Chrysostomos : een nederig en volhardend gebed

H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie “Dat Christus verkondigd wordt”, 12-13; PG 51, 319-320

Een nederig en volhardend gebed

Chrysostomos Joh 258

      Een Kananese vrouw naderde Jezus en begon te smeken en schreeuwde het uit om haar dochter die bezeten was door een demon… Was deze vrouw, een vreemdeling, een heiden zonder enig verband met de joodse gemeenschap, anders dan een bedelend hondje om te verkrijgen wat ze vroeg? “Het is niet goed, zei Jezus, om brood voor de kinderen aan de hondjes te geven.” Toch heeft ze het door haar volharding verdiend om verhoord te worden. Zij die slechts als een hondje was, werd door Jezus verheven tot de waardigheid van kinderen; sterker nog, Hij heeft haar complimenten gegeven. Hij zegt tegen haar als Hij haar wegzendt: “Vrouw, uw geloof is groot, dat alles u geschiedt zoals u wilt” (Mt 15,28). Als men Christus hoort zeggen: “Uw geloof is groot”, hoeft men niet meer een ander bewijs te zoeken voor de grootheid van de ziel van deze vrouw. Zie hoe zij haar onwaardigheid uitgewist heeft met haar volharding. Merk ook op dat wij meer van de Heer verkrijgen door ons eigen gebed, dan door het gebed van anderen.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Cyprianos van Carthago : De tollenaar …durfde zelfs zijn ogen niet ten heme heffenl

H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van Carthage et martelaar
Het gebed van de Heer, § 4, 6

“De tollenaar… durfde zelfs zijn ogen niet ten hemel heffen”

    

Cyprianus van Carthago1

 

  De mensen van gebed moeten hun smeekbeden en hun vragen met bescheidenheid, kalmte, terughoudendheid en discretie uitdrukken. Herinneren we ons dat we in aanwezigheid van God zijn. Het is nodig dat de houding van ons lichaam en de toon van onze stem aangenaam zijn voor God. Het past niet om uit te barsten in geschreeuw; het past om te bidden met bescheidenheid en terughoudendheid.

      De Heer leert ons om te bidden in afzondering, in eenzaamheid en op afgelegen plaatsen en zelfs in onze binnenkamers (Mt 14,23; 6,6), hetgeen beter overeenkomt met het geloof. Wij weten dat God overal aanwezig is, Hij hoort en ziet alle mensen, de blik van zijn oppermachtige majesteit dringt door tot in het geheim. Er staat immers geschreven: “Ben Ik een God van nabij, luidt het woord van de Heer, en niet een God van verre? Zou zich iemand in schuilhoeken kunnen verschuilen, dat Ik hem niet zou zien? luidt het woord van de Heer. Vervul Ik niet de hemel en de aarde? luidt het woord van de Heer.” (Jr 23,23-24).

      De mens van gebed, mijn geliefde broeders en zusters, moet niet negeren hoe de tollenaar in de Tempel naast de farizeeër bad. Hij hief zijn ogen niet onbeschaamd ten hemel, hij stak zijn handen niet arrogant uit. Hij sloeg zich op de borst, hij erkende zijn innerlijke en verborgen zonden, hij smeekte om hulp van de goddelijke barmhartigheid. De farizeeër vertrouwde daarentegen op zichzelf. De tollenaar verdiende het om als rechtvaardig erkend te worden. Want hij bad zonder te hopen op heil door zijn onschuld, aangezien niemand onschuldig is. Maar hij bad door zijn zonden te bekennen, en zijn gebed werd verhoord door Degene die de nederigen vergeeft.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Petrus Chrysologus : Ik ga terug naar mijn vader

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar
Homilie over de vergiffenis, 2, 3

“Ik ga terug naar mijn vader”

 

Petrus chrysologus2

 

     Wanneer het gedrag van de jongeman ons niet bevalt, dan is dat zeker zijn vertrek welke onze afschuw wekt: wij zouden ons nooit van een dergelijke vader verwijderen! Alleen al de blik van de vader verjaagt de zonden, stoot fouten af, sluit alle misdragingen en elke verleiding uit. Maar als we zijn vertrokken, als we de gehele erfenis van de vader hebben verkwist in een wanordelijk leven, als het ons overkomen is om fouten of misdrijven te begaan, als we in de poel des verderfs en in een totale ondergang zijn beland, laten we dan eens en voor altijd opstaan en laten we teruggaan naar de liefdevolle vader, zoals we uitgenodigd worden door dit mooie voorbeeld.

      “Toen hij nog veraf was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen. En hij liep hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem.” Nu vraag ik u, is hier nog plaats voor wanhoop? Nog een voorwendsel voor een excuus? Welke valse redenering zou je nog vrezen? Misschien dat men vreest om de vader te ontmoeten, dat men bang is voor zijn kussen en zijn omhelzingen; tenzij men gelooft dat de vader ingrijpt om u terug te halen, in plaats van te vergeven, als hij zijn kind vastpakt, hem tegen zijn hart houdt en in zijn armen drukt. Maar zo’n gedachte verplettert het leven, staat lijnrecht tegenover ons heil en is ruimschoots overwonnen, ruimschoots verdwenen door hetgeen daarop volgt: “De vader zei tot zijn slaven: Breng vlug het beste kleed hier en trekt het hem aan en doet hem een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten. En haalt het gemeste kalf en slacht het, en laten wij een feestmaal hebben, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden.” Nadat we dat gehoord hebben, kunnen we dan nog aarzelen? Wat verwachten we door terug te komen bij de Vader?

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Basilios van Caesarea (de grote) : welzalig de mens….

H.Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar
Homilie 6 tegen de rijkdom; PG 31, 275-278

basil_of_caesarea1

“Welzalig de mens die zich ontfermt en uitleent … die aan de armen geeft, zijn gerechtigheid houdt voor immer stand” (Ps 112)

      Wat zul je de hoogste rechter gaan antwoorden, jij die je muren bekleedt, maar je gelijke niet bekleedt? Jij die je paarden borstelt, maar je broeder die in ellende zit, nog geen blik waardig gunt?… Jij die je goud verstopt en niet de onderdrukte gaat helpen?…

      Zeg mij eens, wat behoort jou toe? Van wie heb je alles wat jou door het leven heen draagt, ontvangen? … Ben je niet naakt uit de schoot van je moeder gekomen? Zul je ook niet naakt terugkeren in de aarde? (Jb 1,21) De huidige goederen, van wie heb je die? Als je antwoordt: door het toeval, dan ben je een slecht mens die weigert om zijn schepper te kennen en zijn weldoener te danken. Als je toegeeft dat het van God komt, zeg mij dan om welke reden jij ze hebt ontvangen.

      Zou God onrechtvaardig zijn door de nodige levensbehoeften ongelijk te verdelen? Waarom heb jij overvloed en zit de ander in de ellende? Is dat niet alleen opdat jij op een dag door jouw goedheid en jouw belangeloze gebaar, je beloning ontvangt, terwijl de arme de beloofde kroon voor zijn geduld verkrijgt?… Het brood wat jij hebt, behoort aan de hongerige; aan de naakte man behoort de mantel die jij verborgen houdt in je kasten… Zo bega je evenveel onrecht, als dat er mensen zijn die je kon helpen.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Cyprianus : Het geduld van God navolgen

H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van Carthage et martelaar
Over de weldaad van geduld, 3-5 ; PL 4, 624-625

Cyprianus-de-Carthago 58

Het geduld van God navolgen

      Wat heeft God een groot geduld !… Hij laat de dag geboren worden en het licht van de zon opgaan over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Mt 5,45); Hij begiet de aarde met regen, en niemand wordt buitengesloten van zijn weldaden, zo goed als het water zonder onderscheid toegekend wordt aan goeden en slechten. Wij zien Hem met evenveel geduld handelen naar de schuldigen, als naar de onschuldigen, de trouwen en trouwelozen, zij die danken en zij die ondankbaar zijn. Voor hen allen, luistert de tijd naar de bevelen van God, stellen de elementen zich in zijn dienst, waaien de winden, springen de bronnen op, groeit de oogst in overvloed, rijpt de druif, dragen de bomen overvloedig vrucht, worden de wouden groen en de weilanden bedekt met bloemen… Hoewel Hij de macht tot wraak heeft, geeft Hij de voorkeur aan lange tijd geduld hebben en Hij wacht en schort het op met goedheid, opdat, als het mogelijk was, het kwaad met de tijd uitdooft en dat de mens.. zich uiteindelijk tot God richt, zoals Hij ons Zelf zegt in deze termen: “Ik wil niet de dood van degene die sterft, maar liever dat hij terug komt bij Mij en leeft” (Ez 33,11). En verder: “Kom terug naar Mij, kom terug bij de Heer uw God, want Hij is barmhartig, goed, geduldig en vol medelijden”(Jl 2,13)…

      Jezus zegt tegen ons: “Wees volmaakt, zoals ook uw hemelse Vader volmaakt is” (Mt 5,48). Door deze woorden toont Hij ons dat wij, als kinderen van God en herschapen door een hemelse geboorte, het toppunt van de volmaaktheid bereiken als het geduld van de Vader in ons blijft en dat de goddelijke gelijkenis, die verloren was gegaan door de zonde van Adam, zich toont en onze handelingen doorstraalt. Wat een zaligheid om op God te lijken wat een geluk om deze deugd, welke de goddelijke lofzang waard is, te bezitten!

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Efraïm de Syriër : Hij stak de vingers in zijn oren,…en raakte zijn tong aan

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Sermon “Over onze Heer”

efraim de Syriër  p mpol

“Hij stak de vingers in zijn oren, … en raakte zijn tong aan”

      De goddelijke kracht welke door de mens niet aangeraakt kan worden, is nedergedaald, zij is omwikkeld met een tastbaar lichaam, opdat de armen haar aanraken en door de mensheid van Christus aan te raken is, daardoor ontvangen zij zijn goddelijkheid. Door middel van lichamelijke vingers heeft de doofstomme gevoeld dat zijn oren en zijn tong werden aangeraakt. Door middel van tastbare vingers heeft hij de onaanraakbare goddelijkheid waargenomen toen de band van zijn tong verbroken werd en toen de gesloten deuren van zijn oren werden geopend. Want de architect en de maker van het lichaam is naar hem toe gekomen, en met een vriendelijk woord heeft Hij zonder pijn openingen gemaakt in dove oren; zo ook bij de gesloten mond, welke tot dan toe onmachtig was om een woord te spreken, heeft de lof voor Degene, die zo vrucht liet dragen aan zijn steriliteit, op de wereld gezet.

      Eveneens heeft de Heer modder gemaakt met zijn speeksel en heeft het op de ogen van de blindgeborene gesmeerd (Joh 9,6) om ons te laten begrijpen dat hem iets ontbrak, evenals de doofstomme. Een aangeboren onvolmaaktheid van ons menselijk deeg werd opgeheven dankzij het zuurdesem dat van Zijn volmaakte lichaam komt… Om aan te vullen wat de menselijke lichamen missen, heeft Hij iets van zichzelf gegeven, net als Hij zich te eten geeft [in de Eucharistie]. Daardoor laat Hij onvolmaaktheden verdwijnen en laat Hij de doden verrijzen, opdat wij zouden erkennen dat, dankzij zijn lichaam “waarin heel de volheid van de Godheid woont” (Kol 2,9), de fouten van onze menselijkheid worden hersteld en opdat het ware leven aan de doden wordt gegeven door dat lichaam waarin het ware leven woont.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Als u zich herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft

H.Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Sermon 357

“Als u zich herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft”

      

Augustinus 21

“God laat zijn zon opgaan over goeden en slechten, Hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen” (Mt 5,45). Hij toont zijn geduld; Hij gebruikt nog niet zijn almacht. Jij ook…, zie af van uitlokkingen, verhoog niet het ongemak van hen die onrust zaaien. Ben je een vriend van de vrede? Houd je dan rustig binnen in jezelf… Laat de ruzies zitten, en keer je naar het gebed. Antwoord niet op beledigingen door een belediging, maar bidt voor die mens.

      Jij zou hem tegen willen spreken: spreek tot God voor hem. Ik zeg niet dat je moet zwijgen; kies een geschikte plek en zie Degene tot wie je spreekt in stilte door een schreeuw uit je hart. Daar ziet de tegenstrever je niet, wees zelfs daar goed voor hem. Bij deze tegenstander van de vrede, bij deze vriend van de twist, kun jij vriend van de vrede antwoorden: “Zeg alles wat je wilt, wat ook je vijandigheid inhoudt, jij bent mijn broeder [of zuster]”…

      “Jij kunt me wel haten en me van je afduwen, maar je bent mijn broeder [zuster]! Erken in je het teken van mijn Vader. Dit is het woord van de vader: jij bent een ruziezoeker, maar je bent mijn broeder, want jij zegt net als ik: “Onze Vader die in de hemel zijt.” Wij roepen eenzelfde Vader aan, waarom zijn wij dan niet één? Ik smeek je, erken wat je tegen mij zegt en laat vallen wat je tegen mij hebt… Wij zijn slechts één stem voor de vader; waarom zouden we niet samen één vrede hebben?”

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gregorios van Nazianze : de hemel opende zich

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar
Homilie 39, voor het Lichtfeest ; PG 36, 349 (vert. brevier)

“De hemel opende zich

    

gregorius-van-nazianze23

  Christus wordt verlicht door de doop, laten we ons bij Hem aansluiten. Christus laat zich dopen; laten wij met Hem afdalen om met Hem op te stijgen. Johannes is aan het dopen, Jezus komt naderbij, misschien ook wel om de Doper te heiligen, in ieder geval om de oude Adam geheel in het water te begraven. Daartoe heeft Hij vooraf de Jordaan geheiligd. Zelf geest en lichaam, wilde de Heer met de Geest het water inwijden… Jezus stijgt dan uit het water op. Hij draagt inderdaad de hele wereld met zich mee. Hij ziet de hemel openscheuren, die Adam voor zichzelf en voor allen na hem had gesloten, zoals ook het paradijs gesloten werd met het vlammend zwaard.

      De Geest komt tot Hem als tot zijn gelijke en legt getuigenis af over Jezus’ goddelijkheid. De stem weerklinkt uit de hemel als getuigenis over Hem die uit de hemel kwam. En in de gedaante van een duif, lichamelijk zichtbaar, betuigt Hij eer aan het lichaam dat immers ook God is door de vergoddelijking. Zo kondigde eeuwen geleden ook een duif het einde van de zondvloed aan (Gn 8,11).

      Wij willen vandaag het doopsel van Christus met een passende viering gedenken. Wees helemaal rein; reinigt dus uzelf. Want over niets verheugt God zich meer dan over de bekering en redding van een mens. Elk woord en alle mysteriėn zijn daarop gericht. U moet een lichtend voorbeeld zijn in de wereld, voor de andere mensen een levenskracht. U moet worden tot een volmaakt licht dat staat bij het grote Licht; wees ingewijd in het hemelse leven van licht, overgoten met het heldere en zuivere licht van de Drie-eenheid.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Begin van de vasten

BEGIN VAN DE VASTENTIJD

 

“Open voor mij de deur van het berouw,

O Schenker van het leven.

Want zie, mijn geest waakt en verlangt

Naar uw heilige tempel

Omdat de tempel van mijn lichaam

Geheel veronteinigd is;

Maar Gij Bermahrtige, reinig mij door uw grote genade.

 

Leid mij op het pad des heils,

O Moeder van God,

Want met beschamende daden

Heb ik mijn ziel besmeurd

En de traagheid mijn leven verdaan.

Maar bevrijd mij door uw gebeden

Van al mijn onreinheid.

 

Denkende aan de vele boosheden

Die ik heb begaan,

Beef ik, ongelukkige,

Voor de dag des oordeels.

Maar hopende op de genade

Van uw barmhartigheid,

Roep ik als David U toe :

Ontferm U over mij, o God,

Volgens uw grote genade

 

(Horologion,p120)

Chrysostomos : Hij zag hun geloof

H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar
Losse overwegingen. Over de verlamde.

“Hij zag hun geloof”

Chrisostomos joh. mozaik in de Hadia Sophia Istanbul 9e eeuw

      De verlamde had geloof in Jezus Christus. De manier waarop hij zich aan Christus liet zien, bewijst het. Men liet hem neerdalen door een gat in het dak… U weet dat de zieken in een zo grote diepte en slecht humeur zijn dat de goede diensten die men hen geeft hen vaak chagrijnig maakt op hun bed… Maar deze verlamde is tevreden dat hij uit zijn kamer wordt gehaald en als spektakel aan het publiek wordt uitgeleverd, door op zijn draagbaar over pleinen en straten gedragen te worden…

      Deze verlamde lijdt niet aan eigenliefde, de menigte omringt het huis waar de Redder zich bevindt, alle doorgangen zijn afgesloten, de ingang is belemmerd. Wat maakt het uit! Men brengt hem naar binnen door het dak en hij vindt het goed: de liefde is zo handig, de liefde is zo vindingrijk! “Wie zoekt, zal vinden; wie klopt, zal open gedaan worden” (Mt 7,8). Deze zieke zal niet tegen zijn vrienden die hem dragen, zeggen: “Wat gaan jullie doen? Waarom zoveel gedoe? Waarom die haast? Laten we wachten tot het huis leeg is en iedereen vertrokken. Dan zouden we ons aan Jezus, die alleen gelaten is, kunnen tonen…” Nee, de verlamde denkt zoiets niet; het is voor hem een heerlijkheid om een groot aantal getuigen bij zijn genezing te hebben.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Cyrillus van Alexandrie : Allen die Hem aanraakten, werden genezen

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop, Kerkleraar
Commentaar op het Evangelie van Johannes, 4

“Allen, die Hem aanraakten, werden genezen”

    

cyrillus van Alexandriê..213

  Zelfs om doden te laten verrijzen, vindt de Verlosser het niet genoeg om door zijn Woord te handelen, die toch drager is van de goddelijke bevelen. Voor dat zo prachtige werk, neemt Hij, als men dat zo kan zeggen, zijn eigen vlees als medewerkster om zo te tonen dat zij de macht heeft om het leven te geven, en om te laten zien dat ze één is met Hem: zij is immers zijn vlees, en niet een vreemd element.

      Dat is wat er is gebeurd als Hij het dochtertje van het hoofd van de synagoge liet verrijzen, door tegen haar te zeggen: “Meisje, sta op!” (Mc 5,41). Hij heeft haar bij de hand genomen, zoals het geschreven staat. Hij heeft haar het leven teruggegeven, zoals God door een machtig bevel, en Hij heeft haar ook opgewekt door het contact met zijn heilig vlees – er zo van getuigend dat een zelfde goddelijke energie aan het werk is, zowel in zijn lichaam als in zijn woord. Zo ook op dezelfde wijze als Hij in de stad genaamd Naïn aankomt, waar men de enige zoon van de weduwe begroef, daar heeft Hij de doodskist aangeraakt en gezegd: “Jongen, ik zeg je, sta op!” ( Lc 7,14).

      Zo kent Hij niet alleen de macht om de doden te laten verrijzen naar zijn woord, maar ook om te tonen dat zijn lichaam levendmakend is, raakt Hij de doden aan, en door zijn vlees laat Hij het leven overgaan naar hun dode lichaam. Als het enige contact met zijn heilig vlees, het leven teruggeeft aan een lichaam dat in staat van ontbinding is, welke genade zullen wij dan niet vinden door zijn levendmakende eucharistie wanneer wij van haar onze voeding maken? Zij zal hen, die eraan hebben deelgenomen, geheel omvormen in haar eigen zaligheid, welke de onsterfelijkheid is.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gebed

 

GEBED

biddend

Jezus, zachtmoedig en nederig van hart, u komt tot ieder mens om de liefde van de Vader te openbaren.

Jezus, goedheid zonder grenzen, u bevrijdt de gevangenen, u vergeeft onze fouten.

Jezus, onze rust en onze toevlucht, uw juk is zacht en uw last is licht.

Jezus, gezonden door de Vader, u geneest onze blindheid.

Jezus, brood des levens, u voedt onze hart door uw woord.

Jezus, u kwam om vuur op aarde te brengen.

Opgestane Jezus, u laat ons delen in uw vreugde

Gebed uit Taizé

Cyrianus : “ons dagelijks brood”

H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van  Carthage et martelaar
Het gebed van de Heer nr. 18

“Ons dagelijks brood”

     

cyprianus van Carthago

“Geef ons heden ons dagelijks brood” Deze woorden kun je op een geestelijke en letterlijke wijze horen: in het plan van God, moeten de twee interpretaties bijdragen aan ons heil.

 

      Ons levensbrood is Christus, en dat brood is niet voor iedereen, maar het is voor ons. Zoals wij “Onze Vader” zeggen, omdat Hij de Vader is van hen die geloof hebben, zo noemen wij Christus “ons brood”, omdat Hij het brood van hen is die zijn lichaam vormen. Om het brood te verkrijgen, bidden we elke dag; wij willen niet … vanwege een ernstige fout… ons dat hemels brood ontzeggen, ons scheiden van het lichaam van Christus, Hij die verkondigde: “Ik Ben het levend brood dat uit de hemel is neergedaald; als iemand van dit brood eet, zal hij eeuwig leven. En het brood dat Ik u geef is mijn vlees voor het leven van de wereld” (Joh 6,51)… De Heer heeft ons waakzaam gemaakt: “Als u niet eet van het vlees van de Mensenzoon en zijn bloed niet drinkt, dan zult u het leven niet in u hebben” (Joh 6,53). Wij vragen dus om alle dagen ons brood te ontvangen, dat wil zeggen Christus, om in Christus te blijven en te leven, en om ons niet te verwijderen van zijn genade en van zijn lichaam.

      Wij kunnen deze vraag ook op een volgende manier begrijpen: wij hebben de wereld achter ons gelaten; door de genade van het geloof hebben we zijn rijkdommen en zijn verleidingen verworpen; wij vragen eenvoudig voeding… Degene die net leerling  van Christus begint te worden en van alles afstand doet naar het woord van de Meester (Lc 14,33), moet het dagelijks voedsel vragen en zich geen zorgen maken over de toekomst. De Heer heeft gezegd: “Maakt u niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last” (Mt 6,34). De leerling vraagt dus met reden zijn dagelijks brood, aangezien men hem verboden heeft om zich met morgen bezig te houden.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Wie oren heeft om te horen, hij hore

H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar
Overwegingen over Matteüs, nr 44 ; PG 57, 467

“Wie oren heeft om te horen, hij hore!”

     

In de parabel van de zaaier, toont Christus ons dat zijn woord zich zonder onderscheid richt tot iedereen. Zo maakt immers ook de zaaier in de parabel geen onderscheid tussen de terreinen, maar zaait in alle windrichtingen, zo maakt de Heer ook geen onderscheid tussen rijk of arm, wijs of dwaas, de nalatige of de toegewijde, de moedige en de laffe, maar Hij richt zich tot allen en, hoewel Hij de toekomst kent, zet Hij van zijn kant alles in het werk om zo te kunnen zeggen: “Wat kon ik nog meer aan mijn wijngaard doen, wat heb ik te weinig gedaan? (Jes 5,4)…

 Bovendien vertelt de Heer deze parabel om zijn leerlingen aan te moedigen en om ze te leren zich niet te laten verslaan, zelfs als degenen die het woord ontvangen minder in aantal zijn dan zij die het verkwisten. Zo was het voor de Meester zelf, die, ondanks zijn kennis van de toekomst, niet ophield met het uitzaaien van zijn graan.

      Maar zul je zeggen, waar is het goed voor om het tussen de doornen, op de stenen of op het pad te zaaien? Ging het over zaad en de materiële aarde, dan zou het geen zin hebben; maar aangezien het over de zielen en over het Woord gaat, dan is deze zaak helemaal een lofrede waard. Men maakt met reden een akkerbouwer die zo handelde, verwijten; steen kan geen aarde worden, een pad kan niet ophouden pad te zijn en doornen blijven doornen. Maar op het geestelijke vlak gaat het niet op dezelfde wijze: steen kan daar een vruchtbare aarde worden, de weg kan ophouden om door allerlei voorbijgangers betreden te worden en een vruchtbaar veld worden, de doornen kunnen uitgetrokken worden en daardoor kan het graan vrij groeien. Als dat niet mogelijk was, dan zou de zaaier zijn graan niet gezaaid hebben zoals hij het nu gedaan heeft.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

psalm 138

 

Lied

Psalm

Ik wil u loven met heel mijn hart,
voor u zingen onder het oog van de goden,
mij buigen naar uw heilige tempel,
uw naam loven om uw liefde en trouw.

Grote dingen hebt u beloofd, tot eer van uw naam.
Toen ik u aanriep, hebt u geantwoord,
mij bemoedigd en gesterkt.

Laten alle koningen op aarde u loven, heer,
zij hebben de beloften uit uw mond gehoord.
Laten zij de wegen van de heer bezingen:
“Groot is de majesteit van de heer.”

De heer is hoogverheven! Naar de nederige ziet hij om,
de hoogmoedige doorziet hij van verre.
Al is mijn weg vol gevaren, u houdt mij in leven,
u verdedigt mij tegen de woede van mijn vijanden.

Uw rechterhand brengt mij redding.
De heer zal mij altijd beschermen.
heer, uw trouw duurt eeuwig,
laat het werk van uw handen niet los.

Psalm 138

Chrysostomos : het kind sprong van vreugde op in mijn schoot

H. Johannes Chrysostomes (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar
Toegekende homilie

“Het kind sprong van vreugde op in mijn schoot”

Chrisostomos joh. mozaik in de Hadia Sophia Istanbul 9e eeuw

      Wat een nieuw en wonderbaar mysterie ! Johannes is nog niet geboren en hij spreekt reeds door op te springen. Hij is nog niet verschenen en hij geeft al waarschuwingen. Hij kan nog niet roepen en hij laat zich al horen door zijn handelingen. Hij is nog niet aan zijn leven begonnen en hij verkondigt God al. Hij heeft het licht nog niet gezien en hij toont de zon al. Hij is nog niet op de wereld gezet en hij haast zich al om te handelen als voorloper. De Heer is daar: hij kan zich niet inhouden, hij verdraagt het niet om de vaste grenzen van de natuur af te wachten, maar hij doet moeite om de gevangenis van de moederschoot te breken en hij probeert van te voren de komst van de Heer te laten kennen. “Hij, die de boeien zal breken, is gekomen, zegt hij. En ik blijf vastgeketend, is het nodig dat ik hier nog blijf? Het Woord komt om alles te herstellen en ik blijf nog gevangen? Ik zal eruit komen, en ik zal naar Hem toe rennen en aan allen verkondigen: Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.” (Joh 1,29)

      Maar zeg ons eens, Johannes, nog vastgehouden in de duisternis van de schoot van je moeder, hoe zie je en hoe hoor je? Hoe schouw jij goddelijke zaken? Hoe kun je opspringen en jubelen? “Groot is het mysterie dat vervuld wordt, zegt hij, het is een handeling die aan het menselijk begrip ontgaat. Met recht breng ik iets nieuws in de natuurlijke orde door Hem die de bovennatuurlijke orde zal vernieuwen. Ik zie zelfs voordat ik geboren ben de gebaren van de Zon der Gerechtigheid (Ml 3,10). Ik neem het ongehoorde waar, want door op de wereld te komen ben ik de stem die het grote Woord voorgaat. Ik roep, want ik schouw de eniggeboren Zoon van de Vader, bekleed met vlees. Ik jubel want ik zie de Schepper van het universum de menselijke vorm ontvangen. Ik spring op, want ik denk dat de Verlosser van de wereld een lichaam heeft aangenomen. Ik ben de voorloper van zijn komst en ga uw getuigenis voor door de mijne.”

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gregorios de Thaumaturg : Hij sprak, en zegende God

 

Homilie toegekend aan St. Gregorius de Thaumaturg (ca. 213 – ca. 270), bisschop
Homilie over de heilige Theofanie, 4 ; PG 10, 1181

“Hij sprak, en zegende God”

     

 [Johannes de Doper zei:] “In uw aanwezigheid, Heer Jezus, kan ik niet zwijgen, want “ik ben de stem die roept in de woestijn: maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden. Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?” (Mt 3,3.14).

      Toen ik werd geboren, heb ik de steriliteit van degene die mij baarde verwijderd; en toen ik pas was geboren, droeg ik het geneesmiddel tegen de stomheid van mijn vader door van U de genade van dat wonder te ontvangen. Maar U bent geboren uit de Maagd Maria op de wijze zoals U dat wilde en die alleen U kunt kennen, U hebt haar maagdelijkheid niet verwijderd, U hebt haar beschermd door haar de titel van moeder te geven; noch heeft haar maagdelijkheid uw geboorte belet, noch heeft uw geboorte haar maagdelijkheid besmet. Deze twee strijdige werkelijkheden, de geboorte en de maagdelijkheid hebben zich in een unieke harmonie verenigd, welke het vermogen is van de Schepper van de natuur.

      Ik ben een mens, ik neem slechts deel aan de goddelijke genade; maar U bent tegelijk God en mens, omdat U van nature de vriend van de mensen bent.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Cyrillos van Alexandrië : Bereidt de weg des heren

H. Cyrillus van Alexandrië ((380-444), bisschop, Kerkleraar
Over Jesaja, III, 3

“Bereidt de weg des Heren”

 

athanasios en kyrillos van Alexandrië 12

 HH Athanasios en Cyrillos van Alexandrië
     

“De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien” (Jes 35,1). Wat de geďnspireerde Schrift over het algemeen dor en onvruchtbaar noemt, is de Kerk van de heidenen. Zij bestond vroeger onder volkeren, maar ze had haar mystieke Bruidegom niet uit de hemel ontvangen, dat wil zeggen Christus… Maar Christus kwam naar haar toe: Hij heeft haar gevangen door het geloof, Hij heeft haar verrijkt met de goddelijke rivier die in haar stroomt, stroomt, want Hij is “de bron van het leven, stroom van vreugden” (Ps 36,10.9)… Vanaf het moment dat Hij tegenwoordig was, hield de Kerk op om onvruchtbaar en dor te zijn; zij ontmoette haar Bruidegom, zij heeft ontelbaar veel kinderen op de wereld gezet, ze heeft zich met mystieke bloemen bedekt…

      Jesaja vervolgt: “Daar zal een gebaande weg lopen, ‘Heilige weg’ genaamd, geen onreine zal die betreden” (v8). Hier gaat het over de kracht van het Evangelie die het leven doordrenkt, of, anders gezegd, dat is de zuivering van de Heilige Geest. Want de Heilige Geest haalt iedere smet weg uit een menselijke ziel, Hij bevrijdt van de zonden en laat alle onzuiverheden boven drijven. De weg is dus terecht heilig genoemd; ze is niet toegankelijk voor wie onrein is. Niemand kan immers volgens het Evangelie leven als hij niet eerst gezuiverd is door de heilige doop; niemand kan het dus zonder het geloof…

      Alleen zij die bevrijd zijn van de tirannie van de duivel, kunnen een verheerlijkt leven leiden dat de profeet illustreert met deze beelden: “Geen leeuw of roofdier zal daar komen, geen enkel wild dier dwaalt rond” (v.9) op die heilige weg. Vroeger viel immers een wild dier, de duivel, deze uitvinder van de zonde met zijn slechte geesten, de bewoners van de aarde aan. Maar hij is tot niets teruggebracht door Christus, hij werd ver van de kudde gelovigen gejaagd, verstoken van de macht die hij op hen uitoefende. Daarom, gaan ze, bevrijd door Christus en verzameld in het geloof, één van hart deze heilige weg (v.9). Toen ze hun oude wegen verlieten, kwamen “zij jubelend naar Sion”, dat wil zeggen de Kerk, “gekroond met eeuwige vreugde” (v.10), op aarde en in de hemel, en ze eren God, hun Verlosser.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org