Hieromonnik Elia : Alles van God verwachten – Begin van het spirituele leve,

             

 

BEGIN VAN HET SPIRITUELE LEVEN  :

 

ALLES VAN GOD VERWACHTEN

 

 

Door hiëromonnik Elie

Monasterium van de Ontslaping van de Moeder Gods in La Faurie

(Frankrijk)

 

 

 

De titel van dit artikel kan ons verwonderen : kan men werkelijk spreken van een begin van het geestelijk leven ? Wanneer begint het leven in God in werkelijkheid ?  Zoals het Oude Verbond vanaf het begin het Nieuwe heeft voorbereid, deze keer ‘geschreven in het hart van de mensen’(1), zo is er ook in het diepste van onszelf iets als een waterbekken, dit levende water, wachtend om te ontspringen zoals St.Ignatius van Antiochië het ons beschrijft.

Indien men echter kan spreken van een begin van het spirituele leven, dan is het omdat er een moment is in ons bestaan waar men meer bewust gaat doordringen in de intimiteit van God. Maar deze intimiteit is een goddelijke gave, bijna een charisma (2) die geworteld is in de houding van overgave aan God, van vertrouwen.

 

            Wij zullen hier in nederigheid proberen enkele aspecten te beschouwen van deze houding, die  boven alles van groot belang zijn. Men moet onmiddellijk zeggen dat deze houding van overgave van zichzelf niet zozeer een moreel voorschrift is dan wel een passende innerlijke houding die moet leiden tot bloei van het goddelijk leven in ons.

 

            De orthodoxe liturgie (3), in haar schitterende hymnen, vermaant ons om ‘ alle aardse zorgen opzij te zetten’ Vertrouwend op God moeten wij al onze beslommeringen opzij zetten.. Of het nu gaat om relationele, familiale , professionele of zelfs spirituele problemen, wij moeten alles voor God opofferen,, om aldus een zekere beschikbaarheid te verwerven voor zijn Geest. Nog eerder dan een zintuigelijke zwaarte , is de logheid van het vlees  een ongeordende knoop van onze gevoelens, van onze gedachten of nog , van onze herinneringen. Dit alles is zeker niet slecht op zich , maar het vertroebelt onze blik. Daarom is het noodzakelijk van zich fundamenteel te leren ‘ont-scheppen’ (‘décréer’- van nul af aan herbeginnen) (4), om alles te vergeten, om klaar en duidelijk te leren ‘geheel en al oog te zijn’, zoals Abba Macarius (5)het zo graag in herinnering bracht, want door zichzelf onder de loep te nemen, ontdekt de mens op mysterieuze  wijze God.

 

            Men ziet aldus, in een eerste beweging, dat de omvang van de zorgen onze geestelijke wedergeboorte hinderen. Dit wordt door Paulus benadrukt, zij houdt ons aan de oppervlakte van onzelf, ver verwijderd van het goddelijk geheim van ons hart (6) ‘En wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen ?’(7).

 

            Eenmaal we ons van dit juk hebben ontdaan, treedt een ander struikelblok op. Want, vanaf het moment waarop men heeft geleerd onze kwellingen zonder ophouden aan God toe te vertrouwen, ontstaat er al vlug de neiging om zelf de ‘architect’ te worden van zijn eigen spiritueel leven.

 

 

 

            Wanneer men moet stilstaan, herbegint alles op een ander niveau. Het moeilijkste is niet ertegen te strijden, maar elke strijd op te schorten,. Of het nu gaat om het vasten, het volgen van een regelmaat in het persoonlijk gebed, of bepaalde evangelische voorschriften in acht nemen als een vorm van innerlijke hygiëne. Dit alles is slechts stro vergeleken bij het goddelijk vuur.

 

            Wij moeten goed begrijpen dat dit slechts middelen zijn. Het doel moet zijn : zich overgeven aan God. God verlangt onze vurige harten, niets meer. Het doel van onze belijdenis is het Koninkrijk der hemelen. Ons doel is de zuiverheid van hart te bereiken, zal St.Cassiën van Marseille (8) ons met overtuiging zeggen.

 

            Jacob heeft met God gestreden tot de vroege morgen. Ten slotte, gekwetst, heeft hij de goddelijkheid van zijn tegenstrever erkend. Hij ontving de zegen van deze laatste. Hier zien we het beeld zelf van ons leven in de geest in zijn hoogste vorm.

 

            Té dikwijls strijden we tegen God in het geloof van daardoor zichzelf te verheerlijken. Het is een vorm van mystiek activisme die zich verstart rondom ons ‘inwendig oog’. Dit omhulsel beroofd ons van onzelf en wij bemerken het zelf niet.Wij kunnen God niet aanschouwen. Dus, zoals de zon ons toelaat  om de wereld te zien, is God de glans die ons geweten toestaat om zich in waarheid te onthullen.Dus, door glans, en zoals een forel die tegen de stroom in  zwemt, is het ons mogelijk even, zij het weinig, enkele  schitteringen uit te zaaien van het goddelijke zijn.

Deze tweede beweging maakt ons een gevaar duidelijk, dit van voor zichzelf de bron te zijn van het ‘ spirituele leven’.Dit autisme maakt ons volledig ondoordringbaar. Het sluit ons af, uit vrees voor het nieuwe en dus voor het onbekende van de wil van God. Het is echter een  ‘menselijke ‘ angst. Té ‘menselijk’ zonder twijfel, omdat de wil van God een afgrond is, maar men mag niet vergeten, een welwillende afgrond.

 

             De vrees om de teugels los te laten opdat God de caravaan leidt, stelt onze angst voor de woestijn op de proef. Men neemt dan de tragische beslissing te gaan daar waar het goed voor ons lijkt……vervolgens vecht men tegen de bedrieglijke schijn die de woestijn ons in haar onmetelijkheid toont.

 

            De zalf van deze wonde is er wellicht één van de minst aangename, want het zal ons in alle helderheid de roes doen aanvaarden die het diepste bewustzijn van Gods wil veroorzaakt. Op het einde van de rit wil God slechts het goede, maar wij weten niet wat Hij voor ons in pet heeft, en daar zit onze vrees.

 

            Als remedie moeten wij, een ‘strategie van het onmogelijke’ (9) aanhangen door ons met vertrouwen over te leveren aan de goddelijke pedagogie, die, het is waar, dikwijls een ‘kennis doorheen dieptepunten’(10) is. Het is niet de weg die onmogelijk is, het is het onmogelijke die de weg is(11).

 

            Het derde kernpunt van deze beschouwing  houdt in, niet te vervallen in dat wat men, niet zonder ironie ‘een heilige luiheid’ zouden kunnen noemen. Vrede is echter geen energieloos iets.

 

             Door ons bewustzijn te hebben ontlast en ons in soberheid en waakzaamheid (12) beschikbaar te hebben gesteld voor het nieuwe van God, achtervolgt ons het quietisme met zijn schaduw. Alles van God verwachten betekent geen verzaking aan elke daad. Alles van God verwachten, is zijn gave aannemen, met iedere dynamiek die dit zoeken met zich meebrengt. De Heilige Graal is hier het verlangen van God. Daarom kan men spreken van gezond verstand. ‘En wanneer gij de zuidenwind  ziet waaien, zegt gij : er zal hitte komen, en het gebeurt. Huichelaars, het aanzien van aarde en hemel weet gij te onderkennen, waarom onderkent gij deze tijd niet ?’(13)

 

            Men kan niet anders dan constateren, dat, verre van ons te onttrekken aan ons eigen spirituele bestaan, en zonder ons als dusdanig futloos te maken, men de bronnen moet kunnen onderscheiden die de richting bepalen van onze lange, moeilijke tocht van waaruit het Woord in levende wateren opborrelt.

 

            Een spreuk over het woestijnzand resumeert gans onze bedoeling ‘Geef uw bloed en ontvang de Geest’, zegt ze. Want door zich geheel te geven, tot bloedens toe zelfs, moet men nog alles van God verwachten. Door zich zo op God te verlaten, schenkt Hij ons de gave van het volmaakte leven, de Heilige Geest.

 

            Om te besluiten moeten wij nog een laatste essentieel punt verduidelijken. Deze houding , die wij hebben getracht te beschrijven, namelijk, het zich volledig overleveren aan God, is geen toestand welke men meteen definitief kan bereiken zonder slag of stoot. Het is   een werk die men ‘honderdmaal in zijn leven moet herhalen’ (14).

 

            Dan, en alleen dan, is de groei in Christus een overvloed van nieuwe beginmomenten(15), in de loop van een rijpingsproces die te vergelijken is met de verfijning van wijn die zich ve
rrijkt door zijn ouderdom, in plaats van een eenvoudige start voor nieuwe horizonten.

NOTA’S

 

(1)    Zie de profetische literatuur in dit verband

(2)    Het Charisma dient in de orthodoxe Kerk verstaan te worden als een ‘talent’ in de evangelische betekenis van het woord. Men is geroepen om vrucht te dragen.

(3)    En meer in het byzonder het deel dat genoemd wordt het ‘cherubikon’, de Cherubijnenhymne, ingevoerd door justinianus in de 6e eeuw.

(4)    Geliefd thema bij Sweil

(5)    Spirituele homilieën van ‘Pseudo Macharius’

(6)    Men weet dat in de mystiek van de woestijnvaders, het hart meer een inwendige spirituele plaats is dan een orgaan, zelfs al zijn ze schijnbaar verwant, dat ons bloed-systeem voedt.

(7)    Mt.6,27

(8)    Zich in dit verband in het byzonder refereren naar zijn Conferentie.

(9)    Mgr. Stéphane, Metropoliet van Estland.

(10)Henri Michaux, titel van één van zijn gedichten.

(11)P.Evdokimov : ‘Les âges de la vie spirituelle’

      (12) De nepsis is een ascetische deugd die tegelijk soberheid en waakzaamheid betekent

      (13)Lc., 12,54-56

      (14)Boileau, Art poétique

      (15)Een opvatting die op merkwaardig goede manier is ontwikkeld in de werken van St.

            Gregorius van Nyssa, voornamelijk het leven van Mozes, maar ook door de andere

            Gregorius, van Nazianza, meer bepaald, in zijn theologische uiteenzettingen.Noteren

            we terloops de paradox van deze laatste, want de continuïteit van de groei in God is

            gericht op ‘beginmomenten’, dus op een breuk.

 

Woorden van de Heer

Woorden van de Heer

over Zichzelf

 

 

De Heer stelde Zijn leerlingen de vraag :’Wie is volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon ? Zij antwoordden :’Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten’. Maar wij weten dat Gij Jezus zijt, de Christus, de Zoon van de levende God.(Mt.16,13-20).

 

De Heer had veel te zeggen over zichzelf, zoals deze die opgetekend zijn in de Evangeliën : Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het eeuwig leven bezitten (Joh.8,12),Ik ben de weg naar het heil  (Joh.10,7). Ik ben de goede herder.De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen (Joh.10,11-18). Ik ben de Zoon van God (Joh.10,36). Ik ben  de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof aan Mij, zal in eeuwigheid niet sterven (Joh.11,25-26).Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik (Joh.13,13). Ik ben de weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij (Joh.14,6). Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, zoals ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets(…)Blijft in Mijn Liefde.Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in Mijn liefde blijven (Joh.15,5-10).Ik en de Vader, wij zijn één (Joh.10,30). Ik bid voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn zoals wij één zijn (Joh 17,21).

 

Ik ben de Messias, de Christus (Joh.4,25-26). Het echte brood van God daalt uit de hemel neer, en geeft leven aan de wereld.(…) Wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen.(…) Als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt hebt gij het leven niet in u.(…) Wie Mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem (Joh.6,33-69).Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken. Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij : Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht (Mt.11,28-30).

 

Waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden (Mt.18,20)

 

Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden (Mt.10,37-39).

 

Voorwaar , voorwaar, Ik zeg u : als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen : maar als hij sterft, brengt hij veel vruchten voort. Wie zijn leven bemint, verliest het; maar wie zijn leven in deze wereld haat, zal het ten eeuwigen leven bewaren.Wil iemand mij dienen , dan moet hij Mij volgen; waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren (Joh.12,24-26).

            Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen.Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het evangelie zal het redden. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen als dit ten koste gaat van eigen leven ? Wat toch zou een mens in ruil kunnen geven voor zijn eigen leven ? Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht, zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij, vergezeld van de heilige engelen, komt in de heerlijkheid van de Vader (Mc.8,34-38).

Wilt ge volmaakt zijn, ga dan naar huis, verkoop wat ge bezit en geef het aan de armen; daarmee zult ge een schat in de hemel bezitten.En kom dan terug om Mij te volgen (Mt.19,21).

 

            Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen.Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht (…) voorwaar ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan (…) .Al wat gij niet voor een dezer geringsten hebt gedaan, hebt gij ook voor Mij niet gedaan. En deze zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven (Mt.25,31-46).

 

            Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; wie in Mij gelooft, hij drinke !Zoals de schrift zegt : ‘Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’. Hiermee doelde Hij op de Geest, die zij, die in Hem geloofden, zouden ontvangen, want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was (Zijn lijden, Verrijzenis en hemelvaart) (Joh.7,37-39)

 

            De Heer zegt ook : Wie van u kan aantonen dat Ik zonde gedaan heb ?(Joh.8,46)²

 

 

 

 

 

           

 

 

Ontmoeting met de orthodoxie

PELGRIMSTOCHT NAAR DE TUIN VAN DE MOEDER GODS

-ATHOS-

 

 

 

            Het is waarschijnlijk de droom van elke mannelijke Orthodox (vrouwen zijn er niet toegelaten !)om eens in zijn leven op pelgrimstocht te gaan naar de Heilige Berg Athos. Twee leden van onze parochie (Paul en Kris) en één lid van de parochie van Leuven (Bert Genbrugge) hadden in oktober het geluk om deze tocht te ondernemen, dank zij de hulp van Bisschop Athenagoras.

 

            De Heilige Berg, ook genoemd : de tuin van de Moeder Gods is een bergachtig gebied, ik denk, het mooiste stukje natuur van de ganse wereld. Twintig kloosters bieden er onderdak aan een 1500 monniken, die in totale afzondering en voortdurend gebed hun dagen doorbrengen. De tijd ontbrak om het gehele gebied eens te gaan verkennen en er de eeuwenoude iconen en relikwieën te gaan vereren. Het is zo, dat er per dag amper 100 Orthodoxe bezoekers worden toegelaten en 10 niet-Orthodoxe, en dan nog voor maximum 4 dagen. Nog goed ook, want hebben kunnen merken dat sommige niet-Orthodoxe ‘pelgrims’ er een stap vakantie van zouden maken.

 

            Na een geslaagde vlucht vanuit Brussel, over Milaan kwamen we uiteindelijk in Thessaloniki aan. We werden al vlug geconfronteerd met een uitzonderlijk drukke stad. Gelukkig hadden we een hotel gereserveerd om nog eens goed te kunnen uitslapen. We bezochten nog diezelfde dag de mooie kerk van de Heilige Sofia en het klooster van de H.Theodora met haar mooie fresco’s. In de Kerk van de H.Sofia waren we getuige van een groep vrouwen  die mooie Byzantijnse gezangen ten beste gaven. Toch wat eigenaardig dat een groep vrouwen in een Byzantijnse Kerk stonden te zingen, maar uit navraag bleek, dat dit allemaal vouwen waren die Byzantijnse muziek studeerden, en dat zij toestemming hadden om in twee kerken, waaronder de H.Sofia geregeld een gebed te houden met Byzantijnse gezangen. Voor de Kerk een hoopvolle ervaring.

 

            ‘sAnderendaags moesten we al vlug vertrekken met de bus naar Ouranoupoulis, een klein stadje op de grens met de Athos. Het was een lange tocht door het groene Thessalia. We hadden ook daar een hotel gereserveerd waar onze vrouwen 4 dagen zouden verblijven, een mooi hotel met zwembad en kamers met uitzicht op zee.Het kon niet beter. De dag nadien moesten de mannen dan naar het bureau om het diamonitirion af te halen (een soort visum) We moesten met de lijnbus, want het hotel lag nogal veraf van de haven. Natuurlijk , wij zijn in Griekenland, de bus kwam niet af. Dan maar autostop gedaan. Een vriendelijke griek nam ons mee, en op 5 minuten stonden we aan het bureau voor onze papieren. Dan de ticketten voor de boot halen en op naar het haventje waar de boot al druk doende was om goederen in te laden voor de bevoorrading van de Athos. Het was wel even spannend. Gewapend met ons diamonitirion , en na een strenge controle, kwamen we uiteindelijk op de boot. Van nuaf aan geen vrouwen meer. Monniken en leken. Op de boot waren monniken druk doende hun koopwaar uit te stallen. Het was een oude , nogal vuile boot, maar onze aandacht ging naar de Berg. Het zou wel een tijdje varen zijn. Maar plots doken de eerste monasteria op : Kastamonitou, Dochiariou, Xenofontos, en tenslotte het Russikon of het monasterie van de H. Panteleimon. Dat was ons eerste monasterie. We werden er vriendelijk maar correct ontvangen. Een van de eerste vragen was natuurlijk of we Orthodox waren. Het is nu eenmaal zo dat Orthodoxen er het meest welkom zijn. Dan naar onze kamer, en nog wat vrije tijd om één en ander te doen. Het is een prachtig monasterie. Om twee uur zouden wij ons ‘avondmaal’ krijgen. Ze hanteren daar nog altijd het Byzantijnse uur, zodat  we ons uurwerk direct 5 uur mochten verschuiven. Direct was het voor ons ‘avond’. Na een eerste maaltijd : puree met een lap daarop. Ik dacht : dit is een omelet, maar ik had mij vergist. Het was vis. Ja, die dag was het een grote feestdag in het monasterie, en op feestdagen stond er vis op het menu. Normaal eten de monniken twee maal per dag : geen vlees, geen vis, alleen groenten en brood met water of thee (en éénmaal een kruik wijn). Je moest er wel vlug bijzijn, want het eetmaal was vlug afgelopen. Op een teken van de Higoumen springt iedereen terug recht. Gedaan met eten.Wat niet op is laat je liggen.

Na het eetmaal kregen we wat uitleg van een monnik over het monasterie. We bezochten de benedenkerk. Prachtig. In Panteleimon zijn er zeven kerken, we konden er twee bezoeken. Wij hadden ook het geluk, meerdere malen de relikwie van de Heilige Silouan de Athoniet te kunnen vereren. Later op de ‘avond’ was er dan een grote dienst voor de feestdag die vijf uren duurde. De slavische gezangen waren subliem, en we hebben het die vijf uur uitgehouden. Wél kregen de gasten nog een extra maaltijd (wat overschot van ’s avonds !) .

 

            We hadden een woelige nacht
. Paul snurkte als een varken en was met geen enkel middel tot stilte te brengen. Bert zijn bed stond ’s morgens de andere kant van de kamer, hij was blijkbaar op de vlucht gegaan voor het lawaai..

 

            ’s Anderendaags om vier uur uit bed voor de liturgie. Omdat elk monasterie er speciale regels op na houdt om te communiceren, hadden we op voorhand gezegd om het niet te doen, alhoewel ik denk dat het geen probleem zou geweest zijn. Daarna op weg naar ons volgend monasterie : Xenofontos. Ongeveer een drie kwartier te voet . We hebben van die voettocht genoten : de zee , de natuur, de stilte.. Aangekomen in het monasterie, was er niemand te bespeuren. Dan maar op zoek naar iemand. Die vonden wij in een kleine keuken. Direct werden wij ontvangen met een tas koffie (griekse) en loukoumi. Was dat lekker, we konden er niet afblijven ! De liturgie was er korter, ik denk zoals op een normale dag. Het eten bestond uitsluitend uit groenten en brood en water. Dan naar de kerk voor de vespers. We hadden dit maal goed geslapen. Het gesnurk was aanvaardbaar. We hadden op de kamer het gezelschap van een Roemeense jongeling. Hij was de ganse zomertijd gids geweest voor Roemeense toeristen die de Meteora wilden bezoeken.. Hij zou nu terug naar Roemenië vertrekken. In dit monasterie was er wel een douche, maar alleen koud water. Was dat rillen, maar ja, geen probleem, we waren immers op pelgrimstocht. Alle materiële beslommeringen konden we van ons afzetten. Onze aandacht moest gaan naar het essentiële : de ontmoeting met Christus. ’s Morgens had ik even een probleempje : ik zocht mijn rode tea-shirt (Paul beweerde dat het om drie uur ’s nachts was, maar volgens mij was het later) en die was verdwenen. Bleek achteraf dat het een blauwe was, en die lag voor het grijpen. Paul heeft er natuurlijk veel plezier aan beleefd.

 

            We zouden tijdens de liturgie graag de communie ontvangen hebben. Op een bepaal moment kwam een monnik naar mij toe en vroeg mij of we Orthodoxen waren. Ik antwoordde positief (anders waren we waarschijnlijk buitengevlogen). Ik heb meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om te vragen of ik kon communiceren. Hij zij mij dat dat niet kon. Ik vroeg waarom, en hij antwoordde : straks gaan we olie en kaas eten, dan kan je toch nu niet te communie gaan ! Wat konden we hierop zeggen. Hij vroeg mij of ik het begrepen had (hij sprak grieks), ik antwoordde OXI, want ik kon mijn eigen oren niet geloven, maar toen hij het herhaalde besefte ik dat ik het toch goed had begrepen. Ik had al veel argumentaties gehoord van mensen die tegen de frequente communie zijn, maar dit !!!?. Enfin, wat kon ik er meer aan toevoegen. Als het moment van communiceren aangebroken was, kwam ik voor een andere verrassing te staan. De priester kwam naar buiten met de kelk, ‘nader in vreze God en met Liefde’ en draaide zich onmiddellijk terug om. Ik had er wel al over gehoord dat zoiets bestond, maar nu heb ik het met eigen ogen gezien. Maar ja, zij hebben hun gebruiken. Hopelijk zal dat ooit eens veranderen. Ik denk er alvast het mijne over.

 

            Na de liturgie vertrokken we dan naar ons derde klooster : Simonos Petra. Wij waren heel benieuwd. We kenden de beroemde gezangen van dat monasterie. We moesten eerst naar het havente Dafni, en daarna een andere boot naar Simonos Petra. Een prachtig monasterie, een burcht gelijk, hoog gelegen op een heuvel. We hadden niet gemerkt dat er in Dafni een busje stond om pelgrims naar het klooster te brengen. Dan maar te voet naar boven, langs een met kasseien belegde trap;, waar maar geen einde aan kwam. Was dat afzien, en zweten, maar ja het was een pelgrimmage. Er was ook een Zuid Afrikaan bij ons met een valies, de mens was al van jaren. Bert heeft hem dan maar opgeofferd om zijn valies te dragen, want die persoon zou , denk ik, nooit boven zijn geraakt. Het laatste stuk heb ik zijn valies overgenomen. Bij overmaat van ramp kregen we nog een flinke regenbui over ons. Bovengekomen stonden er twee monniken te praten, en zij zagen ons ‘ lijden.’ We kregen een ouza en konden eindelijk tot rust komen. De logeerkamer was de mooiste van de drie, met mooie douches en wc’s, en op de balcons prachtige vergezichten. We deelden de kamer met de Zuid Afrikaan en twee Duitsers. Zij waren voor de tweede maal op de Athos, maar hadden wel veel kritiek. Zij moesten, als niet-Orthodoxen, achteraan zitten in de kerk (een soort portaal). Maar ja, wie als niet-Orthodox naar de Athos gaat weet wat er kan gebeuren. De gezangen waren er van buitengewone schoonheid. ’s Anderendaags om 4 uur terug in de kerk : uren en liturgie. Opnieuw die prachtige gezangen. Ook hier was terug onze vraag : kunnen we hier communiceren. Groot was onze verwondering, dat dat daar geen enkel probleem was. Bijna iedereen ging te communie. Dat was voor mij en Paul een gezegend moment. Achteraf zat ik wel te denken : hoe is het mogelijk, dat je in het ene monasterie niet mag communiceren en een paar kilometer verder het geen enkel probleem is !!!. Wordt het geen tijd dat men in de Orthodoxe Kerk daar geen verschil meer in gemaakt wordt ? Dat men het geweten van iedereen respecteert ? Zij die willen , kunnen en zij die niet willen , hoeven niet ! Voor mij was de pelgrimmage geslaagd : ik had het lichaam van Christus mogen ontvangen in de Tuin van de Moeder Gods !.

 

Bij ons afscheid van het monasterie, werden we door de gastenbroeder nog even naar binnen geroepen. We kregen een geschenk : elk kreeg een boek, een CD en een gebedssnoer, dit tot ergernis van de Duitsers die niets kregen…..

 

Dan terug naar Dafni, dit keer met het busje van het monasterie, de winkeltjes bezocht en natuurlijk één en ander gekocht als souvenir en dan terug naar Ouranopoulis, waar onze vrouwen ons stonden op te wachten.

 

Ons bezoek aan de Heilige Berg was onvergetelijk. Wij hebben er vooral geleerd dat wij hier in het Westen niet sober genoeg leven. Wij hebben toch ook veel bewondering voor de monniken, die gans hun leven daar moeten doorbrengen. Dikke monniken kom je er n
iet tegen , wel gezonde. Het zijn mensen die voor altijd zich totaal aan God wegschenken, elke dag opnieuw

 

De dag nadien vertrokken wij terug naar Thessaloniki. We zouden er nog vijf dagen blijven. Tijd genoeg om heel wat kerken en kloosters te bezoeken. In één kerk, hadden wij een ontmoeting met een vriendelijke priester, we kregen koffie en koeken en ieder kreeg ook een kleine ikoon van de ‘Moeder Gods die niet door mensenhanden gemaakt is’. De volgende dag zijn we teruggekeerd voor de vespers, en opnieuw hadden we een gesprek met een andere priester. Het zijn deze momenten die hartversterkend zijn

 

De kerken in Thessaloniki zijn prachtig : de Heilige Panteleimon , met de relieken van deze heilige, ,de Heilige Georgius, het klooster Vlatami, de kerk van de Metropoliet, waar we de relieken van de Heilige Gregorios Palamas konden vereren..De kerk van de Heilige Sofia en nog zoveel andere..

 

De laatste dag brachten we nog een bezoek aan de ‘catacomben’, resten van onderaardse gangen, waar de eerste Christenen zich kwamen verbergen. Ook het doopbekken, waar de eerste Christenen gedoopt werden was nog te bewonderen. In de Kerk hangen er drie iconen, welke op wonderbare wijze uit de grote brand van 1917 bijna ongeschonden zijn gekomen. Men ziet nog een lichte vorm van brandschade. Wij hebben er nog gezongen : ‘koning van de Hemel’,tot grote vreugde van de vriendelijke dame die ons het verhaal vertelde.

 

En toen kwam het einde van de tocht. We konden de dag nadien, met vrede in ons hart en geest, de terugweg naar huis aanvangen. We hebben er veel gezien , gebeden, ervaren. We voelden er ons als Orthodoxen thuis. We hebben veel vriendelijke mensen ontmoet. De sfeer in de groep was buitengewoon goed; ook de vrouwen waren heel tevreden. Al hebben zij de Heilige Berg niet mogen bezoeken, ze hebben toch vanop zee de kloosters kunnen bewonderen. En dan de ontmoeting die we hadden met die lieve vrouw in Ouranopoulis, waar Vader Ignace en gezin zo dikwijls te gast waren. Zij vertelde ons van het bezoek dat Bisschop Athenagora haar gebracht had samen met Patrirch Bartholomeüs. Wij hebben ook veel tijd gehad voor humor, maar daar ga ik best niet dieper op in….

Met ons hart zullen we voor altijd met de Heilige Berg verbonden blijven.

Dank aan God ! Doxa  tw  qew  !

 

                                                                                                            Kris Biesbroeck