ONZE VADER IN HET SLAVISCH (Kedrov)
Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
ONZE VADER IN HET SLAVISCH (Kedrov)
ONZE VADER (BULGAARS)
Ти Майко си велика! Браво Джонка!
ONZE VADER IN HET LATIJN
.
DE HEILIGE AARTSENGEL GABRIEL

De heilige Aartsengel Gabriël was Gods afgezant bij de geboorte zowel van Jezus van Nazarth als van de heilige Johannes de Voorloper. Zijn naam betekent ‘Kracht Gods’; hij behoort tot de zeldzame Engelen van wie de naam genoemd wordt in de heilige Schrift, zelfs herhaalde malen, want hij speelt ook een rol in de apocalyptische visioenen van de profeet Daniël (Dan.8,16 en 9,21, en Luc.1,19 en 1,26). Daniël aanschouwde een geheimzinnig visioen van geweldige grootheid en ruwe kracht. ‘En hij hoorde een menselijke stem roepen : Gabriël, geef hem de verklaring van het visioen. Daarop kwam hij naar mij toe, maar terwijl hij naderde, werd ik door zulk een vrees aangegrepen dat ik ter aarde viel…en ik lag bewusteloos op de grond. Hij raakte mij aan en richtte mij weer op en zei : Ik ga u bekend maken wat er gebeuren zal…in de eindtijd’.
De tweede keer was Daniël aan het bidden en beleed zijn zonden en die van het volk Israël. ‘Ik was nog aan het bidden toen Gabriël, de man die ik vroeger in een visoen had gezien, naar mij kwam toevliegen op de tijd van het avondoffer. Hij sprak tot mij en gaf mij inzicht….’.
Daarna horen we weer over hem bij Lucas die verhaalt hoe Zacharias als priester het wierookoffer opdroeg, terwijl het vok buiten stond te bidden. ‘Er verscheen hem een Engel des Heren, staande aan de rechterkant van het wierookaltaar…’ Hij verkondigt hem dat hij een zoon zal krijgen, die een groot profeet zal zijn. Zacharias trekt zijn woorden in twijfel om de hoge ouderdom van hem en zijn vrouw. Met een verpletterend zelfbewustzijn gaf de Engel hem ten antwoord : ‘Ik ben Gabriël die voor Gods aangezicht sta, en ik ben gezonden om u die blijde boodschap aan te kondigen. Zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken tot op de dag waarop het gebeuren zal, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt; doch deze zullen op hun eigen tijd in vervulling gaan’.
Scherp contrasteert hiermee zijn optreden bij de Maagd Maris. Hij spreekt haar toe met die bijzondere groet :’Verheug U, Hoogbegenadigde, de Heer is met u’. Dan verkondigt hij haar Gods Blijde Boodschap en wanneer zij dan ook uiteenzet waarom dat onmogelijk is, geeft hij haar uitvoerig uitleg, bekrachtigd door het teken van Elisabeth, totdat zij haar jawoord spreekt. En Maria vertrekt ogenblikkelijk om met eigen ogen dit teken te aanschouwen.
Zo krijgen we de indruk van wat we het karakter van gabriël zouden kunnen noemen. De schrift noemt hem een ‘man’, maar zegt tegelijk dat hij vliegt. Hij heeft de herhaalde opdracht om uitleg te geven van geheimvolle dingen, maar wanneer de menselijke twijfel te grof wordt, laat hij zich gelden met gezag. Maar tegenover de toekomstige moeder van de Heer treedt hij op met de grootste fijngevoeligheid.
Zijn synax wordt gevierd op de dag na de verkondiging omdat hij als het ware de drager was van het goddelijk Woord dat toegang zocht bij de Maagd Maria om Zich door middel van haar schoot te bekleden met ons menselijk vlees. Hij heeft daarmee de dankbaarheid gewonnen van allen die aan Christus willen toebehoren. We zingen daarom voor hem een eigen officie, maar als Troparion dat van het feest der Verkondiging.
DE HEILIGE APOSTEL JACOBUS ZEBEDEUS

De heilige Jakobos Zebedeos, Apostel, broer van de heilige Johannes de Evangelist. Zij waren met hun vader bezig in de boot de netten te spoelen voor de volgende vangst, toen Christus hen riep banaf de oever. Welk een macht moet er van Christus’ persoonlijkheid zijn uitgegaan, dat zij op hetzelfde ogenblik alles lieten liggen en naar Hem gingen om met Hem mee te gaan in een volkomen onzekere toekomst !. Tegelijk tekent deze ogenblikkelijke bereidheid hun eigen karakter.
Jakobos behoorde met Petros en Johannes tot de bijzondere vertrouwelingen van Christus. Het waren deze drie die Hij meenam naar de berg van de Verheerlijking die Hem nader ondervroegen over de tijd van de wereldondergang² (Marc. 13,3), en die Hij bij zich wilde hebben bij Zijn doodstrijd in de hof van Gethsemani (Marc.14,33).
Maar zijn spontane aard speelde Jakobos ook wel parten. Omdat hij met zijn broer zo klaarblijkelijk tot Christus’
intimi behoorde, begon hij zich daarop te laten voorstaan. Samen met hun moeder probeerden zij de eerste plaatsen in beslag te nemen in het komende Godsrijk, en Christus moest hun heel geduldig uitleggen dat Hij Zich hierop niet kon vastleggen (Matt.20,20-24). Het is niet verbazingwekkend dat de andere Leerlingen daarover ontstemd waren.
Op een andere keer, toen een samaritaans dorp geen gastvrijheid wilde verlenen aan Christus met Zijn groep, waren het weer Johannes en Jakobos die voorstelden om er vuur uit de hemel op te laten vallen als wraak. Natuurlijk moesten ze daarvoor een boetepreek van Christus over in ontvangst nemen. En vriendelijk spottend noemt Hij hen daarna Zijn donderzonen.
Toen de Christengemeente in Jerusalem door de eerste vervolging verspreid werd, zagen de Apostelen hierin een aanvulling van de opdracht die de heer hun had gegeven bij de Hemelvaart : ‘Gaat heen, maakt alle volkeren tot Mijn leerlingen….’(Matt.28,19) en zij verdeelden als het ware de aarde onder elkander. Zo predikte Jakobos in Spanje en de aangrenzenden landen. Toen hij eens weer in Jerusalem was, werd hij door Herodes gevangen genomen en met het zwaard ter dood gebracht (Hand.12,1-2), in het jaar 42
. Zijn relieken zijn overgebracht naar Spanje en hebben daar geleid tot de beroemste middeleeuwse bedevaartplaats in Europa : Santiego de Compostella.
Bronnen : ‘Heiligenlevens voor elke dag’ Uitgave orthodox Klooster St. Jan-de-Doper, Den Haag
Het Onze Vader in origineel Aramees : de taal die Jezus sprak
Heer, leer ons, door Uw Heilige Geest
om van onze vijanden te houden en om voor hen te bidden met tranen.
Heer, verspreidt Uw Heilige Geest op de aarde
Opdat alle volkeren Jou leren kennen en Uw liefde leren.
Heer, zoals Gij gebeden hebt voor Uw vijanden leer ook ons
met de hulp van Uw Heilige geest, om van onze vijanden te houden.
Heer, alle volkeren zijn het werk van Uw handen;
keer haat en wrok om in berouw opdat iedereen vanuit Uw liefde moge leven.
Gij hebt ons het bevel gegeven om van onze vijanden te houden.
Maar dit is soms moeilijk voor ons, zondaars, als Uw gunst niet met ons is.
Maar de Heer verbreidt Zijn gunst op aarde.
Hij geeft aan allen de kracht om Uw liefde te leren kennen,
Om ons te leren liefhebben als een moeder voor haar kinderen,
en zelfs méér dan een moeder, want een moeder kan haar kinderen vergeten.
Maar Gij vergeet ons nooit, want Gij houdt oneindig veel van Uw kinderen, en die liefde kan niet vergeten.
Heer wees barmhartig,
In de rijkdom van Uw goedheid, redt alle volkeren.
Heilige Silouane de Athoniet

Heilige Silouan van de berg Athos
Onze Vader in het Engels (2)
Judith Durham : The Lords Prayer
SPIRITUELE RAADGEVINGEN VAN DE HEILIGE SERAPHIM VAN SAROV

God
God is een vuur die de harten en het innerlijke van de mens doet ontvlammen. Als wij in ons hart het koude zien dat van de duivel komt – want de duivel is koud- laten wij dan onze toevlucht zoeken tot de Heer en Hij zal ons hart komen verwarmen met een volmaakte liefde, niet alleen ten overstaan van Hem, maar ook ten overstaan van de naaste. En de kilheid van de duivel zal vluchten voor Zijn aanschijn . Daar waar God is, daar is geen kwaad …. God toont u Zijn liefde voor de mensheid niet alleen als wij het goede doen, maar ook wanneer wij Hem beledigen en daardoor zijn gramschap verdienen….Zeg niet dat God rechtvaardig is, leert ons de heilige Isaak de Syriër… David noemt Hem ‘rechtvaardig’, maar zijn Zoon heeft ons veeleer getoond dat Hij goe en barmhartig is. Waar is zijn rechtvaardigheid ? Wij waren zondaars, en Christus is voor ons gestorven (Homelie 90).
De redenen waarom Christus in de wereld is gekomen :
1.De liefde van God voor de mensheid. “Ja, God heeft de wereld zo lief gehad, dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar het eeuwig leven zou bezitten” (Joh.3,17).
2. Het herstel van het goddelijk beeld in de gevallen mens en de gelijkenis met dit beeld, zoals de Kerk het zingt ( Eerste Canon van Kerstmis, gezang 1).
3. Het heil van de zielen. ” God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar opdat de wereld door Hem zou gered worden” (Joh.3,17)
Het geloof :
Voor alles moet men in God geloven,” want Hij bestaat, en is de beloner voor hen die Hem liefhebben”(Hebr.11,6). Het geloof is, volgens de heilige Antiochus het begin van onze vereniging met God….Het geloof zonder de werken is dood (Jac.2,26). De werken van het geloof zijn : de liefde, de vrede, de lankmoedigheid, de bermhartigheid, het dragen van het kruis en het leven volgens de Geest. Alleen zo een geloof is van belang. Er kan geen waarachtig geloof zijn zonder werken.
De Hoop :
Allen die standvastig hopen op God richten zich op Hem en worden verlicht door de klaarheid van het eeuwige licht. Indien de mens zijn eigen zaken verwaarloost voor de liefde tot God en om goed te doen, wetend dat God hem niet zal verlaten, dan is zijn hoop wijs en waar. Maar indien de mens zich teveel met zijn eigen zaken inlaat en zich alleen maar tot God richt wanneer er problemen zich voordoen, en wanneer hij ziet dat hij er niet kan uitkomen met eigen middelen, dan is zo een hoop onecht en ijdel. De ware hoop zoekt voor alles het Rijk van God, overtuigd dat alles wat in het leven nodig is voor het leven hier op aarde hem zal gegeven worden. Het hart kan niet in vrede leven voordat hij deze hoop heeft verworven.
De liefde van God :
Hij die de volmaakte liefde van God heeft bereikt, leeft in deze wereld alsof hij er niet in leeft. Want hij beschouwd zichzelf als vreemdeling voor wat hij ziet, geduldig het onzichtbare verwachtende….. Gericht op God, wil hij God slechts beschouwen….
Waarmee moet men de ziel uitrusten ? :
Met het woord van God, want het woord van God, zoals Gregorios de Theoloog zegt, is het brood der engelen waaraan de zielen die dorsten naar God zich voeden.
Hij moet de ziel ook uitrusten met de kennis betreffende de Kerk : hoe heeft zij datgene wat zij heeft moeten doorstaan kunnen bewaren tot vandaag. Men moet dit weten, niet met de bedoeling om over de mensen te regeren, maar voor het geval er vragen gesteld worden waarop wij geroepen zouden zijn te antwoorden. Maar vooral moet men het voor zichzelf doen : om de innerlijke vrede te verwerven, zoals de psalmist zegt : “Die uw wet beminnen, genieten een heerlijke vrede, Heer”, of ” Grote vrede voor hen die uw Wet liefhebben” (Ps.118,165).
De vrede van de ziel :
Er is niets boven de vrede in Christus, waardoor de aanvallen van de bovenaardse en aardse geesten worden vernietigd. “Want niet tegen vlees en bloed geldt onze strijd, maar tegen heerschappijen en machten, tegen wereldheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de lucht” (Ef.6,12). Een redelijk mens richt zijn geest op het innerlijk en doet het in zijn hart neerdalen. Dan zal Gods genade hem verlichten en zal hij zich in een vreedzame en opper-vreedzame staat bevinden : vreedzame, want zijn geweten is in vrede ; opper-vreedzaam, want in het diepste van zichzelf beschouwt hij de genade van de Heilige Geest…..
Kan men zich niet verheugen wanneer men met onze vleselijke ogen de zon ziet ? Nog veel groter is onze vreugde wanneer onze geest met ons innerlijk oog, Christus ziet, Zon van gerechtigheid. Aldus delen wij de vreugde van de engelen. De Apostel heeft hieromtrent gezegd “Maar ons vaderland is in de hemel” (Fil.3,20). Diegene die de weg van de vrede bewandelt, verzamelt als met een lepel, de gaven van de genade. De Vaders die in de vrede en de genade van God leefden, leefden lang. Een mens die in vrede leeft kan ook aan anderen het licht doorgeven die de geest verlicht…. Maar hij moet zich de woorden van de Heer in gedachten brengen :” Huichelaar, trek eerst de balk uit uw eigen oog, dan zult gij zien hoe ge de splinter uit het oog van uw broeder moet trekken” (Matt 7,5).
Deze vrede heeft Onze Heer Jezus Christus voor Zijn dood als een onschatbare rijkdom nagelaten aan Zijn leerlingen , toen Hij zei : “Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef Ik u” (Joh.14,27). De Apostel spreekt ook in deze termen :”En de vrede Gods, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en zinnen bewaren in Christus Jezus” (Fil.4,7). Indien de mens de goederen van deze wereld niet misprijst, dan kan hij de vrede niet bezitten. De vrede verwerft men doorheen beproevingen. Diegene die wil behagen aan God, moet doorheen vele beproevingen gaan. Niets draagt meer bij tot de innerlijke vrede dan de stilte en, indien het mogelijk is, het voortdurend gesprek met zichzelf en zelden met de anderen. Wij moeten dus onze gedachten, onze verlangens en onze daden richten op de verwerving van de Vrede van God. Wij moeten ononderbroken roepen met de Kerk : “Heer ! Geef ons de vrede !”.
Hoe kunnen wij de vrede van de ziel bewaren ?
Wij moeten ons uit alle kracht inzetten om de vrede van het hart te bewaren. Wij mogen niet verontwaardigd zijn wanneer anderen ons beledigen. Wij moeten elke uitbarsting van woede vermijden en ons intellect en hart behoeden voor elke ondoordachte handeling. Een voorbeeld van hoe wij ons gematigd moeten gedragen is ons voorgeho
uden door Gregorios de Thaumaturg. Aangekomen op een publieke plaats waar een publieke vrouw hem de prijs vroeg voor overspel, dat hij zogezegd met haar zou hebben , in plaats van zich kwaad te maken zei hij rustig tot zijn vriend : Geef haar wat zij vraagt. Nadat zij het geld genomen had werd de vrouw door een demon op de grond geworpen. Maar de heilige verjoeg de demon door het gebed.
Indien het niet mogelijk is om zich niet boos te maken, dan moet men minstens zijn tong intrekken….Opdat de vrede zou bewaard worden moet men de melancholie verjagen en trachten een vrolijke geest te hebben… Indien iemand niet aan zijn behoeften kan voldoen, is het moeilijk om de ontmoediging te bestrijden. Maar dit betreft de zwakke zielen. Opdat de innerlijke vrede zou bewaard blijven, moet men vermijden om anderen te beoordelen. Hij moet kijken in zichzelf en zich afvragen : “Wie ben ik ?”. Hij moet vermijden dat onze zintuigen, vooral het zien, ons niet in de war brengen : want de gave der genade behoort slechts toe aan hen die bidden en zich over hun ziel ontfermen.
Zuiverheid van hart
Wij moeten ons hart voortdurend beschermen voor onreine gedachten en indrukken volgend de woorden van de auteur van het boek der spreuken : ” Bewaar uw hart met alle ijver, want daar ligt de oorsprong van het leven”(Spr.4,23). Zo wordt in het hart de zuiverheid geboren. “Welzalig zijn de zuiveren van hart, want zij zullen God zien” (Matt.5,8). Het goede dat in het hart is gekomen moeten wij niet onnodig onthullen naar buiten toe : De geheimen van ons hart zijn een schat in het binnenste van je hart, zij moeten niet geopenbaard worden aan zichtbare en onzichtbare vijanden.
Het hart dat verwarmd is door het goddelijk vuur, borrelt op als het vol is van levend water.Als dit water naar buiten toe uitgegoten wordt, wordt het koud en de mens verstijft van de kou.
Het gebed
Diegenen die besloten hebben om God werkelijk te dienen moeten er zich in oefenen Hem steeds in gedachten te hebben en onophoudelijk innerlijk Jezus Christus te bidden : Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, zondaar… Door zo te handelen en zich te behoeden voor verstrooiingen en in volle gemoedsrust te blijven, kan men tot God naderen en zich verenigen met Hem. Want, zegt de heilige Isaac de Syriër, buiten het ononderbroken gebed is er geen ander middel om tot God te naderen (Homelie 69).
In de kerk is het goed om de ogen gesloten te houden, om verstrooiingen te vermijden.Men kan ze openen als men zich slaperig begint te voelen. Dan moet men zijn blik op een icoon richten of op een kaars die ervoor brandt. Indien onze geest zich tijdens het gebed verstrooit, dan moet men zich voor God vernederen en vergiffenis vragen….want, zoals de heilige Marcarius het zegt “de vijand wil slechts onze gedachten van God afkeren, van Zijn ontzag en Zijn liefde” (Homelie 2).
Wanneer het verstand en het hart verenigd zijn in het gebed, en wanneer het hart door niets meer vertroebeld wordt, dan vult het hart zich met geestelijke warmte.
Het licht van Christus
Om het licht van Christus in zijn hart te ontvangen, moet men, zoveel als mogelijk, zich losmaken van zichtbare dingen. Als men zijn hart op voorhand gezuiverd heeft door berouw en goede werken, als men vol van geloof is in de gekruisigde Christus en onze vleselijke ogen gesloten zijn, laat dan uw geest zich vol toewijding en vurigheid voor de Wel-beminde onderdompelen in het hart om de Naam van Onze Heer Jezus Christus uit te roepen . De mens vindt in de aanroeping van de Naam vertroosting en zachtheid, die ons aanzet een hogere kennis te zoeken.
Als door dergelijke oefeningen de geest geworteld is in het hart, dan zal het licht van Christus schijnen in ons binnenste. Hij zal onze ziel verlichten door Zijn goddelijk licht, zoals de profeet Malachias zegt : “Maar voor u, die Mijn Naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan” (Malakias,3,20). Dit licht is ook het leven, volgens de woorden van het evangelie : “In wat bestond, was Hij het leven, en het leven was het licht der mensen” (Joh.1,4).
Wanneer de mens in het binnenste van zichzelf dit eeuwig licht aanschouwt, dan vergeet hij al wat vleselijk is, hij vergeet ook zichzelf en zou zich zelfs willen verbergen in het diepste der aarde, om toch maar niet van dit unieke goed te worden beroofd – God.
De aandacht :
Hij die de weg van de aandacht volgt moet niet trots zijn op zijn eigen verstand, maar moet zich richten op wat de Schriften ons zeggen en hij moet de bewegingen van zijn hart en zijn leven vergelijken met het leven en de daden van de asceten die hem zijn voorafgegaan. Zo is het veel gemakkelijker om zich te behoeden voor de kwade en klaar en duidelijk de waarheid te zien.
De geest van een aandachtig mens is vergelijkbaar met een schildwacht op de muren van de binnenkant van Jeruzalem. Niemand ontsnapt aan zijn aandacht, noch “de duivel die als een brullende leeuw rondtrekt op zoek wie hij kan verslinden” (1 Petr.5,8), noch diegenen die “hun boog al gespannen houden om geniepig onschuldige harten te treffen” (Psalm 10,2). Hij volgt de lering van de Apostel Paulus die gezegd heeft : “Grijp naar de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden op de boze dag, en pal te blijven staan, na alles te hebben volbracht” (Ef.6,13). Diegene die deze weg volgt moet geen aandacht hebben voor de geruchten die de ronde doen,noch voor de zaken van anderen….maar tot de Heer bidden : “Van al mijn onbewuste fouten, zuiver mij” (Psalm 18,13).
Treed binnen in jezelf en zie welke passie in u reeds verzwakt zijn, welke het zwijgen zijn opgelegd als gevolg van de genezing van je ziel. Welke vernietigd zijn en u volledig hebben verlaten Ziet gij toe of een sterk en levendig lichaam reeds op de zweer van uw ziel drukt – dit levend vlees is de innerlijke vrede. Ziet gij ook welke passies er nog overblijven – lichamelijke of geestelijke ? En hoe reageert uw verstand ? Trekt het ten strijde tegen deze passies, of doet het alsof het ze niet ziet ? En ontstaan er geen nieuwe passies ? Door zo aandachtig te zijn kan je zien in welke mate je ziel gezond is.
Uittreksel uit de ‘Instructions spirituelles’ in Irina Goraïnoff, Sérafim van Sarov
Vertaald door kris B.
Onze Vader in het ‘ARABISCH’
16e zondag na Pinksteren – tweede zondag na de Kruisverheffing
feest van de heilige Metropolieten van Moscou
Peter,Alexy,Johannes en Filip

LEZINGEN VAN DE ZONDAG
Eerste lezing :
2 Kor. 4,1-10
Omdat God ons in zijn barmhartigheid deze taak gegeven heeft, verzaken wij onze plicht niet. Integendeel, we hebben ons afgekeerd van heimelijke lafheid: we gaan niet sluw te werk, vervalsen het woord van God niet, maar maken de waarheid openlijk bekend. Zo bevelen we ons ten overstaan van God aan bij ieders geweten. Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, geldt dit alleen voor hen die verloren gaan: de ongelovigen, van wie de gedachten door de god van deze wereld zijn verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien, de luister van Christus, die het beeld van God is. Wij verkondigen niet onszelf, wij verkondigen dat Jezus Christus de Heer is en dat wij omwille van hem uw dienaren zijn. De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.
Het huidige leven en de toekomstige luister
Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt.
Tweede lezing :
Evangelie : Matth.25,14-30
Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

De oosters-orthodoxe kerken
Informatie over de Orthodoxe kerk voor beginners en scholieren
Mijn artikel gaat over de oosters-orthodoxe kerken. Dit is zeer interessant om een aantal redenen. Ten eerste is de oosters-orthodoxe kerk altijd onderbelicht geweest. Omdat wij zelf in West-Europa leven, weten we natuurlijk meer van de westerse kerktraditie. Om een goed beeld te krijgen van hoe de kerk in de middeleeuwen in elkaar zat is het ook een interessant onderwerp om te bestuderen. De oosters-orthodoxe kerk van is namelijk veel sterker aan de traditie gehecht dan de rooms-katholieke kerk .
Ook met het oog op een reis naar Griekenland is het interessant en zelfs vereist wat te weten van de oosters-orthodoxe kerktraditie. Er zijn namelijk negen miljoen mensen bij de oosters-orthodoxe kerk in Griekenland aangesloten en het is daarmee in dit land het grootste geloof. Tot slot sluit het goed aan bij het onderwerp `Europa en de buitenwereld´, aangezien de oosterse traditie is gevoed door culturen van buiten Europa.
In 1054 vond het grote schisma plaats. Dit schisma kwam natuurlijk niet zo maar uit de lucht vallen. Aan de scheuring in de kerk gingen vele gebeurtenissen vooraf, zoals is verteld in het hoofdstuk van Malinche. Gebeurtenissen, ontstaan door de grote cultuurverschillen tussen oost en west. Het oosten heeft een rijke geschiedenis van denken. In het oude Griekenland en de westkust van het huidige Turkije ligt de bakermat voor de westerse filosofie. Onder andere beïnvloed door nog oudere en oostelijkere culturen zoals bijvoorbeeld de Egyptische, maar ook de Etruskische, had het oosten een lange traditie van denken.
Ook had het oostelijke deel van de kerk veel minder last van politieke schommelingen. Waar het westelijke deel door ondergang van het West-Romeinse Rijk en de volksverhuizing ernstig werd ontwricht, had het oostelijke deel de touwtjes strak in handen. De keizer en de patriarch (leider van de Griekstalige Kerk) gaven strakke leiding vanuit hoofdstad Constantinopel (ook wel bekend als Byzantium, het huidige Istanbul). Verder was in het westelijke deel Latijn de taal en in het oostelijke deel Grieks. Je zou aan de hand van deze gegevens kunnen stellen dat het oostelijke deel de zaakjes beter op orde had.
Toch had Rome de macht. Dit stak het oostelijke deel van de Kerk en zij vonden dat Byzantium en de patriarch van Byzantium gelijkwaardig waren aan Rome en de paus. Al eerder hadden sommige gemeenschappen uit het oosten zich geërgerd aan de arrogante houding van Rome. Kleine schisma´s naar aanleiding van de concilies van Ephese (431) en Chalcedon (451) zijn daar bewijzen van.
Ook zijn er theologische verschillen tussen het oostelijke en westelijke deel van de kerk. Een belangrijke kwestie staat ook wel bekend als de `filioque´-kwestie. Deze kwestie gaat over de heilige drieëenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Het gaat erom of de Heilige Geest alleen van de Vader uitgaat of ook van de Zoon (filioque). In het westelijke deel werd gedacht van wel, maar patriarch Michaël Caerularius verwierp deze stelling.
Voor de oosters-orthodoxe kerk is de leer van de oude Concilies en Kerkvaders erg belangrijk.
Een ander huidig kenmerk in het Oosten is het gebruik van de vele iconen (schildering met afbeelding van Christus, Maria en plaatselijke heiligen in de kerk en op de ikonostase). Deze worden vereerd door ze aan te raken, te kussen en er kaarsjes bij te branden. Deze verering komt voort uit het idee dat het ware zelf in het beeld aanwezig is. Door de opkomst van het neo-platonisme was deze gedachte erg in trek. Het stamt af van de bekende ideeënleer van Plato, die een scheiding maakt tussen twee werelden. Tegen deze verering kwam van twee kanten verzet. Enerzijds van de politiek, die de aanhangers van het nieuwe geloof – de moslims – wilde terugwinnen met een geloof zonder beeltenissen. Dit kennen we ook min of meer in de Rooms katholieke Kerk. De hele kerkdienst is ook sterk liturgisch, een preek is kort en van ondergeschikt belang.
Wie een oosters-orthodoxe kerkdienst bijwoont, merkt gelijk het verschil in beleving van geloof ten opzichte van het Westen. Overal in de kerk zijn iconen geschilderd en de diensten zijn plechtig en duren vaak lang. De mensen staan met hun gezicht naar het oosten waar zich het altaar en de ikonostase bevindt. De ikonostase is een muur van houten panelen om het altaar heen, dat als heilige plek wordt beschouwd, waarop de genoemde schilderingen te zien zijn.
Na het schisma is de orthodoxe kerk weinig veranderd, behalve dan dat ze een beetje rust hadden. Er was in het Oost-Romeinse Rijk sprake van een stabiele samenleving. Waar Rome zich sterk ontwikkelde bleef de orthodoxe kerk nagenoeg hetzelfde. Mede hierdoor komt deze kerk op ons over als zeer ouderwets, maar in werkelijkheid is dit niet zo. Ze houdt sterk vast aan de traditie, omdat ze vreest, dat daardoor heel wat diepere waarden
Het totale huidige aantal aanhangers van de oosters-orthodoxe kerk, of zoals het ook wel wordt genoemd de Byzantijns-orthodoxe kerk wordt geschat op 150 miljoen. Deze mensen komen voornamelijk uit landen van het voormalige Oost-Romeinse Rijk en landen uit de voormalige Sovjet-Unie. Deze 18 landen met hun eigen nationale structuur, waarvan er negen een status van patriarchaat hebben. De oecumenisch patriarch van Constantinopel heeft een eerste plaats als primus inter pares.
Ik hoop hiermee een goed beeld te hebben geschetst hoe de oosters-orthodoxe kerk in elkaar zit en wat haar kenmerken zijn. Ik vond het erg interessant om te bestuderen en ik denk ook dat mede door het schisma de culturele kloof tussen West- en Oost-Europa zo groot is.
Bron : Scholieren.com
‘Turkije moet orthodox seminarie toestaan’
25-09 10:07
Als Turkije aanspraak wil maken op het EU-lidmaatschap, moet het zich ook aan de Europese regels houden.
Dat betekent op zijn minst opening van het seminarie van de orthodoxe kerk in Istanbul. Dat stelde de voorzitter van het Europees Parlement, de Duitser Hans-Gert Pöttering, gisteren bij het bezoek van patriarch Bartholomeus I aan Brussel.
De patriarch staat aan het hoofd van de oosters-orthodoxe kerken en heeft zijn zetel in Constantinopel, het tegenwoordige Istanbul. Het patriarchaat kampt nog altijd met problemen als het gaat om godsdienstvrijheid in Turkije. Zo worden sommige eigendommen door Turkije niet erkend en is de theologische Halkischool van het patriarchaat al sinds 1971 gesloten. De Turkse overheid blokkeert de opening ondanks uitspraken van onder andere het Europees Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg, aldus Bartholomeus.
Pöttering stelde dat de weigering van Turkije niet in het voordeel van het land werkt. ,,Turkije wil lid worden van de EU en de EU niet van Turkije. Net zoals in Europa moskeeën gebouwd kunnen worden, moeten andere confessies hun gebouwen in Turkije kunnen hebben. Opening van het Haldiseminarie is een noodzakelijke voorwaarde voor de toetreding van Turkije tot de EU.” Patriarch Bartholomeus I van Constantinopel pleitte in zijn rede voor het Europarlement voor toetreding van Turkije tot de EU. ,,We zien echter de aarzeling ten opzichte van een land dat voornamelijk uit moslims bestaat”, gaf hij toe. Toch moet Europa zich hier overheen zetten. ,,Europa is nu al vol met moslims, die overal vandaan komen. De aanwezigheid van moslims in Europa is een realiteit en het samenleven van mensen met een verschillende culturele en religieuze achtergrond kan een enorme verrijking zijn.”
Wel vindt de patriarch dat Turkije aan alle volwaarden moet voldoen, zeker als het gaat om de houding ten opzichte van minderheden. ,,De huidige regering heeft gelukkig een positievere opstelling tegenover minderheden”, aldus Bartholomeus, die stelde dat het handjevol christenen in Turkije geen enkele bedreiging kan vormen jegens het door moslims gedomineerde land.
In zijn rede brak de patriarch nogmaals een lans voor handhaving van het woord ‘oecumenisch’ als toevoeging bij het patriarchaat. De Turkse autoriteiten erkennen het gebruik van dit woord niet, omdat dit volgens hen een politieke bijklank kent die de Turkse soevereiniteit zou aantasten.
Volgens de patriarch heeft de term echter geen enkele betrekking op wereldlijke of politieke aspiraties, maar duidt het op de universele dimensie van het evangelie. ,,We vormen geen nationale kerk maar willen alle volken dienen.”
(Bron : Nieuws.marokko.nl)
14e zondag na Pinksteren
Sluiting van het feest van de Kruisverheffing

Lezingen
2 Kor.1,21-2,4 :
Ik had mezelf dus voorgenomen u niet opnieuw zo’n verdrietig bezoek te brengen. Want als ik u verdriet doe, wie moet mij dan blij maken? Toch alleen u – en u zou nu juist verdriet door mij hebben. Dat is ook precies wat ik u geschreven heb: ik wilde niet dat ik bij mijn bezoek verdriet van u zou hebben, terwijl u mij juist blij had moeten maken. En ik had er alle vertrouwen in dat u allen in mijn vreugde zou delen. Toen ik u schreef was ik terneergeslagen en bedrukt en stonden de tranen in mijn ogen. Ik wilde u geen pijn doen, maar u laten weten hoezeer ik u liefheb.
Evangelie :
Matth.22,1-14
Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. Hij stuurde zijn dienaren eropuit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!'” Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen. De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen eropaf, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: “Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.” De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had, en hij vroeg hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen. Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt. Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”‘
(om de tekeningen te verkrijgen van alle twaalf grote Feesten van het Kerkelijk jaar)
KLIK op de tekening hierboven !!)
15e zondag na Pinksteren
1e zondag na de Kruisverheffing

Eerste lezing :
2 Kor.4,6-15
De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.
Het huidige leven en de toekomstige luister
Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven. Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven en weten dat hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken en ons samen met u naar zich toe zal voeren. Dit alles gebeurt omwille van u, zodat Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt, ook tot steeds meer dankzegging leidt, tot eer van God.
Evangelie :
Matth.22,35-46
|
Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’ Nu de farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: ‘Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?’ ‘Van David,’ antwoordden ze. Jezus vroeg: ‘Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?’ En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen. |
HEILIGE ANTONIOS DE GROTE
Inhoudsopgave :
– Historisch kader rond Antonios de Grote : – het kerkelijk kader
– het wereldlijk kader
– het persoonlijk kader- – –
– Levensbeschrijving van Antonios de Grote
– De heiligverklaring van Antonios de Grote
– Belang van zijn persoon en de gevolgen van zijn heiligverklaring
– De spirituele benadering van Antonios de Grote
– Liturgie rond Antonios de Grote
– Bronnen : – algemene bronnen – persoonlijke bronnen
– Bijlagen
Heilige ANTONIOS DE GROTE
Historisch kader rond Antonios de Grote ( periode van 250 tot 350 na Chr.)
Het kerkelijk kader
De vroege christelijke kerk stak op moreel vlak met kop en schouders uit boven de toenmalige maatschappij. Rond 200 na Chr. waren er 2% christenen, dit aantal steeg in de daaropvolgende eeuw tot 8 % . In Egypte was de kerstening al sterk doorgedrongen. De heersende, heidense cultuur had de eerste Christenen ertoe aangezet om hun geloof te verdiepen. Dus tegen het einde van de derde eeuw konden zij al theologische literatuur voorleggen, die eerst in het Grieks en nadien in het Latijn werd vertaald.
Het wereldlijk kader
Tussen 235 en 284 na Chr. waren er een aantal soldatenkeizers die een economische, maatschappelijke en militaire puinhoop van het Romeinse rijk maakten. In het decennium na 250 waren er twee korte periodes van vervolgingen. Na 260 was er een rustige periode van 40 jaar die de “Lange Vrede ” (Pax Longa) werd genoemd. In 284 kwam Diocletianus aan de macht en alles bleef rustig tot in 303 n.Chr. In dat jaar herbegonnen de vervolgingen die eindigden in 311, enkele dagen voor de dood van zijn opvolger Galerius.
Galerius vaardigde een edict uit waarin het Christendom voor de eerste keer het statuut van geoorloofde godsdienst kreeg. In het edict van Milaan in 313 bekrachtigen zijn opvolgers Constantijn en Licinius dit statuut ( bekend als de Kerkvrede).
Tussen 320 en 324 was er toch nog een laatste poging tot vervolgingen door Licinius. Maar vanaf 324 werd Constantijn alleenheerser. Deze keizer had sympathie voor het Christendom, maar vond het ook een ideaal middel om zijn rijk uit te bouwen. Hij zag zich als de eerste vertegenwoordiger van God op aarde. Rond 330 stichtte hij Constantinopel en bleef aan de macht tot 337. Onder zijn bewind vond ook het Concilie van Nicea plaats en waren er problemen met de Arianen. Zijn opvolger en zoon Constantinus koos zelfs de zijde van de Arianen. Uiteindelijk was het keizer Theodosius (die in 379 keizer werd) die een einde maakte aan het Arianisme.
Persoonlijk kader
Antonios de Grote had tussen 250 en 350 in Egypte contact met veel van zijn tijdsgenoten, waaronder :
Paulus van Thebe : ( 250 tot 340) de oerkluizenaar die de woestijn was ingevlucht om te ontsnappen aan de vervolgingen van keizer Decius
Amoen : kluizenaar in Nutrië , Antonios voorspelde zijn dood
Athanasius: (295 tot 373) bisschop van Alexandrië, had sterke banden met de woestijnmonniken en schreef voor 370 de Vita Antonii
Pachomius : (292 tot 346) grondlegger van het cenobitisme
de Arianen: (250 tot 380) groep van geestelijken die de goddelijke natuur van Christus de Zoon niet aanvaarden. Dit leidde in de toenmalige kerk tot veel spanningen. Antonios en Athanasius behoorden tot de niceanen (anti-arianen)
Serapioon : leerling van Antonios en vriend van Athanasius, was bisschop van Thmoesis. Er is een brief gevonden van Serapioon geschreven aan Antonios zijn leerlingen. In deze brief troost hij de leerlingen bij het sterven van hun geliefde vader, Antonios (brief is geschreven in 356 in het Syrisch en Armeens).
Levensbeschrijving van Antonios de Grote
De heilige Antonios werd in 251 in Midden- Egypte geboren in een rijk christelijk gezin. Hij weigerde de klassieke scholing te volgen omwille van het inhoudelijke polytheïsme. Hij verbleef bij de bisschop van Alexandrië, Alexander. Op twintigjarige leeftijd overleden zijn ouders en bleef hij achter met een zusje. Op zekere dag hoorde hij in de viering het evangelie van Matteus (Mt 19 : 16 -21) het verhaal van de rijke jongeling. Dit zette hem ertoe aan om zijn bezit uit te delen aan de noodlijdenden (behalve een gedeelte dat diende voor de opvoeding van zijn zusje) en te gaan leven buiten de stad. Hij bezocht tal van kluizenaars en ging in de leer bij een oudere onder hen, zo leerde hij een ascetisch leven opbouwen. In 286 brak een eerste fase aan. Daarin zonderde hij zich af en ging hij in een verlaten burcht wonen. Twintig jaar lang sloot hij zich op e
n weigerde contact met anderen. Hij leerde te volharden en te weerstaan aan de vele verleidingen van de duivel. Hij voerde een zware innerlijke strijd, maar kwam gelouterd naar buiten. Rond 306 woonde hij in een kluis in het binnenste gebergte van Egypte ( Pispir) en begonnen er zich meer en meer andere kluizenaars rond hem te vestigen. Toen brak er een tweede levensfase aan. In deze sociale fase kreeg hij bezoek van monniken en kerkelijke personen (Athanasios),maar ook gewone mensen kwamen hem om raad vragen. In dat stadium had hij door zijn toegankelijkheid, aantrekkingskracht en bijzondere gaven ( genezingen en juiste voorspellingen) veel invloed. Rond 310 reisde hij naar Alexandrië om de door Maximus vervolgde christenen bij te staan. Maar het verlangen naar de eenzaamheid bleef. Hij trok in 312 verder de woestijn in (aangeduid als het binnengebergte – het zou om de berg al-Qalzam gaan, de kluis van Antonios ligt op 2km van het klooster Deir Mar Antonios). Hier bleef hij tot aan zijn dood in 356.

In 338 trok hij nog eenmaal naar Alexandrië om de leugen te ontkrachten dat hij zou meeheulen met de Arianen tegen zijn vriend en bisschop van Alexandrië, Athanasios. Hij veroordeelde in het openbaar de Arianen en waarschuwde tegen hun dwaalleer. Twee jaar later bezocht hij Paulus van Thebe (de oerkluizenaar) die stervende was. Deze schonk hem zijn unieke tuniek (uit palmbladeren geweven ) die Antonios steeds droeg op Pasen en Pinksteren. Antonios zette zijn ascetisch leven voort en overleed in 356 op 105-jarige leeftijd. Hij voorspelde zijn eigen dood. Hij vroeg om begraven te worden op een geheime plaats en niet gebalsemd te worden zoals toen nog gebruikelijk was bij de Egyptenaren.
Rond 561 werd zijn stoffelijke resten toch gevonden en naar Alexandrië overgebracht. In 635 verhuisden de relikwieën naar Constantinopel en bleven daar tot in het jaar 1000. Waarschijnlijk door de kruisvaarten kwamen ze in Zuid-Frankrijk terecht. Op enkele partikels na zouden ze verloren zijn gegaan. Er zou nog een deeltje liggen in het Sint-Anthonius klooster in de Dauphiné en een armreliek in Keulen.
De heiligverklaring van Antonios
Antonios de Grote wordt beschouwd als de vader van het anachoretisme (monnikenwezen in het algemeen)..
Stilzwijgende heiligverklaring
Antonios had tijdens zijn leven al een schare van bewonderaars : christenen die genezingen kwamen afsmeken en verkregen, buitenlanders die over zijn faam gehoord hadden, andere monniken die zijn voorbeeld volgden en in zijn buurt kwamen wonen. Zijn verering breidde zich snel uit door de verspreiding van de Vita Antonii en de Vaderspreuken (vooral na de vertaling van deze werken in het Grieks en Latijn). Ook door de Koptische monniken die over geheel West-Europa gingen prediken raakte zijn naam alom gekend. Nochtans heeft Antonios geen monastieke regels nagelaten (zoals Pachomius). Maar het anachoretisme oefende een aantrekkingskracht uit die navolging vond over het toenmalig Romeinse rijk.
Plechtige heiligverklaring
Reeds in de vijfde eeuw werd zijn vermoedelijke sterfdatum, zeventien januari, door Euthymus (abt van Palestina 377 tot 473) vastgelegd als herdenkingsdag. Ook in de heiligenkalender van Auxerre (fr) tussen 592 en 600 was 17 januari al de herdenkingsdag van Antonios.

Belang van zijn persoon en de gevolgen van zijn heiligverklaring
Reeds tijdens zijn leven oefende het kluizenaarsschap op velen een aantrekkingskracht uit. Het oostelijk Romeinse rijk stond meer open voor de diepere spiritualiteit dan het westelijke gedeelte. Rond het Middellands zeegebied ontstonden veel kluizenaarsgemeenschappen die tot in de late middeleeuwen succes kenden. Het anachoretisme werd veeleer beoefend door mannen dan door vrouwen ( praktisch reden : gevaren van de afgelegen streken). Zowel de heilige Augustinus als Benedictus zouden hun bekering aan Antonios te danken hebben
De spirituele benadering
Wat onmiddellijk opvalt is het grote verschil in benadering tussen het oosten en het westen. In het oosten, de Orthodoxe Kerk, vinden we Antonios terug als de grote bezieler van het monnikwezen met een diep inzicht in de groei van het geestelijk leven. Zijn iconografische afbeelding toont steeds een figuur met kapmantel en lange, grijze baard. Als attributen ziet men soms zijn staf (taustaf), een boek (het Heilige Schrift) of een perkamentrol en eventueel nog een bel aan de taustaf. Die manier van afbeelden grijpt terug naar de oorspronkelijke symboliek rond de figuur van Antonios. In het westen hebben alle grote kunstenaars,van de middeleeuwen tot nu, hem uitgebeeld met grootse visoenen van verschrikkelijke duivels (waarschijnlijk door de beschrijving van deze duivels in de Vita Antonii). Maar in de volksaanbidding is hij gekend als de heilige met het varken. De mythe rond het varken is ontstaan in de vroege middeleeuwen toen de arme plattelandsbevolking werd geteisterd door het Antoniusvuur of ergotisme. Deze ziekte komt door het eten van roggebrood dat besmet was door een schimmel. Kenmerkend voor deze ziekte waren het afsterven van de ledematen en de helse,brandende pijn. De zieke werd ook geteisterd door hallucinaties met een spirituele of religieuze inslag (vandaar ook het verband met de duivelse visoenen van Antonios). In 1095 richtten ridders een hospitaalorde op : de Sint-Antoniusorde. Deze orde verzorgde de zieken en kreeg toelating om varkens te houden. Een beperkt aantal mocht vrij rond lopen in de toenmalige middeleeuwse steden. Het vlees werd op
17 januari uitgedeeld aan de armen en een gedeelte diende voor de bekostiging van de hospitalen. Zo is deze verering ontstaan . Antonios werd dan ook aanbeden als beschermheilige voor ziekten en als patroonheilige voor allerlei beroepen.

Liturgie rond Antonios de Grote
Antonios wordt gevierd op 17 januari. In de gewone liturgie wordt alleen de naam van de Heilige vermeld. Toch bestaan er tal van liturgische teksten en gebeden aan hem gewijd. Als voorbeelden zijn in de bijlage opgenomen: de gebeden en teksten die Dhr. Biesbroeck gevonden heeft in een Romeins Brevier. Verder een Griekse hymne (apolytkion en kontaktion), een troparion en nog een kondakion. Deze bevatten allen zeer lovende bewoordingen voor Antonios. Ook
de monastieke Cahiers beschrijven een aantal lofredes. De oudste is van Hesychius van Jeruzalem, die gehouden werd op 17 januari van een onbekend jaar, ergens tussen 420 en 450 na Chr.
Dit zijn slechts enkele voorbeeld want in iedere taal en kerk zijn er nog een heleboel gebeden, teksten en hymnen terug te vinden. Dit toont aan dat Antonios de Grote al een eeuwenlange verering kent.
Bronnen :
Algemene bronnen :
– De Vita Antonii – geschreven in het Grieks rond 370 na Chr door Athanasius, bisschop van Alexandrië en vriend van Antonios. De Vita is het eerste boek in een hele reeks van boeken over heiligenlevens, geschreven door veel auteurs tot in de late middeleeuwen. Dit boek was het ideale middel om het vroege christendom te promoten. Korte tijd later waren er reeds de eerste vertalingen in het Latijn (o.a. een vertaling van Evagrius, diaken te Antiochië). De Vita behoort tot de paranetische literatuur (literatuur die vanuit de Christelijke beginselen opwekt tot heiligheid naar aanleiding van een bepaald persoon). De nadruk ligt op het stichtelijke van het werk.
– De brieven van Antonios : twee reeksen : een van zeven en een van twintig brieven, gestuurd naar verschillende kloosters (o.a. van Arsinoë). De meeste brieven, die oorspronkelijk in het Koptisch geschreven zijn, bestaan nu nog in Griekse en Latijnse vertalingen. Er zijn echter nog fragmenten gevonden van de oorspronkelijke brieven. De echtheid van deze brieven wordt versterkt door het feit dat twee spreuken van Antonios aangehaald worden( nr. 8 en 22). Het enige historisch feit komt voor in een brief waar over Arius gesproken wordt. Arius is overleden rond het jaar 336. Inhoudelijk zijn deze brieven aanbevelingen voor een verdieping in het ascetische leven. De brieven getuigen ook van een grondige kennis van de H.Schrift.
– De Vadersspreuken : in totaal 170 uitspraken over het gedrag van de mensen en een stichtelijke levenswijze. In het Gerontikon staan er 38 spreuken, verder is er nog een reeks Koptische spreuken. Daarnaast bestaan er nog talrijke spreuken waarin Antonios aangehaald wordt.

Persoonlijke bronnen :
-‘Leven, getuigenissen en brieven van de H.Antonius Abt’ -Monastieke cahiers – C.Wagenaar.
-‘Bevrijd en gebonden – de Kerk van Constantijn’ – Pierre Trouillez – Davidsfonds.
-‘Abba’s en andere asceten over Antonius’ – Adolphus.
-‘Antonius “der Grosse” – okumenische Heiligenlexikon en Bijgevoegde vertaling’
-Monniken – Abbaye Notre – Dame de Leffe
-Promotie van dr Bertrand – die evagriusubersetzung der Vita Antonii
-Anthony the Great – Orthodox Wiki
-St Anthony – Catholic encyclopedia
–‘Heiligenjaar – Heiligenlevens voor elke dag’ – deel 1 januari – orthodox klooster van de H. Joannes de Doper – p 72 tot 74

Vertalingen:
Vertaling van een gedeelte van de tekst uit Antonius der grosse -Okumenische Heiligenlexikon
Antonius zou 105 jaar zijn geworden. Toen zijn volgelingen hem begroeven zouden er engelen rondom hen hebben gestaan. Van zijn brieven zouden er zeven overgeleverde Latijnse vertalingen als echt gelden en verder ook nog een brief over het oprechte berouw.
Antonius zijn verering begon reeds in 500 na Chr. Zijn relikwieën werden in 561 overgebracht naar Alexandrië. En verhuisde
n in 635 naar Constantinopel (huidige Istanboel) en dan in het jaar 1000 naar Zuid-Frankrijk. In 1491 werden ze naar Arles overgebracht. Nu liggen ze in het klooster van de Sint-Antoniusorde in St.Antoine in de Dauphiné (Fr).

Vertaling uit St Anthony founder of Christian monasticism – Catholic encyclopedia.
Antonios de Grote
Stichter van het monachisme
De belangrijkste bron van informatie over Antonios de Grote is de griekse vertaling die aan St. Athanasius wordt toegeschreven en die in meerdere uitgaven en wordt teruggevonden.Aan het eind van dit artikel wordt gesproken over de controverse betreffende de Vita Antonii hier zal het voldoende zijn om te zeggen dat nu het met praktische eenstemmigheid door geleerden als wezenlijk historisch verslag, en als waarschijnlijk authentiek werk van St. Athanasius wordt aanzien.
De waardevolle hulpinlichtingen worden verstrekt door secundaire bronnen: „Apophthegmata”, voornamelijk verzameld onder de naam van Antonios (bij het hoofd van de alfabetische inzameling van Cotelier, P.G. LXV, 7]); Cassian, vooral Coll. II; Palladius, „Historica Lausiaca”, 3.4.21.22 (E-D. Butler). Dit werk kan waarschijnlijk worden goedgekeurd als wezenlijk authentiek, terwijl dat van St. Jerome het „Leven van St. Paul de heremiet” voor historische doeleinden niet kan worden gebruikt.
Antonios was geboren in Coma, dichtbij Heracleopolis Magna in Fayum, in het midden van de derde eeuw. Hij was de zoon van welstellende ouders, en bij hun dood (hij was toen 20 jaar) erfde hij hun bezit. Hij had de wens om het leven van de Apostelen en de vroege Christenen te imiteren Op een dag in de kerk bij het horen van het evangelie het verhaal van de rijke jongeling deed hij al zijn bezit en goederen weg, en wijdde zich uitsluitend aan het godsdienstige leven..
Reeds lang was het bij de Christenen gebruikelijk om ascetisch te zijn, niet te huwen ,nederig te vasten, te bidden en werken van barmhartigheid te stellen maar zij deden dit zonder hun huis of familie te verlaten. Later, in Egypte, leefde dergelijke asceten in hutten aan de rand van de steden en de dorpen, en dit was de gemeenschappelijke praktijk tot 270, toen Anthony zich uit de wereld terugtrok. Hij begon zijn ascetische leven zonder zijn geboorteplaats te verlaten. Hij had de gewoonte om diverse asceten te bezoeken, hun leven te bestuderen, en te proberen om van elk van hun deugden te leren waarin zij schenen uit te blinken. Dan trok hij zich terug in één van de graven, dichtbij zijn geboortedorp , en daar was het dat hij die vreemde conflicten had met demonen en wilde beesten die hem soms voor dood achterlieten;.,Op de leeftijd van vijfendertig ging Antonios in absolute eenzaamheid gaan leven. Hij stak de Nijl over en op een berg dichtbij de het oostbank, toen Pispir, nu Der el Memum, vond hij een oud fort waarin hij zich op sloot om daar twintig jaar in volstrekte afzondering door te brengen. Het voedsel werd hem over de muur toegeworpen. Hij werd af en toe bezocht door pelgrims, die hij weigerde om te zien Maar een aantal zogenaamde discipelen vestigden zich geleidelijk aan in holen en in hutten rond de berg. Er werd dus werd een kolonie van asceten gevormd, die aan Antonios vroegen om hun gids in het geestelijke leven te zijn. Rond 305 beeindigde hij zijn opsluiting en kwam te voorschijn. Tot verrassing van allen, scheen hij te zijn zoals toen hij in was gegaan, niet uitgemergeld, maar krachtig in lichaam en mening.
Vijf of zes jaar wijdde hij zich aan de organisatie van monniken die rond hem was gegroeid; maar toen trok hij zich nog verder in de binnenwoestijn terug ( tussen de Nijl en de Rode zee). Dichtbij de kust vestigde hij zich op een berg waar zich het klooster bevindt dat zijn naam draagt, Der Mr Antonios . Hier bracht hij de laatste vijfenveertig jaar van zijn leven in afzondering door, niet zo strikt als Pispir, want hij kreeg regelmatig bezoek . In de Vita Antonii staat dat hij twee maal naar Alexandrië ging omwille van de Christelijke martelaren in de vervolging van 311, en eens rond (c. 350) om tegen Arianen te prediken. De Vita Antonii beschrijft dat hij op de leeftijd van honderd vijf stierf, en St. Jerome plaatste zijn dood in 356-357 . Al deze chronologie is gebaseerd op de hypothese dat deze datum en cijfers in de Vita correct zijn. Op zijn eigen verzoek werd zijn graf geheim gehouden door de twee discipelen die hem begroeven..
Een ander oordeel gaat over geschriften die gevonden zijn. . De preken en twintig Epistels in het Arabisch zijn door historici als onecht bestempeld.
St. . Jerome (Illinois van DE Viris, lxxxviii) kende zeven epistels die uit Koptisch in het Grieks werden vertaald; de griekse vertaling is verloren gegaan , maar een Latijnse versie bestaat (ibid.), en ook Koptische fragmenten van drie van deze brieven, die aansluiten bij de latijnse vertaling ; zij kunnen authentiek zijn, maar het zou voorbarig zijn om te beslissen. Beter is de positie van een Griekse brief aan Theodorus, die in de „ Theophilum wordt bewaard van Epistola Ammonis”, sekte. 20 het blijkt om een vertaling van het Koptische origineel te gaan ; er schijnt voldoende reden te zijn om geen twijfels te hebben of het werkelijk door Antonios werd geschreven (zie Butler, Geschiedenis Lausiac van Palladius, Deel I, 223). De autoriteiten zijn het ermee eens geweest dat Antonios geen Grieks kende en slechts Koptisch sprak. Er bestaat een kloosterregel die van Antonios naam draagt, die in Latijnse en Arabische vorm wordt bewaard (P.G., XL, 1065). Deze zou waarschijnlijk uit Antonios zijn woorden zijn samengesteld. het gaat om uitingen die aan hem in de Vita en Apophthegmata worden toegeschreven het bevat echter ook een element dat uit spuria en ook uit de „Regels Pachomian” wordt afgeleid. Deze regel kende succes in Egypte en het Oosten. Het is ook de regel die door de Monniken Uniat van Syrië en Armenië wordt gevolgd, van wie Maronites, met zestig kloosters en 1.100 monniken, het belangrijkst is en het wordt ook gevolgd ook door de schaarse resten van Koptische kluizenaars.
Het is niet eenvoudig om Antonios de Grote zijn plaats en zijn invloed in de geschiedenis van het anachoretisme te verklaren. Hij was waarschijnlijk niet de eerste Christelijke hermiet maar Antonios was er de erkende leider van . Noch was Antonios een groot wetgever en een organisator van monniken, zoals
zijn jongere eigentijdse Pachomius; (, hoewel de eerste stichtingen van Pachomius waarschijnlijk zowat tien of vijftien jaar later zijn gesticht na zijn terugkeer uit Pispir). En men kan ook niet aantonen dat Pachomius direct door Antonios werd beïnvloed, zijn instituut was anders opgebouwd.. En toch is het overvloedig duidelijk dat van het midden van de vierde eeuw in heel Egypte en ook door de Pachomiaanse monniken naar Antonios werd opgekeken als stichter en vader van anachoretisme .
Deze grote positie was zonder twijfel toe te schrijven aan zijn persoonlijkheid en bijzonder karakter, kwaliteiten die duidelijk in alle verslagen naar voren gekomen. De beste studie van zijn karakter is Newman in de „Kerk van de Vaders” (herdrukt in „Historische Schetsen”). Hij zegt het volgende : „Zijn doctrine was zuiver en voorbeeldig; en zijn karakter is hoog en hemels, zonder lafheid, zonder mistroostigheid, zonder formaliteit, zonder zelfgenoegzaamheid. Wantrouwen is verachtelijk en buigend, het wantrouwt God, en vreest de bevoegdheden van kwaad. Antonios had niets van dit alles, hij is vol van vertrouwen, van goddelijke vrede en vol van enthousiasme. Zelfs op het hoogtepunt van zijn enthousiasme was hij niet fanatiek of hard, zijn matiging komen in veel van de verhalen verwant aan hem duidelijk uit. Abt Mozes in Cassian (Coll. II)zegt de minzaamheid van Antonios de essentie is voor het bereiken van de perfectie Het kleine bekende verhaal van Eulogius en Cripple, dat in de Geschiedenis Lausiac (xxi) wordt bewaard, illustreert het soort raad en richting die hij aan zijn monniken heeft gegeven die naar zijn begeleiding streefden.
Het monachisme gesticht door Antonios werd de algemene norm in Noordelijk Egypte, in Lycopolis (Asyut) en het Middellandse-Zeegebied. In tegenstelling tot het cenobetisme gesticht door Pachomius in het Zuiden, bleef het noorden het kluizenaarskarakter behouden, de monniken leefden in afzonderlijke cellen of hutten om slechts nu en dan voor de kerkdiensten samen te komen , zij hadden hun eigen persoonlijk regels en leefden niet volgens gemeenschappelijke regels (zie Butler, op. CIT, Deel I, 233-238). Dit was de vorm van het kloosterleven in de woestijnen van Nitria en Scete, zoals afgebeeld door Palladius en Cassian. Dergelijke groepen semi-onafhakelijke hermitages heten ” Lauras” en hebben altijd in het Oosten opzij van de kloosters Basilian bestaan. In het westen wordt het monachisme van Antonios teruggevonden bij de orde van de Kartuizers. Dit was Antonios zijn levenswijze karakter en zijn rol in de Christelijke geschiedenis. Hij wordt juist erkend als de vader niet alleen van monachisme , strikt zogenaamd, maar van het technische godsdienstige leven in elke vorm . Weinig namen hebben op het menselijke ras een zo diepe en innige invloed uitgeoefend ..
Er moet toch nog iets gezegd worden over de controverse die heerst bij de generatie rond 1870 betreffende Antonios en de Vita Antonii . In 1877 ontkende Weingarten het auteurschap van Athanasius en het historische karakter van het Vita Antonii ( hij was van mening dat het om een roman ging en geen realiteit). Volgens hem waren er rond 340 geen Christelijke monniken . Antonios leefde volgens hem een eeuw later.. Sommige imitators in Engeland gingen steeds verder en ontkenden dat Antonios ooit had bestaan. Aan iedereen vertrouwd met de literatuur van kloosterwezen in Egypte leek het alsof Antonios een gefingeerde held was die niet bij machte was een plaats te veroveren in de kloostergeschiedenis . Uiteindelijk worden deze theorieën verlaten, de Vita Antonii wordt als zijnde historisch aanvaard alsook Athanasius De geschiedenis van de traditionele kloosteroorsprong wordt in grote mate hersteld. Deze episode is nu voornamelijk van belang als voorbeeld van een theorie die werd aangesneden en toen algemeen aanvaard , en toen volledig tijdens één enkele generatie weer werd verlaten. (op de controverse zie ler, op. CIT Deel I, 215-238, Deel II, ixxi).
Werkstuk voor de cursus Hagiologie
Onderdeel van studiepakket van het programma van het eerste jaar aan het Orthodox Vormingscentrum “heilige Johannes de Theoloog” door Mariëlle De Bom. Docente : Mevrouw N. ZHirovova
auteur : Mariëlle De Bom Van Driessche
Met dank voor dit prachtig werk !

Heilige Johannes Chrysostomos
De Heilige Johannes Chrysostomos
zijn leven
|
Johannes werd omstreeks het jaar 349 geboren te Antiochie. Hij werd in het jaar 372 gedoopt en begon met zijn studies. Hij trok zich terug als kluizenaar. Toen hij echter zwaar ziek werd, moest hij zijn kluizenaarsleven opgeven. Hevig verzwakt nam hij zijn studies weer op en na enige tijd, toen hij weer op krachten was, werd hij in 381 tot diaken gewijd. Vijf jaar later werd hij tot priester gewijd. Zijn naam “Chrysostomus” ( Gulden Mond) kreeg hij om zijn welsprekendheid en zijn vele geschriften ten dienste van de geloofsleer en het christelijk leven.Hij was een fijn besnaard prediker en iedereen luisterde met volle teugen naar zijn woorden.Hij was een groot vereerder van de apostel Paulus, zodat men geloofde de H. Paulus hem bij het samenstellen van de geschriften had geholpen. In 397 werd hij tot patriarch van Constantinopel gekozen. Hij liet ziekenhuizen bouwen en zorgde voor de armen. Talrijke werken heeft hij geschreven over het kloosterleven, de maagdelijkheid, het priesterschap, doorlopende verklaringen van de heilige Schrift. Hij was een groot zielenherder en een beschermer van weduwen en wezen, een vrijmoedig bisschop die “berispt, of het gelegen komt of niet”, die ook het misnoegen van de vorsten, zelfs van keizerin Eudoxia niet vreesde. Hij viel in ongenade bij het keizerlijk hof en moest tot twee maal toe in ballingschap gaan vanwege de afgunst die er in deze kringen heerste. Toen keizerin Eudoxia twee maanden later een miskraam kreeg zag zij dit als een straf omdat zij Johannes verdreven had. Zij liet daarop de bisschop terughalen. Toen zij echter weer beter was stuurde zij de bejaarde man weer in ballingschap naar Kukusus in Armenie. Drie jaren later stuurde men Chrysostomus weer in ballingschap naar een verder oord. De oude en zwakke man was niet in staat deze reis te voltooien. Zwaar aangeslagen en zwak door ontberingen stierf hij op 14 september 407 in Comana Pontus. Zijn laatste woorden waren:
|
|
Johannes Chrysostomos heeft krachtdadig ingegrepen in de liturgie van de Oosterse Kerk. (De tot op heden de meest gebruikelijke viering van de H.Mis volgens de Griekse ritus heet “de liturgie van de H.Johannes Chrysostomus”). |