Augustinus : Dus, als u vraagt ​​waarom een ​​Christen de Sabbat niet houd…..

Dus, als u vraagt ​​waarom een ​​Christen de Sabbat niet houdt, als Christus niet kwam om de wet te vernietigen, maar om deze te vervullen, is mijn antwoord dat een Christen de Sabbat niet houdt, juist omdat wat in de Sabbat werd geprefigureerd, in Christus is vervuld. Want wij hebben onze Sabbat in Hem die zei: “Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij; want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen.”

— St. Augustinus

 

 

 

Augustinus : 10 belangrijke uitspraken van Kerkvader Augustinus…

Augustinus voor mensen van nu

Tien belangrijke uitspraken van kerkvader Augustinus

Hans Alderlieste

Afbeelding: Ary Scheffer, Saints Augustine and Monica, 1854, Oil on canvas, 135.2 x 104.8 cm, National Gallery London

++++++++++

Kerkvader Augustinus van Hippo (354-430) is nog altijd een veelgeciteerd en veelgelezen filosoof en theoloog. Grote invloed oefende hij uit op de westerse filosofie en op de katholieke en protestantse theologie. Zijn ideeën over universele thema’s als gerechtigheid, liefde en waarheid zijn nog altijd bruikbaar. Welke uitspraken van Augustinus móet je kennen? In dit artikel bespreek ik tien uitspraken van Augustinus. Ik geef de uitspraken weer in het origineel en in een aansprekende vertaling. In een vogelvlucht door Augustinus’ leven en denke

  1. Heb lief en doe wat je wilt.

Origineel: ‘semel ergo breve praeceptum tibi praecipitur dilige et quod vis fac sive taceas dilectione taceas sive clames dilectione clames sive emendes dilectione emendes sive parcas dilectione parcas radix sit intus dilectionis non potest de ista radice nisi bonum existere’ (In Epistolam Joannis ad Parthos, tractatus 7, sect. 8)

Vertaling: ‘Bemin en doe dan wat je wilt: wil je zwijgen, zwijg uit liefde, wil je schreeuwen, schreeuw uit liefde, wil je corrigeren, doe het uit liefde, wil je vergeven, vergeef uit liefde. Draag de bron van liefde in je hart, want uit liefde kan alleen het goede voortkomen.’ (vertaling Tars van Bavel, 1992)

 

Geloof, hoop en liefde. Een christelijke drie-eenheid, waarover de apostel Paulus zegt dat liefde de belangrijkste is. In Augustinus’ leven en werk speelt liefde een belangrijke rol, zij het op verschillende manieren. Als tiener en twintiger was hij op zoek naar liefde, maar op een manier die geen werkelijke bevrediging kon geven. Al die tijd maakte zijn moeder Monnica zich grote zorgen over haar zoon; ze bleef van hem houden, bad voor hem, reisde hem achterna. Augustinus zou eerst dertig moeten worden alvorens hij tot inkeer kwam. Ware liefde, zo ontdekte Augustinus, richt zich op de ander.

Over die liefde heeft de Tsjechische priester Tomáš Halík (*1948) een mooi boek geschreven: ‘Ik wil dat jij bent.’ Hij schrijft deze uitspraak aan Augustinus toe – hoewel deze nergens in zijn oeuvre wordt aangetroffen. Echter, waar God liefde geeft, gaat de mens God liefhebben, en de mensen om zich heen. Het tegenovergestelde van liefde is geen haat, maar egoïsme. Bij alles wat je doet is het belangrijk, aldus Augustinus, om lief te hebben: het werk, de mensen om je heen, de wereld. Liefde is de bron van het goede, omdat God liefde is. Vanuit die bron mag je doen wat je wilt, zoals de reformator Maarten Luther (1483-1546) later zou zeggen: zondig dapper maar geloof dapperder.

 

2.Mensen hebben nauwelijks aandacht voor zichzelf.

Origineel: ‘et eunt homines mirari alta montium et ingentes fluctus maris et latissimos lapsus fluminum et oceani ambitum et gyros siderum et relinquunt se ipsos, nec mirantur, quod haec omnia cum dicerem, non ea videbam oculis, nec tamen dicerem nisi montes et fluctus et flumina et sidera quae vidi et oceanum quem credidi, intus in memoria mea viderem spatiis tam ingentibus quasi foris viderem’ (Confessiones, X, 8)

Vertaling: ‘En dan gaan mensen erop uit om met verbazing te kijken naar hoge bergtoppen, naar de machtige golven van de zee, naar de brede stromen van de rivieren, de wijdheid van de oceaan en de banen van de gesternten, maar voor zichzelf hebben ze geen aandacht en het maakt hun verbazing niet gaande dat ik bij het noemen van al deze dingen ze niet met mijn ogen zag, terwijl ik ze toch niet genoemd zou hebben indien ik de bergen, golven, rivieren en gesternten, die ik gezien heb, en de oceaan, waar ik door geloven van weet, niet binnen mij, in mijn geheugen had gezien, over even enorme ruimten uitgestrekt als had ik ze buiten mij gezien.’ (vertaling Gerard Wijdeveld, 1997)

Augustinus is een meester in zelfreflectie. In de Belijdenissen daalt hij diep in zichzelf af. Hij onderzoekt zijn verleden en bevraagt zichzelf kritisch op zijn motieven. Het credo van de Griekse filosofie was ‘Ken uzelf’. De zoektocht naar de waarheid kent een beweging naar binnen. Augustinus komt er voor zichzelf echter achter dat hij voor zichzelf een raadsel is, een vraag, een mysterie. Het menselijk bestaan is zo divers, zo omvangrijk en ergens ook zo mysterieus, dat we het nooit in alle facetten zullen leren kennen. Armzalig zij, in Augustinus’ ogen, die niet eens de moeite nemen zichzelf onder handen nemen. Mensen die zichzelf niet tot gezelschap kunnen zijn, al is dat misschien een andere categorie. Het ontbreekt ons niet zozeer aan antwoorden, maar aan vragen. Durf je jezelf existentiële vragen te stellen: wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar ga ik heen? In zijn beschouwing van zichzelf jubelt Augustinus het uit: wonderlijk ben ik, mooi gevormd, de mens is een kroonjuweel van de schepping. Geschapen naar Gods beeld (imago Dei) waar in weerwil van de val nog vonken van het goddelijke in zijn overgebleven. Wie in de beschouwing en in het genieten van de wereld zichzelf overslaat, die mist heel veel, zo meent Augustinus. Men kan wereldwonderen bezoeken en bewonderen, maar heb je al ontdekt dat je eigen bestaan een wonder is?

  1. Heb de zondaar lief, maar haat de zonde.

Origineel: ‘et hoc quod dixi de oculo non figendo etiam in ceteris inveniendis prohibendis indicandis convincendis vindicandisque peccatis diligenter et fideliter observetur cum dilectione hominum et odio vitiorum’ (Regula Sancti Augustini, IV-10)

Vertaling: ‘Wat ik gezegd heb over het begerig kijken naar vrouwen, geldt ook voor alle andere zonden. Dezelfde gedragslijn moet u nauwgezet en trouw volgen bij het ontdekken, het verhinderen, het aan het licht brengen, het bewijzen en het bestraffen van andere fouten; wel met liefde voor de mensen, maar met afkeer van hun fouten.’ (vertaling Tars van Bavel, 1982)

 

Augustinus schreef, net als andere stichters van kloosters, zoals Benedictus van Nursia (480-547), een kloosterregel: een handboekje waarin hij beschreef hoe er in het klooster en in de leefgemeenschap volgens hem moest worden geleefde. Augustinus’ regel is er een op hoofdlijnen. Daar waar Benedictus uitgebreid ingaat op allerlei situaties en zich verliest in uitgebreide voorschriften, blijft Augustinus zijn nadruk op de liefde en appel voor verantwoordelijkheid. Hij schrijft geen maat voor het voedsel voor: een ieder moet zoveel eten als hij of zij behoeft. Bij fouten en overtredingen (‘zonden’) is Augustinus wel streng: die moeten met harde hand worden uitgeroeid.

Zonden zijn een kwaad (‘een gebrek aan het goede’), die de geestelijke hygiëne aantasten en een hele gemeenschap of samenleving kunnen vergiftigen. Ook hier aandacht voor de liefde: volgens Augustinus moeten we de zonde scheiden van de zondaar, ofwel de mens van zijn daden, het gedrag loszien van de persoonlijkheid. De zonde haten en de zondaar liefhebben; een bruikbaar Augustijns inzicht, dat nog altijd in opvoedsituaties maar ook breder op het werk en in de samenleving kan worden toegepast. We leren hier van Augustinus dat we zonde ook zonde mogen noemen: niet alleen zíen, maar ook (in liefde) aanwijzen, met het oog op de gewenste verbetering van levensstijl en als doel het samenleven werkbaar en aangenaam te laten zijn.

 

Augustinus voor mensen van nu (2019)

 

  1. Als iemand vraagt wat de tijd is, weet ik het niet.

Origineel: ‘quid est ergo tempus si nemo ex me quaerat scio si quaerenti explicare velim nescio fidenter tamen dico scire me quod si nihil praeteriret non esset praeteritum tempus et si nihil adveniret non esset futurum tempus et si nihil esset non esset praesens tempus’ (Confessiones XI, 14)

Vertaling: ‘Wat is dus de tijd? Wanneer maar niemand het me vraagt, weet ik het; wil ik het echter uitleggen aan iemand die het vraagt, dan weet ik het niet. Nochtans zeg ik zonder aarzelen dat ik dit weet: indien er niets voorbij zou gaan, zou er geen verleden tijd, indien er niets op komst zou zijn, zou er geen toekomstige tijd, indien er niets zou zijn, zou er geen tegenwoordige tijd zijn.’ (vertaling Gerard Wijdeveld, 1997)

 

Augustinus stelt meer vragen dan antwoorden, zo ontdekte ik. Hij hanteert een techniek van de antieke Griekse filosofen: doorvragen tot je de essentie raakt. Om er vervolgens achter te komen dat elk antwoord een wedervraag oproept. Augustinus probeert in zijn werken de wereld om zich heen rationeel te verklaren. ‘Wij zijn, wij weten dat wij zijn,’ schrijft hij ergens. Om eraan toe te voegen: ‘… en wij hebben dat zijn en dat weten lief.’ Liefde staat bij Augustinus hoger aangeschreven dan kennis. Augustinus is veel met het concept ‘tijd’ bezig geweest, ook met het klassieke onderscheid tussen chronos en kairos, de twee Griekse goden van de tijd. Chronos staat voor de tijd die voortschrijdt, de tijd die je kunt meten, kairos voor de tijdsbeleving, een welbepaald moment waarop iets (bijzonders) gebeurt, in moderne termen: een flow, of mindful moment. Augustinus denkt na over het verleden, het heden en de toekomst. Hij vindt het maar ingewikkeld en komt tot de conclusie dat er alleen een nu is, een heden van genade, dat zowel heel spiritueel als bevindelijk op te vatten is.

 

  1. Wij zijn de tijden.

Origineel: ‘ideo dicimus fratres orate quantum potestis abundant mala et deus uoluit ut abundarent mala utinam non abundarent mali et non abundarent mala mala tempora laboriosa tempora hoc dicunt homines bene uiuamus et bona sunt tempora nos sumus tempora quales sumus talia sunt tempora’ (Sermo 80, 8)

Vertaling: ‘En daarom zeg ik, broeders en zusters: bid zoveel u kunt. Er is een overvloed aan slechte dingen en dat heeft God zelf toegelaten. Was er maar geen overvloed aan slechte mensen, dan zou er ook geen overvloed zijn aan slechte dingen. Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden! Dat zeggen de mensen tenminste. Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.’ (vertaling Joost van Neer et all.; 2004)

 

Als bisschop van de Afrikaanse havenstad Hippo Regius, het huidige Annaba in Algerije, heeft Augustinus honderden preken gehouden. Deze preken hadden waarschijnlijk een interactief karakter – bezoekers liepen in en uit, stelden tussendoor vragen of lieten luidkeels weten zich er niet in te kunnen vinden. In dit preekfragment (Sermo 80) is dat zichtbaar. ‘Het zijn slechte tijden!’ roept iemand. Waarop Augustinus koel reageert: ‘Dat zeggen de mensen tenminste.’ Een ander: ‘Het zijn moeilijke tijden!’ Augustinus geeft er een geniale draai aan – hij was tenslotte opgeleid in de retorica. Je kunt het kwaad en slechte of moeilijke dingen búiten jezelf situeren. Dat is de makkelijke weg. Het kwaad, dat bevindt zich buiten mij. Hetzelfde geldt voor de tijd waarin we leven: gaat dat buiten ons om?

Augustinus kiest de weg naar binnen, die van introspectie en verootmoediging. Wat als het kwaad ín ons huist? En ten aanzien van de tijd: wij ondergaan niet alleen maar, wij zíjn tijd. Wij zijn de tijden. Zeggen dat we in slechte tijden leven, betekent dus zeggen dat wij slecht zijn. Nu is dat een ander aspect uit Augustinus denken, namelijk dat wij door te kiezen voor de zonde het kwaad hebben toegelaten in de wereld en in ons leven. Als wij de tijden zijn en wij ons inzetten voor het goede, wil Augustinus maar zeggen, dan kunnen wij er iets aan doen om de tijden beter te maken. Een inzicht dat velen heeft geïnspireerd – het was een van de motto’s waardoor oud-premier wijlen Ruud Lubbers zich liet inspireren.

Lees verder “Augustinus : 10 belangrijke uitspraken van Kerkvader Augustinus…”

St Augustinus : Ik smeek U, mijn God, laat mij U kennen en liefhebben…..

Ik smeek U, mijn God, laat mij U kennen en liefhebben,

zodat ik gelukkig kan zijn in U. En hoewel ik dit niet volledig kan doen in dit leven,

laat mij toch van dag tot dag verbeteren totdat ik dit ten volle kan doen.

Laat mij U meer en meer kennen in dit leven,

zodat ik U volmaakt mag kennen in de hemel.

Laat mij U hier meer en meer kennen, zodat ik U daar volmaakt mag liefhebben,

zodat mijn vreugde hier op zichzelf groot mag zijn en in de hemel bij U volkomen.

O Waarachtige God, laat mij het geluk van de hemel ontvangen

dat U belooft, zodat mijn vreugde vol mag zijn.

Laat in de tussentijd mijn geest erover nadenken, laat mijn tong erover spreken,

laat mijn hart ernaar verlangen,

laat mijn mond erover spreken, laat mijn ziel ernaar hongeren,

laat mijn vlees ernaar dorsten,

laat mijn hele wezen ernaar verlangen,

totdat ik door de dood heen de vreugde van mijn Heer mag binnengaan,

om daar voor altijd te blijven, wereld zonder einde. Amen.

St Augustinus

St Augustinus : Als je ziet dat je nog geen verdrukkingen hebt ondergaan, acht het dan zeker dat je niet bent begonnen een ware dienaar van God te zijn….

‘Als je ziet dat je nog geen verdrukkingen hebt ondergaan, acht het dan zeker dat je niet bent begonnen een ware dienaar van God te zijn; want St. Paulus zegt duidelijk dat allen die ervoor kiezen om godvruchtig in Christus te leven, vervolgingen zullen ondergaan.”

 – Augustinus

St.Augustinus : Heer Jezus, Laat me mijzelf kennen ……

 

Sint Augustinus:

 

Heer Jezus –

Laat mij mezelf kennen

Heer Jezus, laat mij mezelf kennen en U kennen,

En niets anders verlangen dan alleen U.

Laat mij mezelf haten en U liefhebben.

Laat mij alles doen omwille van U.

Laat mij mezelf vernederen en U verhogen.

Laat mij aan niets anders denken dan aan U.

Laat mij sterven aan mezelf en in U leven.

Laat mij accepteren wat er ook gebeurt als van U.

Laat mij mezelf verbannen en U volgen,

En altijd verlangen om U te volgen.

Laat mij van mezelf wegvluchten en mijn toevlucht nemen tot U,

Zodat ik het verdien om door U verdedigd te worden.

Laat mij voor mezelf vrezen, laat mij U vrezen,

En laat mij behoren tot degenen die door U zijn uitgekozen.

Laat mij mezelf wantrouwen en mijn vertrouwen in U stellen.

Laat mij bereid zijn om te gehoorzamen omwille van U.

Laat mij aan niets vastklampen behalve aan U,

En laat mij arm zijn vanwege U.

Kijk naar mij, zodat ik U mag liefhebben.

Roep mij, zodat ik U mag zien,

En voor altijd van U mag genieten.

Amen.

St Augustinus : O Heer, het huis van mijn ziel is smal……

CONFESS

Het boetegebed van de heilige Augustinus

ihs-2

O Heer,

het huis van mijn ziel is smal;

vergroot het, opdat Gij moogt binnengaan.

Het is verderfelijk, o repareer het!

Het mishaagt Uw gezicht.

Ik beken het, ik weet het.

Maar wie zal het reinigen,

tot wie zal ik anders roepen dan tot u?

Reinig mij van mijn verborgen fouten, o Heer,

en spaar Uw dienaar voor vreemde zonden.

 

Augustinus van Hippo (354-430 n.Chr.)

St.Augustinus : Luister nu en zie of de woorden van de Schrift niet overeenkomen met wat ik heb gezegd. De Heer kwam voorbij en menigten volgden Hem….

FOLLOWING

“Terwijl Hij Zijn Hand over Zijn discipelen uitstrekte, verklaarde de Heer Christus: ‘ Hier zijn Mijn moeder en Mijn broers; iedereen die de Wil doet van Mijn Vader Die Mij gezonden heeft, is Mijn broer en zuster en Mijn moeder.’ Ik zou u willen aansporen om over deze woorden na te denken. Deed de Maagd Maria, die geloofde door geloof en ontvangen werd door geloof, die de uitverkorene was van wie onze Redder onder de mensen geboren werd, die geschapen werd door Christus voordat Christus in haar geschapen werd — deed zij niet de Wil van de Vader? De gezegende Maria deed inderdaad zeker de Wil van de Vader en dus was het voor haar een grotere zaak om Christus’ discipel te zijn geweest dan om Zijn Moeder te zijn en ze was meer gezegend, in haar discipelschap, dan in haar moederschap. Haar geluk was het, om voor het eerst in haar schoot te dragen, Hem Die ze zou gehoorzamen als haar Meester.

Luister nu en zie of de woorden van de Schrift niet overeenkomen met wat ik heb gezegd. De Heer kwam voorbij en menigten volgden Hem. Zijn wonderen gaven bewijs van Goddelijke Kracht en een vrouw riep uit: ‘ Gezegend is de schoot die U heeft gedragen,’ gezegend is die schoot! Maar de Heer, die niet wilde dat mensen geluk zouden zoeken in een puur fysieke relatie, antwoordde: ‘ Meer gezegend zijn zij die het Woord van God horen en het bewaren. ‘ Maria hoorde Gods Woord en bewaarde het en zo is zij gezegend. Zij bewaarde Gods Waarheid in haar gedachten, iets nobelers dan Zijn Lichaam in haar schoot te dragen. De Waarheid en het Lichaam waren beide Christus – Hij werd in Maria’s gedachten bewaard, voor zover Hij Waarheid is, Hij werd in haar schoot gedragen, voor zover Hij Mens is, maar wat in de gedachten wordt bewaard, is van een hogere orde dan wat in de schoot wordt gedragen.

De Maagd Maria is zowel heilig als gezegend en toch is de Kerk groter dan zij. Maria is een deel van de Kerk, een lid van de Kerk, een heilig, een eminent — het meest eminente — lid maar toch, slechts een lid van het hele Lichaam. Het Lichaam is ongetwijfeld groter dan zij, een van haar leden. Dit Lichaam heeft de Heer als Hoofd en Hoofd en Lichaam vormen samen de hele Christus. Met andere woorden, ons Hoofd is Goddelijk — ons Hoofd is God.

Nu, geliefden, schenk mij al uw aandacht, want ook u bent leden van Christus; ook u bent het Lichaam van Christus. Denk er eens over na hoe u zelf kunt behoren tot degenen van wie de Heer zei: ‘Hier zijn Mijn moeder en Mijn broeders.’ Vraagt ​​u zich af hoe u de moeder van Christus kunt zijn? Hij heeft zelf gezegd: ‘ Al wie de Wil van Mijn Vader in de hemel hoort en doet, die is Mijn broeder en Mijn zuster en Mijn moeder.’ Wat betreft het feit dat wij broeders en zusters van Christus zijn, kunnen wij dit begrijpen, want hoewel er maar één erfenis is en Christus de Eniggeborene is, wilde Zijn barmhartigheid niet dat Hij alleen bleef. Het was Zijn wens dat ook wij erfgenamen van de Vader en mede-erfgenamen met Hemzelf zouden zijn.

Nu ik heb gezegd dat jullie allemaal broeders van Christus zijn, zou ik jullie dan niet zijn moeder durven noemen? En ik zou het nog veel minder wagen om zijn eigen woorden te ontkennen. Vertel me hoe Maria de moeder van Christus werd, als het niet was door de ledematen van Christus te baren? Jullie, tot wie ik spreek, zijn de ledematen van Christus. Van wie zijn jullie geboren? ” Van de Moederkerk “, hoor ik het antwoord van jullie harten. Jullie werden zonen van deze moeder bij jullie doop, jullie kwamen toen ter wereld als ledematen van Christus. Nu moeten jullie op jullie beurt zoveel mogelijk mensen naar de bron van de doop lokken. Jullie werden zonen toen jullie daar zelf geboren werden en nu, door anderen op dezelfde manier ter wereld te brengen, hebben jullie het in jullie macht om de moeders van Christus te worden!”

– St. Augustinus (354-430) Vader en Doctor in de Genade ( Een fragment uit Preek 25 ).

St.Augustinus : Ga daarom door, heiligen van God, jongens en meisjes, mannen en vrouwen, ongehuwde mannen en vrouwen……

++++++++++++++++++++++++++++

In Johannes’ visioen van de hemel zien we het verheven visioen dat christenen altijd hebben gehad van degenen die hun maagdelijkheid voor God bewaren (Openbaring 14). St. Augustinus vertelt ons dat Christus zelf zeker maagd was, net als Zijn moeder. Er is een unieke vreugde gereserveerd voor degenen die maagd blijven.

PECULIAR

Ga daarom door, heiligen van God, jongens en meisjes, mannen en vrouwen, ongehuwde mannen en vrouwen; ga door en volhard tot het einde. Loof de Heer zoeter, aan Wie u rijker denkt: hoop gelukkiger op Hem, Die u meer onmiddellijk dient: heb Hem vuriger lief, Die u meer aandachtig behaagt. Wacht met omgorde lendenen en brandende lampen op de Heer, wanneer Hij uit de bruiloft komt. U zult een nieuw lied naar de bruiloft van het Lam brengen, dat u op uw harpen zult zingen. Zeker niet zoiets als de hele aarde zingt, waarover gezegd wordt: “Zing voor de Heer een nieuw lied; zing voor de Heer, de hele aarde”: maar zoiets dat niemand zal kunnen uiten behalve u.

Tekst van de afbeelding verder :

Want zo zag u in de Apocalyps iemand die boven anderen geliefd was door het Lam, die gewoon was om op Zijn borst te liggen, en die het Woord van God dronk en uitbarstte boven wonderen van de hemel. Hij zag u twaalf maal twaalfduizend heilige harpisten, van onbevlekte maagdelijkheid in het lichaam, van ongeschonden waarheid in het hart; en hij schreef over u, dat gij het Lam volgt, waarheen Hij ook zal gaan. Waar denken wij dat Dit Lam gaat, waar niemand durft of kan volgen behalve u? Waar denken wij dat Hij gaat? In welke open plekken en weiden? Waar, denk ik, het gras is vreugde; geen ijdele vreugden van deze wereld, leugenachtige waanzin; noch vreugden zoals die zullen zijn in het koninkrijk van God zelf, voor de rest die geen maagden zijn; maar onderscheiden van het deel van de vreugden van al de rest. Vreugde van de maagden van Christus, van Christus, in Christus, met Christus, na Christus, door Christus, voor Christus. De vreugden die eigen zijn aan de maagden van Christus, zijn niet dezelfde als die van hen die geen maagden zijn, hoewel van Christus. Want er zijn voor verschillende personen verschillende vreugden, maar voor geen enkele dergelijke. Ga (ga) in deze, volg het Lam, omdat het Vlees van het Lam ook zeker maagd is. Want dit behield Hij in Zichzelf toen Hij volwassen was, wat Hij niet van Zijn Moeder afnam door Zijn ontvangenis en geboorte.

Volg Hem, zoals u verdient, in maagdelijkheid van hart en vlees, waar Hij ook heen zal zijn gegaan. Want wat is het om te volgen, anders dan om na te volgen? Omdat “Christus voor ons geleden heeft,” ons een voorbeeld nalatend, zoals de apostel Petrus zegt, “opdat wij Zijn voetstappen zouden volgen.” Hem volgt ieder in dat, waarin hij Hem navolgt: niet zover als Hij de eniggeboren Zoon van God is, door Wie alle dingen gemaakt zijn; maar zover als, de Zoon des mensen, Hij in Zichzelf heeft uiteengezet wat voor ons nodig was om na te volgen. En vele dingen in Hem zijn uiteengezet voor allen om na te volgen: maar maagdelijkheid van het vlees niet voor allen; want zij hebben niet wat te doen om maagden te zijn, in wie het al tot stand is gebracht dat zij geen maagden zijn.

 

St.Augustinus : In de boeken van de Makkabeeën lezen we over offers die voor de doden worden gebracht….

MACCABEES

In de boeken van de Makkabeeën lezen we over offers die voor de doden worden gebracht. Maar zelfs als we hier nergens in de oude Schriften over lezen, is het gezag van de universele kerk die duidelijk deze gewoonte heeft, niet onbelangrijk; want de “aanbeveling van de doden” heeft ook een plaats onder de gebeden die de priester aan de Heer God op zijn altaar aanbiedt.

Augustinus

St Augustinus : De heilige Augustinus zegt ons dat de Kerk naast de Schrift ook de dingen van de traditie als gezaghebbend beschouwde…

De heilige Augustinus zegt ons dat de Kerk naast de Schrift ook de dingen van de traditie als gezaghebbend beschouwde, die deel uitmaakten van de geloofsschat en die door de apostolische successie van de apostelen waren overgeleverd. Hij zegt ons dat dit overal door de hele Kerk wordt erkend.

OBSERVED

Wat betreft de andere zaken die wij niet op gezag van de Schrift, maar op gezag van de traditie aanhangen en die in de hele wereld in acht worden genomen, kan men ervan uitgaan dat ze zijn goedgekeurd en ingesteld door de apostelen zelf of door voltallige concilies, waarvan het gezag in de Kerk het nuttigst is, bijvoorbeeld de jaarlijkse herdenking, door speciale plechtigheden, van het lijden van de Heer, de opstanding en de hemelvaart, en van de neerdaling van de Heilige Geest uit de hemel, en al het andere dat op dezelfde manier door de hele Kerk in acht wordt genomen, waar deze ook is gevestigd.

St Augustinus, brief 54

S. Augustinus :Heb uw vijanden lief op zo’n manier dat u hen tot uw broeders wilt maken.

ENEMIES

“Wat is perfectie in de liefde? Heb je vijanden zo lief dat je zou willen dat ze je broeders zouden worden ...

Heb uw vijanden lief op zo’n
manier dat u hen tot uw broeders wilt maken.

 Want zo had Hij lief, Die aan het kruis hing en zei: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’” (Lukas 23: 34). St. Augustinus van Hippo, Preken over I John, I.9.

St Augustinus

St Augustinus : Word dan wakker, gelovige , en let op wat hier staat: “In mijn Naam. Die naam is Jezus Christus ……

WAKEup

“Word dan wakker, gelovige , en let op wat hier staat: “In mijn Naam.” Die [Naam] is Christus Jezus. Christus betekent Koning, Jezus betekent Redder. Daarom , wat wij ook vragen dat onze redding zou belemmeren, wij vragen niet in de Naam van onze Redder en toch is Hij onze Redder, niet alleen wanneer Hij doet wat wij vragen , maar ook wanneer Hij het niet doet.

De arts weet of wat de zieke vraagt, in het voordeel of in het nadeel van zijn gezondheid is. En [de geneesheer] staat niet toe wat schadelijk voor hem zou zijn, hoewel de zieke het zelf verlangt. Maar de dokter kijkt uit naar zijn uiteindelijke genezing.”

Sint-Augustinus (354-430)

St Augustinus : Jullie hebben Mij niet uitgekozen,maar Ik heb jullie uitgekozen…Johannes 15:116….

APOSTEL

Jullie hebben Mij niet uitgekozen,
maar Ik heb jullie uitgekozen…
Johannes 15:116

“Dat is verbazingwekkende genade!

Want wat waren wij voordat Christus ons

had uitverkoren, behalve dat wij goddeloos en verloren waren?

Wat heeft Hij dan uitverkoren in hen die niet goed zijn?

Je kunt niet zeggen: ik ben uitverkoren omdat ik geloofde.

Want als je in Hem geloofde,

had je Hem al gekozen.

En gij kunt niet zeggen, dat ik vroeger geloofde, goede werken

deed, en daarom uitverkoren was.

Want welk goed werk gaat er

voor het geloof uit, als de apostel zegt:

“Al wat niet uit het geloof is, is zonde?”

Wat valt er dan

anders te zeggen dan dat wij goddeloos waren en uitverkoren waren,

opdat wij door de genade uitverkoren te zijn,

goed zouden worden?”

 

Sint-Augustinus (354-430)

Kerkvader

St. Augustinus : Deze boom is het menselijk ras….

TREE7

En hij zeide tot de wijngaardenier:
Zie, nu al drie jaren kom ik vrucht zoeken
aan deze vijgenboom, en ik vind er geen.
Hak hem om, waarom zou hij de grond opgebruiken?
Lc. 13:7

Deze boom is het menselijk ras.
De Heer bezocht deze boom in de tijd
van de patriarchen, alsof het het eerste jaar was.
Hij bezocht hem in de tijd van de wet en de profeten,
alsof het het tweede jaar was. Hier zijn we nu,
met het evangelie is het derde jaar aangebroken.
Nu is het alsof hij had moeten worden omgehakt
, maar de Barmhartige bemiddelt bij de Barmhartige.
…. Omdat hij in het ene deel vrucht draagt
​​en in het andere deel geen vrucht,
zal zijn Heer komen en hem verdelen.
…. Er zijn nu goede mensen en slechte mensen
in één gezelschap, alsof ze één lichaam vormen.

St Augustinus

St.Augustinus : Wat dan, broeders? Indien een ieder, die van de Vader gehoord en geleerd heeft , tot Christus komt, heeft Christus hier niets geleerd?……

border hdps

De Vader trekt tot de Zoon door Zijn Woord, die de Zoon is. Wat een mysterie. Verder is het Woord Hij die “spreekt” namens de Vader. En de wijze waarop de mens, die in het vlees woont, in staat is het Woord te horen, is dat Hij onze menselijke natuur aannam en onder ons woonde

EVERY1

Wat dan, broeders? Indien een ieder, die van de Vader gehoord en geleerd heeft , tot Christus komt, heeft Christus hier niets geleerd? Wat zullen wij hierop zeggen, dat zij, die de Vader niet als hun leraar hebben gezien, de Zoon hebben gezien? De Zoon heeft gesproken, maar de Vader heeft geleerd. Ik, een mens , wie leer Ik? Wie, broeders, dan hem, die mijn woord gehoord heeft? Indien Ik, een mens , hem leer, die mijn woord hoort, zo leert ook de Vader hem, die zijn woord hoort. En indien de Vader hem leert, die zijn woord hoort, vraag, wat Christus is, en gij zult het woord des Vaders vinden. In het begin was het Woord. Niet in het begin heeft God het Woord gemaakt, gelijk God in het begin de hemel en de aarde gemaakt heeft.  Genesis 1:1 Ziet, dat Hij geen schepsel is. Leert u tot de Zoon te laten trekken door de Vader; opdat de Vader u leert, hoort zijn woord. Welk woord van Hem, zegt gij, hoor ik? In den beginne was het Woord (het is niet werd gemaakt, maar was ), en het Woord was bij God , en het Woord was God. Hoe kunnen mensen die in het vlees blijven, zo’n Woord horen? Het Woord is vlees geworden , en heeft onder ons gewoond.

St Augustinus van Hippo