De engelen volgens de orthodoxe traditie
http://nl.netlog.com/go/widget/videoID=3885319
Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
Sint Afraat ( ?- rond 345), monnik en bisschop nabij Mossoel
Overwegingen 3, over het vasten

“Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der onrechtvaardigheid los te maken?” (Jes 58,6)
De Ninevieten hebben gevast op een zuivere wijze toen Jonas hun de bekering predikte… Zo staat het geschreven: “En God zag wat zij deden; Hij zag dat zij terugkwamen van hun slechte wegen. En God kwam terug op wat hij gedreigd had hun aan te doen. Hij bracht het niet ten uitvoer” (Jon 3,10). Men zegt niet: “Hij zag dat ze vastten op water en brood, in zak en as”, maar: “Dat ze terugkomen van hun slechte wegen en slechte daden”. Want de koning van Ninive sprak en zei: “Laat iedereen anders gaan leven en breken met het onrecht dat hij doet” (v.8). Het was een zuiver vasten en het werd aanvaard…
Want mijn vrienden, als men vast, is het beste altijd de onthouding van slechtheid. Dit is beter dan vasten met brood en water, beter dan “dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof?”, zoals Jesaja zegt (58,5). Wanneer de mens immers gaat leven op water en brood of welke voeding dan ook, wanneer hij zich bedekt met zak en as en zich neerbuigt, dan is hij geliefd en mooi in de ogen van God en aanvaard. Maar wat God het meest behaagt is : “Het losmaken van de boeien der onrechtvaardigheid en breken met de banden van het bedrog” (Jes 58,6). Opdat dan voor deze mens “zijn licht doorbreekt als de dageraad. Zijn gerechtigheid gaat voor hem uit. Hij zal zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt” (v.8-11). Hij zal niet meer op de schijnheiligen lijken “want zij zetten dan een somber gezicht, zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn (Mt 6,16).
Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org
H. Leo de Grote (? – ca 461), paus en Kerkleraar
8e homilie over het Lijden

“Dat hij zijn kruis opneemt, en Mij volgt”
De Heer wordt overgeleverd aan hen die Hem haten. Om zijn koninklijke waardigheid te beledigen, verplicht men Hem om zelf het instrument van zijn foltering te dragen. Zo vervulde het orakel van de profeet Jesaja zich: “De heerschappij rust op zijn schouders”(Jes 9,5). Door zo het houten kruis op zich te nemen, was dat hout wat Hij om ging vormen tot scepter van zijn kracht, in de ogen van de ongelovigen een onderwerp van spot, maar voor de gelovigen een verbazingwekkend mysterie. De glorieuze overwinnaar van de duivel, de machtige tegenstander van de kwade krachten, toonde op zijn schouders, met een onoverwinnelijk geduld, de trofee van zijn overwinning, het teken van heil, om door alle volken bewonderd te worden. En over wat Hij door dit gebaar toont, zou men kunnen zeggen, dat Hij allen die Hem na zullen volgen, wilde bekrachtigen, allen tot wie Hij zegt: “Degene die zijn kruis niet opneemt en Me navolgt, is Mij niet waardig” (Mt 10,38).
Aangezien het volk met Jezus naar de folterplaats ging, zal men een zekere Simon van Cyrene ontmoeten, en men zal het kruishout van de schouders van de Heer op zijn schouders leggen. Dat gebaar was een voorafbeelding van het geloof van de naties, voor wie het kruis van Christus, niet een beproeving, maar een glorie moest worden.
Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org
BEGIN VAN DE VASTENTIJD – TIJD VAN INKEER

De lente van de vasten is aangebroken
Het licht van het berouw……
Met vreugde willen wij de boodschap
Van het vasten ontvangen !
Want als onze stamvader, Adam, had gevast
zouden wij niet uit het paradijs
Zijn verstoten…..
De Vasten is een tijd van blijdschap !
Vol stralende zuiverheid en zuivere liefde,
Doordrongen van gebed en goede daden,
Laat ons met vreugde zingen…
Apostich toon 3
Slechts één ding hopend, schouwend het ene,
Hebt gij, o lijdende martelaren,
In de dood de weg naar het leven gevonden….
Gekleed in de wapenrusting van het geloof
Gewapend met het teken van het Kruis,
Waart gij waardige soldaten van Christus.
Moedig hebt gij foltering verdragen
Het bedrog van de duivel vernietigend.
Overwinnaars zijt gij,
Waardig de kroon te ontvangen.
Smeek God onze zielen te redden….
Gedurende de veertig dagen zijn het onophoudelijk Christus’ Kruis, zij Verrijzenis en de stralende vreugde van Pasen, die de achtergrond vormen van alle vastenhymnen. Voortdurend worden we erop gewezen dat, hoe smal en moeilijk de weg ook is, die weg uiteindelijk leidt tot de tafel van Christus en Zijn Koninkrijk. De verwachting van, en het vooruitlopen op de paasvreugde, doordringen de hele vastentijd en dat is de eigenlijke drijfveer voor het volhouden van de zware inspanning die de Vasten is.
‘Laten wij met het Goddelijke Pascha
In ons hart…..
De Duivel blijven overwinnen
Door vasten…..
Dan zullen wij deelhebben
Aan het Goddelijke Pascha van Christus !

H. Johannes van Damascus (ca. 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar
Homilie over deTransfiguratie van de Heer, 18 ; PG 96, 573

“Dit is mijn geliefde Zoon”
“Een stem kwam uit een wolk en zei: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, aan wie Ik al mijn liefde heb gegeven, luister naar Hem!” (Mt 17,5). Dit zijn de woorden van de Vader die voortkomt uit de wolk van de Geest: “Dit is mijn geliefde Zoon, Hij die mens is en die de verschijning van een mens heeft. Hij is mens geworden, Hij heeft nederig onder ons gewoond; nu straalt zijn gelaat, dit is mijn geliefde Zoon; Hij bestaat al van voor alle tijden. Hij is de eniggeboren Zoon van de ene God. Hij is door Mij, de Vader, buiten tijd en in eeuwigheid, verwekt. Hij is niet na Mij tot bestaan gekomen, maar Hij is van alle eeuwigheid van Mij, in Mij en met Mij”…
Het is uit welwillendheid van de Vader dat zijn enige Zoon, zijn Woord, vlees geworden is. Het is uit welwillendheid dat de Vader in zijn Zoon het heil voor de gehele wereld heeft vervuld. Het is uit welwillendheid dat de Vader de eenheid van alles in zijn enige Zoon heeft gemaakt… Werkelijk het beviel de Meester van alle dingen, de Schepper van het Universum, om in zijn enige Zoon, de goddelijkheid en de menselijkheid te verenigen en door haar, elk schepsel, “opdat God alles in allen wordt” (1Kor 15,28).
“Dit is mijn geliefde Zoon, ‘de straling van mijn heerlijkheid, de afdruk van mijn wezen’ door wie Ik ook de engelen heb geschapen, door wie de hemel bevestigd werd en de aarde gegrondvest. Hij ‘draagt het universum door zijn almachtige woorden’ (Heb 1,3) en door de adem uit zijn mond, dat wil zeggen de Heilige Geest die gidst en leven geeft. Luister naar Hem, want degene die Hem ontvangt, ontvangt Mij (Mc 9,37), Ik heb Hem gezonden, niet omwille van mijn hoogste macht, maar op vaderlijke wijze. Als mens werd Hij immers gezonden, als God blijft Hij in Mij en Ik in Hem… Luister naar hem, want Hij spreekt woorden van eeuwig leven” (Joh 6,68).
Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org
VERGEVINGSZONDAG
Laatste zondag van de voorvasten

Uitdrijving uit het paradijs
LEZINGEN
Romeinen : 13,11-14,4:
Waakzaam zijn
U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uu om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht. Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd. Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.
Hoofdstuk 14
Verdraagzaam zijn
Aanvaard ieder die zwak is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten. De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard. Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.
Evangelie :
Mattheüs 6,14-21:
Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven.
Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.
Maak je geen zorgen!
Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen. Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen. Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterijen III, 10, 1

Zijn tong ging los; hij sprak, en zegende God“
Over Johannes de Doper lezen we in Lucas : “Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer… en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uitgaan met de geest en de kracht van Elia … om zo het volk gereed te maken voor de Heer” (1,15-17). Voor wie heeft hij een volk gereed gemaakt, en voor welke heer was hij groot? Ongetwijfeld voor Degene die gezegd heeft dat Johannes “meer had dan een profeet” (Mt 11,9.11). Want hij bereidde een volk voor, door van te voren aan zijn mededienaren de komst van de Heer te verkondigen en door hen op te roepen tot bekering, opdat, als de Heer aanwezig zal zijn, ze dan allen klaar zijn om vergeving te ontvangen, om terug te komen bij Degene van wie ze vervreemd waren door hun zonde…
Ja, “dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede” (Lc 1,78-79). In die termen heeft Zacharias God op een nieuwe wijze gezegend, op het moment dat hij bevrijd werd en zijn stem weer had, die hij door zijn ongeloof was kwijtgeraakt, en op het moment dat hij vervuld werd door de Heilige Geest. Want alles was vanaf dat moment nieuw, door het feit dat het Woord door een nieuwe ontwikkeling, het doel van zijn komst in het vlees vervulde, opdat de mens, die van God was afgedwaald, door Hem weer tot de vriendschap met God gebracht werd. Daarom verkondigde deze mens om God op een nieuwe wijze te eren.

Een pastorale bijeenkomst van de clerus van het aartsbisdom van de russische parochies in West Europa (oecumenisch patriarchaat)) werd gehouden in het instituut Sint Serge, de 25e mei, 2006 onder het voorzitterschap van Aartsbisschop Gabriël, die dit diocees leidt.
De bijeenkomst had als thema : “Het sacrament van berouw en de praktijk van de biecht”. In totaal waren er een zestigtal priesters, diakens, leken, leden van de aartsbisschoppelijke raad, professoren en studenten van het instituut Sint Serge, alsook afgevaardigden van het servisch bisdom en het roemeens bisdom in Frankrijk aanwezig. Zij waren voor deze gelegenheid speciaal uitgenodigd, om deel te nemen aan deze dag van gebed, bezinning en uitwisseling van ideeën. De bijeenkomst werd geopend in de Kerk van Sint-Serge met een eucharistische liturgie, voorgegaan door aartsbisschop Gebriël. Op het einde van de dag heeft Michel SOLLOGOUB, secretaris van de aartsbisschoppelijke raad en professor aan de universiteit van Parijs I – Panthéon informatie gegeven over het leven van het aartsbisdom. Hij heeft kennis gegeven van een aantal bijzondere, recente gebeurtenissen, die voor hem wijzen op zoveel “tekenen van vitaliteit”. ( inwijding van nieuwe kerken, de aanwezigheid van nieuwe bedienaars, de ontwikkeling van de electronische communicatie, het inrichten van een catechese voor de nieuwe emigranten uit Oost Europa). Hij is ook ingegaan op de meer “bedroevende problemen” , zoals de poging van het patriarchaat van Moscou en van de Russische Federatie om zich meester te maken van de kerken van Biarritz en van Nice.
Na de liturgie, in de loop van de morgenzitting, werden drie onderrichtngen gegeven aan de deelnemers. André LOSSKY, professor aan het instituut Sint Serge heeft een uiteenzetting gegeven over : “De biecht : enkele historische kenmerken en hun betekenis voor vandaag”. Hij onderscheidt drie periodes in de praktijk van het berouw in de kerk. Hij heeft eraan herinnerd dat er in de beginperiode van de Kerk , na zware fouten, geen terugkeer mogelijk was tot de communie . Men moet wachten tot de 3e-4e eeuw, tot de patristieke getuigenissen een bewustwording kenbaar maken van een mogelijk berouw door middel van een persoonlijke inwendige biecht. De tweede periode, vanaf de 6e eeuw, wordt gekenmerkt door de verschijning van de ascetische codexen van monastieke oorsprong, genoemd “Nomocanons”. Deze canons hadden een dubbele invloed, de één positief, in de mate dat zij er niet alleen in bestonden de zware fouten te herkennen, maar “een instrument werden voor het zoeken naar volmaaktheid of onze opgang naar God”, het andere , negatief , in de mate waarin men nogal vlug de regels welke de straffen voorschreven in functie van de zwaarte van de fouten, op een “legalistische”wijze werden toegepast. De derde periode, vanaf het begin van de 17e eeuw, is in Rusland althans gekenmerkt door het introduceren van een latijnse absolutie-formule, volgens dewelke de biechtvader spreekt in de eerste persoon. Dit versterkt nog het juridisch karakter van de biecht. Als conclusie heeft André LOSSKY nog onderlijnd dat, onder de “positieve invloed” van de Nomocanons, de biecht moet worden opgevat als een “therapeutische act” die als functie heeft : de ” reïntegratie in de Kerk” van hem die door de zonde van God was verwijderd. Het gaat dus om een ‘daadwerkelijke ervaring van de oneindige barmhartigheid van God , doeltreffend en concreet , weg van elke vorm van juridisme” aldus de spreker..
In de tweede onderrichting, heeft Vader Nicolas OROLINE, professor aan het instituut Sint Serge een reflexie gegeven over “drie symptomen van een diepe crisis” van de biecht. Hij heeft vooreerste de noodzakelijkheid onderlijnd om het misverstand uit de weg te ruimen tussen de band die vandaag de dag ipso facto bestaat tussen biecht en communie. De regelmatige communie is verbonden met het koninklijk priesterschap, ontvangen door alle gedoopten, er is geen enkel verschil tussen clerici en leken. “Onder westerse invloed denken té veel mensen dat alleen de priester elke zondag mag communiceren zonder voorafgaande biecht”, aldus de spreker, terwijl de clerici in werkelijkheid niets anders doen dan de praktijk van de oude Kerk bestendigen. ” Men kan er zich vandaag de dag alleen maar in verheugen, dat meer een meer gelovigen de frequente communie beoefenen”. Maar dit heeft het verergeren van een “een gevoel van onbehagen betreffende de biecht”, als paradoxaal logisch gevolg. Volgens Vader Ozoline, wordt dit fenomeen verklaard door twee strekkingen.
De eerste strekking heeft te maken met een zuiver “juridische ” benadering, waar de biecht wordt opgevat als een opsomming van overtredingen, en de absolutie als een “magische formule”, die zou werken “zelfs onafhankelijk van de gesteldheid van de penitent”. De tweede benadering is van “psychoanalitische” orde, zij herleidt de biecht of tot een “analyse”, of tot een “spiritueel gesprek”. In beide gevallen, is de biecht beroofd van haar betekenis, want, in het sacrament van het berouw, is de priester geen “voorspreker”, maar “een getuige en een bemiddelaar bij God”.
Vader Nicolas Ozoline is vervolgens ingegaan op het fenomeen van de “mladostertsy” ( russische term om zeer jonge priesters aan te duiden die zich ten onrechte de rol van bekwame geestelijke vaders aanmatigen), een verschijnsel welke hij heeft gedefinieerd als een poging van sommige jonge priesters, om een macht over de biechtelingen uit te oefenen. Het gaat hier om een wijd verspreide ontsporing in Rusland sinds de val van het communisme en die officieel is veroordeeld door de patriarch van Moscou ALEXIS II en door de heilige synode. Hij heeft nochtans geconstateerd dat deze afwijking “inherent is aan het systeem”, want in de actuele russische Kerk zijn de jonge priesters, vanaf het begin van hun ambt “gedwongen om te biechten zonder pastorale of spirituele ervaring”. Dit was niet zo in het oude Rusland (vóór de 18e eeuw), evenmin is dit het geval in de actuele praktijk van de orthodoxe Kerken van Griekenland en het Nabije-Oosten, waar nog altijd de instelling bestaat van de “pneumatikoi” (in het russisch “doukhovniki”), de “biechtvader, vertrouwensman”. Dit zijn priesters welke een bijzondere zegen van de bisschop hebben ontvangen om biecht te horen. “Ik zou willen pleiten voor de geleidelijke terugkeer naar het systeem van de “doukhovniki” binnen ons aartsbisdom”, was zijn conclusie, eraan toevoegend : “Het zou ook een dienst betekenen aan hen die in Rusland zich daarvoor inzetten, en dit met vele moeilijkheden; want vanaf het moment dat men spreekt van veranderingen, zijn er oppervlakkig reacties van wantrouwen en verwerping”.
De derde overweging werd gegeven door Vader Michel FORTOUNATTO, vroeger priester te Londen, nu op rust in de buurt van Vichy (Allier). Hij h
ad het over de “Spirituele en theologische betekenis van het berouw” Hij heeft vooreerst de nadruk gelegd op de “dynamiek van het berouw” die zich plaatst “tussen zonde en vergeving”. Het gaat dus om een beslissend moment, of juister gezegd over een moment van daadwerkelijke “bekering”. Het berouw is een ontologisch fenomeen waar het gevallen schepsel zoekt om genezing en om het goddelijk beeld in hem te hervinden”. Vertrekkende vanuit talrijke citaten van de Kerkvaders, maar ook van de Heilige Silouan de Athoniet (20e eeuw), heeft hij getoond hoe het appèl van de berouwvolle mens zich manifesteert, Gods trouw in acht nemend. :“God vergeeft ons en geneest ons door zijn eindeloze liefde”. Het berouw is “een tweede genade, gegeven na de doop” (Heilige Isaak de Syriër), waardoor de gevallen mens zich transformeert, van “een staat van verval” naar “een staat van onverstoorbaarheid”. Vader Michel Fortounato heeft onderlijnd, dat het berouw geen geïsoleerde daad is die gepaard gaat met de biecht . Zij moet “aanwezig zijn in alle etappes op de geestelijke weg”. De Heilige Isaak de Syriër parafraserend, zou men kunnen zeggen dat “wij berouw nodig hebben gedurende de vierentwintig uren van de dag”.
De onderrichtingen hebben de gelegenheid gegeven tot een debat over onderwerpen zoals :het onderscheid tussen het sacrament van het berouw en de openheid van gedachten, het onderscheid tussen de priester biechtvader en de geestelijke leider, de noodzaak van een spirituele rijpheid om biechtvader te zijn maar ook om priester te zijn, de betekenis van het gewijde ambt en de charisma’s binnen de Kerk , de plaats van de biecht als een kerkelijke daad in het kader van de parochie en vooral van de zondagse liturgie, plaats van samenkomst bij uitstek…. De namiddagzitting was gewijd aan ateliers rond reflexie en discussies over verschillende thema’s : “De praktische vormen van de biecht”, “Biecht en eucharistische communie”, “biecht van de jongeren” enz..
Vrij vertaald uit SOP 310 – Juli/Augustus 2006
door Kris B
HET ONZE VADER IN HET GEORGISCH
(even wachten vooraleer het begint)
http://video.rutube.ru/e7efd7fd136bcb44686f07832f335f22
St.Daniël Monastery
H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar
Homilie voor het Paasfeest; PG 36, 624
“Zo iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste van allen zijn”
Sommigen zijn onzeker geworden door de tekenen van het Lijden op het lichaam van Christus en vragen zich af : “Wie is die Koning der Glorie?” (Ps 23,7). Antwoord hen dat het de krachtige en machtige Christus is (v.8) in alles wat Hij altijd gedaan heeft en altijd zal doen… Laat hen de schoonheid zien van het kleed dat het lijdende lichaam van Christus draagt, dat door het Lijden mooier is geworden en omgevormd door de straling van zijn goddelijkheid. Dit glorieus kleed waarvan God het mooiste en waardigste voorwerp maakt om door de wereld bemind te worden… Is Hij minder omdat Hij zich nederig maakt voor jou? Is Hij verachtelijk omdat Hij als Goede Herder zijn leven geeft voor zijn schapen? (Joh 10,1) Hij kwam het verdwaalde schaap zoeken en toen Hij het gevonden heeft, heeft Hij het op zijn schouders teruggebracht; deze schouders hebben het kruis gedragen voor het schaap. En toen Hij het teruggebracht heeft, heeft Hij het ondergebracht bij de schapen die in de stal zijn gebleven (Lc 15,4v). Acht jij Hem minder groot omdat Hij een doek omdeed om de voeten van zijn leerlingen te wassen en hen daarmee toonde dat de beste wijze om zich te verheffen, zich te vernederen is? (Joh 13, 4; Mat 23,12)… Omdat Hij zich vernederd heeft, zijn ziel naar de aarde boog om hen die onder het gewicht van de zonden gebukt gaan, te verheffen? Verwijt je Hem dat Hij met de tollenaars en de zondaars gegeten heeft omwille van hun heil? (Mt 9,10)
Hij heeft vermoeidheid, honger, dorst, angst en tranen gekend, toen Hij de wet van de menselijke natuur volgde. Maar wat heeft Hij niet gedaan als God?… Om te leven, hadden wij een God nodig die mens werd en die onsterfelijk werd. Wij hebben in zijn dood gedeeld, die ons zuiverde; door zijn dood deelt Hij met ons de Verrijzenis; door zijn Verrijzenis laat Hij ons delen in zijn heerlijkheid.
Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org
H. Johannes van Damascus (ca. 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar
Homilie over deTransfiguratie van de Heer, 18 ; PG 96, 573
“Dit is mijn geliefde Zoon”
“Een stem kwam uit een wolk en zei: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, aan wie Ik al mijn liefde heb gegeven, luister naar Hem!” (Mt 17,5). Dit zijn de woorden van de Vader die voortkomt uit de wolk van de Geest: “Dit is mijn geliefde Zoon, Hij die mens is en die de verschijning van een mens heeft. Hij is mens geworden, Hij heeft nederig onder ons gewoond; nu straalt zijn gelaat, dit is mijn geliefde Zoon; Hij bestaat al van voor alle tijden. Hij is de eniggeboren Zoon van de ene God. Hij is door Mij, de Vader, buiten tijd en in eeuwigheid, verwekt. Hij is niet na Mij tot bestaan gekomen, maar Hij is van alle eeuwigheid van Mij, in Mij en met Mij”…
Het is uit welwillendheid van de Vader dat zijn enige Zoon, zijn Woord, vlees geworden is. Het is uit welwillendheid dat de Vader in zijn Zoon het heil voor de gehele wereld heeft vervuld. Het is uit welwillendheid dat de Vader de eenheid van alles in zijn enige Zoon heeft gemaakt… Werkelijk het beviel de Meester van alle dingen, de Schepper van het Universum, om in zijn enige Zoon, de goddelijkheid en de menselijkheid te verenigen en door haar, elk schepsel, “opdat God alles in allen wordt” (1Kor 15,28).
“Dit is mijn geliefde Zoon, ‘de straling van mijn heerlijkheid, de afdruk van mijn wezen’ door wie Ik ook de engelen heb geschapen, door wie de hemel bevestigd werd en de aarde gegrondvest. Hij ‘draagt het universum door zijn almachtige woorden’ (Heb 1,3) en door de adem uit zijn mond, dat wil zeggen de Heilige Geest die gidst en leven geeft. Luister naar Hem, want degene die Hem ontvangt, ontvangt Mij (Mc 9,37), Ik heb Hem gezonden, niet omwille van mijn hoogste macht, maar op vaderlijke wijze. Als mens werd Hij immers gezonden, als God blijft Hij in Mij en Ik in Hem… Luister naar hem, want Hij spreekt woorden van eeuwig leven” (Joh 6,68).
Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org
H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar
Doopcatechese nr. 13, 3.6.23 (vert. brevier)
“Petrus trok Hem ter zijde, en begon Hem tegen te spreken”

We hoeven niet beschaamd te zijn over het kruis van onze Verlosser. Integendeel we moeten erop roemen. Het woord kruis is een aanstoot voor de joden en een dwaasheid voor de heidenen, maar voor ons betekent het redding. Voor hen die verloren gaan, is het kruis een dwaasheid , maar voor ons die gered worden, is het de kracht van God (1Kor 1,18-24). Want het is geen doodgewone sterveling die voor ons is gestorven, maar de Zoon van God, de mensgeworden God. Het lam dat geslacht werd volgens de opdracht van Mozes, heeft de verderfengel (Ex 12,23) geweerd. Maar heeft het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt (Joh 1,29), niet veel meer gedaan door ons te bevrijden van de zonden?
Niet onder dwang heeft Hij zijn leven gegeven en evenmin is Hij met geweld ten offer gebracht, maar uit vrije wil. Luister naar wat Hij zegt: “Macht heb Ik om het te geven en macht om het terug te nemen” (Joh 10,18). Vrijwillig geef Ik Mij over aan de vijanden. Als Ik het niet wilde, gebeurde het niet. Hij kwam dus uit vrije keuze tot zijn lijden, blij met zijn buitengewone daad, glimlachend om zijn krans, verheugd over de redding van de mensen, en zonder schaamte over het kruis,, want het was om de hele wereld te redden. Het was geen gewoon mens die leed, maar de mensgeworden God, strijdend om de prijs van gehoorzaamheid.
Verheug je om het kruis niet alleen ten tijde van vrede, maar bewaar het geloof ook als je wordt vervolgd. Wees niet Jezus’ vriend in tijd van vrede en in oorlogstijd zijn vijand. Nu krijg je de vergeving van je zonden en de geestelijke gave die jouw Koning schenkt. Als de strijd losbrandt, vecht dan moedig voor je Vorst. Jezus die zonder zonden was, is voor jou gekruisigd… Niet jij verleent de genade, want jij hebt het eerst ontvangen. Nu geef jij dank en betaal je je schuld aan Hem die op Golgotha gekruisigd is voor jou.
Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org
H. Hiëronymus (347-420), priester en vertaler van de Bijbel, Kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Marcus, 2 ; PLS 2, 125v

“Jezus nam haar bij de hand, en richtte haar op”
“Jezus trad nader, vatte haar bij de hand, en richtte haar op”. Deze zieke kon immers niet zelf opstaan; ze was bedlegerig en kon niet voor Jezus gaan staan. Maar de barmhartige geneesheer ging zelf naar het bed toe. Degene die het zieke schaap op zijn schouders had gedragen (Lc 15,5) trad nu nader tot dit bed… Hij komt steeds dichterbij om nog beter te kunnen genezen. Let op hetgeen hier geschreven werd …”Je had me vast tegemoet moeten komen, je had me moeten ontvangen op de drempel van je huis; maar dan zou je genezing niet zozeer het resultaat zijn van mijn barmhartigheid alswel van jouw wil. Omdat een zo hoge koorts je velt en je belet om op te staan, kom Ik zelf”.
“En Hij richtte haar op”. Aangezien ze zelf niet op kon staan, richt de Heer haar op. “Hij vatte haar bij de hand, en richtte haar op”. Toen Petrus midden op zee in gevaar was, op het moment dat hij zou gaan verdrinken, greep Hij hem ook bij de hand en Hij richtte hem op… Wat een mooi teken van vriendschap en affectie voor deze zieke! Hij richtte haar op, door haar bij de hand vast te houden; zijn hand geneest de hand van de zieke. Hij pakte die hand vast zoals een geneesheer dat zou doen, neemt de pols en kijkt hoe hoog de koorts is, Hijzelf is tegelijkertijd de geneesheer en het geneesmiddel. Jezus raakte haar aan en de koorts verdween.
Laten wij ook wensen dat Hij onze hand aanraakt opdat zo onze handelingen gereinigd worden. Dat Hij ons huis binnenkomt: laten we eindelijk uit ons bed opstaan, laten we niet blijven liggen. Jezus bevindt zich aan ons bed en wij blijven liggen? Kom op, sta op!…”Hij, Die gij niet kent, staat midden onder u” (Joh 1,26); “Het Koninkrijk van God ligt binnen uw bereik” (Lc 17,21). Laten we geloof hebben en we zullen Jezus bij ons aanwezig zien.
Bron : Dagelijks evangelie : Contact-nl@evangelizo.org
Klein spiritueel kompas voor onze tijd
Een boek van Olivier Clément

« West Europa zit gewrongen tussen de keuze van het niets en de heiligheid, tussen de dwaasheid en de Drie-enheid… Datgene wat in de zogenaamde christelijke maatschappijen kon blijven voortbestaan stort ineen of verinnerlijkt zich. Een ganse jeugd groeit op, begerig naar een eenvoudig geloof, eenvoudig uitgedrukt….» Hoe kan men ten volle zijn roeping van leek in navolging van Christus «in Christus» op zich nemen ? De zorg voor de armen, de dialoog met andere religies en christelijke belijdenissen ? En vooral, een ander kijk op de dingen, een welwillendheid van het hart…. « Alleen het christendom dat diep en grootmoedig is kan het kompas vormen die ons moet toestaan te zeilen op de oceaan van deze moeilijke en gecompliceerde wereld », aldus Olivier Clément in de klein boekje dat verschenen is bij uitgeverij Desclée de Brouwer, onder de titel «Klein spiritueel kompas voor onze tijd (Petite boussole spirituelle pour notre temps) (144 pp., 15 €). Het voorwoord is van Andréa RICCARDI, stichter van de Sint Egidiusgemeenschap te Rome. Het werk brengt meerdere essais samen die tot stand zijn gekomen in het kader van deze gemeenschap. Wij geven hieruit enkele goede bladzijden.
De verwereldlijking, is de werkelijkheid waarin we ondergedompeld zijn. De seculiere maatschappij is in zekere zin onze leefomgeving, de lucht die wij inademen, zelfs wanneer wij slapen. Christen zijn vandaag vertrekt vanuit deze vaststelling.
Elke leek ( van het grieks laikos) is lid van de laos, het volk, in ons geval, van het volk van God. Als gedoopte, gezalfd in de Geest (Chrisma), is hij «koning, priester en profeet». Koning, om zijn bestemming te trachten te ordenen in de diepste betekenis van het woord; priester, om als offergave te zijn voor de mensen en de dingen van de wereld; profeet, om zich in te schrijven in het uitzicht op het meer, het andere, in het dagelijks leven van de mensen, en daardoor hun de toekomst te openen.
Er kunnen geen professionelen zijn van het christendom. Men heeft dit wel zo geloofd in de loop van de eeuwen christendom, met de leidende rol die aan de clerus werd gegeven, en deze van inspiratie en voorbeeld gegeven aan de monniken.
Vandaag nochtans bemerkt men in ons land dat de clerus geen geprivilegieerde oligarchie meer is maar dat ze samengesteld is uit mensen die moeten gedefinieerd worden als dienaars, onder, veeleer dan boven de anderen . Wat het monnikendom betreft, het vormt nog altijd zoals de heilige Johannes Chrysostomos het uitdrukte, een « heilige afwijking », noodzakelijk geworden door de lauwheid van de christelijke wereld. In de 13e eeuw bijvoorbeeld, wanneer gans de Oosterse wereld was gedoopt, betekende zich bekeren monnik worden. Vandaag betekent dit eerder : trachten christen te worden, ’t is te zeggen, zich ernstig engageren in de Kerk, in dienst van Christus, en dus, in de kracht van de Verrijzenis, in dienst van de anderen.
Tussen de verwereldlijking en de liturgie,
Een verrassende vruchtbaarheid.
De afstand tussen leken en monniken, negatief voor de eerste, is vandaag een afstand geworden tussen atheïsten, agnostici, gnostiekers (is voor niemand nog negatief) en Christenen die hun christen zijn proberen te beleven.
Een christelijke leek is dus volledig verantwoordelijk ( met alle anderen «een stem in het koor»» zoals Siniavski het zei) voor de Kerk en haar uitstraling. Het is dus goed, zelfs al is het moeilijk, dat hij ondergedompeld wordt in de seculariteit, waaraan hij deelheeft, hoe weinig het ook is, om de vernietigende neigingen af te wenden en de kiemen van het ware leven in zich te verdiepen.
Gedurende vele jaren, ik heb geschiedenis gedoceerd in een groot lyceum van Parijs. Ik heb nooit getracht om mijn leerlingen te bekeren (ik was ertoe gehouden door mijn plicht als leek), maar ik heb wel getracht om hen wakker te schudden, om hen vragen te stellen, hen op weg te zetten. Hun wegen benaderden dikwijls de mijne, soms ook waren ze verder ervan verwijderd. Er zijn beroepen waar dit onrechtstreekse getuigenis bijna niet mogelijk is; maar men kan het altijd te kennen geven in de arbeidsrelaties. De liturgie wordt, hoe dan ook, het centrum van ons leven; het gebed, die haar interioriseert en haar doet verder beleven, geeft ons de kracht om niet te vervallen in ontmoediging, bitterheid, en dikwijls om een gebaar te stellen, om een woord te spreken, dat de goede richting oppert.
Er is geen recept, het is het feit zelf van te leven tussen de verwereldlijking en de liturgie die aan ons bestaan een onverwachte vruchtbaarheid kan geven. Er zijn ook, in Sant’Egidio bijvoorbeeld, systematische engagementen in de seculariteit om dit getuigenis uit te dragen. Ik heb dat ook meegemaakt, al werkende en naast mijn professionele activiteiten, om kleine orthodoxe gemeenschappen die in Frankrijk zelf ontstaan zijn te helpen versterken en om hen te richten op een getuigenis en een samen delen. En ik heb het gevoel dat mijn leerlingen geïnteresseerd waren in mijn lessen, juist omdat zij in mij andere bekommernissen voelden, een openheid op een andere dimensie van het bestaan.
De Bijbel doet ons houden van de actualiteit en de geschiedenis
De Bijbel maakt ons niet vreemd aan de geschiedenis . Hij is integendeel een belangrijke onuitputtelijke bron voor alles wat menselijk is. Hij is de bron van de onbewingbare belangstelling van een mensheid in haar verzuchting naar de volheid en de god-menselijkheid.
Het is Friedrich Hegel die het dagblad in onze theologische problematiek heeft binnengebracht. Voor hem realiseert de Geest, het goddelijke zich in de geschiedenis. Een geschiedenis waarvan het dagblad het symbool is. De lezing van het dagblad, zei hij, vervangt vandaag de dag het morgengebed ( men zou kunnen zeggen dat vandaag de televisie het avond gebed heeft vervangen..) Vervolgens hebben de theologen geprobeerd de zaken te regelen door te zeggen dat een christen de Bijbel in de ene hand moeten houden en het dagblad in de andere.
Men zou in de eerste plaats kunnen leren om de bijbel kritisch te laten bestuderen door de geschiedenis en de geschiedenis door de Bijbel ! De Bijbel kritisch laten bestuderen door de geschiedenis is het ontzaglijk werk van de exegese die de menselijke dimensie van de openbaring bestudeert, de oorsprong van de teksten in hun psychosociologische structuren van een bepaald tijdperk. IN de structuren en niet de teksten die voorgebracht zijn DOOR de structuren : want de ultieme betekenis, het goddelijke deel , om aan het licht te brengen dat de traditie niets anders is dan de Heilige Geest die aan het werk is in het Lichaam van Christus, dat ontsnapt altijd aan de geschiedenis ( en dus aan de exegese). Het is niet voor niets dat de laatste editie van La Bible de Jérusalem in voetnoot interpretatiesleutels aanreikt die dikwijls ontleen zijn aan de Kerkvaders.
De ultieme betekenis komt toe aan het spirituele
Het zijn in de grond dezelfde overwegingen die wij terugvinden wanneer het gaat over een kritische studie van de geschiedenis door de Bijbel. Men moet eerst en vooral de geschiedenis op de meest eerlijkste manier bestuderen, door elke ideologische verklaring uit te sluiten. Bijvoorbeeld de onderbouw en de bovenbouw van de marxistische vulgaat, in de mate dat alle structuren niet ophouden de één over de andere te domineren. Het is een benadering die bruikbaar kan zijn (economisch, sociaal, psychologisch, religieus), zonder dat één ervan, door middel van een gewetensvolle analyse,de pretentie zou hebben het laatste woord te hebben. Voor mij is hét model in dit domein de historische en religieuze anthropologie van Alphonse Dupront.
Ook hier is de ultieme betekenis, de «mèta-historie» zoals Nicolas Berdaev het gezegd heeft : tegelijk een globale visie en een overschrijding ervan. Een eschatologische verlichting in het weigeren van elke «ont-menselijking» door het millenarisme of het messianisme.
Maar men moet antwoorden en niet vluchten. Bemin God met gans uw wezen, zegt Jezus, en de naaste als uzelf. En deze twee geboden kunnen niet gescheiden worden. De mens en vooreerst de armste, is het sacrament van God voor de mens, zegt de parabel van het laatste Oordeel, hoofdstuk 25 van het evangelie volgens Mattheüs. Iedere keer dat je concreet goed doet aan de kleinsten, heb je het aan Mij gedaan. Men kan «beschouwen» zonder zijn naaste te dienen : God zien in het gelaat van de andere, in het arme en naakte gelaat, zo broos (Emanuel Levinas). Indien er tijdens uw gebed een bedelaar een bol soep komt vragen, twijfel niet, stop uw gebed en maak een bol soep klaar en geef het hem, heeft een Mystieker ooit gezegd (Meester Eckhart, ik geloof).
En wederkerig : geen dienst van de naaste zonder innerlijke openheid op een ander licht. Alleen dit kan uitputting, vermoeidheid en bitterheid vermijden. Alleen dit kan aan de verbeelding onverwachte initiatieven tot stand brengen die dikwijls door anderen als onmogelijk werden bestempeld….
Een theologie van de vriendschap
Er is in onze samenleving een grote aansporing om aan onszelf te denken. En alleen hieraan. Het is de enige mantra die haar lokroep niet vermindert, zelfs in de grote veranderingen die wij nu moeten ondergaan, deze van de denkbeeldige wereld, van de waanzin van de grote steden, op het einde van het optimisme die volgt op 11 september 2001.
De christelijke broederschap kan alleen maar afstand nemen van een gejaagde, individualistische maatschappij. Het veronderstelt tijd en een zekere graad van communio. Het veronderstelt stil te staan dicht bij de ander. De vriendschap is hier een fundamentele dimensie. In het Oud Testament, is «zijn zonder vriend» verwand met « zijn zonder God ». De mens in een liberale maatschappij heeft slechts zelden vrienden : hij heeft relaties, kennissen , waarvan hij gebruik maakt voor eigen belang. Men vindt anderzijds in het Oude Testament, voornamelijk in het boek Ecclesiasticus en in het boek der Spreuken een gelijkaardige opvatting van vriendschap : De vriend is een steun, een verdediging, maar weldra wordt alles gedragen door een spirituele opvatting van vriendschap. De horizontale lijn, gericht op het nut, wordt afgesneden door de verticale lijn die de transcendentie aanduidt. Zo is een vriend helpen « een offerande aan de Heer » (spr.14,11), « Een broer die gesterkt wordt door een andere broer is sterk als een vesting » (Spreuken 18,19). De vriendschap tussen David en jonathan staat boven elke utilitaire conceptie : « de ziel van Jonathan hecht zich aan de ziel van David, en Jonathan beminde hem zoals zichzelf» (1 Sam.18,1). Een tragisch element verschijnt, als een vooruitlopen op het kruis .
Jezus realiseert in zich de éénheid van alle mensen. Deze eenheid drukt zich uit in verschillende gradaties van bewustzijn en intensiteit om uiteindelijk uit te monden in de persoonlijke vriendschappen van Christus, vooral met Martha, Maria en Lazarus. Het is betekenisvol, dat de enige volwassene die hij van de dood heeft gered, één van zijn persoonlijke vrienden was, Lazarus. Op de drempel van Zijn lijden, noemt hij de apostelen zijn «vrienden». « Wanneer twee of drie in Mijn Naam verenigd zijn, ben Ik in hun midden» (Matth.18,20).
De vriendschap verschijnt als een voorrecht van de christelijke gemeenschap. Dat wat ook het persoonlijk karakter en niet enkel het gemeenschappijke van de vriendschap van Christus onderlijnt, is, dat Hij Zijn apostelen twee aan twee uitzendt. (…)
De kracht van het gebed
Het is wonderlijk om te zien met welk gemak velen onder ons zich verstoken voelen van het noodzakelijke. Het gaat hier niet om voedsel, maar van het gebed die ons helpt om onszelf terug te vinden, om afstand te nemen en ons dichter te brengen tot het leven en de relaties met anderen in het persoonlijk en gemeenschappelijk gebed. Het is een bron van energie die nooit uitgeput kan geraken.
Het gebed opent de mens op God en opent dus de geschiedenis op God. Tegelijk staat het ons toe om volledig zichzelf te zijn, want in het diepst van zijn wezen is hij in relatie met God, deze God waarvan hij het beeld is. Zo wordt het gebed niet uit ons geboren, maar het is ons gegeven. De Heilige Geest, zegt sint Paulus, bidt in onze harten murmelend «Abba, Vader» (Gal.4,6); Rom.8,15). Zeker «wij weten niet wat we moeten vragen om te bidden zoals het hoort», maar de Geest «komt onze zwakheden te hulp» (Rom.8,26).
Het gebed is altijd dicht bij mij. In een zekere zin is mijn bestaan zelf gebed, maar op een onbewuste manier. Op momenten van crisis, op hoogtepunten of bij een intense stilte kan het gebed opwellen uit het hart. De kerkelijke discipline, het avond en morgengebed, de zondaagse Liturgie, zelfs indien ze beleefd wordt in een zekere dorheid, dragen bij om ons hart te ontlasten van verstrooidheden en zorgen die ons onttrekken aan onze kostbare schat. De meditatie, bij voorkeur uit de Heilige Schrift, kan ons doen openstaan voor de adem van de Geest ( het volstaat om te weerstaan aan de bekoring om voldoening te vinden in zichzelf, in een soort kinderlijke eenwording…) Het gemeenschappelijk gebed, gedragen door de zang, indien zij ten minste niet vervalt in ritualisme of in de cultus van de schoonheid, is ook een belangrijke weg. Wij zijn geroepen om te worden wat wij in het diepste van onszelf zijn : «levende gebeden» (André Louf).
Zeker, in onze huidige cultuur is het moeilijk om tot bezinning te komen. Maar wij kunnen elke dag, ’s avonds, met de deur gesloten, telefoon afgehaakt, enkele minuten stilte in acht nemen. Wij moeten onze relatie met de tijd losser beleven om meer en meer tijd vrij te maken voor verwondering, om «de eucharistie te beleven in alle dingen», zoals de heilige Paulus het ons heeft gevraagd. (…)
De liturgie is de vurige gloed van Christus die ons vrij maakt
Wij leven in een overdonderend lawaai en zijn soms niet in staat tot een waarachtig woord over onszelf en de anderen, over de schepping. Er is ook een verdovende stilte, maar zij bevindt zich juist in het innerlijke leven. Ook hiervan moet men zich bevrijden.
Het christelijk leven wordt ervaren en voedt zich door de liturgie. Het griekse woord betekent «het werk van het volk». Zij is immers de communio die God ons geeft in de mate dat wij ze in ons opnemen door Zijn Woord te horen, door het brood in ons op te nemen die Zijn Lichaam is geworden. In het hart van elke liturgische ontplooiing bevindt zich de eucharistie, en dit woord drukt onze dankbaarheid uit : eucharistô in het grieks betekent ook nog vandaag eenvoudigweg : dank u.
Zo is de liturgie fundamenteel het celebreren van de verrezen Christus die de Heilige Geest in ons tegenwoordig stelt. Elke officie, hoe kort ze ook mag zijn, is een zonnestraal van Pasen. Wij aanvaarden het in vriendschap en verzoening, het vereist een «vredeskus». De liturgie is noodzakelijk persoonlijk en noodzakelijk gemeenschappelijk, over de grenzen van elke passiviteit en eenzaamheid heen. Zij offert onze zorgen en ons lijden, zij biedt ons de grote zon die God is aan, en maakt ons vredig en geneest ons. Ze geeft ons ook de sterkte – hoe weinig het ook mag zijn – om te bedaren en te genezen. (…)
De wereld is geschapen om eucharistie te worden. (…) Er is in het hart van de dingen een stille celebratie. Het is aan de mens om er op in te gaan. God vraagt in Genesis om de levenden een «naam te geven ». Want de mens is tegelijk van de hemel en van de aarde. En God heeft de wereld aan de mens gegeven opdat de twee, God en mens, van de wereld één groot liturgisch gedicht zouden maken (…)
Christus is niet alleen het hoofd, aldus een byzantijns mystieker uit de 14e eeuw, Nicolas Cabasilas, maar hij is ook het hart van de Kerk. Door de eucharistie wordt Hij ons hart. In dit hart, waar het vuur voortaan brandt, is het van belang dat de intelligentie van het hoofd en de vervoering van de eros zich transformeren in de smeltkroes van Christus. Dan opent zich, wat de oude asceten noemden het «oog van het hart», het «oog van het vuur», en dit oog, deze kijk openbaart in de menselijke relaties evenals in de relatie tussen de mens en het universum uiterst kleine dingen die nochtans oneindige eucharistische mogelijkheden inhouden.« Brengt dankzegging voor alles» ’t is te zeggen verwezenlijkt eucharistie, zegt de apostel (1 Thess.5,18). Het is wellicht de beste definitie van het christelijk leven.
Een grote nood aan het Evangelie
Er is een grote nood aan het Evangelie in onze maatschappijen. Hoe meer het het patrimonium is geworden van een minderheid, hoe meer we er nood aan hebben, niet als een beknopt handboek van tegengestelde waarheden, maar veel meer als een taal die de absolute liefde van de vader uitdrukt voor de zoon die gans zijn bezit had verkwanseld en zonder enig bezit overbleef.
In de geseculariseerde en ontwikkelde maatschappij ontwikkelen zich tegelijkertijd fenomenen die in contradictie schijnen te zijn met elkaar, maar die sterk met elkaar verbonden zijn : een gekleurde onverschilligheid en een zekere vijandschap tegenover het christianisme (…); een verwarrende ideologische handel die het succes van het geld, het verlangen en het vermaak ophemelen (…); ongebreidelde ideologieën die het accent leggen op de éros en de cosmos, op wetenschappelijk gefundeerde meditaties (…). het gemeenschappelijk punt is het zoeken naar een geheel van gevoelstoestanden, wellicht het hoogtepunt van narcisme; de groeiende oppositie tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden. (…)
In deze context kan het getuigenis van het Evangelie slechts gaan via het bewustzijn, de vrijheid. Ook via een strijd voor een betere herverdeling van de bronnen van de planeet. Via het voorbeeld en het leven (…)
Gaan naar een nieuwe heiligheid
Wij moeten gaan naar een nieuwe heiligheid, open zowel op de Geest als op gans de complexiteit van het sociale, culturele en kosmisch leven. Maar in dit kader eist het getuigenis ook een grondige verandering van zijn inhoud. Wij maken een fundamentele wijziging mee in het beleven van het christendom. Een vernieuwd nadenken over het kwaad dient zich aan, over de God van de kénose, over de notie zelf van almacht – en dus over de hel (…)-, over de geschiedenis en de eschatologie, over de eros en over de cosmos, over de persoon en de communio, en dit in het licht van de Drie-eenheid die tegelijk volheid van de eenheid en volheid van de verscheidenheid is. Er moet eveneens een nieuwe bezinning komen over de techniek : want niet alles wat mogelijk is, is ook wenselijk.
De christelijke monniken van Oost en west kunnen ons veel zeggen. Zij kennen de wegen naar de «plaats van het hart», maar zij plaatsen de innerlijkheid altijd in het perspectief van de communio en de kennis in het perspectief van de liefde. De innerlijkheid heft het mysterie van de ander niet op maar openbaart het. Het gezicht en het oneindige zijn gedeeltelijk verbonden. Men moet dus, naar mijn mening, het moderne humanisme onderzoeken en tegelijk de nabijheid van het mysterie in de innerlijkheid levend houden, zoals de kosmische symbolen. Er is geen oppositie tussen deze twee bewegingen van het hart en de geest, zelfs indien wij in het Westen gewoon zijn een soort van natuurlijk scheiding te zien tussen de ruimte van God en de ruimte van de mens alsof het mogelijk was om er een scheidingslijn door te trekken. Maar indien de scheidingswand die er bestaat tussen de eisen om God te ontmoeten door de mens te miskennen of de mens te begrijpen door abstractie te maken van God, afgebroken wordt, zal men ontdekken dat de kosmos en de geschiedenis de enige mogelijke plaatsen en de taal zijn voor hun ontmoeting (…)
Uit SOP 334 – Januari 2009
Vertaling : Kris Biesbroeck