De 40 martelaren van Sebaste…..

De Veertig Heilige Martelaren – Feestdag: 10 maart

Tijdens het bewind van keizer Licinius, en onder het bestuur van Agricolaus, werd de stad Sebaste in Armenië verheerlijkt doordat zij de plaats werd van het martelaarschap van veertig soldaten. Hun geloof in de Heer Jezus Christus en hun geduld in het verdragen van folteringen waren buitengewoon glorievol.

Na herhaaldelijk opgesloten te zijn geweest in een afschuwelijke kerker, geketend met zware boeien, en nadat hun gezichten met stenen waren bewerkt, werden zij veroordeeld om een bitter koude winternacht in de open lucht door te brengen, op een bevroren vijver, opdat zij door de vrieskou zouden sterven.

Daar, op het ijs, verenigden zij zich in dit gebed:

“Met veertig zijn wij de strijd binnengegaan; laat ons, o Heer, veertig kronen ontvangen, en laat ons getal niet gebroken worden. Het getal is eerbiedwaardig, want Gij hebt veertig dagen gevast, en de goddelijke wet werd aan de wereld gegeven nadat hetzelfde aantal dagen was volbracht. Ook Elias zocht God door een vasten van veertig dagen, en hij werd waardig bevonden Hem te zien.”

Zo baden zij.

Alle bewakers, behalve één, sliepen. Deze ene hoorde hun gebed en zag hoe zij omstraald werden door licht, en hoe engelen uit de hemel neerdaalden, als gezanten van een Koning, die kronen uitdeelden aan negenendertig van de soldaten.

Toen zei hij bij zichzelf:“Er zijn veertig mannen; waar is de veertigste kroon?”

Terwijl hij hierover nadacht, verloor één van de martelaren zijn moed; hij kon de koude niet langer verdragen en wierp zich in een warm bad dat dichtbij was geplaatst. Zijn heilige metgezellen waren diep bedroefd.

Maar God wilde hun gebed niet vergeefs laten zijn.

De wachter, verbaasd over wat hij had gezien, wekte onmiddellijk de andere bewakers; vervolgens trok hij zijn kleren uit en riep met luide stem dat hij een christen was, en hij voegde zich bij de martelaren.

Nauwelijks hadden de soldaten van de gouverneur gemerkt dat ook de wachter zich tot het christendom had bekend, of zij naderden de martelaren en verbrijzelden hun benen met knuppels.

Zo baden zij.

Alle bewakers, behalve één, sliepen. Deze ene hoorde hun gebed en zag hoe zij omstraald werden door licht, en hoe engelen uit de hemel neerdaalden, als gezanten van een Koning, die kronen uitdeelden aan negenendertig van de soldaten.

Toen zei hij bij zichzelf:

“Er zijn veertig mannen; waar is de veertigste kroon?”

Terwijl hij hierover nadacht, verloor één van de martelaren zijn moed; hij kon de koude niet langer verdragen en wierp zich in een warm bad dat dichtbij was geplaatst. Zijn heilige metgezellen waren diep bedroefd.

Maar God wilde hun gebed niet vergeefs laten zijn.

De wachter, verbaasd over wat hij had gezien, wekte onmiddellijk de andere bewakers; vervolgens trok hij zijn kleren uit en riep met luide stem dat hij een christen was, en hij voegde zich bij de martelaren.

Nauwelijks hadden de soldaten van de gouverneur gemerkt dat ook de wachter zich tot het christendom had bekend, of zij naderden de martelaren en verbrijzelden hun benen met knuppels.

 

— Naar: The Liturgical Year, Abt Guéranger

++++

Commentaar:

De geschiedenis van de Veertig Martelaren is één van de meest aangrijpende getuigenissen van christelijke eenheid, volharding en mystieke symboliek.

1.Het getal veertig:

Het getal veertig is in de Schrift altijd een getal van beproeving, loutering en voorbereiding:

veertig dagen van Jezus’ vasten

veertig dagen van Mozes op de Sinaï

veertig dagen van Elia’s tocht naar de Horeb

De martelaren herkennen zichzelf in deze heilige traditie: hun lijden is niet zinloos, maar opgenomen in Gods heilsplan.

 

2.De eenheid van de martelaren:

Hun gebed is ontroerend:

“Laat ons getal niet gebroken worden.”

Het martelaarschap is niet enkel individueel; het is een gemeenschappelijk offer, een lichaam dat niet uiteengerukt mag worden. Wanneer één soldaat bezwijkt, lijden de anderen niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk.

 

3.De bekering van de wachter:

De wachter is een icoon van:

genade die onverwacht neerdaalt,

de kracht van getuigenis,

de omkering van menselijke logica.

Waar één christen wegvalt, wordt een ander geroepen.

Waar de wereld denkt dat het getal breekt, herstelt God het.

 

4.De engelen en de kronen

De engelen die kronen uitdelen zijn een beeld van:

de onzichtbare werkelijkheid die het lijden begeleidt,

de hemelse waardigheid van wie trouw blijft,

de koninklijke waardigheid van het martelaarschap.

De wachter ziet wat de anderen niet zien: de hemelse betekenis van hun strijd.

 

5.De gebroken benen

Het breken van de benen is een echo van het lijden van Christus, die — in tegenstelling tot de martelaren — geen gebroken benen had, opdat de Schrift vervuld zou worden.

Hier wordt het lijden van de martelaren volledig gelijkvormig aan het kruis.

++++

GEBED

Heer Jezus Christus,

Gij die de Veertig Heilige Martelaren hebt gesterkt in de nacht van hun beproeving,

versterk ook ons wanneer de koude van moedeloosheid, twijfel of eenzaamheid ons omringt.

Leer ons, zoals zij, te bidden in eenheid,

te volharden wanneer onze krachten afnemen,

en te vertrouwen dat Gij ons niet zult verlaten.

Schenk ons de moed van de wachter,

die het licht zag en antwoordde op Uw roep.

Maak ons hart ontvankelijk voor Uw genade,

opdat wij, in kleine en grote beproevingen,Uw kroon van trouw mogen ontvangen.

Veertig Heilige Martelaren,

bidt voor ons,

opdat wij standvastig blijven in geloof,

en elkaar dragen in liefde.

*******************

 

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie