, Ere zij U !’

En in dit geduld zal je de genade en de vrede terugvinden.Maar dan, opnieuw,bekoringen en droefheid, ontreddering en zenuwachtigheid; maar ook de strijd, de zege en de dankzegging.

In dit proces, zal je je gelijdelijkaan van je passies zuiveren en geestelijk worden. Jaren gaan voorbij  en de ouderdom zal je leiden naar de onverstoorbaarheid.

Alleen : je moet strijden ! De vooruitgang komt niet vanzelf (…) Het is in deze strijd dat je een waarachtig mens zal worden, en niet in de armen van je moeder, die zeer bezorgd is dat je niet ziek wordt. De ascese oefent je in de ontberingen. Je zal niet vooruitgaan als je een comfortabel leven gaat leiden met daarbij nog een vakantie aan zee ! Wij moeten strijden en veel afzien, dag en nacht roepen tot Christus, geduldig zijn bij elke bekoring, en elke woedeuitbarsting  en verlangen in de kiem smoren

Het is na heel wat inspanningen dat je zal begrijpen dat gebed zonder toewijding en waakzaamheid tijdverlies is, een werk zonder beloning. Dat je aandacht wakend mag zijn voor je innerlijke en uitwendige zintuigen. Zoniet, zullen zowel het verstand als de geestelijke vermogens  verloren gaan in  nieuwsgierigheid en routine , zoals het  gebruikte water  verdwijnt in de goot. Nooit heeft iemand het gebed gevonden zonder aandacht en waakzaamheid. Nooit heeft iemand de top bereikt zonder het misprijzen van de gemakzucht.

Dikwijls moet je bidden terwijl je geest rusteloos is, in beslag genomen door herinneringen. Vandaar de noodzaak je geest te dwingen zich los te rukken uit de verstrooidheid en hem te brengen tot de woorden van het gebed.

Dikwijls  sluipt de vijand heimelijk je denken , je redeneren , je luisteren, je kijken binnen, maar je bent er zich niet van bewust. Later geef je je er rekenschap van, maar je zal er voor moeten vechten om ervan verlost te geraken. Wees vooral niet ontmoedigd in deze strijd tegen de boze geesten. Door de genade van Christus zal je overwinnen en zal je evenveel vreugde ondervinden dan  je verdriet had daarvoor.

Meer nog, let  hiervoor op en zeg het wat mij betreft voort aan alle broeders : geef mekaar geen lofprijzingen, de lofprijzing schaadt zelfs de volmaakten – welnu, jij bent nog zonder kracht. Een heilige ontmoette eens een bezoeker die hem drie maal na mekaar gelukwenste voor de perfectie waarmee hij zijn werk had verricht. Bij de derde keer zei de Heilige tot hem : ‘Man, je bent mijn cel binnengekomen en je hebt God verjaagd !’ Begrijpt je met welke terughoudendheid de Heiligen zich gedragen ? Wees dus waakzaam voor alles. In wezen zijn het alleen de beledigingen en de spotternijen die de mens geestelijk kracht geven, want daaruit komt de nederigheid voort.

Indien men je hoogmoedig, hypocriet, ongeduldig noemt weet dan dat het moment voor geduld is aangebroken. Indien je je verdedigt, dan ben je verloren. Heb altijd de vrees voor God voor ogen. Ondersteun in uw liefde al uw broeders en zorg ervoor niemand nadeel te berokkenen of te bedroeven in wat dan ook; anders zal dit verdriet van uw broeder een hindernis zijn op het uur van gebed.

Wees veeleer een levend voorbeeld in uw woorden en daden : dan zal de goddelijke genade u altijd beschermen en helpen.

 

Vertaling : Kris B.

 

banner 58

 

Pinksteren

 

pinksteren 21
PINKSTEREN

TROPARION : Toon 8

Gij zijt gezegend, o Christus, onze God,

die met Uw wijsheid de Vissers hebt vervuld, door hen te

vervullen met Uw Heilige Geest. Door hen hebt Gij heel

de wereld buitgemaakt; minnaar der mensen, ere zij U

KONDAKION: Toon 8

Toen de Allerhoogste nederdaalde, verwarde Hij de talen

en scheidde de volkeren. Toen Hij echter de Vuurtongen

uitdeelde riep Hij allen tot eenheid.

Laat ons daarom eenstemmig de heilige Geest verheerlijken.

Bezinningstekst Isaak de Syriër

 


 weiden

Wat is een meedogend hart? Het is een hart dat brandt voor de hele schepping, voor de mensen, voor de vogels, voor de dieren, voor de demonen, voor elk schepsel. Door haar groot mededogen wordt haar hart open en zij kan het niet verdragen om welke verwonding dan ook – al is het de kleinste gekweldheid – in de schepping te horen of te zien …

In het ontzaglijke, mateloze mededogen dat in haar hart opwelt naar Gods beeld, bidt zij ook voor de slangen en degenen die de machines bedienen”

(Isaak de Syriër, 7de eeuw)

Zesde zondag na Pasen : de Blindgeborene

 

 ZESDE ZONDAG NA PASEN

ZONDAG VAN DE BLINDGEBORENE

bLINDGEBORENE (450 x 607)

 

 

KONDAKION :

Ik ben blind aan de ogen van mijn ziel, maar ik kom tot U,Christus, zoals de Blindgeborene, en vol berouw roep ik tot U : Gij zijt het helderstralende licht voor allen die in het duister zijn.

TROPARION :

Komt, laat ons bezingen en aanbidden het met de Vader en de Geest medeeeuwige Woord, Dat om ons te verlossen uit de Maagd geboren is. Want Hij heeft het op zich genomen Zijn lichaam aan het Kruis te laten slaan en de dood te verduren, om door Zijn roemrijke Opstanding de doden op te wekken.

De Samaritaanse – vijfde zondag na Pasen

 


VIJFDE WEEK NA PASEN

De Samaritaanse

Samaritaanse

Kondakion :

Met geloof naderde de Samaritaanse tot de Bron, daar aanschouwde zij U, het Water der Wijsheid.En toen zij daarvan gebronken had, begeerde zij dorstig het Koninkrijk uit de hoge. Daarom wordt zij geprezen in alle eeuwigheid.

PROKIMEN :

Hoe groot zijn Uw werken o Heer : Gij hebt alles met wijsheid gemaakt.Zegen mijn ziel, den Heer; Heer mijn God, Gij zijt onnoemlijk groot.De Heer zij roem in eeuwigheid; dat de Heer zich verheuge over Zijn werken.

ALLELUIA :

Ruk met geluk vooruit en heers, omwille van waarheid, zachtmoedigheid en recht. Gij bemint gerechtigheid, maar haat onrecht.


well

HET VERHAAL VAN DE SAMARITAANSE  VERTELD VOOR KINDEREN

Eens kwam er een Samaritaanse vrouw water putten en Jezus vroeg haar of ze Hem wat drinken wilde geven. Op dat moment was Jezus alleen, want zijn leerlingen waren naar de stad gegaan om eten te kopen.

‘Dat begrijp ik niet’, zei de vrouw verbaasd. ‘Ik ben een Samaritaanse, en u een Jood. Welke Jood vraag nu aan een Samaritaanse om iets te drinken ‘ (Samaritanen hadden zich reeds lang geleden van de Joden afgescheiden – ze hadden ooit zelf een tempel op de berg Gerizim nabij het meer van Genezareth. Joden hadden een hekel aan de Samaritanen)

Je moest eens weten wat God geeft, en wie het is die je om een slok water vraagt’ antwoordde Jezus. ‘Dan zou je mij om water gevraagd hebben , en ik zou het je gegeven hebben – Levend water’.

Maar meneer, u hebt geen kruik en de put is diep. Waar haalt u dan dat levend water vandaan ?… U bent toch niet meer dan Jacob onze stamvader ? Hij heeft deze put gegraven, en zijn zoons, zijn vee en hijzelf hebben er water uit gedronken.’

‘Wie vanhet water uit deze put drinkt, krijgt weer dorst. Aar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, zal nooit meer dorst krijgen. Dat water is een fontein waaruit eeuwig leven spuit’

O meneer, geef mij van dat water ! dan zal ik nooit meer dorst krijgen en hier geen water meer hoeven te te putten….

Dan stelde Jezus haar een paar vragen over haar privé-leven. Het maakte de vrouw benauwd,want zij loog en Hij had gelijk. Toen zij ze : ‘ Meneer, u bent een profeet! Mag ik u iets vragen ? op welke plaats moeten we God eigenlijk aanbidden? Hier op de berg Gerizim zoals onze voorouders hebben gedaan, of te Jeruzalem zoals de Joden beweren ?

Jezus zei hierop ‘Geloof me, er komt een tijd dat de mensen de Vader niet zullen aanbidden op de Gerizim en ook niet te Jeruzalem… het gaat er niet om wáár we de vader aanbidden, maar hóe we Hem aanbidden. Echte aanbidding is geestelijk en zuiver……

De vrouw zei dan tot Hem : ‘Ik weet dat er een Christus komt. Hij zal ons alles haarfijn uitleggen’

Jezus antwoordde haar : ‘Ik ben de Christus’.

De vrouw holde naar de stad om het nieuws te vertellen, en een hele menigte kwam naar Hem toegelopen….

Genezing van de Lamme/KINDEREN/4e na Pasen

 


 

genezing verlamde 3

 

De genezing van de Lamme verteld voor kinderen

ONGELOFELIJKE DINGEN !

Elke dag onderrichtte het volk en God gaf hem Kracht om genezingen te verrichten. Maar van overal uit Galilea kwamen steeds meer Farizeeën op hem af. De Farizeeën onderhielden trouw de ‘wet van Mozes’ tot in de kleinste puntjes en leerden het volk hetzelfde te doen. Bij hen voegden zich nog wetgeleerden, zelfs uit judea en uit de hoofdstad Jeruzalem.

Eens kwamen enkele mannen aan met een draagbaar waarop een verlamde lag. Jezus stond binnen in een huis. Ze probeerden de lamme tot bij hem te brengen, maar ze vonden geen weg door de menigte heen. Daarom klommen ze het dak op, namen  er wat tegels weg en door de opening lieten ze de zieke met bed en al midden tussen het volk zakken, tot vlak voor Jezus. Blij verrast door zulk een vertrouwen, zei Jezus : ‘Vriend, je zonden zijn je vergeven’Dat was zo goed als kwaad met de wortel uitrukken. Want velen meenden toen dat elke zieke het gevolg was van de zonden, die men had bedreven.

‘Wat is dat voor iemand’, zeiden de wetgeleerden en Farizeeën onder elkaar. ‘Zulk een godslastering ! Alleen God kan zonden vergeven !’

‘Wat bespreken jullie daar ?’ vroeg Jezus. ‘ Hoe redeneren jullie ? Wat is gemakkelijker : zeggen ‘je zonden zijn vergeven’ of zeggen ‘sta op en loop’ ?. Wel, opdat jullie zouden weten dat ik als de Mensenzoon  op aarde volmacht heb om zonden te vergeven…’ – nu keerde hij zich tot de lamme – ‘Ik zeg je : sta op !’ Pak zelf die draagbaar en ga naar huis !’.

(uit Bijbel voor de jeugd -O.van Outreve)
 
Een woordje uitleg :

FARIZEEEN : Zij stonden vijandig tegenover Jezus. Ze herkenden Hem niet als Zoon van God. Het woord zelf bestekent : afgescheidenen. Zij scheidden zich af van de rest. Kenmerkend voor de Farizeeën was hun gehechtheid aan de Joodse wet zoals die beschreven staat in de eerste vijf boeken van het Oude Testament. Ze geloofden wél in de Verrijzenis der doden (de Sadduceeën daarentegen geloofden daar niet in).

De idee dat ziekte voorkomt uit de zonde, is een idee dat lang heeft bestaan. Nu zien wij natuurlijk in dat dit niet het geval was, alhoewel men soms nog hoort van mensen : dit of dat is een straf van God. Dit toont aan hoe diep deze gedachte er bij de mensen inzat.

Volgens de Farizeeën kan alleen God zonden vergeven. Daar zij Jezus niet als Gods’zoon zagen, vonden zij dat hij aan heilgschennis deed. Maar Jezsu gaf hen een gepast antwoord.

Wat is er gemakkelijker , te zeggen : uw zonden zijn u vergeven of te zeggen tot de lamme : sta op, neem uw bed en ga naar huis ( in sommige vertaklingen staat er inderdaad ‘bed’, maar de mensen sliepen toen gewoon op een matje op de grond, men rolde dit dan op en kon het gemakkelijk onder de arm nemen)

Maar de diepere boodschap van dit verhaal is wel : wij zijn allemaal wel eens ‘verlamd’, niet in staat om te doen wat we moeten doen. Wij kijken liever Tv of gaan liever naar de voetbal. Jezus geeft ons met dit verhaal te kenne, dat wij er kunnen van genezen, als we maar naar Gods woord luisteren en er naar handelen.

zegenend hand ooo

Derde zondag na Pasen : MYRONDRAAGSTERS

 

 


Derde zondag na Pasen :  MYRONDRAAGSTERS

myrondraagsters

TROPARION :

De rechtvaardige Jozef nam Uw allerzuiverste Lichaam van het Kruis. Hij wikkelde het met zuivere specerijen in een zuiver linnen doek; daarna legde hij Het in een nieuw graf. Maar Gij, Heer, zijt opgestaan op de derde dag en schenkt aan de wereld de grote genade.

Eer …nu…

De Engel bij het graf riep tot de Myrondraagsters : Myron past voor gestorvenen. Christus echter bleef vrij van bederf. Roept daarom luide : “de Heer is opgestaan en schenkt aan de wereld de grote genade.

KONDAKION :

Toen Gij tot de Myrondraagsters het ‘verheug u’ riep, kwam er een eind aan de klacht van de Voormoeder Eva, door Uw Opstanding, Christus God. En Gij hebt aan Uw Apostelen bevolen om te verkondigen : De Verlosser is opgestaan uit het graf.


 

jezus leraar

 

Het bijbelverhaal voor kinderen 


Jezus is gestorven en Verrezen, maar wat is er precies gebeurt ?

 Vroeg in de morgen op de eerste dag van de week, de zondag, (ja, de zondag was voor de Joden de eerste dan van de week), ging Maria Magdalena naar het graf. Ze had specerijen (kruiden) meegebracht, en Myron om het lichaam van Jezus te balsemen (om te bewaren). Het was nog donker, maar zij zag dat de steen voor de ingang van het graf weggerold was. Zij liep dus haastig naar Simon Petrus en de andere leerling van wie Jezus bijzonder heeft gehouden (= Johannes) : ‘ze hebben onze Heer uit het graf weggenomen! Wie weet waar ze Hem hebben neergelegd ?’

Daarop liepen Petrus en die andere leerling het huis uit, naar het graf toe. Ze liepen wel samen, maar de andere leerling was vlugger dan Petrus en kwam het eerst bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de doeken liggen. Maar ging niet naar binnen.
Toen kwam Petrus achter hem aan en ging  wel  het graf binnen. Hij keek naar de windsels en naar de zweetdoek die om Jezus’hoofd had gelegen. Die lag niet bij de windsels, maar afzonderlijk opgerold. Dan ging ook de andere leerling, die eerst bij het graf gekomen was, naar binnen. Hij zag die tekens, en geloofde. Maar eigenlijk hadden zij nog niet begrepen wat in de heilige schrift staat : dat Jezus namelijk uit de dood zou opstaan. Petrus en de andere leerling gingen dan maar terug naar huis.

Uit : Bijbel voor de jeugd : Olav  van Outreve / averbode 1985

Wat betekent Myron en Myrondraagsters ?

Myron betekent ‘geur’. Het is een geurige en zeer kostbare olie. Rijke mensen lieten er hun doden mee inwrijven. Samen met andere kruiden balsemde men het lichaam, zodat het kon bewaard blijven. De Myron zorgde voor een aangename geur.

Myron wordt ook voor veel andere gelegenheden gebruikt : doopsel , Myronzalving (vormsel), inwijding altaar van een nieuwe Kerk , bij een wijding enz…

Olie maakt ook sterk, soepel :

Bijvoorbeeld bij Aaron. Dan druipte de olie over zijn baard tot op zijn kleed. Het moest hem sterken om zijn hogepriesterschap te kunnen dragen.

Myrondraagsters : dat zijn dan de vrouwen die aan het graf aankwamen om Jezus lichaam met Myron in te wrijven.

Myron heeft ook nog voor de Kerk een andere betekenis voor ogen : het wordt gewijd door de bisschop. In feite heeft elke autokefale kerk (is elke Kerk die zelf zijn opvolgers kiest : bv. het Patriarchaat van Constantinopel, de Kerk van Griekenland , enz…) het recht om zelf de Myron te wijden, maar bijna alle kerken betrekken het uit Constantinopel. Dat doen ze om de éénheid van de Orthodoxie aan te tonen. In elke plaatselijke Kerk wordt dus Myron gebruikt die van dezelfde hoofdkerk afkomstig is.

De myronzalving noemt men ook : CHRISMATIE : de grote zalving door de Heilige Geest om kracht en sterkte in het geloof.

 

 

mhyrrbearing_women_small