
“Hoe zoet was het ineens voor mij om verlost te zijn van die vruchteloze genoegens, waarvan ik ooit vreesde ze te verliezen. U hebt ze van mij verdreven, U, die de ware, de Soevereine Vreugde bent.
U hebt ze verdreven en hun plaats ingenomen.O Heer, mijn God, mijn Licht, mijn Rijkdom, mijn Heil.”
— Augustinus
++++
Commentaar:
Deze passage uit Augustinus’ Belijdenissen getuigt van een diepe innerlijke ommekeer. Wat ooit als onmisbaar en begeerlijk werd ervaren — de “vruchteloze genoegens” van de wereld — blijkt uiteindelijk leeg en tijdelijk. De angst om ze te verliezen maakt plaats voor een onverwachte zoetheid: het loslaten wordt geen verlies, maar een bevrijding.
Augustinus beschrijft hoe God niet alleen de plaats inneemt van deze wereldse vreugden, maar ze ook actief verdrijft. God is geen aanvulling, maar een vervulling — de ware Vreugde, het Licht dat alle duisternis verdrijft, de Rijkdom die geen einde kent, de Heil dat redt en vernieuwt.
Deze woorden nodigen uit tot reflectie: wat houdt ons nog vast? Wat vrezen we te verliezen, terwijl God ons iets oneindig beters wil geven?
++++
Gebed
Heer, mijn God, mijn Licht, mijn Rijkdom, mijn Heil,
U kent mijn hart en de verlangens die mij binden.
U weet hoe ik vasthoud aan wat mij geen vrede brengt.
Maar U bent geduldig, en U roept mij tot de ware Vreugde.
Verdrijf uit mij wat leeg is, wat mij afhoudt van U.
Neem de plaats in van alles wat mij afleidt.
Laat mij proeven hoe zoet het is om U te volgen,
om los te laten wat ik ooit vreesde te verliezen.
U bent mijn Soevereine Vreugde.
In U vind ik licht, leven en liefde.
Blijf bij mij, Heer, en maak mij nieuw.
Amen.
*******************


















