Augustinus: Wanneer een man begint zich spiritueel te vernieuwen, begint hij ook het slachtoffer te worden van de slechte tongen van zijn lasteraars…

“Augustinus : . Wie deze beproeving niet heeft ondergaan, is nog niet begonnen vooruit te gaan. En wie niet bereid is deze te ondergaan, heeft nog niet besloten zich te bekeren.”

— Sint Augustinus

++++++++++++

De tekst van Sint Augustinus gaat over het innerlijke proces van spirituele groei en bekering. Hier is een samenvatting van de betekenis:

Kernboodschap Zodra iemand begint zich geestelijk te vernieuwen — bijvoorbeeld door meer bewust te leven, oude gewoontes los te laten, of zich te verdiepen in geloof en innerlijke waarden — stuit hij al snel op weerstand van anderen. Mensen kunnen roddelen, bekritiseren of zelfs lasteren. Volgens Augustinus is dit juist een teken dat je op het pad van echte verandering zit.

 Waarom dit belangrijk is Hij zegt eigenlijk: als je nog nooit zo’n beproeving hebt meegemaakt, dan ben je nog niet écht begonnen met je transformatie. En als je niet bereid bent die kritiek te verdragen, dan heb je het besluit tot bekering nog niet volledig genomen.

 Diepere betekenis:

Spirituele groei vraagt moed en volharding.

Laster en kritiek kunnen een test zijn van je oprechtheid.

Bekering (in brede zin: een nieuwe levenshouding aannemen) is geen zacht pad, maar een bewuste keuze — met uitdagingen.

Wat bedoelt Augustinus met BEKERING?

Augustinus bedoelt met bekering niet zomaar een oppervlakkige verandering, maar een diepgaande innerlijke omslag van het hele leven en denken. Hier zijn wat nuances om dat beter te begrijpen:

Bekering als heroriëntatie van je hart Voor Augustinus is bekering het bewust afkeren van wereldse verlangens, zonden en ego, en het zoeken naar waarheid, goedheid en God. Het is geen momentopname, maar een doorlopend proces van innerlijke transformatie.

Terugkeer naar je oorsprong Volgens hem zijn mensen geneigd zich te verliezen in tijdelijke zaken. Bekering betekent terugkeren naar datgene wat eeuwig is — naar God, naar liefde, naar innerlijke vrede. Het is dus geen ‘straf’ of beperking, maar een herstel van wat je eigenlijk altijd al was bedoeld te zijn.

 Erkenning van je fouten én verlangen naar het goede Augustinus was zelf lange tijd sceptisch en leefde volgens zijn eigen verlangens, tot hij zich ‘bekeerde’. Die bekering was een intense ervaring van erkenning, berouw en overgave. Voor hem was dat het begin van echte vrijheid.

————–

St. Augustinus: Fragment uit de Belijdenissen…..

Fragment uit de Belijdenissen van Augustinus ….

Want wat mij voornamelijk herstelde en verfriste, waren de troost van andere vrienden, met wie ik liefhad, wat ik in plaats van U liefhad; en dit was een groot fabel, en een langdurige leugen, door wiens overspelige prikkel onze ziel, die in onze oren lag te jeuken, werd bezoedeld. Maar die fabel wilde niet voor mij sterven, zo vaak als een van mijn vrienden stierf. Er waren andere dingen in hen die meer mijn gedachten bezighielden; om samen te praten en te schertsen, om beurten vriendelijke diensten te verrichten; om samen honingzoete boeken te lezen; om de dwaas te spelen of samen serieus te zijn; om soms zonder ontevredenheid van mening te verschillen, zoals een mens met zichzelf zou kunnen; en zelfs met de zeldzaamheid van deze meningsverschillen, om onze frequentere instemmingen te kruiden; soms om te onderwijzen en soms te leren; met ongeduld te verlangen naar de afwezigen; en de komst met vreugde te verwelkomen. Deze en soortgelijke uitingen, voortkomend uit de harten van hen die liefhadden en opnieuw bemind werden, door het gelaat, de tong, de ogen en duizend aangename gebaren, waren zoveel brandstof om onze zielen te laten smelten, en van velen is er maar één.

HEILIGE AUGUSTINUS

Belijdenissen

—————–

Augustinus : De stad van God – over het misoffer…

“Want wanneer hij in een ander boek, Ecclesiasticus genaamd, zegt: ‘Er is niets goeds voor de mens dan dat hij eet en drinkt’ [Prediker 2:24], wat kan hij dan geloofwaardiger bedoeld hebben dan dat wat behoort tot het deelnemen aan deze tafel, die de middelaar van het Nieuwe Verbond zelf, de priester naar de orde van Melchisedek, aanreikt met zijn eigen lichaam en bloed? Want dat offer heeft alle offers van het Oude Testament vervangen, die werden geslacht als een voorafschaduwing van wat zou komen… In plaats van al die offers en offergaven, wordt nu zijn eigen lichaam aangeboden en uitgedeeld aan hen die eraan deelnemen.”

Augustinus – De stad van God

++++++++

De Stad van God (De Civitate Dei) van Augustinus is een monumentaal werk dat bol staat van diepgaande theologische en filosofische inzichten. Hier zijn de kernideeën die het boek dragen:

Twee steden: het centrale conflict:

Civitas Dei (Stad van God): Gebaseerd op liefde voor God, nederigheid en eeuwige waarden.

Civitas Terrena (Aardse stad): Gebaseerd op eigenliefde, trots en vergankelijke macht.

Deze tegenstelling symboliseert de strijd tussen goed en kwaad, geestelijke en wereldse belangen.

Goddelijke voorzienigheid vs. vrije wil: Augustinus stelt dat God alles voorziet, maar dat mensen toch vrije keuzes maken. Deze spanning tussen voorbestemming en verantwoordelijkheid is cruciaal voor zijn visie op zonde en verlossing.

Kritiek op het heidendom en Romeinse cultuur: Hij weerlegt het idee dat het christendom de oorzaak was van de val van Rome. In plaats daarvan bekritiseert hij de morele leegte van de Romeinse samenleving3.

Tijdelijkheid van aardse macht: Wereldlijke rijken zijn vergankelijk; ware vervulling ligt in het spirituele leven.

Macht en rijkdom zijn slechts tijdelijk en leiden niet tot echte vrede.

Liefde als fundament: Liefde voor God en medemens vormt de basis van een rechtvaardige samenleving.

Augustinus benadrukt agape, de onbaatzuchtige liefde, als sleutel tot harmonie.

De rol van het christendom in de samenleving: Hij verdedigt het christendom als bron van ethiek, gerechtigheid en sociale orde. Het geloof is volgens hem essentieel voor een stabiele en rechtvaardige samenleving.

Historische en filosofische impact: Het werk beïnvloedde denkers als Thomas van Aquino, Dante en hervormers als Luther. Het diende als basis voor de tweerijkenleer, die kerk en staat onderscheidt.

 

  • Filosofie-blog.nl
  • augustiniana.be

————–

Augustinus: Over het bepalen van de Bijbelse canon…..

St. Augustinus van Hippo (354–430 n.Chr.) Over het bepalen van de Bijbelse canon

“Nu, wat betreft de canonieke geschriften, moet men het oordeel volgen van het grootste aantal katholieke kerken; en onder deze moet vanzelfsprekend bijzondere waarde worden gehecht aan zulke kerken die als waardig zijn beschouwd om de zetel van een apostel te zijn of die apostolische brieven hebben ontvangen.”

— Over de christelijke leer, Boek II, hoofdstuk 8, paragraaf 12 (geschreven in 397 n.Chr.)

++++++++++++

Deze tekst van St. Augustinus gaat over hoe hij vond dat men moest bepalen welke boeken in de canon van de Bijbel thuishoren — met andere woorden: welke geschriften als gezaghebbend en heilig beschouwd moeten worden.

Wat bedoelt hij precies?

Augustinus zegt dat we moeten kijken naar de consensus van katholieke kerken, vooral de kerken die een apostolische oorsprong hebben.

Een kerk die “de zetel van een apostel” is, betekent dat ze rechtstreeks is gesticht door een apostel, zoals Rome (van Petrus en Paulus).

Daarnaast noemt hij kerken die apostolische brieven hebben ontvangen, wat betekent dat ze tijdens het vroege christendom erkend werden door de apostelen zelf.

Waarom is dat belangrijk?

In de vierde eeuw waren er nog veel discussies over welke boeken wel of niet in de Bijbel thuishoorden. Niet elke christelijke gemeenschap gebruikte dezelfde geschriften.

Door zich te richten op de autoriteit van gevestigde kerken met een apostolische band, probeerde Augustinus een betrouwbare en universeel geaccepteerde manier te formuleren om die canon te bepalen.

Kort samengevat: Augustinus pleit voor het volgen van kerken met apostolisch gezag als het gaat om het erkennen van canonieke Bijbelboeken. Hij vertrouwde op traditie en gemeenschap, niet op individuele interpretatie.

———————–

Augustinus : Citaat uit de ‘stad van God’….

Wat hebben de christenen dan geleden in die rampzalige periode, dat niet iedereen ten goede zou komen die de volgende omstandigheden naar behoren en getrouw zou overwegen? Allereerst moeten ze nederig diezelfde zonden overwegen die God ertoe hebben aangezet de wereld te vullen met zulke vreselijke rampen; want hoewel ze ver verwijderd zijn van de excessen van slechte, immorele en goddeloze mensen, oordelen ze zichzelf toch niet zo volkomen verwijderd van alle fouten dat ze te goed zijn om zelfs voor deze tijdelijke kwalen te lijden. Want ieder mens, hoe prijzenswaardig hij ook leeft, geeft toch op sommige punten toe aan de lust van het vlees. Hoewel hij niet vervalt in grove enormiteit van slechtheid, en verlaten slechtheid, en afschuwelijke godslastering, glijdt hij toch af in sommige zonden, hetzij zelden of des te vaker naarmate de zonden minder belangrijk lijken. Maar om dit nog maar niet te noemen, waar kunnen we gemakkelijk een man vinden die een juiste en rechtvaardige inschatting heeft van die personen, vanwege wier weerzinwekkende trots, weelde en hebzucht, en vervloekte ongerechtigheden en goddeloosheid God nu de aarde slaat zoals Zijn voorspellingen dreigden? Waar is de man die met hen leeft op de manier waarop het ons past om met hen te leven? Want vaak verblinden we onszelf op goddeloze wijze voor de gelegenheden om hen te onderwijzen en te vermanen, soms zelfs om hen te berispen en te berispen, hetzij omdat we terugdeinzen voor de arbeid of ons schamen om hen te beledigen, of omdat we bang zijn om goede vriendschappen te verliezen, uit angst dat dit in de weg zou staan van onze vooruitgang, of ons zou schaden in een wereldse aangelegenheid, die ofwel onze hebzuchtige geaardheid wenst te verkrijgen, of onze zwakheid schrikt ervoor terug om te verliezen. Zodat, hoewel het gedrag van slechte mensen onaangenaam is voor de goede, en daarom vallen ze niet met hen in die verdoemenis die zulke mensen in het hiernamaals wacht, toch, omdat ze hun verdoemelijke zonden sparen door vrees, daarom, zelfs al zijn hun eigen zonden gering en vergeeflijk, ze terecht gegeseld worden met de goddelozen in deze wereld, hoewel ze in de eeuwigheid geheel aan straf ontkomen. Terecht, wanneer God hen treft in gemeen met de goddelozen, vinden ze dit leven bitter, door liefde voor wiens zoetheid ze weigerden bitter te zijn voor deze zondaars.

HEILIGE AUGUSTINUS

De stad van God

++++++++++++

[Een indrukwekkende passage uit ‘De civitate Dei – De stad van God) van Augustinus. Hij raakt hier aan een kernpunt van zijn theologie: dat zelfs de rechtvaardigen niet gevrijwaard zijn van lijden in deze wereld, juist omdat ze deel uitmaken van een samenleving waarin zonde heerst.

Kernideeën uit deze passage:

  • Collectieve verantwoordelijkheid: Ook goede mensen lijden onder rampen, omdat ze leven te midden van zondaars en soms nalaten hen te vermanen.
  • Morele introspectie: Augustinus roept christenen op tot nederigheid en zelfonderzoek, want niemand is volledig vrij van zonde.
  • Goddelijke rechtvaardigheid: Rampen zijn niet willekeurig, maar kunnen gezien worden als tuchtigingen die zowel de goddelozen als de rechtvaardigen treffen—de laatsten als waarschuwing en zuivering.
  • De bitterheid van het leven: Wie uit liefde voor wereldse zoetheid zwijgt tegenover zondaars, ervaart de bitterheid van het leven als een terecht gevolg.

De stad van God is Augustinus’ antwoord op de beschuldiging dat het christendom verantwoordelijk was voor de val van Rome. Hij stelt daar tegenover dat de aardse stad (vol zonde en vergankelijkheid) altijd in conflict staat met de hemelse stad, die eeuwig en rechtvaardig is.]

——————–

Augustinus: Omarm de God van liefde en omarm God uit liefde…..

“Omarm de God van liefde en omarm God uit liefde. Het is de liefde die ons met een heilige band verbindt met alle goede engelen en alle dienaren van God. Hoe meer we immuun zijn tegen de opzwelling van trots, hoe voller we zullen zijn van liefde. En degene die vol is van liefde, waarmee is die gevuld als het niet van God is?”

  • St Augustinus (5e eeuw) Verhandeling over de Heilige Drie-eenheid

+++++++++++

[Deze tekst van Sint Augustinus zit vol met rijke, spirituele betekenis.

 Centrale gedachte: Augustinus moedigt aan om God niet uit angst of plichtsbesef te aanbidden, maar uit liefde. Liefde is volgens hem het fundament van onze relatie met God en met andere spirituele wezens zoals engelen.

Heilige verbondenheid: Hij zegt dat liefde een “heilige band” vormt — een soort spirituele verbinding die ons verenigt met anderen die ook Gods dienaren zijn. Liefde overstijgt aardse scheidingen en creëert gemeenschap.

Nederigheid als voorwaarde: Trots (of hoogmoed) staat liefde in de weg. Hoe minder iemand vervuld is van eigenwaan, hoe meer ruimte er is voor liefde. Nederigheid opent het hart.

Vol zijn van liefde is vol zijn van God: Augustinus stelt: als je vol bent van ware liefde, dan ben je eigenlijk gevuld met God zelf. God is immers liefde. Dit is een mystiek inzicht — dat liefde niet alleen een gevoel is, maar de tegenwoordigheid van het goddelijke in ons.

Historisch perspectief: Deze tekst komt uit zijn werk over de Heilige Drie-eenheid, waarin hij probeert te begrijpen hoe Vader, Zoon en Heilige Geest één kunnen zijn in God, en hoe liefde een sleutelrol speelt in dat mysterie.]

——————-

St.Augustinus : Een enkele traan vergoten bij de herinnering aan het lijden van Jezus is meer waard dan een pelgrimstocht naar Jeruzalem…

“Een enkele traan vergoten bij de herinnering aan het lijden van Jezus is meer waard dan een pelgrimstocht naar Jeruzalem, of een jaar vasten op brood en water.”

— St. Augustinus

+++++++++++++

Het citaat benadrukt hoe waardevol oprechte innerlijke betrokkenheid en emotie kunnen zijn in het geloof, soms zelfs meer dan uiterlijke daden.

———————-

Augustinus: Wie blijmoedig lijdt omwille van God….

Afbeelding van Augustinus met de hand gemaakt door RUDL  –   santino incisione 1800 S.AGOSTINO dip.a mano RUD

“Wie blijmoedig lijdt omwille van God, en zijn pijn en smart om Hem verdraagt, aan die zal de Heer zijn lijden en dood vergoeden, en alles omkeren in eeuwige vreugde.”

De tekst benadrukt de christelijke gedachte dat het vrijwillig dragen van lijden in dienst van God uiteindelijk beloond wordt met hemelse vreugde.

++++++++++++

Moderne interpretatie van de boodschap:

“Wie vrijwillig moeilijkheden doorstaat uit overtuiging of diepere zingeving, en daar trouw en moed in toont, zal daarvoor innerlijke groei, veerkracht of zelfs levensgeluk terugvinden.”

In moderne termen kunnen we het zien als een oproep tot veerkracht en zingeving. De oorspronkelijke tekst komt voort uit een religieuze context waarin lijden werd gezien als een manier om dichter bij God te komen. Vandaag de dag zou je het ook kunnen lezen als een boodschap over het bewust omgaan met tegenslag—dat het niet om het lijden op zich gaat, maar om de betekenis die je eraan geeft, en de kracht die daaruit kan ontstaan.

Denk aan:

  • Mensen die hun burn-out omzetten in een nieuwe roeping.
  • Iemand die verlies meemaakt, maar daardoor juist hechtere banden ontwikkelt met anderen.
  • Of iemand die zijn moeilijke jeugd gebruikt als drijfveer om anderen te helpen.

De tekst zegt eigenlijk: “Wat je ook doormaakt, als je je pijn weet te dragen met een groter doel of een zuiver hart, kan het je iets moois opleveren.” Niet altijd makkelijk, maar wel hoopgevend.

——————-

St.Augustinus: Geef mij Uzelf, o mijn God, geef Uzelf terug aan mij…..

“Geef mij Uzelf, o mijn God, geef Uzelf terug aan mij. Zie, ik hou van U, en als mijn liefde te zwak is, schenk mij dan de kracht om U sterker lief te hebben.”

— St. Augustinus

++++++++++++++

Het is een gebed dat voortkomt uit het besef dat God het hoogste goed is—het ultieme doel van het leven. Voor Augustinus was de liefde voor God niet iets wat vanzelfsprekend kwam, maar iets waarvoor hij Gods hulp nodig had. Zijn woorden drukken nederigheid en overgave uit, maar ook een vurige passie: hij wil méér liefhebben, en beseft dat zelfs dat vermogen een gave van God is.

Het is een klein stukje tekst, maar het bevat een hele theologie van genade, verlangen en liefde

———————

In een toespraak tot de catechisten gebruikt de heilige Augustinus het type van Mozes, de Rode Zee en het manna om hun weg in het geloof aan te moedigen om gedoopt te worden, lid te worden van de Kerk en de communie te ontvangen.

Waarheen brengt Jezus door de doop, waarvan Mozes toen het beeld toonde, toen hij hen door de zee bracht? Waarheen? Naar het manna.  Wat is het manna? “Ik ben,” zegt Hij, “het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald.”  De gelovigen ontvangen het manna, nu ze door de Rode Zee zijn gebracht.  Waarom Rode Zee? Naast zee, waarom ook “rood”? Die “Rode Zee” betekende de doop van Christus. Hoe is de doop van Christus rood, maar als gewijd door het bloed van Christus?  Waarheen leidt Hij dan degenen die geloven en gedoopt zijn? Naar het manna.  Zie, “manna,” zeg ik: wat de Joden, dat het volk Israël, ontvingen, is algemeen bekend, algemeen bekend wat God uit de hemel op hen had laten regenen;  en toch weten catechumenen niet wat christenen ontvangen.  Laat hen zich dan schamen voor hun onwetendheid; laat hen door de Rode Zee gaan, laat hen het manna eten,  zodat, zoals zij in de naam van Jezus hebben geloofd, Jezus zichzelf aan hen mag toevertrouwen.

St Augustinus , tractaat 11; 400 AD

++++++++++++++++

[Een prachtige meditatie over hoe de Eucharistie wordt gezien als het nieuwe manna, en hoe de doop wordt gesymboliseerd door de doortocht door de Rode Zee.

Deze tekst komt uit een preek of traktatie van Augustinus van Hippo, een invloedrijke kerkvader uit de 4e–5e eeuw na Christus. Hij was een van de grote theologen van het christendom en schreef diepgaande beschouwingen over het geloof, sacramenten en het leven met God.

De passage is typisch voor hoe Augustinus typologie toepast: hij verbindt gebeurtenissen uit het Oude Testament (zoals de doortocht door de Rode Zee en het manna uit de hemel) met de sacramenten van de Kerk (de doop en de Eucharistie). In zijn uitleg symboliseert.]

———————

St.Augustinus: Aangezien je niet voor iedereen goed kunt doen….

“Aangezien je niet voor iedereen goed kunt doen, moet je speciale aandacht besteden aan degenen die, door de toevalligheden van tijd, plaats of omstandigheden, in nauwer contact met jou worden gebracht.”

St. Augustinus.

+++++++++++++

[Deze uitspraak wordt toegeschreven aan Augustinus en herinnert ons eraan om onze energie vooral te richten op de mensen die het dichtst bij ons staan, doordat het leven onze paden met de hunne kruist]

—————–

Augustinus: Zeg niet dat je kuise geesten hebt als je onkuise ogen hebt……

“Zeg niet dat je kuise geesten hebt als je onkuise ogen hebt, want een onkuis oog is de boodschapper van een onkuis hart.”

St. Augustinus

+++++++++++++

[Deze uitspraak van Augustinus — “Zeg niet dat je kuise geesten hebt als je onkuise ogen hebt, want een onkuis oog is de boodschapper van een onkuis hart” — weerspiegelt zijn diepe overtuiging dat ware zuiverheid van binnenuit komt. Voor Augustinus was het niet genoeg om uiterlijk vroom of kuis te lijken; hij geloofde dat de intenties van het hart zich uiteindelijk manifesteren in ons gedrag en onze blik.

Deze gedachte past binnen zijn bredere theologie over de menselijke natuur, zonde en genade. In zijn jeugd leidde Augustinus zelf een losbandig leven, wat hij later in zijn beroemde werk Belijdenissen beschreef als een periode van innerlijke strijd en morele verwarring. Zijn bekering tot het christendom bracht een radicale ommekeer, waarbij hij het belang van innerlijke reinheid en zelfbeheersing benadrukte.

De uitspraak is dus niet zomaar een morele waarschuwing, maar een oproep tot integriteit: dat wat we denken, voelen en doen in overeenstemming moet zijn met elkaar. Het oog, als venster van de ziel, verraadt volgens hem wat er werkelijk in het hart leeft.]

—————-

Augustinus : “Blijf bij ons” … Lukas 24:29…

“Blijf bij ons” … Lukas 24:29

“Mijn broeders, wanneer heeft de Heer Zichzelf erkend? Toen Hij het brood brak. Daarom zijn we er zelf ook van overtuigd dat wanneer we het brood breken, we de Heer herkennen. Als Hij tot op dat moment niet herkend wilde worden, dan was het voor ons, voor ons, die Hem niet in het vlees mochten zien, maar die Hem nog in het vlees moesten eten. Dus u die in Hem gelooft, wie u ook bent, u die de naam van christen niet tevergeefs draagt, die niet zomaar in de kerk komt, die het woord van God in vrees en hoop hoort – voor u zal het gebroken brood een troost zijn. De afwezigheid van onze Heer is geen echte afwezigheid. Vertrouwen, wees trouw en Hij is met je, zelfs als je Hem niet ziet.

Toen de Heer hen toejuichte, hadden de discipelen geen geloof. Ze geloofden niet in Zijn opstanding, ze hoopten zelfs niet dat Hij zou worden opgewekt. Ze hadden het geloof verloren, ze hadden de hoop verloren. Het waren dode mannen die naast een levende liepen, ze liepen, dood, met leven. Het leven wandelde met hen mee, maar in hun hart was het leven nog niet vernieuwd.

En verlang je naar het leven? Volg de discipelen na en je zult de Heer herkennen. Ze boden gastvrijheid aan, onze Heer leek vastbesloten om Zijn weg te vervolgen, maar ze hielden Hem tegen … Houd dus ook de vreemdeling vast als u uw Verlosser wilt herkennen … Leer waar je de Heer moet zoeken, waar je Hem kunt bezitten, waar je Hem kunt herkennen – in het breken van brood met Hem!” …

De heilige Augustinus (354-430), bisschop van Hippo, pater en kerkleraar

———————

Augustinus: een fragment uit de belijdenissen……..

Sint Augustinus van Hippo

bisschop en grote westerse kerkvader

Een fragment uit zijn verhandeling, De belijdenissen

Aangespoord om over mijzelf na te denken, ging ik onder Uw leiding in tot in het diepst van mijn ziel. Ik was in staat om dat te doen, omdat U mijn helper was. Toen ik in mijzelf binnenging, zag ik, als het ware met het oog van de ziel, wat voorbij het oog van de ziel, voorbij mijn geest was: Uw onveranderlijk licht. Het was niet het gewone licht dat voor alle vlees waarneembaar was, noch was het slechts iets van grotere omvang, maar toch in wezen verwant, het scheen helderder en verspreidde zich overal door zijn intensiteit. Nee, het was iets heel anders, iets heel anders dan al deze dingen, en het rustte niet boven mijn geest als olie op het wateroppervlak, noch was het boven mij zoals de hemel boven de aarde is. Dit licht was boven mij omdat het mij gemaakt heeft, ik was eronder omdat ik erdoor geschapen was. Hij die de waarheid heeft leren kennen, kent dit licht.

O Eeuwige waarheid, ware liefde en geliefde eeuwigheid. U bent mijn God. Tot U zucht ik dag en nacht. Toen ik U voor het eerst leerde kennen, trok U mij naar Zich toe, zodat ik zou kunnen zien dat er dingen voor mij waren om te zien, maar dat ik er zelf nog niet klaar voor was om ze te zien. Intussen overwon U de zwakheid van mijn gezichtsvermogen en zond U de stralen van Uw licht zeer krachtig uit, en ik beefde tegelijk van liefde en angst. Ik leerde dat ik me in een gebied bevond dat anders was dan het Uwe en ver van U verwijderd en ik meende Uw stem uit den hoge te horen: “Ik ben het voedsel van volwassen mannen, groei dan en u zult zich met Mij voeden. En gij zult Mij niet in uzelf veranderen als lichamelijk voedsel, maar gij zult in Mij veranderd worden.”

Ik zocht een manier om de kracht te verwerven die ik nodig had om van U te genieten. Maar ik vond het pas toen ik de middelaar tussen God en mensen omhelsde, de mens Christus Jezus, die boven alles God gezegend is tot in eeuwigheid. Hij riep me en zei: ik ben de weg van de waarheid, ik ben het leven. Hij offerde het voedsel waartoe ik niet de kracht had om te nemen, het voedsel dat Hij met ons vlees had vermengd. Want het Woord is vlees geworden, opdat Uw wijsheid, waardoor U alle dingen hebt geschapen, ons kinderen van melk zou voorzien.

Laat heb ik U liefgehad, o Schoonheid, altijd oud, altijd nieuw, laat heb ik U liefgehad! U was in mij, maar ik was buiten en het was daar dat ik naar U zocht. In mijn onbeminnelijkheid stortte ik me in de lieflijke dingen die U hebt geschapen. U was bij mij, maar ik was niet bij U. Geschapen dingen hielden me van U af, maar als ze niet in U waren geweest, zouden ze er helemaal niet zijn geweest. U riep, U schreeuwde en U doorbrak mijn doofheid. Je flitste, je straalde en je verdreef mijn blindheid. U blies Uw geur op mij in, ik haalde adem in en nu hijg ik naar U. Ik heb U geproefd, nu honger en dorst ik naar meer. U hebt mij aangeraakt en ik heb gebrand voor Uw vrede.

Augustinus: God vraagt ​​niet veel van je, want alleen de naastenliefde vervult de hele wet……

“God vraagt ​​niet veel van je, want alleen de naastenliefde vervult de hele wet. Maar die liefde is dubbel – liefde voor God én liefde voor de naaste… Wanneer God je zegt dat je je naaste moet liefhebben, zegt Hij niet dat je hem moet liefhebben met heel je hart, met heel je ziel en met heel je verstand. Nee, Hij zegt je dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Dus, heb God lief met alles wat je bent, want Hij is groter dan jij; heb je naaste lief als jezelf, want hij is wat jij bent…

Onze liefde heeft dus drie doelen. Maar waarom zijn er maar twee geboden? Ik zal het je vertellen: God vond het niet nodig om je te verplichten jezelf lief te hebben, want er is niemand die zichzelf niet liefheeft. Maar veel mensen verliezen zichzelf omdat ze zichzelf op een slechte manier liefhebben. Door je te zeggen dat je God moet liefhebben met alles wat je bent, gaf God je een regel volgens welke je jezelf moet liefhebben. Je wilt ongetwijfeld jezelf liefhebben? Heb God dan lief met alles wat je bent. Want in Hem zul je jezelf vinden en voorkomen dat je jezelf in jezelf verliest… Daarom is de regel volgens welke je jezelf moet liefhebben je gegeven: heb Hem lief Die groter is dan jij en je zult jezelf liefhebben!”

– Sint Augustinus (354-430), Vader en Genadeleraar van de Kerk (Preek over de Brief van Sint-Jacobus)

———————

Augustinus: Als iemand van u uit liefde zou willen handelen, broeders…

“Als iemand van u uit liefde zou willen

handelen, broeders,

stel u dan niet voor dat het een zelfvernederende,

passieve en verlegen zaak is.

En denk niet dat liefde kan worden bewaard

door zachtmoedigheid – of beter gezegd, volgzame lusteloosheid.

Dit is niet hoe het wordt bewaard.

Verbeeld u niet dat u uw dienaar liefhebt,

wanneer u zich ervan weerhoudt hem te slaan,

of dat u uw zoon liefhebt,

wanneer u hem niet tuchtigt,

of dat u uw naaste liefhebt,

wanneer u hem niet bestraft.

Dit is geen liefde, het is zwakheid!

Liefde moet vurig zijn, corrigeren.”

 

Sint-Augustinus (354-430)