
Teresa van Avila:
Dit is de misleiding waardoor Satan de overhand krijgt:
wanneer een ziel zichzelf zo dicht bij God ziet, wanneer zij het verschil ziet tussen de hemelse dingen en die van de aarde, en wanneer zij de liefde ziet die onze Heer haar toedraagt, groeit er uit die liefde een zeker vertrouwen en een zekere zekerheid dat er geen afval meer mogelijk is van datgene waarvan zij op dat moment de genieting bezit.
Het lijkt alsof zij de beloning duidelijk voor zich ziet, alsof het onmogelijk zou zijn om datgene te verlaten wat zelfs in dit leven zo heerlijk en zoet is, voor iets zo minderwaardigs en onreins als wereldse vreugde.
Door dit vertrouwen berooft Satan haar van het wantrouwen dat zij tegenover zichzelf zou moeten hebben; en zo, zoals ik zojuist heb gezegd, stelt de ziel zich bloot aan gevaren en begint zij, in de volheid van haar ijver, zonder onderscheid de vruchten van haar tuin weg te schenken, denkend dat zij nu geen reden meer heeft om voor zichzelf bang te zijn.
Toch komt dit niet voort uit hoogmoed; want de ziel begrijpt duidelijk dat zij uit zichzelf geen enkel goed kan doen. Maar het komt voort uit een buitensporig vertrouwen op God, zonder onderscheid: omdat de ziel niet ziet dat zij nog ongevleugeld is. Zij kan haar nest verlaten, en God zelf kan haar eruit nemen, maar toch kan zij niet vliegen, omdat de deugden nog niet sterk zijn en zij geen ervaring heeft om de gevaren te onderscheiden; noch is zij zich bewust van het kwaad dat het vertrouwen op zichzelf haar kan aandoen.
++++
Commentaar:
Deze passage is een van Teresa’s meest fijnzinnige psychologische observaties. Ze beschrijft een paradox die veel gevorderde zielen ervaren:
Hoe dichter men bij God komt, hoe groter het gevaar van onbewuste kwetsbaarheid.
Niet omdat men hoogmoedig wordt, maar omdat de zoete nabijheid van God een gevoel van onaantastbaarheid kan geven.
De ziel denkt: “Hoe zou ik ooit nog kunnen vallen, nu ik dit geproefd heb?”
Maar juist dat gevoel maakt haar kwetsbaar.
Teresa gebruikt het beeld van een jonge vogel:
God tilt hem uit het nest,
maar hij kan nog niet vliegen.
De ziel verwart de goddelijke tederheid met eigen kracht.
Het is een les in nederigheid, waakzaamheid en geestelijke volwassenheid:
De ziel moet leren onderscheiden.
Ze moet leren dat genade niet hetzelfde is als stabiliteit.
Ze moet leren dat liefde niet betekent dat God haar gevaren bespaart, maar dat Hij haar leert ermee om te gaan.
Teresa’s boodschap is verrassend actueel:
Geestelijke ervaringen zijn geen garantie voor geestelijke rijpheid.
De ziel moet blijven waken, blijven luisteren, blijven groeien.
++++
Gebed:
Heer,
Gij die mij soms zo dicht tot U trekt
dat mijn hart denkt nooit meer te kunnen vallen,
leer mij de nederigheid van de kleine vogel
die nog niet vliegen kan.
Bewaar mij voor het vertrouwen op mijzelf,
voor de blindheid die voortkomt uit geestelijke zoetheid,
voor de gevaren die ik niet zie.
Geef mij een waakzaam hart,
een zachtmoedig onderscheid,
en de wijsheid om Uw genade te ontvangen
zonder te vergeten hoe zwak ik ben.
Laat mij groeien in de deugden
die mij leren vliegen,
maar houd mij in Uw handen
totdat mijn vleugels sterk genoeg zijn.
Amen.
****************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.