Ambrosius : David zelf noemt Hem Heer

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar
Sermon over psalm 36,4-5

Ambrosius van Milaan 1

“David zelf noemt Hem Heer”

       Laten we eens aandachtig kijken naar het mysterie van Christus! Hij is uit de schoot van de Maagd geboren, tegelijk als Dienaar en als Heer; Dienaar om te werken, Heer om te bevelen, om in het hart van de mensen een Koninkrijk van God te vestigen. Hij heeft een dubbele oorsprong, maar Hij is één wezen. Hij is niet een ander als Hij van de Vader komt en een ander  als Hij uit de Maagd komt. Hij is dezelfde uit de Vader geboren voor de schepping die in de loop van de tijd het lichaam heeft aangenomen van de Maagd. Daarom wordt Hij zowel Dienaar als Heer genoemd; om ons Dienaar; maar om de eenheid met de goddelijke substantie, God uit God, Oorsprong uit Oorsprong, Zoon gelijk aan de Vader, zijn gelijke. De Vader heeft immers niet een Zoon die vreemd aan Zichzelf is, geboren laten worden, deze Zoon waarvan Hij verklaard heeft: “In Hem heb Ik al mijn liefde gelegd” (Mt 3,17)…

      De Dienaar bewaart overal zijn waardigheid. God is groot en groot is de Dienaar: in het vlees verliest Hij niet deze “grenzeloze grootheid” (Ps 145,3)… “Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens” (Fil 2,6-7)… Hij is dus gelijk aan God, als Zoon van God; Hij heeft de gestalte van een slaaf aangenomen door mens te worden; “Hij heeft de dood geproefd” (Hb 2,9), Hij van wie “de grootheid grenzeloos is”…

      De gestalte van de Dienaar, die ons allen heeft bevrijd,  is goed! Ja, zij is goed! Zij was Hem, “de naam die boven alle namen is”, waard! Deze nederigheid is goed! Ze heeft verkregen dat “in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader” (Fil 2, 10,11).

Holarius van Poitiers : Deze is waarlijk de profeet die in de wereld moet komen

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Matteüs 14, 11 ; PL 9, 999

 

Hilarius van Poitiers2 (480 x 360)

“Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld moet komen!”

      De leerlingen zeggen dat ze slechts vijf broden en twee vissen hebben. De vijf broden betekenden dat ze nog onderworpen waren aan de vijf boeken van de Wet, en de twee vissen dat ze gevoed waren door het onderricht van de profeten en van Johannes de Doper… Dat hadden de apostelen in eerste instantie te bieden, aangezien ze nog op dat punt waren; en van daaruit is de prediking van het Evangelie vertrokken…

      De Heer nam de broden en de vissen. Hij hief zijn ogen op naar de hemel, zei de zegen en brak ze. Hij dankte de Vader omdat Hij het Goede Nieuws in voedsel had veranderd, na de eeuwen van de Wet en de profeten… De broden werden ook aan de apostelen gegeven: door hen moesten de gaven van de goddelijke genade teruggegeven worden. Vervolgens zijn de mensen gevoed met de vijf broden en de twee vissen en toen ze eenmaal verzadigd waren, bleef er zo’n grote hoeveelheid aan stukjes brood en vis over dat er nog twaalf manden mee gevuld werden. Dat wil zeggen dat de menigte vervuld is met het woord van God dat van de Wet en de profeten kwam. Het overschot aan goddelijke kracht, resterend voor de heidense volken, bleef over als gevolg van het opdienen van het eeuwig voedsel. Ze vormt een volheid, dat van het getal twaalf, evenals het aantal apostelen. Welnu het blijkt dat het getal van hen die gegeten hebben dezelfde is als dat van de komende gelovigen, namelijk vijfduizend (Mt 14,21; Hand 4,4).

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Efraïm de Syriër : Het teken van Jonas

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Diatessaron XI, 1-3. SC 121 p. 195-197.

Efraim de syrier222

Het teken van Jonas

      Na alle tekenen die Onze Heer had gegeven zeiden de blinden tegen Hem : “Wij willen een teken zien”. Onze Heer begon toen over de Ninevieten… Jonas had de vernietiging aan de Ninevieten verkondigd; hij had hun vrees ingeblazen, en hij had bij hen verbijstering gezaaid; en zij toonden hem berouw van de ziel en vruchten van de boetedoening.  De naties waren dus uitverkoren, en de onbesnedenen zijn God genaderd. De heidenen hebben het leven ontvangen, en de zondaars werden bekeerd…

      “Ze vroegen Hem om een teken uit de hemel”, bijvoorbeeld de donder zoals bij Samuel (cf 1Sm 7,10)… Ze hadden een verkondiging die van boven kwam gehoord, en ze geloofden het niet; de verkondiging kwam ook nog uit de diepte…”De Mensenzoon zal in het hart van de aarde zijn, zoals Jonas in de walvis was”… Jonas kwam uit de zee en predikte tot de Ninevieten die boete deden en gered werden; zo, na met zijn lichaam uit het dodenrijk te zijn verrezen, stuurde Onze Heer  zijn apostelen onder de naties; ze werden volledig bekeerd en ontvingen de volheid van leven.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Dorotheüs van Gaza : Kom tot Mij

Dorotheus van Gaza (ca. 500-?) monnik in Palestina
Instructies I, 8

 

Dorotheus van Gaza12 (209 x 250)

“Kom tot Mij”

      Als je werkelijk rust voor je ziel wilt vinden, leer dan om nederig te worden ! Dat je gaat inzien dat alle vreugde, alle glorie en alle rust zich daarin bevindt, zoals je in de trots al het tegenovergestelde vindt. En hoe zijn we immers in alle onrust gekomen? Waarom zijn we in al die ellende gevallen? Komt dat niet door onze trots? Door onze dwaasheid? Is het niet omdat we onze verkeerde bedoelingen hebben gevolgd en door ons met bitterheid aan onze wil hebben geketend? Maar waarom is dat zo? Is de mens niet geschapen in de volheid van welzijn, van vreugde, van rust en glorie? Was hij niet in het paradijs? Men schreef hem voor: doe dit niet, en hij heeft het wel gedaan. Ziet u de trots, de arrogantie, de ongehoorzaamheid? “De mens is dwaas, zegt God toen Hij deze onbeschaamdheid zag; hij weet niet hoe hij gelukkig moet worden. Als hij geen slechte dagen meemaakt, zal hij helemaal verdwalen. Als hij niet leert wat smart is, dan weet hij ook niet wat rust is.” Toen heeft God hem gegeven wat hij verdiende, door hem het paradijs uit te sturen…

      Toch heeft de goedheid van God, zoals ik het vaak herhaal, zijn schepsel niet verlaten, maar ze keert zich er weer naartoe en opnieuw herinnert Hij haar:” Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven” Dat wil zeggen: U bent moe, u bent ongelukkig, u hebt het kwaad ervaren van uw ongehoorzaamheid.. Kom bekeer u nu eindelijk, kom erken uw onmacht en uw schaamte, om terug te komen bij uw rust en uw glorie. Kom en leef uit nederigheid, u die dood was door de trots.  “Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden voor jullie zielen.”

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Gregorios de Grote : Voor de eerste keer zond Hij ze twee aan twee uit

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en Kerkleraar
Homilie over het Evangelie, 17,1-3 ; PL 76,1139

Gregorius de Grote 24378

“Voor de eerste keer, zond Hij ze twee aan twee uit”

      Onze Heer en Verlosser, geachte broeders en zusters, onderricht ons nu eens door zijn woorden, dan weer door zijn handelingen. Zijn daden zelf zijn de geboden, want, als Hij iets doet zonder iets te zeggen, dan toont Hij ons hoe wij moeten handelen. Hier zendt Hij zijn leerlingen dus twee aan twee uit om te gaan verkondigen, omdat er twee geboden van de liefde zijn: de liefde voor God en voor de naaste. De Heer zendt de leerlingen twee aan twee uit om het woord te verkondigen om hiermee aan te geven, zonder het te zeggen, dat degene die geen liefde voor de naaste heeft, absoluut niet het ambt van de verkondiging moet uitvoeren.

      Er is duidelijk gezegd dat “Hij ze twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan” (Lc 10,1). De Heer komt immers na zijn verkondigers, omdat de verkondiging aan Hem voorafgaat. De Heer komt in onze ziel wonen als eerst de richtinggevende woorden gekomen zijn en daardoor de waarheid in de ziel ontvangen kan worden. Daarom zegt Jesaja tegen de verkondigers: “Baan voor de Heer een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God” (40,3). En de psalmist zegt tegen hen ook: “Maak ruim baan voor Hem die opkomt boven de zonsondergang” (Ps 67,5 Vulg). Want de Heer is boven de zonsondergang opgestegen, omdat toen Hij door zijn passie onderging, zich met een nog grotere heerlijkheid openbaarde in zijn verrijzenis. Hij is bij zonsondergang opgekomen, omdat Hij toen verrees, de dood die Hij ondergaan had, overwonnen heeft. Wij banen dus de weg voor Hem die opkomt boven de zonsondergang, als wij zijn heerlijkheid verkondigen aan uw ziel, opdat als Hij vervolgens komt, Hij uw ziel verlicht met de aanwezigheid van zijn liefde.

Colombanus : Want mijn vlees is waarlijk spijs en mijn bloed is waarlijk drank

Sint Colombanus (563-615), monnik, stichter van kloosters
Geestelijke instructie 12, 2, 3

Columba%20icon

 

“Want mijn vlees is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank”

      Beste broeders en zusters, lest uw dorst aan de wateren van de goddelijke bron waarover wij met u wensen te spreken : lest haar, maar doof haar niet uit ; drink, maar raak niet verzadigd. De levende bron, de bron van leven roept ons en zegt tegen ons: Wie dorst heeft, kome tot Mij en drinke” (Joh 7,37). Begrijp wat u drinkt. Dat de profeet Jesaja u het vertelt en dat de bron zelf u het zegt: “Woord van de Heer, ze hebben Me verlaten, de Bron van Levend water die Ik ben” (Jr 2, 12-13). Het is dus de Heer zelf onze God, Jezus Christus, die de bron van leven is en daarom uitnodigt Hij ons uit om tot Hem te komen opdat wij drinken. Hij die liefheeft, drinkt het, hij die zich voedt met het woord van God, drinkt het… Laten we dus drinken aan de bron die anderen verlaten hebben.

      Opdat we van dit brood eten, opdat we van deze bron drinken…, noemt Hij zich “het levend brood dat leven geeft aan de wereld” (Joh 6,51) en dat we moeten eten… Zie waaruit deze bron stroomt, zie ook waar dit brood uit neerdaalt: het is immers Dezelfde die brood en bron is, de eniggeboren Zoon, onze God, de Heer Christus, naar wie we altijd honger moeten hebben.

      Onze liefde geeft het ons als voedsel, ons verlangen laat het ons eten; vervuld verlangen we het nog. Laten we naar Hem gaan als naar een fontein en laten we altijd drinken in de overvloed van onze liefde, laten we Hem altijd drinken met een nieuw verlangen, laten we vreugde vinden in de zoetheid van zijn liefde. De Heer is zacht en goed. Wij eten Hem en wij drinken Hem zonder op te houden met dorsten en hongeren naar Hem, want wij kunnen dat voedsel en die drank niet opmaken. Wij eten van dat brood, maar we krijgen het niet op; wij drinken aan deze bron, maar ze valt niet droog. Dit brood is eeuwig, deze bron stroomt zonder einde.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Athanasios van Alexandrië : Hij trad binnen, en vatte haar bij de hand en het meisje stond op

H. Athanasius (295-373), bisschop van Alexandrië en Kerkleraar
Over de menswording van het Woord 8-9

Athanasios de grote (alexandrië)1

 

“Hij trad binnen, en vatte haar bij de hand en het meisje stond op”

      Het Woord van God, onlichamelijk, onvergankelijk en onstoffelijk, komt in ons bestaan, al was Hij tevoren niet ver weg. Want geen enkel deel van de schepping was ooit zonder Hem. Door de eenheid met zijn Vader vervult Hij alles en overal. Uit menslievendheid jegens ons is Hij gekomen en toonde zich aan ons. Hij had medelijden met ons zwakke mensengeslacht en door zijn begrip voor onze vergankelijkheid verdroeg Hij niet dat de dood over ons heerste. Hij wilde niet dat de schepping verloren ging en het werk van zijn Vader voor de mens om niet zou zijn. Daarom nam Hij voor zichzelf een lichaam aan en wel zo, dat het zich niet van het onze onderscheidde. Want Hij wilde niet zomaar een lichaam hebben en ook niet zich alleen maar laten zien, dan had Hij zich in een ander en volmaakter lichaam kunnen tonen… Nee, Hij wilde ons lichaam aannemen…

      Het Woord nam een lichaam aan dat kon sterven, en dat, door deel te hebben aan dit boven alles gestelde Woord, kon sterven voor allen. Maar tegelijk zou dit lichaam door het daarin wonende Woord onvergankelijk blijven en tenslotte door genade van de verrijzenis voor allen aan de vergankelijkheid een einde stellen. Door zo als offergave, vrij van iedere smet, het lichaam dat Hij voor zichzelf had aangenomen aan de dood prijs te geven, liet Hij onmiddellijk van alle mensen, zijn gelijken, de dood verdwijnen door het offer van het lichaam dat Hij met hen deelde.

      Het was dus passend dat het Woord van God, verheven boven allen, zijn eigen tempel, het instrument van zijn lichaam, als losprijs voor allen heeft geofferd om onze schuld te vereffenen in zijn dood. Terecht heeft zo Gods onsterfelijke Zoon, die met ons allen door een gelijk lichaam verbonden is, ook allen door de belofte van de verrijzenis met onvergankelijkheid bekleed. Want het bederf door de dood heeft geen macht meer over de mens door toedoen van het Woord, dat door dit ene lichaam in allen woont.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Simeon de nieuwe theoloog : Vandaag in Jezus geloven

H. Simeon de Nieuwe Theoloog (ca.949-1022), orthodox monnik
Catechese, 29; SC 113, 164-169


Simeon de neuwe theoloog + basilios

Simeon de nieuwe theoloog en Basilios

Vandaag de dag in Jezus geloven

      Velen blijven maar zeggen : “Als wij in de tijd van de apostelen geleefd zouden hebben en als we waardig bevonden waren om Christus te zien zoals zij Hem zagen, dan zouden wij ook heilig geworden zijn evenals zij zijn.” Ze weten niet dat Hij dezelfde is die, nu zoals toen, spreekt in heel het universum… De huidige situatie is zeker niet dezelfde als die van toen, maar het is de huidige situatie, van nu die veel gelukkiger is. Ze leidt ons gemakkelijker tot een dieper geloof en een diepere overtuiging dan het feit Hem toen lichamelijk gezien en gehoord te hebben.

      Toen was het immers een mens die verscheen, een nederige man; maar nu wordt ons een ware God gepredikt. Toen bezocht Hij regelmatig lichamelijk de tollenaars en de zondaars en at met hen; maar nu is Hij gezeten aan de rechterkant van God de Vader, van Wie Hij nooit op geen enkele wijze gescheiden is geweest… Toen minachtten zelfs onbetekenende mensen Hem door te zeggen: “Is Hij niet de zoon van Maria (Mc 13,15) en van Jozef (Lc 4,22), de timmerman?” (Mt 13,55). Maar nu aanbidden koningen en prinsen Hem als de Zoon van de ware God, en ware God zelf…Toen werd Hij voor een vergankelijk en sterfelijk mens gehouden net als de anderen. Hij kreeg als God, zonder vorm en onzichtbaar, zonder een verandering te ondergaan, vorm in een menselijk lichaam en heeft zich geheel als mens getoond, bood geen andere aanblik dan die van de andere mensen. Hij heeft gegeten, gedronken, geslapen, getranspireerd en is vermoeid geraakt; Hij heeft alles gedaan wat de mensen doen, zonder te zondigen.

      Het is iets groots om te erkennen en te geloven dat een dergelijk mens God was, Degene die de hemel zelf, de aarde en al wat zij bevat, heeft gemaakt… Dus degene die in deze tijd  iedere dag Jezus door de heilige evangeliën de wil van zijn gezegende Vader hoort verkondigen, zonder Hem te gehoorzamen met vrees en beven en zonder de geboden te bewaren, zou Hem toen ook niet aanvaarden en in Hem te geloven.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Isaak de Syriër :Zeer vroeg in de morgen stond Jezus op, en ging heen; Hij begaf zich naar een eenzame plaats

H. Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overweging


Isaak de Syrier bisschop van NBinive

“Zeer vroeg in de morgen stond Jezus op, en ging heen; Hij begaf zich naar een eenzame plaats

      Niets maakt een ziel zo zuiver en vreugdevol, verlicht de ziel en verwijdert slechte gedachten, als het waken dat doet. Daarom hebben onze vaderen volhard in dat zware werk van waken en ze hebben als regel aanvaard om ’s nachts wakker te blijven gedurende hun ascetische leven. Ze deden dat in het bijzonder omdat ze onze Heer met zijn levend Woord ons op verschillende plaatsen ertoe hoorden uitnodigen: “Wees waakzaam en bid onophoudelijk” (Lc 21,36) ; “Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken” (Mt 26,41) ; “Bid zonder ophouden”(1 Tes 5,17).

     En Hij vond het niet genoeg om ons alleen maar met zijn woorden te waarschuwen. Hij heeft ons ook persoonlijk het voorbeeld gegeven door de praktijk van het gebed boven alle andere dingen te verkiezen. Daarom isoleerde Hij zich voordurend om te bidden, en dat niet op willekeurige wijze, maar door de nacht als tijd daarvoor te kiezen en de woestijn als plaats, opdat ook wij in staat werden om in eenzaamheid te bidden, door de menigte en het lawaai te mijden.

      Daarom hebben onze vaderen dit hoge onderricht over het gebed ontvangen, alsof het van Christus zelf kwam. En ze hebben ervoor gekozen om te waken in gebed, op de wijze van de apostel Paulus, om vóór alles voortdurend in de nabijheid van God te kunnen verblijven door het onophoudelijke gebed… Niets van buiten bereikt hen, want daardoor zou de zuiverheid van hun intellect kunnen veranderen, hetgeen hun waken zou kunnen verstoren. Daarom vervult het waken hen met vreugde en is dit het licht van de ziel.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Eusebius van Caesarea : Velen zullen komen van het oosten en het westen, en zullen aanzitten in het Rijk der helelen

Eusebius van Cesarea (ca.265-340), bisschop, theoloog, historicus
Evangelische bewijsvoering, II, 3, 35

 

Eusebius_of_Caesarea25

“Velen zullen komen van het oosten en het westen, en zullen aanzitten in het Rijk der hemelen”

      Er zijn veel getuigenissen in de Schrift die aantonen dat de heidense naties niet minder genade hebben ontvangen dan het joodse volk. Als de Joden deel hebben aan de zegeningen van Abraham, de vriend van God, omdat ze zijn nakomelingen zijn, laten we ons er dan aan herinneren dat God besloten had om een zelfde zegen aan de heidenen te geven, niet alleen zegeningen voor het nageslacht van Abraham, maar ook voor die van Izaak en Jakob. Hij heeft immers expliciet gezegd dat alle naties gelijk gezegend zullen worden en Hij nodigt alle volken uit tot één en dezelfde vreugde met de gelukzalige vrienden van God “Juicht, gij volken, met Zijn volk!” (Dt 32,43) en ook “De edelen der volken zijn verzameld tot het volk van de God van Abraham” (Ps. 47,10).

      Als Israël zich beroemt op het Rijk van God, door te zeggen dat het zijn erfenis is, dan tonen de goddelijke profetieën dat God ook regeert over andere volken: “Zeg aan de volken: De Heer is koning” (Ps. 96,10) en ook “God heerst als koning over de volken” (Ps. 47,9). Als de joden uitverkoren zijn om priesters van God te zijn en om hem een dienst op te dragen…. Dan heeft het woord van God beloofd om aan de volken het zelfde ambt mee te delen “Geeft de Heer, gij geslachten der volken, geeft de Heer heerlijkheid en sterkte. Geeft de Heer de heerlijkheid van zijn naam, brengt offer en komt in zijn voorhoven” (Ps. 95,7-8)…

      En aangezien vroeger in de begintijd “het deel van de Heer zijn volk Jakob was, het land Israël dat Hem ten deel viel” (Dt 32,9 LXX), in een tweede tijdperk bevestigt de Schrift dat alle volken als erfdeel aan de Heer gegeven zullen worden. Volgens het woord van de Vader: “Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit” (Ps 2,8). De profetie verkondigt ook dat Hij “zal heersen” niet alleen in Judea, maar “heersen zal hij van zee tot zee, tot aan het einde van de aarde. Alle volken zijn hem tot knecht en alle stammen van de aarde zijn gezegend in Hem” (Ps 72,8-11). Op deze wijze heeft de Heer zijn overwinning bekendgemaakt, voor de ogen van de volken” (Ps 48,10).

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Basilios de Grote : Blijft altijd bidden, staande voor de mensenzoon

De Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilius (4e eeuw) 
Eucharistisch gebed, 2e deel


Basilios de grote 235

Blijft altijd bidden, staande voor de Mensenzoon

      “Doet dit tot gedachtenis aan Mij. Elke keer als u van dit brood eet en als u uit deze beker drinkt, kondigt u mijn dood aan, en belijdt u mijn verrijzenis”. De priester gaat door: Heer, wij herinneren dus het lijden van Christus die heil geeft, en zijn kruis dat leven geeft, zijn begraven zijn gedurende drie dagen, zijn verrijzenis uit de doden, zijn opstijging ter hemel, zijn aanwezigheid aan uw rechterzijde, o Vader, en zijn wederkomst, die heerlijk en gevreesd zal zijn door hen, die aan U toebehoren, aan U te schenken.

      Het volk zegt: In alles en voor alles zingen wij U toe, wij zegenen U, en wij danken U, Heer, en wij bidden tot U, onze God. Daarom heilige Meester, zijn wij waardig bevonden om u te dienen aan uw heilig altaar, niet om onze gerechtigheid, want wij hebben niets goeds op aarde gedaan, maar door uw goedheid en uw grote barmhartigheid, durven wij uw altaar te naderen, en offeren wij het sacrament van het heilig Lichaam en Heilig bloed van Christus. Wij bidden U en wij roepen U aan, O Heilige der Heiligen: dat door uw goedheid en uw welwillendheid uw Heilige Geest over ons komt en op de gaven hier aanwezig, dat Hij ze zegent en heiligt, dat Hij dit brood van het kostbaar Lichaam van onze Heer en Verlosser Jezus Christus zegent (De diaken zegt: Amen) en ook deze beker met het kostbaar Bloed van onze Heer en Verlosser Jezus Christus (De diaken zegt: Amen) dat vergoten is voor het leven in de wereld (De diaken zegt: Amen).

      Dat wij allen die aan dit enige Brood en deze enige Beker deelnemen, verenigd worden met elkaar in de gemeenschap met de enige Heilige Geest, en dat niemand onder ons deelneemt aan het heilig Lichaam en het heilig Bloed van Christus voor zijn oordeel en zijn veroordeling, maar dat wij medelijden en genade vinden met alle heiligen die sinds het begin U aangenaam waren… Laat ons met één enige stem en één hart Uw waardige en prachtige naam verheerlijken en bejubelen: Vader, Zoon en Heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Dorotheus van gaza : Ik zeg u, geen weerstand te bieden aan het onrecht

Dorotheus van Gaza (ca. 500-?) monnik in Palestina
Instructies nr 1, 6-8

Ik zeg u, geen weerstand te bieden aan het onrecht”

Dorotheus van Gaza12 (209 x 250)

      De Wet zei: “Oog om oog, tand om tand” (Ex 21,24). Maar de Heer roept niet alleen op om met geduld de klap te ontvangen van degene die ons slaat, maar nog meer om hem nederig de andere wang toe te keren. Want het doel van de Wet was om ons te leren om de ander niet aan te doen wat wij zelf niet willen lijden. Ze verhindert ons dus om het kwaad te doen uit angst om te lijden. Maar wat nu gevraagd wordt is de haat, de liefde voor genot, liefde voor de eer en andere slechte tendensen te verwerpen…

      Christus leert ons door de heilige geboden hoe we gezuiverd van onze begeerten kunnen worden, opdat ze ons niet nog meer terug laten vallen in dezelfde zonden. Hij toont ons de oorzaak die teruggaat tot aan het minachten en het overschrijden van de geboden van God; Hij levert er ons zo het geneesmiddel voor opdat we kunnen gehoorzamen en gered worden.

      Wat is dus het geneesmiddel en wat is de oorzaak van de minachting? Luister naar wat onze Heer zelf zegt: “Leer van Mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en u zult rust vinden in uw ziel” (Mt 11,29). Hier toont Hij kort met een enkel woord, de wortel en de oorzaak van alle kwaad, met het geneesmiddel, de bron van al het goede. Hij toont ons wat de verheffing van het hart is, welke ons laat vallen, en dat het onmogelijk is om barmhartigheid te verkrijgen behalve door de tegenovergestelde houding, welke de nederigheid is. Daarom wekt de verheffing minachting en ongehoorzaamheid op, die naar de dood leidt, terwijl de nederigheid gehoorzaamheid en zielenheil veroorzaakt: ik versta de ware nederigheid en niet een onderdanigheid door woorden en houding, maar een ware nederige houding, in het diepst van het hart en van de geest. Daarom zegt de Heer: “Ik ben zachtmoedig en nederig van hart”. Dat degene die werkelijk rust wil vinden voor zijn ziel, de nederigheid leert.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Ireneüs van Lyon : Doopt ze in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Betuiging van de apostolische prediking 6-8

Ireneüs 222

 

“Doopt ze in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest”

   Zie hier de regel van ons geloof, zie hier wat ons fundament is, zie hier wat kracht geeft aan ons gedrag. Ten eerste: God de Vader, ongeschapen, onbeperkt, onzichtbaar; Eén God, Schepper van het universum; dat is het eerste punt van ons geloof. Ten tweede: het Woord van God, Zoon van God, Jezus Christus, onze Heer; Hij werd aan de profeten geopenbaard voor hun profetieën en naar het plan van de Vader; door Zijn tussenkomst is alles gedaan; op het einde der tijden, om alle dingen terug te brengen, heeft Hij het gewaagd om mens onder de mensen te worden, zichtbaar, tastbaar, om zo de dood te vernietigen, het leven te laten verschijnen en de verzoening tussen God en mens te bewerkstelligen. En ten derde: de Heilige Geest; door Hem hebben de profeten geprofeteerd, hebben onze vaderen de dingen van God geleerd en waren de rechtvaardigen gidsen op de weg van de rechtvaardigheid; op het eind der tijden werd de Heilige Geest  op een nieuwe wijze over de mensen verspreid, om ze voor God te vernieuwen over de gehele aarde.

      Daarom is onze nieuwe geboorte door de doop onder het teken van deze Drie artikelen geplaatst. God de Vader geeft het ons met het oog op onze nieuwe geboorte in zijn Zoon door de heilige Geest. Want zij die de Heilige Geest in zich dragen, worden naar het Woord geleid, welke de Zoon is, en de Zoon leidt ze naar de Vader, en de Vader verleent ons de onsterfelijkheid. Zonder de Heilige Geest is het onmogelijk om het Woord van God te zien, en zonder de Zoon kan men niet bij de Vader komen. Want de kennis van de Vader is de Zoon, en de kennis van de Zoon komt door de Heilige Geest, en de Zoon geeft de Geest volgens de wil van de Vader.

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Andreas van kreta : Hosanna, gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer

H. Andreas van Kreta (660-740), monnik en bisschop
Sermon voor Palmpasen; PG 97, 1002

“Hosanna, gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer” (Joh 12,13)

     Houd moed, dochter van Sion, vrees niet : “Jouw koning komt naar je toe; Hij is nederig, en rijdt op een ezel, het jong van een ezelin”. Hij komt, Hij is overal aanwezig en vervult het universum, Hij komt om jou te vervullen met het heil voor allen. Hij komt, “Hij die niet is gekomen om de rechtvaardigen te roepen, maar om de zondaars op te roepen tot bekering”, om de zonde uit hen te laten gaan, die zijn verdwaald. Vrees dus niet “God is in je midden, je bent onwankelbaar”. Ontvang door je handen op te heffen degene die je muren heeft getekend. Ontvang degene die in zichzelf alles heeft geaccepteerd wat van ons is, behalve de zonde, om ons in Hem op te nemen… Verheug u, dochter van Jeruzalem, zing en dans van vreugde…”Straal, want je licht, de Heer is over je opgegaan”.

Wat is dat licht? “Dat licht dat elke mens verlicht die in de wereld komt”: het eeuwige licht… verschenen in de tijd; licht dat zich toont in het vlees en zijn natuur verbergt; het licht dat de herders omhulde en de magiërs leidde; licht dat in de wereld was vanaf het begin, waardoor de wereld gemaakt is en dat de wereld niet gekend heeft; licht dat bij de zijnen kwam en die ze niet hebben ontvangen.

      En de heerlijkheid van de Heer, wat is dat? Dat is ongetwijfeld het kruis waarop Christus verheerlijkt is, Hij was de schittering van de heerlijkheid van de Vader. Hij zei het zelf toen Hij zijn Lijden naderde: “Nu, zei Hij, zal de Mensenzoon verheerlijkt worden en God wordt in Hem verheerlijkt, en Hij zal Hem weldra verheerlijken”. De heerlijkheid waarover Hij hier spreekt is zijn kruisiging. Ja het kruis is de heerlijkheid van Christus en zijn verheerlijking. Hij heeft het gezegd: “Als Ik van de aarde opgeheven zal worden, zal Ik alles tot Mij trekken”.

(Bijbelse referenties: Zach 9,9; Lc 5,32; Ps 46,6; Jes 60,1; Joh 1,9-11; Hb 1,3; Joh 13,31-32; Joh 12,32)

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Ambrosios : Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn klederen werden blinkend wit.

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar

Commentaar op het evangelie van Lucas, VII, 9v

 

ambrose%20of%20milan 7 december

 

“Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn klederen werden blinkend en wit”

   Er zijn er drie uitgenodigd om mee de berg op te gaan en twee om met de Heer te verschijnen… Petrus gaat mee omhoog, hij zal de sleutels van het Koninkrijk der hemelen ontvangen, en Johannes die aan de moeder van Jezus toevertrouwd zal worden, en Jacobus die als eerste de waardigheid van een bisschop zal bekleden. Dan verschijnen Mozes en Elia, de Wet en de profetie, bij het Woord… Laten wij ook de berg opgaan, laten we het Woord van God aanroepen opdat Hij voor ons verschijnt in zijn “schittering en schoonheid”, en dat Hij “komt om over de aarde te heersen” (Ps 98,9)…

   Want als je niet de bergkam van een verheven kennis beklimt, dan zal de Wijsheid en de kennis van de mysteriën niet voor je verschijnen, het zal niet duidelijk worden welk een schittering en schoonheid de inhoud van het Woord van God heeft, maar het Woord van God zal aan jou verschijnen als een lichaam dat “iedere schoonheid mist” (Jes 53,2). Hij verschijnt aan je als een gebroken man, die in staat was om aan onze gebreken te lijden (v.5). Hij verschijnt aan jou als een woord dat uit de mens voortkomt, bedekt met de sluier van de letter, en niet stralend met de kracht van de Heilige Geest (cf. 2Kor 3,6-17)…

   Zijn kleding is anders beneden aan de berg dan bovenaan. Misschien zijn de kleden van het Woord de woorden van de Schrift, die als het ware de goddelijke gedachten kleden. Zoals Hij aan Petrus, Jacobus en Johannes onder een andere gedaante is verschenen, wanneer zijn kleding straalt van witheid, zo zal ook de betekenis van de goddelijke Schrift zich verduidelijken voor jouw geestelijke ogen. De goddelijke woorden worden dus als sneeuw, de kleden van het Woord” blinkend van een witheid dat niemand op aarde zal kunnen verkrijgen”…

    Een wolk kwam en nam ze onder zijn schaduw. De wolk is die van de goddelijke Geest; zij versluiert niet het hart van de mensen, maar openbaart wat er in verborgen is… Je ziet: niet alleen voor de beginners, maar ook voor de volmaakten en zelfs voor de hemelbewoners, is het volmaakte geloof de Zoon van God te kennen.

Cyrillus van Jerusalem : Het is de heilige Geest die belevendigt

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar
Doopcatechismus nr 16

 

cyrillus of jerusalem245

 

“Het is de Heilige Geest die belevendigt”

“Het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven” (Joh 4,14), zo spreekt de Heer. Hij heeft het over een nieuw soort water, dat levend is en opborrelt, ja opborrelt voor wie het waard is. Maar waarom wordt de gave van de Heilige Geest ‘water’ genoemd? Omdat alles bestaat dankzij het water. Omdat de planten en dieren leven krijgen door het water. Omdat het water van de regen neerdaalt uit de hemel. Omdat het in één vorm tot ons komt, maar in vele vormen zijn uitwerking uitoefent. Op één wijze wekt het in de palmboom, op een andere in de wijnstok. Het is alles in alles, ook al blijft het éénvormig en steeds aan zichzelf gelijk. De regen die neervalt is hier niet anders dan elders, maar hij past zich aan de wezensbouw van de dingen die hem ontvangen aan, om voor ieder wezen van nut te zijn.

      Zo is ook de Heilige Geest: Hij is één, enkelvoudig en ondeelbaar, maar aan ieder deelt Hij zijn genade uit zoals Hij het wil. Zoals het droge hout door het water op te nemen in twijgen uitloopt, zo ook de ziel die in zonde leeft: als ze door haar bekering de Heilige Geest waardig bevonden wordt, brengt zij vruchten van gerechtigheid voort. De Geest is enkelvoudig, maar toch bewerkt Hij, volgens de wil van God en in naam van Christus, velerlei genaden.

      Van de één gebruikt Hij de tong om wijsheid te verkondigen; van een ander verlicht Hij de ziel door de gave van profetie; weer een ander geeft Hij de macht om duivels uit te drijven; weer een ander ontvangt de gave van verklaring van de Heilige Schrift. Van de één versterkt Hij de zelfbeheersing, een ander leert Hij werken van barmhartigheid, nog een ander leert Hij vasten en de versterving, weer een ander leert Hij aardse begeerten te minachten, en nog een ander geeft Hij de bereidheid tot martelaarschap. Bij de ene werkt Hij zo, bij de ander anders, maar steeds blijft Hij geheel zichzelf. Er staat immers geschreven: “Aan een ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen”(1Kor 12,7)

Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org

Ignatios van Antiochië : niemand heeft groter liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden

H. Ignatius van Antiochië (?-rond110), bisschop en martelaar
Brief aan de Romeinen 4-8 (vert. brevier)

Ignatius van Antiochië 125

“Niemand heeft groter liefde dan hij, die zijn leven geeft voor zijn vrienden

      Ik schrijf aan alle kerken en druk allen op het hart dat ik graag sterf voor God, als u het mij maar niet verhindert. Ik smeek u: laat uw welwillendheid mij niet ongelegen komen. Laat mij toch voedsel zijn voor de wilde dieren. Daardoor kan ik tot God komen. Ik ben de tarwe van God en door de tanden van de wilde dieren word ik gemalen om zuiver brood van Christus te worden…

      De vreugde van de wereld en alle koninkrijken van deze aarde kunnen mij niet helpen. Voor mij is het beter om te sterven voor Jezus Christus dan te heersen over de uiteinden der aarde. Hem zoek ik die voor ons gestorven is, naar Hem verlang ik die voor ons is opgestaan. Mijn geboorte is nabij. Vergeeft mij, broeders en zusters. Belet mij niet te leven… Laat mij het heldere licht ontvangen; eenmaal daar gekomen zal ik pas ten volle mens zijn. Laat mij het lijden van mijn God navolgen…

      Mijn liefde is gekruisigd en in mij brandt geen vuur dat naar het aardse verlangt. Levend en sprekend water (Joh 4,10;7,38) is in mij, dat in mijn binnenste zegt: “Kom tot de Vader”. Ik vind geen genoegen meer in het voedsel dat vergankelijk is, noch in de vreugden van dit bestaan. Het brood van God verlang ik, dat is het vlees van Jezus Christus, uit het geslacht van David; en als drank wens ik het bloed van Hem, die de onvergankelijke liefde is…Bid voor mij, opdat ik het doel bereik.

Augustinus : U bent niet van de wereld, want Ik heb u uit de wereld uitverkoren

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Sermon 334 voor de heilige martelaren, §1

augustinus 247

“U bent niet van de wereld, want Ik heb u uit de wereld uitverkoren”

      Alle goede en trouwe gelovigen, maar vooral de verheerlijkte martelaars kunnen zeggen : “Als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?” (Rm 8,31). De wereld moppert over  hen, de volkeren bereiden ijdele plannen tegen hen, de koningen stellen zich in slagorde op (Ps 2,1). Men vond nieuwe martelingen uit en bedacht ongelooflijke folteringen tegen hen. Men overlaadde hen met vernederingen en met leugenachtige beschuldigingen, men sloot hen op in onmenselijke cellen, men bewerkte hun vlees met ijzeren nagels, men slachtte hen af met zwaarden, men stelde hen bloot aan wilde dieren, men leverde hen over aan vlammen, en deze martelaren van Christus riepen uit: “Als God voor ons is, wie is dan tegen ons?”

      De gehele wereld is tegen u en u zegt: “Wie is tegen ons?” Maar de martelaren antwoorden ons: “Wat is de gehele wereld voor ons, als wij sterven voor Hem die de wereld heeft gemaakt?” Dat de martelaren dat blijven zeggen en dat wij dat horen en met hen zeggen: “Als God voor ons is, wie is dan tegen ons?” Zij kunnen in woede ontsteken, ons beledigen, ons onterecht beschuldigen, ons belasteren; ze kunnen niet alleen doden, maar ook martelen. Wat zullen de martelaren doen? Zij zullen antwoorden: “God komt mij te hulp, de Heer ondersteunt mijn ziel” (Ps 54,6)… Welnu als God de ziel ondersteunt, wat in de wereld kan me dan schaden?… Hij zal mijn lichaam herstellen…”Al uw haren zijn geteld” (Lc 12,7)… Laten we dus met geloof en met hoop en met een hart dat brandt van liefde, zeggen: “Als God voor ons is, wie is dan tegen ons?”