St Augustinus : God van ons leven, er zijn dagen dat de lasten die we dragen onze schouders schuren en ons naar beneden drukken…..

LONELY

God van ons leven, er zijn dagen dat de lasten die we dragen onze schouders schuren en ons naar beneden drukken; wanneer de weg somber en eindeloos lijkt, de lucht grijs en dreigend; Wanneer ons leven geen muziek in zich heeft, en onze harten eenzaam zijn, en onze zielen hun moed hebben verloren. Overspoel het pad met licht, laat onze ogen lopen naar waar de lucht vol belofte is; stem ons hart af op dappere muziek; geef ons het gevoel van kameraadschap met helden en heiligen van alle tijden; En wek onze geest zo op, dat wij in staat zullen zijn de zielen te bemoedigen van allen die met ons op de weg van het leven reizen, tot uw eer en glorie.

Sint-Augustinus

St.Augustinus : Christelijke zielen, betreed de weg van Jezus Christus….

SOUHAIT

Christelijke zielen, betreed de weg van Jezus Christus. Loop als geestelijke mieren samen op de weg naar de eeuwigheid. Voed u als heilige bijen met de schoonheid van het geloof. Verspreid, net als zoete bloemen, overal de goede geur van je werken Breng net als hemelse planten veel vrucht voort door geduld en moge uw volharding tot het einde uw redding voortbrengen.

St Augustinus – (brieven)

St.Augustinus : Laten we onze zonden haten en Hem liefhebben…

FATHER11

“ Laten we onze zonden haten en Hem liefhebben
die straf voor hen zal eisen.
Wat moet de christen dan doen?
Hij moet de wereld gebruiken, niet haar slaaf worden.
En wat betekent dit?
Het betekent hebben, alsof hij niet heeft.
… Zijn we er echt zeker van dat we Hem liefhebben?
Of houden we meer van onze zonden?
Laten we daarom onze zonden haten en Hem liefhebben
die straf voor hen zal eisen.
Hij zal komen, of we het nu willen of niet.
Denk niet dat omdat Hij nu niet komt,
Hij helemaal niet zal komen. Hij zal komen,
weet u, niet wanneer en op voorwaarde dat Hij u voorbereid vindt, zal
uw onwetendheid over de tijd van Zijn komst,
u niet worden aangerekend. ”

St.Augustinus : Als je hoog wilt reiken, begin dan op het laagste niveau…..

AFTER

“Je moet  “mijn juk op je nemen en van mij leren.”   Je leert niet van mij hoe je de structuur van de wereld opnieuw vorm kunt geven, noch hoe je alle zichtbare en onzichtbare dingen kunt creëren, noch hoe je wonderen kunt verrichten en doden kunt opwekken. In plaats daarvan leer je eenvoudigweg van mij:  “dat ik zachtmoedig en nederig van hart ben.”  

Als je hoog wilt reiken, begin dan op het laagste niveau. Als je een machtig gebouw in de hoogte probeert te bouwen, begin je met de laagste fundering. Dit is nederigheid. Hoe groot de massa van het gebouw dat u ook wilt ontwerpen of optrekken ook mag zijn, hoe groter het gebouw moet zijn, hoe dieper u de fundering zult graven. Het gebouw stijgt tijdens zijn oprichting hoog op, maar hij die de fundering ervan graaft, moet eerst heel laag naar beneden gaan. Je ziet dus dat zelfs een gebouw laag is voordat het hoog is en de toren pas na vernedering omhoog gaat. ”

…  Sint-Augustinus  (354-430)  Vader en dokter ( Preek 69 )

 

Bron : Anastpaul.com

St Augustinus : Augustinus over liefde…….

AUGUST88

vätý Augustín – Stredoeurópsky maliar z 2. polovice 18. storočia – Stadsgalerij van Bratislava, GMB

Augustinus over de liefde

Waarnemer van het menselijk hart

jIn zijn commentaar op de eerste brief van Johannes is de liefde het centrale onderwerp. ‘Wat Augustinus zelf doorleefd heeft van de menselijke liefde en waarin hij ons rijkelijk laat delen, behoort tot het beste dat er ooit over geschreven is.’

Dit schrijft prof. Tars van Bavel, OSA in zijn inleiding op Augustinus’ Preken over de Eerste Brief van Johannes. Augustinus heeft in de loop van het jaar 407 de Eerste brief van Johannes in een aantal preken toegelicht. Augustinus is dan 53 jaar en wat hij verwoordt is uit het leven gegrepen. Het is vaak zo diep menselijk wat hij naar voren brengt, dat het niets aan actualiteit heeft ingeboet.

uit de inleiding:

De actualiteit van Augustinus komt vooral tot uiting in het centrale onderwerp van zijn commentaar: de liefde. Wat Augustinus zelf doorleefd heeft van de menselijke liefde en waarin hij ons rijkelijk laat delen in deze bladzijden, behoort tot het beste dat er ooit over geschreven is. Daar blijkt wat een fijn waarnemer van het menselijk hart Augustinus geweest is, en hoe persoonlijk hij zich bezonnen heeft over de menselijke psyche. Bepaalde uitspraken uit deze preken zijn overbekend.       

Om er enkele op te noemen: “Bemin, en doe dan wat u wilt”, “Zoals iemand bemint, zo is hij ook”, “Wie de liefde bezit, ziet God want God is liefde”, “Zo zal er één Christus zijn, die zichzelf bemint”, “Heel het leven van een christen is niets anders dan heilig verlangen”. Maar het is jammer dat de kennis van dit werk vaak beperkt blijft tot deze slagzinnen. Het is een verrijking het geheel van het werk te lezen want daardoor winnen deze losse uitspraken ongetwijfeld aan diepte.

De liefde voor de medemens is God beminnen

De enthousiaste toon van deze preken werkt aanstekelijk op de lezer. Het lijkt wel of Augustinus voor het eerst de volle diepte van de liefde tot de mens ontdekt, of hij een oud gegeven ziet in een nieuw licht. Hij schijnt zelf verrast door zijn studie van de eerste brief van Johannes en de vreugde om zijn inzicht wil hij koste wat kost meedelen. Inderdaad “God is liefde”. Maar het merkwaardige is dat Augustinus niet stil blijft staan bij God zelf, maar alle aandacht vraagt voor de liefde tot de medemens. Er is hier een soort verdieping te bespeuren in het denken van Augustinus. De nadruk wordt verlegd van God naar de mens. Dit is geheel in overeenstemming met de grondtoon van de brief van Johannes. Daarom zou het mij niet verwonderen dat juist de intensieve bezinning op Johannes een heel bijzondere rol gespeeld heeft in de ontwikkeling van Augustinus’ geestelijk leven. Ik meen dat Paul Agaësse gelijk heeft met zijn beschrijving van deze evolutie. Aanvankelijk zag Augustinus de liefde tot de naaste hoofdzakelijk als een wieg van de liefde tot God. De liefde tot de mens was voor hem slechts een voorbereiding op de Godsliefde, niet meer dan een oefening tot de liefde voor God. Tussen beide vormen van liefde lag voor Augustinus aanvankelijk nog een hele kloof.

In dit werk zien we echter een andere benaderingswijze van de menselijke liefde. Hier verdwijnt elke breuk of afstand tussen beide vormen van liefde. Augustinus geeft zich alle moeite om de eenheid tussen de liefde tot de medemens en de liefde tot God duidelijk te maken. Op radicale wijze toont hij aan dat de mens beminnen hetzelfde is als God beminnen, dat alle echte liefde noodzakelijk ook liefde tot God is. Het is eenvoudig onmogelijk God te beminnen als men de mens niet liefheeft. Het is iets wonderlijks – en het is goed voor de mens zich daarover te verwonderen – dat de liefde tot de mens ons verenigt met God. Augustinus drukt die verwondering zo uit: zodra iemand de mens begint te beminnen, begint God in hem te wonen en gaat hij met God en zoals God beminnen. Zozeer is Augustinus gegrepen door de verheven grootheid van de liefde voor de medemens, dat hij durft zeggen: ‘de aanwezigheid van de broederlijke liefde heft alle andere zonden op, maar het ontbreken van de liefde bekrachtigt alle andere zonden’ (preek 5,3).

BAVEL1

Fresco in de refter van het gewezen augustijnse klooster Mariënhage

foto: fresco in de refter van klooster Mariënhage in Eindhoven, ca 1933.

Ante omnia fratres carissimi, diligatur Deus, deinde proximus

Voor alles, zeer beminde broeders, wordt God bemind en vervolgens uw naaste

Links zijn de augustijnen afgebeeld, rechts de augustinessen

De omkering  : “de liefde is God”

Hoezeer Augustinus geboeid is door de eenheid van de liefde tot God en de liefde tot de mens, blijkt het sterkst in de omkering van Johannes’ uitspraak “God is liefde”. Augustinus aarzelt niet omgekeerd te zeggen “De liefde is God” (preek7,6). Een soortgelijke omkering vinden we ook met betrekking tot de heilige Geest. Ook hier is Augustinus’ gedachtegang zonder meer verrassend te noemen. Wij zijn er zo aan gewend van de heilige Geest te horen spreken als van een zelfstandige persoon, dat wij onwennig opkijken als Augustinus plots zegt: ‘De Geest van God is de gelovige die met woord en daad de menswording van Jezus belijdt (preek 6,13). In beide gevallen steunen Augustinus’ ideeën op een beginsel dat in zijn theologie centraal staat en dat in de moderne theologie al te zeer verdwenen is, namelijk het beginsel van vereenzelving door liefde. De kracht van de liefde maakt twee personen werkelijk één. Dit brengt voor de gelovige een ontzaglijke verantwoordelijkheid mee. Wij worden mede verantwoordelijk voor de liefde van God in deze wereld, want die liefde van God openbaart zich in onze liefde voor de medemens. Onze liefde is uiteindelijk de liefde van God zelf voor de mens. In onze liefde moet Gods liefde verschijnen en gestalte krijgen. Als christenen moeten wij de mens liefhebben met de liefde van God zelf. Onze liefde zou een afspiegeling moeten zijn van de liefde van de Vader die ons het eerst bemind heeft door zichzelf te schenken in zijn Zoon; een afspiegeling ook van de liefde van Christus die ging tot het geven van zijn leven voor allen, zelfs voor vijanden. En deze liefde is ons als gave geschonken door de heilige Geest die ons tevens de kracht geeft de goddelijke liefde metterdaad na te volgen. In dit licht moeten we de omkering “de liefde is God” interpreteren. Hetzelfde geldt met betrekking tot de heilige Geest. Door ons geloof, onze hoop en onze liefde verschijnt de Geest van Christus in deze wereld. Wij zijn dus in zekere zin (maar heel werkelijk) de heilige Geest.          

Steeds opnieuw komt echter bij Augustinus de eis naar voren dat onze liefde waarachtig en authentiek moet zijn. Slechts waarachtige liefde is liefde; zo niet is ze niets anders dan begeerlijkheid of eigenliefde. Laten we niet te vlug veronderstellen dat we weten wanneer onze liefde “echt” is. Augustinus spoort ons herhaaldelijk aan in ons eigen hart te kijken. Een van zijn uitgangspunten is dat liefde steeds welwillendheid moet zijn, dat wil zeggen dat zij op de eerste plaats moet bestaan in het uittreden uit onszelf en in het werkelijk dienen van het welzijn van de ander. Op meesterlijke wijze ontmaskert hij in bepaalde passages de valsheid van wat vaak ten onrechte liefde genoemd wordt. Soms is de liefde niets anders dan een verkapte vorm van zelfzucht of hoogmoed. Augustinus wil ons daarvan bewust maken. Zo mogen we nooit de ellende van iemand anders beminnen. Dat zou een al te gemakkelijke gelegenheid kunnen zijn voor zelfgenoegzaamheid of voor de bevestiging van eigen superioriteit (preek 8,5). Hoe goed bedoeld ook, wie bemint, moet er altijd voor oppassen dat hij of zij een andere persoon niet onderdanig maakt. De afhankelijkheid die men binnen de liefde vaststelt, is uiteindelijk een bedreiging voor de echtheid van de liefde zelf (preek 8,8). In het onderzoek naar de waarachtigheid van de liefde staat de persoon van Jezus Christus centraal. Zijn kruisdood is voor ons het model van een liefde zonder voorbehoud, van een liefde die zuiver gave durft te zijn. Het ideaal van alle liefde ziet Augustinus dan ook hierin: met Jezus bereid zijn te sterven voor zijn medemens. Dan is er geen twijfel meer mogelijk dat onze liefde echt uitgaat naar de ander.

+++++++++++

 Preken over de Eerste brief van Johannes / Augustinus ; vert. door Tars van Bavel, OSAtekst: Tarsicius Jan van Bavel, OSA in:

bron:  Augustinus van Hippo Preken over de Eerste brief van Johannes/ [Augustinus] ; ingel. en vert. door Tarsicius Jan van Bavel. – Leuven : Augustijns Historisch Instituut, 1992. – p. 109-110.

Augustinus : Word dan wakker, gelovige….

WAKE9

“Word dan wakker, gelovige , en let op wat hier staat: “In mijn Naam.” Die [Naam] is Christus Jezus. Christus betekent Koning, Jezus betekent Redder. Daarom , wat wij ook vragen dat onze redding zou belemmeren, wij vragen niet in de Naam van onze Redder en toch is Hij onze Redder, niet alleen wanneer Hij doet wat wij vragen , maar ook wanneer Hij het niet doet.

De arts weet of wat de zieke vraagt, in het voordeel of in het nadeel van zijn gezondheid is. En [de geneesheer] staat niet toe wat schadelijk voor hem zou zijn, hoewel de zieke het zelf verlangt. Maar de dokter kijkt uit naar zijn uiteindelijke genezing.”

St Augustinus

Augustinuis : Preek 6 over het Onze Vader in Mt.6:9…..

REST

Augustinus : “Ons hart is rusteloos totdat het rust vindt in U”

Augustinus : Preek 6 over het Nieuwe Testament

 

Augustinus : Preek 6 over het Nieuwe Testament

 

Over het Onze Vader in Matteüs 6:9

 

  1. Om te laten zien dat de tijden waarin het zou moeten gebeuren dat alle naties in Christus zouden geloven , door de profeten waren voorspeld, legde de gezegende apostel dit getuigenis af waar geschreven staat: En het zal zo zijn dat iedereen die een beroep zal doen de naam van de Heer, zullen gered worden. Want voorheen werd de naam van de Heer die hemel en aarde maakte alleen onder de Israëlieten aangeroepen ; de rest van de naties riep stomme en dove afgoden aan , door wie ze niet werden gehoord, of door duivels, door wie ze werden gehoord tot hun schade. Maar toen de volheid van de tijd aanbrak, ging het voorzegde in vervulling: en het zal zo zijn dat iedereen die de naam van de Heer aanroept, zal worden gered. Bovendien, omdat de Joden , zelfs degenen die in Christus geloofden , het Evangelie aan de heidenen misgunden , en zeiden dat het Evangelie niet gepredikt mocht worden aan hen die niet besneden waren ; omdat de apostel Paulus tegen hen dit getuigenis aanvoerde: En het zal zo zijn dat een ieder die de Naam van de Heer aanroept, zalig zal worden; voegde hij er onmiddellijk aan toe, om degenen die niet bereid waren dat het Evangelie aan de heidenen gepredikt zou worden , te overtuigen van de woorden: Maar hoe zullen zij Hem aanroepen, in Wie zij niet geloofd hebben ? Of hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? Of hoe zullen zij horen zonder prediker? Of hoe zullen zij prediken tenzij zij gezonden worden? Omdat hij toen zei: hoe zullen zij Hem aanroepen in Wie zij niet geloofd hebben ? je hebt niet eerst het Onze Vader geleerd, en daarna de Geloofsbelijdenis; maar eerst de geloofsbelijdenis, waar u kunt weten wat u moet geloven , en daarna het gebed, waar u kunt weten wie u moet aanroepen. De geloofsbelijdenis heeft dan betrekking op het geloof , het Onze Vader op het gebed ; omdat hij het is die gelooft , die gehoord wordt als hij roept.
  2. Maar velen vragen wat ze niet zouden moeten vragen, omdat ze niet weten wat voor hen opportuun is. Hij die bidt moet daarom op zijn hoede zijn voor twee dingen; dat hij niet vraagt ​​wat hij niet zou moeten doen; en dat hij niet vraagt ​​van wie hij niet zou moeten vragen. Van de duivel , van afgoden , van boze geesten mag niets gevraagd worden. Van de Heer onze God Jezus Christus , God de Vader der Profeten, Apostelen en Martelaren, van de Vader van onze Heer Jezus Christus , van God die de hemel en de aarde heeft gemaakt, de zee en alles daarin, van Hem moeten wij vragen wat we ook maar kunnen vragen. Maar we moeten oppassen dat we niet van Hem vragen wat we niet zouden moeten vragen. Als u het aan stomme en dove afgoden vraagt, omdat wij om leven zouden moeten vragen , wat heeft u daar dan aan? Dus als u van God de Vader , die in de hemel is, de dood van uw vijanden wenst, wat heeft u daar dan aan? Hebt u in de Psalm, waarin het verdoemelijke einde van de verrader Judas wordt voorspeld, niet gehoord of gelezen hoe de profetie over hem sprak: Laat zijn gebed in zonde veranderen ? Als u dan opstaat en om kwaad over uw vijanden bidt, zal uw gebed in zonde veranderen .
  3. Je hebt in de Heilige Psalmen gelezen hoe hij die daarin spreekt, naar het schijnt, vele vloeken over zijn vijanden uitspreekt. En zeker, zou je kunnen zeggen, hij die in de Psalmen spreekt, is een rechtvaardig man; Waarom wenst hij dan zo kwaad over zijn vijanden? Hij wil het niet, maar hij voorziet het. Het is een profetie van iemand die toekomstige dingen vertelt, geen gelofte van vervloeking; want de profeten wisten door de Geest wie het kwade moest overkomen, en wie het goede; en door profetie spraken zij alsof zij wensten wat zij wel hadden voorzien. Maar hoe kun je weten of hij voor wie je vandaag kwaad vraagt , morgen misschien niet een betere man is dan jij? Maar je zult zeggen: ik weet dat hij een slechte man is . Wel: je moet weten dat jij ook slecht bent . Ook al neem je het misschien op je om vanuit het hart van iemand anders te oordelen over wat je niet weet ; maar wat uzelf betreft, u weet dat u slecht bent . Hoort u de apostel niet zeggen: Wie stond voor een godslasteraar, een vervolger en een onrechtvaardige; maar ik heb barmhartigheid verkregen, omdat ik het onwetend en in ongeloof deed? Toen de apostel Paulus de christenen vervolgde , hen vastbond waar hij ze ook tegenkwam, en ze naar de hogepriesters trok om ondervraagd en gestraft te worden, wat denkt u, broeders, dat de Kerk tegen hem of voor hem heeft gebeden ? Zeker, de Kerk van God , die instructies had geleerd van haar Heer, die zei , terwijl Hij aan het kruis hing: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen, bad zo voor Paulus (of liever nog voor Saul), dat dat mocht gebeuren. in hem gewerkt worden, wat gewerkt werd. Want daarin zegt hij: Maar ik was van gezicht onbekend bij de kerken van Judea die in Christus zijn: alleen zij hoorden dat hij die ons in het verleden vervolgde , nu het geloof predikt dat hij ooit vernietigde; en zij verheerlijkten God in mij; Waarom verheerlijkten zij God , maar omdat zij dit aan God vroegen , voordat het gebeurde?
  4. Onze Heer heeft toen allereerst veel spreken stopgezet, zodat u niet een veelheid aan woorden tot God zou kunnen brengen , alsof u Hem door uw vele woorden zou willen onderwijzen. Daarom heb je, als je bidt, behoefte aan vroomheid , niet aan woordzucht. Want uw Vader weet wat u nodig heeft, voordat u het Hem vraagt. Wees dan afkerig om veel woorden te gebruiken, want Hij weet wat voor jou nodig is. Maar opdat misschien iemand hier zou zeggen: Als Hij weet wat voor ons nodig is, waarom zouden we dan ook maar een paar woorden gebruiken? Waarom zouden we überhaupt moeten bidden ? Hij kent Zichzelf; laat Hem dan geven wat Hij weet dat nodig is voor ons. Ja, maar het is Zijn wil dat u bidt , dat Hij aan uw verlangens mag geven, dat Zijn gaven niet licht gewaardeerd mogen worden; aangezien Hij dit verlangende verlangen zelf in ons heeft gevormd. De woorden die onze Heer Jezus Christus ons in Zijn gebed heeft geleerd , zijn daarom de regel en maatstaf voor onze verlangens. U mag niets anders vragen dan wat daar geschreven staat.
  5. Zegt u daarom, zegt hij: Onze Vader, die in de hemel is. Waar u ziet, bent u begonnen God als uw Vader te hebben. Je zult Hem hebben als je nieuw geboren bent. Hoewel u zelfs nu nog voordat u geboren bent, door Zijn zaad bent verwekt, alsof u aan de vooravond staat van het voortbrengen in het lettertype , de baarmoeder als het ware van de Kerk . Onze Vader, die in de hemel is. Bedenk dan dat u een Vader in de hemel hebt. Bedenk dat u uit uw vader Adam tot de dood bent geboren , dat u opnieuw geboren zult worden uit God de Vader tot het leven. En wat u zegt, zeg dat in uw hart. Laat er slechts de oprechte genegenheid van het gebed zijn , en er zal een krachtig antwoord zijn van Hem die het gebed hoort . Geheiligd zijt Uw naam. Waarom vraagt ​​u dat Gods Naam geheiligd mag worden? Het is heilig . Waarom vraag je dan om dat wat al heilig is ? En als u dan vraagt ​​dat Zijn Naam geheiligd mag worden, bidt u dan niet als het ware tot Hem voor Hem, en niet voor uzelf? Nee. Begrijp het goed, en het is voor jezelf dat je het vraagt. Daarom vraag je dat wat op zichzelf altijd heilig is , in jou geheiligd mag worden. Wat wordt geheiligd? Wees heilig , wees niet veracht. Dus dan zie je dat het goede dat je wenst, je voor jezelf wenst. Want als je de Naam van God veracht , zal dat voor jezelf slecht zijn, en niet voor God.
  6. Jouw koninkrijk kome. Met wie spreken wij? En zal Gods koninkrijk niet komen als we er niet om vragen? Want over dat koninkrijk spreken wij dat na het einde van de wereld zal zijn. Want God heeft altijd een koninkrijk; noch is Hij ooit zonder een koninkrijk, dat door de hele schepping wordt gediend. Maar welk koninkrijk wens jij dan? Waarvan in het Evangelie geschreven staat : Kom, jullie gezegenden van Mijn Vader, ontvang het koninkrijk dat vanaf het begin van de wereld voor jullie is voorbereid. Zie, hier is het koninkrijk waarvan wij zeggen: Uw koninkrijk kome. Wij bidden dat het in ons mag komen; wij bidden dat wij daarin gevonden mogen worden . Want dat zal zeker gebeuren; maar wat zal het u baten als u aan de linkerhand wordt aangetroffen? Daarom is het ook hier weer voor jezelf dat je het beste wenst; voor jezelf bid je. Dit is het waar je naar verlangt; dit verlangen in uw gebed , dat u zo mag leven, dat u deel mag hebben aan het koninkrijk van God , dat aan alle heiligen gegeven zal worden . Als u daarom zegt: Uw koninkrijk kome, bidt u voor uzelf, dat u goed mag leven. Laat ons deel hebben aan Uw koninkrijk: laat dat zelfs tot ons komen, dat wil zeggen tot Uw heiligen en rechtvaardigen.
  7. Uw wil geschiede. Wat! Als u dit niet zegt, zal God dan niet Zijn wil doen ? Onthoud wat u in de Geloofsbelijdenis hebt herhaald: ik geloof in God de Almachtige Vader. Als Hij Almachtig is, waarom bid je dan dat Zijn wil gedaan mag worden? Wat is dit dan: Uw wil geschiede ? Moge het in mij gebeuren, zodat ik Uw wil niet kan weerstaan. Daarom bid je ook hier weer voor jezelf, en niet voor God. Want de wil van God zal in u geschieden, ook al wordt deze niet door u gedaan. Want beiden in hen tot wie Hij zal zeggen: Kom, gij gezegenden van Mijn Vader, ontvang het koninkrijk dat vanaf het begin van de wereld voor u is bereid; zal de wil van God gedaan worden, zodat de heiligen en rechtvaardigen het koninkrijk mogen ontvangen; en in hen tot wie Hij zal zeggen: Ga heen in het eeuwige vuur , bereid voor de duivel en zijn engelen , zal de wil van God worden gedaan, zodat de goddelozen tot het eeuwige vuur veroordeeld mogen worden . Dat Zijn wil door jou gedaan mag worden is iets anders. Het is dan niet zonder reden , maar dat het u goed mag gaan, dat u bidt dat Zijn wil in u gedaan mag worden. Maar of het nu goed of slecht met je gaat, het zal nog steeds in je gebeuren: maar o dat het ook door jou gedaan mag worden. Waarom zeg ik dan: Uw wil geschiede in hemel en op aarde, en zeg niet: Uw wil geschiede door hemel en aarde? Want wat door jou wordt gedaan, doet Hij Zelf in jou. Nooit wordt door jou iets gedaan wat Hij Zelf niet in jou doet. Soms doet Hij inderdaad in jou wat jij niet doet; Maar er wordt nooit iets door u gedaan als Hij het niet in u doet.
  8. Maar wat is er in de hemel en op aarde, of, zoals in de hemel, zo op aarde? De engelen doen uw wil; mogen wij dat ook doen. Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo ook op aarde. De geest is de hemel, het vlees is de aarde. Als u tegen de apostel zegt (als dat zo is, zegt u het dan): Met mijn verstand dien ik de wet van God , maar met het vlees de wet van de zonde ; de wil van God wordt gedaan in de hemel, maar nog niet op aarde. Maar wanneer het vlees in harmonie zal zijn met de geest , en de dood zal worden verzwolgen in de overwinning, zodat er geen vleselijke verlangens meer zullen overblijven waarmee de geest in conflict zal komen, wanneer de strijd op aarde voorbij zal zijn, zal de oorlog van het hart is voorbij, en wat er is gezegd, het vlees begeert tegen de Geest , en de Geest tegen het vlees; want deze zijn in strijd met elkaar; zodat je niet de dingen kunt doen die je zou willen; wanneer deze oorlog , zeg ik, voorbij zal zijn en alle begeerte zal zijn veranderd in liefdadigheid, zal er niets in het lichaam overblijven dat de geest kan tegenwerken, niets dat getemd kan worden, niets dat beteugeld moet worden, niets dat vertrapt moet worden; maar het geheel zal voortgaan door eendracht tot gerechtigheid, en de wil van God zal worden gedaan in de hemel en op aarde. Uw wil geschiede in de hemel en op aarde. Wij wensen perfectie als we hiervoor bidden . Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo ook op aarde. In de Kerk is het geestelijke de hemel, het vleselijke de aarde. Dus Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo ook op aarde; dat zoals het geestelijke U dient, zo het vleselijke dat hervormd is, U ook kan dienen. Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo ook op aarde. Er zit nog een heel spirituele betekenis aan vast. Want wij worden aangespoord om voor onze vijanden te bidden . De Kerk is de hemel, de vijanden van de Kerk zijn de aarde. Wat is dan: Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo op aarde ? Mogen onze vijanden geloven , zoals wij ook in U geloven ! Mogen zij vrienden worden en een einde maken aan hun vijandschap! Ze zijn aarde, daarom zijn ze tegen ons; Mogen zij de hemel worden, en zij zullen bij ons zijn.
  9. Geef ons vandaag ons dagelijks brood. Nu wordt het duidelijk dat we voor onszelf bidden . Wanneer u zegt: Uw naam wordt geheiligd, dan is er uitleg nodig over hoe het komt dat u voor uzelf bidt, en niet voor God. Wanneer u zegt: Uw wil geschiede; Ook hier is er behoefte aan uitleg, opdat u niet denkt dat u God het goede wenst in dit gebed , dat Zijn wil mag geschieden, en niet zozeer dat u voor uzelf bidt . Wanneer u zegt: Uw koninkrijk kome; dit moet opnieuw worden uitgelegd, opdat u niet denkt dat u God het beste wenst in dit gebed dat Hij mag regeren. Maar vanaf deze plek tot aan het einde van het gebed is het duidelijk dat we voor onszelf tot God bidden . Als u zegt: Geef ons heden ons dagelijks brood, belijdt u dat u Gods bedelaar bent. Maar schaam je hier niet voor; Hoe rijk iemand ook op aarde is, hij is nog steeds Gods bedelaar. De bedelaar neemt plaats voor het huis van de rijke man; maar de rijke man zelf staat voor de deur van de grote Rijke. Er wordt een verzoek tot hem gericht, en hij doet zijn verzoek. Als hij niet in nood was, zou hij niet in gebed op de oren van God kloppen . En wat heeft de rijke man nodig? Ik durf te zeggen dat de rijke man zelfs dagelijks brood nodig heeft. Want hoe komt het dat hij overvloed van alle dingen heeft? Waar anders vandaan dan omdat God het hem gegeven heeft? Wat zou hij hebben als God Zijn hand terugtrok? Zijn er niet velen in weelde in slaap gevallen , en in bedelarij opgestaan? En dat hij dat niet wil, is te danken aan Gods barmhartigheid, niet aan zijn eigen kracht.
  10. Maar dit brood, zeer geliefd, waarmee ons lichaam wordt gevuld, waarmee het vlees dag na dag wordt gerekruteerd; Dit brood, zeg ik, geeft God niet alleen aan degenen die Hem loven, maar ook aan degenen die Hem lasteren ; Die Zijn zon laat opgaan over de kwaden en de goeden , en regen zendt over de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen . Gij prijst Hem, en Hij voedt u; jij lastert Hem, Hij voedt jou. Hij wacht tot u zich bekeert; maar als je jezelf niet verandert, zal Hij je veroordelen. Omdat dan zowel goed als slecht dit brood van God ontvangen , denk je dat er geen ander brood is waar de kinderen om vragen, waarvan de Heer in het Evangelie zei : Het is niet passend om het kinderbrood te nemen en het naar de andere te werpen. honden? Ja, dat is zeker zo. Wat is dat brood dan? En waarom wordt het dagelijks genoemd? Omdat dit net zo nodig is als de ander; want zonder kunnen wij niet leven; zonder brood kunnen wij niet leven. Het is schaamteloosheid om rijkdom van God te vragen ; het is geen schaamteloosheid om dagelijks brood te vragen. Dat wat de trots ten goede komt is één ding, wat het leven ten goede komt iets anders. Niettemin, omdat dit brood, dat gezien en aangeraakt kan worden, zowel aan de goeden als aan de slechten wordt gegeven; er is dagelijks brood, waarvoor de kinderen bidden . Dat is het woord van God , dat ons dag na dag wordt uitgedeeld. Ons brood is dagelijks brood; en daardoor leven niet onze lichamen, maar onze ziel . Het is noodzakelijk voor ons, die nu al arbeiders in de wijngaard zijn: het is ons voedsel, niet ons loon. Want hij die een arbeider in de wijngaard inhuurt, is hem twee dingen schuldig; voedsel, zodat hij niet flauwvalt, en zijn loon, waarmee hij zich kan verheugen . Ons dagelijks voedsel op deze aarde is het woord van God , dat altijd in de kerken wordt verspreid: ons loon na arbeid wordt eeuwig leven genoemd. Nogmaals, als u door dit ons dagelijks brood begrijpt wat de gelovigen ontvangen, wat u zult ontvangen als u gedoopt bent , dan is het met goede reden dat wij vragen en zeggen: Geef ons heden ons dagelijks brood; dat we zo mogen leven dat we niet gescheiden zijn van het Heilig Altaar.
  11. En vergeef ons onze schulden, zoals wij onze schuldenaren vergeven. Als we deze petitie nogmaals aanraken, hebben we geen uitleg nodig, want het is voor onszelf dat we bidden . Want wij smeken dat onze schulden ons vergeven mogen worden. Want schuldenaars zijn wij niet in geld, maar in zonden . Je zegt misschien op dit moment: En jij ook. Wij antwoorden: Ja, wij ook. Wat, heilige bisschoppen, bent u schuldenaar? Ja, wij zijn ook schuldenaars. Wat jij! Mijn Heer. Het zij verre van jou, doe jezelf dit niet verkeerd. Ik doe mezelf geen kwaad, maar ik zeg de waarheid ; wij zijn schuldenaren: als we zeggen dat we geen zonde hebben , bedriegen we onszelf en zit de waarheid niet in ons. Wij zijn gedoopt en toch zijn wij schuldenaren. Niet dat er toen iets overbleef wat ons bij het Doopsel niet werd overgegeven, maar omdat we in ons leven steeds datgene aangaan wat dagelijkse vergeving nodig heeft. Zij die gedoopt zijn en onmiddellijk dit leven verlaten, komen zonder enige schuld uit de doopvont; zonder enige schuld verlaten ze de wereld. Maar zij die gedoopt zijn en in dit leven nog steeds worden vastgehouden, lopen verontreinigingen op vanwege hun sterfelijke zwakheid, waardoor zij, hoewel het schip niet tot zinken is gebracht, toch hun toevlucht moeten nemen tot de pomp. Want anders zal beetje bij beetje datgene binnenkomen waardoor het hele schip tot zinken wordt gebracht. En dit gebed uitspreken betekent een beroep doen op de pomp. Maar we moeten niet alleen bidden , maar ook aalmoezen doen , want wanneer de pomp wordt gebruikt om te voorkomen dat het schip zinkt, zijn zowel de stemmen als de handen aan het werk. Nu zijn we met onze stem aan het werk als we zeggen: Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaren vergeven. En we zijn met onze handen aan het werk als we dit doen: breek uw brood voor de hongerigen en breng de dakloze armen in uw huis. Sluit aalmoezen in het hart van een arme man, en het zal voor u bemiddelen bij de Heer.
  12. Hoewel daarom al onze zonden vergeven zijn in het wasbekken van de wedergeboorte, zouden we in grote moeilijkheden terechtkomen als ons niet de dagelijkse reiniging door het Heilig Gebed gegeven zou worden. Aalmoezen en gebeden zuiveren zonden ; laten we alleen niet zulke zonden begaan, waarvoor we noodzakelijkerwijs gescheiden moeten worden van ons dagelijks Brood; vermijden wij al deze schulden waarvoor een ernstige en zekere veroordeling op zijn plaats is. Noem uzelf niet rechtvaardig, alsof u geen reden had om te zeggen: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. Hoewel u zich onthoudt van afgoderij , van de troost van astrologen, van de genezingen van tovenaars, hoewel u zich onthoudt van de verleidingen van ketters , van de verdeeldheid van de schismatici; ook al onthoudt u zich van moorden, van overspel en hoererij, van diefstallen en plunderingen, van valse getuigenissen, en van al die andere zonden die ik niet noem, die een verderfelijk gevolg hebben, waarvoor het noodzakelijk is dat de zondaar wordt afgesneden van de zonde. altaar, en zo gebonden worden op aarde, dat hij in de hemel gebonden wordt, tot zijn grote en dodelijke gevaar, tenzij hij opnieuw zo losgemaakt wordt op aarde, dat hij in de hemel wordt losgelaten; toch is er, nadat dit allemaal is uitgezonderd, nog steeds geen gebrek aan gelegenheden waarbij een mens kan zondigen . Een mens zondigt als hij met plezier ziet wat hij niet zou moeten zien. Maar wie kan de snelheid van het oog vasthouden? Want hieruit wordt gezegd dat het oog zijn naam heeft gekregen, vanwege zijn snelheid. Wie kan het oor of oog tegenhouden? De ogen kunnen gesloten zijn wanneer je wilt, en zijn in een oogwenk gesloten, maar de oren kun je alleen met moeite sluiten: je moet de hand opsteken en ze bereiken, en als iemand je hand vasthoudt, worden ze opengehouden, noch Kun je ze afsluiten voor scheldende, onreine, vleiende en verleidende woorden? En als u iets hoort dat u niet behoort te horen, zondigt u dan niet met uw oor, ook al doet u het niet? Want je hoort iets dat slecht is van plezier? Wat een grote zonden begaat de dodelijke tong! Ja, soms zijn er zonden van zulke aard dat de mens daarvoor van het altaar wordt gescheiden. Op de tong is de hele kwestie van godslastering van toepassing , en er worden weer veel ijdele woorden gesproken die niet handig zijn. Maar laat de hand niets verkeerds doen, laat de voeten niet naar enig kwaad rennen , en laat het oog niet gericht zijn op onfatsoenlijkheid; laat het oor niet openstaan ​​voor vuile praatjes; noch de tong beweegt zich tot onfatsoenlijke spraak; maar vertel mij eens: wie kan de gedachten bedwingen? Hoe vaak bidden wijbroeders, en onze gedachten zijn ergens anders, alsof we vergeten zijn voor wie we staan, of voor wie we ons ter aarde werpen! Als al deze dingen tegen ons worden verzameld, zullen ze ons dan niet overweldigen, omdat het kleine fouten zijn? Wat maakt het uit of lood of zand ons overweldigen? Het lood is allemaal één massa, het zand bestaat uit kleine korrels, maar door hun grote aantal overweldigen ze je. Jouw zonden zijn dus klein. Zie je niet hoe de rivieren vollopen en het land door kleine druppels wordt verwoest? Ze zijn klein, maar het zijn er veel.
  13. Laten we daarom elke dag zeggen; en zeg het met een oprecht hart, en doe wat we zeggen: vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. Het is een verbintenis, een verbond, een overeenkomst die wij met God sluiten . De Heer, uw God, zegt tegen u: Vergeef, en Ik zal vergeven. Je hebt niet vergeven; u houdt uw zonden tegen uzelf, niet tegen mij. Ik bid u, mijn zeer geliefde kinderen, omdat ik weet wat opportuun voor u is in het Onze Vader, en vooral in die zin ervan: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeef onze schuldenaren; hoor mij. Je staat op het punt gedoopt te worden , vergeef alles; wat iemand ook in zijn hart tegen een ander heeft, laat hij het vanuit zijn hart vergeven. Ga dus binnen en wees er zeker van dat al uw zonden die u hebt opgelopen, of u nu vanaf uw geboorte van uw ouders na Adam met de erfzonde bent geboren , voor welke zonden u met kinderen naar de genade van de Heiland bent gerend , of wat voor zonden u ook heeft nagejaagd . die u in uw leven heeft opgelopen, door woord, daad of gedachte, allen zijn vergeven; en jij zult uit het water gaan als van vóór de aanwezigheid van jouw Heer, met de zekere kwijtschelding van alle schulden.
  14. Omdat het vanwege de dagelijkse zonden waarover ik heb gesproken, noodzakelijk is dat u in dat dagelijkse gebed van reiniging als het ware zegt: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven; wat ga je doen? Je hebt vijanden. Want wie kan er zonder hen op deze aarde leven? Let op jezelf, heb ze lief . Op geen enkele manier kan je vijand je zoveel pijn doen door zijn geweld , als jij jezelf pijn doet als je niet van hem houdt . Want hij kan schade toebrengen aan uw bezit, of uw kudde, of uw huis, of uw bediende, of uw dienstmaagd, of uw zoon, of uw vrouw; of hoogstens, als hem dergelijke macht wordt gegeven, uw lichaam. Maar kan hij uw ziel schade toebrengen , zoals u dat zelf kunt? Reik naar voren, dierbare geliefden, ik smeek je, naar deze perfectie. Maar heb ik je deze macht gegeven? Hij heeft het alleen gegeven aan wie u zegt: Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo op aarde. Maar laat het u niet onmogelijk lijken. Ik weet , ik heb het uit ervaring geweten , dat er christelijke mannen zijn die hun vijanden liefhebben . Als het u onmogelijk lijkt, zult u het niet doen. Geloof dan eerst dat het gedaan kan worden, en bid dat de wil van God in u gedaan mag worden. Waartoe kan de ziekte van uw naaste u dienen? Als hij geen ziekte had, zou hij niet eens je vijand zijn. Wens hem dan het beste, zodat hij een einde kan maken aan zijn ziekte, en hij niet langer je vijand zal zijn. Want het is niet de menselijke natuur in hem die vijandig tegenover u staat, maar zijn zonde . Is hij daarom je vijand, omdat hij een ziel en een lichaam heeft? Hierin is hij zoals jij bent: jij hebt een ziel , en hij ook: jij hebt een lichaam, en hij ook. Hij is van dezelfde substantie als jij; jullie zijn allebei uit dezelfde aarde gemaakt en levend gemaakt door dezelfde Heer. In dit alles is hij zoals jij bent. Erken in hem dan je broer. Het eerste paar, Adam en Eva , waren onze ouders ; de een onze vader, de ander onze moeder; en daarom zijn wij broeders. Maar laten we de beschouwing van onze eerste oorsprong achterwege laten. God is onze Vader, de Kerk onze Moeder, en daarom zijn wij broeders. Maar u zult zeggen: mijn vijand is een heiden , een jood, een ketter , over wie ik enige tijd geleden sprak met de woorden: Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo op aarde. O Kerk, uw vijand is de heiden , de Jood, de ketter ; hij is de aarde . Als u in de hemel bent, roep dan uw Vader aan die in de hemel is, en bidvoor uw vijanden: want zo was Saulus een vijand van de Kerk ; Zo werd er voor hem gebeden , en hij werd haar vriend. Hij hield niet alleen op haar vervolger te zijn, maar hij spande zich in om haar helper te zijn. En toch werd er, om de waarheid te zeggen , tegen hem gebeden ; maar tegen zijn boosaardigheid , niet tegen zijn natuur. Laat uw gebed dus gericht zijn tegen de boosaardigheid van uw vijand, zodat deze mag sterven en hij mag leven. Want als je vijand dood was, heb je verloren. Het lijkt misschien een vijand, maar je hebt nog geen vriend gevonden. Maar als zijn boosaardigheid sterft, heb je meteen een vijand verloren en een vriend gevonden.
  15. Maar je zegt nog steeds: wie kan dit, wie heeft dit ooit gedaan? Moge God het in uw hart verwezenlijken! Ik weet net zo goed als jij dat er maar weinigen zijn die het doen; Het zijn geweldige mannen en spirituele mensen die dat doen. Zijn alle gelovigen in de Kerk die naar het altaar gaan en het Lichaam en Bloed van Christus nemen , dat allemaal? En toch zeggen ze allemaal: Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaren vergeven. Wat, als God hen zou antwoorden: Waarom vraagt ​​u mij om te doen wat ik heb beloofd, terwijl u niet doet wat ik u heb geboden? Wat heb ik beloofd? Om je schulden te vergeven. Wat heb ik bevolen? Dat u ook uw schuldenaren vergeeft. Hoe kun je dit doen als je je vijanden niet liefhebt ? Wat moeten wij dan doen, broeders? Is de kudde van Christus teruggebracht tot zo’n schaars aantal? Als ze maar zouden zeggen: vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaars vergeven, die hun vijanden liefhebben ; Ik weet niet wat ik moet doen, ik weet niet wat ik moet zeggen. Want moet ik je zeggen: als je je vijanden niet liefhebt , bid dan niet ; Ik durf het niet te zeggen; ja, bid liever dat u van hen mag houden . Maar moet ik u zeggen: als u uw vijanden niet liefhebt , zeg dan niet in het Onze Vader: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven ? Stel dat ik zou zeggen: gebruik deze woorden niet. Als u dat niet doet, worden uw schulden niet kwijtgescholden; en als je ze wel gebruikt en daarna niets doet, worden ze niet vergeven. Om daarom vergeven te worden, moet je zowel het gebed gebruiken als het daarna doen.
  16. Ik zie een grond waarop ik niet slechts enkele christenen kan troosten, maar ook de menigte christenen : en ik weet dat u ernaar verlangt dat te horen. Christus heeft gezegd: Vergeef, opdat u vergeven mag worden. En wat zegt u in het gebed dat we nu hebben besproken? Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaren vergeven. Dus Heer, vergeef, zoals wij vergeven. Dit zegt u, o Vader, die in de hemel zijt, vergeef daarom onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. Want dit moet u doen, en als u het niet doet, zult u omkomen. Wanneer uw vijand om vergeving vraagt, vergeef hem dan onmiddellijk. En is dit veel voor jou? Hoewel het veel voor u zou zijn om uw vijand lief te hebben wanneer deze tegen u gewelddadig is, is het dan veel om een ​​man lief te hebben die vóór u een smekeling is? Wat heb je te zeggen? Eerst was hij gewelddadig, en toen haatte je hem. Ik had liever dat je hem toen al niet haatte : ik had liever dat je, toen je onder zijn geweld leed , aan de Heer had gedacht en had gezegd: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. Ik had toen heel graag gewild dat u zelfs in die tijd, toen uw vijand gewelddadig tegen u was, rekening had gehouden met de Heer, uw God, die aldus sprak. Maar misschien zult u zeggen: Hij deed het, maar toen deed Hij het als de Heer, als de Christus , als de Zoon van God , als de Eniggeborene, als het vleesgeworden Woord. Maar wat kan ik, een zwak en zondig mens, doen? Als uw Heer een te hoog voorbeeld voor u is, richt uw gedachten dan op uw mededienaar. De heilige Stefanus werd gestenigd , en terwijl zij hem stenigden , bad hij op gebogen knieën voor zijn vijanden en zei: Heer, reken hun deze zonde niet aan.  Ze wierpen stenen, zonder om vergeving te vragen, maar toch bad hij voor hen. Ik zou willen dat je net als hij was; reik uit. Waarom sleep je je hart altijd over de aarde? Hoor, hef uw hart op, reik naar voren, heb uw vijanden lief . Als je niet van hem kunt houden in zijn geweld , houd dan tenminste van hem als hij om vergeving vraagt. Heb de man lief die tegen je zegt: Broeder, ik heb gezondigd , vergeef me. Als u hem dan niet vergeeft, zeg ik niet alleen dat u dit gebed uit uw hart zult wissen , maar dat u zelf uit het boek van God zult worden uitgewist .
  17. Maar als je hem dan op zijn minst vergeeft, of de haat uit je hart loslaat , dan gebied ik je haat uit het hart te laten varen, en niet de juiste discipline. Wat als iemand die mij om vergeving vraagt, iemand zou moeten zijn die door mij gestraft zou moeten worden! Doe wat u wilt, want ik veronderstel dat u van uw kind houdt , zelfs als u hem kastijdt. U houdt geen rekening met zijn geschreeuw onder de roede, omdat u zijn erfenis voor hem reserveert. Dit zeg ik dan: dat u alle haat uit uw hart achterwege laat , wanneer uw vijand u om vergeving vraagt. Maar misschien zul je zeggen: hij speelt vals, hij doet alsof. O, jij oordeelt over het hart van iemand anders, vertel me de gedachten van je eigen vader, vertel me gisteren je eigen gedachten. Hij vraagt ​​en verzoekt om vergeving; vergeef hem, vergeef hem in ieder geval. Als je hem niet vergeeft, ben je het zelf die je pijn doet, en niet hem, want hij weet wat hij moet doen. Je bent niet bereid je eigen mededienaar te vergeven; hij zal dan naar uw Heer gaan en tegen Hem zeggen: Heer, ik heb mijn mededienaar gebeden om mij te vergeven, maar hij wilde niet; vergeeft Gij mij. Heeft de Heer niet de macht om de schulden van zijn dienaar kwijt te schelden? Dus hij, nadat hij vergiffenis van zijn Heer heeft verkregen, keert los terug, terwijl jij gebonden blijft. Hoe gebonden? De tijd van gebed zal komen, de tijd moet komen dat u zegt: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven; En de Heer zal je antwoorden: Jij slechte dienaar, toen je Mij zo’n grote schuld schuldig was, heb je Mij gevraagd, en Ik heb je vergeven; Had jij ook geen medelijden met je mededienaar moeten hebben, net zoals ik medelijden met jou had? Deze woorden komen uit het Evangelie , niet uit mijn eigen hart. Maar als je desgevraagd hem vergeeft die om vergeving smeekt, dan kun je dit gebed uitspreken . En als je nog niet de kracht hebt om hem lief te hebben in zijn geweld , kun je toch dit gebed uitspreken : Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. Laten we doorgaan naar de rest.
  18. En leid ons niet in verleiding . Vergeef ons onze schulden, zoals wij ook onze schuldenaren vergeven, zeggen we vanwege zonden uit het verleden , die we niet ongedaan kunnen maken, dat ze niet hadden mogen worden gedaan. U kunt zich inspannen om niet te doen wat u eerder hebt gedaan, maar hoe kunt u ervoor zorgen dat datgene wat u hebt gedaan, niet mag worden gedaan? Wat betreft de dingen die al zijn gedaan: de zin van het gebed is uw hulp: Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. Wat gaat u doen met betrekking tot de zaken waarin u terecht kunt komen? Leid ons niet in verleiding , maar verlos ons van het kwaad . Leid ons niet in verleiding , maar verlos ons van het kwaad , dat wil zeggen van de verleiding zelf.
  19. Nu deze drie eerste smeekbeden: Geheiligd zij Uw Naam, Uw koninkrijk kome, Uw wil geschiede zoals in de hemel, zo op aarde, deze drie hebben betrekking op het eeuwige leven , want Gods Naam zou altijd in ons geheiligd moeten worden, wij zouden dat ook moeten zijn in Zijn koninkrijk moeten wij altijd Zijn wil doen . Dit zal tot in alle eeuwigheid duren . Maar dagelijks brood is nu noodzakelijk. Al de rest waarvoor we uit dit artikel bidden , heeft betrekking op de behoeften van het huidige leven. Dagelijks brood is noodzakelijk in dit leven; de vergeving van onze schulden is noodzakelijk in dit leven. Want wanneer we in het andere leven aankomen, zal er een einde komen aan alle schulden. In dit leven is er verleiding , in dit leven is het zeilen gevaarlijk, in dit leven sluipt er altijd iets naar binnen door de kieren van onze zwakheden, die eruit moeten worden gepompt. Maar wanneer wij gelijk zullen worden gemaakt aan de engelen van God ; Het is niet meer nodig om tot God te zeggen en te bidden om ons onze schulden te vergeven, terwijl die er niet meer zullen zijn. Hier is dan het dagelijks brood; hier het gebed dat onze schulden vergeven mogen worden; hier dat we niet in verleiding komen ; want in dat leven komt de verleiding niet binnen; hier, zodat we verlost kunnen worden van het kwaad ; want in dat leven zal er geen kwaad zijn , maar eeuwig en blijvend goed.

Over dit  artikel :

Bron : Vertaald door RG MacMullen. Van Nicea en post-Nicea Fathers, First Series , Vol. 6. Bewerkt door Philip Schaff. ( Buffalo, NY: Christian Literature Publishing Co., 1888. )

Nederlandse vertaling : Kris Biesbroeck

STINUS0

St.Augustinus : GEBED -Adem in mij, o Heilige Geest….

Augustinus5

 

Sint Augustinus (354-430) schreef dit poëtische gebed tot

de Heilige Geest:

 

Adem in mij, o Heilige Geest,

Dat al mijn gedachten heilig mogen zijn.

Handel in mij, o Heilige Geest,

Dat ook mijn werk heilig mag zijn.

Trek mijn hart, o Heilige Geest,

Dat ik alleen liefheb wat heilig is.

Versterk mij, o Heilige Geest,

Om alles wat heilig is te verdedigen.

Bewaak mij dan, o Heilige Geest,

Dat ik altijd heilig mag zijn.

Amen

Augustinus : Wie was hij ?

August8

Wie was hij?

Geboren in 354 in Tagaste – nu Souk-Ahras, Algerije – ontving Augustinus bij zijn geboorte de “voorbereidende riten” van het doopsel, volgens Het leven van Sint Augustinus, geschreven door zijn leerling Possidius van Calame. Zijn moeder, Monique, voedde hem op in het christelijk geloof. Hij stond bekend om zijn scherpe intelligentie en ging retorica studeren in Carthago. Daar raakte hij bevriend met een metgezel die hem een kind schonk: Adéodat (Dieudonné) die op 18-jarige leeftijd stierf. Ambitieus begon Augustinus aan een vurige zoektocht naar de waarheid, verleid door de zoektocht naar genoegens en vervolgens door het manicheïsme dat hij negen jaar lang frequenteerde.

In 383 verliet hij Carthago voor Rome en vervolgens Milaan, waar hij een leerstoel kreeg en waar zijn moeder zich bij hem voegde. Augustinus, die er een gewoonte van maakte om ’s zondags naar bisschop Ambrosius te luisteren, vroeg zich af hoe het met Christus zat… Tot die beslissende dag in augustus 386 – zoals hij vertelde in zijn Belijdenissen – toen een kinderliedje hem opdroeg de brieven van de heilige Paulus “op te nemen en te lezen”.

Na een retraiteperiode van enkele maanden ontving Augustinus in de paasnacht van 387 het doopsel uit de handen van Ambrosius. Vastbesloten om terug te keren naar Afrika, ervoeren hij en Monica een mystieke extase terwijl ze wachtten om aan boord te gaan in Ostia – die hij de “contemplatie van Ostia” noemde. Een paar dagen later stierf zijn moeder op 56-jarige leeftijd.

Augustinus en zijn metgezellen keerden in 388 terug naar Tagaste en vestigden zich op de familieboerderij en stichtten een gemeenschap. In 391 werd hij tot priester gewijd en vijf jaar later tot bisschop van Hippo (in de buurt van het huidige Annaba, in Algerije). Augustinus legde zijn geestelijken een bescheiden levenswijze op, die hij als voorbeeld stelde. Hij was “een voorbeeldige bisschop in zijn pastorale werk, met aandacht voor de armen en voor de vorming van zijn geestelijkheid, stichter van kloosters”, benadrukte Benedictus XVI in het portret dat hij in januari 2008 van de heilige Augustinus tekende.

Het was in Hippo dat hij zijn grote werken schreef: De Bekentenissen (397-400); van de Drie-eenheid (410-416); De stad van God (410-426)… Het was ook van Hippo dat hij vocht tegen de Manicheeërs (387-400), de Donatisten (392-412) en de Pelagianen (412-430). Augustinus was een van de belangrijkste figuren van het christendom van die tijd geworden en stierf in 430, tijdens het beleg van Hippo door de Vandalen. Zijn lichaam werd naar Sardinië vervoerd, voordat het rond 725 naar Pavia werd vervoerd, waar het nog steeds wordt bewaard in de basiliek van San Pietro in Ciel d’Oro. Augustinus werd in 1298 bij acclamatie heilig verklaard en in hetzelfde jaar door paus Bonifatius VIII erkend als kerkleraar.

Wat is het filosofische en theologische belang van de heilige Augustinus?

De Augustijner geleerde, Henri-Irénée Marrou, placht te zeggen: “Zestien eeuwen scheiden ons van deze man; Zestien eeuwen verenigen ons met Hem. Zijn Bekentenissen, deze “buitengewone spirituele autobiografie die veel aandacht schenkt aan het mysterie van God dat in ons verborgen is”, stelt ons volgens Benedictus XVI in staat de innerlijke reis te volgen van een man die gepassioneerd is door God.

In De stad van God – geschreven tussen 413 en 416, als reactie op de aanvallen van heidenen die het christendom ervan beschuldigden de oorzaak te zijn van de val van Rome in 410 – recapituleert Augustinus de geschiedenis van de mensheid, geregeerd door de Voorzienigheid maar verdeeld over twee liefdes die aan de oorsprong liggen van twee steden: de aardse stad, geboren uit eigenliefde en onverschilligheid voor God, en de hemelse stad, geboren uit liefde voor God en onverschilligheid voor zichzelf. Augustinus verduidelijkt ook wat het terrein is van het tijdelijke en wat het terrein van het geloof is.

« Augustinus van Hippo bleef aanwezig in het leven van de Kerk en in de geest en cultuur van het hele Westen Johannes Paulus II had eerder in Augustinum Hipponensem de Apostolische Brief geschreven die hij in 1986 aan deze Kerkleraar opdroeg, voor de 16een honderdste verjaardag van zijn bekering. In feite stond Augustinus het christendom toe om het Griekse erfgoed – met een allegorische lezing van de Schrift gekoppeld aan het neoplatonisme – en het Romeinse erfgoed – te integreren door een deel van de Romeinse Republiek op te nemen. Hij veranderde het begrip rechtvaardigheid, maakte een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad, en droeg bij aan “de vorming van de moderne identiteit” – aldus de Canadese filosoof Charles Taylor. Hij ontwikkelde ook de grote filosofische vragen zoals verlangen, zelfkennis, innerlijkheid, herinnering… en tijd.

Op theologisch niveau drong Augustinus aan op goddelijke transcendentie, in de diepten van elk: “Je was intiemer dan de intimiteit van mij, en hoger dan de toppen van mijzelf” Belijdenissen. Deze woorden zijn nog steeds actueel, zoals in 2003 bleek uit de lezingen van de Bekentenissen van Gérard Depardieu in Parijs en Straatsburg, en de publicatie van zijn volledige werken in La Pléiade (1).

Hoewel hij ertoe heeft bijgedragen dat de liefde in het christendom op de voorgrond is getreden, wordt Augustinus er toch van beschuldigd dat hij een wantrouwen jegens het vlees op het Westen heeft overgebracht – met het begrip “zonde van het vlees” dat hij van de neoplatonisten heeft overgenomen. Aan hem hebben we de uitdrukking “erfzonde” te danken om te zeggen dat ieder mens, vanaf zijn geboorte, deel uitmaakt van een menselijke geschiedenis die gekenmerkt wordt door de verwerping van God.

In welk opzicht is Augustinus vandaag de dag nog steeds belangrijk?

Volgens Marcel Neusch, een theoloog van de Assumptionisten (1935-2015), bestaat de spiritualiteit van Augustinus uit niets anders dan het maken van de waarheid over het eigen leven en het richten ervan op het ware welzijn ervan. En deze zoektocht naar waarheid heeft zeven elementen:

  1. De drijvende kracht achter de zoektocht naar waarheid is verlangen, liefde;
  2. Deze zoektocht wordt gedaan door een pad te volgen dat van buiten naar binnen gaat, van het lagere (de gemakkelijke genoegens) naar het hogere (ware zelfrealisatie);
  3. Deze zoektocht is het werk van genade. De mens kan geen enkele eer voor zichzelf opeisen;
  4. Deze zoektocht vereist aandacht voor de tekenen die God maakt door anderen, gebeurtenissen, lezingen… Maar God spreekt ook binnenin, en het is het geloof dat zich opent voor Zijn waarheid;
  5. Deze zoektocht vereist onderscheidingsvermogen, dat wordt gedaan door dialoog met ervaren mensen;
  6. De gemeenschap is de bevoorrechte plaats om de toewijding om Christus te volgen te verifiëren;
  7. De zoektocht naar de waarheid moet apostolische urgentie opwekken.

 

Bron : .la-croix.com/Abonnes/Theologie/Augustin-dHippone-geant-foi-2019-03-15-1701008983

Augustinus : Die dingen, of het nu alleen maar uitspraken zijn of daadwerkelijke daden, die voor de onervarenen zondig lijken…..

19434

OVER DE INTERPRETATIE VAN DE SCHRIFT

“Die dingen, of het nu alleen maar uitspraken zijn of daadwerkelijke daden, die voor hen die onervaren zijn  zondig lijken en die worden toegeschreven aan God of aan mensen wier heiligheid ons als voorbeeld wordt gegeven, zijn geheel figuurlijk en de verborgen kern van betekenis die ze bevatten, moet eruit worden gehaald  als voedsel voor de voeding van liefdadigheid.”

St Augustinus

Augustinus : Vertrouw de waarheid …

EVER

Vertrouw de waarheid , wat je ook hebt van de waarheid , en je zult niets verliezen; en je verval zal weer bloeien, en al je ziekten zullen genezen worden,en uw ziekten worden genezen, en uw sterfelijke delen worden hervormd en vernieuwd, en om u heen gebonden: noch zullen zij u neerleggen, waarheen zij zelf afdalen; maar zij zullen vast staan ​​met hun handen, en voor eeuwig verblijven voor God, Die vast blijft en staat voor eeuwig .

Sint Augustinus,

Augustinus : ‘Grijpen’, wat betekent dat ?

MINDS

Grijpen’, wat betekent dat?

Je hebt ‘gegrepen’ als je het begrepen hebt.

Maar de vijanden van Christus zochten iets anders.

Je hebt gegrepen om te bezitten,

 maar ze wilden Hem grijpen om van Hem af te komen.

En omdat ze Hem op deze manier wilden grijpen,

wat doet Jezus dan?

‘Hij ontsnapte aan hun macht.’

Ze konden Hem niet grijpen omdat ze niet

de handen van het geloof hadden….

We grijpen Christus echt als onze geest het Woord grijpt.

 

Augustinus (354-430)

Augustinus : Laat uw werken U loven…..

NETWORK10

INTERVALSt

Laat Uw werken U loven, opdat wij U liefhebben; en laat ons U liefhebben opdat Uw werken U loven — die werken die een begin en een einde in de tijd hebben — een opkomst en een ondergang, een groei en een verval, een vorm en een ontbering. Zo hebben zij hun opeenvolging van ochtend en avond, deels verborgen, deels duidelijk. Want zij werden door U uit het niets geschapen, en niet uit Uzelf, en niet uit enige materie die niet van U is, of die tevoren geschapen was. Zij werden geschapen uit geconcretiseerde materie – dat wil zeggen, materie die door U werd geschapen op hetzelfde moment dat Gij haar vormloosheid vormde, zonder enig interval van tijd. Maar omdat de materie van hemel en aarde één ding is en de vorm van hemel en aarde iets anders, schiep Gij materie uit het absolute niets ( de omnino nihilo), maar de vorm van de wereld vormde Gij vormloze materie (de informi materia). Maar beide werden tegelijkertijd gedaan, zodat vorm op materie volgde zonder de vertragende tussenpoos.

Wij zien al deze dingen en ze zijn zeer goed, omdat Gij ze zo in ons ziet – Gij, die ons Uw Geest hebt gegeven, waardoor wij ze zo kunnen zien en U erin kunnen liefhebben

Augustinus : Je  verbergt je hart voor de mens – verberg het voor God als je kunt…..

Confessing

Je  verbergt je hart voor de mens – verberg het voor God als je kunt. Als je wilt vluchten van Hem, vlucht dan naar Hem. Vlucht naar Hem door te belijden. niet van Hem door u te verbergen maar je kunt belijden. Zeg Hem. “U bent mijn toevlucht.”

Augustinus

Augustinus : Welke vader van jullie zou zijn zoon een slang geven als hij om een vis vraagt?……

CHILDREN10

“Welke vader van jullie zou zijn zoon een slang geven als hij om een vis vraagt? Of geef je hem een schorpioen als hij om een ei vraagt?” – Lukas 11:11-12

“Van die drie dingen die de apostel aanbeveelt, wordt het geloof ofwel aangeduid door de vis vanwege het water van de doop, of omdat het ongedeerd blijft door de golven van deze wereld. De slang is ertegen, omdat hij de mens listig en bedrieglijk heeft overgehaald om niet in God te geloven.

 Het ei symboliseert hoop, want het kuiken leeft nog niet, maar zal er wel zijn; Het is nog niet gezien, maar er wordt gehoopt. “Hoop die gezien wordt, is geen hoop.” De schorpioen is tegengesteld aan de hoop, want wie op het eeuwige leven hoopt, vergeet de dingen die achter hem liggen en reikt uit naar de voorgaande. Het is gevaarlijk voor hem om achterom te kijken en hij is op zijn hoede voor de achterkant van de schorpioen, die een vergiftigde pijl in zijn staart heeft. Brood symboliseert liefde omdat “de grootste hiervan liefde is” en onder voedsel overtreft brood zeker alle andere in waarde. De steen verzet zich ertegen, omdat de steenhartige de liefde uitdrijft. Het kan zijn dat deze geschenken iets passenders betekenen, maar Hij die weet hoe hij goede gaven aan Zijn kinderen moet geven, spoort ons aan om te vragen, te zoeken en te kloppen.”

 – St Augustinus (354-430) Vader en Doctor in de Genade (Brief 130)

St Augustinus : wat betekent dat, lopen ?

PROGRESS

STA OP EN GA

Wat betekent dat, lopen?
Ga voorwaarts, boek vooruitgang in het goede doen….
Ga voorwaarts door naar het goede te wandelen.
Ga vooruit in geloof en in de zuiverheid van je gewoonten.
Zing en loop!
Verdwaal niet, keer niet terug, sta niet stil.
Laten wij ons tot de Heer wenden.

Sint-Augustinus