Augustinus: Laat uw Geschriften mijn kuise vreugde zijn … O Heer….

“Laat uw Geschriften mijn kuise vreugde zijn … O Heer, maak mij volmaakt en onthul mij die bladzijden! Uw stem is mijn vreugde. Geef mij wat ik liefheb … Mogen de innerlijke geheimen van uw woorden voor mij worden ontsloten wanneer ik klop. Dit bid ik door onze Heer Jezus Christus, in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn. Deze schatten zoek ik in uw boeken.”

— Augustinus

+++++++++

Deze tekst weerspiegelt een diep verlangen van Augustinus naar innerlijke verlichting en goddelijke wijsheid, en sluit perfect aan bij zijn filosofische en theologische kernideeën:

 Zoektocht naar Goddelijke Wijsheid:

Augustinus beschouwde wijsheid niet als louter intellectuele kennis, maar als een spirituele eenwording met God. In deze tekst bidt hij om toegang tot de “geheimen van uw woorden”, wat verwijst naar zijn overtuiging dat ware wijsheid voortkomt uit goddelijke openbaring, niet uit menselijke rede alleen.

De Bijbel als Mystieke Bron:

Hij zag de Bijbel als een tekst die niet letterlijk, maar allegorisch en spiritueel gelezen moest worden. De “bladzijden” waar hij om vraagt zijn dus niet alleen fysieke pagina’s, maar symbolen van diepere, eeuwige waarheden die hij wil begrijpen door contemplatie en gebed.

Innerlijke Dialoog met God:

Augustinus geloofde dat echte kennis ontstaat in een innerlijk gesprek met God. De passage “Uw stem is mijn vreugde” benadrukt dat hij God niet alleen als leermeester ziet, maar als bron van vreugde en waarheid die in het hart spreekt.

Christus als Sleutel tot Wijsheid:

De verwijzing naar Christus “in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn” is een echo van Augustinus’ overtuiging dat alle waarheid uiteindelijk in Christus te vinden is. Filosofie en theologie zijn voor hem geen gescheiden werelden, maar één pad naar God.

Deze tekst is dus geen gewone smeekbede, maar een spirituele meditatie die Augustinus’ hele levenshouding samenvat:

een hartstochtelijke zoektocht naar God via liefde, innerlijke reflectie en heilige teksten.

De ideeën uit de tekst over het verlangen naar goddelijke wijsheid en het openen van de Schrift —zijn diep verweven met Augustinus’ Confessiones. Hier zijn een paar kernpunten waarin dat tot uiting komt:

De Schrift als bron van waarheid:

In Confessiones beschrijft Augustinus hoe hij jarenlang worstelde met filosofieën zoals het manicheïsme en het neoplatonisme, maar pas in de Bijbel vond hij de waarheid die zijn hart raakte. Hij noemt de Schrift “laag van stijl, maar hoog van inhoud” — een paradox die hem eerst afstootte, maar later juist aantrok toen hij de spirituele diepgang begon te begrijpen.

Innerlijke zoektocht en contemplatie:

Boek X van Confessiones (of Belijdenissen) is een meesterwerk van introspectie. Augustinus onderzoekt zijn geheugen, verlangens en motieven, en komt tot de conclusie dat God dieper in hem woont dan hijzelf. Zijn gebed om de “geheimen van de woorden” te ontsluiten is dus niet alleen een intellectuele wens, maar een spirituele roep om transformatie.

Gebed als toegang tot wijsheid:

De hele Confessiones is geschreven in de vorm van een gebed. Augustinus spreekt niet tot de lezer, maar tot God. Dat maakt zijn smeekbede om wijsheid — zoals in de tekst die je eerder gaf — een levende praktijk in het boek zelf. Hij vraagt God om hem te zuiveren, te leiden en te onderwijzen.

 Christus als sleutel tot inzicht:

In Boek VII beschrijft Augustinus hoe hij dankzij de brieven van Paulus en de preken van Ambrosius tot het inzicht kwam dat Christus de brug is tussen God en mens. Hij noemt Christus expliciet als degene “in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn” — precies zoals in jouw tekst.

Een passage uit Confessiones die dit illustreert?

“Groot bent U, Heer, en zeer te prijzen: groot is Uw kracht, en van Uw wijsheid is er geen getal. En prijzen wil U de mens, een deel van Uw schepping, namelijk de mens die zijn sterfelijkheid ronddraagt, die het getuigenis van zijn zonde ronddraagt, en het getuigenis dat U de trotsen weerstaat. En toch — prijzen wil U de mens, een deel van Uw schepping. U wekt hem ertoe op dat hij er behagen in schept U te prijzen, omdat U ons gemaakt hebt voor U, en onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.” Augustinus ‘Confessiones’

Deze beroemde openingszin is een samenvatting van Augustinus’ hele spirituele zoektocht: het verlangen naar God, de erkenning van menselijke zwakheid, en de diepe rust die alleen in God gevonden kan worden.

Hier is een ontroerende passage uit Confessiones, Boek IX, waarin Augustinus de dood van zijn moeder Monnica beschrijft. Dit moment staat bekend als het visioen van Ostia, vlak voor haar overlijden:

“Wij spraken samen, alleen met elkaar, zoet en innig. Wij vergaten het verleden en richtten ons op de toekomst. In de tegenwoordigheid van de waarheid, die Gij zijt, vroegen wij ons af hoe het eeuwige leven zou zijn van de heiligen. En terwijl wij spraken, steeg onze geest op, hoger dan de wereld en haar zon en maan en sterren, tot wij kwamen bij het land van overvloedige vreugde, waar Gij uw volk eeuwig voedt. Daar, waar het leven is, dat niet vergaat, waar de wijsheid is, die niet bedriegt. En terwijl wij zo spraken, raakten wij het aan met een flits van ons hart.” (Confessiones IX, hoofdstuk 10)

Deze passage is een spiritueel hoogtepunt in het boek. Augustinus en zijn moeder delen een moment van mystieke eenheid, waarin ze samen God naderen in contemplatie.

 Kort daarna overlijdt Monnica — in vrede, vervuld van haar levensdoel: de bekering van haar zoon.

Nog een pareltje uit Confessiones, dit keer over zijn zoon Adeodatus — een ontroerend moment van vaderlijke trots en spirituele verbondenheid. :

Over Adeodatus (Boek IX, hoofdstuk 6)

“Samen met mij was er ook mijn zoon Adeodatus, geboren uit mijn zonde. Hij was vijftien jaar oud en had een verstand dat mij verbaasde. Wij spraken samen, en ik vond in hem niet alleen een leerling, maar ook een vriend. In onze gesprekken over waarheid en wijsheid was hij mijn gelijke. Wat een gave van U, o God!”

Augustinus noemt Adeodatus “geboren uit mijn zonde”, maar tegelijk erkent hij hem als een goddelijke gave. Hun gesprekken zijn niet alleen intellectueel, maar ook spiritueel — een vader en zoon die samen God zoeken.

De diefstal van de peren uit deperenboom :

“Er was een perenboom vlak bij onze wijngaard, vol met vruchten die niet bijzonder aantrekkelijk waren, noch qua smaak, noch qua uiterlijk. Met een stel kameraden gingen we er ’s nachts heen, na ons spel op straat, en stalen er een enorme hoeveelheid peren. Niet om ze zelf op te eten — we gooiden ze zelfs weg, of gaven ze aan de varkens. Het ging ons niet om de peren, maar om het stelen zelf. Ik hield van mijn misdaad, niet om wat ik ermee bereikte, maar om de misdaad zelf.”

Wat betekent dit in zijn filosofie?

Zonde om de zonde:

Augustinus erkent dat hij niet stal uit nood of honger, maar puur uit een verlangen om te overtreden. Dit is voor hem het bewijs van de gevallen aard van de mens.

Symboliek van de boom:

Hij verbindt deze daad met de boom van kennis van goed en kwaad uit Genesis. Het is zijn persoonlijke “oerzonde”.

Reflectie en spijt:

Hij kijkt terug met een mengeling van afschuw en verwondering — hoe kon hij zo handelen, en waarom vond hij daar vreugde in?

De gestolen peren – Symbool van zonde (Confessiones II, 4–6):

“Ik hield van mijn misdaad, niet om wat ik ermee bereikte, maar om de misdaad zelf.”

Augustinus gebruikt het perenverhaal als illustratie van zondigheid als begeerte naar het kwaad, niet uit nut maar uit drang.

Het toont hoe zonde in de wil zelf huist, iets dat hij later koppelt aan de erfzondeleer.

Zijn bekering – De vijgenboomscène (Confessiones VIII, 12):

“Waarom niet nu? Waarom niet op dit ogenblik een einde aan mijn vuilheid?”

Het fragment over Augustinus’ bekering in Confessiones, Boek VIII, hoofdstuk 12, is inderdaad beroemd én aangrijpend.

Hier s een volledige Nederlandse vertaling van dat moment, gebaseerd op erkende vertalingen:

“Ik wierp mij neer onder een vijgenboom en liet mijn tranen de vrije loop. De stromen van mijn ogen kwamen uit mijn hart, en ik riep tot U: ‘Hoe lang nog, Heer? Hoe lang nog, Heer, zult Gij vertoornd blijven? Vergeet niet mijn vroegere misdaden!’ Ik riep uit: ‘Hoe lang nog? Hoe lang nog? Morgen en morgen? Waarom niet nu? Waarom niet op dit ogenblik een einde aan mijn vuilheid?’

En plotseling hoorde ik een stem, alsof van een kind, uit een naburig huis, dat herhaaldelijk zei: ‘Neem en lees, neem en lees.’ Ik hield op met huilen en begon na te denken: was dit een kinderliedje? Nee, ik had zoiets nog nooit gehoord. Ik nam aan dat het een goddelijke opdracht was om het boek te openen en het eerste te lezen wat ik zag. Ik haastte mij terug naar de plek waar ik het boek van de apostel had neergelegd. Ik opende het en las in stilte het eerste vers waarop mijn ogen vielen: ‘Niet in zwelgpartijen en drinkgelagen, niet in ontucht en losbandigheid, niet in twist en jaloezie, maar bekleed u met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan de begeerten van het vlees.’

Ik las niet verder. Het was niet nodig. Want zodra ik deze woorden las, stroomde er een licht van zekerheid in mijn hart en verdwenen alle duistere twijfels.”

Dit is het moment waarop Augustinus zijn innerlijke strijd loslaat en zich volledig overgeeft aan God. Het is een existentiële doorbraak:

 Geen filosofie, geen redenering, maar een directe aanraking van genade.

————–

Henri Nouwen : We zijn niet geroepen om de wereld te redden, alle problemen op te lossen en alle mensen te helpen…..

“We zijn niet geroepen om de wereld te redden, alle problemen op te lossen en alle mensen te helpen. Maar we hebben allemaal onze eigen unieke roeping, in onze families, in ons werk, in onze wereld. We moeten God blijven vragen om ons te helpen duidelijk te zien wat onze roeping is en ons de kracht te geven om die roeping met vertrouwen uit te voeren. Dan zullen we ontdekken dat onze trouw aan een kleine taak de meest helende reactie is op de ziektes van onze tijd.”

— Henri Nouwen

+++++++++++

Het is een prachtige en inspirerende boodschap over het belang van trouw zijn aan je eigen roeping, hoe klein die ook lijkt.

Deze tekst benadrukt dat we niet alles hoeven op te lossen in de wereld, maar dat we wél een persoonlijke roeping hebben — een unieke taak of verantwoordelijkheid die betekenis geeft aan ons leven.

Hier zijn enkele centrale inzichten:

Beperkte verantwoordelijkheid:

Je hoeft niet de hele wereld te redden, en dat is oké. Het idee is bevrijdend.

Persoonlijke roeping:

Iedereen heeft een unieke plek en rol — binnen je familie, werk, of gemeenschap — waar je impact kan maken.

Geestelijke begeleiding:

 Door God te vragen om helderheid en kracht, kun je je roeping met vertrouwen volgen.

Trouw aan het kleine:

Het zijn vaak juist de bescheiden, trouwe daden die helend werken in de grotere context van de wereldproblemen.

In essentie:

Het is een oproep om niet overweldigd te raken door de grootte van de wereld, maar om betekenisvol te zijn in jouw hoekje ervan.

Wie was Henri Nouwen ?

Henri Nouwen was een Nederlandse katholieke priester, psycholoog en schrijver die wereldwijd bekend werd om zijn spirituele en pastorale inzichten. Hij werd geboren op 24 januari 1932 in Nijkerk en overleed op 21 september 1996 in Hilversum.

Wat maakte hem bijzonder?

Diepe spiritualiteit:

Nouwen schreef meer dan 40 boeken over gebed, innerlijke heling, kwetsbaarheid en de liefde van God. Zijn bekendste werk is Eindelijk thuis, een meditatie over Rembrandts schilderij De terugkeer van de verloren zoon2.

Academische carrière:

Hij doceerde aan prestigieuze universiteiten zoals Yale, Harvard en Notre Dame in de VS..

Leven met kwetsbaren:

In zijn latere jaren werkte hij als pastor in een L’Arche-gemeenschap in Canada, waar hij leefde met mensen met een verstandelijke beperking. Zijn vriendschap met een meervoudig gehandicapte man, Adam, inspireerde het boek Adam, God’s Beloved3.

Kwetsbare ziel:

Nouwen worstelde met eenzaamheid, zijn homoseksualiteit en de zoektocht naar erkenning. Juist die kwetsbaarheid maakte zijn werk zo menselijk en troostrijk.

 Centrale boodschap:

Nouwen geloofde dat ieder mens door God geliefd is, ongeacht prestaties of status. Zijn werk nodigt uit tot contemplatie, eenvoud en trouw aan je persoonlijke roeping — zoals hij zelf zei:

“We zijn niet geroepen om de wereld te redden… maar om trouw te zijn aan onze eigen roeping”.

http://www.toetsalles.nl

http://www.Christelijkeinformatiebron.wordpress.com

————

St.Augustinus: In mijn diepste wonde zag ik Uw glorie en dat verbaasde mij….

“In mijn diepste wonde zag ik Uw glorie en dat verbaasde mij.”

Sint Augustinus

+++++++

Betekenis van de quote:

“In mijn diepste wonde zag ik Uw glorie en dat verbaasde mij.” – Sint Augustinus

Context:

Augustinus schrijft dit in zijn Belijdenissen, waarin hij zijn innerlijke worstelingen en bekering beschrijft. De “diepste wonde” staat voor zijn besef van eigen zonde, leegte en geestelijke nood.

De diepste wonde:

Niet vooral een lichamelijke pijn, maar een existentiële leegte of zielsklacht

Moment van inkeer:

hij erkent zijn tekortschieten tegenover God en zichzelf.

Gods glorie in gebrokenheid

Paradox:

Juist in zijn kwetsbaarheid en zwakte ervaart hij Gods aanwezigheid en liefde.

De wond wordt de ingang voor genade en inzicht in Gods schoonheid

Zijn eigen nood leidt hem tot het besef dat God sterker is dan alle gebrokenheid

De verrassende ontdekking:

Hij verwachtte misschien vooral troost of straf, maar ontmoette verrassend Gods glorie

Die glorie overstijgt menselijke verwachtingen en normen

Het besef wekt verwondering:

een verheven, vreugdevol besef te midden van pijn

Relevantie voor nu:

Onze eigen kwetsbaarheden kunnen poorten zijn naar diepere zingeving

Lijden of crisis hoeven geen eindpunt te zijn, maar kunnen een begin zijn van innerlijke groei

De ontmoeting met eigen beperkingen maakt ons ontvankelijk voor troost, hoop en kracht

—————-

 

St. Antonius van Padua: Wil je God altijd in gedachten houden?……

Wil je God altijd in gedachten houden? Wees gewoon zoals Hij je heeft gemaakt. Ga niet op zoek naar een andere ‘JIJ’. Verander jezelf niet in iets anders dan wat Hij heeft bedoeld. Dán zal je God altijd in gedachten houden.

St.Antonius van Padua.

+++++++++++++++++

Een prachtige en inspirerende boodschap over authenticiteit en geloof.

Het citaat komt van St. Antonius van Padua, een van de meest geliefde heiligen binnen het christendom. De boodschap—dat je God in gedachten houdt door trouw te blijven aan wie je werkelijk bent—is diep geworteld in zijn spirituele visie.

St.Abtonius van Padua.

++++++++++++

Achtergrond van St. Antonius van Padua:

  • Geboren als Fernando Martins de Bulhões in Lissabon rond 1195, later franciscaan en theoloog.

  • Bekend om zijn krachtige preken, diepe kennis van de Bijbel en wonderen zoals het “ezelwonder” en de “vispreek” 

  • De Vispreek:

    Toen Antonius in Rimini predikte, weigerden de inwoners naar hem te luisteren vanwege hun ketterse overtuigingen. Teleurgesteld trok hij naar het strand en begon te preken tot de zee… en toen gebeurde er iets bijzonders:

    • Vissen kwamen aanzwemmen, stelden zich in rijen op volgens grootte, en luisterden aandachtig naar zijn woorden.

    • De kleine vissen kwamen vooraan in het ondiepe water, de grotere bleven achteraan.

    • Ze zouden zelfs met hun staarten bewogen hebben om hun instemming te tonen.

    Deze legende benadrukt hoe zelfs de natuur openstaat voor Gods woord, als mensen dat niet willen.

     Het Ezelwonder:

    Dit verhaal draait om een ketter die de werkelijke aanwezigheid van Christus in de eucharistie ontkende. Antonius daagde hem uit:

    • De ketter kreeg de opdracht zijn ezel drie dagen geen eten te geven.

    • Daarna werd het dier geconfronteerd met een voerbak vol voedsel én met de hostie die Antonius vasthield.

    • Tot ieders verbazing knielde de ezel voor de hostie, en negeerde het voedsel.

    De ketter was zo onder de indruk dat hij zich bekeerde. Dit wonder is een krachtig symbool van eerbied voor het sacrament, zelfs door een dier.

  • Hij benadrukte nederigheid, eenvoud en authenticiteit als wegen naar God. Het idee dat je jezelf niet moet veranderen om God te vinden, sluit perfect aan bij zijn leer. 

  • Antonius stierf in 1231 en werd al binnen een jaar heilig verklaard—een record in de katholieke kerk.

De kern van het citaat

Het citaat weerspiegelt Antonius’ overtuiging dat Gods aanwezigheid niet iets is wat je moet zoeken in uiterlijke veranderingen, maar iets wat je ervaart door trouw te blijven aan je innerlijke roeping. In zijn preken moedigde hij mensen aan om zichzelf niet te verliezen in wereldse verlangens, maar te leven in overeenstemming met hun door God gegeven aard.

——————-

St.Johannes van het Kruis: Het lichaam, draagmoeder van het goddelijke….

Het lichaam, draagmoeder van het goddelijke

  1. Een liefdeswond die nooit geneest. Johannes van het Kruis.

In oktober 1567 ontmoet Teresa in Medina voor de eerste keer Johannes van het Kruis. Zij is daar ter voorbereiding van het stichten van een mannelijk klooster in de lijn van haar vernieuwingsplannen zoals zij dat reeds had gerealiseerd voor vrouwen o.a. in Avila. Veel keus had zij niet. De mannelijk tak van de toenmalige Carmel was klein en Teresa vreesde zijn uitsterven.  Zij had tot nu toe slechts één kandidaat: Antonio de Heredia. Hij was zestig jaar oud, geleerd, ijverig. Maar hij hield van een zekere luxe: een mooie kloostercel, een verzorgd habijt, een onberispelijke omgeving. Teresa vertrouwde hem niet helemaal. Zij zoekt verder.

Dan hoort zij een zekere Pedro de Orozco, die theologie studeerde te Salamanca, spreken over een medestudent, Juan de Santo Matias, die opviel door zijn deugdzaamheid en ingetogenheid. Hij is nu ook in Medina voor het opdragen van zijn eerste mis. Teresa is direct geïnteresseerd. Zij spreken elkaar. Teresa staat oog in oog met een vijfentwintigjarige jongeman, opvallend klein van postuur, een ovaal gezicht, bruine tint, levendige ogen en een diepe blik – zoals later velen zijn verschijning omschrijven. Hij luistert naar Teresa’s hervormingsplannen. Maar hij vertelt dat hij van plan was zich aan te sluiten bij kartuizers omdat hij sterk verlangt naar teruggetrokken leven van boete, gebed en mystieke inkeer. Teresa weet hem te overtuigen dat hij dit alles en nog meer in haar stichtingen kan vinden. Hij stemt toe met de woorden; ‘Als het maar niet te lang duurt.’ En aldus geschiedde. Tot aan haar dood zouden zij samenwerken. Bij zijn officiële intrede inde orde van de Ongeschoeide nam Juan de Santo Matias een andere naam aan: Juan de Cruz, Jan van het Kruis.

Juan de Yepes y Alvarez, zoals zijn oorspronkelijke naam luidde, was in 1542 geboren te Fontiveros in een straatarm gezin van wevers. Vader Gonzalo de Yepes kwam weliswaar uit een zeer gegoede familie, maar was onterfd, omdat hij trouwde met een vrouw van lagere komaf. Hij overleed enkele maanden na de geboorte van Juan ten gevolge van een slepende ziekte en liet vrouw en drie kinderen achter in grote armoede. Na de dood van zijn tweede broer Luis verhuisde zijn moeder naar Medina del Campo.

Daar werd Juan ondergebracht in een weeshuis, waar hij niet alleen leerde lezen en schrijven, maar ook de kans kreeg zich te bekwamen in een ambacht. Hij probeerde timmerman, houthakker, drukker, maar hij bleek totaal ongeschikt voor enig handwerk.

Hij kreeg de kans om te gaan wonen en werken in een ziekenhuis voor armen, bekend als el hospitel de las bubas (tumoren) waar ernstige gevallen van syfilis gratis werden verpleegd. Juan moest helpen bij de verzorging van de zieken. Daar heeft hij de verwoestende gevolgen van seks van nabij gezien en – zoals iemand opmerkte – is het een wonder dat hij later zulke prachtige, erotische poëzie zou schrijven. Hij moest ook bedelen om het ziekenhuis te helpen aan inkomsten. Maar hij kreeg ook de mogelijkheid te studeren aan een colegio, een middelbare school van de Jezuïeten, waar men latijn, geschiedenis en literatuur onderwees.

Na vier jaar studie aldaar, stelde zijn directeur hem voor priester te worden ten dienste van de kapel van het hospitaal. Juan had andere ideeën. Hoewel onder druk gezet, weigerde hij dit aanbod en – om zijn baas niet onder ogen te komen – verliet op een nacht hij stiekem het ziekenhuis en meldde zich aan de poort van de karmelieten priorij Santa Anna. Hij was eenentwintig jaar. Een jaar later legde hij de kloostergelofte af en nam de naam aan van Frater Juan de Santo Matias.

Juan kreeg de kans te studeren aan de universiteit te Salamanca, toen een topuniversiteit. Tot de collegestof behoorden Aristoteles en Thomas van Aquino, een vleugje Plato en Augustinus. Overigens heerste op deze hogeschool een grondige afkeer van de moderne, ‘mystieke’ auteurs die bijvoorbeeld schreven over het innerlijk gebed.  Hun geschriften stonden veelal op de Index. Toch heeft Juan zowel Dionysius de Areopagiet bestudeerd als Boethius’ Troostboek, als ook het commentaar van Gregorius op het Hooglied, en vooral de Bijbel, zijn levenslange metgezel. Zoals een biograaf opmerkt: ‘Geen protestant heeft ooit meer uit de Heilige Schrift geciteerd dan Juan.’ Bijna afgestudeerd ontmoet hij Teresa.

Hoewel Teresa en Juan elkaar zeer waardeerden, waren ze ook verschillend. Zij hadden twee zeer verschillende karakters. Juan was niet zozeer van het organiseren, terwijl Teresa blaakte van ondernemingsgeest. Maar Juan bekritiseerde Teresa soms om haar al te enthousiaste devotie. Zij was zeer gehecht aan de eucharistie. Juan wist dat en toen zij een keer weer ter communie kwam, brak hij de hostie in tweeën en gaf de helft om haar te wijzen op haar geestelijke gulzigheid. Teresa nam het sportief op, waarna zij haar grote visioen van het geestelijk huwelijk kreeg. Was Teresa echter nogal enthousiast over haar visoenen, Juan probeerde haar wat te matigen. De strenge leraar van het nada, nada – niets, niets-, leerde ook visioenen achter te laten en zich niet te hechten aan Gods gunsten. Niettemin, als Juan enige woorden wil wijden aan de geestverrukking,  laat hij dat graag aan iemand anders over ‘ die daar beter over kan spreken dan ik, temeer nu onze gelukzalige moeder Teresa van Jezus over deze aangelegenheden van de geest op bewonderenswaardige wijze heeft geschreven. Op God vertrouwend hoop ik, dat deze geschriften spoedig in druk het licht mogen zien.’ 2  .

Zelf was hij zeer ontvankelijk voor extase. Er zijn vele getuigenissen die vertellen hoe hij buiten zichzelf kon geraken als hij in de natuur aan het bidden was of tijdens het leen van de mis. Toen men hem eens vroeg hoe iemand in verrukking kon raken, antwoordde hij: Dit gebeurt door aan de eigen wil te verzaken en die van God te doen. Want extase is niets anders dan dat de ziel uit zichzelf treedt en in vervoering geraakt in God. En dit doet degene die gehoorzaamt. Want hij treedt uit zichzelf en uit zijn eigen willen en verlicht duikt hij onder in God’. 

Hij mag dan wel gedroomd hebben van een verborgen leven in stilte en gebed, een werkzaam en druk leven is hem niet gespaard gebleven. Samen met Teresa zou hij verschillende nieuwe kloosters stichten – in Alba de Tormes, Segovia, Malaga, Cordoba, Madrid, La Manchuela, Caravaca. Wie op de kaart van Spanje kijkt, ziet hoeveel reistijd dit gekost heeft. Hij bekleedt belangrijke bestuursfuncties: als prior (Alcala, Baeza, Calvario, Granada, Segovia) novicemeester (Pastrana), als definitor (zitting in de permanente raad van de generale overste). Steeds was hij ook biechtvader en geestelijke leidsman van de broeders en zusters, die aan zijn zorgen waren toevertrouwd. Tussen alle werkzaamheden een taken door trok hij zich vaak terug op een stille plek in de natuur, gaf hij zich over aan het landschap, de bomen, de bloemen en de heuvels. Hij moet eens gezegd hebben: ‘Ik voel me beter tussen de stenen dan onder mensen.’ Hij gaf daar dan ook deze reden voor: ‘Als ik met stenen omga, hoef ik minder te biechten dan wanneer ik met mensen omga.’  

Juan was zo vervuld van God, dat hij nergens anders over kon praten. En hij deed dat zo vurig, liefdevol en eloquent dat de toehoorders opgezogen werden en verdwenen in zijn verhaal. In plaats van een preek te geven nam hij soms zijn broeders en zusters mee naar een van zijn geliefde plekken in de natuur en spoorde hij hen aan alleen maar de omgeving in contemplatieve aandacht te beschouwen.

Het is niet te geloven, maar deze stille, godlievende man, diemet alle zachtmoedigheid zijn leerlingen onderrichtte, had vijanden. Er waren niet alleen de theologen van de kerkelijke inquisitie, die met argusogen zijn doen en laten volgden, maar vooral een groot aantal van zijn eigen medebroeders van de Karmel die hem haatten. Zij waren faliekant tegen de vernieuwingsplannen, die Teresa en hij aan het uitwerken waren. Zij zagen daar niet de noodzaak van. Teresa en Juan wilden terug naar het oorspronkelijke doel van de Karmel. Dat was een teruggetrokken leven, uitsluitend gewijd aan contemplatie. In de loop van de tijd hadden de karmelieten zich nog andere functies toebedacht zoals preken in de parochies en pastoraal werk. De monniken waren al te vaak buitenshuis. Bovendien waren de kloosters geworden tot een open huis voor bezoekers, biechtelingen en voor hen die kwamen voor geestelijke raadgeving. Teresa had zelf de verleidingen en afleidingen ondervonden van het vele bezoek dat het klooster te Avila, waar zij als jonge vrouw ingetreden was, veroorzaakte. Heel krachtig kwam dit tot uitdrukking bij de mannelijke tak van de orde toen op een bestuursvergadering het voorstel besproken werd een klooster te stichten in een missiegebied. Iedereen was voor. Alleen Johannes van het Kruis was tegen. Toen men hem vroeg waarom, zei hij: ‘Wij zijn contemplatieven, geen missionarissen.’

De strijd tussen ‘geschoeide’, de conservatieven, en de ‘ongeschoeide’, de voorstanders van hervorming, zou hoog oplopen en oorlogszuchtige vormen aannemen. Dieptepunt voor Juan was zijn gevangennamen, ontvoering en negen maanden opsluiting in een kleine donkere cel in een klooster van vijandige en wraakzuchtige medebroeders. Niemand wist waar men hem gevangenhield. Ook Teresa niet. Zij schreef zelfs een wanhopige brief aan de koning om te bemiddelen.

Tijdens de maanden van zijn opsluiting werd Juan onderworpen aan vernederingen, beschuldigingen en fysiek geweld. Hij kreeg geen schone kleren, wel schraal en karig eten en moest elke vrijdag in de refter verschijnen, waar hij door de prior werd uitgescholden en gestraft werd met geselingen. Men moet echter voorzichtig zijn met het gevangenzetten van mystici. De geschiedenis toont dat de bajes soms een plaats is, waar zij hun krachtigste ervaringen en belangrijkste inzichten kregen: de profeet Jeremias, Jeanne d’Arc, Katarina, Sri Aurobindo bijvoorbeeld. Zo zou het ook Juan vergaan.

Hij kon goed tegen eenzaamheid. Ook klaagde hij nooit over een schamele maaltijd. Maar het langdurige, volstrekte isolement bracht hem in de ernstigste crisis van zijn leven. Een grote twijfel overviel hem. Was hij wel op de juiste weg met zijn hervormingsplannen? Werd hij niet terecht beschuldigd van ongehoorzaamheid jegens zijn overste? En de ongehoorzaamheid aan de superieuren was de grootste zonden die een kloosterling kon begaan. Soms stonden zijn medebroeders bij de deur van zijn cel hardop te praten, zodat hij hen kon horen zeggen, dat Teresa gestopt was met de hervorming. Hij werd bestormd met gewetensbezwaren, Een verzachtende omstandigheid was dat hij na zes maanden een andere bewaker kreeg die hem schone kleren gaf en schrijfmateriaal. Eindelijk kon Johannes wat opschrijven. Op een avond, in de greep van een uiterst sombere stemming, hoorde hij vanuit zijn cel een jongeman een villancico, een liefdesliedje zingen:

‘Ik sterf van liefde,

wat moet ik doen?

– Sterven’.

In een oogwenk werd zijn somber gemoed gebroken. Een grote vreugde overviel hem. Hij wist hoe hij zijn leven lang verliefd was en dat deze verliefdheid ondanks zware beproevingen nog altijd levend was. Vanaf zijn kinderjaren kende hij slechts één hartstochtelijk verlangen: in de nabijheid te zijn van zijn geliefde. In die donkere dagen van zijn gevangenschap dacht hij dat zijn geliefde hem had verlaten. Maar nu wist hij dat zij beide nooit van elkaar gescheiden waren geweest. Zijn verlangen is hun eenheid.  En hij begon te schrijven: de eerste strofen van zijn ‘Geestelijk Hooglied’.

De manier waarop hij ontsnapte uit de gevangenis kan niet conventioneler. Zijn bewaker hielp hem aan een paar lakens die hij aan elkaar knoopte. En op een avond, het slot van zijn deur was opzettelijk opengelaten, aan de vooravond van Maria Hemelvaart, sloop Johannes, ‘s nachts tussen twee en drie uur, zijn cel uit, klom door een raam van de kloostergang naar buiten en liet zich langs de bijeen geknoopte lakens zakken, langs de muur, tot hij enigszins hardhandig de grond bereikte, de oever van de rivier de Taag.  Hij vluchtte naar een klooster van karmelietessen, die hem gunstig gezind waren. Zij waren verheugd over zijn uitbraak, maar verbaasden zich ook over hoe mager hij was, uitgemergeld, vel over been. Een gedenkplaat op de muur van Toledo herinnert nog steeds aan deze klassieke ontsnapping.

Sinds dat jaar, 1578, schreef hij gedichten. In de gevangenis componeerde hij het prachtige Que bien sé yo la fonte qua mana y corre, aunque es de noche – ik ken de bron haar wellen en haar stormen, al is het nacht. 5 Na zijn ontsnapping schreef hij romances, ballades en pastorale, herderlijke gedichten o.a. in de stijl van copla’s, volkse gedichten over liefde en verlangen. Juan dichtte over zijn liefdevolle verbondenheid met de drie-eenheid, over de menswording van Christus, aangeraakt worden door het Woord, over de Bruidegom die de bruidskamer betreedt, over het geloof alleen dat tot schoonheid leidt. En hij becommentarieerde zijn gedicht Geestelijk Hooglied, Cantico Espiritual. Daarover straks meer.

Vooral is hij bekend geworden door twee gedichten En una Noche oscura – In een donkere nacht 6 – en Llama de amor viva – levende vlam van liefde, 7 die hij allebei uitgebreid van kanttekeningen voorzag.

Het gedicht In een donker nacht kreeg liefst twee commentaren: De Bestijging van de berg Carmel 8  en De donkere Nacht. 9 In beide toelichtingen kwam hij niet verder dan de derde strofe. Ze worden plotseling afgebroken. Juan is niet alleen een dichter die wereldliteratuur produceerde, maar ook een schrijver van mystagogische werken die tot het beste van de mystieke geschiedenis behoren. Hij is een scherpzinnig fenomenoloog van het contemplatieve leven. Nauwkeurig beschrijft hij de moeite, inspanningen, het ‘beklimmen van de berg’ naar de top van het geestelijk leven en vervolgens de zuivering, de ontlediging en de transformatie die de ziel passief en niet wetend heeft te ondergaan: de tocht door de duistere nacht.

Voor zijn leerlingen, de karmelietessen Beas, heeft hij van deze weg op een A4tje een schets gemaakt. Met deze tekening beoogde hij, ‘dat zij het in het brevier zouden leggen en door er af en toe na te kijken zich zouden herinneren wat hij hun gedurende vijf maanden in de zondagse conferentie had uiteengezet.’ (10 In de afbeelding van de berg plaatst hij sleutelwoorden.

Ziehier:

San Juan de la Cruz: Autógrafo del Montecillo de perfección. Hacia 1578.

In de vertaling:

(Onderaan de schets)

Om te geraken tot het smaken van alles — heb smaak in niets.

Om te geraken tot het weten van alles — wil niets weten.

Om te geraken tot het bezit van alles — wil niets bezitten.

Om te geraken tot alles zijn — wees niets.

Om te geraken tot wat je nog niet smaakt — moet je gaan langs

de weg van het niet-smaken.

Om te geraken tot wat je nog niet weet — moet je gaan langs

de weg van het niet-weten.

Om te geraken tot het bezit van wat je nog niet hebt — moet je

gaan langs de weg van het niet-bezitten.

Om te geraken tot wat je nog niet zijt — moet je gaan langs de

weg van het niet-zijn.

Als je bij iets blijft stilstaan — dan werpt je je niet met hart en ziel

op het Al.

Om geheel en al tot het Al te komen — moet je je van alles ont-

doen omwille van het Al.

Als je eenmaal helemaal tot het bezit komt van het Al — moet

je het vasthouden zonder iets anders te willen.

In deze ontbloting vindt de geest rust. Omdat hij immers niets najaagt, vermoeit hem niets op de weg naar omhoog en drukt hem niets bergafwaarts, want hij staat in het evenwicht van zijn nederigheid.

(De drie paden van de Berg, van links naar rechts_

Weg van de geest der onvolmaaktheid: Naar de hemel — dat niet; eer — dat niet; vreugde — dat niet; weten — dat niet; troost — dat niet; rust — dat niet — Hoe meer ik dit wilde heb­ben, des te minder hield ik in de hand.

Pad naar de berg Karmel — Geest van volmaaktheid: niets, niets, niets, niets, niets, niets en ook boven op de berg niets.

Weg van de geest der onvolmaaktheid: Naar deze aarde — ook dat niet; bezitten — ook dat niet; vreugde — ook dat niet; weten — ook dat niet; troost — ook dat niet; rust — ook dat niet — Hoe meer ik dit wilde zoeken, des te minder hield ik in de hand.

(Top van de Berg, van links naar rechts, bijschriften bij de ver­schillende niveaus)

Sinds ik dit niet meer wilde hebben, heb ik dit alles zonder het te willen.

Sinds ik het minder wilde, heb ik dat alles zonder het te willen. Vrede — Vreugde — Blijdschap — Genot — Wijsheid — Gerech­tigheid — Sterkte — Liefde — Godsvrucht. Om eer geef ik niet — Om pijn geef ik niet.

Hier is geen weg meer, want voor de gerechte bestaat er geen wet; hij is zichzelf tot wet.

Lees verder “St.Johannes van het Kruis: Het lichaam, draagmoeder van het goddelijke….”

Bezinningslied voor de avond en als herdenking voor een dierbare: Abide with me….

Bezinning :  Abide with me  – Blijf bij mij

Engelse tekst

Abide with me; fast falls the eventide; The darkness deepens; Lord, with me abide. When other helpers fail and comforts flee, Help of the helpless, O abide with me.

Swift to its close ebbs out life’s little day; Earth’s joys grow dim, its glories pass away; Change and decay in all around I see— O Thou who changest not, abide with me.

I need Thy presence every passing hour; What but Thy grace can foil the tempter’s pow’r? Who, like Thyself, my guide and stay can be? Through cloud and sunshine, Lord, abide with me.

I fear no foe, with Thee at hand to bless; Ills have no weight, and tears no bitterness; Where is death’s sting? Where, grave, thy victory? I triumph still, if Thou abide with me.

Hold Thou Thy cross before my closing eyes; Shine through the gloom and point me to the skies; Heav’n’s morning breaks, and earth’s vain shadows flee; In life, in death, O Lord, abide with me.

Nederlandse vertaling

Blijf bij mij, de avond valt snel neer, De duisternis groeit, Heer, blijf toch hier. Als hulp verdwijnt en troost vervaagt, Help mij, o Heer, blijf bij mij vandaag.

Het leven glijdt stil naar zijn einde toe, Aardse vreugd vervaagt, haar glans is moe. Verandering en verval zie ik om mij heen— O Gij die niet verandert, blijf bij mij alleen.

Ik heb Uw nabijheid elk uur zo nodig; Alleen Uw genade weerstaat het kwade logisch. Wie, zoals Gij, kan mijn gids en steun zijn? In zon en storm, Heer, blijf bij mij klein.

Ik vrees geen vijand, met U aan mijn zij; Geen last weegt zwaar, geen traan maakt mij blij. Waar is de doodssteek? Waar is het graf zijn macht? Ik zegevier nog, als U bij mij blijft zacht.

Houd Uw kruis voor mijn sluitende ogen klaar; Schijn door de duisternis, wijs mij naar daar. Hemels licht breekt aan, aardse schaduw verdwijnt; In leven, in dood, Heer, blijf bij mij, Uw vriend.

—————–

Abide with Me is een hymne die diep raakt, zowel in tekst als melodie. 

Achtergrond en betekenis Deze hymne werd geschreven in 1847 door Henry Francis Lyte, een Schotse Anglicaanse predikant, vlak voor zijn overlijden aan tuberculose. De titel en eerste regel verwijzen naar Lukas 24:29, waarin de Emmaüsgangers Jezus vragen: “Blijf bij ons, want het is bijna avond.” Lyte gebruikte deze Bijbelse oproep als metafoor voor het naderen van het levenseinde — een smeekbede om Gods nabijheid in de duisternis van lijden, sterven en onzekerheid.

Muziek en populariteit De hymne wordt meestal gezongen op de melodie Eventide, gecomponeerd door William Henry Monk in 1861. Het is een vaste waarde bij herdenkingsdiensten, begrafenissen en zelfs sportevenementen zoals de FA Cup-finale in Engeland. De tekst is een gebed om troost, kracht en hoop — een herinnering dat God blijft, zelfs als alles om ons heen verandert en vervaagt.

Een paar krachtige regels

Swift to its close ebbs out life’s little day; Earth’s joys grow dim, its glories pass away; Change and decay in all around I see— O Thou who changest not, abide with me.

De hymne is ook prachtig vertaald in het Nederlands.  De regel “Blijf bij mij, de avond valt snel neer” vangt de essentie van het origineel: een verlangen naar goddelijke nabijheid in kwetsbare momenten.

++++++++++

St.Augustinus: Niemand wordt verlost behalve door onverdiende genade, en niemand wordt veroordeeld behalve door verdiend oordeel…..

“Niemand wordt verlost behalve door onverdiende genade, en niemand wordt veroordeeld behalve door verdiend oordeel.”

 – Augustinus.

+++++++++++++

Deze uitspraak van Augustinus — “Niemand wordt verlost behalve door onverdiende genade, en niemand wordt veroordeeld behalve door verdiend oordeel” — is vandaag nog verrassend actueel, vooral als we kijken naar hoe mensen omgaan met schuld, gerechtigheid, en vergeving. Hier zijn een paar manieren waarop die relevantie zichtbaar wordt:

In spirituele context

Genade versus verdienste: In veel religies blijft de gedachte leven dat verlossing niet te verdienen is, maar een geschenk is. Die insteek verzet zich tegen een cultuur van “ik heb het goed gedaan, dus ik verdien het”.

Vergeving als keuze: Mensen kunnen elkaar fouten vergeven niet omdat iemand dat verdient, maar omdat genade transformeert. Augustinus’ woorden dagen uit om voorbij straf en verdienste te kijken.

In maatschappelijke debatten:

Strafrecht & herstelrecht: Moderne discussies over justitie gaan vaak over wanneer iemand vergeving verdient, en of dat überhaupt het juiste woord is. Augustinus’ uitspraak zou in zulke contexten pleiten voor meer focus op genade en minder op vergelding.

Sociale ongelijkheid: De gedachte dat sommigen “onverdiend” kansen krijgen herinnert ons eraan dat het leven niet altijd eerlijk is — en dat dat misschien ook niet het punt is.

In persoonlijke relaties:

Spreekt empathie aan: Zijn woorden nodigen uit tot mildheid. In conflicten zijn we geneigd om te oordelen, maar Augustinus herinnert ons eraan dat echte verlossing — lees: heling van relaties — niet afgedwongen kan worden.

Zelfreflectie: Het helpt mensen ook hun eigen fouten onder ogen te zien zonder zichzelf volledig af te wijzen. Genade wordt dan een bron van hoop.

—————-

Gezegende Isaak van Stella: “Zalig zijn de armen van geest….

“Zalig zijn de armen van geest.”

Wijselijk stelt Hij inderdaad op de eerste plaats…

wat elke man zoekt…

Want wie wil er nou niet gelukkig zijn?

Waarom maken mensen over het algemeen ruzie en vechten,

onderhandelen, hun toevlucht nemen tot vleierij

en elkaar kwetsen?

Is het niet gewoon om te verkrijgen,

met eerlijke of slechte middelen…

iets dat belooft hen gelukkig te maken?…

Dus, de Leraar van alle mensen… begint

met het omleiden van degenen die de weg kwijt zijn…;

Hij Die “de Weg, de Waarheid en het Leven” is…

(Joh 14,16; 6,32; 4,6) begint met de woorden:

“Gelukkig zijn de armen van geest.”

Gezegende (Bl) Isaac van Stella O.Cist. (C 1100-C 1170)

Cisterciënzer monnik, abt, theoloog, filosoof

———-

Bl (Gezegende) Isaac van Stella was een 12e-eeuwse cisterciënzer monnik, abt en mystiek theoloog die een unieke stem gaf aan de spirituele en intellectuele stromingen van zijn tijd. Zijn werk is doordrenkt van contemplatie, filosofische diepgang en pastorale zorg. Hier zijn enkele van de belangrijkste thema’s die zijn geschriften kenmerken:

1. De aard van de ziel en menselijke natuur:

In zijn Brief over de ziel combineert hij christelijke mystiek met Aristotelische en neoplatonische psychologie2.

Hij onderzoekt de relatie tussen lichaam en ziel, en hoe de ziel haar bestemming vindt in God.

2. Mystieke eenwording met God:

Isaac benadrukt de innerlijke leegte als voorwaarde voor goddelijke vervulling.

Zijn preken zijn vaak mystieke verhandelingen die de ziel uitnodigen tot eenwording met het goddelijke.

3. Liturgische symboliek en allegorie

Zijn commentaar op de canon van de mis is een allegorische interpretatie van de liturgie2.

Hij ziet de mis als een spiegel van de spirituele reis van de mens.

4. Neoplatonisme en Augustijnse theologie

Sterk beïnvloed door Pseudo-Dionysius en Augustinus, integreert hij negatieve theologie (via negativa), hiërarchische kosmologie en de leer van goddelijke verlichting.

Hij probeert een synthese te maken tussen neoplatonische metafysica en Aristotelische epistemologie [wetenschapstheorie, wetenschapsleer, wetenschapsfilosofie, kennistheorie, kennisleer, kenleer.]

5. Ecclesiologie en Mariologie:

Isaac beschrijft de Kerk als het mystieke lichaam van Christus.

Zijn preken over Maria tonen haar als de volmaakte gelovige en hemelse koningin.

6.Rede en geloof:

Hij gebruikt logische argumentatie om spirituele waarheden te verhelderen. Zijn werk is een voorbeeld van hoe intellect en mystiek elkaar kunnen versterken.

www.4marksofthechurch.com

St.Gemma Galgani: O slechte zondaars, stop met het kruisigen van Jezus, want tegelijkertijd transfikseert u ook de Moeder…

“O slechte zondaars, stop met het kruisigen van Jezus, want tegelijkertijd transfikseert (doordringt)u ook de Moeder… O mijn Moeder, waar vind ik u? Altijd aan de voet van het Kruis van Jezus… O wat een pijn was de uwe!… Ik zie niet langer één offer alleen, ik zie er twee: één voor Jezus, één voor Maria!… O mijn Moeder, als iemand u met Jezus zou zien, zou hij niet kunnen zeggen wie als eerste sterft: bent u het of Jezus?”

St.Gemma Galgani.

+++++++++++

Sint Gemma Galgani werd geboren op 12 maart 1878 in Camigliano, een dorpje nabij Lucca in Toscane, Italië2. Ze leefde in een periode van grote sociale en religieuze veranderingen, aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw.

Belangrijke momenten uit haar leven:

Ze groeide op in een katholiek gezin met acht kinderen. Haar moeder stierf aan tuberculose toen Gemma nog maar zeven jaar oud was. Op jonge leeftijd toonde ze al een diepe religieuze gevoeligheid en liefde voor Jezus.

Vanaf 1899 begon ze mystieke ervaringen te hebben, waaronder extases en het ontvangen van de stigmata.

Ze stierf op 11 april 1903, op paaszaterdag, op 25-jarige leeftijd in Lucca3.

Gemma werd later heilig verklaard in 1940 door paus Pius XII en wordt vereerd als de “Maagd van Lucca” en patrones van apothekers en drogisten.

Deze aangrijpende woorden zijn van Sint Gemma Galgani en drukken diepe devotie en medeleven uit met het lijden van Maria naast Jezus. Het is een krachtige tekst die reflecteert op het spirituele verband tussen moeder en zoon in hun gezamenlijke offer.

Deze tekst komt uit een extase van Sint Gemma Galgani, een Italiaanse mystica en heilige die leefde aan het einde van de 19e eeuw. Ze stond bekend om haar diepe spirituele ervaringen, visioenen en intense devotie tot Jezus en Maria.

Context van de tekst:

De passage is een meditatieve uiting van Gemma tijdens een van haar extases, waarin ze het lijden van Jezus en Maria aanschouwt en innerlijk meebeleeft.

Ze beschrijft Maria’s pijn bij het kruis, en hoe die pijn zo intens is dat ze haar als een tweede offer ziet naast Jezus.

Deze reflectie is typisch voor Gemma’s spiritualiteit: ze zag zichzelf als een medelijdende ziel, geroepen om het lijden van Christus en zijn moeder mystiek te delen.

De tekst is bedoeld om empathie en devotie op te wekken bij de lezer, en om aan te zetten tot spirituele overweging van het offer van Jezus én Maria.

Gemma’s mystieke leven:

Ze had visioenen van Jezus, Maria, haar beschermengel en andere heiligen.

Ze ontving de stigmata (de kruisigingswonden van Jezus) en beleefde regelmatig extases waarin ze sprak alsof ze rechtstreeks met God communiceerde.

jHaar geschriften zijn doordrenkt van liefde, lijden en overgave, en worden beschouwd als mystieke literatuur binnen de katholieke traditie.

Belangrijkste mystieke ervaringen van Sint Gemma:

Stigmata: Gemma ontving de kruisigingswonden van Jezus – aan handen, voeten en zijde – die wekelijks terugkeerden vanaf 1899. Later kwamen daar ook de doornenkroon en geselingswonden bij2.

Extases en visioenen: Ze beleefde meer dan 140 extases waarin ze visioenen had van Jezus, Maria, haar beschermengel en heiligen zoals Gabriël. Tijdens deze momenten sprak ze alsof ze rechtstreeks met God communiceerde.

Beschermengel als metgezel: Haar engelbewaarder was een constante aanwezigheid. Hij berispte haar liefdevol, gaf haar raad, hielp haar bij het schrijven van brieven en bracht zelfs boodschappen over aan haar geestelijk leidsman4.

Mystiek huwelijk met Christus: Gemma beschouwde zichzelf als de bruid van Jezus. Ze beleefde een spirituele vereniging met Hem, waarin ze haar lijden aanbood als boetedoening voor de zonden van anderen.

Demonische aanvallen: De duivel probeerde haar vaak te verstoren, soms in fysieke vorm. Ze bleef echter standvastig in haar geloof en vond kracht in gebed en haar engel.

Profetische gaven: Ze had een scherp onderscheidingsvermogen van geesten en kon gebeurtenissen voorzien, wat haar spirituele leidsman bevestigde.

Haar autobiografie en brieven zijn een bron van mystieke literatuur. Ze schreef onder begeleiding van haar engel en haar biechtvader, pater Germano, die haar leven later documenteerde.

jGemma’s leven was een voortdurende dialoog met het goddelijke, gekenmerkt door lijden, liefde en overgave. Wil je dat ik een fragment uit haar dagboek of een extase voor je vertaal of duid? Dat kan een mooie inkijk geven in haar innerlijke wereld.

jJSint Gemma Galgani werd geboren op 12 maart 1878 in Camigliano, een dorpje nabij Lucca in Toscane, Italië2. Ze leefde in een periode van grote sociale en religieuze veranderingen, aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw.

Belangrijke momenten uit haar leven:

Ze groeide op in een katholiek gezin met acht kinderen.Haar moeder stierf aan tuberculose toen Gemma nog maar zeven jaar oud was.

Op jonge leeftijd toonde ze al een diepe religieuze gevoeligheid en liefde voor Jezus. Vanaf 1899 begon ze mystieke ervaringen te hebben, waaronder extases en het ontvangen van de stigmata.

Ze stierf op 11 april 1903, op paaszaterdag, op 25-jarige leeftijd in Lucca3.

Gemma werd later heilig verklaard in 1940 door paus Pius XII en wordt vereerd als de “Maagd van Lucca” en patrones van apothekers en drogisten.

——————

St.Augustinus: Wanneer het uur van afrekening komt, zul je spijt hebben dat je deze tijd niet in dienst van God hebt gebruikt…..

Wanneer het uur van afrekening komt, zul je spijt hebben dat je deze tijd niet in dienst van God hebt gebruikt. Waarom niet nu je tijd zo indelen en gebruiken als je zou willen dat je het zou herinneren wanneer je sterft?” – St. Johannes van het Kruis

+++++++++

Dit citaat van Johannes van het Kruis is diep en confronterend — een soort wake-up call voor de ziel. Zijn woorden herinneren eraan hoe kostbaar onze tijd is, en hoe belangrijk het is om te leven met intentie, niet alleen voor onszelf, maar in dienst van iets groters.

Zijn mystieke spiritualiteit daagt uit tot reflectie: wat laat ik achter? Wat is écht van waarde op het moment van afscheid? Het nodigt uit om nu keuzes te maken die we later met vrede en voldoening zullen herinneren.

Als jij zou mogen invullen wat “in dienst van God” voor jou betekent — is dat gebed, hulp aan anderen, innerlijke groei, iets anders? Ik denk graag met je mee over manieren om je dagen zo te vormen dat ze resoneren met wie je écht wil zijn. Wil je daar samen over reflecteren?

Wie was Johannes van het Kruis ?

Johannes van het Kruis (Juan de la Cruz, 1542–1591) was een Spaanse mysticus, dichter, priester en hervormer van de karmelietenorde. Hij wordt beschouwd als een van de grootste spirituele denkers binnen het christendom en kreeg in 1926 de titel kerkleraar toegekend2.

 Zijn leven in vogelvlucht:

Geboren in Fontiveros, Spanje, in een arme familie.

Trad op jonge leeftijd toe tot de karmelietenorde en studeerde filosofie en theologie in Salamanca.

Werkte nauw samen met Theresia van Ávila aan de hervorming van de karmelieten, wat leidde tot de stichting van de Ongeschoeide Karmelieten.

Werd vanwege zijn hervormingsijver gevangen gezet door tegenstanders binnen de orde.

Tijdens deze periode schreef hij enkele van zijn bekendste mystieke gedichten.

Stierf op 14 december 1591 in het klooster van Úbeda, uitgeput door ziekte en boetedoening.

Mystieke werken:

Johannes schreef diepgaande spirituele teksten die de weg naar innerlijke zuivering en vereniging met God beschrijven:

De bestijging van de berg Karmel

Donkere nacht van de ziel

Geestelijk Hooglied

Levende liefdesvlam

Zijn poëzie en geschriften zijn doordrenkt van symboliek, verlangen naar God, en het mystieke pad van lijden en liefde. Hij zag het lijden niet als iets om te vermijden, maar als een weg naar spirituele diepgang.

Zijn gedachtegoed leeft voort in kloosters, literatuur en gebedstradities.

+++++++++++++++

Wat betekenen zijn werken voor spirituele ontwikkeling?

De werken van Johannes van het Kruis zijn als een innerlijke reisgids voor wie verlangt naar diepe spirituele groei. Hij beschrijft het pad naar vereniging met God als een proces van zuivering, loslaten en overgave — vaak gepaard met duisternis, stilte en lijden, maar uiteindelijk leidend tot een intense liefdevolle verbondenheid.

 Kernbetekenis voor spirituele ontwikkeling:

Zuivering van het ego: Johannes benadrukt dat men moet loskomen van gehechtheid aan zintuiglijke genoegens, religieuze troost en zelfs spirituele ervaringen. Alleen dan kan de ziel zich volledig richten op God2.

De ‘Donkere Nacht’: Dit is geen depressie, maar een mystieke fase waarin God de ziel zuivert van alles wat haar afleidt. Het is een noodzakelijke leegte waarin de ziel leert vertrouwen zonder houvast3.

Van meditatie naar contemplatie: Johannes beschrijft een overgang van actieve gebedsvormen naar een passieve, ontvangende houding waarin God zelf de ziel voedt.

Liefde als drijvende kracht: Zijn poëzie en geschriften zijn doordrenkt van een vurige liefde voor God. Spirituele ontwikkeling is volgens hem geen intellectuele oefening, maar een liefdesrelatie die alles transformeert.

Fasen van spirituele groei volgens Johannes

Fase en kenmerken:

Beginnelingen: Troost in gebed, spirituele genoegens, zintuiglijke devotie

Gevorderden: Dorheid, twijfel, innerlijke leegte — de ‘Donkere Nacht’ begint

Volmaakten: Vereniging met God, diepe vrede, liefde zonder voorwaarden

Zijn werken nodigen uit tot een radicale eerlijkheid tegenover jezelf en een moedige overgave aan het mysterie van God. Ze zijn niet altijd makkelijk te lezen, maar ze raken aan de kern van wat het betekent om spiritueel volwassen te worden.

www.sporenvangod.nl/Mystiek/Klassieke-teksten-1/Johannes-van-het-Kruis-3/

St.Augustinus: De Heer Jezus wilde dat degenen wiens ogen Hem zouden moeten herkennen in het breken van het brood….

“De Heer Jezus wilde dat degenen wiens ogen Hem zouden moeten herkennen in het breken van het brood. De gelovigen weten wat ik zeg. Ze kennen Christus in het breken van het brood. Niet al het brood, maar alleen dat wat de zegen van Christus ontvangt, wordt het lichaam van Christus.”

Augustinus — “Preken” 234,2 (ca. 400 n.Chr.)

++++++++++

inus — en voor veel christelijke tradities — is de eucharistie niet symbolisch alleen, maar een mysterie waarin Christus echt aanwezig is. Hij nodigt gelovigen uit om Hem te zoeken en te herkennen in de geestelijke handelingen, niet in uiterlijke vormen.

Het is een oproep tot diep geloven: niet alleen zien met je ogen, maar herkennen met je hart.

 

Augustinus zag de eucharistie als meer dan een ritueel—voor hem was het een mysterievolle ontmoeting met Christus zelf. Zijn visie was diep theologisch en doordrenkt van symboliek, maar ook verrassend concreet in hoe hij sprak over het “breken van het brood.” Hier zijn de kernpunten van wat de eucharistie betekent in zijn context:

Christus herkennen in het breken van het brood. Augustinus verwijst vaak naar het verhaal uit Lucas 24, waarin de leerlingen Jezus pas herkennen bij het breken van het brood.

Voor hem is dat breekmoment geen toevallige handeling, maar een geestelijke openbaring: het brood wordt een teken van Christus’ aanwezigheid.

Van gewoon brood tot lichaam van Christus:

Hij stelt duidelijk dat niet al het brood het lichaam van Christus wordt, maar alleen dat wat is gezegend door Christus zelf.

De transformatie gebeurt door het gebed, de zegen en het geloof van de gemeenschap. Dit weerspiegelt zijn geloof in een sacramentele werkelijkheid: iets zichtbaars (brood) draagt een onzichtbare genade (Christus).

Geloof als voorwaarde voor herkenning:

Je kunt Christus niet herkennen met alleen je ogen—je hebt geloof nodig.

Augustinus spoort gelovigen aan om innerlijk betrokken te zijn bij het sacrament. Het is een mystieke erkenning, geen puur lichamelijke ervaring.

Gedeeld leven en gemeenschap:

De eucharistie betekent ook eenwording van de gelovigen met elkaar en met Christus.

In het breken van het brood wordt niet alleen Christus geopenbaard, maar ook de gemeenschap gesmeed.

+++++++++++++++

Augustinus’ visie op de eucharistie is diep mystiek, theologisch rijk en sterk verbonden met zijn ideeën over gemeenschap, genade en het lichaam van Christus. Moderne opvattingen — afhankelijk van traditie — kunnen daar behoorlijk van afwijken. Laten we de verschillen eens helder uitzetten:

Augustinus’ eucharistievisie:

Werkelijke aanwezigheid: Augustinus geloofde dat Christus werkelijk aanwezig is in het gezegende brood, maar hij legde de nadruk op de geestelijke herkenning van Christus in het breken van het brood.

Mystieke eenwording:

Hij zag de eucharistie als een eenwording van de gelovigen met Christus én met elkaar — het brood als “panis concordiae” (brood van eenheid) en “vinculum caritatis” (band van liefde).

Medicina cotidiana:

De eucharistie is voor hem een dagelijkse geestelijke genezing — Christus als arts en de eucharistie als medicijn tegen de gevolgen van de erfzonde.

Ethische implicatie:

Augustinus koppelde het ontvangen van de eucharistie aan liefde en barmhartigheid: je moet Christus niet alleen herkennen in het sacrament, maar ook in de vreemdeling.

 

Moderne opvattingen (afhankelijk van traditie)

Traditie:   

Eucharistievisie:

Katholiek :  Gelooft in transsubstantiatie: brood en wijn veranderen wezenlijk in Christus’ lichaam en bloed.

Orthodox :  Geloof in mysterievolle aanwezigheid, zonder filosofische uitleg zoals transsubstantiatie.

Luthers:  Christus is werkelijk aanwezig, maar brood en wijn blijven ook fysiek aanwezig (consubstantiatie).

Calvinistisch: Christus is geestelijk aanwezig, niet lichamelijk. De eucharistie is een teken van genade.

Baptistisch: Eucharistie is symbolisch: brood en wijn verwijzen naar Christus, maar zijn Hem niet.

Belangrijkste verschillen:

Mystiek vs. filosofisch: Augustinus spreekt in beelden en mystieke taal; moderne katholieke leer gebruikt filosofische termen zoals “substantie” en “accidenten”.

Gemeenschap centraal: Bij Augustinus is de eucharistie niet alleen individueel, maar een daad van kerkelijke eenheid. Moderne praktijken kunnen meer gericht zijn op persoonlijke devotie.

Genezing en ethiek: Augustinus verbindt de eucharistie met moreel handelen en genezing van de ziel. In moderne contexten ligt de nadruk vaak op herinnering of aanbidding.

Wat zijn de theologische implicaties van deze verschillen?

De theologische implicaties van de verschillen tussen Augustinus’ eucharistievisie en moderne opvattingen zijn diepgaand en raken aan fundamentele vragen over geloof, gemeenschap, sacramenten en kerkstructuur. Laten we ze helder uitwerken:

  1. Visie op Christus’ aanwezigheid:

Augustinus: Christus is werkelijk aanwezig, maar deze aanwezigheid is mystiek en geestelijk. Hij benadrukt de herkenning van Christus in het breken van het brood, niet in een filosofisch omschreven transformatie.

Moderne katholieke leer: Christus is substantieel aanwezig via transsubstantiatie — brood en wijn veranderen wezenlijk in lichaam en bloed van Christus.

Implicatie: De verschuiving van mystiek naar filosofisch denken beïnvloedt hoe gelovigen het sacrament beleven — van innerlijke herkenning naar uiterlijke zekerheid.

  1. Geloof en herkenning:

Augustinus: Geloof is essentieel om Christus te herkennen in de eucharistie. Het is een innerlijke openbaring, geen magisch moment.

Moderne visies: Sommige tradities (zoals Zwingli’s) zien de eucharistie als symbolisch, terwijl anderen (zoals Luther) vasthouden aan een sacramentele realiteit.

Implicatie: De rol van geloof verschuift van actieve herkenning naar passieve ontvangst, afhankelijk van de traditie.

  1. Gemeenschap en eenheid:

Augustinus: De eucharistie is het brood van eenheid en het band van liefde — een sacrament dat de kerk constitueert als gemeenschap.

Moderne praktijk:

In sommige tradities is de eucharistie eerder een persoonlijke devotie dan een gemeenschapsvormend ritueel.

Implicatie:

De eucharistie verliest soms haar sociale en ecclesiologische kracht als bron van kerkelijke eenheid.

  1. Eucharistie als genezing:

Augustinus: Christus is de medicus en de eucharistie is de medicina cotidiana — een dagelijkse genezing van de ziel.

Moderne visies:

Deze genezende dimensie is vaak onderbelicht, met nadruk op herinnering of aanbidding.

Implicatie:

De eucharistie wordt minder gezien als een actieve transformatie van de gelovige en meer als een ritueel moment.

  1. Sacrament en ambt:

Augustinus:

Legt minder nadruk op het ambt als voorwaarde voor geldige eucharistie.

Moderne katholieke leer:

Alleen gewijde priesters mogen de eucharistie celebreren, vanwege de apostolische successie.

Implicatie:

Dit leidt tot exclusiviteit en beperkt intercommunie, wat Augustinus’ inclusieve visie op gemeenschap onder druk ze

—————-

Oscar Romero: Een kerk die niet ondervraagt, niet opwindt, geen problemen veroorzaakt, een evangelie dat niet prikkelt, niet irriteert, geen gewetens raakt…

“Een kerk die niet ondervraagt, niet opwindt, geen problemen veroorzaakt, een evangelie dat niet prikkelt, niet irriteert, geen gewetens raakt… een evangelie van kalmte, vrede, van geen problemen, van welzijn… zo’n evangelie is niet het evangelie van Jezus Christus.”

Oscar Romero

+++++++++++++++

Wie was Oscar Romero:

Óscar Arnulfo Romero y Galdámez was een Salvadoraanse aartsbisschop die uitgroeide tot een wereldwijd symbool van gerechtigheid en mensenrechten.

Zijn leven in vogelvlucht

Geboren op 15 augustus 1917 in Ciudad Barrios, El Salvador

Tot priester gewijd in 1942, later benoemd tot aartsbisschop van San Salvador in 1977

Aanvankelijk conservatief, maar na de moord op zijn vriend pater Rutilio Grande werd hij een uitgesproken criticus van het regime en verdediger van de armen2

Stem voor de stemlozen:

Romero sprak zich uit tegen onderdrukking, geweld en mensenrechtenschendingen door de Salvadoraanse regering en doodseskaders

Zijn preken werden via radio uitgezonden en trokken duizenden luisteraars

Hij weigerde samen te werken met de militaire junta en riep soldaten op om geen immorele bevelen te gehoorzamen

 Martelaarschap en nalatenschap:

Op 24 maart 1980 werd hij tijdens het opdragen van de mis vermoord door een sluipschutter

In 2015 werd hij zalig verklaard, en in 2018 heilig verklaard door paus Franciscus

Zijn sterfdag is door de VN uitgeroepen tot de Internationale Dag voor het Recht op de Waarheid over grove mensenrechtenschendingen

Romero’s leven is een krachtige herinnering aan de moed om op te komen voor gerechtigheid, zelfs met gevaar voor eigen leven. Wil je weten hoe hij vandaag nog wordt herdacht?

+++++++++++++

De tekst van Óscar Romero is behoorlijk krachtig—een directe oproep om wakker te worden.

Wat hij bedoelt, is dat het geloof niet iets is om je comfortabel bij te voelen. Het moet juist je wereldbeeld uitdagen, je laten nadenken en je confronteren met onrecht. Romero vond dat de kerk zich moest uitspreken tegen ongelijkheid en onderdrukking—niet zwijgen of toekijken.

De verwijzing naar het “Center for Prophetic Imagination” (Centrum voor Profetische Verbeelding) lijkt erop te wijzen dat ze mensen willen inspireren om geloof te zien als een bron van moed en verzet. Niet iets wat je sussend in slaap wiegt, maar wat je wakker schudt.

————–

Dostoevsky: Soms spreekt men over de ‘beestachtige’ wreedheid van de mens, maar dat is een vreselijke onrechtvaardigheid en belediging jegens dieren….

“Soms spreekt men over de ‘beestachtige’ wreedheid van de mens, maar dat is een vreselijke onrechtvaardigheid en belediging jegens dieren; geen enkel dier zou ooit zo wreed kunnen zijn als een mens – zo verfijnd, zo kunstzinnig wreed.”

— Fjodor Dostoevski

+++++++++++++++++

Het citaat:  Over de “beestachtige wreedheid van de mens” — wordt vaak toegeschreven aan Fjodor Dostoevski, maar het is niet helemaal duidelijk uit welk specifiek werk het komt. Toch past het perfect binnen de thematiek van zijn oeuvre.

Context en achtergrond:

Dostoevski was een Russische schrijver (1821–1881) die bekendstaat om zijn diepgaande psychologische romans zoals Misdaad en Straf, De Idioot en De Gebroeders Karamazov.

Zijn werk draait vaak om de duistere kanten van de menselijke natuur, morele dilemma’s, religie, schuld en verlossing.

Hij had een turbulent leven: verbanning naar Siberië, epilepsie, financiële problemen, en persoonlijke tragedies. Deze ervaringen voedden zijn scherpe inzichten in menselijk lijden en wreedheid.

Het idee dat menselijke wreedheid verfijnder en gruwelijker is dan die van dieren komt terug in meerdere van zijn werken, vooral in De Gebroeders Karamazov, waar hij reflecteert op het kwaad dat mensen elkaar aandoen — vaak met een filosofische en spirituele ondertoon.

Waarom dit citaat zo krachtig is:

Het confronteert ons met de paradox dat mensen, ondanks hun vermogen tot liefde en compassie, ook tot extreme wreedheid in staat zijn — iets wat dieren, volgens Dostoevski, niet doen uit berekening of sadisme.

Zowel Misdaad en Straf als Aantekeningen uit het Ondergrondse zijn doordrenkt van zijn filosofische en psychologische inzichten—met name over vrijheid, moraliteit en de menselijke drijfveren.

n Aantekeningen uit het Ondergrondse:

Hierin speelt Dostoevski al met het idee van irrationele vrijheid. De verteller, een bitter, introspectief man, verzet zich tegen de opvatting dat de mens puur rationeel handelt zoals in de Verlichting gedacht werd. Hij stelt: “Wat is de mens zonder wil, zonder eigen verlangen, zonder vrije keuze, zelfs tegen zijn eigen belang in?”

Hij kiest bewust voor destructief gedrag, juist omdat hij daarmee zijn autonomie benadrukt.

De “ondergrondse man” is een symbool van het innerlijke conflict tussen rede en hartstochten, tussen maatschappelijke verwachtingen en individuele vrijheid.

In Misdaad en Straf:

Raskolnikov denkt dat sommige mensen—zoals Napoleon—boven de moraal staan en mogen moorden als het voor een hoger doel is. Zijn theorie:

“Buitengewone mensen hebben het recht… de bestaande orde te overtreden als hun idee belangrijker is dan miljoenen menselijke bestaantjes.”

De moord op de oude vrouw is zijn experiment: kan hij handelen als een ‘buitengewone’ mens?

Maar schuldgevoel, ethische strijd en de liefde van Sonja brengen hem tot boetedoening en moreel inzicht. Zijn idee van superieure vrijheid stort in onder de last van gewetenswroeging.

In beide werken onderzoekt Dostojevski of de mens werkelijk vrij is om irrationeel te handelen, zelfs tegen eigen belang in, en wat de gevolgen daarvan zijn voor de ziel. Zijn personages zijn als het ware proeftuinen voor existentiële experimenten.

————-

Thomas Merton: Als we proberen gelukkig te zijn door de stilte van het leven te vullen…..

“Als we proberen gelukkig te zijn door de stilte van het leven te vullen met geluid, productief te zijn door al het vrije tijd om te zetten in werk, en echt te zijn door ons hele wezen om te zetten in doen, zullen we alleen slagen in het creëren van een hel op aarde. Als we geen stilte hebben, wordt God niet gehoord in onze muziek. Als we geen rust hebben, zegent God ons werk niet. Als we ons leven uit vorm draaien om elke hoek ervan te vullen met actie en ervaring, zal God zich stilletjes terugtrekken uit ons hart en ons leeg achterlaten.”

— Thomas Merton

++++++++

Thomas Merton was een invloedrijke Amerikaanse trappistenmonnik, schrijver, mysticus en sociaal activist, geboren in 1915 in Frankrijk en overleden in 1968 in Thailand. Zijn leven was een fascinerende reis van wereldsheid naar contemplatie, en zijn werk blijft tot op vandaag mensen inspireren die zoeken naar spiritualiteit, innerlijke rust en maatschappelijke betrokkenheid.

Wie was Thomas Merton?

Monnik en priester:

 Ingetreden in de abdij van Gethsemani in Kentucky in 1941, waar hij de kloosternaam Broeder Louis kreeg.

Auteur:

Schreef meer dan 70 boeken, waaronder poëzie, essays, dagboeken en spirituele klassiekers zoals The Seven Storey Mountain (De Louteringsberg).

Zoeker naar eenheid: Voerde interreligieuze dialogen met boeddhistische, islamitische en hindoeïstische denkers.

Activist:

Sprak zich uit tegen racisme, oorlog (vooral Vietnam), en nucleaire bewapening.

Belangrijkste ideeën en thema’s:

Contemplatie:

Merton zag contemplatie als een weg naar innerlijke transformatie en een diepere relatie met God. Stilte en eenzaamheid waren essentieel.

Ware identiteit:         

Hij geloofde dat onze diepste identiteit verborgen ligt in God, en dat we die pas ontdekken door los te komen van maatschappelijke verwachtingen.

Mystiek:

Mystiek was voor hem geen vluchtige ervaring, maar een levenslange weg van overgave aan de goddelijke aanwezigheid.

Sociale betrokkenheid:

 Hij pleitte voor een spiritualiteit die niet wereldvreemd is, maar juist betrokken bij gerechtigheid en vrede.

Interreligieuze dialoog:         

Merton vond dat christenen konden leren van oosterse tradities zoals het boeddhisme, zonder hun eigen geloof te verliezen.

Een citaat dat zijn visie samenvat:

“God leeft in ons, en zijn aanwezigheid is de kern van wie we zijn. Als we dat vergeten, raken we vervreemd van onszelf én van elkaar.” — Thomas Merton

Zijn mystiek is dus niet zweverig, maar juist diep geworteld in het mens-zijn. Wil je dat ik een van zijn ideeën verder uitwerk of een tekst van hem analyseer?

Teksten van Thomas Merton:

Uit: Wegen naar het Paradijs, dagboek van Wijsheid en Geloof.

De data zijn uit 1961, het jaar waarin Thomas Merton overlijdt.

auteur: Noeme Willem Visser

website:https://noemewv.nl/

++++++++++++++

Teksten van Thomas Merton :

3 januari: Roeping is je ware identiteit ontdekken

Het geheim van mijn ware identiteit ligt verborgen in God. Hij alleen kan van mij degene maken die ik werkelijk ben, of liever: degene die ik zal zijn wanneer ik eindelijk ten volle begin te zijn. Maar dit werk zal nooit voltooid zijn als ik die ware identiteit niet verlang, als ik me niet inspan om haar te ontdekken met God en in God…

De zaden die door Gods wil ieder ogenblik in mijn vrijheid worden geplant, zijn de zaden van mijn identiteit, van mijn eigen.realiteit, van mijn eigen geluk, van mijn eigen heiligheid.

Die zaden weigeren is alles weigeren, het is de weigering van mijn eigen bestaan en zijn, van mijn identiteit en mijn ware zelf. Gods wil niet aanvaarden, niet beminnen, niet doen is de volheid van mijn bestaan weigeren.

Als ik nooit diegene word die ik zou moeten zijn en altijd degene blijf die ik niet ben, zal ik de eeuwigheid doorbrengen met mezelf tegen te spreken door tegelijk iets en niets te zijn, een leven dat wil leven maar toch dood is, een dood die doods wil zijn en toch nooit zijn eigen dood helemaal kan bereiken omdat hij: nog moet blijven bestaan.

9 mei: De ware eenzaamheid is gericht op eenheid

Alleen de valse eenzame ziet geen gevaar in de eenzaamheid. Maar zijn eenzaamheid is imaginair. De valse eenzame verbeeldt zich dat hij zonder gezelschap kan leven terwijl hij in werkelijkheid even afhankelijk van de samenleving blijft als voordien. Misschien is hij zelfs nog afhankelijker geworden. Hij heeft de samenleving nodig zoals de buikspreker een pop nodig heeft. Hij projecteert zijn eigen stem op een groep en vol bewondering, goedkeuring of vol verzet of in elk geval tegen zijn afzondering gekant,keert zijn stemming hem terug.

Zelfs als de samenleving hem schijnt te veroordelen is hij tevreden en geflatteerd, want het is niets anders dan het geluid van zijn eigen stem dat hem zijn afzondering, zijn zelfgekozen vorm van vermaak, in herinnering brengt. De ware eenzaamheid is niet slechts afzondering. De ware eenzaamheid is alleen op de eenheid gericht.

5 juli: Hagia Sophia: De vroege morgen. Het uur van de Primen:

0 gezegende stilte, die overal spreekt!

Wij horen haar niet, de zachte stem, de vriendelijke stem, genadevol en vrouwelijk.

Wij horen de genade niet. De buigzame liefde, of de geweldloosheid, of het niet vergelden horen wij niet. In haar zijn geen redenen en geen antwoorden. Toch is zij de openhartigheid van Gods licht, de uitdrukking van Zijn eenvoud.

Wij horen niet de nimmer klagende vergiffenis die het onschuldige gelaat van de bloemen naar de bedauwde aarde doet buigen.

Wij zien het kind niet dat gevangen is in alle mensen en dat niets zegt. Zij glimlacht, want al hebben ze haar gebonden, zij kan geen gevangene zijn. Niet dat zij sterk is of slim: zij weet niet wat gevangenschap is.

* Hagia Sophia is Grieks en het betekent: heilige wijsheid

* De Primen of Priem is het eerste van de zogenaamde ‘kleine uren’ in het breviergebed. In Gethsemani werd het om 5.30 uur ’s morgens gebeden.

1 augustus: Zolang de heer spreekt zal ik luisteren

Hoe heerlijk is het om ’s nachts in dit bos absoluut alleen te zijn, gekoesterd door die wonderlijke, ondoorgrondelijke en volmaakt onschuldige taal, de meest vetroostende taal van de hele wereld, het praatje dat de regen met zichzelf houdt over alle heuvelruggen, het klaterende praatje van water dat neerstroomt in alle holen! Niemand is ermee begonnen en niemand zal het doen ophouden. De regen blijft maar doorpraten zolang hij dat zelf wil. En zo lang hij spreekt, zal ik luisteren.

10 december: Eindelijk thuis

Dit zijn de laatste woorden uit Mertons dagboek:

‘Ik heb Jona altijd overschaduwd met Mijn genade… Heb jij Mij wel gezien, Jona, mijn kind?’

Genade op genade, op genade………..

Met de woorden: Ik verdwijn nu maar, dan kunnen we allemaal een cola of zo drinken besloot Thomas Merton zijn lezing over ‘Marxisme en monastieke perspectieven’ die hij hield op de bijeenkomst van abten van contemplatieve kloosters in Bangkok, op wat enkele uren later zijn sterfdag zou worden. Na de conferentie had pater Francois de Grunne hem verteld dat een religieuze onder de toehoorders zich geërgerd had aan het feit dat Merton niets had gezegd over het bekeren van mensen. Hierop zou Merton geantwoord hebben:

Wat we nu moeten doen is niet zozeer over Christus spreken als wel Hem in ons laten leven. Dan zullen de mensen Hem misschien vinden als ze ervaren hoe Hij leeft in ons.

Nog een tekst van Thomas Merton

Uit: The sign of Jonas, pp 361 e.v.

De Vader en ik zijn één

Er is geen blad dat niet deelt in Uw zorg. Er is geen kreet die niet door U wordt gehoord nog voor ze geuit is. Er zit geen water in de leisteen, dat er niet in verborgen is door Uw wijsheid. Er is geen geheime bron, die U daar niet hebt opgeroepen. Er is geen plekje voor een eenzaam huis, dat U niet hebt gepland voor een eenzaam huis. Er is geen vierkante meter bos, die U niet had bestemd voor die vierkante meter bos.

We kunnen er maar beter het zwijgen toe doen, dan antwoord te zoeken op een vraag. Het nu zit vol eeuwigheid. Eeuwigheid ligt in de palm van mijn hand. Eeuwigheid is een vonk die plotseling oplaait en alle grenzen doorbreekt die mijn hart ervoor hoeden een afgrond te zijn.

De dingen van de tijd staan in een geheimzinnige verhouding tot de dingen van de eeuwigheid. Het zijn schaduwen in uw dienst; dieren die voor U zingen voor voorbij zijn. Rotsvaste bergen zullen op raken als een afgedankte jas. Alles verandert, sterft af en verdwijnt. Problemen duiken op, hebben hun actualiteit en verdwijnen weer uit de aandacht. In dit eigenste uur houd ik op ze vragen te stellen en stilte zal mijn antwoord zijn. De wereld die Uw liefde heeft geschapen, die door hitte is vervormd en die door mijn verstand telkens weer verkeerd wordt uitgelegd, zal ophouden onze stemmen te misvormen.

Harten die vervreemd zijn van elkaar, geven voor elkanders taal te spreken. Zielsverwantschap op het terrein van ideeën is meestal een illusie. Gedachten die er op uit zijn om iets van U te achterhalen, brengen alleen maar uiterlijke dingen op tafel: maar een dialoog met U, die gebaseerd is op de uiterlijke dingen van de wereld, loopt altijd uit op mijn eigen opvattingen in de stroom van de tijd. Met U is er geen dialoog mogelijk tenzij Uzelf een berg kiest en die verhult in wolken waar U Uw woorden met vuur in de geest van Mozes prent. Wat aan Mozes werd overgeleverd op stenen tafelen als de vrucht van donder en bliksem, wordt nu dieper neergelegd in onze ziel, even stil als de adem van ons bestaan.

De hand is geopend. Het hart is ontvankelijk. De ziel die mijn bestaan bijeenhoudt als de kern van mijn levenskracht, zal eens volkomen voor U open staan. Ik zie de sterren wel, maar ik pretendeer ze niet langer te begrijpen. Ik wandelde wel in de bossen, maar hoe zou ik durven zeggen, dat ik van ze houd? Ik zal de namen van de afzonderlijke dingen een voor een vergeten. Je kunt U, die slaapt in mijn binnenste, niet ontmoeten met woorden, maar in het opduiken van leven in leven en van wijsheid in wijsheid. U wordt gevonden in gemeenschap: U in mij en ik in U en U in hen en zij in mij: arm in bezitloosheid, onbewogen in onbewogenheid, leeg temidden van leegte, vrij temidden van vrijheid. Ik ben er voor U, U bent er voor mij. De Vader en ik zijn één.

Uit een brief van Thomas Merton aan Etta Gullick

Etta is anglicaans. Ruim acht jaar correspondeerde ze met Merton. In een van zijn brieven aan haar schrijft hij: Het lijkt haast of ik een zuster in Engeland heb…. Ik heb nooit een zuster gehad.

God houdt van jou

Je zegt dat je niet denkt van God te houden. Dat is waarschijnlijk ook werkelijk zo. Maar het belangrijkste is dat God van jou houdt , is het niet? Waar zouden wij staan als we alleen op onze liefde konden vertrouwen?

www.remonstranten.nl

 

Ambrosius van Milaan: Verhef samen met mij de Heer. De Heer wordt verheven, niet omdat de menselijke stem iets aan God kan toevoegen, maar omdat Hij binnen in ons wordt verheven….

“Verhef samen met mij de Heer. De Heer wordt verheven, niet omdat de menselijke stem iets aan God kan toevoegen, maar omdat Hij binnen in ons wordt verheven. Christus is het beeld van God, en als de ziel doet wat juist en heilig is, verheerlijkt zij dat beeld van God, naar wiens gelijkenis zij is geschapen. En door het beeld van God te verheerlijken, krijgt de ziel deel aan diens grootheid en wordt zij verheven.”

— St. Ambrosius

+++++++++++++++

St. Ambrosius van Milaan was een van de meest invloedrijke figuren van de vroege christelijke kerk. Hier is een overzicht van wie hij was en waarom hij zo belangrijk is:

 Wiewas hij?:

Geboren rond 339 in Trier (nu Duitsland), in een Romeinse familie.

Werd onverwacht tot bisschop van Milaan gekozen in 374, terwijl hij nog niet eens gedoopt was.

Diende als bisschop tot zijn dood in 397.

Zijn feestdag is 7 december.

+++++++++++++++++

Waarom is hij belangrijk?

Kerkvader en Doctor van de Kerk: Ambrosius wordt beschouwd als een van de vier grote Latijnse kerkvaders, samen met Augustinus, Hiëronymus en Gregorius de Grote.

Strijd tegen het arianisme: Hij verdedigde krachtig de orthodoxe leer tegen de ketterij die de goddelijkheid van Christus ontkende.

Invloed op Augustinus: Zijn preken en geschriften inspireerden Augustinus van Hippo om zich tot het christendom te bekeren.

Liturgische vernieuwing: Hij introduceerde de Ambrosiaanse hymnen en had invloed op de ontwikkeling van kerkgezang.

Politieke moed: Ambrosius durfde keizers te confronteren, zoals toen hij keizer Theodosius I tot boetedoening dwong na het bloedbad van Thessaloniki2.

Schrijver en theoloog: Hij schreef talrijke werken over moraal, geloof, sacramenten en bijbeluitleg, waaronder De officiis ministrorum en Exameron2.

Leuk weetje !

Volgens een legende vlogen er als baby bijen rond zijn wieg en druppelden honing in zijn mond—een teken van zijn toekomstige welsprekendheid. Daarom is hij ook de patroonheilige van imkers.

+++++++++++

De Ambrosiaanse hymnen zijn een verzameling vroege christelijke kerkliederen die hun oorsprong vinden in de 4e eeuw, en ze zijn nauw verbonden met St. Ambrosius van Milaan. Hier is wat ze bijzonder maakt:

Wat zijn Ambrosiaanse hymnen?

Het zijn liturgische gezangen die voor het eerst in de Westerse Kerk werden geïntroduceerd door Ambrosius.

Ze maken deel uit van de Ambrosiaanse liturgie, die nog steeds in Milaan wordt gebruikt.

De hymnen zijn geschreven in Latijn, met een strak metrum: meestal acht lettergrepen per regel, vier regels per strofe.

Historische betekenis:

Ambrosius gebruikte deze hymnen om het volk actief te laten deelnemen aan de eredienst—een revolutionair idee in die tijd.

Ze waren bedoeld om geloofswaarheden te onderwijzen en te vieren, zoals de Drie-eenheid, Christus’ menswording, en het licht versus duisternis.

Augustinus beschrijft in zijn Belijdenissen hoe deze hymnen hem diep raakten en hem tot tranen brachten.

Muzikale kenmerken:

Hoewel ze lijken op het gregoriaans, hebben ze een eigen muzikale stijl: meer variatie in lengte, toonhoogte en structuur.

Er zijn invloeden uit de Oosterse kerkmuziek merkbaar.

De melodieën werden pas veel later schriftelijk vastgelegd, dus we weten niet precies hoe ze oorspronkelijk klonken.

Cultureel erfgoed:

Ze worden beschouwd als het begin van de Westerse kerkmuziektraditie.

Veel latere hymnen zijn gebaseerd op de stijl van Ambrosius, ook al zijn ze niet door hem geschreven.

In kloosters kregen ze een vaste plek in de getijdengebeden, zoals bij Benedictus van Nursia.

——————-

Iets meer over de  Ambrosiaanse Hymnen :

De Ambrosiaanse hymnen zijn een verzameling vroege christelijke kerkliederen, ontstaan in de 4e eeuw, en nauw verbonden met de liturgie van St. Ambrosius van Milaan. Ze vormen het hart van de Ambrosiaanse ritus, die tot op vandaag nog in Milaan gebruikt wordt. Hier zijn hun kenmerken en enkele bekende voorbeelden:

Wat maakt ze uniek?

  • Taal & vorm: geschreven in klassiek Latijn, meestal met 4 regels per strofe van elk 8 lettergrepen.

  • Doel: catechetisch én devotioneel—onderwijzen van geloofswaarheden en uitnodigen tot aanbidding.

  • Thema’s: Drie-eenheid, incarnatie van Christus, licht versus duisternis, strijd tussen goed en kwaad.

  • Muziekstijl: soberder dan latere gregoriaanse melodieën, maar met invloeden uit Oosterse tradities

Bekende hymnen toegeschreven aan Ambrosius:

HymneVertaling of betekenisOpmerkingen
Te Deum laudamus“U, God, loven wij”Vaak aan Ambrosius én Augustinus toegeschreven.
Aeterna Christi munera“De eeuwige gaven van Christus”Geloofsverklaring over de heiligheid.
Splendor paternae gloriae“Glans van de glorie van de Vader”Reflectie op Christus als Licht.
Veni redemptor gentium“Kom, Verlosser van de volkeren”Gebruikt in Advent; benadrukt incarnatie.
Hic est dies verus Dei“Dit is de ware dag van God”Paashymne over verrijzenis.

Augustinus schreef in zijn Belijdenissen hoe deze hymnen hem diep raakten en hem tot tranen brachten tijdens de liturgie van Ambrosius.

++++++++++

Hier is een vertaling van de prachtige paas-hymne “Hic est dies verus Dei” die wordt toegeschreven aan St. Ambrosius:

Nederlandse vertaling van: ‘Hic est dies verus Dei

Dit is de ware dag van God, gezegend met heilig licht, waarop het heilig bloed de schandelijke zonden van de wereld wegwaste.

Hij herstelt het geloof van de verlorenen, en geeft de blinden hun zicht terug. Wie wordt niet bevrijd van angst door de vergeving van de moordenaar aan het kruis?

Hij die het kruis tot beloning maakte, vond Jezus door zijn geloof en ging de rechtvaardigen voor in het koninkrijk van God.

Zelfs de engelen staan verbaasd, als ze de straf van het lichaam aanschouwen en de schuldige die zich aan Christus vastklampt om het eeuwige leven te grijpen.

O wonderbaar mysterie! Dat de plaag van de wereld wegwast, de zonden van allen wegneemt, en het vlees reinigt door vlees.

Wat is er subliemer dan dit? Dat schuld genade zoekt, liefde angst verdrijft, en de dood nieuw leven schenkt.

De dood verslindt haar eigen haak, en bindt zichzelf in knopen, zodat het leven sterft en weer opstaat voor allen.

Omdat de dood door allen is doorstaan, zullen allen uit de dood verrijzen. Door haar eigen slag verslagen, klaagt de dood dat zij alleen vergaat.

Deze hymne werd gezongen tijdens de Ambrosiaanse paasliturgie en is een krachtig getuigenis van verlossing, genade en opstanding.

—————-

St.Augustinus: Je draaide mij om zodat ik naar mezelf keek….

“Je draaide mij om zodat ik naar mezelf keek. Want ik had mezelf achter mijn eigen rug geplaatst, weigeren mezelf te zien. Er was geen plaats meer waar ik voor mezelf kon vluchten, toen jij mij oog in oog met mezelf bracht.”

Augustinus.

++++++++++

Deze tekst komt uit Confessiones (Belijdenissen) van Augustinus van Hippo, een van de meest invloedrijke kerkvaders uit de vroege christelijke traditie.

Hier is wat achtergrond:

Over het werk Confessiones:

Geschreven rond 397–400 na Christus, toen Augustinus al bisschop was in Hippo (Noord-Afrika).

Het boek bestaat uit 13 delen: de eerste negen zijn autobiografisch, de laatste vier zijn filosofisch en theologisch.

De titel Confessiones betekent zowel belijdenis van zonden als lofprijzing van God—een dubbele betekenis die het hele werk doordrenkt2.

Thema’s en bedoeling:

Augustinus reflecteert op zijn zondige jeugd, zijn zoektocht naar waarheid, en zijn uiteindelijke bekering tot het christendom.

Hij wil niet zichzelf verheerlijken, maar juist Gods genade en barmhartigheid laten zien.

Het citaat gaat over zelfinzicht: Augustinus beschrijft hoe God hem confronteerde met zijn eigen innerlijke toestand, waardoor hij niet langer kon vluchten voor zichzelf.

Historische context

Augustinus leefde in een tijd van grote religieuze en politieke veranderingen: het Romeinse Rijk was in verval, en het christendom werd steeds dominanter.

Hij was eerst aanhanger van het manicheïsme, een dualistische religie, maar keerde zich daarvan af onder invloed van bisschop Ambrosius van Milaan3.

Deze passage is dus niet zomaar een introspectieve gedachte—het is een spirituele mijlpaal in een levenslange zoektocht naar waarheid, rust en God.

Augustinus’ denken is nog steeds een intellectuele krachtbron in hedendaagse religieuze discussies—soms als fundament, soms als tegenpool. Hier zijn een paar manieren waarop zijn invloed vandaag de dag zichtbaar is:

Theologische fundamenten:

Zijn ideeën over genade, erfzonde en predestinatie vormen nog steeds het hart van veel christelijke tradities, vooral binnen het katholicisme en het protestantisme.

Tegelijkertijd worden deze concepten ook bekritiseerd: erfzonde en predestinatie worden door sommige moderne theologen als immoreel of problematisch beschouwd.

Geloof en rede:

Augustinus zocht een verzoening tussen geloof en filosofie, vooral via het neoplatonisme. Dat maakt hem relevant in discussies over de verhouding tussen openbaring en rationeel denken.

Zijn idee dat ware kennis voortkomt uit introspectie én goddelijke inspiratie blijft invloedrijk in spirituele en filosofische kringen.

Triniteit en relationele theologie:

Zijn werk De Trinitate is een klassieker, maar moderne theologen bekritiseren zijn nadruk op Gods eenheid boven de drieheid. Dit heeft geleid tot een herwaardering van de relationele ontologie, waarin de relaties tussen Vader, Zoon en Geest centraal staan.

Toch biedt Augustinus’ benadering ook correcties op moderne stromingen, zoals de zogeheten “Radical Orthodoxy”, die juist zijn mystieke en negatieve theologie omarmen.

Filosofie van de geest en tijd:

Zijn reflecties over tijd als een uitgebreid heden en de innerlijke ervaring van de ziel hebben invloed gehad op denkers als Heidegger en Kant.

jIn discussies over bewustzijn, spiritualiteit en de menselijke ervaring blijft Augustinus een intellectuele sparringpartner.

Interdisciplinair gesprekspartner:

Augustinus wordt ook gezien als een psycholoog en econoom avant la lettre, en zijn inzichten worden toegepast in ethiek, politiek en zelfs economische theorieën5.

Zijn werk is dus niet alleen een historische erfenis, maar een levende dialoog met de vragen van vandaag.

www.theologie.nl

www.isgeschiedenis.nl

————-