St Augustinus : Wees niet bang voor degenen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. […] Wees bevreesd voor hem die, nadat hij gedood heeft, de macht heeft om in de hel te werpen……

EVERYONE

‘Wees niet bang voor degenen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen. […] Wees bevreesd voor hem die, nadat hij gedood heeft, de macht heeft om in de hel te werpen. ” – Lukas 12:4-5

“Het Evangelie is leven. Vroomheid en ontrouw zijn de dood van de ziel. Dus als de ziel kan sterven, hoe is ze dan nog onsterfelijk? Omdat er altijd een dimensie van leven in de ziel is die nooit kan worden gedoofd. En hoe sterft het? Niet door op te houden leven te zijn, maar door het eigenlijke leven te verliezen. Want de ziel is zowel leven voor iets anders als zij heeft haar eigen eigen leven. Denk aan de volgorde van de wezens. De ziel is het leven van het lichaam. God is het leven van de ziel. Zoals het leven, dat de ziel is, bij het lichaam aanwezig is, opdat het lichaam niet zou sterven, zo behoort het leven van de ziel (God) bij de ziel te zijn, opdat het niet zal sterven.

Hoe sterft het lichaam? Door het vertrek van de ziel. Ik zeg, door het vertrek van de ziel, sterft het lichaam en ligt het daar als een kadaver, wat een beetje eerder was, een levendig, niet verachtelijk voorwerp. Er zijn er nog steeds in, zijn verschillende leden, de ogen en oren. Maar dit zijn slechts de ramen van het huis – de bewoner is verdwenen. Degenen die de doden bewenen, huilen tevergeefs aan de ramen van het huis. Er is daar niemand om het te horen. Waarom is het lichaam dood? Omdat de ziel, haar leven, weg is. Maar op welk punt is de ziel zelf dood? Wanneer God, zijn leven, het heeft verlaten. Dit kunnen we dan weten en met zekerheid vasthouden – het lichaam is dood zonder de ziel en de ziel is dood zonder God. Iedereen zonder God heeft een dode ziel. Gij die de doden beweent, moet veeleer de zonde bewenen. Beweent de goddeloosheid! Beween, ongeloof!

– De heilige Augustinus (354-430), bisschop van Hippo, vader en kerkleraar (preek 65).

 

St Augustinus : Reinig eerst de binnenkant……

1c5b5d04c0be1ebe7ce5e6c087db0a40

Sint Augustinus :  uit commentaar op de 1e brief van Johannes, VI,3:Sc75

COLMAR

“Reinig eerst de binnenkant”
“Mijn lieve kinderen, zo weten wij dat wij uit de waarheid zijn, wanneer wij liefhebben in daden en waarheid, niet alleen in woorden en woorden, en ons hart verzekeren in zijn tegenwoordigheid” (1Jh 3,18-19). Wat betekent “in zijn tegenwoordigheid”? Waar hij zelf ziet. Daarom zegt de Heer zelf in het evangelie: “Pas op voor het beoefenen van uw gerechtigheid in het bijzijn van mensen, om door hen gezien te worden; anders zult u geen loon ontvangen bij uw Vader, die in de hemelen is” (Mt 6,1)… Je bent voor God. Vraag je hart: zie wat je daar hebt gedaan en waar je naar hebt verlangd – je redding of de winderige lof van mensen. Kijk naar binnen, want een mens kan niet oordelen over iemand die hij niet kan zien. Als we ons hart verzekeren, laten we het dan verzekeren in zijn aanwezigheid.

‘Omdat ons hart slecht denkt’ – dat wil zeggen, als het ons innerlijk beschuldigt, omdat we niet handelen met de geest waarmee we zouden moeten handelen – ‘God is groter dan ons hart en Hij weet alle dingen’ (v.20). U verbergt uw hart voor de mens, verbergt het voor God als u kunt. Hoe zult gij het verbergen voor hem tot wie een zekere zondaar in vrees en belijdenis zeide: “Waar zal men heengaan van uw geest, en waarheen zal men vergoten worden! Ik vlucht voor je gezicht?” … Want waar bestaat God niet? “Als,” zei hij, “ik naar de hemel ga, ben jij daar; als ik naar de hel afdaal, bent u aanwezig” (Ps 139, 7-8). Waar ga je heen? Waar zul je naartoe vluchten? Wil je advies horen? Als je voor hem wilt vluchten, vlucht dan naar hem. Vlucht naar hem toe door te biechten, niet voor hem door je te verbergen, want je kunt je niet verbergen, maar je kunt wel bekennen. Vertel het hem. “Gij zijt mijn toevlucht” (Ps 32,7), en laat in u de liefde worden gekoesterd die alleen tot leven leidt.

Sint Augustinus uit commentaar op de 1e brief van Johannes, VI,3:Sc75

St Augustinus : Als geloof nu eenmaal uit vrije wil is en niet door God gegeven wordt, waarom bidden we dan voor hen die niet willen geloven…

AUG123

Als geloof nu eenmaal uit vrije wil is en niet door God gegeven wordt, waarom bidden we dan voor hen die niet willen geloven, opdat zij mogen geloven? Dit zou absoluut nutteloos zijn om te doen, tenzij we met volmaakte juistheid geloven dat de Almachtige God in staat is om perverse en tegengestelde geloofswil tot geloof te keren.

en verder :

 De vrije wil van de mens wordt aangesproken als er gezegd wordt: “Vandaag, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet.” Maar als God niet in staat was om zelfs de koppigheid en hardheid van het menselijk hart weg te nemen, zou Hij niet door de profeet zeggen: “Ik zal hun stenen hart uit hen wegnemen en hun een hart van vlees geven.” Dat dit alles voorspeld werd met betrekking tot het Nieuwe Testament, wordt duidelijk genoeg aangetoond door de apostel wanneer hij zegt: “Gij zijt onze brief,… niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God; niet op stenen tafelen, maar op vleselijke tafelen van het hart.” Wij moeten natuurlijk niet veronderstellen dat een dergelijke uitdrukking wordt gebruikt alsof zij die geestelijk zouden moeten leven, op een vleselijke manier zouden kunnen leven; maar aangezien een steen geen gevoel heeft, waarmee het harde hart van de mens wordt vergeleken, wat bleef er dan over om het intelligente hart van de mens te vergelijken met het vlees, dat gevoel bezit? Want dit is wat de profeet Ezechiël zegt: “Ik zal hun een ander hart geven, en Ik zal een nieuwe geest in hun binnenste leggen; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en Ik zal hun een hart van vlees geven, opdat zij in mijn inzettingen wandelen, en mijn verordeningen houden en die doen; en zij zullen mijn volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, spreekt de HEERE.” Kunnen wij nu mogelijk, zonder extreme absurditeit, volhouden dat er eerder in iemand de goede verdienste van een goede wil bestond, om hem het recht te geven op de verwijdering van zijn stenen hart, terwijl dit stenen hart ondertussen niets anders betekent dan een wil van de hardste soort en van dien aard, die absoluut onbuigzaam is tegenover God? Want waar goede wil voorafgaat, is uiteraard geen hart van steen meer.

St Augustinus

Bron : https://www.logoslibrary.org/augustine/grace1/14.html

St Augustinus : Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt. Manna betekende dit brood; Gods altaar betekende dit brood…..

TRACTATE

Manna betekent het eucharistisch sacrament

 “Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt. Manna betekende dit brood; Gods altaar betekende dit brood. Dat waren sacramenten. In de tekenen waren ze verschillend; in wat werd aangeduid waren ze gelijk. Hoor de apostel: Want ik wil niet dat gij onwetend zijt, broeders, zegt hij, dat al onze vaderen onder de wolk waren, en allen door de zee gingen; en allen tot Mozes gedoopt werden in de wolk en in de zee; en allen hetzelfde geestelijke vlees aten. Natuurlijk, hetzelfde geestelijke vlees; want lichamelijk was het anders: omdat zij manna aten, eten wij iets anders; maar het geestelijke was hetzelfde als wat wij eten.”

St Augustinus – Tractaat 26

 

Augustinus: De Bruidegom kwam en zij, die gereed waren, gingen met Hem binnen … “ – Matteüs 25:10….

BRIDE

“ … De Bruidegom kwam en zij, die gereed waren, gingen met Hem binnen … “ – Matteüs 25:10

“In deze wereld, dat wil zeggen in de Kerk, geheel in navolging van Christus, zegt Hij tegen ons allen: “Wie achter Mij wil komen, moet zichzelf verloochenen.” Dit gebod is niet gericht tot maagden maar niet tot getrouwde vrouwen, tot weduwen maar niet tot echtgenotes, tot monniken maar niet tot echtgenoten, tot priesters maar niet tot leken. Het is de hele Kerk, het hele Lichaam van Christus met al haar leden, gedifferentieerd en verdeeld volgens hun eigenlijke functies, namelijk Christus volgen. Moge zij Hem volledig volgen, zij die alleen één is, de duif, de bruid (Spr 6,9); moge zij Hem volgen, zij die verlost is en begiftigd met het Bloed van haar Bruidegom. De maagdelijke reinheid heeft haar plaats hier; de onkuisheid van de weduwen heeft haar plaats hier; de huwelijkse kuisheid heeft haar plaats hier…

Deze leden die hier hun plaats hebben, moeten Christus volgen, ieder naar zijn categorie, ieder naar zijn status, ieder naar zijn mode. Laten ze zichzelf verloochenen, dat wil zeggen, niet op zichzelf vertrouwen. Laten ze hun kruis dragen, dat wil zeggen, omwille van Christus in de wereld alles dragen wat de wereld hen aandoet. Mogen zij Hem liefhebben, Hij, de Enige, Die nooit bedriegt of bedrogen wordt, de Enige, Die zich niet vergist. Mogen ze Hem liefhebben omdat wat Hij belooft waar is. Maar omdat Hij het ons nu niet geeft, wankelt ons geloof. Ga door, volhard, draag en accepteer deze vertraging en je hebt Zijn kruis gedragen!”

 – Augustinus (354-430) Kerkvader (Preek 96:9

Bron : Anastpaul .com

St.Augustinus : De wereld is als een veld gevuld met de geur van Christus’ naam…..

NATIONS

De wereld is als een veld

gevuld met de geur van Christus’ naam: van Hem is

de zegen van de dauw van de hemel, dat wil zeggen,

van de regens van goddelijke woorden;

en van de vruchtbaarheid van de aarde, dat is

van het bijeenbrengen van de volken: van Hem is

het koren en de wijn, dat is de menigte die brood

en wijn verzamelt in het sacrament van Zijn lichaam en bloed.

Hem dienen de natiën, Hem aanbidden vorsten.

 

Augustinus : de Stad van God  – 420 AD

St.Augustinus : Mensen trekken erop uit om zich te verbazen over de hoogte van de bergen……

HOOGTE

Mensen trekken erop uit om zich te verbazen over de hoogte van de bergen, de enorme golven van de zee, de lange loop van de rivieren, de uitgestrektheid van de oceaan en de cirkelvormige bewegingen van de sterren. Maar ze trekken er zonder verbazing voorbij.

Sint Augustinus

St.Augustinus : Zing voor de Heer een nieuw lied; zijn lof is in de vergadering van de heiligen…..

1944

Laten wij voor de Heer een lied van liefde zingen

Dit nieuwe lied is niet van de oude mens. Alleen de nieuwe mens leert het: de mens die door de genade van God uit zijn gevallen toestand is hersteld en nu deelneemt aan het nieuwe verbond, dat wil zeggen het koninkrijk der hemelen. Daarnaar verlangt nu al onze liefde en zingt een nieuw lied. Laten we een nieuw lied zingen, niet met onze lippen, maar met ons leven…


” Zing voor de Heer een nieuw lied; zijn lof is in de vergadering van de heiligen.Wij worden aangespoord om een ​​nieuw lied voor de Heer te zingen, als nieuwe mensen die een nieuw lied hebben geleerd. Een lied is iets van vreugde; dieper nog, het is iets van liefde. Iedereen die heeft geleerd om het nieuwe leven lief te hebben, heeft daarom geleerd om een ​​nieuw lied te zingen, en het nieuwe lied herinnert ons aan ons nieuwe leven. De nieuwe mens, het nieuwe lied, het nieuwe verbond, behoren allemaal tot het ene koninkrijk van God, en zo zal de nieuwe mens een nieuw lied zingen en tot het nieuwe verbond behoren.

Er is niemand die niet van iets houdt, maar de vraag is wat je moet liefhebben. De psalmen vertellen ons niet om niet lief te hebben, maar om het object van onze liefde te kiezen. Maar hoe kunnen we kiezen als we niet eerst gekozen zijn? We kunnen niet liefhebben als iemand ons niet eerst heeft liefgehad. Luister naar de apostel Johannes: Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. De bron van de liefde van de mens voor God kan alleen worden gevonden in het feit dat God hem eerst heeft liefgehad. Hij heeft ons zichzelf gegeven als het object van onze liefde, en Hij heeft ons ook de bron ervan gegeven. Wat deze bron is, kunt u duidelijker leren van de apostel Paulus die ons vertelt: De liefde van God is in onze harten uitgestort. Deze liefde is niet iets dat we zelf genereren; het komt tot ons door de Heilige Geest die ons is gegeven.

Omdat we zo’n zekerheid hebben, laten we God dan liefhebben met de liefde die hij ons heeft gegeven. Zoals Johannes ons uitgebreider vertelt . God is liefde, en wie in de liefde woont, woont in God, en God in hem. Het is niet genoeg om te zeggen: Liefde is van God. Wie van ons zou de woorden van de Schrift durven uitspreken: God is liefde? Hij alleen kon het zeggen die wist wat het was om God in zich te hebben wonen. God biedt ons een korte weg naar het bezit van zichzelf. Hij roept uit: Heb mij lief en je zult mij hebben, want je zou niet in staat zijn om mij lief te hebben als je mij niet al had.

Mijn geliefde broeders en zonen, vrucht van het ware geloof, heilig zaad van de hemel, allen die wedergeboren zijn in Christus en wiens leven van boven is, luister naar mij; of liever, luister naar de Heilige Geest die door mij zegt: Zing voor de Heer een nieuw lied. Kijk, zeg je me, ik zing. Jazeker, je zingt; je zingt duidelijk, ik kan je horen. Maar zorg ervoor dat je leven je woorden niet tegenspreekt. Zing met je stemmen, je harten, je lippen en je leven: Zing voor de Heer een nieuw lied.

Nu is het uw onbetwiste verlangen om te zingen over Hem die u liefhebt, maar u vraagt ​​mij hoe u Zijn lof kunt zingen. U hebt de woorden gehoord: Zing voor de Heer een nieuw lied, en u wilt weten welke lofzangen u moet zingen. Het antwoord is : Zijn lof is in de vergadering van de heiligen; het is in de zangers zelf. Als u Hem wilt prijzen, leef dan wat u uitdrukt. Leef goede levens, en u zult zelf Zijn lof zijn .

Uit een preek van Sint Augustinus , bisschop (Sermo 34.1-3, 5-6; CCL 41, 424-426)

fa93d510f29edb39854405a77d151692

Bron : https://www.vatican.va/spirit/documents/spirit_20010508_agostino-vescovo_en.html

St.Augustinus : Onthouding van vlees reinigt de ziel, verheft de geest, maakt het vlees ondergeschikt aan de geest…..

LIGHT

Onthouding van vlees reinigt de ziel, verheft de geest, maakt het vlees ondergeschikt aan de geest, wekt een nederig en berouwvol hart op, verdrijft de wolken van begeerte, dooft het vuur van lust en ontsteekt het ware licht van kuisheid.

Uit de uitspraken van St. Augustinus over vasten

St Augustinus : Maar terwijl hij sprak, keerde U, o Heer, mij naar mijzelf toe, nam mij van achter mijn rug, waar ik mijzelf had neergezet terwijl ik niet bereid was om zelfonderzoek te doen………

Confessio1

ST.AUGUSTINUS

BEKENTENISSEN – BOEK  ACHT

HOOFDSTUK VII

16. Zo was het verhaal dat Ponticianus vertelde : 

Maar terwijl hij sprak, keerde U, o Heer, mij naar mijzelf toe, nam mij van achter mijn rug, waar ik mijzelf had neergezet terwijl ik niet bereid was om zelfonderzoek te doen. En nu zette U mij oog in oog met mijzelf, zodat ik kon zien hoe lelijk ik was, en hoe krom en smerig, bevlekt en zwerenachtig. En ik keek en ik verafschuwde mijzelf; maar waarheen ik mijzelf moest vluchten kon ik niet ontdekken. En als ik mijn blik van mijzelf wilde afwenden, zou hij zijn verhaal voortzetten, en U zou mij tegenover mijzelf plaatsen en mij voor mijn eigen ogen werpen, zodat ik mijn ongerechtigheid zou ontdekken en het zou haten. Ik had het geweten, maar deed alsof ik het niet wist – ik knipoogde ernaar en vergat het.

 17. Maar nu, hoe vuriger ik hen liefhad van wie ik hoorde dat ze zich geheel aan jou hadden overgegeven om genezen te worden, hoe meer ik mezelf verafschuwde in vergelijking met hen. Want veel van mijn jaren, misschien wel twaalf, waren verstreken sinds mijn negentiende, toen ik, na het lezen van Cicero’s Hortensius, werd gewekt door een verlangen naar wijsheid. En hier was ik, nog steeds het opgeven van het geluk van deze wereld uitstellend om mezelf te wijden aan het zoeken. Want niet alleen het vinden, maar ook het louter zoeken ernaar, had de voorkeur moeten krijgen boven de schatten en koninkrijken van deze wereld; beter dan alle lichamelijke genoegens, ook al waren ze voor het grijpen. Maar, ellendige jeugd die ik was, uiterst ellendig zelfs in het begin van mijn jeugd, ik had je om kuisheid gesmeekt en gebeden: “Geef mij kuisheid en zelfbeheersing, maar nog niet.” Want ik was bang dat U mij te vroeg zou horen, en mij te snel zou genezen van mijn ziekte van lust, die ik liever bevredigd dan uitgeblust wilde zien. En ik had rondgezworven door perverse wegen van goddeloos bijgeloof – ik was er ook niet echt zeker van, maar ik gaf er de voorkeur aan boven het andere, dat ik niet zocht in vroomheid, maar waar ik me in kwaadaardigheid tegen verzette.

18. En ik dacht dat ik dag na dag talmde met het verwerpen van die wereldse verwachtingen en het alleen volgen van jou, omdat er niets zekers leek te zijn waarmee ik mijn koers kon bepalen. En nu was de dag aangebroken waarop ik voor mezelf werd blootgelegd en mijn geweten mij zou berispen: “Waar ben je, o mijn tong? Je zei inderdaad dat je de bagage van ijdelheid niet wilde afwerpen voor onzekere waarheid. Maar zie, nu is het zeker, en nog steeds drukt die last je. Tegelijkertijd hebben degenen die zich niet hebben uitgeput met het zoeken ernaar zoals jij, noch tien jaar of meer hebben besteed aan het nadenken erover, hun schouders ontlast en vleugels gekregen om weg te vliegen.” Zo was ik innerlijk verward en enorm verward met een vreselijke schaamte, terwijl Ponticianus doorging met het vertellen van zulke dingen. En toen hij zijn verhaal had beëindigd en de zaak waarvoor hij was gekomen, ging hij zijn weg. En wat zei ik toen niet tegen mezelf, in mezelf? Met welke gesels van berisping heb ik mijn ziel niet gegeseld om haar mij te laten volgen, terwijl ik worstelde om jou te volgen? Toch trok ze zich terug. Ze weigerde. Ze wilde geen poging doen. Al haar argumenten waren uitgeput en weerlegd. Toch verzette ze zich in sombere onrust, bang om die gewoonte af te snijden waardoor ze tot de dood werd verspild, alsof dat de dood zelf was.

St Augustinus

St Augustinus : O Heer, het huis van mijn ziel is smal……

SOUL1

O Heer, het huis van mijn ziel is smal
Door St Augustinus ((354-430)
Vader en Kerkleraar

O God, het Licht van het hart dat U ziet,
Het Leven van de ziel die U liefheeft,
De Kracht van de geest die U zoekt,
Moge ik altijd standvastig blijven in Uw liefde.

Wees de vreugde van mijn hart;
Neem mij geheel tot U en verblijf daarin.
Het huis van mijn ziel is, dat beken ik, te nauw voor U.
Vergroot het, zodat U kunt binnengaan.
Het is ruïneus, maar herstel het.
Het heeft in zich wat Uw ogen moet beledigen, dat
beken ik en weet ik,
Maar wiens hulp zal ik zoeken om het te reinigen, behalve de Uwe alleen?

Tot U, o God, roep ik dringend.
Reinig mij van geheime fouten.
Houd mij van valse trots en sensualiteit,
opdat zij geen heerschappij over mij krijgen.
Amen

St.Augustinus

Augustinus : Gebeden voor vandaag ….

6d5e58f9c627ea80803ef2e01e983cf6

GEBEDEN VOOR VANDAAG :

St.AUGUSTINUS

 

789654

 

AUGUSTINUS (354-430). De autobiografische Belijdenissen van de bisschop van Hippo  zijn een klassiek gebed van persoonlijke boete en vreugde. Het is een vormende kracht in het christendom gedurende ruim duizend jaar.

 

ONZE HARTEN ZIJN RUSTLOOS

Eeuwige God, in Wie wij leven, bewegen en zijn. U hebt ons voor Uzelf geschapen, en ons hart is rusteloos totdat het rust vindt in U.

 

UITMUNTENDHEID

Lieve God, ik zoek U te kennen, U lief te hebben, mij in U te verheugen. Als ik dit niet perfect kan doen, mag ik dan tenminste elke dag naar hogere graden vorderen totdat ik dichter bij de perfectie kom. God van de waarheid, moge mijn kennis van U toenemen; moge mijn liefde voor U elke dag meer en meer groeien; moge mijn vreugde in U vol worden.

 

VUUR EN LICHT

O Vuur dat altijd brandt en nooit uitgaat, steek mij aan!

O Licht dat altijd schijnt, verlicht mij!

 

VOOR KRACHT

O God, de onsterfelijke hoop van allen, wij verheugen ons dat U ons steunt, zowel als klein als zelfs tot aan de grijze haren. Wanneer onze kracht van U is, is het inderdaad kracht; maar wanneer alleen onze eigen kracht, is het zwakte. Bij U zijn verkwikking en ware kracht.

 

EEN PERS0ONLIJK GEBED

O God, het Licht van het hart dat U ziet,

Het Leven van de ziel die U liefheeft,

De Kracht van de geest die U zoekt:

Moge ik altijd standvastig blijven in Uw liefde.

Wees de vreugde van mijn hart;

Neem mij geheel tot Uzelf, en verblijf daarin.

 

Het huis van mijn ziel is, ik beken, te nauw voor U.

Vergroot het, zodat U kunt binnengaan.

Het is ruïneus, maar herstel het.

Het heeft in zich wat Uw ogen moet beledigen;

ik belijd en weet het,

Maar wiens hulp zal ik zoeken om het te reinigen, behalve de Uwe alleen?

 

Tot U, o God, roep ik dringend.

Reinig mij van geheime fouten.

Bewaar mij voor valse trots en sensualiteit

, opdat zij niet over mij heersen.

 

AANROEPING

O Liefde van God, daal neer in mijn hart;

Verlicht de donkere hoeken van deze verwaarloosde woning,

En verspreid daar Uw vrolijke stralen.

Woon in de ziel die verlangt Uw tempel te zijn;

Water die onvruchtbare grond overwoekerd met onkruid en doornen

En verloren door gebrek aan cultivatie.

Maak het vruchtbaar met Uw dauw.

 

Kom, lieve Verfrissing van hen die kwijnen;

Kom, Ster en Gids van hen die varen te midden van stormen.

U bent de Haven van de geslingerden en schipbreukelingen.

Kom nu, Glorie en Kroon van de levenden,

Evenals de Veiligheid van de stervenden.

Kom, Heilige Geest;

Kom, en maak mij geschikt om U te ontvangen.

 

JIJ BENT ONS LEVEN

O God, die zo voor ieder van ons zorgt alsof U voor ieder alleen zorgt; en zo voor allen, alsof allen slechts één zijn. U bent het Leven van ons leven. U bent constant door alle verandering heen. Gezegend zijn allen die U liefhebben.

 

WIJ ZIJN OP ZOEK NAAR JOU

O mijn God, Licht der blinden en Kracht der zwakken; ja, ook Licht der zienden en Kracht der sterken: wij keren ons om en zoeken U, want wij weten dat U hier in ons hart bent wanneer wij met U converseren; wanneer wij ons op U werpen; wanneer wij wenen, en U zachtjes onze tranen afveegt, en ook wanneer wij wenen van vreugde omdat U die ons gemaakt hebt, ons opnieuw maakt en troost. Geef dat wij U geheel mogen liefhebben, zelfs tot het einde.

 

GESCHENKEN

Dank aan U, O Schepper en Bestuurder van het universum, voor mijn welzijn door de jaren heen sinds ik bij de geboorte aankwam. Dank aan U, mijn vreugde, mijn vertrouwen, mijn God, voor de gaven waarmee U mij hebt bewaard en mij in staat hebt gesteld te groeien.

 

TE LAAT

Te laat kwam ik om U lief te hebben, O Schoonheid, zowel oud als altijd nieuw; te laat kwam ik om U lief te hebben. Zie! U was in mij, en ik was buiten mijzelf op zoek naar U. U was inderdaad bij mij, maar ik was niet bij U. U riep mij; ja, U brak zelfs mijn doofheid open. Uw stralen schenen naar mij en verdreven mijn blindheid. U blies op mij, en ik haalde adem en hijgde naar U. Ik proefde U, en nu honger en dorst ik naar U. U raakte mij aan, en ik brand altijd weer om van Uw vrede te genieten.

 

Gebed tot de heilige Geest

Adem in mij, o Heilige Geest

Dat mijn gedachten allemaal heilig zijn

Handel in mij, o Heilige Geest

Dat ook mijn werk heilig is…

Teken in mijn hart O Heilige Geest

Dat ik alleen hou van wat heilig is

Versterk me, o Heilige Geest

om alles wat heilig is te verdedigen

Waak over mij, o Heilige Geest

Dat ik altijd heilig mag zijn

Kom heilige Geest

Fluister het mij in, heilige Geest: ik zal het goede denken. Spoor me aan, heilige Geest: ik zal het goede doen. Verlok me, heilige Geest: ik zal het goede zoeken. Geef me kracht, heilige Geest: ik zal het goede vasthouden. Bescherm me, heilige Geest: ik zal het goede nooit verliezen.

 

Lofprijzing van God

Groot zijt Gij, Heer, en ten zeerste lovenswaardig! Groot is uw macht en uw wijsheid heeft geen getal. (Ps. 47,1; 95,4; 144,3) En loven wil u een mens, een deel van uw schepping, ja een mens, die zijn sterfelijkheid met zich omdraagt, die met zich omdraagt het bewijs van zijn zonde en het bewijs, dat gij de hovaardigen weerstaat. (1 Petr. 5,5; Jak. 4,6) En toch wil hij u loven, die mens, een deel van uw schepping. Gij zet hem aan om er vrede in te vinden u te loven, want gij hebt ons gemaakt naar u, en rusteloos blijft ons hart totdat het zijn rust vindt in u. (…)

Belijdenissen I,1,1

 

Rust vinden

Wie zal mij geven dat ik in u mijn rust mag vinden? Wie zal mij geven dat gij in mijn hart komt en het dronken maakt, zodat ik mijn kwaad vergeet en mijn ene goed omhels, u? Wat zijt gij voor mij? Erbarm u, dat ik woorden mag vinden. Wat ben ikzelf voor u, dat gij beveelt door mij bemind te worden en, als ik dat niet doe, vertoornd op mij wordt en mij dreigt met nameloos ongeluk? Is mijn ongeluk dan gering, wanneer ik u alleen maar niet bemin? Laat mij er niet aan denken! Bij uw barmhartigheden, Heer mijn God, zeg mij, wat gij voor mij zijt. Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil. (Ps. 34,3) Zeg het zo, dat ik het hoor. Zie, de oren van mijn ziel zijn naar u toegewend, Heer; open ze en zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil. Ik zal die stemklank nalopen en ik zal u grijpen. Verberg mij niet uw aangezicht! Zal ik ervan sterven? Ik wil sterven, als ik het maar mag zien!

Belijdenissen I,5,5

 

OM TE LEZEN EN BEGRIJPEN

Verhoor, Heer, mijn gebed (Ps. 60,2): laat mijn ziel niet moe worden onder uw leertucht en laat mij niet moe worden in het belijden van uw barmhartigheden, waardoor gij mij onttrokken hebt aan al mijn zondige wegen: zo zult gij zoet voor mij worden, boven al de verleidingen die ik naliep, en zo zal ik u met alle kracht beminnen en met hart en ziel uw hand omvatten; en gij zult mij aan alle bekoring ontrukken, tot aan het einde toe. Gij immers, Heer, zijt mijn koning en mijn God (Ps.17,30; 5,3; 43,5); aan u moet alles dienstbaar zijn wat ik als jongen aan nuttigs heb geleerd; u moet mijn spreken dienstbaar zijn, mijn schrijven, mijn lezen en mijn rekenen, want terwijl ik ijdele dingen leerde, waart gij bezig mij te onderwijzen en gij hebt mij de zonden vergeven, die ik door mijn behagen in die ijdelheden bedreef. Ik heb daarbij namelijk veel woorden geleerd die nuttig kunnen zijn: deze kunnen overigens ook geleerd worden door dingen die niet ijdel zijn, en dat is voor de jeugd de veilige weg, die zij zou moeten bewandelen.

Belijdenissen

 

VLAMMENDE WOORDEN

Gij had ons hart met uw liefde doorschoten en wij droegen uw woorden met ons mee, als pijlen door ons binnenste geboord; en de voorbeelden van uw dienaren – van zwart fonkellicht en van dood levend gemaakt door u – waren samen getast in de boezem van ons overdenken en zij verbrandden en verteerden, om ons niet meer naar omlaag te laten glijden, onze drukkende loomheid en zetten ons in lichter laaie, zodat iedere ademtocht van tegenspraak, die van de arglistige tong zou komen, ons feller zou doen vlammen en ons niet uit zou kunnen doven. (…)

Belijdenissen

 

GOD LEREN KENNEN

Moge ik u kennen, u die mij kent, moge ik u kennen zoals ik ook gekend ben. (1 Kor. 13,12) Kracht van mijn ziel, treed haar binnen en zet haar naar uw hand, om haar te hebben en te bezitten zonder vlek of rimpel. (Ef. 5,27) Dat is wat ik hoop, daarom spreek ik, en van die hoop komt mijn vreugde, zo vaak ik terecht verheugd ben; wat echter dit leven verder nog biedt, verdient te minder tranen, naarmate er meer, te meer tranen, naarmate er minder om geschreid wordt. Inderdaad, gij hebt de waarheid liefgehad (Ps. 51,8), want wie de waarheid doet (Ps. 51,8), hij komt tot het licht.(Joh. 3,21) Ik wens haar te doen, de waarheid, met mijn hart ten overstaan van u door mijn belijdenis, met mijn pen ten overstaan van de velen die er getuigen van zullen zijn.

Belijdenissen

HOE VAN GOD TE HOUDEN

jMaar wat heb ik lief, wanneer ik u liefheb? Geen schoonheid van een lichaam, geen luister van de tijd, geen lichtglans die mijn aardse logen lief is, geen heerlijke melodieën van gevarieerd gezang, geen aangename geur van bloemen, reukwerken en specerijen, geen manna en geen honing, geen ledematen die welgevallig zijn aan de omhelzingen van het vlees: deze dingen zijn het niet die ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb. En niettemin heb ik zo iets als een licht lief, zo iets als een -70- stemgeluid, zo iets als een geur, zo iets als een spijs en zoiets als een omhelzing, wanneer ik mijn God liefheb, die licht is en stemgeluid en geur en spijs en omhelzing van mijn innerlijke mens, daar waar voor mijn ziel die lichtglans fonkelt, die door geen plaats bevat wordt, daar waar die klank weerklinkt, die door geen tijd wordt weggerukt, daar waar die geur hangt, die door geen wind verstrooid wordt, daar waar die smaak bestaat, die door geen gretig eten wordt verminderd, daar waar die omhelzing wordt gegeven, die door geen verzadiging losraakt. Dat is het wat ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb.

 

DANKBAARHEID

Ik dank u, o Heer, mijn vreugde en mijn glorie, mijn hoop en mijn God. Ik dank u voor uw geschenken aan mij. Houd ze voor mij ongedeerd; zij zullen mij vormen en ik zal bij U zijn, want uw wezen is uw leven.

Belijdenissen I, 20

 

OP ZOEK NAAR GELUK

jO God, mijn Vader, ik zoek U en doe geen uitspraken over u. Help mij en leid mij. Maar hoe zoek ik U, o Heer? Want als ik U zoek, mijn God, zoek ik geluk. Laat mij U daarom zoeken, zodat mijn ziel mag leven; Zoals mijn lichaam leeft door mijn ziel, zo leeft mijn ziel door U.

Belijdenissen XI, 17

 

Bron : augustijnen.be/augustinus/gebeden

 

 

St.Augustinus : Eén van de heiligste werken, één van de beste oefeningen van vroomheid die we in deze wereld kunnen beoefenen……..

HIPPO89

“Eén van de heiligste werken,
één van de beste oefeningen van vroomheid
die we in deze wereld kunnen beoefenen ,
is het aanbieden van offers, aalmoezen en
gebeden voor de doden.”

Sint Augustinus van Hippo
(354-430 n.Chr.)

 

St Augustinus : Je  verbergt je hart voor de mens – verberg het voor God als je kunt….

“Blinde Farizeeër!
Reinig eerst de binnenkant
van de beker
en van de schotel,
zodat ook de buitenkant rein wordt.”

Mattheüs 23:26

FROM

Je  verbergt je hart voor de mens – verberg het voor God als je kunt.

Als je wilt vluchten

van Hem, vlucht dan naar Hem.

Vlucht naar Hem door te belijden.

niet van Hem door u te verbergen

maar je kunt belijden.

Zeg Hem. “U bent mijn toevlucht.”

St.Augustinus

 

 

De lankmoedigeid van God….

Lijdzaamheid

The longsuffering
of God invites
the wicked to
repentance,
just as God’s rod
the pious
teaches
in patience.

St Augustine

 

daarboven

In al Gods goede
gaven heeft
Hij een korreltje
bitterheid
gelegd, opdat
de reiziger die
op weg is naar
zijn vaderland,
de herberg
hier benedenn
niet lief zou krijgen ten
koste van zijn
vaderstad
daarboven
– –

Aurelius Augustinus
(354-430)

St.Augustinus :Liefde is een tijdelijke waanzin…..

004a710a568ea1ea46b9a66291f72095

Love is a temporary madness. It erupts like an earthquake and then subsides. And when it subsides you have to make a decision. You have to work out whether your roots have become so entwined together that it is inconceivable that you should ever part. Because this is what love is. Love is not breathlessness, it is not excitement, it is not the promulgation of promises of eternal passion. That is just being in love which any of us can convince ourselves we are. Love itself is what is left over when being in love has burned away, and this is both an art and a fortunate accident.

Saint Augustine

AUGST666

Liefde is een tijdelijke waanzin. Het barst uit als een aardbeving en neemt dan af. En als het afneemt, moet je een beslissing nemen. Je moet uitzoeken of je wortels zo met elkaar verstrengeld zijn geraakt dat het ondenkbaar is dat je ooit uit elkaar zou gaan. Want dit is wat liefde is. Liefde is geen ademnood, het is geen opwinding, het is niet de afkondiging van beloften van eeuwige passie. Dat is gewoon verliefd zijn, waarvan ieder van ons zichzelf kan overtuigen dat we dat zijn. De liefde zelf is wat er overblijft als het verliefd zijn is weggebrand, en dit is zowel een kunst als een gelukkig toeval.

Sint-Augustinus

00c0166ec7572cb5b4dbc1eff6d2c501

St.Augustinus : Kijk om je heen; daar zijn de hemel en de aarde. Ze roepen luid dat ze gemaakt zijn, want ze veranderen en variëren…..

5bf6895855653c7ee323aac9fc690f74

CONFESSIONS

Kijk om je heen; daar zijn de hemel en de aarde. Ze roepen luid dat ze gemaakt zijn, want ze veranderen en variëren. Wat er ook is dat niet gemaakt is, en toch bestaat, heeft niets in zich dat er niet eerder was. Dit hebben van iets dat nog niet bestond, is wat het betekent om veranderd en gevarieerd te worden. Hemel en aarde spreken aldus duidelijk dat ze zichzelf niet hebben gemaakt: “Wij zijn, omdat we gemaakt zijn; we bestonden niet voordat we werden, zodat we onszelf konden hebben gemaakt!” En de stem waarmee ze spreken is eenvoudig hun zichtbare aanwezigheid. Het was U, o Heer, die deze dingen maakte. U bent mooi; dus zijn ze mooi. U bent goed, dus zijn ze goed. U bent; dus zijn ze. Maar ze zijn niet zo mooi, noch zo goed, noch zo echt als U, hun Schepper bent.

Vergeleken met U zijn ze noch mooi, noch goed, en bestaan ​​ze zelfs niet. Deze dingen weten we, dank zij U. Toch is onze kennis onwetendheid wanneer ze vergeleken wordt met Uw kennis.

St Augustinus : de belijdenissen