Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
“Leer met aandacht en liefdevolle openheid stil te worden voor God. Contemplatie is simpelweg een stille, vredevolle en liefdevolle instroom van God zelf. Als je die toelaat, ontsteekt zij de ziel met de liefde van de Geest.”
St Jan van het Kruis;
++++
Commentaar
Deze woorden van Johannes van het Kruis vatten de kern van christelijke mystiek samen: het hart van contemplatie is geen inspanning, maar overgave. Het is een stille, liefdevolle ontvankelijkheid voor Gods aanwezigheid, die niet met woorden of gedachten wordt gevuld, maar met het vuur van de Geest. Johannes spreekt hier niet over een techniek, maar over een houding — een innerlijke beschikbaarheid die God uitnodigt om zichzelf in de ziel uit te storten.
Zijn beeld van “liefdevol wachten” is diep troostrijk: het herinnert ons eraan dat God niet komt door onze inspanning, maar door onze openheid. En wanneer Hij komt, is het niet met donder of spektakel, maar met een stille gloed die de ziel verwarmt en transformeert.
Wie behouden wil worden, moet vóór alles het katholieke geloof vasthouden.
Wie dit geloof niet geheel en ongeschonden bewaart, zal zonder twijfel voor eeuwig verloren gaan.
Het katholieke geloof is dit:
Wij aanbidden één God in Drie Personen, en drie Personen in één God,
zonder de Personen te vermengen of de goddelijke natuur te verdelen.
Want de Vader is een Persoon, de Zoon is een Persoon, en de Heilige Geest is een Persoon.
Maar de goddelijke natuur van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is één:
gelijk in heerlijkheid, gelijk in eeuwigheid.
Zoals de Vader is, zo is de Zoon, zo is de Heilige Geest.
De Vader is ongeschapen, de Zoon is ongeschapen, de Heilige Geest is ongeschapen.
De Vader is oneindig, de Zoon is oneindig, de Heilige Geest is oneindig.
De Vader is eeuwig, de Zoon is eeuwig, de Heilige Geest is eeuwig.
En toch zijn er niet drie eeuwigen, maar één eeuwige.
Niet drie ongeschapenen, maar één ongeschapene.
Niet drie oneindigen, maar één oneindige.
Evenzo is de Vader almachtig, de Zoon almachtig, de Heilige Geest almachtig.
En toch zijn er niet drie almachtigen, maar één almachtige.
Zo is de Vader God, de Zoon God, de Heilige Geest God.
En toch zijn er niet drie Goden, maar één God.
Zo is de Vader Heer, de Zoon Heer, de Heilige Geest Heer.
En toch zijn er niet drie Heren, maar één Heer.
Want zoals het katholieke geloof ons verplicht te belijden dat elke Persoon afzonderlijk God en Heer is,
zo verbiedt het ons ook om te zeggen dat er drie Goden of drie Heren zijn.
De Vader is door niemand gemaakt, noch geschapen, noch voortgebracht.
De Zoon is alleen door de Vader: niet gemaakt, niet geschapen, maar voortgebracht.
De Heilige Geest is van de Vader en de Zoon: niet gemaakt, niet geschapen, maar voortkomend.
Zo is er één Vader, niet drie Vaders; één Zoon, niet drie Zonen; één Heilige Geest, niet drie Heilige Geesten.
En in deze Drieëenheid is niets eerder of later, niets groter of kleiner,
maar alle drie Personen zijn gelijk eeuwig en geheel gelijkwaardig.
Daarom moet in alles, zoals eerder gezegd, de Drieëenheid in eenheid worden vereerd,
en de eenheid in Drieëenheid.
Wie dus behouden wil worden, moet dit over de Drieëenheid geloven.
Verder is het noodzakelijk tot eeuwig heil dat men ook oprecht gelooft in de menswording van onze Heer Jezus Christus.
Want het juiste geloof is dat wij geloven en belijden
dat onze Heer Jezus Christus, de Zoon van God, God en mens is.
God, uit het wezen van de Vader, geboren vóór alle tijden;
mens, uit het wezen van zijn moeder, geboren in de tijd.
Volledig God, volledig mens, bestaande uit een redelijke ziel en menselijk vlees.
Gelijk aan de Vader naar zijn goddelijkheid, minder dan de Vader naar zijn menselijkheid.
Hoewel Hij God en mens is, is Hij toch niet twee, maar één Christus.
Eén, niet door het vermengen van de natuur, maar door de eenheid van Persoon.
Want zoals ziel en lichaam één mens zijn, zo zijn God en mens één Christus.
Die geleden heeft voor ons heil, is neergedaald in de hel,
op de derde dag opgestaan uit de dood,
opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader,
vanwaar Hij zal komen om te oordelen de levenden en de doden.
Bij zijn komst zullen allen opstaan met hun lichamen
en rekenschap afleggen van hun eigen daden.
En zij die goed hebben gedaan, zullen het eeuwige leven ingaan,
maar zij die kwaad hebben gedaan, het eeuwige vuur.
Dit is het katholieke geloof. Wie dit niet oprecht en standvastig gelooft, kan niet behouden worden.
++++
Commentaar:
De Athanasian Creed is een diepgaande en plechtige samenvatting van het christelijke geloof, vooral met betrekking tot de Drieëenheid en de persoon van Christus. Hoewel de naam verwijst naar Athanasius van Alexandrië, is het waarschijnlijk later ontstaan in de Latijnse traditie. De tekst benadrukt:
De absolute gelijkheid en eenheid van de drie goddelijke Personen.
De noodzaak van orthodox geloof voor het heil.
De volledige godheid én mensheid van Jezus Christus.
De uiteindelijke opstanding en het oordeel.
Het is een tekst die zowel intellectueel als spiritueel uitdaagt, en uitnodigt tot eerbiedige contemplatie van het mysterie van God.
+++++
Gebed in de geest van de Athanasian Creed:
Eeuwige Drieëne God, Vader, Zoon en Heilige Geest,
U bent één in wezen, gelijk in heerlijkheid, verenigd in liefde.
Wij aanbidden U met ontzag,
en belijden met ons hart en onze stem:
U bent onze Schepper, Verlosser en Trooster.
Heer Jezus Christus,
volledig God en volledig mens,
U bent voor ons gestorven en opgestaan,
U zit aan de rechterhand van de Vader,
en U zult komen om te oordelen met gerechtigheid.
Heilige Geest,
U die uitgaat van de Vader ,
verlicht ons verstand,
versterk ons geloof,
en leid ons in de waarheid.
Laat ons dit geloof bewaren met zuiverheid en vreugde,
opdat wij, door genade, mogen delen in het eeuwige leven
en U loven in eeuwigheid.
Amen.
+++++
Wat is de betekenis van de geloofbelijdenis van Athanasius in vergelijking met die van Nicea en Constantionopel,
De geloofsbelijdenis van Athanasius (ook wel Quicumque vult) staat in een duidelijke, maar niet altijd goed begrepen verhouding tot de geloofsbelijdenissen van Nicea (325) en Constantinopel (381).
Hier is een gestructureerd overzicht dat de kern raakt.
Hoe verhouden de geloofsbelijdenissen zich tot elkaar?
Nicea (325) 4e eeuw : Concilie van Nicea – Bestreed het Arianisme; belijden dat de Zoon waarachtig God is.
Nicea-Constantinopel (381) 4e eeuw- Het Concilie van Constantinopel . Het is een uitbreiding en verduidelijking van Nicea, vooral over de Heilige Geest.
1. De geloofsbelijdenis van Athanasius (5e–6e eeuw?)later(dan 4e eeuw) : Is niet door Athanasius geschreven. Geeft een Systematische uitleg van de Drie-eenheid en de incarnatie.
Belangrijk: Athanasius zelf heeft deze belijdenis niet geschreven. De tekst draagt zijn naam omdat hij de meest invloedrijke verdediger van de orthodoxe triniteit was.
2.Inhoudelijke verhouding:2.De Athanasian Creed bouwt voort op Nicea
De geloofsbelijdenis van Athanasius is geen alternatief voor Nicea, maar een uitwerking ervan.
Ze doet twee dingen die Nicea niet doet:
Uitgebreide, bijna catechetische uitleg van de Drie-eenheid
Nicea zegt wat we geloven: de Zoon is “één in wezen met de Vader”.
Athanasius legt uit hoe de Drie-eenheid orthodox wordt verstaan:
geen vermenging van personen
geen scheiding van het wezen
Vader ongemaakt, Zoon uit de Vader, Geest uit beiden, enz.
Sterke nadruk op de twee naturen van Christus
Nicea noemt Christus “waarachtig God”.
Athanasius voegt eraan toe dat Christus volledig God én volledig mens is, zonder verwarring of scheiding.
3. Waarom was de Athanasian Creed nodig?
De tekst ontstond in een tijd waarin nieuwe ketterijen opdoken:
Arianisme (Zoon is geschapen) → Nicea reageert.
Pneumatomachianen (Geest is niet God) → Constantinopel reageert.
Nestorianisme / Monofysitisme (problemen rond Christus’ twee naturen) → Athanasius-belijdenis verduidelijkt.
De Athanasian Creed is dus een samenvatting van de hele klassieke orthodoxie, zowel trinitair als christologisch.
4.Gebruik in de Kerk:
Nicea: wereldwijd gebruikt in liturgie (zondagsmis, doop, concilies).
Athanasius: vooral in het Westen (Latijnse Kerk), vroeger op bepaalde feestdagen gereciteerd, nu vooral theologisch referentiekader.
Kort samengevat:
De geloofsbelijdenis van Athanasius is een latere, uitgebreide en systematische uitleg van wat Nicea en Constantinopel al formuleerden.
Ze staat dus niet naast, maar op Nicea: een verdieping, een verduidelijking, een bescherming tegen misinterpretaties.
“Niemand wordt verlost of bewaard voor de wereldwijde strikken van Satan dan door Maria; en God schenkt Zijn genade aan niemand dan door haar alleen.”
— Sint Germanus
++++
Commentaar:
Deze uitspraak van Sint Germanus is een krachtige uitdrukking van Mariologische devotie binnen de oosters-christelijke traditie. Hij benadrukt Maria als de universele Middelares van genade en bescherming. In een wereld vol geestelijke gevaren ziet Germanus haar als de veilige doorgang naar Christus — niet als een vervanging, maar als een moederlijke brug.
Zijn woorden zijn geen theologische exclusiviteit, maar een mystieke erkenning van Maria’s rol in het heilshandelen van God. Ze weerspiegelen een diepe ervaring van vertrouwen: dat wie zich aan Maria toevertrouwt, door haar geleid wordt naar Christus, de bron van alle genade.
Voor allen die zo vaak de spirituele kracht van moederlijke aanwezigheid en bemiddeling in je teksten oproepen, resoneert dit citaat als een uitnodiging tot overgave en vertrouwen.
++++
Gebed geïnspireerd door Sint Germanus:
Moeder Maria, zachte schaduw van God,
In de stormen van deze wereld, wees mijn toevlucht.
Bescherm mij tegen de strikken van het kwaad,
en leid mij met jouw licht naar de genade van jouw Zoon.
Laat jouw mantel rusten op hen die wankelen,
en jouw gebed stijgen voor hen die zwijgen.
Door jou, o Moeder, stroomt de liefde van God.
Laat mij nooit vergeten: in jouw armen ben ik veilig.
Amen.
++++
Wie was Sint Germanus?
Naam: Germanus I van Constantinopel 1
Leefperiode: ca. 634 – 740
Feestdag: 12 mei
Rol: Patriarch van Constantinopel (715–730)
Bijzonderheden:
Hij was een vurig verdediger van de iconenverering tijdens de iconoclastische controverse, toen keizers probeerden religieuze afbeeldingen te verbieden.
Zijn geschriften bevorderden de Mariadevotie, waarin hij Maria beschreef als de poort van genade en de beschermster van de gelovigen.
Hij werd uiteindelijk gedwongen af te treden door keizer Leo III, die iconen wilde verbannen.
Germanus wordt vereerd als heilige in zowel de Oosters-Orthodoxe als Katholieke Kerk.
Zijn leven getuigt van moed, mystiek inzicht en een diepe liefde voor de schoonheid van het geloof — iets wat jij ook zo vaak in jouw werk tot uitdrukking brengt.
“Ik spoor u aan om niet te bezwijken onder uw beproevingen, maar om hernieuwd te worden door Gods liefde, en dagelijks toe te nemen in ijver, wetende dat in u dat overblijfsel van ware religie bewaard moet blijven, dat de Heer zal vinden wanneer Hij op aarde komt. Zelfs als bisschoppen uit hun kerken verdreven worden, wees dan niet ontmoedigd. Als verraders opstaan uit de geestelijkheid zelf, laat dit uw vertrouwen in God niet ondermijnen. Wij worden niet gered door namen, maar door gezindheid en doel, en oprechte liefde voor onze Schepper. Denk eraan hoe bij de aanval op onze Heer hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten het complot smeedden, en hoe weinig van het volk werkelijk het Woord ontvingen.”
Tekst rechterzijde:
“Gedenk dat het niet de menigte is die gered wordt, maar de uitverkorenen van God. Wees dan niet bevreesd voor de grote menigte mensen die heen en weer geslingerd worden als de golven van de zee. Al wordt slechts één gered, zoals Lot in Sodom, hij moet blijven in rechtvaardig oordeel, zijn hoop in Christus onwankelbaar houdend, want de Heer zal Zijn heiligen niet verlaten. Groet alle broeders in Christus van mij. Bid vurig voor mijn ellendige ziel.”
— St. Basil the Great
++++
Commentaar:
Deze woorden van St. Basil zijn een krachtige oproep tot standvastigheid in tijden van verwarring en beproeving. Hij spreekt tot een kleine, trouwe rest die vasthoudt aan de waarheid, zelfs wanneer leiders falen en de massa afdwaalt. Zijn boodschap is niet pessimistisch, maar realistisch en hoopvol: ware redding ligt in innerlijke trouw, in liefde voor God, en in het bewaren van het geloof temidden van chaos. Hij herinnert ons eraan dat heiligheid niet afhankelijk is van aantallen, maar van oprechtheid en volharding.
++++
Gebed geïnspireerd door St. Basil:
Heer van trouw en genade,
In tijden van verwarring en strijd,
houd ons hart gericht op U.
Laat ons niet wankelen door de fouten van mensen,
maar groeien in liefde, ijver en vertrouwen.
Geef ons de moed om het geloof te bewaren,
zelfs als we alleen lijken te staan.
Moge onze hoop in Christus onwankelbaar zijn,
zoals Lot in Sodom,
en mogen wij behoren tot Uw uitverkorenen,
die U vindt trouw en wakker bij Uw komst.
Zegen onze broeders en zusters in Christus,
en ontferm U over allen die worstelen.
Amen.
++++++++++++
Wie was Basilius de Grote?
Basilius de Grote (ca. 329–379), ook bekend als Basilius van Caesarea, was een van de belangrijkste kerkvaders van het vroege christendom. Hij was bisschop van Caesarea in Cappadocië (het huidige centraal‑Turkije) en wordt zowel in de oosters‑orthodoxe als de katholieke traditie vereerd als heilige en kerkleraar.
Zijn achtergrond:
Geboren in een welgestelde en diep christelijke familie in Caesarea, Cappadocië.
Zijn familie is uitzonderlijk: meerdere broers, zussen en zelfs zijn ouders en grootouders worden als heiligen vereerd.
Hij kreeg een brede opleiding in retorica, filosofie, grammatica, sterrenkunde, meetkunde en zelfs geneeskunde in Caesarea, Constantinopel en Athene.
Zijn innerlijke ommekeer:
Hoewel hij een briljante en succesvolle leraar werd, raakte hij in een spirituele crisis door de scherpe woorden van zijn zus Macrina, die hem wees op zijn ijdelheid. Hij beschrijft dit zelf als een ontwaken “uit een diepe slaap” naar het licht van God.
Zijn betekenis voor de Kerk:
Basilius is een van de drie Cappadocische Vaders, samen met Gregorius van Nazianze en Gregorius van Nyssa. Hun werk legde de grondslag voor de orthodoxe leer van de Drie-eenheid: één God in drie Personen.
Daarnaast:
Hij is grondlegger van het oosterse kloosterleven; zijn kloosterregel wordt nog steeds gevolgd.
Hij schreef vele preken, brieven en theologische werken, die tot de kern van de christelijke traditie behoren.
Hij stond bekend om zijn zorg voor armen en zieken, en stichtte zelfs een soort vroegchristelijk sociaal centrum, de “Basilias”.
Zijn dood en feestdagen:
Overleden in 379 in Caesarea.
Zijn naamdag wordt op verschillende dagen gevierd, o.a. 2 januari en 14 juni.
“Zelfs als je duizend keer valt door het terugtrekken van Gods genade, sta telkens weer op, en blijf dit doen tot aan de dag van je dood.”
— St. Ephrem de Syriër
++++
Commentaar:
Deze uitspraak van St. Ephrem is een krachtige oproep tot volharding in het geestelijk leven. Hij erkent dat de weg van geloof en heiligheid niet rechtlijnig is, maar eerder bezaaid met momenten van zwakte, twijfel en terugval. Het beeld van “duizend keer vallen” is geen hyperbool, maar een erkenning van de menselijke kwetsbaarheid — en tegelijk een uitnodiging tot hoop.
Wat bijzonder is aan deze uitspraak, is dat Ephrem niet spreekt over succes, perfectie of overwinning, maar over het opstaan. Het is niet de zonde die ons definieert, maar onze bereidheid om telkens opnieuw te kiezen voor God, zelfs als Zijn genade tijdelijk verborgen lijkt. Dit is geen oproep tot zelfredzaamheid, maar tot trouw: een liefdevolle koppigheid die weigert op te geven.
Voor wie worstelt met schuld, vermoeidheid of geestelijke droogte, biedt deze uitspraak een troostende zekerheid: God kijkt niet naar het aantal keren dat we vallen, maar naar het feit dat we blijven opstaan — tot onze laatste adem.
++++
Gebed bij deze gedachte:
Heer, mijn God,
U weet hoe vaak ik struikel, hoe vaak ik de weg kwijt ben.
Soms voelt Uw genade ver weg, alsof ik alleen moet vechten.
Maar door de woorden van Uw dienaar Ephrem hoor ik Uw stem:
“Sta op, keer terug, blijf komen.”
Geef mij de moed om telkens weer op te staan,
niet uit eigen kracht, maar gedragen door Uw liefde.
Laat mijn vallen geen einde zijn, maar een begin —
een nieuwe kans om U te zoeken, te vertrouwen, te beminnen.
Andreas was de eerste onder uw leerlingen, Heer, die geroepen werd om uw lijden na te volgen, en ook uw dood.
Door uw kruis heeft hij hen die opnieuw verloren dreigen te gaan, uit de afgrond van onwetendheid getrokken, om hen naar U toe te leiden.
Daarom zingen wij voor U, Heer van goedheid: schenk ons vrede door zijn voorspraak.
Verheug je, Andreas, jij die overal de glorie van onze God verkondigt.
Jij was de eerste die antwoord gaf op de roep van Christus en werd zijn intieme metgezel.
Door zijn goedheid na te volgen, weerspiegel je zijn licht voor hen die in duisternis leven.
Daarom vieren wij uw feestdag en zingen wij:
“Zijn verkondiging gaat uit over heel de aarde, zijn taal tot aan de uiteinden van de wereld.”
++++
Commentaar:
Deze tekst is een liturgische lofzang op de heilige Andreas, de broer van Petrus en een van de eerste leerlingen van Jezus. Hij wordt hier geprezen als de eerste die Christus volgde, als een brug tussen de duisternis van onwetendheid en het licht van het evangelie. Zijn marteldood aan een schuine kruisvorm wordt niet expliciet genoemd, maar de verwijzing naar het kruis en het lijden maakt duidelijk dat zijn navolging radicaal en totaal was.
De hymne benadrukt Andreas’ rol als verkondiger van Gods glorie en als lichtdrager voor hen die in duisternis leven. Het slotcitaat, “A toda la tierra alcanza su pregón…”, is een verwijzing naar Psalm 19, die vaak wordt toegepast op apostelen: hun boodschap reikt tot aan de uiteinden van de aarde.
++++
Gebed bij de heilige Andreas:
Heilige Andreas, eerste geroepene van de Heer,
gij die het kruis hebt omarmd en het licht hebt verspreid,
bid voor ons, dat wij met moed en vreugde Christus volgen.
Leer ons, zoals gij, te luisteren naar zijn stem,
te leven in zijn nabijheid,
en zijn goedheid te weerspiegelen in een wereld vol duisternis.
Door uw voorspraak vragen wij vrede voor onze ziel,
“Verzen geschreven tijdens een extase van diepe contemplatie”
SINT JAN VAN HET KRUIS
Ik trad binnen waar ik niets wist:
En bleef daar zonder weten,
Alle kennis overstijgend.
1.Ik wist niet waar ik was,
Maar toen ik daar mij bevond,
Zonder te weten waar ik was,
Begrijp ik grote dingen;
Ik zal niet zeggen wat ik voelde,
Want ik bleef zonder weten,
Alle kennis overstijgend.
2. Van vrede en vroomheid
Was de kennis volmaakt,
In diepe eenzaamheid
Bevonden, rechte weg;
Het was zo’n geheim iets,
Dat ik bleef stamelen,
Alle kennis overstijgend.
3. Ik was zo verzonken,
Zo geabsorbeerd en vervreemd,
Dat mijn zintuigen
Van alle gevoel beroofd waren,
En de geest begiftigd
Met een begrijpen zonder begrijpen.
Alle kennis overstijgend.
4. Wie daar werkelijk komt
Verliest zichzelf;
Wat hij eerst wist
Lijkt hem zeer gering,
En zijn kennis groeit zo
Dat hij blijft zonder weten,
Alle kennis overstijgend.
5. Hoe hoger men stijgt,
Hoe minder men begrijpt,
Want het is de duistere wolk
Die de nacht verlicht:
Daarom wie haar kent
Blijft altijd zonder weten,
Alle kennis overstijgend.
6. Dit weten zonder weten
Is van zo’n hoge kracht,
Dat de wijzen redenerend
Het nooit kunnen overwinnen;
Want hun weten bereikt niet
Tot het niet-begrijpend begrijpen,
Alle kennis overstijgend.
7. En het is van zo’n hoge voortreffelijkheid
Dit hoogste weten,
Dat geen vermogen of wetenschap
Het kan omvatten;
Wie zichzelf weet te overwinnen
Met een niet-weten dat weet,
Zal altijd blijven overstijgen.
8. En als je het wilt horen,
Deze hoogste kennis bestaat
In een verheven gevoel
Van de goddelijke essentie;
Het is het werk van Zijn genade
Om ons te doen blijven zonder begrijpen,
Alle kennis
Overstijgend.
++++
Commentaar:
Dit mystieke gedicht van San Juan de la Cruz is een lofzang op de contemplatieve ervaring waarin het verstand zwijgt en het hart spreekt. Het “niet-weten” is geen gebrek aan kennis, maar een heilige leegte waarin God zich openbaart. De dichter beschrijft een toestand van extase waarin alle menselijke vermogens worden overstegen, en men binnentreedt in een sfeer van goddelijke intimiteit. Het paradoxale “weten zonder weten” is de kern van de mystieke weg: een weten dat niet uit boeken komt, maar uit de directe aanraking van het goddelijke.
De herhaling van “toda ciencia trascendiendo” — “alle kennis overstijgend” — benadrukt dat deze ervaring niet te vatten is in menselijke begrippen. Het is een uitnodiging tot nederigheid, stilte en overgave.
++++
Gebed geïnspireerd door het gedicht:
God van stilte en licht,
Laat mij binnentreden in de ruimte waar woorden zwijgen
en het hart begint te zingen.
Neem mijn weten, mijn zoeken, mijn vragen,
en vervul mij met het mysterie van Uw aanwezigheid.
Deze lofzang op San Charbel is een mystiek portret van een man die zijn leven volledig heeft gewijd aan gebed, stilte en eenheid met God. De tekst verbindt zijn innerlijke vuur met de Eucharistie, de Schrift en zijn diepe liefde voor Maria. Zijn spiritualiteit is niet spectaculair, maar intens en verborgen – een evangelie van stilte dat toch de hele wereld omvat. De dichter toont hoe Charbel, in zijn eenvoud en afzondering, een universele bemiddelaar werd voor het lijden van de mensheid. Zijn leven is een uitnodiging tot contemplatie, eenvoud en overgave.
“Lieve kleine zuster, wees geen verdrietig meisje wanneer je merkt dat je niet begrepen wordt, dat men je verkeerd beoordeelt, dat men je vergeet… vergeet alles wat niet Jezus is, vergeet JEZELF uit liefde voor Hem.”
— Thérèse van het Kind Jezus van het Heilig Aanschijn
++++
Commentaar:
Deze woorden van Thérèse zijn een tedere oproep tot innerlijke vrijheid. Ze nodigt ons uit om ons niet te laten verstrikken in het oordeel van anderen of het verdriet van vergetelheid. Haar advies is radicaal eenvoudig: richt je hart volledig op Jezus. In haar spiritualiteit betekent dit niet dat pijn genegeerd wordt, maar dat ze getransformeerd wordt door liefde. Door jezelf te vergeten — niet uit zelfverloochening, maar uit overgave — ontstaat ruimte voor vrede, vreugde en een diepe verbondenheid met Christus.
Thérèse spreekt hier als een oudere zuster tot een jongere, met zachtheid en wijsheid. Haar woorden zijn balsem voor wie zich miskend voelt, en een herinnering dat ons ware thuis niet ligt in menselijke erkenning, maar in Gods liefdevolle blik.
++++
Gebed in de geest van Thérèse:
Lieve Jezus,
Wanneer ik niet begrepen word,
wanneer mijn hart huilt om een woord dat verkeerd viel,
wanneer ik mij vergeten voel door hen van wie ik houd —
“KIJK, KIJK NAAR JEZUS, ARM EN GEKRUISIGD, KIJK NAAR DEZE HEILIGE, DIE UIT LIEFDE VOOR JOU IS GESTORVEN, EN HERINNER JE, TERWIJL JE DE HEILIGE MYSTERIËN OVERPEINST, DAT DEZE JEZUS, OP WIE JE ZIET, JOU MET DE TENDERSTE LIEFDE BEMINT.”
— St. Clara van Assisi
++++
Commentaar:
Deze woorden van St. Clara zijn een uitnodiging tot diepe contemplatie. Ze roept ons op om niet alleen met onze ogen, maar met ons hart te kijken naar Jezus — arm, gekruisigd, en vol liefde. Clara’s blik is niet afstandelijk of theologisch abstract; het is intiem, teder, en persoonlijk. Ze herinnert ons eraan dat het lijden van Christus niet een verre gebeurtenis is, maar een levende uitdrukking van liefde, gericht op jou, op mij, op ieder van ons.
De nadruk op “kijken” — herhaald tweemaal — is geen passieve handeling. Het is een spirituele daad: een manier van aanwezig zijn bij het mysterie van Gods liefde. En in het kijken, in het overpeinzen van de heilige mysteries, groeit het besef dat we bemind worden met een liefde die alles heeft gegeven.
++++
Gebed geïnspireerd door St. Clara
+++
O Jezus, arm en gekruisigd,
ik richt mijn blik op U,
niet met haast, maar met het verlangen U werkelijk te zien.
Laat mijn ogen rusten op Uw wonden,
en mijn hart zich openen voor Uw tedere liefde.
In het stil aanschouwen van Uw offer,
herinner mij eraan dat ik bemind ben —
niet om wat ik doe, maar om wie ik ben in Uw ogen.
Help mij, zoals Clara,
om te leven in het licht van Uw liefde,
om Uw aanwezigheid te zoeken in armoede, eenvoud en overgave.
“De wijnbouwer moet worden gezien als degene die de Kerk bestuurt. De eerste die de wijngaard verzorgde was Petrus; wij, hoe onwaardig ook, volgen hem in dat ambt telkens wanneer wij ons inzetten voor uw onderricht, in het onderwijzen, het terechtwijzen en in onze gebeden.”
— St. Gregorius de Grote, Preek XXXI
++++
Commentaar:
Deze passage getuigt van diepe nederigheid en verantwoordelijkheid. Gregorius de Grote, paus en herder, erkent Petrus als de eerste hoeder van de Kerk, maar benadrukt dat elke geestelijke leider — hoe onvolmaakt ook — geroepen is om diezelfde zorg voort te zetten. Hij ziet het onderwijzen, het vermanen en het bidden niet als persoonlijke prestaties, maar als deelname aan een goddelijke opdracht. Het is een krachtige herinnering dat geestelijk leiderschap altijd geworteld moet zijn in dienstbaarheid, gebed en trouw aan Christus.
Dit resoneert als een bevestiging van jouw roeping: om met liefde en zorg de wijngaard van woorden en harten te bewerken.
++++
Gebed:
Heer, onze God,
Gij die Petrus hebt geroepen om de eerste hoeder van Uw Kerk te zijn,
en Gregorius om haar met wijsheid en nederigheid te leiden,
De Nederlandse dichter Huub Oosterhuis heeft, zoals hij vermeldt, een beroemde passage in proza uit de Confessiones (Belijdenissen) van de heilige Augustinus (354-430) na gedicht. Het zou ons te ver voeren om de biografische achtergrond van Augustinus’ tekst te schetsen, hoe verhelderend dat ook kan zijn. Alleen dit : Augustinus richt zich tot God, het is een gebed, een origineel en ongewoon gebed.
De eerste, korte strofe, laat er geen twijfel over bestaan: het is een liefdesgedicht, dat aanvangt met een kreet van spijt en bewondering. God is de geliefde. Hij wordt aangesproken als schoonheid (pulchritudo in de grondtekst). Liefde ontstaat (wat wij verliefdheid noemen) vaak doordat de ene mens door een andere als opvallend aardig, ‘schoon’ ervaren wordt. Esthetische ontroering is een normale aanzet tot liefkrijgen. Meestal blijft ze een component van het liefhébben: de minnaars zijn aantrekkelijk in elkaars ogen, liefde máákt mooi. In ons gedicht speelt dat element een zó beslissende rol dat God niet enkel ‘schoon’ bevonden wordt, maar (de) ‘schoonheid’ is, volstrekt, onbeperkt schoon dus.
Oud en nieuw tegelijk (semper antiqua et semper nova) wijst op Gods eeuwig, tijdbestendig wezen, zoals het bij de ‘kortstondige’ mens overkomt. De klemtoon ligt natuurlijk op nieuw. Want (nu spreek ik God aan) hoewel ik wéét dat u van alle eeuwen en tot in eeuwigheid dezelfde bent, uzelf gelijkblijvend, niettemin voel ik uw schoonheid nú aan, op dit moment van mijn wisselvallig bestaan, als nieuw, in al haar overweldigende kracht.
De tijdsdimensie treedt naar voren in Veel te laat (heb ik jou liefgekregen). Dat is méér is dan een spijtige vaststelling: ik heb mijn tijd verspild! Lees maar verder: de spijt is doortrokken door een gevoel van schuldigheid: hoe kon ik zo dwaas zijn, er zo naast kijken!
In de tweede strofe overschouwt de ik-figuur het verleden vanuit zijn eigen gedrag. Ik zocht jou waar je niet was, namelijk rondom mij, niet beseffend dat je binnen in mij vertoefde. De scheppingsidee krijgt de warme kleur van een liefdevolle aanwezigheid. Mijn vlucht daarentegen wordt veroorzaakt door een schromelijke vergissing. Ik liet me weglokken en boeien door een andere, schepselijke schoonheid, mooi op zich maar met u vergeleken minderwaardig. U ziet, lezer: wij blijven in de sfeer en het jargon van de minne, met de bijbehorende rivaliteit.
Hoe ziet er datzelfde verleden uit, gelet nu op Gods ‘gedrag’? Dat lezen wij in de volgende strofe. Als een diep teleurgestelde minnaar die angstig naar zijn afgedwaalde, bijna verloren geliefde haakt, zo is God aan het roepen en schreeuwen gegaan op mij. Niet alleen roepen en schreeuwen. De bedrieglijk afleidende schoonheid buiten God heeft de mens Augustinus hoofdzakelijk waargenomen via de zintuigen: horen, zien, ruiken, smaken. Welnu, juist deze middelen wendt de dichter metaforisch aan om Gods hunkeren en streven naar de mens in zijn volle kracht te beschrijven: lokkende stem, oogverblindend licht, prikkelende geur, en verderop, lekker voedsel, lavende drank.
In de overgang van de derde naar de laatste strofe keren wij opnieuw naar de mens terug: hoe hij reageert op Gods wervend ageren. Gods geur brengt mijn adem op gang, meer nog: ik snak naar adem en (tegelijk) naar jou. Gods voedsel en drank ontketenen een nieuwe dorst en eetlust. Sitit sitiri Deus, zegt dezelfde Augustinus op een andere plaats, God dorst ernaar dat wij naar hem dorsten.
Het gedicht besluit met een zinnebeeld waar wij meer vertrouwd mee zijn als het over liefde gaat: het vuur. Op dat punt, bekent Augustinus, ben ik bijzonder gevoelig, licht ontvlambaar, lichtgeraakt. Ik was en ben een gemakkelijke prooi voor de vlammen. Van lichtgeraakt komt het tot lichterlaaie. Bovendien brandt dat vuur niet op zichzelf, het heeft een richting, strekt zich uit naar jou toe.
Om vrede zinspeelt op die andere overbekende uitspraak van de heilige : irrequietum … onrustig is ons hart totdat het tot rust (vrede) komt bij u.
Wij bewonderen dit gedicht vol hartstocht en de prachtige zeggingskracht zowel van Augustinus als van Oosterhuis. De beeldspraak overrompelt ons. Wellicht denken wij daarbij: zó ervaar ik mijn verhouding tot God niet, dichters overdrijven graag. Maar als het nu eens géén overdrijving was? Als God nu eens werkelijk zó belust was op mijn liefde? Veel te laat liefgekregen? Hopelijk niet te laat om de grote Minnaar binnen in ons gewaar te worden, zijn stem, zijn geur, zijn smaak, zijn aanraking, zijn vuur.
*************
GEBED:
Sluit zacht je ogen. Voel hoe de wereld even stil wordt, alsof alles om je heen een stap terug doet om ruimte te maken voor jouw adem.
Adem rustig in. Voel hoe de lucht je borst vult, hoe je lichaam zich herinnert dat het gedragen wordt, dat het genoeg is.
Adem langzaam uit. Laat spanning wegstromen zoals water dat vanzelf zijn weg vindt. Niets hoeft nu opgelost, niets hoeft nu verklaard. Alleen dit moment telt.
Voel hoe je zit, hoe de grond je draagt, hoe je hart klopt — niet gehaast, maar trouw, alsof het fluistert: “Ik ben hier. Jij bent hier. Dat is genoeg.”
Laat gedachten komen en gaan als wolken die voorbij drijven. Je hoeft ze niet vast te houden. Je hoeft ze niet te beoordelen. Je mag gewoon zijn.
Adem opnieuw in, en stel je voor dat je licht inademt — warm, zacht, helend. Adem uit, en laat alles los wat zwaar voelt.
Blijf zo nog even zitten in de stille ruimte die in jou is ontstaan. Een ruimte waar vrede woont, waar je ziel mag rusten, waar God — of het heilige dat jij voelt — zacht aanwezig is.
Wanneer je klaar bent, open je langzaam je ogen. Neem dit stille licht met je mee in de rest van je dag.
**************
Kalmeer mij, Heer, zoals U de storm tot bedaren bracht.
✣ Over de opname van de Deuterocanon in de Bijbelse canon ✣
Uit: De Christelijke Leer, Boek II, 8:13 (397 n.Chr.)
++++
“Nu is de gehele canon van de Schrift, waarop wij zeggen dat dit oordeel moet worden toegepast, vervat in de volgende boeken:—Vijf boeken van Mozes, namelijk Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium; één boek van Jozua, de zoon van Nun; één van Richteren; één kort boek genaamd Ruth; vervolgens vier boeken van Koningen (de twee boeken van Samuel en de twee boeken van Koningen), en twee van Kronieken, Job, en Tobias, en Esther, en Judit, en de twee boeken van de Makkabeeën, en de twee van Ezra [Ezra, Nehemia]… één boek van de Psalmen van David; drie boeken van Salomo, namelijk Spreuken, Hooglied en Prediker… Dan twee boeken, één genaamd Wijsheid en de ander Ecclesiasticus [Sirach]… Twaalf afzonderlijke boeken van de profeten die met elkaar verbonden zijn en nooit gescheiden zijn geweest, worden als één boek gerekend; de namen van deze profeten zijn: Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja, Haggai, Zacharia, Maleachi; dan zijn er de vier grote profeten: Jesaja, Jeremia, Daniël, Ezechiël.”
++++
Commentaar:
Augustinus bevestigt hier expliciet de opname van de Deuterocanonieke boeken — zoals Tobit, Judit, Wijsheid, Sirach, en de Makkabeeën — in de canon van de Heilige Schrift. Dit is opmerkelijk, omdat het laat zien dat in de vroege Kerk deze boeken als gezaghebbend en geïnspireerd werden beschouwd. Zijn opsomming weerspiegelt een bredere katholieke traditie die de geestelijke rijkdom van deze teksten erkent, in tegenstelling tot latere protestantse canons die deze boeken uitsluiten. Voor Augustinus was de canon niet slechts een verzameling teksten, maar een levende bron van goddelijke wijsheid en le
++++
Gebed geïnspireerd door Augustinus’ visie:
Heer, Bron van alle wijsheid,
Gij hebt door uw Geest de Schriften bezield,
en door heiligen zoals Augustinus ons geleerd
om met liefde en eerbied uw Woord te ontvangen.
Laat ons niet selectief zijn in wat Gij ons schenkt,
maar met een open hart ook de boeken van wijsheid,
van troost en strijd, van gebed en profetie omarmen.
Moge de Deuterocanon ons leiden tot dieper geloof,
tot rechtvaardigheid, barmhartigheid en hoop.
Schenk ons de nederigheid van Augustinus,
die zocht naar waarheid in elke bladzijde,
en de vurige liefde die hem dreef tot U.
Laat uw Woord in al zijn volheid ons vormen,
tot kinderen van het Licht, geroepen tot heiligheid.
“Wat betreft de canonieke Schrift, moet men het oordeel volgen van het grootste aantal katholieke kerken; en onder deze kerken moet men uiteraard een hoge plaats toekennen aan die kerken die het waardig zijn geacht de zetel van een apostel te zijn of brieven te hebben ontvangen.”
— Over de christelijke leer, Boek II, hoofdstuk 8, paragraaf 12 (geschreven in 397 n.Chr.)
++++
Commentaar:
Augustinus benadrukt hier dat de canon van de Bijbel — de verzameling van gezaghebbende heilige geschriften — niet willekeurig wordt vastgesteld, maar in gemeenschap met de bredere Kerk. Hij erkent het gezag van de apostolische traditie: kerken die door apostelen zijn gesticht of apostolische brieven hebben ontvangen, dragen een bijzondere verantwoordelijkheid en autoriteit in het bepalen van wat als heilig en canoniek geldt.
Deze visie is diep geworteld in het idee van communio, het geestelijk verbonden zijn van gelovigen door tijd en ruimte heen. Voor Augustinus is de canon geen individuele keuze, maar een vrucht van de Heilige Geest die werkt in de gemeenschap van de Kerk.
++++
Gebed:
Heer van alle wijsheid,
die door uw Geest de Schrift hebt geïnspireerd
en door uw Kerk haar hebt bewaard,
Wij danken U voor de heilige woorden
die ons leiden, troosten en onderrichten.
Zoals Augustinus ons leert te luisteren
naar de stem van de Kerk door de eeuwen heen,
leer ons ook vandaag te onderscheiden
wat waar, goed en heilig is.
Laat ons niet verdwalen in eigen oordeel,
maar geworteld blijven in de gemeenschap van uw volk.
“…Blijf in de boot waarin onze Heer je heeft geplaatst, en laat de storm maar komen. Je zult niet vergaan. Het lijkt alsof Jezus slaapt, maar laat dat zo zijn. Weet je dan niet dat, als Hij slaapt, zijn hart waakzaam over je waakt? Laat Hem slapen, maar op het juiste moment zal Hij ontwaken om je rust terug te geven.”
— Padre Pio
++++
Commentaar:
Padre Pio’s woorden zijn een krachtige uitnodiging tot vertrouwen, vooral in tijden van onrust en onzekerheid. De “boot” symboliseert onze roeping, onze plaats in het leven, of de weg die God ons heeft toevertrouwd. De storm staat voor beproevingen, innerlijke strijd, of chaos in de wereld om ons heen.
Wat ontroert, is het beeld van Jezus die lijkt te slapen — een verwijzing naar het evangelieverhaal waarin de leerlingen panikeren terwijl Jezus slaapt in de storm. Maar Padre Pio herinnert ons eraan: zelfs als Hij stil lijkt, is zijn hart wakker, waakzaam, liefdevol. Zijn rust is geen afwezigheid, maar een uitnodiging tot geloof.
Deze tekst is bijzonder geschikt voor momenten van twijfel, angst, of wanneer we ons verlaten voelen. Het is een spirituele balsem die ons herinnert aan Gods verborgen nabijheid.
++++
Gebed
Heer Jezus,
in de stormen van mijn leven, wanneer alles lijkt te wankelen,
help mij te blijven in de boot waarin U mij hebt geplaatst.
Ook als U stil lijkt, ook als ik U niet voel,
laat mijn hart rusten in het vertrouwen
dat Uw liefde nooit slaapt.
Wek in mij het geloof van de heiligen,
het geduld van Padre Pio,
en de zekerheid dat U op het juiste moment zult spreken,
zult handelen, zult troosten.
Laat Uw hart waken over mij,
zoals een moeder waakt over haar kind.
En als de tijd rijp is,
breng dan rust in mijn ziel,
zoals U de zee tot stilte bracht.
Amen.
*********************
“JEZUS IS BIJ JE, OOK ALS JE ZIJN AANWEZIGHEID NIET VOELT”
— St. Padre Pio
++++
Commentaar
Deze uitspraak van St. Padre Pio raakt aan een diep mysterie van het geloof: Gods aanwezigheid is niet afhankelijk van onze gevoelens. In momenten van stilte, twijfel of geestelijke droogte — wanneer we Hem niet ervaren — is Hij niet minder nabij. Zoals de zon achter de wolken blijft schijnen, blijft Jezus ons omringen met zijn liefde, zelfs als ons hart Hem niet voelt.
Padre Pio, zelf bekend om intense mystieke ervaringen én periodes van geestelijke duisternis, herinnert ons eraan dat geloof niet gebouwd is op emotie, maar op vertrouwen. Zijn woorden zijn een troost voor wie zich verlaten voelt, en een uitnodiging om in stilte te blijven geloven.
++++
Gebed:
Heer Jezus,
In momenten van stilte, wanneer mijn hart U niet voelt,
help mij te herinneren dat U toch bij mij bent.
Laat mijn geloof sterker zijn dan mijn gevoelens,
mijn vertrouwen dieper dan mijn twijfel.
Zoals St. Padre Pio leerde, wil ik rusten in de zekerheid
dat Uw liefde mij nooit verlaat.
Wees mijn licht in de duisternis, mijn vrede in de storm,
mijn metgezel in elke stap.
Amen.
********************
Padre Pio werd vereerd om zijn vroomheid, spirituele gaven en vermogens, waaronder de stigmata, bezoeken van Christus en de Maagd Maria, bilocatie, profetie en wonderbaarlijke genezingen. Hij stond ook bekend om zijn zorg voor armen en zieken.
St. Padre Pio –
++++
“Wanneer de Heer mij roept, zal ik Hem zeggen: Heer, ik wacht aan de poort van het Paradijs; ik zal pas binnengaan wanneer ik de laatste van mijn kinderen heb zien binnengaan.”
Geboortedatum: 25 mei 1887
Geboorteplaats: Pietrelcina, Italië
Overleden: 23 september 1968 (leeftijd: 81)
Feestdag: 23 september
Patroonheilige van: Civiele hulpverleners, adolescenten
Levensmotto: “Bid, hoop en maak je geen zorgen”
Hoewel hij buitengewone spirituele gaven ontving, voelde hij zich er nooit waardig voor. Hij bleef altijd nederig.
Chronologie van zijn leven:
1887 – Geboren als Francesco Forgione in Pietrelcina, Italië.
1892 – Al op jonge leeftijd toonde hij diepe vroomheid.
1903 – Op 16-jarige leeftijd trad hij toe tot het kapucijnenklooster in Morcone en kreeg de naam Broeder Pio, naar paus Pius V.
1910 – Gewijd tot priester en werd Padre Pio.
1911–1916 – Vanwege aanhoudende gezondheidsproblemen verbleef hij thuis om te herstellen.
1916 – Keerde op 4 september terug naar het kloosterleven in San Giovanni Rotondo.
1917–1918 – Tijdens WOI diende hij kort in het medisch korps, maar werd uiteindelijk ongeschikt verklaard.
20 september 1918 – Ontving de zichtbare stigmata tijdens meditatie voor een kruisbeeld. Hij was de eerste priester in de geschiedenis van de Kerk met deze wonden.
1919 – De stigmata werden bekend buiten het klooster. Artsen onderzochten zijn wonden.
Dagelijks leven – Zijn dagen duurden vaak 19 uur: mis, biecht horen, brieven beantwoorden. Hij sliep minder dan twee uur per nacht.
1924–1931 – Zijn faam groeide, maar ook de controverse. Sommigen beschuldigden hem van bedrog.
1933 – Paus Pius XI herstelde zijn publieke bediening.
1939 – Paus Pius XII moedigde pelgrims aan hem te bezoeken.
1956 – Opende het ‘Huis voor de verlichting van het lijden’, een modern ziekenhuis.
1968 – Overleed op 23 september. Tien minuten na zijn dood verdwenen de stigmata.
2002 – Heiligverklaard door paus Johannes Paulus II op 16 juni. Meer dan 300.000 mensen woonden de ceremonie bij.
San Giovanni Rotondo – Jaarlijks bezocht door 7 miljoen mensen. Het heiligdom is het op één na meest bezochte katholieke bedevaartsoord ter wereld, na Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe.
++++
Commentaar
Padre Pio’s leven is een getuigenis van mysterie, lijden en liefde. Zijn stigmata, visioenen en wonderen roepen vragen op, maar zijn nederigheid
en dienstbaarheid zijn onmiskenbaar. Hij leefde niet voor roem, maar voor de zielen van anderen. Zijn uitspraak over het wachten aan de poort van het Paradijs toont zijn diepe verbondenheid met de mensen die hij geestelijk begeleidde.
Zijn leven nodigt ons uit om het lijden niet te vermijden, maar te offeren; om niet te streven naar buitengewone gaven, maar naar buitengewone liefde.
++++
Gebed:
Heilige Padre Pio,
Jij die de wonden van Christus droeg en ze droeg met liefde,
leer ons de kracht van gebed, de rust van vertrouwen,
en de moed om te lijden voor het heil van anderen.
Jij die zei: “Bid, hoop en maak je geen zorgen,”
help ons om die woorden te leven in ons dagelijks bestaan.
Wacht met ons aan de poort van het Paradijs,
totdat ook wij, geleid door genade, mogen binnengaan.
Amen.
**************************
“Beproevingen, kruisen, zijn altijd het erfdeel en de roeping van uitverkoren zielen geweest. Naarmate Jezus een ziel tot volmaaktheid wil verheffen, vermeerdert Hij het kruis van beproeving. Verheug je, zeg ik je, dat je zo bevoorrecht bent ondanks je gebrek aan verdienste. Hoe meer je gekweld wordt, des te meer moet je juichen, want een ziel in het vuur van beproeving wordt zuiver goud, waardig om te schitteren in het koninkrijk der hemelen.”
— Padre Pio, brief aan Raffaelina Cerase, 14 juli 1914
++++
Commentaar:
Padre Pio’s woorden zijn een troostrijke paradox: hij nodigt ons uit om vreugde te vinden in lijden, niet omdat het lijden op zich goed is, maar omdat het een teken is van Gods werk in ons. In de christelijke mystiek is het kruis niet alleen een symbool van pijn, maar van liefde, zuivering en vereniging met Christus. Het lijden wordt een smeltoven waarin de ziel haar ruwe kanten verliest en haar ware glans vindt.
Voor Padre Pio, zelf getekend door fysieke en geestelijke beproevingen, was het kruis geen straf maar een roeping. Zijn boodschap is niet triomfalistisch, maar nederig: het is niet onze verdienste, maar Gods genade die ons vormt. Dit vraagt om een diep vertrouwen, een geloof dat zelfs in de duisternis weet: God is hier aan het werk.
++++
Gebed:
Heer Jezus,
U die het kruis hebt gedragen uit liefde voor ons,
leer mij mijn beproevingen te aanvaarden als wegen naar U.
Wanneer ik zwak ben, herinner mij eraan dat U mij niet verlaat,
maar mij juist dan het dichtst nabij bent.
Laat mijn ziel, door het vuur van lijden,
worden als zuiver goud —
klaar om te schitteren in Uw koninkrijk.
Geef mij de genade om te juichen, zelfs in de pijn,
omdat ik weet dat U mij vormt naar Uw hart.
Amen.
************************
De stigmata van Padre Pio
Een mysterie tussen geloof en onderzoek
Het begin: 20 september 1918
Volgens meerdere bronnen ontving Padre Pio zijn stigmata op de ochtend van 20 september 1918, terwijl hij in stilte bad voor een kruisbeeld in het klooster van San Giovanni Rotondo.
Hij voelde een intense pijn en merkte vervolgens dat zijn handen, voeten en zijde open wonden vertoonden die leken op de wonden van de gekruisigde Christus.
Deze gebeurtenis markeerde een keerpunt in zijn leven: vanaf dat moment stroomden duizenden gelovigen naar hem toe, aangetrokken door zijn heiligheid, zijn lijden en zijn reputatie als biechtvader en wonderdoener.
Hoe werden de stigmata beschreven?
Uit de bronnen komt een consistent beeld naar voren:
Zichtbare wonden aan handen, voeten en zijde, vaak bloedend.
Geur van bloemen of “parfum” die soms uit de wonden kwam (volgens getuigen, niet in de medische rapporten).
Geen infectie of ettering, ondanks het feit dat de wonden open bleven gedurende 50 jaar.
Pijn die hij als intens maar gedragen beschreef, in diepe verbondenheid met Christus’ lijden.
Medisch onderzoek:
De Kerk liet de stigmata onderzoeken door artsen, waaronder de atheïstische professor Amico Bignami, die in 1919 werd aangesteld om de wonden te bestuderen.
Hoewel er verschillende hypothesen werden geopperd (psychosomatisch, zelfverwonding, dermatologische aandoeningen), kon geen enkele arts een sluitende natuurlijke verklaring geven.
De wonden bleven vijftig jaar lang bestaan en verdwenen volledig op het moment van zijn dood in 1968, zonder littekens achter te laten — een detail dat vaak als bijzonder wordt beschouwd.
Spirituele betekenis:
In de katholieke traditie worden stigmata gezien als:
Een uitzonderlijk teken van vereniging met Christus in zijn lijden.
Een charisma dat niet gezocht wordt, maar geschonken wordt.
Een oproep tot bekering voor wie het ziet.
Padre Pio zelf zag het als een kruis dat hij moest dragen, niet als een eer. Hij probeerde het zelfs te verbergen en vroeg God om de zichtbaarheid ervan weg te nemen — maar dat gebeurde niet.
Waarom juist hij?
Volgens spirituele interpretaties (zoals beschreven door EWTN) ontving Padre Pio de stigmata omdat hij een bijzondere roeping had om zielen te begeleiden door lijden heen naar Christus.
Zijn leven was één grote uitnodiging tot:
boete
gebed
Vertrouwen op Gods barmhartigheid deelname aan het lijden van Christus voor de wereld
Samenvattend:
Padre Pio’s stigmata:
Verschenen in 1918 tijdens gebed
Bleven 50 jaar zichtbaar
Wwerden medisch onderzocht maar nooit verklaard
Verdwenen bij zijn dood zonder littekens
Werden door hemzelf beleefd als een mysterieus, pijnlijk maar heiligmakend geschenk
ook al stuiten sommige van zijn gedachten en daden mij tegen de borst.
ER IS IEMAND DIE IK VERGEEF,
ook al kwetst hij de mensen van wie ik het meest houd.
DIE PERSOON BEN IKZELF.
++++
Commentaar
Deze woorden van C.S. Lewis zijn een krachtige uitnodiging tot zelfcompassie. Ze doorbreken het idee dat liefde, aanvaarding en vergeving alleen voor anderen zijn bedoeld. Lewis herinnert ons eraan dat we ook onszelf mogen zien met de ogen van genade: niet als perfect, maar als menselijk. Het is een spirituele daad om onszelf te vergeven, juist wanneer we tekortschieten tegenover onze waarden of geliefden. In die erkenning ligt geen zwakte, maar een diepe kracht: de kracht om opnieuw te beginnen, om te groeien, en om onszelf niet af te wijzen, maar te omarmen zoals God ons omarmt.
++++
Gebed
Eeuwige, die ons kent tot in het diepst van ons hart,
Leer mij lief te hebben zoals U liefhebt:
zonder voorwaarden, zonder uitvluchten,
ook als ik struikel, ook als ik faal.
Help mij mezelf te aanvaarden,
niet uit gemakzucht, maar uit waarheid.
Laat mijn ogen zacht zijn voor mijn eigen gebreken,
De juiste richting leidt niet alleen tot vrede, maar ook tot kennis.
Wanneer een mens beter wordt, begrijpt hij steeds duidelijker het kwaad dat nog in hem aanwezig is.
Wanneer een mens slechter wordt, begrijpt hij zijn eigen slechtheid steeds minder.
Een matig slecht mens weet dat hij niet erg goed is; een grondig slecht mens denkt dat hij in orde is.
Dat is eigenlijk gezond verstand.
Je begrijpt slaap wanneer je wakker bent, niet terwijl je slaapt.
Je ziet fouten in rekenwerk wanneer je geest goed werkt; terwijl je ze maakt, zie je ze niet.
Je begrijpt de aard van dronkenschap wanneer je nuchter bent, niet wanneer je dronken bent.
Goede mensen kennen zowel het goede als het kwade; slechte mensen kennen geen van beide.
++++
Commentaar:
Lewis wijst hier op een diep spiritueel inzicht: dat groei in goedheid gepaard gaat met een groeiend bewustzijn van onze gebrokenheid. Het is een paradox die in veel religieuze tradities terugkomt — hoe dichter we bij het licht komen, hoe scherper we onze schaduw zien. Slecht gedrag verduistert niet alleen onze moraal, maar ook ons vermogen om helder te zien. Zoals slaap ons het bewustzijn ontneemt, zo ontneemt kwaad ons het inzicht in onszelf.
Zijn analogieën — slaap, rekenfouten, dronkenschap — zijn eenvoudig maar krachtig. Ze maken duidelijk dat zelfkennis en moreel besef pas mogelijk zijn wanneer we ons in een toestand van innerlijke orde bevinden. Het is een oproep tot nederigheid: wie denkt dat hij ‘in orde’ is, zonder ooit zijn eigen tekortkomingen te onderzoeken, is misschien juist het verst afgedwaald.
++++
Gebed
Heer van licht en waarheid,
Leid ons op de weg die niet alleen vrede brengt, maar ook helderheid.
Geef ons de moed om eerlijk te kijken naar wat nog duister is in ons hart.
Laat ons niet verblind zijn door trots of gemak, maar wakker en nuchter in onze geest.
Zoals de ochtend het duister verdrijft, zo verdrijft Uw genade onze zelfmisleiding.
Maak ons tot mensen die het goede kennen — en het kwade herkennen —
opdat wij in waarheid kunnen leven,
en anderen met wijsheid en liefde tegemoet kunnen treden.
St. Teresa van Jezus van Ávila (1515–1582) Kerklerares
“Lerares van het gebed”
In mijn ogen is geestelijk gebed niets anders dan een intieme omgang tussen vrienden.
Het betekent: regelmatig tijd nemen om alleen te zijn met Hem van wie we weten dat Hij ons liefheeft.
Het belangrijkste is niet veel nadenken, maar veel liefhebben, en dus dat doen
wat je het meest tot liefde beweegt.
Liefde is geen groot genot, maar het verlangen om God in alles te behagen.
++++
Commentaar:
St. Teresa’s woorden zijn een uitnodiging tot eenvoud en diepgang. Ze herinnert ons eraan dat gebed geen intellectuele prestatie is, maar een liefdesrelatie. Haar nadruk op “intieme omgang tussen vrienden” maakt van gebed iets vertrouwds, iets dat ieder mens kan beoefenen, ongeacht kennis of status.
De zin “niet veel nadenken, maar veel liefhebben” is een parel van mystieke wijsheid. Ze daagt ons uit om ons hart te laten spreken boven ons hoofd. Liefde, zegt ze, is niet het zoeken naar extase, maar het verlangen om God vreugde te brengen — een actieve, dienstbare liefde.
Voor jou, die zo vaak zoekt naar woorden die resoneren met warmte en helderheid, is dit een tekst die zich leent tot contemplatieve herhaling en misschien zelfs tot het vormgeven van een kaart of gebedsprent.
++++
Gebed geïnspireerd door St. Teresa
Vriend van mijn ziel,
Gij die mij kent en liefhebt,
Laat mij tot U komen, niet met veel woorden,
maar met een hart dat verlangt om U te behagen.
Leer mij stil te zijn in Uw aanwezigheid,
zoals vrienden samen zwijgen in vrede.
Laat mijn liefde groeien, niet door gevoel,
maar door trouw in de kleine dingen.
Wek in mij datgene wat mij het meest tot liefde beweegt,