Isaak de Syriër : “God, schep in mij een zuiver hart” (Ps 51,20)

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Geestelijke overweging, 1ste serie, nr.21

 

Isaak de Syrier bisschop van NBinive.jpg

Isaak de Syriër

 

 

“God, schep in mij een zuiver hart” (Ps 51,20)

 

 

Er wordt gezegd dat alleen de hulp van God redt. Wanneer een mens weet dat er geen redding meer is, bidt hij veel. En hoe meer hij bidt, hoe nederiger zijn hart wordt, want men kan niet bidden en vragen zonder nederig te zijn. “Een gebroken en vernederd hart zal God niet verachten” (Ps 51,19). Zolang het hart niet nederig is, is het hem immers onmogelijk om te ontsnappen aan de versplintering, de nederigheid verzamelt het hart.

Als een mens zich nederig maakt, zal het mededogen hem weldra omringen, en zijn hart voelt dan de goddelijke redding. Hij ontdekt dat een kracht in hem opwelt, de kracht van het vertrouwen. Wanneer een mens zo de redding van God ontdekt, wanneer hij voelt dat Hij er is en hem komt helpen, is zijn hart meteen gevuld met geloof, en hij begrijpt dan dat het gebed de schuilplaats is van de redding, de bron van het heil, de schatkist van het vertrouwen, de vrijhaven van de storm, het licht voor hen die zich n duisternis bevinden, ondersteuning van de zwakken, toevluchtsoord in tijden van beproeving, de krachtigste hulp bij ziekte, het schild dat bevrijdt bij strijd, en de afgeschoten pijl tegen de vijand. Zijn hart straalt van vertrouwen.

http://www.dagelijksevangelie.org

Zuivere Maria, vervuld van een bijzondere genade die komt van de verdiensten van haar zoon

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Hymnes over Maria, nr 7

 

Zuivere Maria, vervuld van een bijzondere genade die komt van de verdiensten van haar zoon

Jullie allen die weten te onderscheiden, kom en bewonder de maagd die moeder is, de dochter van David…
Kom en bewonder, de geheel zuivere maagd,
wonder op zichzelf, enige van de geschapenen.

Ze heEfraim_syyrialainen01.jpgeft geboorte gegeven zonder een man te kennen, de zuivere ziel gevuld met verwondering.
Iedere dag nam haar geest deel aan de lofzangen,
want zij verheugde zich in het dubbele wonder:
bewaarde maagdelijkheid en het meeste geliefde kind!

Zij, de jonge duif (Hoogl. 6,9), ze heeft deze adelaar vervoerd,
de Oude van dagen (Dn 7,9), door haar lofzangen te zingen:
“Mijn zoon, jij bent de rijkste, je koos op te groeien in een armzalig nest. Melodieuze harp,
je blijft stil als een klein kind.
Sta alsjeblieft toe dat ik voor je zing…

Jouw verblijf, mijn zoon, is groter dan welke ook,
toch heb je gewild dat ik jouw verblijf werd.
De hemel is te klein om jouw heerlijkheid te bevatten,
ik echter de kleinste van alle wezens, draag je.
Laat Ezechiël komen om jou op mijn knieën te zien zitten,
dat hij in jou degene op de hemelwagen herkent,
die de cherubijnen droegen (Ez 1)…; vandaag draag ik jou…
In een grote aardbeving riepen de cherubijnen uit:
“Gezegend is de heerlijkheid van de Heer in zijn heiligdom!” (Ez 3,12)
Die plaats is in mij, mijn midden is jouw verblijf;
de troon van jouw grootheid wordt in mijn armen gehouden…

Kom naar me kijken, Jesaja, zie en laten we ons verheugen
Zie ik heb ontvangen terwijl ik maagdelijk bleef (Jes 7,14).
Profeet van de Geest, rijk aan visioenen,
zie dan de Emmanuel die voor jou verborgen bleef…
Kom dan allen die kunnen onderscheiden,
jullie die, door jullie stem, getuigen van de heilige Geest…
Sta op, verheug jullie, want dit is de oogst!
Kijk: in mijn armen houd ik de korenaar van het leven.”

 

http://www.dagelijksevangelie.org

Augustinus : “Jezus kwam naar Johannes om gedoopt te worden… Johannes tegen Hem: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?” (Mt 3,13-14)

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 288

 

augustinus546.jpg

 

“Jezus kwam naar Johannes om gedoopt te worden… Johannes tegen Hem: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?” (Mt 3,13-14)

“Vele profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd om te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien” (Mt 13,17). Deze heiligen, die vervuld waren van de Geest van God om de komst van Christus te verkondigen, verlangden vurig om, als het mogelijk was, zijn aanwezigheid op aarde te genieten. Dat is de reden dat God het uitstelde om Simeon uit deze wereld te halen; Hij wilde dat Simeon Degene die de wereld had geschapen, zou schouwen in de vorm van een klein kind (Lc 2,25v)… Simeon heeft Hem dus gezien, maar als een kind. Johannes daarentegen heeft Hem gezien toen Hij reeds onderrichtte en zijn leerlingen uitkoos. Waar dan? Aan de oever van de rivier de Jordaan….

Daar zien we een symbool en een benadering van de doop van Jezus Christus in deze voorbereidende doop die voor Hem de weg opende, naar de woorden van Johannes: “Bereid de weg van de Heer, maak de paden recht” (Mt 3,3). De Heer zelf wilde gedoopt worden door zijn dienaar om hen, die zich laten dopen, te laten begrijpen dat ze in hun Heer genade ontvangen. Het is dus daar waar zijn heerschappij begint, om deze profetie te vervullen: “Moge Hij heersen van zee tot zee, van de Grote Rivier tot de einden der aarde” (Ps 72,8). Aan de oever van de rivier waar de heerschappij van Christus begint, heeft Johannes de Verlosser gezien; hij heeft Hem gezien, en Hem herkend en van Hem getuigenis afgelegd. Johannes heeft zich ten aanzien van de heerschappij van God vernederd, om te verdienen dat zijn nederigheid opgeheven zou worden door deze grootheid. Hij verklaart zich de vriend van de Bruidegom (Joh 3,29), en wat voor een vriend? Is hij een vriend die als gelijke naast zijn vriend loopt? Verre van dat. Op wat voor een afstand plaatst hij zich? “Ik ben zelfs niet waardig om me voor Hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken ” (Mc 1,7).

Bron : dagelijksevangelie.org

Cyprianus van Carthago : Ons ware verblijf (over de dood)

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
Over de dood; PL 4, 583v

Cyprianos van Carthago5.jpg

Cyprianus van Carthago

 

Ons ware verblijf

 

Zusters en broeders, verlies nooit uit het oog dat we van de wereld hebben afgezien en dat wij hierbeneden als tijdelijke gasten leven, als vreemdelingen (Heb 11,13). Laten we de dag zegenen die aan ieder zijn ware verblijfplaats aanwijst en die, nadat we uit deze wereld zijn weggenomen en losgemaakt van zijn verbanden, ons het paradijs en het Koninkrijk der hemelen brengt. Wie zou zich niet haasten om naar zijn vaderland terug te gaan na een tijd in het buitenland te hebben verkeerd? Wie zou zich niet een gunstige wind wensen om te varen om zo sneller de zijnen te kunnen omhelzen? Ons vaderland is het paradijs; vanaf het begin hadden wij aartsvaderen als vaders.

Waarom haasten we ons dan niet om ons vaderland te zien, waarom rennen we niet om onze ouders te begroeten? Daarginds wacht een menigte van geliefden op ons, ouders, broers en zusters, kinderen die al zeker zijn van de redding, maar nog bezorgd zijn om het onze; ze verlangen ernaar om ons midden onder hen te zien… Daar bevindt zich het glorieuze koor van apostelen, de menigte die door de profeten is aangezet, het ontelbare leger van martelaren die bekroond zijn met hun overwinning op de vijand en het lijden….; daar stralen de maagden…; daar worden de mensen beloond die vol compassie waren, die hun handelingen van liefde vermeerderd hebben door in de behoeften van de armen te voorzien en die, trouw aan de voorschriften van de Heer, gekomen zijn om de aardse goederen los te laten voor de hemelse schatten.

Laten we ons haasten om ons ongeduld te stillen en ons bij hen voegen, om sneller voor Christus te verschijnen. Dat God in ons deze aspiratie vinden mag…, Hij geeft de hoogste beloning van zijn heerlijkheid aan hen die dit het vurigste hebben verlangt.

http://www.dagelijksevangelie.org

Christus het Hoofd

Augustinus

Christus het Hoofd

 

Augustine_Hippo_small.jpgWat voor zin heeft het in Christus te geloven als ge Hem tegelijkertijd verwenst ? Ge aanbidt Christus, het hoofd, maar ge verwenst zijn lichaam, de Kerk. Christus houdt van zijn lichaam.Ook al hebt ge u losgemaakt van zijn lichaam, het hoofd verlaat daarom zijn lichaam nog niet. Het hoofd roept u toe : zó heeft het geen zin Mij te vereren. Het is ongeveer als wanneer iemand u wil kussen, maar daarbij op uw voeten trapt. Met gespijkerde schoenen wellicht trapt hij uw voeten plat, wanneer hij uw hoofd wil vastnemen om u te kussen. Onderbreekt ge dan zijn vererende woorden niet met te roepen : kijk uit, ge trapt op mijn voeten ? Ge zegt niet : ge trapt op mijn hoofd. Het hoofd werd immers overladen met eer. Het hoofd spreekt dus eerder voor de vertrapte ledematen dan voor zichzelf. Het hoofd roept : ik wil uw eerbetoon niet : houd liever op mij te trappen.

Durft gij tot het hoofd zeggen : hoe heb ik u getrapt ? Ik wilde u toch slechts omhelzen en kussen : Begrijp ge dan niet dat er een levende eenheid bestaat tussen het hoofd dat ge wilt omhelzen en de leden die ge vertrapt ? Van boven wilt ge mij eren, van onder vertrapt hij mij. De pijn om het vertrappen is groter dan de vreugde om de omhelzing, want wat gij wilt omhelzen heeft pijn om de leden die gij vertrapt. De tong zegt “ik heb pijn”, De tong zegt niet “mijn voet heeft pijn”, maar “ik heb pijn”, hoewel niemand de tong aangeraakt, gewond, geprikt of doorboord heeft.Toch lijdt de tong omdat zij verbonden is met het geheel van het lichaam. Zij moet noofzakelijk pijn hebben, zolang zij niet van het lichaam gescheiden is.
Daarom heeft onze Heer Jezus Christus bij zijn hemelvaart op de veertigste dag, zijn lichaam dat hier op aarde moest blijven, aan onze zorg aanbevolen. Hij wist dat vele mensen Hem zouden eren omdat Hij ten hemel opgestegen is.Maar Hij wist ook dat hun verering nutteloos zou zijn, wanneer zij zijn leden op aarde zouden vertrappen. Om elke vergissing uit te sluiten en te voorkomen dat men het hoofd in de hemel zou aanbidden, maar de leden op aarde zou vertrappen, verklaarde Hij waar zijn leden te vinden zouden zijn. Dat waren zijn láátste woorden vóór Hij ten hemel steeg; daarna heeft hij niet meer gesproken op aarde. Hij beval zijn leden op aarde aan en ging heen. Christus spreekt niet meer op aarde. Hij spreekt nog wel vanuit de hemel. Wat is de reden dat Hij nog vanuit de hemel spreekt? De reden is dat zijn leden op aarde vertrapt worden. Tot Saulus sprak Hij vanuit de hemel : “Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij ?” Ik ben wel ten hemel gestegen, maar ik verblijf nog evenzeer op aarde. Ik zit wel aan de rechterhand van de Vader, maar Ik heb nog honger, Ik lijd nog dorst en ben nog vraeemdeling op aarde.

uit : Augustinus : “eenheid en liefde” Augustinus preken over de eerste brief van Johannes” vertaling prof Van Bavel

 

Simeon de nieuwe theoloog: hymne 2

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik
Hymne 2

 

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Symeon de Nieuwe Theoloog en Basilius

 

Hymne 2 :

“De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader” (Mt 18,10)

Ik dank U omdat U me hebt gegeven om te leven,
om U te kennen en U te aanbidden, mijn God.
Want “het leven, dat is U kennen, U enige God” (Joh 17,3),
Schepper en Auteur van alles,
niet geschapen, zonder begin, uniek,
en uw Zoon, door U verwekt
en de Heilige Geest, uit U voortkomend,
de verenigde Drie-eenheid van alle lofzang…

Wat is er bij de engelen, bij de aartsengelen,
de machten, de cherubijnen en de serafijnen
en alle andere geliefde hemelse legerscharen,
aan heerlijkheid of aan onsterfelijk licht
aan vreugde, aan straling van onstoffelijk leven,
dan het enige licht van de Heilige Drie-eenheid?

Noem mij ook maar een onlichamelijk of lichamelijk wezen,
en je zult ontdekken dat God dat alles heeft gemaakt.
Als men je waarover ook spreekt, over die van de hemel,
die van de aarde, of die van de afgronden,
voor hen ook, voor allen, is er slechts één leven, één heerlijkheid
één verlangen en één koninkrijk,
één unieke rijkdom, vreugde, kroning, overwinning, vrede
of welke andere schittering het ook zij:
de kennis van de Oorsprong en de Oorzaak
van waar alles is gekomen, van waaruit alles is geboren.
Daar is Degene die de dingen van boven en van beneden handhaaft.
Daar is Degene die alle geestelijke wezens op orde brengt.
Daar is Degene die heerst over alle zichtbare wezens…

Ze zijn in kennis gegroeid en verdubbeld in vrees,
toen ze Satan zagen vallen
en diens knechten meegenomen door de zelfgenoegzaamheid.
Zij die gevallen zijn, zijn dat alles vergeten,
slaven van hun trots,
terwijl zij die er de kennis van bewaard hebben,
opgeheven zijn door vrees en liefde,
zich hechten aan hun Heer.
Zo maakte de erkenning van zijn heerschap
ook de groei van hun liefde
omdat ze de verblindende schittering van de Drie-eenheid
beter en helderder zagen.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Basilius de Grote : een bruggenbouwer

Basilius de Grote: een bruggenbouwer

Basilios de grote  77.jpg

De monnik | Wie is Christus? | De botsing met de keizer | De zorg voor de armen | Zaken zijn zaken | Nieuwe verwikkelingen | Het dispuut over de Geest | De schepping | De cultuur

De monnik
Basilius leefde van 310 tot 379 n.Chr.. Hij werd geboren te Caesarea in Cappadocië (een streek in het huidige Turkije), als oudste zoon van een christelijk gezin. Zijn ouders hadden beiden vervolgingen meegemaakt, maar toch keerden zij zich niet tegen de ‘boze’ buitenwereld. Ze gaven Basilius daarentegen een brede vorming, dat wil zeggen dat hij zich bekwaamde in vele vormen van wetenschap. Hij raakte thuis in de platoonse, aristotelische en stoïcijnse denkwereld, en hij kwam in contact met tal van geleerden, onderzoekers, schrijvers en poëten.
Ondanks dit alles raakte Basilius onder de indruk van het ascetische ideaal. Dankzij de bisschop van Sebaste – Eustathius – trokken zijn oudere zus Macrina en zijn moeder zich na het overlijden van zijn vader terug in de eenzaamheid van arbeid en gebed. Ook Basilius maakte een radicale keuze. Hij wilde gehoor geven aan de roeping die losstaat van de wereldse ‘wijsheid’ en die zijn vorige leven volledig in de schaduw stelde. Hierbij riep hij de hulp in van monniken. Basilius raakte sterk onder de indruk van een leven van volmaaktheid door goederen aan de armen te geven en daardoor los te komen van de aardse verlokkingen. Hij maakte reizen naar Egypte, Palestina, Coële-Syrië en Mesopotamië. Tijdens deze reizen werd hij sterk aangesproken door de asceten die hij daar tegenkwam. Na thuiskomst liet Basilius zich dopen, om zich vervolgens bij zijn moeder en zus aan te sluiten in Annisi.
Basilius wilde Christus volgen door het kruis op te nemen en zichzelf te verloochenen. Dat betekende voor hem afstand doen van alles wat hem bond, dus ook de denkbeelden van zijn studie. De vraag blijft echter of Basilius ooit écht heeft gebroken met het denken van zijn verleden. Voor het monniken-ideaal waren er in de tijd van Basilius diverse voorbeelden, zoals de volgelingen van Antonius, van Pachomius en Eustathius. Basilius’ grote liefde betrof de natuur, de plek bij uitstek om tot rust te komen. Dit punt speelde een grote rol bij de totstandkoming van zijn gedachten met betrekking tot het leven van monniken, die hij op schrift heeft gesteld.

Lees verder “Basilius de Grote : een bruggenbouwer”

Basilios van Caesarea :”Jezus zei hun…altijd te bidden”

H. Basilius (ca 330-379), monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar
Homelie 5

Basilios of_caesarea _de Grote.jpg

Basilios van Caesarea

 

“Jezus zei hun…altijd te bidden”

 

 

U moet uw gebed niet beperken tot een in woorden geformuleerde vraag. God heeft het immers niet nodig dat men Hem toespreekt; Hij weet, zelfs als we niets vragen, wat nuttig voor ons is. Wat valt er te zeggen? Het gebed bestaat niet uit formules; zij omvat het gehele leven. “Of u dus eet of drinkt, of wat dan ook doet, doe alles tot eer van God” (1Kor 10,31). Zit u aan tafel? Bid: door uw brood te nemen, dank Degene die het u heeft gegeven; als u uw wijn drinkt, herinner u dan Degene die u die gave heeft gegeven om uw hart te verblijden en uw ellende te verlichten. Als de maaltijd beëindigd is, vergeet dan niet de herinnering aan uw weldoener. Als u zich aankleedt, bedank dan Degene die het u gegeven heeft; als u uw mantel aantrekt, getuig dan van genegenheid voor God die ons kleding levert voor zowel de winter als de zomer, en om ons leven te beschermen.

Dank aan het einde van de dag, Degene die u de zon heeft gegeven voor het dagelijks werk en het vuur om de nacht te verlichten en om onze behoeften te voorzien. De nacht geeft u redenen tot dankbaarheid; door naar de hemel te kijken en door de schoonheid van de sterren te aanschouwen, bid dan tot de Meester van het universum die alles gemaakt heeft met wijsheid. Als u de gehele natuur ingeslapen ziet, aanbid dan nog steeds Degene die ons door de slaap van onze vermoeidheid ontlast en die ons door een beetje rust de energie aan onze krachten teruggeeft.

Zo zult u bidden zonder ophouden, als door de formules uw gebed onbevredigend is, blijft u daarentegen verenigd met God gedurende uw hele bestaan, door zo van uw leven een onophoudelijk gebed te maken.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Gregorius van Nyssa :”Zalig jullie armen”

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395), monnik en bisschop
De Zaligsprekingen 1

 

Gregor_von_Nazianz_der_Juengere741.jpg

 

“Zalig jullie armen”

 

 

Aangezien bijna alle mensen op natuurlijke wijze naar de trots worden gebracht, begint de Heer met de Zaligsprekingen door het oorspronkelijk kwaad van de zelfgenoegzaamheid te verwijderen en door aan te raden om de ware vrijwillige Arme, die werkelijk gelukkig is, na te volgen – door op Hem te lijken naar ons vermogen, door een vrijwillige armoede, om zo deel te hebben aan zijn zaligspreking, aan zijn geluk. “Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Jezus Christus bezielde. Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God: Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen” (Fil 2,5-7).

Wat is er ellendiger voor God dan de gestalte van een dienstknecht aan te nemen? Wat is er geringer voor de Koning van het universum, dan onze menselijke natuur aan te nemen? De Koning der koningen en de Heer der heren, de Rechter van het universum betaalt belasting aan de keizer (1Tm 6,17; He 12,23; Mc 12,17). De Meester van de schepping omhelst deze wereld, gaat een grot binnen, vindt geen plaats in een herberg en neemt toevlucht in een stal, in gezelschap van redeloze dieren. Degene die zuiver en onbevlekt is neemt de zonden van de menselijke natuur op zich, en na al onze ellende te hebben gedeeld, gaat Hij door tot aan de ervaring van de dood. Beschouw de mateloosheid van zijn vrijwillige armoede! Het Leven proeft de dood; de Rechter is voor de rechtbank gesleept; de Meester van het leven van allen, onderwerpt zich aan de gezagsdragers; de Koning van de hemelse machten onttrekt zich niet aan de beulen. Naar dit voorbeeld, zegt de heilige Paulus, wordt nederigheid gemeten (Fil 2,5-7).

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

theodorus de Studiet

H. Theodorus de Studiet (759-826), monnik te Constantinopel
Klein Catechisme, nr 130

 

Theodoor stratilates.jpg

theodorus de studiet

Elk moment is gunstig

Broeders en zusters, er is een tijd van zaaien en een tijd oogsten, een tijd voor vrede en een tijd voor oorlog. Een tijd om bezig te zijn en een tijd voor vrije tijd (cf Pr. 3) Maar voor het heil van de ziel, is elk moment gunstig, en elke dag geschikt, als we dat tenminste willen. Laten we zo dus altijd op weg zijn naar het goede, het is gemakkelijk in beweging te zetten, vol van frisheid, door woorden in handelingen om te zetten. “Want, zegt de apostel Paulus, het zijn niet zij die luisteren naar de wet die rechtvaardig zijn in God’s ogen, maar zij die de wet in de praktijk omzetten, zijn rechtvaardigen” (Rom 2,13)… Is dit de tijd van de spirituele oorlog? Dan moet men met vuur vechten en de demonische gedachten, die in ons opkomen, met de hulp van God achtervolgen… Als integendeel, het tijd is voor de spirituele oogst, dan moet men oogsten met vuur en de voorraden van het eeuwig leven in de geestelijke voorraadschuren verzamelen…

Het is altijd tijd voor het gebed, tijd voor tranen, tijd voor verzoening na fouten, en tijd om zich te verheugen over het Koninkrijk des hemelen. Waarom aarzelen we desondanks? Waarom verzetten we het naar later? Waarom stellen we verbetering dag na dag uit? “Gaat deze wereld zoals we die zien, niet voorbij?” (1 Kor 7,31) … Zullen wij altijd blijven?… Maakt het voorbeeld van de tien verstandige meisjes ons niet bevreesd? “Daar komt de bruidegom, zegt het Evangelie, ga Hem tegemoet”. En de verstandige meisjes zijn Hem tegemoet gegaan met brandende lampen en ze zijn bij de bruidsvertrek binnengegaan; terwijl de dwaze meisjes die verlaat waren door de afwezigheid van goede werken, schreeuwden; “Heer, Heer, doe voor ons open”. Maar Hij antwoordde: “Ik zeg jullie in waarheid, ik ken jullie niet” en Hij voegde er aan toe: “Waak dus want u kent dag noch uur”. Men moet dus waken en de ziel wakker maken voor soberheid, berouw, heiligheid, zuiverheid, voor de verlichting, om te voorkomen dat de dood ons de deur sluit en dat er niemand is die voor ons open doet of ons helpt

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Ireneus van Lyon”Dan zullen er komen van oost en west, en noord en zuid, en ze zullen aanzitten in het koninkrijk Gods”

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterijen, V, 32, 2; SC 153

Ireneuw van Lyon.png

 

“Dan zullen er komen van oost en west, en noord en zuid, en ze zullen aanzitten in het koninkrijk Gods”

De belofte die God vroeger aan Abraham had gedaan, blijft van kracht. De Heer had immers tegen hem gezegd: “Kijk eens goed om je heen, kijk vanaf de plaats waar je nu staat naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. Al het land dat je ziet geef Ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd” (Gn 13,14-15)… Toch heeft Abraham geen erfenis op aarde ontvangen, “Hij gaf hem hier zelfs niet het kleinste stuk grond in eigendom”, maar hij was altijd “een vreemdeling en gast” (Hand 7,5; Gn 23,4)… Als God hem dus beloofde dat hij de aarde zou erven en als hij het niet gedurende zijn verblijf op aarde heeft ontvangen, dan moeten zijn nakomelingen het eens in bezit krijgen, dat wil zeggen zij die God vrezen en in Hem geloven, bij de opstanding van de rechtvaardigen.

Welnu, zijn nakomeling is de Kerk, die door de Heer het aangenomen nageslacht ten aanzien van Abraham ontvangt, zoals Johannes de Doper het zegt: “God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken” (Mt 3,9). De apostel Paulus zegt ook in zijn brief aan de Galaten: “En u, broeders en zusters, bent net als Isaak kinderen van de belofte” (Gal 4,28). Hij zegt nog duidelijker in die brief dat zij die in Christus geloven, door Christus de belofte die aan Abraham is gedaan, zullen ontvangen: “Nu gaf God zijn beloften aan Abraham en zijn nakomeling. Let wel, er staat niet “nakomelingen”, alsof het velen betreft, maar het gaat om één: “je nakomeling” – en die nakomeling is Christus” (3,16). En om dit alles te bevestigen zegt Hij nog een keer: “Van Abraham wordt gezegd: “Hij vertrouwde op God, en dat werd als een daad van gerechtigheid gezien. U ziet dus dat zij die geloven kinderen van Abraham zijn. Nu heeft de Schrift voorzien dat God ook andere volken door geloof zou aannemen en daarom aan Abraham verkondigd: In jou zullen alle volken gezegend worden” (3, 6-8)…

Als dus noch Abraham, noch zijn nakomelingen, dat wil zeggen zij die door het geloof gerechtvaardigd zijn, nu niet de erfenis op aarde ontvangen, dan zullen ze het ontvangen bij de opstanding van de rechtvaardigen, want God zegt de waarheid en Hij is stabiel in alle dingen. Om deze reden zei de Heer: “Gelukkig die zachtmoedig zijn, want zij zullen het land erven” (Mt 5,5).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Isaak de Syriër : Wee u, wetgeleerden ! Want u legt de mensen zware lasten op

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overwegingen, 1ste serie, nr 60

IsaacSyrian_58.jpg

Isaak de Syriër

 

“Wee u, wetgeleerden! Want u legt de mensen zware lasten op”

 

Waakzame soberheid helpt de mens meer dan uiterlijke werken… Hoe kan iemand werkelijk over de lichamelijke behoeftes heersen – de ontspanning, de woede, de snoeplust – en geen zachtmoedigheid verwerven? Als hij met onderscheiding der geesten oefent, volgt daaruit het loslaten van alles, de weigering van lichamelijk comfort en van de mening van anderen; als iemand uit liefde voor God, het kwaad dat men hem aandoet, ontvangt met ijver en vreugde, dan is hij zuiver in zijn hart (Mt 5,8). Hij minacht niemand, hij is werkelijk vrij…

Voed de haat voor de zondaar niet, want wij zijn allen schuldig. Als u hem uit liefde voor God berispt, ween dan over hem. Waarom zou u hem haten? Het zijn zijn zonden die gehaat moeten worden, bid voor hem als u op Christus wilt lijken. In plaats van zich te verontwaardigen over de zondaars, bad Jezus voor hen (Luc 23,34)… Om welke reden zou u, die slechts mens bent, een zondaar haten? Bent u dan vrijgesteld door uw deugden? Maar waar is uw deugdzaamheid dan, als u geen liefde hebt?

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Johannes Cassianus : Kom en leer van Mij (Mt 11,29)

H. Johannes Cassianus (rond 360-435), stichter van een monasterium te Marseille
Conferenties, nr 15, 6-7

 

 

Cassianus.jpg

Johannes Cassianus

“Kom en leer van Mij” (Mt 11,29)

De groten in het geloof oefenden op geen enkele wijze de macht uit, die ze hadden om wonderen te doen. Ze bekenden dat het geen persoonlijke verdienste was, maar dat de barmhartigheid van de Heer alles had gedaan. Als men hun wonderen bewonderde, dan wimpelden ze de menselijke eer weg met de woorden die ze aan de apostelen ontleenden: “Waarom bent u zo verbaasd en waarom staart u ons aan alsof het aan onze eigen kracht of vroomheid te danken is dat deze man weer kan lopen?” (Hand 3,12). Niemand moest naar hun gevoel geëerd worden om de gaven en de wonderen van God..

Maar het gebeurt soms dat mensen die naar het kwaad neigen en laakbaar zijn op het gebied van het geloof, demonen uitdrijven en wonderen in de naam van de Heer doen. Daarover klaagden de apostelen een keer: “Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten, omdat hij U niet samen met ons volgt.” Jezus zei toen tegen hen: “Verhinder het niet! Want wie niet tegen jullie is, is voor jullie.” Maar aan het einde der tijden zullen die mensen zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” En dan zal Ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, jullie hebben het kwaad gedaan!” (Mt 7,22v).

Zij die Hij Zelf beloond heeft met de glorie van tekenen en de wonderen, geeft de Heer de waarschuwing om zichzelf daardoor niet te verheffen: “Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is” (Lc 10,20). De auteur van deze tekenen en wonderen roept zijn leerlingen op om zijn leer te ontvangen: “Kom en leer van Mij” – niet om de demonen door de hemelse krachten te verdrijven, noch om melaatsen te genezen, noch om licht te geven aan de blinden, noch om doden op te wekken, maar zegt Hij: “Leer dit van Mij: dat Ik zachtaardig en nederig van hart ben” (Mt 11, 28-29).

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Petrus Damianus: “U bent nalatig in het voornaamste deel van de wet: rechtvaardigheid, barmhartigheid en goede trouw”

H. Petrus Damianus (1007-1072), kluizenaar en daarna bisschop, Kerkleraar

Opus 51 ; PL 145, 749v

 

Petrus Damianus.gif

Petrus Damianus

 

“U bent nalatig in het voornaamste deel van de wet: rechtvaardigheid, barmhartigheid en goede trouw”

 

Als je goed de weg wilt gaan, voorzichtig en vruchtbaar op het pad van de ware religie, moet je streng en onverbiddelijk voor jezelf zijn, maar altijd vreugdevol en open voor anderen. Dwing je hart om op de toppen van rechtvaardigheid te gaan, en je met goedheid te buigen naar de zwakken. Kortom, voor het oordeel van je geweten moet je de strengheid van rechtvaardigheid matigen, zodat je niet hard bent voor de zondaars, maar toegankelijk voor vergeving en begripvol…

 

Acht jouw zonde gevaarlijk en dodelijk; noem die van anderen de zwakheid van het menselijke ras. Denk bij de fout die je voor jezelf een strenge correctie waardig acht, dat deze bij anderen slechts een klein tikje verdient. Wees niet rechtvaardiger dan de rechtvaardige: vrees om een zonde te begaan, maar aarzel niet om de zondaar te vergeven. De ware rechtvaardigheid is niet die, welke de zielen van de medemensen in de valkuil van wanhoop jaagt… Het vuur dat struiken verbrandt, is zeer gevaarlijk als het dreigt het huis zelf in brand te zetten met de hitte van de vlammen. Nee, degene die graag de fouten van een ander uitpluist, zal de zonde niet vermijden, want, zelfs al zwijgt hij door de ijver van de rechtvaardigheid, vroeg of laat, zal hij zich laten gaan door de ander te zwart te maken.

Als ons eigen leven ons niet zo schitterend leek, zou dat van anderen ons natuurlijk ook niet zo lelijk lijken. En als – zoals het hoort- wij strenge rechters voor onszelf zouden zijn, zouden de fouten van anderen, bij ons niet zulke strenge critici vinden.

 

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Symeon de nieuwe theoloog:De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader” (Mt 18,10)

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik

Hymne 2

“De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader” (Mt 18,10)

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Simeon de nieuwe theoloog en Basilius

 

Ik dank U omdat U me hebt gegeven om te leven,

om U te kennen en U te aanbidden, mijn God.

Want “het leven, dat is U kennen, U enige God” (Joh 17,3),

Schepper en Auteur van alles,

niet geschapen, zonder begin, uniek,

en uw Zoon, door U verwekt

en de Heilige Geest, uit U voortkomend,

de verenigde Drie-eenheid van alle lofzang…

 

Wat is er bij de engelen, bij de aartsengelen,

de machten, de cherubijnen en de serafijnen

en alle andere geliefde hemelse legerscharen,

aan heerlijkheid of aan onsterfelijk licht

aan vreugde, aan straling van onstoffelijk leven,

dan het enige licht van de Heilige Drie-eenheid?

 

Noem mij ook maar een onlichamelijk of lichamelijk wezen,

en je zult ontdekken dat God dat alles heeft gemaakt.

Als men je waarover ook spreekt, over die van de hemel,

die van de aarde, of die van de afgronden,

voor hen ook, voor allen, is er slechts één leven, één heerlijkheid

één verlangen en één koninkrijk,

één unieke rijkdom, vreugde, kroning, overwinning, vrede

of welke andere schittering het ook zij:

de kennis van de Oorsprong en de Oorzaak

van waar alles is gekomen, van waaruit alles is geboren.

Daar is Degene die de dingen van boven en van beneden handhaaft.

Daar is Degene die alle geestelijke wezens op orde brengt.

Daar is Degene die heerst over alle zichtbare wezens…

 

Ze zijn in kennis gegroeid en verdubbeld in vrees,

toen ze Satan zagen vallen

en diens knechten meegenomen door de zelfgenoegzaamheid.

Zij die gevallen zijn, zijn dat alles vergeten,

slaven van hun trots,

terwijl zij die er de kennis van bewaard hebben,

opgeheven zijn door vrees en liefde,

zich hechten aan hun Heer.

Zo maakte de erkenning van zijn heerschap

ook de groei van hun liefde

omdat ze de verblindende schittering van de Drie-eenheid

beter en helderder zagen.

 

Cyrillus van Alexandrië : De menigte verheerlijkte God, die zulk een macht aan de mensen gaf

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop en kerkleraar

Commentaar op het evangelie van Lucas, 5 ; PG 72, 565

 

Cyrillos van Alexandrië 159.jpg

cyrillus van Alexandrië

“De menigte verheerlijkte God, die zulk een macht aan de mensen gaf”

 

De ongeneeslijke verlamde lag op zijn bed. Na gebruik te hebben gemaakt van alle mogelijke geneeskunst, kwam hij door de zijnen gedragen naar de enige ware geneesheer, de geneesheer die uit de hemel komt. Maar toen hij voor Degene geplaatst werd die hem kon genezen, was het zijn geloof dat de aandacht van de Heer trok. Om te tonen dat dit geloof de zonde vernietigt, verklaarde Jezus weldra: “Uw zonden zijn u vergeven”. Men zal misschien zeggen: “Die man wilde van zijn ziekte genezen, waarom verkondigde Christus dan de vergeving van de zonden?” Dat was opdat je zou leren dat God het hart van de mens ziet, in stilte en zonder ophef schouwt Hij de wegen van alle levenden. De Schrift zegt immers: “De Heer ziet alle wegen die een mens bewandelt, al zijn stappen slaat Hij gade” (Spr 5,21)…

 

Toen Christus zei: “Uw zonden zijn u vergeven”, liet Hij toch nog plaats voor het ongeloof; de vergiffenis van de zonden zie je niet met de ogen van het lichaam. Toen echter de verlamde opstond en liep, toonde hij duidelijk dat Christus de macht van God bezit…

 

Wie bezitten deze macht? Hij alleen of wij ook? Wij ook, met Hem samen. Hij vergeeft zonden omdat Hij God-mens is, de Heer van de Wet. Wij hebben van Hem deze wonderbaarlijke genade ontvangen, want Hij wilde die macht aan de mens geven. Hij zei immers tegen de apostelen: “Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn” (Mt 18,18). En ook: “Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven” (Joh 20,23).

 

Augustinus : rechtvaardiging

Augustinus : Over de rechtvaardiging

 Augustine_Hippo_small.jpg

 

“In liefde is er geen plaats voor vrees. De volmaakte liefde verjaagt de vrees, want vrees gaat gepaard met kwelling” 1 joh, 4,18. Zondebewustzijn kwelt het hart. Zolang dat het geval is, heeft de rechtvaardiging zich nog niet voltrokken. Er is iets dat prikt en steekt. Daarom staat er in de psalm met betrekking tot de volkomen rechtvaardiging : “Gij hebt mijn rouw in vreugde veranderd, mijn rouwkleed verscheurd en mij omkleed met een vreugdegewaad, opdat ik u zou prijzen in blijdschap en nooit geen pijn meer zou kennen” psalm 29, 12-13. “Geen pijn meer kennen” wat betekent dat ? Het betekent dat er niets meer is dat het geweten kwelt. De angst is een kwelling. Wees niet angstig, de liefde zal de wonden van de angst genezen. De vrees voor God maakt wonden zoals het instrument van een dokter. Schijnbaar maakt het de wonde veel groter, maar in feite neemt het het kwaad weg. De verzwering leek kleiner toen het kwaad er nog in zat, maar ze was veel gevaarlijker. Men had eerst minder pijn dan nu de medicus er zijn mes in zet. Men heeft meer te lijden wanneer de wonde verzorgd wordt, dan toen ze niet verzorgd werd. Maar de genezing veroorzaakt alleen daarom meer lijden opdat men, eenmaal genezen, geen lijden meer zou kennen.

Zo moet uw hart eerst vrezen om later te kunnen beminnen. Het ingrijpen van de medicus laat meestal een lidteken na. Maar onze geneesheer is zo bekwaam dat er zelfs geen lidteken overblijft. Het enige wat gij te doen hebt, is u aan zijn macht onderwerpen. Want als ge geen vrees kent, kunt ge niet gerechtvaardigd worden, zoals in de Schrift staat : “Wie zonder vrees is, kan niet gerechtvaardigd worden” Sir, 1,28. Het is dus nodig dat we eerst de Heer vrezen. Daardoor komt de liefde. De vrees is het geneesmiddel; de liefde is de volle gezondheid. “Wie vreest, heeft nog niet volkomen leren liefhebben” 1 Joh,4,18. Waarom ? “Omdat de vrees gepaard gaat met kwelling”, zoals het operatief ingrijpen van de geneesheer.

Uit :Eenheid en liefde. Ausustinus preken over de eerste brief van Johannes.Vertaald door dr. TJvan Bavel, pp.152-153.

 

Gregorius van Nazianze : “Als je een feestmaal geeft, nodig dan de armen uit”

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en kerkleraar

Over de liefde voor de armen, 8, 14 ; PG 35, 867, 875

Gregorios van Nazianze.jpg

“Als je een feestmaal geeft, nodig dan de armen uit”

 

Laten we, net als op de onze eigen gezondheid, met zorg letten op die van onze naaste, of het hem goed gaat of dat hij uitgeput is door ziekte. Want “wij zijn allen één in de Heer” (Rom 12,5), rijken en armen, slaven of vrijen, gezonden of zieken. Voor allen is er slechts één hoofd, het begin van alles- Christus (Kol 1,18); wat de ledematen van een lichaam voor elkaar zijn, is ieder van ons voor ieder van zijn broeders en zusters. Degenen die voor onze ogen in een staat van zwakheid zijn gevallen – hetgeen ons allen kan overkomen-, moet men dus niet verwaarlozen of verlaten. Beter dan ons te verheugen om onze goede gezondheid, is het deelnemen aan het ongeluk van onze arme broeders en zusters… Ze zijn net als ons naar het beeld van God geschapen en ondanks hun duidelijke verval, hebben ze beter dan ons de trouw aan dat beeld bewaard. In hen heeft de innerlijke mens dezelfde Christus weer bekleed en ze hebben dezelfde “gaven van de Geest” ontvangen (2Kor 5,5); ze hebben dezelfde wetten, dezelfde voorschriften, dezelfde bijeenkomsten, dezelfde mysteriën en dezelfde hoop. Christus, “die de zonden van de wereld wegneemt” (Joh 1,29), is ook voor hen gestorven, Zij, die in dit leven veel tekort zijn gekomen, hebben deel aan de erfenis van het hemelse leven. Ze zijn de metgezellen van het lijden van Christus en ze zullen het zijn in zijn heerlijkheid.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org