
“Wie de zonde niet verlaat vóórdat de zonde hém verlaat, zal haar op het uur van de dood moeilijk kunnen haten zoals het behoort; want alles wat hij dan doet, zal hij uit noodzaak doen.”
† Augustinus van Hippo
++++
Commentaar:
Augustinus raakt hier een van zijn meest kenmerkende thema’s: de innerlijke vrijheid van de mens tegenover de macht van de zonde.Hij zegt niet dat de mens zichzelf moet redden door morele perfectie, maar dat ware bekering niet kan wachten tot het laatste moment. Waarom niet?
-
Omdat liefde tijd nodig heeft om te groeien.
-
Omdat het hart dat jarenlang gehecht is aan een bepaalde zonde, die zonde niet plotseling oprecht kan haten wanneer de dood nadert.Omdat bekering uit angst geen echte bekering is; het is een reflex, geen omkeer van het hart.
Augustinus’ punt is dus niet moralistisch, maar existentieel: het hart wordt gevormd door wat het liefheeft. Als iemand de zonde blijft koesteren, wordt zijn innerlijke vrijheid steeds kleiner. Dan wordt het moment van sterven geen bevrijding, maar een confrontatie met een liefde die nooit geoefend werd. Daarom klinkt in deze uitspraak een zachte maar dringende uitnodiging: Begin nu met loslaten wat je knecht, zodat je vrij kunt sterven — en vrij kunt leven.
++++
Gebed
Heer, Gij die het hart kent, leer mij de zonde te verlaten vóórdat zij mij verhardt. Maak mijn liefde oprecht, mijn wil vrij, mijn verlangen gericht op U. Bewaar mij voor een bekering uit angst, en wek in mij een bekering uit liefde. Laat mij vandaag beginnen met het loslaten van alles wat mij van U verwijdert, opdat ik in leven en sterven U toebehoor.
Amen.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.