
“God bemint ieder van ons alsof er maar één van ons bestond.”
++++
Commentaar:
Deze korte zin van Augustinus draagt een diepe, bijna ontroerende eenvoud in zich. Hij zegt niet alleen dat God liefheeft, maar dat Zijn liefde persoonlijk is. Niet algemeen, niet abstract, niet verdeeld over miljarden mensen — maar gericht op jou, alsof jij alleen Zijn aandacht vult.
Drie lagen die hierin meeklinken:
1.Unieke waardigheid: Jij bent geen nummer in een massa; je bent een onherhaalbaar geheim in Gods ogen.
2.Onverdeelde aandacht: God kan oneindig liefhebben zonder te verdelen. Zijn liefde voor de één vermindert Zijn liefde voor de ander niet.
3.Intimiteit van relatie: Augustinus wijst op een God die niet op afstand staat, maar zich buigt naar het hart van ieder mens afzonderlijk.
Het is een zin die uitnodigt tot rust: je hoeft niets te bewijzen, niets te verdienen. Je mag je laten beminnen.
++++
Gebed:
Heer, God van liefde,
U kent mij zoals niemand mij kent.
U bemint mij met een liefde die niet afneemt,
een liefde die mij ziet alsof ik alleen voor U besta.
Laat die waarheid diep in mijn hart dalen.
Genees wat gekwetst is, verzacht wat verhard is,
en open in mij de ruimte om Uw liefde te ontvangen.
Maak mij dankbaar, eenvoudig en zachtmoedig,
zodat ik, bemind door U, ook anderen kan beminnen
met dezelfde tederheid die van U komt.
Amen.
*******************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.