Cyrillus van Alexandrië:Als de graankorrel sterft, brengt ze rijke vruchten voort

H. Cyrillus van Alexandrië ((380-444), bisschop, Kerkleraar 
Commentaar op het boek Numeri 2 ; PG 69, 619 

Cyrillos van Alexandrië 159.jpg

 “Als de graankorrel sterft, brengt ze rijke vruchten voort”
   
  Christus, eerstgeborene van de nieuwe schepping… is na begraven te zijn geweest, verrezen. En Hij is opgestegen naar de Vader als een geweldig en schitterend offer, op een bepaalde manier als de eerstgeborene van het vernieuwde en onvergankelijke menselijk ras… Men zou Hem kunnen beschouwen als het symbool van de schoof van de gersteoogst, welke de Heer aan Israël heeft gevraagd om te offeren in de Tempel (Lv 23,9). Wat betekent dat?
      Men kan het menselijk ras vergelijken met een korenaren. Ze worden uit de aarde geboren, ze wachten om geheel uit te groeien en op een gegeven moment worden ze door de dood afgemaaid. Zo zei Christus het tegen zijn leerlingen: “Jullie zeggen toch: ‘Nog vier maanden en dan komt de oogst’? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren” (Joh 4,35-36). Welnu Christus is onder ons geboren, Hij werd uit de heilige Maagd geboren zoals de korenaren uit de aarde komen. Soms noemt Hij zichzelf overigens de graankorrel: “Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het een graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht”. Zo heeft Hij zich op de wijze van een korenschoof voor ons geofferd aan zijn Vader en als de eerstelingen van de aarde.
      Want de korenaar, evenals wij zelf overigens, kan niet geïsoleerd beschouwd worden. Wij zien het in een schoof, gevormd door meerdere aren in één bundel. Jezus Christus is uniek, maar Hij verschijnt aan ons en Hij vormt werkelijk een soort van bundel, in die zin dat Hij alle gelovigen in zich bevat, natuurlijk in een geestelijke eenheid. Hoe zou de apostel Paulus zonder dat gegeven kunnen schrijven: “ze maken deel uit van hetzelfde lichaam samen met Hem (Ef 3,6)… Hijzelf richt zich overigens tot zijn Vader met deze woorden: “Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden” (Joh 17,21). De Heer is dus de eerstgeborene van de mensheid die bestemd is om binnengehaald te worden in de graanschuren van de hemel.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gregorius de Grote : Wij komen bij Hem wonen

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en Kerkleraar 
Homilie over het Evangelie, nr. 30 
 

Gregorius de grote8.jpg

“Wij komen bij hem wonen”

 
     “Mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.” Denk er aan lieve vrienden, wat voor een feest het is om God in ons hart te mogen ontvangen! Als een rijke en machtige vriend bij u zou komen, zal uw huis uiteraard goed gepoetst zijn, opdat niets zijn blik zou kunnen choqueren als hij binnenkomt. Wie het verblijf van God in zijn ziel voorbereidt, zou het vuil van slechte handelingen moeten verwijderen.
      Let eens op wat de tekst zegt: “Mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen”. Want het kan gebeuren bij het hart van sommigen dat Hij er niet zijn verblijf van maakt. Als ze daarover wroegingen hebben, zien ze hoe God kijkt; maar zo gauw de verleiding komt, vergeten ze het onderwerp van hun voorafgaande spijt en vallen ze terug in hun zonden, alsof ze daarover nooit getreurd hadden.. In een hart daarentegen dat werkelijk van God houdt en dat de geboden onderhoudt, komt de Heer en maakt er zijn woning van. Want de liefde van God vult haar helemaal op het moment van verleiding. Dus wie het niet toestaat dat zijn ziel gedomineerd wordt door slecht vermaak, houdt werkelijk van God… Vandaar de precisering: “Wie Mij niet liefheeft, houdt zich niet aan mijn woorden”. Onderzoek uzelf zorgvuldig, mijn geliefde vrienden; vraag uzelf af of u werkelijk van God houdt. Maar vertrouw niet op het antwoord van uw hart zonder het met uw daden te vergelijken.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Hilarius van Poitiers : Over de heilige Drievuldigheid

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar 

Hilarion van Poitiers.jpg

Hilarius van Poitiers

Over de Drievuldigheid  
“Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft”
      Het is aan U om het gevraagde te geven, het gezochte te laten vinden en waar geklopt wordt open te doen. Wij lijden immers aan geestelijke traagheid die ons van nature eigen is; door de zwakheid van ons verstand … begrijpen wij niets van U…. Wij hopen dus dat Gij ons bij het begin van deze moeilijke onderneming aan wilt moedigen; dat Gij ons sterkt door een gestadige vooruitgang; dat Gij ons laat delen in de geest van de apostelen en de profeten, zodat wij hun woorden niet anders verstaan dan hoe ze bedoeld zijn…
      Wij willen gaan spreken over de dingen die zij als mysteries verkondigd hebben. Over U eeuwige God, de Vader van de eeuwige en eniggeboren God; over U, de enige die niet geboren is, en over de enige Heer, Jezus Christus, die door de eeuwige geboorte uit U voortgekomen is. Wij mogen van Hem geen tweede God maken vanwege een verschil dat er werkelijk is; wij mogen evenmin beweren dat Hij niet voortgekomen is uit U, die de enige God zijt; we mogen niet verkondigen dat Hij anders is dan de ware God, want Hij is geboren uit U die de Vader zijt en ware God.
      Leer ons dus de betekenis van de woorden, schenk ons het licht van inzicht…, en het geloof in de waarheid. Geef dat hetgeen we geloven ook uitspreken…: dat U die ene God en Vader bent, en Jezus Christus, de ene Heer. Laat ons U eren, mijn God, geef ons het vermogen om Hem te verkondigen, Hij, ware God. 

Clemens van Alexandrië : Terstond landde de boot aan de kust

Clemens van Alexandrië (150-rond 215), theoloog 
De Pedagoog, III, 12, 101 

Clemens Von Alexandrien.jpg

Clémens van Alexandrië
“Terstond landde de boot aan de kust”
   
  Laten we tot het Woord bidden, tot het Woord van God: wees genadig voor uw kinderen, Meester, Vader, gids van Israel, Zoon en Vader, één en twee tegelijkertijd, Heer! Maak dat wij uw geboden navolgen, om te komen tot de volle gelijkenis van het beeld (Gn 1,26), om de goedheid van God en de rechter zonder hardheid te begrijpen naar ons eigen vermogen. Geef ons uzelf: om in uw vrede te leven, om in uw stad gebracht te worden, om door te gaan zonder ten onder te gaan in de stormen van de zonde; om mee genomen te worden naar de rustige wateren van de Heilige Geest; door de onuitspreekbare Wijsheid. Maak dat wij dag en nacht tot aan de laatste dag de Enige –Vader en Zoon, Zoon en Vader, Zoon, Pedagoog (1Kor 4,15) en Meester en tegelijkertijd de Heilige Geest, danken en loven.
      Alles is van de Enige, in wie alles is, door wie alles één is, door wie de eeuwigheid is, van wie wij allen ledematen zijn (1Kor 12,27). Aan Hem zij de heerlijkheid en de eeuwen; alles voor de Goede, alles voor de Schone, alles voor de Wijsheid, alles voor de Rechtvaardige! Aan Hem zij de glorie nu en in de eeuwen der eeuwen, amen!

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Ignatius van Antiochië : Kijk naar mijn handen en voeten….Raak Mij aan

H. Ignatius van Antiochië (? – ca 110), bisschop en martelaar 
Brief aan de christenen van Smyrna 

IgnatiusOfAntioch.jpg

Ignatius van Antiochië
“Kijk naar mijn handen en voeten…Raak Mij aan”
    
 Ik dank Jezus Christus, onze God, die  u zoveel wijsheid schonk. Want ik heb gemerkt dat u volmaakt bent met een ongeschonden geloof, alsof u met lichaam en ziel vastgenageld was aan het kruis van de Heer Jezus Christus, en dat u bevestigd bent in de liefde door het bloed van Christus. En u bent vervuld van een vast geloof in onze Heer, die waarlijk uit het “geslacht van David” is, “naar het vlees” (Rm 1,3). Zoon van God krachtens Gods wil en almacht, waarachtig geboren uit de Maagd, gedoopt door Johannes, opdat “alle gerechtigheid door Hen vervuld zou worden” (Mt 3,15). Waarachtig is Hij om ons, onder Pontius Pilatus en de viervorst Herodes, in het vlees vastgenageld. Door de vrucht van zijn goddelijk en heilzaam lijden, kunnen wij bestaan. Zo wilde Hij door zijn verrijzenis de zegevaan heffen voor zijn heiligen, in het ene lichaam van zijn Kerk.
      Dat alles heeft Hij voor ons immers geleden, opdat wij verlost zouden worden; en Hij heeft waarachtig geleden, zoals Hij ook waarachtig zichzelf heeft opgewekt. Ik weet immers dat Hij ook na de verrijzenis in het vlees was, en ik geloof dat Hij het nu nog is. En toen Hij bij Petrus en zijn gezellen kwam, sprak Hij tot hen: “Raak Mij aan, betast Mij en zie dat Ik geen geest zonder lichaam ben”. En aanstonds raakten zij Hem aan en geloofden, daar zij in nauw contact waren gekomen met zijn vlees en zijn geest. Daarom dan ook spotten zij met de dood en toonden zich boven de dood verheven. Na zijn verrijzenis echter at en dronk Hij met hen als een mens van vlees en bloed, hoezeer Hij ook op geestelijke wijze met de Vader verenigd was. Hieromtrent herinner ik u, geliefden, aan deze waarheden ofschoon ik weet dat u ook zo denkt.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Ireneüs van Lyon : Abraham zag jubelend van blijdschap mijn dag tegemoet

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar 
Tegen de ketterijen IV,5-7 
“Abraham zag jubelend van blijdschap mijn dag tegemoet”
    
                                   Daar Abraham

Irenaeus_of_Lyons_202.jpgprofeet was, zag hij in de Geest de dag van de komst van de Heer en het doel van zijn Lijden, waardoor hijzelf en allen die net als hij in God geloofden, gered zouden worden. Toen jubelde hij van vreugde (G

n 17,17). De Heer was dus niet onbekend voor Abraham, aangezien deze zijn dag zou willen zien… Hij verlangde naar de dag opdat hij ook Christus zou kunnen omhelzen, en na Hem op een profetische wijze te hebben gezien door de Geest, jubelde hij van vreugde.
      Daarom vervulde zijn nakomeling Simeon de vreugde van de voorvader en zei: “Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien  die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken”  (Lc 2,29v)… En 
Elizabeth zegt [volgens enkele manuscripten]: “Mijn ziel jubelt voor de Heer, ik ben opgetogen om mijn God en Redder”. De jubel van Abraham was net als deze ouderen die Christus zagen en die in Hem geloofden. En van deze kinderen steeg de jubel weer op naar Abraham…
      Het is dus terecht dat de Heer getuigde toen Hij zei: “Abraham zag juichend van blijdschap mijn dag tegemoet; hij heeft Hem gezien en van vreugde gejubeld”. En Hij zei dit alleen naar aanleiding van Abraham, maar voor allen die sinds het begin kennis van God verwierven en de komst van Christus verkondigden. Want zij ontvingen deze openbaring van de Zoon zelf, die zich in de dagen zichtbaar en tastbaar heeft gemaakt en met de mensen gesproken heeft om uit de stenen de kinderen van Abraham te verwekken (Mt 3,9) en zijn nakomelingen talrijk als de sterren te maken.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org
 

Chrysostomos Joh. : Judas ging heen. Het was nacht

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over de bekering, nr 1 
Chrisostomos 187.jpg
“Judas ging heen. Het was nacht”
    
 Judas had zijn berouw uitgesproken: “Ik heb gezondigd door onschuldig bloed over te leveren” (Mt 27,4). Maar de duivel die deze woorden had gehoord, had daardoor begrepen dat Judas op de goede weg was en die omvorming had hem bang gemaakt. Toen dacht hij: “Zijn meester was waakzaam; op het moment dat Hij door hem zou worden verraden, weende Hij over de zijnen; het zou vreemd zijn als Hij hem niet op het moment, waarop Judas met heel zijn ziel berouw zou hebben, naar zich toe zou trekken als hij opstaat en zo zijn fout erkent. Werd Hij daarom niet gekruisigd?” Na deze gedachten wierp hij een diepe zorg in de geest van Judas; hij liet een enorme wanhoop in hem opkomen, voldoende om hem van zijn stuk te brengen en hem te bestoken totdat hij zelfmoord pleegde, om hem het leven te ontnemen na hem van zijn gevoelens van berouw te hebben ontdaan.
      Er is geen enkele twijfel dat hij gered zou zijn, als hij nog geleefd zou hebben: we hoeven maar aan de voorbeelden van de beulen te denken. Als Christus hen immers gered heeft die Hem gekruisigd hebben, als Hij zelfs op het kruis tot zijn Vader bad en Hem om vergiffenis vroeg voor hun zonden (Lc 23,24), waarom zou Hij dan niet deze verrader met volledige welwillendheid hebben ontvangen, mits hij zich oprecht bekeerde? Petrus heeft zich drie maal herroepen na aan de eenheid van de heilige mysteriën te hebben deelgenomen; zijn tranen geven de kwijtschelding (Mt 26,75; Joh 21,15v). Paulus de vervolger, de godslasteraar, de verwaande, heeft niet alleen de Gekruisigde vervolgd maar ook zijn leerlingen. Hij is na zijn bekering apostel geworden. God vraagt van ons slechts een lichte boetedoening om het herstel van onze zonden toe te staan.

Judas verraad Ochrid 1259 fresco.jpg

Judas verraad
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Ignatios van Antiochië : Wij zullen aan onze vruchten gekend worden

H. Ignatius van Antiochië (? – ca 110), bisschop en martelaar 
Brief aan de Efeziërs, 13-15 

ignatius van Antiochië9.jpg

Ignatios van Antiochië
Wij zullen aan onze vruchten gekend worden
    
 Zet uzelf ertoe om vaker bijeen te komen om God te danken en te loven. Want, wanneer u zich vaak verzamelt, worden de krachten van Satan verslagen en zijn werk aan de ondergang wordt vernietigd door de unanimiteit van uw geloof. Niets gaat er boven de vrede, die triomfeert over alle aanvallen die de hemelse en aardse krachten ons aandoen.
      Niets van dat alles is verborgen voor u, als u Jezus Christus een geloof en een volkomen liefde toedraagt, die het begin en het einde van het leven zijn: het begin is het geloof en het eind is de liefde. Die twee samen is God. Alle andere deugden die naar de volmaaktheid leiden komen voort uit deze twee eersten. Niemand die zijn geloof belijdt, zondigt; niemand die de liefde bezit, haat. “Men kent de boom aan zijn vruchten”; zo zal men aan de werken hen herkennen die belijden dat ze van Christus zijn. Want vandaag de dag is het werk dat van ons gevraagd wordt niet alleen een eenvoudige geloofsbelijdenis, maar om tot aan het einde in de praktijk van het geloof gevonden te worden.
      Het is beter te zwijgen en te zijn dan te spreken zonder te zijn. Het is goed te onderrichten, als degene die onderricht er naar handelt. Wij hebben niet slechts één meester, degene die “sprak en het was er” (Ps 33,9); zelfs de werken die Hij in stilte heeft gedaan zijn Zijn Vader waardig. Degene die werkelijk het woord van Jezus begrijpt, kan zelfs zijn stilte horen; dan zal hij volmaakt zijn: hij zal handelen door zijn woord en laat zich kennen door zijn stilte. Niets is voor de Heer verborgen; zelfs onze geheimen zijn Hem vertrouwd. Laten we dus alles in de gedachte doen dat Hij in ons blijft; zo zullen wij tempels zijn en Hij zal onze God zijn.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Wanneer u de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven, dan zult u inzien, dat Ik het ben

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Doopcatechese, nr 3, 16v 

johannes_chrysostom1.jpg

“Wanneer u de Mensenzoon omhoog zult hebben geheven, dan zult u inzien, dat Ik het ben”
    
 Wilt u weten welke kracht er in het bloed van Christus verborgen is? Kijk dan waar het begon te stromen en waar de bron is: het komt van het kruis uit de zijde van Christus. Daar Jezus al dood was, zegt het Evangelie, was Hij nog aan het kruis, de soldaat kwam dichterbij en “stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit” (Joh 19,33-34). Dat water was symbool van de doop, en het bloed van de eucharistische mysteriën… De soldaat heeft dus Zijn zijde geopend; hij heeft de muur van de heilige Tempel doorstoken; en ik heb die schat gevonden en heb er mijn rijkdom van gemaakt…
      “Er vloeide bloed en water uit.” Ga niet onverschillig aan dit mysterie voorbij… Ik zei dat dit water en dit bloed symbolen waren van de doop en van de eucharistische mysteriën. Welnu de Kerk wordt geboren uit deze twee sacramenten: door dit bad van wedergeboorte en vernieuwing in de Geest, door de doop dus, en door de mysteriën. Welnu de tekenen van de doop en de mysteriën komen uit zijn zijde voort. Daarom heeft Christus de Kerk uit zijn zijde gevormd, zoals Hij Eva uit de zijde van Adam heeft gevormd (Gn 2,22).
      Daarom zegt Paulus: “Wij komen voort uit zijn vlees en botten” (cf Hand 17,29; Gn 2,23), daarmee doelend op de zijde van de Heer. Zo heeft de Heer immers ook vlees uit de zijde van Adam genomen om de vrouw te vormen, zo heeft Christus ons bloed en water uit zijn zijde gegeven om de Kerk te vormen. En zoals Hij toen vlees uit de zijde van Adam heeft genomen tijdens diens slaap, zo heeft Hij ons bloed en water gegeven na zijn dood…, want voortaan is de dood slechts een slaap. Hebt u gezien hoe Christus zich heeft verenigd met zijn bruid?  Hebt u gezien welk voedsel Hij aan ons allen heeft gegeven? Het is uit hetzelfde voedsel waaruit we geboren zijn en waardoor we gevoed worden. Zoals de vrouw haar kinderen uit haar eigen bloed baart en de kinderen met haar melk voedt, zo voedt Christus hen die Hij gebaard heeft, voortdurend met zijn bloed.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Maximos de belijder : zich voeden met het woord dat uit Gods mond komt

H. Maximus de Belijdenaar (ca. 580-662), monnik en theoloog 
Sermon 16 ; PL 57, 561, CC Sermon 51, p. 206 

maximus the confessor6.jpg

Maximos de Belijder
Zich voeden met het woord dat uit Gods mond komt
    
 De Verlosser antwoordt de duivel: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God”. Dat wil zeggen: “Hij leeft niet van het brood van de wereld, noch van het materiële voedsel waarmee je je bediend hebt om Adam, de eerste mens, te bedriegen, maar van het Woord van God, dat de spijs van het hemelse leven bevat”. Welnu, het woord van God, dat is Christus onze Heer, zoals de evangelist zegt: “In den beginne was het Woord en het Woord was bij God” (Joh 1,1). Wie zich dus voedt met het woord van Christus heeft het brood van deze wereld niet meer nodig. Want degene die zich herstelt met het brood van de Heer, kan het brood van deze wereld niet meer wensen. Immers, de Heer heeft zijn eigen brood, of liever de Verlosser is zelf het brood, zoals Hij het onderricht met deze woorden: “Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald” (Joh 6,41).
       Wat kan mij het brood schelen dat de duivel me aanbiedt, terwijl ik het brood heb dat Christus deelt? Wat kan mij het voedsel schelen… dat de eerste mens uit het Paradijs verjoeg, dat Esau zijn eerstgeboorterecht deed verliezen… (Gn 25,29v) , die Judas Iskariot als verrader heeft aangewezen (Joh 13,26v?) Adam heeft immers het Paradijs verloren door voedsel, Esau heeft zijn eerstgeboorterecht om een bord linzen verloren, en Judas heeft zijn apostelschap verloochend om een stuk brood: want op het moment dat hij een stuk brood nam en indoopte, was hij niet langer een apostel maar werd een verrader… Het voedsel dat men moet nemen is dat welke de weg van de Verlosser opent, niet die van de duivel, en welke omvormt wie het opneemt als getuige van het geloof en niet als verrader.
      De Heer heeft gelijk om in deze vastentijd te zeggen, dat het Woord van God vervult, om ons te onderrichten dat we onze vasten niet door moeten brengen met de zorgen van deze wereld, maar met het lezen van heilige teksten. Wie zich immers voedt met de Schrift, vergeet de honger van zijn lichaam; wie zich voedt met het hemelse Woord vergeet de honger. Zo zie je het voedsel dat de ziel voedt en de honger stilt…: ze schenkt het eeuwige leven en verwijdert ons van de valstrikken van de verleiding van de duivel. Dit lezen van heilige teksten is leven, zoals de Heer ervan getuigt met: “De woorden die Ik u geef zijn Geest en leven” (Joh 6,63).
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Ga je eerst met jouw naaste verzoenen

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het verraad van Judas, 6; PG 49, 390 

Chrisostomos - onbekend.jpg

Johannes Chrysostomos
“Ga je eerst met jouw naaste verzoenen”
    
 Luister naar wat de Heer zegt: “Als je je offergave naar het altaar brengt, en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen, en kom daarna je offer brengen”. Maar zul je zeggen: “Laat ik daar de offerande achter?” “Zeker, antwoordt Hij, opdat de offerande op de juiste wijze geofferd wordt zodat jij in vrede leeft met je broeder of zuster.” Als dus het doel van de offerande de vrede met je naaste is, en als je de vrede niet bewaard, dan dient het nergens toe dat je aan de offerande deelneemt, zelfs niet door je aanwezigheid. Het eerste ding dat je te doen hebt is de vrede herstellen, de vrede waarvoor, ik herhaal het, de offerande geofferd is. Hieruit zul je veel profijt trekken.
      Want de Mensenzoon is in de wereld gekomen om de mensheid te verzoenen met zijn Vader. Zoals Paulus het zegt: “Nu zal God met Hem in alles verzoend zijn” (Kol 1,22); “door het kruis heeft Hij in eigen persoon de haat gedood” (Ef 2,16). Daarom verklaart Degene die de vrede is komen brengen ons gelukkig, als wij zijn voorbeeld navolgen, en Hij geeft zijn naam als erfdeel: “Gelukkig de vredestichters, want ze zullen kinderen van God genoemd worden” (Mt 5,9). Dus wat Christus, de Zoon van God heeft gedaan, doe dat ook zoveel mogelijk voor de menselijke natuur. Laat de vrede bij anderen heersen, net als bij jezelf. Geeft Christus niet de naam “kind van God” aan de vriend van vrede? Daarom is de enige goede voorbereiding, die Hij van ons vraagt bij de offerande, dat wij ons verzoenen met onze broeders en zusters. Hij toont ons daardoor dat van alle deugden de liefde de grootste is.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Isaak de Syriër :Weest dus barmhartig zoals ook uw Vader barmhartig is

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel, heilige in de orthodoxe Kerk 
Overweging, 1ste serie, nr. 34 

Isaac de Syriër8.jpg

“Weest dus barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is”
    
 Broeder, ik beveel je dit aan: de barmhartigheid die je altijd in evenwicht brengt totdat je in jezelf de barmhartigheid voelt die God voor de wereld heeft. Dat deze staat van zijn een spiegel voor je wordt waarin wij in onszelf het ware “beeld en gelijkenis” zien van de natuur en het wezen van God (Gn 1,26). Door dit soort dingen ontvangen wij het licht en een helder besluit brengt ons ertoe om God na te volgen. Een hart dat hard is en zonder medelijden zal nooit zuiver zijn (Mt 5,8). Maar de mens vol mededogen is de dokter van zijn ziel; als door een stormwind jaagt hij de duisternis van onzuiverheden naar buiten. 
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Basilios van Seleucië : Ik ben de goede herder, de ware herder

 

H. Basilius van Seleucie (?-ca. 468), bisschop 
Homilie 26 over de goede Herder; PG 85, 299-308 
“Ik ben de goede herder, de ware herder” (Joh 10,11)
    

Basilios van Seleucia.jpg

Basilios van Seleucië

Abel, de eerste herder, kreeg de bewondering van de Heer die zijn offer graag ontving en nog meer de voorkeur gaf aan de gever dan aan de gave die hij gaf (Gn 4,4). De Schrift prijst ook Jacob, herder van de kudde van Laban, voor de moeite die hij deed voor zijn schapen: “Ik werd opgegeten door de hitte gedurende de dag en door de kou gedurende de nacht” (Gn 31,40); en God beloonde deze mens voor zijn werk. Herder Mozes werd dit ook op de bergen van Midjan, hij gaf er meer voorkeur aan om slecht behandeld te worden samen met het volk van God, dan om zijn vreugde te kennen [in het paleis van de Farao]. God bewonderde zijn keuze en liet zichzelf als beloning aan hem zien  (Ex 3,2). Na dit visioen, verliet Mozes zijn werk als herder niet, maar beval de elementen met zijn staf (Ex 14,16) en liet het volk van Israël weiden. David was ook herder maar zijn herdersstaf werd in een koningsscepter veranderd en hij ontving de kroon. Verbaas je niet dat al deze goede herders dicht bij God staan. De Heer zelf schaamt zich niet om ‘herder’ genoemd te worden (Ps 23 en Ps 80). God schaamt zich niet om de mensen te weiden, en ook niet omdat Hij ze geschapen heeft.
      Maar laten we nu naar onze herder, Christus, kijken; zie zijn liefde voor de mensen en zijn zachtheid om ze te leiden naar de weiden. Hij verheugt zich om de schapen die Hem omgeven evenals dat Hij de schapen die verdwalen, zoekt. Bergen noch wouden zijn voor Hem een obstakel; Hij rent door een dal van diepe duisternis (Ps 23,4) om daar te komen waar het verloren schaap zich bevindt…  Men ziet Hem in de hellen; Hij geeft bevel om er uit weg te gaan; zo zoekt Hij de liefde van zijn schapen. Degene die van Christus houdt, is degene die zijn stem kan horen.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Chrysologos Petros : De oefeningen van de Veertigdagentijd : aalmoes, gebed, vasten

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar 
Sermon 8 ; CCL 24, 59 ; PL 52, 208 
De oefeningen van de Veertigdagentijd: de aalmoes, het gebed en de vasten
    
 Chrysologus Petros.jpg
Chrysologos Petros

Mijn zusters en broeders, we beginnen vandaag aan de grote reis van de Veertigdagentijd. Laten we dus in onze boot alle benodigde voedsel en drank meenemen en laten we het reservoir vol doen met overvloedige barmhartigheid, waarvan we nodig hebben. Want ons vasten heeft honger, ons vasten heeft dorst, als hij zich niet met goedheid voedt, als hij zijn dorst niet lest met barmhartigheid. Ons vasten heeft het koud, ons vasten begeeft het als de vacht van de aalmoes hem niet bedekt, als het kleed van de compassie hem niet omhult.

      Zusters en broeders, wat het voorjaar voor de aarde is, is de barmhartigheid voor de vasten: de zachte voorjaarswind laat alle knoppen van de vlaktes tot bloei komen; de barmhartigheid van de vasten laat al onze zaadjes groeien tot aan de bloei, laat hen vrucht dragen tot de hemelse oogst. Wat de olie voor de lamp is, dat is de goedheid voor het vasten. Zoals het vet van de olie het licht van de lamp laat branden en, met weinig voeding haar laat lichten tot bemoediging in onze nacht, zo laat de goedheid de vasten stralen: Hij straalt totdat hij het volle schitteren van de onthouding bereikt. Wat de zon is voor de dag, is de aalmoes voor de vasten: de schittering van de zon laat het licht van de dag  toenemen, en verwijdert de duisternis van de wolken; de aalmoes vergezelt de vasten en heiligt hem  en de genade van het licht van de goedheid jaagt al wat dodelijk zou kunnen zijn, uit al onze verlangens. Kortom, zoals het lichaam er voor de ziel is, zo is de vrijgevigheid de plaats voor de vasten; wanneer de ziel uit het lichaam weggaat, dan brengt ze de dood; als de vrijgevigheid zich van de vasten verwijdert, dan is dat zijn dood.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Jij bent niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen

 

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het Evangelie van Matteus, nr. 54 
“Jij bent niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen”
  

chrysostom28.jpg

Johannes Chrysostomos

   Petrus beschouwde het lijden en de dood van Christus van een zuiver natuurlijk en menselijk gezichtspunt, en die dood leek hem onwaardig voor God, schaamtevol voor zijn heerlijkheid. Christus corrigeert hem en lijkt tegen hem te zeggen: “Nee hoor, het lijden en de dood zijn Mij niet onwaardig. De alledaagse ideeën verwarren en brengen je oordeel op een dwaalspoor. Laat elk menselijk idee achter je; luister naar mijn woorden vanuit het gezichtspunt van de plannen van mijn Vader, dan zul je begrijpen dat deze dood de enige is die past bij mijn heerlijkheid. Geloof je dat het een schande voor Mij is om te lijden? Weet dat het de wil van de duivel is dat Ik het heilsplan niet zal vervullen”…


      Dat niemand zich dus schaamt voor de tekenen van ons heil, welke zo waardig zijn om te vereren en te aanbidden; het kruis van Christus is de bron van al het goede. Door haar leven wij, worden wij omgevormd en gered. Laten we dus het kruis dragen als een kroon van heerlijkheid. Zij legt haar zegel op alles wat ons naar het heil brengt: wanneer wij omgevormd zijn door de wateren van de doop, staat daar het kruis op ons te wachten; wanneer we de heilige tafel naderen om het Lichaam en Bloed van Christus te ontvangen, dan is zij daar ook; wanneer we de handen leggen op de uitverkorenen van de Heer, dan is ze daar. Wat we ook doen, ze staat daar als teken van heerlijkheid voor ons. Daarom hangen we haar in onze huizen, op onze muren, boven onze deuren; wij tekenen haar op ons voorhoofd en op onze borst; wij dragen haar in ons hart. Want zij is het symbool van onze verlossing en onze bevrijding en van de oneindige barmhartigheid van onze Heer.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Ambrosius van Milaan : Zo ik ze hongerig naar huis laat gaan, zullen ze onderweg bezwijken

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar 
Commentaar op het Evangelie van Lucas, VI, 73-88 
“Zo Ik ze hongerig naar huis laat gaan. zullen ze onderweg bezwijken”
    

Ambrosius van Milaan 1.jpg

Ambrosius van Milaan

 Heer Jezus, ik weet dat u deze mensen hier bij mij niet aan een lege maag wilt laten lijden, maar dat u ze wilt voeden met de voeding die u uitdeelt; zo zullen ze gesterkt door uw voedsel niet bang hoeven zijn om aan de honger te bezwijken. Ik weet heel goed dat u ons ook geen honger wilt laten lijden… U hebt het gezegd: u wilt dat niemand op de weg bezwijkt, dat wil zeggen dat ze bezwijken in de loop van dit leven, voordat ze aankomen aan het einde van de route, alvorens bij de Vader te komen en te begrijpen dat u van bij de Vader komt…
      De Heer heeft dus medelijden, opdat niemand op de weg bezwijkt… Daar Hij het laat regenen over de rechtvaardigen evenals over de onrechtvaardigen (Mt 5,45), voedt Hij ook de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen. Is het niet dankzij de kracht van het voedsel dat de profeet Elia, die bezweek, gedurende veertig dagen heeft kunnen lopen?  Dit voedsel werd hem door een engel gegeven; maar u wordt door Christus zelf gevoed. Als u het voedsel dat u op die wijze hebt ontvangen, bewaart dan zult u niet veertig dagen en veertig nachten lopen…, maar gedurende veertig jaar, vanaf uw vertrek uit de uiterste grensgebieden van Egypte tot aan uw aankomst in het land van overvloed, in het land waar melk en honing vloeien (Ex 3,8)…
      Christus verdeelt dus de levensmiddelen en Hij wil ze, zonder twijfel, aan ons allen geven. Hij weigert het aan niemand, want Hij voorziet allen. Toch zult u bezwijken op de weg, als u de hand niet uitsteekt om uw voedsel te ontvangen, wanneer Hij het brood breekt en het aan de leerlingen geeft… Dit brood dat Jezus breekt is het mysterie van het woord van God: als ze gedeeld wordt, vermeerdert ze. Met enkele woorden slechts heeft Jezus een overvloed aan voedsel gegeven aan alle volken. Hij gaf zijn preken als het brood en terwijl wij het proeven, vermenigvuldigen ze zich in onze mond… Terwijl de menigte eet, vermeerderen de brokken nogmaals, en door ze te vermenigvuldigen, zijn de resten, uiteindelijk overvloediger dan de enkele gedeelde broden.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Avonddienst van de grote Vespers voor het geboortefeest van Johannes de Doper

Byzantijnse liturgie 
Avonddienst van de Grote Vespers voor het geboortefeest van Johannes de Doper 

Johannes de doper synaxis 7 januari.jpg

Johannes de Doper

“Hij sprak, en zegende God”
Door zijn geboorte, bracht Johannes
Een einde aan de stilte van Zacharias:
Voortaan kon hij niet meer zwijgen 
Hij die de roepende Stem in de woestijn voortbracht (Mt3,3)
en verkondigde van te voren de komst van Christus.
Maar omdat de ongelovigheid over hem 
eerst de tong zijn vader vastbond, 
gaf zijn openbaring hem de vrijheid terug;
zo werd hij aangekondigd en vervolgens gebaard
de Stem van het Woord, de Voorloper van de Helderheid, 
die de Voorspreker is van onze zielen.
Op die dag maakt de Stem van het Woord 
de vaderlijke stem vrij, die vastgebonden was door zijn gebrek aan geloof; 
zij toont de vruchtbaarheid van de Kerk, 
en maakt een einde aan haar moederlijke steriliteit.
Voor het licht gaat de kandelaar uit, 
dit is de weerschijn van de Zon der Gerechtigheid (Ml 3,20) 
de straal verkondigt zijn komst voor het universele herstel 
en het heil van onze zielen.
Hier komt uit een steriele schoot 
de Boodschapper van het goddelijk Woord
die zelf geboren moest worden uit een maagdelijke schoot, 
van alle kinderen uit vrouwen geboren de grootste (Mt 11,11), 
de Profeet heeft geen gelijke; 
want de goddelijke dingen hebben een wonderbaarlijk begin nodig, 
of dat nu vruchtbaarheid op hoge leeftijd is (Lc 1,7) 
of dat de bevruchting zonder zaad plaatsvindt.
God die wonderen doet omwille van ons heil, eer aan U…
Universele apostel
Aangekondigd door Gabriel (Lc 1,36),
Verwerper van steriliteit en mooiste bloem in de woestijn
Vriend van de Bruidegom (Joh 3,29),
Profeet waardig om bejubeld te worden,
Bid Jezus om zich over onze zielen te ontfermen. 
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org