Charles de Foucauld: De intieme relatie met God staat voorop in zijn spiritualiteit…….

De intieme relatie met God staat voorop in zijn spiritualiteit.Dagelijks maakt Charles de Foucauld tijd voor aanbidding. Zijn devotie tot het heilig hart verklaart het embleem op zijn pij. Missioneren behoeft geen woorden maar vooral een broederlijke aanwezigheid, het ‘Ik zal er zijn’ van God.

Pas 16 jaar na zijn dood worden zijn eerste medebroeders ingekleed.

Vandaag verenigt de Associatie Spirituele Familie van Charles de Foucauld 20 religieuze gemeenschappen. Samen tellen ze 13.000 broeders, zusters en leken in zo’n 90 landen. Ook Poverello is sterk door de Foucauld beïnvloed, al behoort deze vereniging niet tot de associatie.

Voeten : Levensweg met hindernissen: wees, verloren zoon, militair, ontdekkingsreiziger, Godzoeker.

Geboren in 1858 in Straatsburg, is Charles op zijn 6de al wees. Al leert hij goed, hij raakt het juiste spoor kwijt en verbrast de rijke erfenis van zijn grootvader. Als militair in Marokko raakt hij gefascineerd door het onbekende binnenland en de islam.

Rond zijn 30ste maakte hij een intense bekering door. Hij treedt in bij de trappisten, maar blijft zoeken naar zijn eigen weg. Na zijn priesterwijding richt hij een fraterniteit op in de Sahara. Enkele jaren later trekt hij nog dieper de woestijn in om het leven te delen van de Toearegs. Intussen nemen de spanningen met de Franse kolonisator toe. In 1916 wordt Charles daarvan het slachtoffer.

Oren: Je kan maar broer of zus worden als je echt luistert naar de ander. In Tamanrasset leert Charles de taal van de Toearegs om het leven echt met hen te delen. Zijn verlangen is om hun ‘universele broeder’ te worden, naar het voorbeeld van Sint Franciscus. Mijn apostolaat moet het apostolaat van de goedheid zijn.

 

Handen: Leven en werken zoals handarbeiders en samen met hen. Als monnik in La Trappe schrijft hij in zijn dagboek: Wij zijn arm voor de rijken, maar niet zo arm als onze Heer was, niet zo arm als ik in Marokko was, niet zo arm als Sint Franciscus. Hij gaat werken als klusjesman bij clarissen in Nazareth, in het spoor van de timmerman-messias.

In zijn spoor richten kleine broeders en zusters zich op handenarbeid, in het begin heel vaak in fabrieken. Ze wonen samen in kleine fraterniteiten in kansarme wijken.

 

Rozenkrans: Aan de riem rond zijn pij bengelt steevast zijn ‘rozenkrans van de liefde’. Geïnspireerd door de gebedskralen van de Toearegs bedenkt hij een rozenkrans voor christenen én moslims. Hij noemt hem de ‘rozenkrans van de liefde’ en draagt hem aan de riem van zijn pij.

++++

GEBED

Gebed bij de weg van Charles de Foucauld

Heer Jezus,

Gij die het hart van Charles hebt geraakt,

open ook in mij de ruimte om te luisteren.

Leer mij met mijn oren te horen

wat een ander werkelijk zegt,

zodat ik broer of zus kan worden

voor wie Gij op mijn weg plaatst.

Ontsteek in mij het vuur van uw Heilig Hart,

zoals het brandde in hem:

een stille, intieme liefde

die niet zoekt naar grootheid,

maar naar nabijheid.

Zegen mijn handen,

opdat ik eenvoudig mag leven en werken,

naast wie arbeidt,

naast wie draagt,

naast wie zoekt naar zin en waardigheid.

Laat de rozenkrans van de liefde

ook aan mijn leven bengelen:

een herinnering dat elke dag,

elk gebed,

elk gebaar

kan worden tot een zaadje van vrede.

Kleed mij in de nederigheid van zijn pij,

die pas na zijn dood anderen mocht omhullen.

Maak mijn leven tot een stille uitnodiging,

niet door woorden,

maar door trouw en eenvoud.

En leid mijn voeten, Heer,

zoals Gij de zijne hebt geleid:

door omwegen,

door woestijnen,

door vallen en opstaan,

tot in de armen van uw barmhartigheid.

Dat ik, net als hij,

mijn levensweg mag herkennen

als een weg naar U.

Amen.

*****************

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie