Het martelaarschap van de Carmelitessen van Compiègne – 17 juli 1794….

Tijdens de Franse Revolutie, in de bloedige periode die bekendstaat als de Terreur (1793–1794), werden zestien karmelietessen uit het klooster van Compiègne gearresteerd en op 17 juli 1794 in Parijs geëxecuteerd onder de guillotine.

Wie waren ze?

11 ongeschoeide karmelietessen,

3 lekenzusters,

2 religieuzen verbonden aan het klooster,

Hun priorin was Thérèse de Saint-Augustin, geboren als Marie-Madeleine Claudine Lidoine.

Waarom werden ze veroordeeld?

Ze bleven hun kloosterregels volgen, wat als religieus fanatisme werd beschouwd.

Ze weigerden de eed af te leggen die de Revolutie vereiste.

Ze werden beschuldigd van contrarevolutionaire activiteiten en fanatisme.

Hun marteldood:

Op 17 juli 1794 werden ze naar het schavot gebracht op de Place du Trône (nu Place de la Nation).

Ze zongen hymnen zoals het Te Deum, Veni Creator, en Salve Regina terwijl ze één voor één de guillotine betraden.

De jongste, zuster Constance de Jésus (29), begon het Laudate Dominum te zingen toen ze haar dood tegemoet ging.

Hun lichamen werden in een massagraf op de begraafplaats Picpus gegooid.

Spirituele nalatenschap:

Hun sereniteit en zang tijdens de executie maakten diepe indruk op het Franse publiek.

Ze werden op 27 mei 1906 zaligverklaard door paus Pius X.

In 2024 werden ze door paus Franciscus heilig verklaard via een canonizatio aequipollens, een pauselijk besluit zonder formeel proces.

Culturele invloed:

Hun verhaal inspireerde:

De novelle ‘Die Letzte am Schafott (1931)’ van Gertrud von Le Fort

Het toneelstuk Dialogues des Carmélites van Georges Bernanos

De opera Dialogues des Carmélites (1956) van Francis Poulenc

Diverse films en televisiebewerkingen

Le dialogue des Carmélites

 De Dialoog van de Carmelitessen – volledige Film in het frans. Een Film van Philippe Agostini en R. P Raymond Leopold Bruckberger. Van een kort verhaal van Gertrud von le Fort ,heeft de grote schrijver Georges Bernanos de inhoud van deze gesprekken voor een filmisch scenario klaargemaakt.

Hier is een verrijkte toevoeging die de tekst over ‘De Dialoog van de Carmelieten’ en het martelaarschap van de Carmelitessen van Compiègne nog krachtiger en completer kan maken:

De Dialoog van de Carmelieten – Een spirituele en historische getuigenis

Deze indrukwekkende film van Philippe Agostini en R.P. Raymond Leopold Bruckberger is niet zomaar een dramatische vertelling, maar een diep doorleefde meditatie op geloof, angst, en overgave. Gebaseerd op het korte verhaal Die Letzte am Schafott van Gertrud von Le Fort, en meesterlijk bewerkt tot een scenario door Georges Bernanos, vangt de film de innerlijke strijd van de jonge Blanche de la Force te midden van de turbulentie van de Franse Revolutie.

Historische achtergrond: Het martelaarschap van de Carmelitessen van Compiègne

Tijdens de Terreur (1793–1794), een periode van religieuze vervolging, werden zestien karmelietessen gearresteerd omdat ze hun kloosterregels trouw bleven en weigerden de revolutionaire eed af te leggen. Op 17 juli 1794 werden zij geëxecuteerd op de Place du Trône in Parijs. Hun sereniteit en het zingen van hymnen als Te Deum, Veni Creator, en Salve Regina op weg naar de guillotine maakten diepe indruk op het publiek. De jongste, zuster Constance de Jésus, zong het Laudate Dominum terwijl ze haar dood tegemoet ging.

Spirituele nalatenschap:

De Carmelitessen werden in 1906 zaligverklaard door paus Pius X en in 2024 heilig verklaard door paus Franciscus via een canonizatio aequipollens. Hun verhaal blijft een krachtig symbool van standvastigheid in geloof en innerlijke vrede te midden van geweld.

Culturele impact:

Hun levens en dood inspireerden niet alleen literatuur en film, maar ook de beroemde opera Dialogues des Carmélites van Francis Poulenc (1956), waarin de muziek de spirituele intensiteit van hun offer versterkt. De film van Agostini en Bruckberger is een visuele meditatie die deze geschiedenis tot leven brengt in de Franse taal, met een sobere schoonheid en diepe emotionele resonantie.

—————–

St.Augustinus van Hippo: Laat niemand zeggen: “Waarom zou ik naar de kerk gaan?….

Er is een mooie reflectie van Sint-Augustinus die luidt:

Laat niemand zeggen: “Waarom zou ik naar de kerk gaan? Kijk naar degenen die elke dag gaan, ze oefenen niet wat ze horen.” Maar ze doen iets: luisteren, en op een dag zullen ze beide dingen kunnen doen: luisteren en oefenen. En jij, hoe ga je oefenen als je wegloopt van luisteren?

— Sint-Augustinus van Hippo

++++++++++

De tekst van Sint-Augustinus past binnen zijn bredere visie op bekering, volharding en de rol van de kerk als leerplaats.

 Hier is wat context om het beter te begrijpen:

De spirituele achtergrond van de tekst:

Sint-Augustinus (354–430) was een kerkvader die veel schreef over de menselijke zwakheid, genade, en de noodzaak van voortdurende groei in geloof. In deze reflectie:

Luisteren staat symbool voor openheid en bereidheid om te leren, zelfs als men nog niet handelt naar wat men hoort.

Oefenen verwijst naar het in praktijk brengen van het geloof en de morele lessen.

Hij verdedigt de waarde van aanwezigheid in de kerk, zelfs als mensen nog niet perfect leven volgens de leer.

De boodschap in context:

Deze tekst is waarschijnlijk bedoeld als antwoord op kritiek van mensen die zeggen:

“Waarom zou ik naar de kerk gaan als de mensen daar zelf niet goed leven?”

Augustinus zegt dan:

Het luisteren is al een eerste stap.

Verandering kost tijd, en mensen groeien langzaam in geloof en gedrag.

Wie niet luistert, sluit zich af van die mogelijkheid tot groei.

Theologisch perspectief:

Dit sluit aan bij Augustinus’ visie dat:

Genade geleidelijk  werkt.

De kerk  een plek is voor zondaars, niet alleen voor heiligen.

Volharding in het geloof is essentieel, ook als je nog niet alles begrijpt of toepast.

www.filosofie.nl

www.filosofie-blog.nl

————-

St. Jeronimus: Zoals het hert verlangt naar stromend water, zo verlangt mijn ziel naar U, mijn God….

“Zoals het hert verlangt naar stromend water, zo verlangt mijn ziel naar U, mijn God. Zoals het hert verlangt naar stromend water, zo verlangen ook onze pasgedoopte leden, onze jonge herten, om zo te zeggen, naar God.

Door Egypte en de wereld te verlaten, hebben ze Farao en zijn hele leger ter dood gebracht in de wateren van de doop. Nadat ze de duivel hebben gedood, verlangt hun hart naar de bronnen van stromend water in de kerk. Deze bronnen zijn de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Jeremia getuigt, dat de Vader als een Fontein is als Hij zegt: Zij hebben Mij, de Bron van levend water, verlaten om voor zichzelf waterbakken te graven, gebroken putten die geen water kunnen bevatten. In een andere passage lezen we over de Zoon: Zij hebben de Bron van Wijsheid verlaten. En verder zegt Johannes van de Heilige Geest: Wie het water drinkt, zal Ik hem geven, dat water zal in hem worden tot een fontein van water, die opwelt in het eeuwige leven. De evangelist legt uit dat de Heiland dit zei van de Heilige Geest. Het getuigenis van deze teksten stelt onomstotelijk vast dat de Drie Fonteinen van de Kerk het mysterie van de Drie-eenheid vormen.

Dit zijn de wateren waar het hart van de gelovige naar verlangt, dit zijn de wateren waar het hart van de pasgedoopte naar verlangt als hij zegt: Mijn hart dorst naar God, de levende Fontein. Dit is geen zwak, zwak verlangen om God te zien, maar de pasgedoopten branden van verlangen en dorst naar God. Voordat ze het doopsel ontvingen, vroegen ze elkaar: Wanneer zal ik heengaan en het aangezicht van God zien? Nu is hun zoektocht beantwoord. ze zijn naar voren gekomen en ze staan in de tegenwoordigheid van God. Zij zijn voor het altaar gekomen en hebben het mysterie van de Verlosser aanschouwd.

Nadat ze het Lichaam van Christus hebben ontvangen en herboren zijn in de levengevende wateren, spreken ze vrijmoedig en zeggen: Ik zal Gods wonderbaarlijke woonplaats, Zijn huis, binnengaan. Het huis van God is de Kerk, zijn heilige woonplaats ….

… DOOR HET WOORD VAN GOD ben je uit de gevaarlijke wateren van deze wereld getild, zoals zoveel kleine visjes. In ons is de aard van de dingen veranderd. Vissen die uit de zee worden gehaald, sterven, maar de apostelen hebben voor ons gevist en hebben ons uit de zee van deze wereld gehaald, zodat we van de dood naar het leven konden worden gebracht. Zolang we in de wereld waren, keken onze ogen naar beneden in de afgrond en leefden we in vuil. Nadat we uit de golven waren gered, begonnen we naar de zon te kijken en omhoog te kijken naar het Ware Licht. Verward in de aanwezigheid van zoveel vreugde, zeggen wij: Hoop op God, want ik zal Hem opnieuw loven, in de tegenwoordigheid van mijn Verlosser en mijn God.”

– De heilige Hiëronymus (343-420), bisschop en grote westerse vader en kerkleraar (een uittreksel uit zijn preek over Psalm 41, gericht aan de pasgedoopten).

++++++++++++

Johannes 7:37-38 – De context:

Deze uitspraak van Jezus vindt plaats tijdens het Loofhuttenfeest (Sukkot), een belangrijk Joods feest dat Gods voorziening tijdens de woestijnreis herdenkt. Op de laatste en belangrijkste dag van dit feest, wanneer priesters water uit de bron van Siloam over het altaar gieten als symbool van zegen en leven, roept Jezus:

“Als iemand dorst heeft, laat hem dan bij Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: ‘Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.’”

Wat betekent dit?:

Jezus presenteert zichzelf als de vervulling van deze symboliek: Hij is de bron van levend water, een beeld voor de Heilige Geest die gelovigen zouden ontvangen na Zijn opstanding2.

Het “levend water” staat voor geestelijke vernieuwing, troost, en kracht die voortkomt uit een relatie met Christus.

Deze uitspraak leidde tot verdeeldheid onder de mensen: sommigen zagen Hem als de Messias, anderen verwierpen Hem omdat Hij uit Galilea kwam.

Psalmverwijzing – “Zoals een hert verlangt naar water”

Deze verwijzing komt uit Psalm 42:2:

“Zoals een hert smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar U, o God.”

Wat betekent dit?:

Het beeld van een dorstig hert symboliseert een diep verlangen naar God.

De psalm is geschreven in een tijd van spirituele droogte en heimwee naar Gods nabijheid, waarschijnlijk door ballingschap of persoonlijke crisis.

Het sluit aan bij Johannes :

mensen hebben dorst – niet naar fysiek water, maar naar spirituele vervulling.

Reflectie van St. Hiëronymus (ca. 343–420):

Hiëronymus was een kerkvader en Bijbelgeleerde, vooral bekend om zijn Latijnse vertaling van de Bijbel: de Vulgaat. In zijn reflectie vergelijkt hij gelovigen met vissen die uit de zee van deze wereld zijn gehaald:

“Vissen die uit de zee worden gehaald, sterven, maar de apostelen hebben ons uit de zee van deze wereld gehaald, zodat we van de dood naar het leven konden worden gebracht.”

Wat betekent dit?:

De “zee van deze wereld” staat voor een leven zonder God, vol verwarring en zonde.

jDoor het evangelie worden mensen gered en getransformeerd, zoals vissen die niet sterven maar juist tot leven komen.

Hiëronymus benadrukt dat deze redding leidt tot een nieuw perspectief:

we kijken niet meer naar beneden, maar naar het licht van Christus.

+++++++

https://www.de-gezouten-waarheid.nl/project-het-ware-woord/johannes-7-37-39

https://www.heiligen.net/heiligen/09/30/09-30-0420-hieronymus.php

https://www.debijbel.nl/leesplannen/bijbelleesrooster/8-juni-johannes-737-52

—————

Thomas Merton: Zal ik het kwaad uit mijn ziel verdrijven door te worstelen met mijn eigen duisternis?….

“Zal ik het kwaad uit mijn ziel verdrijven door te worstelen met mijn eigen duisternis? Dit is niet wat God voor mij heeft gepland. Het is voldoende om van mijn duisternis naar Zijn licht te keren. Ik hoef niet weg te rennen van mezelf; het is voldoende dat ik mezelf vind, niet zoals ik mezelf heb gemaakt, door mijn eigen domheid, maar zoals Hij mij heeft gemaakt in Zijn wijsheid en mij opnieuw heeft gemaakt in Zijn oneindige genade.”

— Thomas Merton

Bron: MindfulChristianityToday.com

+++++++++++

Dit citaat van Thomas Merton is diep spiritueel en raakt aan het hart van christelijke contemplatie en genade.

 Laten we het in delen ontleden en de betekenis verkennen:

“Moet ik het kwaad uit mijn ziel verdrijven door te worstelen met mijn eigen duisternis?”

Dit verwijst naar de neiging van mensen om hun innerlijke strijd te willen oplossen door zelfdiscipline, zelfkritiek of innerlijke strijd. Merton stelt hier een vraag die veel spirituele zoekers bezighoudt: moet ik mijn duisternis bevechten?

“Dat is niet wat God voor mij heeft gepland.”:

Hier suggereert Merton dat God een andere weg biedt dan zelfgevecht: een weg van overgave, vertrouwen en genade. Het is geen strijd tegen jezelf, maar een uitnodiging tot transformatie.

“Het is voldoende om mij af te keren van mijn duisternis naar Zijn licht.”

In plaats van te blijven worstelen met je fouten, angsten of zonden, nodigt Merton uit om je blik te richten op God — op liefde, licht en waarheid. Het is een beweging van zelfgerichtheid naar Godgerichtheid.

“Ik hoef niet van mezelf weg te rennen…”:

Veel mensen proberen hun pijn of gebrokenheid te ontvluchten. Merton zegt: dat hoeft niet. Je hoeft jezelf niet te ontkennen of te verwerpen.

 “…het is voldoende dat ik mezelf vind, niet zoals ik mezelf heb gevormd door mijn eigen dwaasheid, maar zoals Hij mij heeft gevormd in Zijn wijsheid…”

Hier ligt een kern van christelijke spiritualiteit: je ware identiteit ligt niet in je fouten of zelfbeeld, maar in hoe God jou ziet — als geliefd, waardevol en bedoeld.

“…en mij opnieuw heeft gevormd in Zijn oneindige genade.”

Gods genade is transformerend.

Hij herstelt, vernieuwt en vormt ons opnieuw — niet door onze inspanning, maar door Zijn liefde.

Samenvattend:

Merton roept op tot een spirituele ommekeer: niet door strijd, maar door overgave.

Niet door jezelf te veroordelen, maar door jezelf te zien zoals God je ziet.

Het is een boodschap van hoop, rust en diepe genade.

++++++

Het citaat van Thomas Merton sluit prachtig aan bij verschillende bijbelverzen die spreken over genade, transformatie en het loslaten van zelfveroordeling. Hier zijn enkele krachtige verzen die deze boodschap ondersteunen:

Verzen over Genade en Identiteit in Christus:

Bijbelvers – Betekenis:

Efeziërs 2:8-9:

“Door die genade bent u nu immers gered, doordat u gelooft. Deze redding dankt u niet aan uzelf; ze is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden.” → Je hoeft jezelf niet te bewijzen; Gods genade is genoeg.

2 Korintiërs 12:9:       

“Je hebt genoeg aan mijn genade, want mijn kracht openbaart zich juist ten volle wanneer iemand zwak is.” → In je kwetsbaarheid kan Gods kracht het meest zichtbaar worden.

Romeinen 3:24:“Iedereen wordt uit genade rechtvaardig verklaard, om niet, dankzij de verlossing door Christus Jezus.” → Je bent rechtvaardig verklaard, niet door verdienste, maar door genade.

Psalm 103:8:   “Liefdevol en genadig is de HEER, Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.” → God is niet streng en veroordelend, maar vol liefde en geduld.

Johannes 1:16 :  “Uit de overvloed die Hij heeft, hebben wij allen genade op genade ontvangen.” → Gods genade is niet beperkt, maar overvloedig en herhaaldelijk.

Deze verzen onderstrepen wat Merton zegt:

 dat we ons niet hoeven te verliezen in zelfkritiek of innerlijke strijd, maar ons mogen richten op Gods licht, liefde en genade. Het is een uitnodiging om je ware identiteit te ontdekken — niet gevormd door je fouten, maar door Gods liefdevolle bedoeling.

————-

St.Augustinus: Als je lijdt onder het onrecht van een slecht mens, vergeef hem—opdat er niet twee slechte mensen zijn…..

“Als je lijdt onder het onrecht van een slecht mens, vergeef hem—opdat er niet twee slechte mensen zijn.”

— Augustinus.

+++++++++++

Achtergrond van de tekst van Augustinus:

“Als je lijdt onder het onrecht van een slecht mens, vergeef hem—opdat er niet twee slechte mensen zijn.”

Deze tekst is afkomstig uit het werk Enchiridion (Hoofdstuk 27), geschreven rond het jaar 420 door Sint Augustinus van Hippo, een invloedrijke kerkvader en filosoof.

Wat betekent deze tekst?

Morele reflectie:

Augustinus benadrukt dat wraak of haat als reactie op onrecht ons zelf tot slechte mensen kan maken.

Christelijke ethiek:

Vergeving is een centrale waarde in het christendom. Door te vergeven, blijven we trouw aan het goede en laten we het kwaad niet in onszelf wortelen.

Spirituele wijsheid:

Augustinus stelt dat God het beter vond om goed voort te brengen uit kwaad dan om helemaal geen kwaad te laten bestaan. Dit idee onderstreept het belang van vergeving als een manier om het kwaad te overstijgen

————-

St. Augustinus: Geef mij uzelf, o mijn God, geef uzelf aan mij….

Geef mij uzelf, o mijn God, geef

uzelf aan mij. Zie, ik hou van je,

en als mijn liefde te zwak is, geef mij dan de kans

om heel veel van je te houden…. Al de overvloed in de wereld die niet mijn God is, is

puur gebrek. Amen.

 

Augustinus van Hippo (Catholics striving for holiness)

+++++++++++++

“Geef jezelf aan mij. Zie, ik houd van je, en als mijn liefde te zwak is, schenk mij dan de kracht om sterker van je te houden… Ik verlang naar jou in mijn diepste wezen. Alle overvloed in de wereld die niet mijn God is, is pure leegte. Amen.” — is een spirituele uiting van overgave, verlangen en liefde voor God. Hier is een uitleg van de betekenis:

Spirituele betekenis van de tekst:

Volledige overgave aan God De spreker vraagt God om zichzelf volledig te mogen geven. Het is een gebed van toewijding, waarin de ziel zich openstelt voor Gods liefde en leiding.

Liefde als krachtbron De erkenning dat menselijke liefde soms tekortschiet, maar dat God de kracht kan geven om die liefde te verdiepen. Het is een nederige vraag om versterking van het vermogen om lief te hebben.

Diep innerlijk verlangen “Ik verlang naar jou in mijn diepste wezen” drukt een existentiële honger uit — een dorst naar God die niet oppervlakkig is, maar geworteld in het hart van de mens.

Verwerping van wereldse overvloed De zin “Alle overvloed in de wereld die niet mijn God is, is pure leegte” benadrukt dat materiële rijkdom of wereldse genoegens zonder God betekenisloos zijn. Het is een echo van Augustinus’ gedachte dat alleen God ware vervulling biedt.

Theologische achtergrond:

Deze tekst sluit aan bij de spiritualiteit van Sint Augustinus van Hippo, die in zijn Confessiones schreef:

“U hebt ons voor uzelf gemaakt, en ons hart is rusteloos totdat het rust vindt in U.”

Augustinus zag het menselijke leven als een zoektocht naar God, waarbij alle aardse zaken uiteindelijk leeg zijn zonder de goddelijke aanwezigheid.

Persoonlijke toepassing:

Innerlijke rust zoeken bij God In plaats van te jagen op externe successen, nodigt deze tekst uit tot contemplatie en gebed.

Liefde als spirituele oefening Liefde wordt hier niet alleen als emotie gezien, maar als een daad van wil en genade — iets dat groeit door Gods hulp.

Bewust leven:

Het is een oproep om niet te leven voor oppervlakkige overvloed, maar voor datgene wat eeuwige waarde heeft.

————–

 

 

 

 

 

 

St.Irenaeus van Lyon: Het koninkrijk der hemelen…..

Het koninkrijk der hemelen

Mattheüs 13:44 “Het koninkrijk der hemelen is als een schat die in een veld verborgen ligt, die iemand vindt en opnieuw verbergt en uit vreugde gaat en alles verkoopt wat hij heeft en dat veld koopt.”

Het was Christus die aanwezig was bij allen aan wie, vanaf het begin, God Zijn Woord en Spreek heeft gecommuniceerd. Als iemand daarom de Schrift met aandacht leest, zal hij daarin een uitdrukking van Christus en een voorbode van deze nieuwe roeping vinden. Want Christus is de schat die in het veld verborgen was, dat wil zeggen, in deze wereld (Mt 13:38) — een schat verborgen in de Schriften…

Zo was het dat de Heer de Schriften aan Zijn discipelen uitlegde, na Zijn opstanding uit de dood, hen bewijzend, door hun middel, dat “het noodzakelijk was dat Christus deze dingen zou lijden en in Zijn heerlijkheid zou binnengaan” (Lk 24:26). Dus als iemand op dezelfde manier de Schriften leest, zal die persoon een perfecte discipel worden, “zoals het hoofd van een huishouden die uit zijn voorraadkamer zowel nieuwe als oude dingen tevoorschijn haalt.” (Mt 13:52).

Irenaeus van Lyon.

+++++++++++

De tekst Mattheüs 13:44 en de bijbehorende uitleg — draait om een diep spiritueel inzicht over het koninkrijk van God en de waarde van Christus in het leven van een gelovige.

 Hier is een overzicht van de betekenis:

Bijbelvers: Mattheüs 13:44

“Het koninkrijk der hemelen is als een schat die in een veld verborgen ligt, die iemand vindt en opnieuw verbergt en uit vreugde gaat en alles verkoopt wat hij heeft en dat veld koopt.”

Betekenis:

Schat in het veld:

Symboliseert het koninkrijk van God of Christus zelf — iets van immense waarde dat niet direct zichtbaar is.

Vinden en verbergen:

De ontdekking van deze waarheid is persoonlijk en kostbaar. De persoon verbergt het opnieuw, wat duidt op zorgvuldigheid en bescherming van wat hij gevonden heeft.

Alles verkopen:

Duidt op volledige toewijding.

De persoon is bereid alles op te geven om deze schat — het koninkrijk of Christus — te verkrijgen.

Uitleg van de tekst:

Christus als de verborgen schat:

 De uitleg stelt dat Christus zelf de verborgen schat is, aanwezig in de wereld en in de Schriften.

Schriften als bron van Christus:

Wie de Bijbel aandachtig leest, ontdekt Christus in de verhalen, profetieën en boodschappen — zelfs in het Oude Testament.

Discipelschap:

Wie de Schriften begrijpt zoals Jezus ze uitlegde, wordt een ware discipel, iemand die wijsheid put uit zowel oude als nieuwe openbaringen.

Samengevat:

Deze tekst leert dat het koninkrijk van God — en Christus zelf — van onschatbare waarde is.

 Het vraagt om een persoonlijke ontdekking, volledige toewijding, en een diep begrip van de Schriften.

Wie dat pad volgt, vindt een rijkdom die alles overstijgt.

+++++++++

Praktische implicaties van Mattheüs 13:44

1.Prioriteiten herzien:

De tekst nodigt uit om na te denken over wat écht waardevol is in het leven.

Het koninkrijk van God wordt voorgesteld als iets dat zó kostbaar is, dat je bereid zou moeten zijn alles op te geven om het te verkrijgen.

Praktisch betekent dit:

Durven loslaten van materiële zaken, status, of gewoontes die je afhouden van spirituele groei.

2. Actieve zoektocht:

De schat wordt niet zomaar gevonden — er is een zoektocht, een ontdekking.

Dit moedigt aan tot actief zoeken naar waarheid, wijsheid en een relatie met God.

Praktisch:

Tijd nemen voor reflectie, gebed, studie van de Bijbel, en gesprekken met anderen over geloof.

3. Volledige toewijding:

“Alles verkopen” betekent: geen halfslachtige inzet.

Praktisch:

Je leven zo inrichten dat je waarden, keuzes en gedrag in lijn zijn met je geloof — ook als dat offers vraagt.

4. Waarde van de Schrift:

De uitleg benadrukt dat Christus te vinden is in de Schriften.

Praktisch:

Regelmatig en aandachtig Bijbel lezen, niet alleen als ritueel maar als bron van ontmoeting met Christus.

5. Discipelschap als levensstijl:

Wie de Schrift begrijpt en toepast, wordt een ware discipel.

Praktisch:

leven als leerling van Jezus, met nederigheid, leerbereidheid en de wil om anderen te dienen.

—————

St.Joh. Chrysostomos: “Ik ben gekomen, niet om af te schaffen, maar o te vervullen.” — Mattheüs 5:17…

“Ik ben gekomen, niet om af te schaffen, maar o te vervullen.” — Mattheüs 5:17 

Want de wet was bedoeld om een persoon rechtvaardig te maken, maar had niet de kracht om dat te doen; toen kwam Christus, Hij die het einde van de wet is en Hij toonde ons de weg die leidt tot rechtvaardigheid, dat wil zeggen — geloof. Zo vervulde Hij de bedoeling van de wet. De letter van de wet kon de zondaar niet rechtvaardigen — geloof in Jezus Christus zal hem rechtvaardigen. Daarom kan Hij zeggen: “Ik ben niet gekomen om de wet af te schaffen.”

— St. Johannes Chrysostomus (345–407) Vader en Leraar van de Kerk (Anastpaul)

 

+++++++++++++++

 “Ik ben gekomen, niet om af te schaffen, maar om te vervullen”

 — komt uit Mattheüs 5:17, een vers waarin Jezus spreekt over zijn relatie tot de Joodse wet en profeten. Hier is wat context en uitleg:

Bijbelse context: Mattheüs 5:17:

Jezus spreekt deze woorden tijdens de Bergrede, een van zijn bekendste onderwijzingen.

Hij benadrukt dat hij niet gekomen is om de Thora (de wet van Mozes) of de profeten af te schaffen, maar om hun diepere betekenis en doel te vervullen.

“Vervullen” betekent hier: de wet tot haar volle bedoeling brengen — niet alleen uiterlijk naleven, maar innerlijk transformeren.

Uitleg van Johannes Chrysostomus:

Johannes Chrysostomus (ca. 347–407), een invloedrijke kerkvader en prediker, gaf hier een diepgaande interpretatie van:

Hij stelde dat de wet op zichzelf niet in staat was om mensen rechtvaardig te maken

 — ze toonde wel wat goed was, maar gaf niet de kracht om het te doen.

Christus kwam om die kracht te brengen, door geloof en genade.

Chrysostomus zag Jezus als degene die de intentie van de wet vervulde: niet door haar af te schaffen, maar door haar diepere geestelijke betekenis te openbaren.

Theologische betekenis:

Jezus’ komst betekent geen einde aan morele richtlijnen, maar een verdieping ervan.

De nadruk verschuift van externe gehoorzaamheid naar interne transformatie.

Chrysostomus’ uitleg helpt om te begrijpen dat het christelijk geloof niet losstaat van het Oude Testament,

 maar er juist een vervulling van is.

+++++++++++

De Bergrede :

De Bergrede is een van de meest invloedrijke en diepgaande toespraken van Jezus, en vormt het hart van zijn morele en geestelijke onderricht. Hier is een overzicht van de achtergrond en inhoud:

Wat is de Bergrede?:

De Bergrede staat in het Evangelie van Mattheüs, hoofdstukken 5 tot en met 7.

Jezus sprak deze woorden op een berg in Galilea, aan het begin van zijn openbare optreden.

Hij richtte zich tot zijn leerlingen, niet tot het grote publiek — het is dus bedoeld voor mensen die Hem willen volgen.

Inhoudelijke opbouw:

De Zaligsprekingen (Mattheüs 5:3–12)

Jezus noemt mensen “zalig” (gezegend) die nederig, verdrietig, zachtmoedig, barmhartig of vredestichtend zijn.

Dit keert wereldse waarden om: niet macht of rijkdom, maar innerlijke houding telt.

Zout der aarde & licht der wereld (Mattheüs 5:13–16)

Jezus roept zijn volgelingen op om zichtbaar en invloedrijk te zijn in de wereld — als zout dat smaak geeft en licht dat richting wijst.

Vervulling van de Wet (Mattheüs 5:17–20)

Jezus zegt dat hij niet gekomen is om de Wet af te schaffen, maar om haar te vervullen — door haar diepere betekenis te tonen.

Verdieping van de geboden (Mattheüs 5:21–48)

Hij legt de geboden uit op een radicale manier:

Woede is als moord.

Lust is als overspel.

Liefde moet zelfs gelden voor vijanden.

Waarschuwing tegen schijnheiligheid (Mattheüs 6:1–18)

Jezus waarschuwt tegen religieuze praktijken die alleen voor de show zijn.

Hij leert het Onze Vader als modelgebed.

Vertrouwen op God (Mattheüs 6:25–34)

Jezus zegt:

maak je geen zorgen over eten, kleding of gezondheid.

Zoek eerst het Koninkrijk van God, dan komt de rest vanzelf.

Oordeel en wijsheid (Mattheüs 7):

Oordeel niet over anderen.

Wees wijs:

bouw je leven op Jezus’ woorden zoals op een rots.

Betekenis en invloed:

De Bergrede wordt vaak gezien als de grondwet van het Koninkrijk van God.

Ze heeft grote invloed gehad op christelijke ethiek, spiritualiteit en zelfs seculiere filosofie.

De boodschap is radicaal: het gaat om innerlijke transformatie, niet om uiterlijke religie.

De Bergrede wordt vandaag de dag op verschillende manieren toegepast, zowel binnen de kerk als daarbuiten. Hier zijn enkele belangrijke manieren waarop ze nog steeds relevant is:

 In het persoonlijke geloofsleven:

Zaligsprekingen als levenshouding: Gelovigen proberen de geest van de zaligsprekingen te belichamen — nederigheid, barmhartigheid, zuiverheid van hart, vredestichting.

Modelgebed (Onze Vader): Dit gebed is nog steeds een centraal onderdeel van christelijke liturgie en persoonlijk gebed.

Vertrouwen op God:

De oproep om je geen zorgen te maken over materiële zaken (Mattheüs 6:25–34) wordt vaak aangehaald in tijden van stress of onzekerheid.

 In de kerkelijke praktijk:

Volgens Kerknet wordt de Bergrede regelmatig gelezen tijdens de liturgie, vooral in de weken voorafgaand aan de vastentijd.

Predikanten gebruiken de Bergrede als fundament voor christelijke ethiek en als leidraad voor preken over gerechtigheid, vergeving en naastenliefde.

In maatschappelijke en ethische reflectie:

De Bergrede inspireert christenen om zout en licht te zijn in de wereld — dat wil zeggen: actief bijdragen aan rechtvaardigheid, vrede en solidariteit.

Ze wordt ook aangehaald in discussies over sociale rechtvaardigheid, armoedebestrijding en geweldloosheid.

Sommige passages, zoals “Heb uw vijanden lief”, worden gebruikt als basis voor verzoening en vredeswerk.

In theologische en filosofische studies:

De Bergrede wordt door theologen gezien als een radicale ethische leer, die verder gaat dan de letter van de wet.

Ook niet-religieuze denkers, zoals Gandhi en Tolstoj, hebben zich laten inspireren door de Bergrede vanwege haar nadruk op geweldloosheid en innerlijke zuiverheid2.

————–

Basilius de Grote: Berisping en vermaning moeten worden aanvaard als genezende remedies tegen ondeugd en als bevorderlijk voor een goede gezondheid…..

‘Berisping en vermaning moeten worden aanvaard als genezende remedies tegen ondeugd en als bevorderlijk voor een goede gezondheid. Hieruit wordt duidelijk dat degenen die doen alsof ze tolerant zijn, omdat ze willen vleien. . . degenen die er dus niet in slagen zondaars te corrigeren. . . ervoor zorgen dat ze de grootste verliezen lijden en de vernietiging beramen van dat leven dat hun ware leven is.’

St. Basilius de Grote

+++++++++

Sint-Basilius de Grote, Kerkleraar

Sint-Basilius, bisschop, biechtvader en kerkleraar, feestdag 14 juni, heeft de titel ‘Vader van de monniken van het Oosten’ gekregen, net zoals Sint-Benedictus wordt beschouwd als de “Vader van de monniken van het Westen”.

Familie van heiligen

Sint Basilius van Caesarea in Cappadocië, Klein-Azië, komt uit een familie van heiligen. Zijn grootmoeder van vaderskant was de heilige Macrina de Oude, die haar geloof in Jezus Christus beleed tijdens de vervolging van Maximianus Galerius. Zijn ouders waren de heilige Basilius de Oude en de heilige Emilia, de dochter van een martelaar. Van zijn negen broers en zussen zouden er nog drie tot de eer van het altaar worden verheven: de heilige Macrina de Jongere, de heilige Gregorius van Nyssa en de heilige Petrus van Sebaste. Sint-Basilius, zijn broer Gregorius van Nyssa en zijn vriend Gregorius van Nanzianze vormen het trio dat ‘de drie Cappadociërs’ wordt genoemd.

Heilige grootmoeder

Basilius werd geboren in Caesarea aan het einde van 329. Zijn vader, een advocaat en leraar, kwam uit een rijke familie in de regio Pontus, die als landeigenaar werd beschouwd. Zijn moeder kwam uit een adellijke familie uit Cappadocië. De jongen werd voor zijn eerste opleiding toevertrouwd aan de zorg van zijn grootmoeder Macrina. Later zou hij zeggen: “Ik ben nooit de sterke indrukken vergeten die de woorden en voorbeelden van deze heilige vrouw op mijn nog tere ziel maakten”. Hij studeerde eerst bij zijn vader, daarna in Caesarea, Constantinopel en Athene. In de laatste twee had hij als medeleerling de heilige Gregorius van Nanzianze, met wie hij nauw verbonden was en aan wie we veel gegevens over zijn leven te danken hebben.

‘Heiliging was ons doel’

Gregorius getuigt in de lofrede van zijn vriend: “We hadden allebei dezelfde aspiraties; we waren allebei op zoek naar dezelfde schat, de deugd. We kenden slechts twee wegen, die van de Kerk en die van de openbare scholen. We gingen niet om met studenten die onbeleefd, onbeschaamd of minachtend over religie waren en we vermeden degenen die gesprekken voerden die schadelijk voor ons konden zijn. We hadden onszelf ervan overtuigd dat het een illusie was om met zondaars om te gaan onder het voorwendsel dat we hen wilden bekeren, en dat we altijd bang moesten zijn dat ze hun vergif op ons zouden overbrengen. Onze heiliging was ons grote doel, en dat van geroepen te zijn en effectief christen te zijn. Daarin lieten we al onze glorie bestaan.”

Zoekend naar monnikenbestaan

Broeder Basilius wilde een monastiek leven leiden. Hij besloot daarom door Syrië, Mesopotamië en Egypte te reizen om daar verschillende monniken te bezoeken en zich te verdiepen in de plichten van hun leven. Opgemerkt moet worden dat het religieuze leven in het algemeen nog in de kinderschoenen stond en dat er nog niemand was verschenen om het te wijden zoals Sint-Benedictus dat later in het Westen deed. Na zijn terugkeer trok Basilius zich terug in het koninkrijk Pontus, waar zijn moeder en zus zich al hadden gevestigd. Zij hadden een vrouwenklooster gesticht aan de oever van de Iris. Op de tegenoverliggende oever stichtte de heilige een mannenklooster dat hij vier jaar lang leidde. Zijn vriend, Gregorius van Nanzianze, en zijn broers Gregorius van Nyssa en Petrus van Sebaste voegden zich bij hem.

++++++++

Korte samenvatting van Basilius’leven :

Basilius de Grote (ca. 330–379 n.Chr.) was een invloedrijke kerkvader, theoloog en bisschop uit de vroege christelijke kerk. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste figuren in de ontwikkeling van het oosters christendom en het kloosterleven.

Leven en achtergrond:

Geboren in Caesarea in Cappadocië (in het huidige Turkije) in een christelijke familie waarvan meerdere leden als heiligen worden vereerd.

Hij studeerde in Constantinopel en Athene, waar hij vriendschap sloot met Gregorius van Nazianze, een andere beroemde kerkvader.

Rond zijn 25e liet hij zich dopen en koos voor een ascetisch leven, geïnspireerd door woestijnmonniken in Syrië, Palestina, Egypte en Mesopotamië2.

Bijdragen aan het christendom:

Bisschop van Caesarea: Hij werd in 370 tot bisschop gewijd en speelde een belangrijke rol in kerkelijke en politieke kwesties van zijn tijd.

Monastieke hervormer:

Basilius schreef een kloosterregel die de basis vormde voor het oosterse kloosterleven. Zijn ideeën benadrukten gemeenschap, gebed, arbeid en dienstbaarheid.

Theologisch werk:

Hij verdedigde de orthodoxe leer tegen het arianisme en schreef diepgaande teksten over de Heilige Geest, de Drie-eenheid en het christelijk leven.

Liturgie:

De Liturgie van Basilius wordt nog steeds gebruikt in de oosters-orthodoxe kerken.

Herdenking en nalatenschap:

Hij wordt herdacht op 2 januari in de Rooms-Katholieke Kerk en op 1 en 30 januari in de Oosters-Orthodoxe Kerk.

Relieken van Basilius worden bewaard in onder andere Brugge, in de Sint-Salvatorskathedraal en de Heilig Bloedbasiliek.

Basilius de Grote was niet alleen een briljante denker, maar ook een bruggenbouwer tussen intellectuele traditie en spirituele toewijding

Peter Paul Rubens: Heilige Basilius

eerste helft 17e eeuw

Schloss Friedenstein – Gotha, Duitsland

www.kerkvaders.be

www.wikipedia.org

www.Vroegekerk.nl

– Basilius de Grote: een bruggenbouwer.

—————–

www.Vroegekerk.nl

www.kerkvaders.be

————–

St.Augustinus: Laat heb ik u liefgekregen, schoonheid zo oud en zo nieuw, laat heb ik u liefgekregen!..

“Laat heb ik u liefgekregen, schoonheid zo oud en zo nieuw, laat heb ik u liefgekregen!

En u was binnen in mij, en ik buiten, en zo zocht ik u buiten mij;

en mismaakt als ik was, stortte ik mij op de dingen die u geschapen hebt.

__________

U was bij mij, maar ik was niet bij u. Die dingen hielden mij ver van u, terwijl ze, als ze niet in u waren, niet zouden bestaan.

__________

U riep mij en schreeuwde, en u brak mijn doofheid; u straalde en schitterde,

en u genas mijn blindheid;  u verspreidde uw geur, en ik ademde hem in,

 en nu verlang ik naar u; ik proefde u,  en nu heb ik honger en dorst naar u;

u raakte mij aan, en ik verlang hevig naar de vrede die van u komt.

— Sint Augustinus

___________

De tekst is een beroemd citaat van Sint Augustinus van Hippo, afkomstig uit zijn werk Confessiones (Belijdenissen), geschreven rond het jaar 397 na Christus. Hier is wat meer context:

Over de auteur: Sint Augustinus:

Leefde van 354 tot 430 na ChristusEen van de invloedrijkste kerkvaders in het christendom. Zijn werken hebben diepe invloed gehad op theologie, filosofie en spiritualiteit. Confessiones is zijn autobiografisch werk waarin hij zijn zondig verleden beschrijft en zijn bekering tot het christendom

Context van het citaat:

Het fragment komt uit Boek X van de Confessiones

Augustinus reflecteert op zijn late bekering tot God

Hij beschrijft hoe hij God buiten zichzelf zocht, in aardse dingen, terwijl God in zijn innerlijk aanwezig was

Het is een uiting van berouw, verwondering en liefde voor God

De tekst is doordrenkt met neoplatonische invloeden, waarin het innerlijke leven en de zoektocht naar het goddelijke centraal staan

Thema’s in het citaat:

Verlangen naar God:

Augustinus ervaart een diepe honger en dorst naar God nadat hij Hem heeft “geproefd”

Innerlijke transformatie:

 Zijn zintuigen worden als het ware geopend door Gods aanwezigheid

Berouw en dankbaarheid:

Hij betreurt dat hij God pas laat heeft liefgekregen, maar is dankbaar voor de genade

++++++++++++++

Diepere betekenis van het citaat:

  1. De paradox van afstand en nabijheid:

Augustinus zegt dat God in hem was, terwijl hij buiten zichzelf zocht. Dit drukt een fundamentele spirituele waarheid uit: we zoeken vaak vervulling in uiterlijke dingen—bezit, status, relaties—terwijl het goddelijke, het ware, al in ons aanwezig is. Het is een oproep tot innerlijke contemplatie.

“U was bij mij, maar ik was niet bij u.” → Hier klinkt het verdriet door van een mens die zich realiseert dat hij lange tijd blind is geweest voor de aanwezigheid van God in zijn eigen hart.

  1. De zintuiglijke bekering:

Augustinus gebruikt krachtige beelden van de vijf zintuigen:

Horen:

“U riep mij en schreeuwde”

Zien:

“U straalde en schitterde”

Ruiken:

“U verspreidde uw geur”

Proeven:

“Ik proefde u”

Voelen:

“U raakte mij aan”

Deze zintuiglijke taal maakt zijn bekering tastbaar. Het is alsof hij pas echt begint te leven wanneer hij God ervaart.

Zijn hele wezen wordt wakker.

  1. Verlangen als spirituele motor:

Na de ontmoeting met God ontstaat een intens verlangen:

“Nu heb ik honger en dorst naar u”

Dit is geen oppervlakkige wens, maar een existentiële dorst.

Augustinus beschrijft een liefde die alles overstijgt

—een verlangen naar een eeuwige, onveranderlijke bron van vrede.

  1. Berouw en genade:

De openingszin—“Laat heb ik u liefgekregen”—is doordrenkt van berouw.

Hij betreurt dat hij God pas laat heeft leren kennen.

Maar tegelijk klinkt er dankbaarheid: ondanks zijn omzwervingen heeft God hem niet verlaten.

Dit is een kernidee in Augustinus’ theologie:

Genade is altijd beschikbaar, zelfs voor wie lang dwaalt.

Spirituele les:

Augustinus’ woorden nodigen ons uit tot:

Zelfonderzoek:

Waar zoeken wij vervulling? Buiten onszelf of in ons innerlijk?

Openheid:

Durven we ons te laten raken door iets dat groter is dan ons verstand?

Vertrouwen:

Zelfs als we laat tot inzicht komen, is het nooit te laat voor transformatie

 

Enkele bronnen:

https://www.litcharts.com/lit/confessions/summary

https://nl.frwiki.wiki/wiki/Les_Confessions_%28Augustin_d’Hippone%29

https://theologie.katholiekelsloo.nl/index.php?title=Augustinus,_Confessiones

 

________

Dostoevsky: Vermijd vooral leugens, alle leugens, vooral de leugen tegen jezelf…..

Vermijd vooral leugens, alle leugens, vooral de leugen tegen jezelf. Houd je eigen leugen in de gaten en onderzoek die elk uur, elke minuut. En vermijd minachting, zowel voor anderen als voor jezelf: wat je in jezelf slecht lijkt, wordt gezuiverd door het feit dat je het in jezelf hebt opgemerkt. En vermijd angst, hoewel angst simpelweg het gevolg is van elke leugen. Wees nooit bang voor je eigen lafhartigheid bij het verkrijgen van liefde, en wees intussen zelfs niet erg bang voor je eigen slechte daden.

Fjodor Dostoevski

Fjodor Dostoevski (2002). “De gebroeders Karamazov: een roman in vier delen met epiloog”, p. 58, Macmillan

+++++++++++++++

[ Wat moet het zijn : Dostojevsky of Dostoesky : hier een uitleg :

Beide spellingsvarianten, Dostoevsky en Dostojevski, worden gebruikt om de beroemde Russische schrijver aan te duiden. Dostojevski is de officiële Nederlandse spelling, terwijl Dostoevsky meer aansluit bij de Engelse transcriptie van de naam. De Engelse uitspraak van “sky” kan verwarrend zijn, dus de Nederlandse spelling is praktischer.]

Ik  gebruik de term Dostoevsky  én Dostojevsky, naargelang de vertaling het weergeeft]

+++++++++++++

Het citaat van Fjodor Dostojevski is diep filosofisch en raakt aan thema’s als eerlijkheid, zelfreflectie en liefde.

Thema’s in het citaat:

Radicale eerlijkheid:

Dostojevski roept op tot volledige eerlijkheid, vooral tegenover jezelf.

Zelfonderzoek:

Hij pleit voor constante reflectie op je eigen gedrag en motieven.

Mededogen boven minachting:

 Minachting belemmert begrip en liefde.

Angst als gevolg van leugen:

 Leugens maken ons kwetsbaar en bang.

Liefde ondanks imperfectie:

Jezelf liefhebben, zelfs met fouten, is de sleutel tot het liefhebben van anderen.

Reflectieve vraag:

Wat raakt jou het meest in dit citaat? Is het de oproep tot eerlijkheid, de strijd tegen zelfverachting, of de moed om lief te hebben ondanks je gebreken?

++++++++++++++++

Hier zijn een aantal prachtige en inspirerende citaten in het Nederlands die je kunnen motiveren, aan het denken zetten of gewoon een glimlach bezorgen :

Korte en krachtige citaten: (niet noodzakelijk van Dostoevsky)

“Wie niet waagt, wie niet wint.” → Een klassieker die aanmoedigt om risico’s te nemen en uit je comfortzone te stappen.

“De aanhouder wint.” → Een reminder dat doorzettingsvermogen vaak leidt tot succes.

“Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.” → Een ode aan eerlijkheid en integriteit.

“Geen regen, geen bloemen.” → Moeilijke tijden zijn soms nodig om iets moois te laten groeien.

“Verzamel momenten, geen dingen.” → Een pleidooi voor het waarderen van ervaringen boven materiële zaken.

“Ook dit zal voorbij gaan.” → Troostend in moeilijke tijden; alles is tijdelijk.

“Droom niet je leven, leef je droom.” → Een oproep om je passies te volgen en actief je leven vorm te geven.

++++++++++++++++

 

St.Irenaeus van Lyon: De vermengde beker en het vervaardigde brood ontvangen het Woord van God, en de Eucharistie wordt het lichaam van Christus…….

De vermengde beker en het vervaardigde brood ontvangen het Woord van God, en de Eucharistie wordt het lichaam van Christus, van waaruit de dingen de substantie van ons vlees vermeerderen en ondersteund.

Dus hoe kan iemand beweren dat het vlees niet in staat is om de gave van God te ontvangen, die eeuwig leven is, welk vlees wordt gevoed door het lichaam en bloed van de Heer, en een lid van Hem is?

De heilige Paulus verklaart: “Wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn beenderen” (Ef. 5:30). Hij spreekt deze woorden niet van een geestelijk en onzichtbaar mens, want een geest heeft geen beenderen of vlees (Lucas 24:39).

In plaats daarvan verwijst hij naar die bedeling waardoor de Heer een werkelijk mens werd, bestaande uit vlees, zenuwen en beenderen — dat vlees dat wordt gevoed door de beker die zijn bloed is, en vermeerdering ontvangt van het brood dat zijn lichaam is.

Een stek van de wijnstok die in de grond is geplant, bevrucht in zijn seizoen; een graankorrel die in de aarde valt en ontbonden raakt, staat met menigvuldige vermeerdering op door de Geest van God, die alle dingen bevat.

Dan dient het door de wijsheid van God voor het gebruik van mensen, en nadat het het Woord van God heeft ontvangen, wordt het de Eucharistie, die het lichaam en bloed van Christus is.

Zo zullen ook onze lichamen, die erdoor gevoed zijn en op de aarde zijn neergelegd, en daar ontbonden worden, op de vastgestelde tijd opstaan, terwijl het Woord van God hun opstanding schenkt tot eer van God, ja, de Vader, die vrijelijk geeft aan deze sterfelijke onsterfelijkheid en aan deze vergankelijke onvergankelijkheid (1 Kor. 15:53).

Want de kracht van God wordt volmaakt in zwakheid (2 Kor. 12:3), opdat wij nooit opgeblazen worden, alsof wij leven uit onszelf hadden, en verhoogd tegen God, terwijl ons gemoed ondankbaar werd;

opdat wij, door ervaring lerend, de eeuwige duur zouden bezitten door de uitnemende kracht van dit Wezen, niet door onze eigen natuur;

opdat wij de heerlijkheid die God omringt zoals Hij is, niet onderschatten, noch onwetend zijn van onze eigen natuur;

opdat wij mogen weten wat God kan bewerkstelligen en welke weldaden de mens ontvangt, en zo nooit afdwalen van het ware begrip van de dingen zoals ze zijn, dat wil zeggen, zowel met betrekking tot God als met betrekking tot de mens.

En zou het misschien niet zo kunnen zijn, zoals ik al heb opgemerkt, dat God voor dit doel onze oplossing in het algemene stof van de sterfelijkheid toestond, opdat wij, onderwezen door alle wijzen, in alle dingen nauwkeurig mogen zijn voor de toekomst, omdat we noch van God, noch van onszelf onwetend zijn?

Irenaeus van Lyon (2e eeuw n.Chr. – ca. 202): Adversus Haereses, 5, 2, 3.

+++++++++

Irenaeus van Lyon (ca. 130–202 n.Chr.) was een invloedrijke kerkvader, theoloog en bisschop in de vroege christelijke kerk. Hier zijn de belangrijkste punten over zijn leven en werk

Leven en achtergrond:

  • Geboren in Smyrna (nu İzmir, Turkije), waarschijnlijk rond 130 n.Chr.

  • Leerling van Polycarpus, die op zijn beurt leerling was van de apostel Johannes.

  • Verhuisde naar Lyon (toen Lugdunum), in het huidige Frankrijk, waar hij actief werd in de christelijke gemeenschap.

Kerkelijke rol:

  • Werd in 177 n.Chr. bisschop van Lyon, na de marteldood van zijn voorganger Pothinus tijdens christenvervolgingen onder keizer Marcus Aurelius.

  • Irenaeus speelde een belangrijke rol in het bestrijden van ketterijen, vooral de gnostiek, die hij als een bedreiging voor het ware christelijke geloof zag.

 Belangrijkste werken:

  • Zijn bekendste werk is Adversus Haereses (Tegen de ketterijen), waarin hij de gnostische leerstellingen weerlegt en de apostolische traditie verdedigt.

  • Hij schreef ook een catechetisch werk: Uiteenzetting van de apostolische prediking, dat als een vroege vorm van een katholieke catechismus wordt beschouwd

 Theologische betekenis:

  • Irenaeus benadrukte de eenheid van God als Schepper en Verlosser, en het belang van de incarnatie van Christus.

  • Zijn visie op verlossing en de rol van het lichaam in de eucharistie was vernieuwend en diepgaand, zoals blijkt uit het citaat op de pagina die je bekeek.

Erfenis:

  • Hij wordt beschouwd als een brugfiguur tussen de apostelen en latere kerkvaders.

  • Zijn feestdag wordt gevierd op 28 juni.

  • In 2022 werd hij door paus Franciscus uitgeroepen tot kerkleraar, met de titel Doctor unitatis (“Leraar van de eenheid”).

————–

[ De volledige tekst van St Irenaeus in het Frans :

« Le calice mêlé et le pain fabriqué reçoivent la Parole de Dieu et deviennent l’Eucharistie, le corps du Christ, par laquelle la substance de notre chair est augmentée et soutenue. Comment donc peut-on dire que la chair est incapable de recevoir le don de Dieu, qui est la vie éternelle, alors qu’elle est nourrie par le corps et le sang du Seigneur, et qu’elle est membre de lui ?

Saint Paul déclare : “Nous sommes membres de son corps, de sa chair et de ses os” (Éph. 5,30). Il ne parle pas ici d’un homme spirituel et invisible, car un esprit n’a ni os ni chair (Luc 24,39). Il parle bien de l’économie par laquelle le Seigneur est devenu véritablement homme, composé de chair, de nerfs et d’os — cette chair qui est nourrie par le calice, qui est son sang, et qui reçoit croissance du pain, qui est son corps.

Une bouture de vigne plantée en terre fructifie en son temps ; un grain de blé tombé en terre et décomposé ressuscite avec une multiplication abondante par l’Esprit de Dieu, qui contient toutes choses. Ensuite, par la sagesse de Dieu, il sert à l’usage des hommes, et ayant reçu la Parole de Dieu, il devient l’Eucharistie, qui est le corps et le sang du Christ.

Ainsi nos corps, nourris par elle, déposés dans la terre et y subissant la décomposition, ressusciteront en leur temps fixé, la Parole de Dieu leur accordant la résurrection pour la gloire de Dieu, le Père, qui donne gratuitement à ce qui est mortel l’immortalité, et à ce qui est corruptible l’incorruptibilité (1 Cor. 15,53).

Car la puissance de Dieu se manifeste pleinement dans la faiblesse (2 Cor. 12,9), afin que nous ne soyons jamais enflés d’orgueil, comme si nous avions la vie par nous-mêmes, et que nous ne nous élevions contre Dieu, notre esprit devenant ingrat ; afin qu’en apprenant par expérience, nous possédions la durée éternelle par la puissance supérieure de cet Être, et non par notre propre nature ; afin que nous ne méprisions pas la gloire qui entoure Dieu tel qu’il est, et que nous ne soyons pas ignorants de notre propre nature ; afin que nous sachions ce que Dieu peut accomplir, et quels bienfaits l’homme reçoit, et que nous ne nous égarions jamais du vrai sens des choses telles qu’elles sont, c’est-à-dire en ce qui concerne Dieu et en ce qui concerne l’homme.

Et ne serait-ce pas peut-être, comme je l’ai déjà dit, pour cette raison que Dieu a permis notre retour à la poussière commune de la mortalité, afin que, instruits par tous les moyens, nous soyons exacts en toutes choses pour l’avenir, n’ignorant ni Dieu ni nous-mêmes ? »]

Nilus van de Sinaï: Wie benauwdheid verdraagt, zal vreugden ontvangen….

‘Wie benauwdheid verdraagt, zal vreugden ontvangen; en hij die onaangename dingen verdraagt, zal niet van het aangename worden beroofd.’

St. Nilus van de Sinaï.

++++++++

Deze uitspraak is doordrenkt van spirituele wijsheid en ascetische diepgang. Ze nodigt uit tot reflectie over hoe we omgaan met lijden, ongemak en beproevingen in het leven.

Geduld als spirituele kracht:

Nilus benadrukt dat het verdragen van benauwdheid — zowel fysiek als emotioneel — geen zinloos lijden is, maar een weg naar innerlijke vreugde. In een wereld die vaak gericht is op onmiddellijke bevrediging en comfort, klinkt dit als een tegenstem: ware vreugde komt niet voort uit het vermijden van pijn, maar uit het doorstaan ervan met moed en vertrouwen.

Onaangename dingen als leermeesters:

De tweede helft van de uitspraak stelt dat wie onaangename dingen verdraagt, niet beroofd wordt van het aangename. Dat suggereert dat het aangename — vrede, vreugde, liefde — niet afhankelijk is van externe omstandigheden, maar van een innerlijke houding.

Het is een pleidooi voor veerkracht:

het vermogen om het goede te behouden, zelfs in moeilijke tijd

Toepassing in het dagelijks leven:

In moderne termen zou je deze uitspraak kunnen toepassen op:

Mentale gezondheid:

 het leren verdragen van angst, verdriet of stress zonder eraan ten onder te gaan.

Relaties:

het doorstaan van conflicten en ongemak om tot diepere verbondenheid te komen.

Spiritualiteit:

het aanvaarden van stilte, twijfel en leegte als deel van de weg naar innerlijke vervulling.

laten we dieper ingaan op de spirituele betekenis van de uitspraak van St. Nilus van Sinaï:

“Wie benauwdheid verdraagt, zal vreugden ontvangen; en hij die onaangename dingen verdraagt, zal niet van het aangename worden beroofd.”

Spirituele betekenis:

Deze uitspraak is geworteld in de ascetische traditie van het vroege christendom, waarin het lijden en de beproevingen van het leven niet werden gezien als obstakels, maar als wegen naar heiligheid en innerlijke transformatie.

1. Lijden als zuivering van de ziel:

St. Nilus geloofde dat het verdragen van benauwdheid — of dat nu fysieke pijn, emotionele strijd of spirituele droogte is — de ziel zuivert van haar gehechtheid aan wereldse zaken. Door het lijden heen wordt de mens ontvankelijker voor goddelijke genade.

Spiritueel gezien is benauwdheid geen straf, maar een uitnodiging tot verdieping.

2. Onaangename dingen als oefening in deugden:

Het verdragen van onaangename dingen — zoals vernedering, onrecht, eenzaamheid — is een oefening in deugden zoals geduld, nederigheid en overgave. Deze deugden zijn volgens Nilus de bouwstenen van een leven in God.

Het aangename waar hij over spreekt, is niet werelds genot, maar innerlijke vrede, vreugde en verbondenheid met God.

3. De paradox van het spirituele leven:

In de spirituele traditie van de woestijnvaders, waartoe Nilus behoort, is er een diepe paradox: hoe meer men afstand doet van het aardse, hoe meer men het hemelse ontvangt. Het is een omkering van de wereldse logica.

Wie het kruis draagt, zal de opstanding ervaren.

Toepassing voor vandaag:

Deze uitspraak is verrassend actueel:

In tijden van mentale druk of burn-out, herinnert ze ons eraan dat het verdragen van moeilijke momenten niet zinloos is, maar een weg naar innerlijke groei.

In spirituele droogte, wanneer gebed of geloof moeilijk voelt, nodigt ze uit tot volharding — want het aangename zal niet worden ontnomen.

In maatschappelijke onrust of persoonlijke crisis, biedt ze hoop: dat trouw blijven aan het goede, zelfs onder druk, leidt tot een dieper geluk.

Wil je dat ik deze spirituele interpretatie verwerk in een korte meditatie, een gebed, of misschien een tekst die je kunt gebruiken voor bezinning of delen met anderen?

Hoe kan ik deze boodschap in mijn dagelijks leven toepassen?

+++++++++++

Wie was Nilus van Sinaï ?

Hier is een overzicht van het leven en de spirituele betekenis van St. Nilus van Sinaï, ook wel bekend als Nilus de Oudere:

Geboren in de 4e eeuw in Constantinopel, als een hooggeplaatste ambtenaar en getrouwd man met twee kinderen2.

Diep beïnvloed door de preken van St. Johannes Chrysostomus, besloot hij samen met zijn vrouw een monastiek leven te leiden:

 zij trok zich terug in een vrouwenklooster met hun dochter, hij vertrok met zijn zoon Theodoulos naar de berg Sinaï2.

Ze leefden daar als woestijnmonniken, in afzondering en gebed. Hun leven werd onderbroken toen Saracenen zijn zoon gevangen namen en als slaaf verkochten. Uiteindelijk werd Theodoulos bevrijd en herenigd met zijn vader2.

Nilus werd later priester en bisschop van Ancyra (het huidige Ankara).

Hij was een ascetisch schrijver, theoloog en spiritueel raadgever, en correspondeerde met keizers, bisschoppen en gewone gelovigen. Hij sprak zich uit tegen misstanden, ketterijen en wereldse corruptie, zelfs tegenover de keizer.

Hij stierf rond het jaar 430 of 451, en zijn feestdag wordt gevierd op 12 november2.

Spirituele nalatenschap:

Nilus van Sinaï wordt beschouwd als een van de belangrijkste ascetische schrijvers van de 5e eeuw. Zijn werken bevatten:

Maximen over het religieuze leven: korte, krachtige uitspraken over deugd, nederigheid, gebed en volharding.

Brieven en traktaten: waarin hij spirituele raad gaf aan mensen van alle standen.

Waarschuwingen tegen wereldse verleidingen: hij zag het monastieke leven als een weg naar innerlijke vrijheid en goddelijke nabijheid.

Zijn spiritualiteit is geworteld in het idee dat lijden en beproeving de ziel zuiveren, en dat ware vreugde niet ligt in comfort, maar in verbondenheid met God.

————–

Isaak de Syriër: O God, schep in mij een zuiver hart….

O God, schep in mij een zuiver hart

“Een nederig mens wordt omhuld door mededogen en zijn hart ervaart de hulp van God.

Hij ontdekt een kracht die in hem opkomt, de kracht van vertrouwen.

Wanneer de mens zo de hulp van God ervaart, wanneer hij die nabij voelt en hem helpt, wordt zijn hart vervuld van geloof en begrijpt hij dat gebed de toevlucht en hulp is, bron van redding, schat van vertrouwen, veilige haven,

 licht voor wie in duisternis leeft, steun voor de zwakken, bescherming in tijden van beproeving, hulp bij ziekte…

Kortom, een overvloed aan zegeningen komt tot de mens door het gebed.

Zijn vreugde zal het gebed zijn. Zijn hart wordt verlicht door vertrouwen.”

— Isaak de Syriër Mc 7,1-8.14-15.21-23 .

+++++++++++++++++++

De tekst  is een spirituele en meditatieve reflectie, gebaseerd op christelijke mystiek, en komt waarschijnlijk uit een liturgische of contemplatieve context. Hier is een uitleg in begrijpelijke taal:

Uitleg van de tekst “O God, schep in mij een zuiver hart”

Deze tekst is een gebed en een spirituele overdenking over de kracht van nederigheid, vertrouwen en gebed. Het is geïnspireerd door de mystieke traditie van Isaak de Syriër, een christelijke monnik uit de 7e eeuw die bekend staat om zijn diepe inzichten in het innerlijke leven.

Kernpunten van de tekst: Nederigheid opent het hart voor God:

 Een nederig mens is ontvankelijk voor Gods mededogen. Hij erkent zijn kwetsbaarheid en afhankelijkheid, en juist daardoor ervaart hij Gods nabijheid en hulp.

Vertrouwen als innerlijke kracht:

Door Gods hulp groeit er een kracht in de mens: vertrouwen. Dit vertrouwen is geen blind geloof, maar een innerlijke zekerheid dat God nabij is en helpt.

Gebed als bron van leven:

 Het gebed wordt beschreven als een allesomvattende bron van steun:

  1.Toevlucht en hulp in moeilijke tijden,

 2. Redding voor wie verdwaald is,

 3. Licht in duisternis

 4. Steun voor wie zwak is

 5. Bescherming bij beproevingen

6. Genezing bij ziekte

Vreugde en verlichting door gebed:

Uiteindelijk wordt het gebed niet alleen een noodkreet, maar een bron van vreugde. Het hart van de biddende mens wordt verlicht en vervuld van vertrouwen.

Slotreflectie:

De tekst nodigt uit tot een dieper besef van wat gebed werkelijk kan zijn: niet alleen woorden, maar een levenshouding van openheid, vertrouwen en verbondenheid met God.

Het is een uitnodiging om het gebed te zien als een innerlijke krachtbron die het hart zuivert en de ziel versterkt.

————

 

Augustinus: Waarom streven wij er op aarde niet naar om zelfs nu nog rust te vinden bij Hem in de hemel….

“Waarom streven wij er op aarde niet naar

om zelfs nu nog rust te vinden bij Hem in de hemel,

door het geloof, de hoop en de liefde die ons met Hem verenigt?

Terwijl hij in de hemel is, is Hij  ook bij bij ons

en wij, terwijl wij op aarde zijn, zijn bij Hem.

Hij is hier bij ons door Zijn goddelijkheid,

Zijn kracht en Zijn liefde.

We kunnen niet in de hemel zijn,

zoals Hij op aarde is, door goddelijkheid,

maar in Hem kunnen we daar zijn door liefde.”

Sint-Augustinus (354-430)

+++++++++++++++

Kernideeën in deze passage:

Tegelijk hier en daar:

Augustinus benadrukt dat God niet beperkt is tot één plaats. Hij is in de hemel én bij ons op aarde.

En door geloof, hoop en liefde kunnen wij — geestelijk — ook bij Hem zijn.

Mystieke eenheid:

De passage verwijst naar een mystieke verbondenheid tussen mens en God.

Niet fysiek, maar door de kracht van liefde.

Gods aanwezigheid:

God is bij ons door Zijn goddelijke natuur, Zijn kracht en Zijn liefde. Dat betekent dat we Hem kunnen ervaren, zelfs in ons dagelijks leven.

Onze toegang tot het hemelse:

Wij kunnen niet zoals Christus op aarde zijn door goddelijkheid, maar we kunnen wel in de hemel zijn — door liefde. Liefde is de brug tussen hemel en aarde.

———

Theologische context:

Deze gedachte past perfect binnen Augustinus’ bredere visie zoals verwoord in zijn werken Confessiones en De Civitate Dei:

In Confessiones beschrijft hij hoe hij God buiten zichzelf zocht, maar uiteindelijk ontdekte: “Gij waart binnen in mij, maar ik was buiten.”

Augustinus ziet de menselijke ziel als een spiegel van het goddelijke — een plek waar God woont als we ons openen in liefde.

Spirituele toepassing:

Innerlijke rust: De tekst nodigt uit tot contemplatie. Rust vinden in God betekent niet ontsnappen aan de wereld, maar Hem vinden in het midden ervan.

Liefde als toegangspoort:

Liefde is niet alleen een emotie, maar een spirituele kracht die ons verbindt met het goddelijke.

Geloof, hoop en liefde:

Deze drie zijn de pijlers van christelijk leven.

Augustinus benadrukt dat ze ons al hier en nu met de hemel verbinden.

————-

C.S. Lewis: In vriendschap… denken we dat we onze vrienden hebben gekozen.

“In vriendschap… denken we dat we onze vrienden hebben gekozen. In werkelijkheid zouden een paar jaar verschil in de geboortedata, een paar meer kilometers tussen bepaalde huizen, de keuze van de ene universiteit in plaats van een andere… het toeval van een onderwerp dat wel of niet wordt besproken bij een eerste ontmoeting – elk van deze toevalligheden ons uit elkaar kunnen houden. Maar voor een christen zijn er strikt genomen geen toevalligheden. Een geheime ceremoniemeester is aan het werk geweest. Christus, die tegen de discipelen zei: ‘Jullie hebben mij niet gekozen, maar ik heb jullie gekozen,’ kan werkelijk tegen elke groep christelijke vrienden zeggen: ‘Jullie hebben elkaar niet gekozen, maar ik heb jullie voor elkaar gekozen.’ De vriendschap is geen beloning voor ons onderscheidingsvermogen en goede smaak in het vinden van elkaar. Het is het instrument waarmee God aan ieder van ons de schoonheid van anderen onthult.”

— C.S. Lewis, De Vier Liefdes

+++++++++

Wat betekent dit citaat van C.S. Lewis voor vriendschap?

Dit citaat uit De Vier Liefdes van C.S. Lewis biedt een diep spirituele en filosofische kijk op vriendschap, vooral binnen een christelijke context. Hier zijn de belangrijkste inzichten:

1.Vriendschap is geen toeval:

Lewis stelt dat we vaak denken dat we onze vrienden zelf kiezen, maar dat allerlei kleine toevalligheden ons net zo goed uit elkaar hadden kunnen houden:

Geboortedatum

Woonplaats

Studie- of werkkeuze

Gespreksonderwerpen bij een eerste ontmoeting.

Voor een christen zijn deze toevalligheden echter geen toeval, maar onderdeel van een groter plan.

2. God als ceremoniemeester:

Lewis noemt Christus de “geheime ceremoniemeester” die mensen samenbrengt. Hij verwijst naar Johannes 15:16:

“Jullie hebben mij niet gekozen, maar ik heb jullie gekozen.”

Net zoals Christus zijn discipelen koos, kiest Hij ook onze vrienden voor ons. Vriendschap is dus een roeping, geen willekeurige ontmoeting.

3. Vriendschap als openbaring van schoonheid:

Vriendschap is volgens Lewis niet een beloning voor onze goede smaak, maar een instrument van God:

Het helpt ons de schoonheid van anderen te zien

Het is een manier waarop God ons vormt en verrijkt

Het is een spirituele gave, niet slechts een sociale band

Samengevat:

Voor Lewis is vriendschap een heilige verbinding, een door God gearrangeerde ontmoeting die ons helpt om Zijn werk en de waarde van anderen te zien.

Het is een uitnodiging om dankbaar en bewust met onze relaties om te gaan.

———-

St.Francis de Sales: Het werk is nooit af, we moeten voortdurend opnieuw beginnen – en dat moedig…..

“Het werk is nooit af, we moeten voortdurend opnieuw beginnen – en dat moedig. Wat we tot nu toe hebben gedaan is goed, maar wat we gaan beginnen, zal beter zijn. En wanneer we dat hebben voltooid, zullen we iets anders beginnen dat nog beter zal zijn, en dan weer iets anders – totdat we deze wereld verlaten om een nieuw leven te beginnen dat geen einde zal hebben, omdat het het beste is dat ons kan overkomen.”

– St. Franciscus van Sales

+++++++++

De tekst benadrukt dat het leven een voortdurend proces van opnieuw beginnen is, waarbij elke nieuwe start een kans biedt om iets beters te creëren dan tevoren. Het moedigt aan tot volharding, hoop en het geloof dat elke stap vooruit ons dichter brengt bij een groter doel – zelfs voorbij dit leven.

De tekst die je eerder deelde is geïnspireerd door de spiritualiteit van St. Franciscus van Sales, een katholieke heilige en kerkleraar uit de 17e eeuw. Hij stond bekend om zijn toegankelijke manier van schrijven en zijn diepe inzicht in het menselijk hart. Hoewel de exacte bron van deze specifieke passage niet direct te vinden is in zijn bekendste werken, zoals Inleiding tot het devote leven (Introduction à la vie dévote) of Verhandeling over de liefde Gods (Traité de l’Amour de Dieu), weerspiegelt de boodschap wel sterk zijn gedachtegoed2.

Kern van zijn spiritualiteit:

Het leven is een voortdurende groei in liefde en goedheid.

Elke nieuwe stap is een kans om dichter bij God te komen.

Liefde en zachtmoedigheid zijn krachtiger dan dwang.

Het gewone leven – thuis, op het werk, in de stad – is een plek waar men heiligheid kan nastreven.

Deze visie was revolutionair in zijn tijd, omdat hij spiritualiteit toegankelijk maakte voor iedereen, niet alleen voor kloosterlingen of priesters.

 

www.oblaten.osfs.nl/spiritualiteit/

www.knr.nl

www.rkdocumenten.nl

————–