Thomas Aquinas – Augustinus….

Augustinus zegt: “Met ‘Woord’ verstaan wij de Zoon alleen.” 

“Woord”, in zijn eigenlijke betekenis van God gezegd, wordt persoonlijk gebruikt en is de eigen naam van de Persoon van de Zoon. Want het duidt een voortkomst van het verstand aan; en de Persoon die in God voortkomt door wijze van verstandelijke emanatie, wordt de Zoon genoemd; en deze voortkomst heet generatie. Daarom volgt dat alleen de Zoon in eigenlijke zin het Woord in God genoemd wordt.

Daarom behoort datgene wat in ons een verstandelijk zijn heeft, niet tot onze natuur. Maar in God zijn “zijn” en “verstaan” één en hetzelfde; daarom is het Woord van God geen accident in Hem, noch een gevolg van Hem, maar behoort het tot Zijn eigen natuur. En daarom moet het noodzakelijk iets zijn dat subsisteert; want alles wat in de natuur van God is, subsisteert. En daarom zegt Damascenus dat “het Woord van God wezenlijk is en een hypostatisch bestaan heeft; terwijl andere woorden [zoals de onze] activiteiten van de ziel zijn.”

In de term “Woord” is dezelfde eigenschap vervat als in de naam Zoon. Daarom zegt Augustinus: “Woord en Zoon drukken hetzelfde uit.” Want de geboorte van de Zoon, die Zijn persoonlijke eigenschap is, wordt aangeduid door verschillende namen die aan de Zoon worden toegeschreven om Zijn volmaaktheid op verschillende manieren uit te drukken. Om te tonen dat Hij van dezelfde natuur is als de Vader, wordt Hij de Zoon genoemd; om te tonen dat Hij mede‑eeuwig is, wordt Hij de Straling genoemd; om te tonen dat Hij geheel gelijk is, wordt Hij het Beeld genoemd; om te tonen dat Hij immaterieel is voortgebracht, wordt Hij het Woord genoemd. Al deze waarheden kunnen niet door slechts één naam worden uitgedrukt.

Thomas van Aquino

Summa Theologica, I, kwestie 34

++++

Commentaar (spiritueel-theologisch):

Deze passage is een van de meest heldere en tegelijk meest tedere stukken van Thomas over de identiteit van Christus. Hij probeert niet alleen te definiëren wat de Zoon is, maar vooral hoe de Zoon uit de Vader voortkomt — niet als een schepsel, niet als een idee dat ontstaat en weer verdwijnt, maar als een eeuwige, levende, persoonlijke werkelijkheid.

 Drie dingen vallen op:

  1. Het Woord is geen geluid, maar een Persoon,

Bij mensen zijn woorden vluchtig: ze komen en gaan, ze drukken iets uit maar hebben geen eigen bestaan. Bij God is dat anders. Omdat in God zijn en kennen één zijn, is het Woord dat Hij uitspreekt geen voorbijgaand geluid, maar een eeuwige Persoon: de Zoon.

  1. De namen van Christus zijn vensters op één mysterie,

Thomas toont een diepe nederigheid: geen enkele naam kan de Zoon volledig omvatten.

Zoon zegt iets over gelijkheid van natuur.

Straling zegt iets over eeuwigheid.

Beeld zegt iets over gelijkenis.

Woord zegt iets over immateriële geboorte.

Elke naam is waar, maar geen enkele is voldoende. Het mysterie van Christus is te rijk om in één begrip te passen.

  1. De Zoon is de zelfkennis van de Vader,

Het Woord is de volmaakte uitdrukking van wie de Vader is. In het Woord ziet de Vader Zichzelf volledig weerspiegeld. En omdat God oneindig is, is die zelfkennis geen abstractie maar een levende Persoon: de Zoon, die in liefde met de Vader één is.

Voor de gelovige betekent dit:

Wanneer wij Christus ontmoeten, ontmoeten wij niet een afgeleide of een boodschapper, maar het hart van God zelf — Zijn eigen innerlijke leven dat zich naar ons uitspreekt.

++++

Gebed:

Eeuwige Vader,

Gij die Uzelf uitspreekt in het eeuwige Woord,

open mijn hart voor de stille geboorte van Uw Zoon in mij.

 

Laat mij in Christus het levende Beeld zien

van Uw goedheid, Uw waarheid, Uw tederheid.

Laat Zijn licht mijn duisternis verhelderen,

Zijn wijsheid mijn gedachten ordenen,

Zijn liefde mijn hart hervormen.

 

Heer Jezus, eeuwig Woord van de Vader,

spreek in mij het woord dat leven geeft.

Maak mij ontvankelijk voor Uw aanwezigheid,

zodat ik, al is het maar zwak en onvolmaakt,

iets mag weerspiegelen van Uw licht.

 

Heilige Geest,

bind mij aan het Woord dat uit de Vader voortkomt,

opdat mijn leven een antwoord wordt

op de liefde die mij heeft geschapen.

 

Amen.

*****************

 

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie