Heilige Pier Giorgio Frassati: De man van de Zaligsprekingen….

Zalige Pier Giorgio Frassati

De Man van de Zaligsprekingen

Jonge mensen die vandaag op zoek zijn naar een rolmodel, zullen in deze levendige jonge bergbeklimmer iemand vinden met wie ze zich kunnen identificeren: iemand die een diepe liefde voor Christus combineerde met een verlangen om de armen te dienen en een missie om de samenleving en de politiek te doordringen met christelijke idealen.

Geboortedatum: 6 april 1901

Geboorteplaats: Turijn, Italië

Overleden: 4 juli 1925

Leeftijd: 24

Feestdag: 4 juli

“Zonder geloof leven, zonder een erfgoed om te verdedigen, zonder een voortdurende strijd voor de waarheid — dat is niet leven, maar slechts bestaan.”

1901 

Pier Giorgio Frassati werd op 6 april geboren in Turijn, Italië, in een rijke en invloedrijke familie die de krant La Stampa bezat.

Ondanks de enorme rijkdom en macht van het gezin was zijn vader streng en gaf hij zijn kinderen nooit veel zakgeld.

Wat Pier Giorgio wél kreeg, gaf hij aan de armen. Soms gaf hij zelfs zijn busgeld weg en rende hij naar huis om op tijd voor het eten te zijn.

1918 

Hij besloot mijnbouwkundig ingenieur te worden, studerend aan de Koninklijke Polytechnische Universiteit van Turijn, zodat hij — zoals hij aan een vriend zei — “Christus beter kon dienen onder de mijnwerkers.”

1919 

Hij schrijft zich in bij de Italiaanse Katholieke Studentenfederatie. Hij sluit zich aan bij de Vincentiusvereniging.

1921 

Hij woont het congres van de Jonge Katholieke Arbeiders in Rho bij en wordt gearresteerd tijdens een demonstratie.

1922 

Hij sluit zich aan bij de Kring van Jonge Katholieke Arbeiders. Hij wordt Dominicaans derde-orde-lid.

1924 

Hij richt met zijn vrienden de “Tipi Loschi” op — de “Schimmige Types.”

Bergbeklimmen was een van zijn favoriete sporten. De tochten die hij met vrienden organiseerde, waren ook momenten van apostolisch werk.

1925 

Hij loopt poliomyelitis op, waarvan artsen later vermoedden dat hij het had gekregen van de zieken die hij verzorgde.

Na zes dagen van hevig lijden sterft Pier Giorgio op 24‑jarige leeftijd.

Op de avond voor zijn dood, met een verlamde hand, krabbelt hij nog een boodschap aan een vriend: een herinnering om de injecties niet te vergeten voor Converso, een arme man die hij hielp.

De armen en behoeftigen die hij zeven jaar lang zo onzelfzuchtig had gediend, kwamen hem de laatste eer bewijzen.

1981 

Zijn stoffelijke resten worden opgegraven en blijken volledig intact en ongeschonden.

1990 

Op 20 mei wordt Pier Giorgio Frassati door paus Johannes Paulus II zalig verklaard op het Sint-Pietersplein, in aanwezigheid van duizenden jongeren.

De heiligverklaring van Pier Giorgio Frassati had plaats op zondag 7 september door Paus LeoXIV. Tegelijk met de Heilige Carlo Acutis.2025.

++++

  1. Commentaar — een warme, spirituele reflectie:

Pier Giorgio Frassati is een van die zeldzame heiligen die onmiddellijk dichtbij voelt. Hij was geen priester, geen monnik, geen mysticus in een klooster — maar een jonge man midden in het leven. Hij studeerde, maakte plezier met vrienden, beklom bergen, en worstelde met dezelfde vragen die jongeren vandaag kennen:

Hoe leef ik mijn geloof in een wereld die soms hard, onverschillig of verdeeld is?

Zijn antwoord was verrassend eenvoudig en radicaal tegelijk:

door liefde te geven, door trouw te zijn, door te dienen — en door vreugde te bewaren.

Wat mij altijd raakt, is dat zijn heiligheid niet lag in grote daden, maar in kleine, consequente keuzes: zijn busgeld weggeven, zijn tijd delen, zijn hart openhouden.

Zelfs op zijn sterfbed dacht hij niet aan zichzelf, maar aan een arme man die zijn injecties nodig had.

Pier Giorgio laat zien dat heiligheid niet begint met perfectie, maar met beschikbaarheid.

Niet met grootse plannen, maar met een hart dat zegt:

“Hier ben ik, Heer. Gebruik mij.”

*********

3.Gebed — in een warme stijl:

Gebed tot Heilige Pier Giorgio Frassati:

Goede en trouwe God,

Gij hebt in Pier Giorgio Frassati een jong hart gevormd

dat brandde van liefde voor Christus

en dat de armen zag met de ogen van uw barmhartigheid.

Leer ook mij om met dezelfde eenvoud te leven,

met een open hand,

met een luisterend hart,

met een vreugde die niet van mijzelf komt

maar van U.

Geef dat ik, net als hij,

de weg van de Zaligsprekingen durf te gaan:

de weg van zachtmoedigheid,

van gerechtigheid,

van vrede,

van trouw in het kleine.

Zalige Pier Giorgio,

vriend van de armen en broeder van allen,

bid voor ons,

opdat wij, in onze tijd,

dragers worden van licht,

van hoop,

en van de stille kracht van Gods liefde.

Amen.

*******************

 

Heilige Pier Giorgio Frassati: Met alle kracht van mijn ziel spoor ik jullie, jonge mensen, aan om zo vaak als je kunt naar de Communietafel te gaan….

“Met alle kracht van mijn ziel spoor ik jullie, jonge mensen, aan om zo vaak als je kunt naar de Communietafel te gaan. Voed je met dit brood van de engelen, waaruit je alle energie zult putten die je nodig hebt om innerlijke strijd te voeren. Want ware vreugde, beste vrienden, bestaat niet in de genoegens van de wereld of in aardse dingen, maar in de vrede van het geweten, die we alleen hebben als we zuiver zijn van hart en geest.” 

— Zalige Pier Giorgio Frassati

++++

Commentaar:

Wat mij raakt in deze woorden van Pier Giorgio is zijn diepe eenvoud. Hij spreekt niet als een moralist, maar als een vriend die weet hoe het leven voelt: de strijd, de verleiding, de vermoeidheid, de hunkering naar vreugde die niet wegwaait bij de eerste tegenwind.

Zijn uitnodiging is verrassend radicaal:

vreugde komt niet uit wat we bezitten, maar uit wie we worden.

En volgens hem worden we werkelijk onszelf wanneer we leven vanuit een zuiver hart

— niet perfect, maar eerlijk, open, verlangend naar God. De Eucharistie is voor hem geen plicht,maar een bron: een plaats waar kracht, vrede en richting worden geschonken.

In een tijd waarin zoveel stemmen roepen dat geluk te vinden is in succes, comfort of zelfontplooiing,

 klinkt zijn stem als een tegenlicht: rede van het geweten is het grootste geschenk.

Het is een vreugde die niet afhankelijk is van omstandigheden, maar van innerlijke waarheid.

++++

Gebed:

Heer Jezus Christus,

U die Pier Giorgio Frassati hebt vervuld met een vreugde die uit de diepte kwam,

leer ons te verlangen naar de vrede die alleen uit U voortkomt.

Maak ons hart zuiver, ons denken helder,

en onze wil sterk in momenten van innerlijke strijd.

Voed ons met Uw aanwezigheid,

opdat wij, net als hij,

moedig, eenvoudig en vreugdevol mogen leven.

Laat ons ontdekken dat ware geluk niet ligt in wat wij bezitten,

maar in de vrijheid van een geweten dat rust in Uw liefde.

Amen.

****************

 

Afrahat de Syriër: Want eerst bouwt Hij zijn gebouw op de Steen, die Christus is. Op Hem, op de Steen, wordt het geloof gegrond, en op het geloof wordt het hele bouwwerk opgericht……

WARE GELOOF

Want eerst bouwt Hij zijn gebouw op de Steen, die Christus is. Op Hem, op de Steen, wordt het geloof gegrond, en op het geloof wordt het hele bouwwerk opgericht. Voor de woning van het huis is zuiver vasten nodig, en door het geloof wordt het bevestigd. Ook is er zuiver gebed nodig, en door het geloof wordt het aangenomen. Liefde is eveneens noodzakelijk, en met het geloof wordt zij vermengd. Verder zijn aalmoezen nodig, en door het geloof worden zij gegeven. Hij vraagt ook zachtmoedigheid, en door het geloof wordt zij versierd. Hij kiest ook voor maagdelijkheid, en door het geloof wordt zij bemind. Hij voegt heiligheid aan zich toe, en in het geloof wordt zij geplant. Hij zorgt ook voor wijsheid, en door het geloof wordt zij verworven. Hij verlangt ook naar gastvrijheid, en door het geloof wordt zij overvloedig. Voor Hem is eenvoud eveneens vereist, en met het geloof wordt zij vermengd. Hij vraagt ook geduld, en door het geloof wordt het volmaakt. Hij heeft ook oog voor lankmoedigheid, en door het geloof wordt zij verworven. Hij bemint ook rouw, en door het geloof wordt zij geopenbaard. Hij zoekt ook reinheid, en door het geloof wordt zij bewaard. Al deze dingen vraagt het geloof dat gegrond is op de rots van de ware Steen, dat is Christus. Deze werken worden vereist voor Christus de Koning, die woont in mensen die in deze werken zijn opgebouwd.

— Aphrahat de Syriër, 337 n.Chr.

++++

Commentaar:

Aphrahat beschrijft geloof niet als een idee, maar als een levende structuur die op Christus wordt gebouwd. Het geloof is de fundering, maar het huis zelf bestaat uit concrete deugden en praktijken die het leven van een mens vormgeven.

Wat mij raakt in deze tekst:

Geloof is relationeel: alles begint bij de Steen, Christus. Niet bij onze inspanning.

Geloof is vruchtbaar: het brengt een waaier aan deugden voort, van liefde tot eenvoud, van gastvrijheid tot rouw.

Geloof is een woning voor de Koning: het doel is niet morele perfectie, maar een hart waarin Christus kan wonen.

Geloof is een proces: elke deugd wordt “door het geloof” verworven, gedragen, gezuiverd.

Aphrahat tekent een beeld van een mens die langzaam wordt omgevormd tot een huis van licht — niet door eigen kracht, maar door een leven dat steeds dieper rust op Christus.

++++

Gebed:

Heer Jezus Christus, ware Steen en vaste Rots,

bouw in mij het huis dat U behaagt.

Laat mijn geloof niet leeg of dor zijn,

maar vrucht dragen in liefde, zachtmoedigheid en eenvoud.

Zuiver mijn hart,

verzacht mijn woorden,

verlicht mijn gedachten,

en richt mijn stappen op Uw weg.

Waar ik zwak ben, wees mijn kracht.

Waar ik verdeeld ben, wees mijn vrede.

Waar ik zoekend ben, wees mijn licht.

Woon in mij, Koning van mijn leven,

en vorm mij tot een woning van Uw vrede,

opdat mijn leven Uw liefde weerspiegelt

in alles wat ik doe.

Amen.

++++

Wie was Aphrahat de Syriër ,

Aphrahat (ca. 280–345 n.Chr.), ook wel de Wijze van Perzië genoemd, was een van de vroegste christelijke schrijvers uit de Syrisch‑sprekende kerk. Hij leefde in het oostelijke deel van het Romeinse Rijk, waarschijnlijk in het huidige Irak of Iran, en schreef in het Syrisch, een dialect van het Aramees — de taal die Jezus zelf sprak.

Een paar kernpunten die hem typeren: Monnik en leraar:

Hij leefde een ascetisch leven, waarschijnlijk in een kloostergemeenschap.

Auteur van de “Demonstraties”: 23 diep spirituele verhandelingen over geloof, nederigheid, vasten, gebed, liefde, en de relatie tussen de Kerk en Israël.

Eenvoudige, pastorale toon: Hij schrijft niet als een filosoof, maar als een geestelijke vader die zijn gemeenschap wil vormen.

Bijbels doordrenkt: Zijn teksten zijn bijna een weefsel van Schriftwoorden, maar altijd met een warme, praktische toepassing.

Vroege getuige van de Syrische spiritualiteit: Een traditie die eenvoud, innerlijke zuiverheid en Christus als de levende Rots centraal stelt.

Hij is een van de eerste stemmen die het christelijk geloof beschrijft als een huis dat op Christus wordt gebouwd, precies zoals in de tekst die jij me gaf.

Spirituele betekenis:

Aphrahat staat dicht bij de wortels van het christendom. Zijn woorden ademen:

Eenvoud: geen theologische systemen, maar een hart dat zoekt naar Christus.

Concrete deugd: geloof is nooit abstract; het wordt zichtbaar in daden.

Innerlijke omvorming: de mens wordt een woning voor de Koning.

Diepe nederigheid: alles begint bij Christus, niet bij onze prestatie.

Zijn stem is verrassend actueel: hij nodigt uit tot een geloof dat niet luid is, maar stevig, zacht en vruchtbaar.

Gebed geïnspireerd door Aphrahat

++++

Heer,

U die de Wijze van Perzië vervulde met licht,

leer mij dezelfde eenvoud en helderheid.

Laat mijn geloof rusten op Uw Rots,

en bouw in mij het huis dat U behaagt.

Plant in mij deugden die uit U geboren worden:

liefde die zacht is,

gebed dat zuiver is,

geduld dat standhoudt,

en een hart dat open blijft voor Uw vrede.

Maak mij tot een woning voor Uw aanwezigheid,

zodat mijn leven, in stilte en in eenvoud,

Uw licht weerspiegelt.

Amen.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Aphrahat

https://www.newadvent.org/cathen/01593c.htm

 

https://www.ccel.org/ccel/aphrahat

*****************

 

Sören Kierkegaaard : Zijn leven en werk…

Door Kris Biesbroeck

SÖREN  KIERKEGAARD

Inleiding

 

Tussen de jaren 1842-1846 heeft Kierkegaard een ongelooflijk grote geestelijke prestatie geleverd. Hij is erin geslaagd een nieuwe wijze te vinden om het leven van de mens tot verwoording te brengen. Hij beschouwde het als zijn roeping, om de mens zichzelf te doen uitspreken, om het individu te brengen tot een bewustwording van zichzelf. Op deze wijze heeft hij een grote stoot gegeven aan het hedendaags denken. In de volgende hoofdstukken zullen wij trachten een kort overzicht te geven van zijn leven zelf en zijn gedachte. Na een beschrijving van zijn leven, in het eerste hoofdstuk, zullen we de twee grondgedachten die men kan onderscheiden bij Kierkegaard behandelen in het tweede en derde hoofdstuk als: zijn strijd tegen de systematische filosofie en theologie, en zijn strijd voor een heroïscher opvatting van het Christendom.

HOOFDSTUK   1

Zijn leven en werken

Soren Kierkegaard werd te Kopenhagen geboren op 5 mei 1813. Hij wordt de vader genoemd van het existentialisme.(De pedagoog Husserl vond de methode uit, de fenomenologie). Kierkegaards vader was een melancholiek, een pijnlijk angstvallige. Plicht en zonde domineren in zijn leven. ‘Het ontzettend lot, schreef Sören, van een man, die eens als kleine jongen op de Jutlandse heide de schapen hoedde, veel moest doorstaan, hongerde en het koud had en een heuvel beklom en er God vervloekte. En deze man kon dit niet vergeten hoewel hij 82 jaar oud werd’(Huebscher,A.,Twaalf filosofen, van Hegel tot Heidegger, Antw.,1966,pp41-42). Zijn leven lang droeg Sörens vader het besef van een niet te delgen schuld in zich. Hij nam het met zich mee in al die jaren, waarin hij zich in zijn beroep tot rijke handelaar in laken stoffen opklom en verder door de jaren van een vroeg gekozen, in angst en zwaarmoedigheid doorgebrachte tijd van stil leven. Dit besef lag als een schaduw van het noodlot ook aan het leven deze zijnen: Wanneer zou Gods oordeel hen treffen ? En wat betekende zijn dralen ? Dit alles heeft voor Sören zelf in grote mate zijn verder denken bepaald. Reeds jong spreekt zijn vader met hem over godsdienstige problemen. Soms bleef hij voor zijn zoon staan en zei:’ Sören, je bent op weg naar een stille vertwijfeling’ (Lowrie,W. Het leven  van Kierkegaard, Antw.,1959, p.42). Sören zelf was eenzaam op school, hij deed nooit mee in het spel met de anderen. Het was een stokoud kind, altijd naar binnen gekeerd. In zijn dagboek schrijft hij daar zelf over :’Ik was al een oud man als ik geboren werd’. En elders: ’Teergevoelig, mager en zwak, beroofd van bijna iedere voorwaarde om mij bij andere jongens aan te sluiten, of zelfs om in vergelijking met anderen voor een volledig menselijk wezen door te gaan. Zwaarmoedig, ziek van ziel, in veel opzichten  ongelukkig, had ik één ding: een buitengewoon spitse geest, mij vermoedelijk gegeven opdat ik niet weerloos zou zijn. Als jongen reeds wist ik mij bewust van mijn geestigheid en ik wist dat het mijn kracht was bij onenigheid met veel sterkere kameraden’ ( Lowrie W, Op.cit.,p34). Sören was een ziekelijke jongen, mismaakt, een hoge rug, een schreeuwerige piepstem, zwaarmoedig van karakter. Soms werd hij geplaagd omwille van zijn lichaamsgebrek, en dit vooral tijdens de ontspanning, maar hij beet altijd scherp van zich af. Zijn ironie is zeer bekend. Ook zijn opvoeding was zeer somber. Zijn vader is oud en reeds in de vijftig als Sören ter wereld komt, het is een autoritair, die zich altijd verdoemd waant om zijn zonden. Sörens omgang met zijn medemensen gaat dan ook zeer slecht. Dit verbetert echter als hij in 1830 naar de universiteit gaat. Hij moet van zijn vader theologie studeren om later predikant te worden. Hij neemt zijn studies echter licht op, gaat naar theater, op cafés en maakt veel schulden. Nochtans zijn zijn studies briljant, maar ze duren zeer lang. Er is niemand die er achter zit. Maar te midden van dat studentenleven overvallen hem problemen, hij gevoelt dat het dat niet is. Enkele gebeurtenissen zullen hem dan ook ernstiger maken : zijn moeder sterft in 1834 als hij 21 jaar oud is; ook sterven er nog twee zusters en een broer. Tevens is er nog het geheim en de dood van zijn vader (dat geheim is zeer mysterieus, men heeft het nooit kunnen ontmaskeren. Het moet echter zeer indrukwekkend geweest zijn). Nog datzelfde jaar schrijft hij in zijn dagboek : “Waar  het mij aan hapert is, dat ik niet in het reine kan komen waar het om gaat”. Het afsterven van zijn vrouw en drie kinderen deden de zwaarmoedigheid van Sörens vader  ook nog toenemen. Hij dacht dat hij omwille van zijn zonden gestraft was door God om al zijn kinderen te overleven. Zo dacht hij ook dat Sören  en zijn andere zoon Peter niet lang meer zouden leven; dit is echter niet waar geweest. In het ‘document met vergulde snede’ verhaalt Sören de verpletterende ervaring die hij in zijn 22e jaar meemaakte, en die een einde maakte aan zijn kinderjaren; of liever aan de periode die onmiddellijk aansloot op zijn kinderjaren, in zoverre dat hij toen nog zijn vader van harte onderdanig was en er nog niet aan dacht met de onafhankelijkheid van de jeugd nieuwe paden in te slaan of zijn eigen plannen te maken overeenkomstig zijn eigen genegenheid en talent.

“Toen geschiedde het dat de grote aardbeving begon, de vreselijke omwenteling, die mij plots een nieuw, onfeilbaar verklaringsprincipe van alle verschijnselen samen opdrong. Toen besefte ik dat de grote ouderdom van zijn vader geen goddelijke zegen was, maar eerder een vloek. Dat de uitzonderlijke geestesgaven van onze familie slechts dienden om elkaar te treffen. Toen voelde ik de stilte des doods rondom mij groeien, wanneer ik mijn vader zag als een ongelukkige, die ons allen moest overleven, als een grafkruis op de tombe van al zijn eigen verwachtingen. Een schuld moest op de hele familie rusten, een straf Gods haar drukken. Zij moest verdwijnen, uitgeveegd worden door Gods machtige hand, uitgewist als een mislukte poging, en slechts bij tussenposen vond ik enige leniging bij de gedachte dat mijn vader de zware plicht was opgelegd ons door de troost van het geloof tot rust te brengen, ons allen te verkondigen dat er toch een betere wereld voor ons zou openstaan ook al verloren wij alles in déze, ook al moest de straf ons treffen die de joden altijd hun vijanden toewensten: dat onze gedachtenis geheel en al zou worden uitgewist, dat men ons niet zou terugvinden”(DUPRé, L.Kierkegaards theologie, Antwerpen, 1957,pp21-22). Wat heeft hij in deze periode ontdekt ? Alleen dit is ons duidelijk, de zuil waartegen hij heel zijn leven steunde ging aan het wankelen. Hij zag in zijn vader niet meer de uitverkorene voor wie hij hem hield, er rustte een ondelgbare schuld op hem en heel zijn nageslacht. Wat heeft Sören tot deze ontdekking geleid ? Sommigen, zoals de bekende Kierkegaard-kenner W. Lowrie menen dat de oude Michaël zijn zoon bij gelegenheid van diens 22e verjaardag het geheim van zijn leven zou verteld hebben. Anderen menen dat Sören zelf achter de zonden van zijn vader zou gekomen zijn. Dit laatste lijkt het meest waarschijnlijke, o.a. omwille van de mythe van David en Salomon (Kierkegaard, S, Brevier, heruitgegeven door Schäfer P en Bense M, Wiesbaden, 1951,pp 15-16)in Quidams dagboek, die zeker in verband staat met wat zich hier heeft voorgedaan. In elk geval zag Sören plotseling heel het leven  van zijn vader die hij als een heilige had vereerd, in wanverhouding met God. De gevolgen waren vreselijk. Er volgde een tijd van totale ontreddering. Alles wat hem heilige was stortte ineen. Van nu af aan kwam hij veel dronken naar huis en leefde voortdurend op de rand van krankzinnigheid. Op zekere dag begaat hij een grote morele misstap, hij wordt door enkele vrienden naar een ontuchthuis meegetroond. Pas enkele maanden nadien besefte hij dat hij mogelijk een kind kon hebben verwekt. De toestand verergerde zienderogen en ten slotte is het vader en zoon onmogelijk geworden nog langer samen te blijven wonen. Sören huurt een kamer in de stad. Deze morele inzinking, juist op dit ogenblik, laat zich het best verklaren vanuit een sterke angst, gewekt door het bewustzijn van zijn vaders schuld. Drie jaar lang heeft hij met zijn vader in onenigheid geleefd. Op zijn 25e levensjaar heeft hij zich terug met zijn vader verzoend. Waarschijnlijk heeft zijn 82 jarige vader bij deze gelegenheid alles opgebiecht, waarschijnlijk heeft hij zelfs zijn zoon vergiffenis gevraagd, want Sören vermeldt in zijn dagboek ‘King Lears’ woorden tot zijn dochter :

“When thou dost ask me blessing, I’ll kneel down,

and ask of thee forgiveness”.

“Als je me om zegen vraagt,

kniel ik neer en vraag je om vergeving”.)

Rond deze tijd greep ook Sörens bekering plaats.

In 1840 vraagt Soren de hand aan Regine Olsen, de dochter van een hoge functionaris. Reeds de volgende dag beseft hij dat het een verkeerde keuze is. Hij droomt van een echte gemeenschap van denken met zijn verloofde. Hij tracht ze op te voeden met het diepe geloof van hemzelf. Hij tracht haar zijn gefolterd hart te doen begrijpen, maar ze is nog te jong en te oppervlakkig. Dit beseft hij reeds de volgende dag. Na een tijdje besluit hij dan ook van haar te scheiden. Dit was voor hem een zwaar offer, want hij zag haar heel graag. Om haar het scheiden gemakkelijker te maken, trachtte hij  de liefde bij haar uit te doven door enkele maanden nors te zijn tegen haar. Kierkegaard heeft echter een zeer ideaal beeld van het huwelijk. Zijn afstand van Regina kost hem dan ook zijn goede naam. “Pas getrouwd en reeds een breuk” zei men. Deze gebeurtenissen behandelt hij in zijn boekje “Vrees en beven”, onder de pseudoniem : “Johannes de Silentio”. Daar behandelt hij de grond van deze gebeurtenis, maar zo, dat zijn tijdgenoten het niet begrepen, Regina echter wel. Het gaat over de offerande van Abraham. Abraham kreeg van God het bevel zijn eniggeboren zoon te offeren. Zoals Abraham bevolen werd zijn innig geliefde zoon te offeren, zo werd aan Kierkegaard bevolen Regina prijs te geven, die hij boven alles beminde. Hij moest dus iets doen dat hij aan niemand kon uitleggen, en dat voor de wereld immoreel was. Daarom noemt hij zich hier ook “Johannes de Silentio”, alles wordt op een stille, verborgen wijze gezegd, zodat weinigen het begrijpen. Regina begreep het, en dat was voor hem voldoende.  Als motto voor dat boek geeft hij :”Wat Tarquinius Superbus in de tuin met zijn papavers besprak, werd wel door de zoon begrepen, maar niet door zijn boodschappers”. Ondanks de pijn die de scheiding hem veroorzaakte, was het besluit onherroepelijk. De scheiding was voor Kierkegaard een plicht, een plicht die slechts voor hem alleen aanvaardbaar was. Herhaalde malen had Regina’s vader getracht de scheiding terug goed te maken. Een daarvan beschrijft hij in zijn dagboek: Hij zei (Regina’s vader) : “Het is haar dood, ze is volkomen vertwijfeld”. Ik zei : “Ik zal haar wel gerust stellen; maar de zaak is beslist”.. Hij zei: “Ik ben een trots man, het valt mij zwaar, maar ik smeek u haar niet op te geven”. Rond die tijd beschrijft hij dan ook verder de scheiding zelf : “Zal je dan nooit trouwen”, vroeg ze. Ik zei : “Jawel, over tien jaar als ik uitgeraasd zal zijn. Dan heb ik weer een jeugdig meisje nodig om mij te verjongen”. Toen zei ze: ‘Vergeef mij wat ik tegen je misdaan heb’. Ik antwoordde: ‘Ik ben het die dat moet vragen’. Ze zei :’Beloof dat je aan mij zult denken’. Dat deed ik. Ze zei: ‘Kus mij’. Dat deed ik, maar zonder hartstocht. Barmhartige God !  (Kierkegaard – een keuze uit zijn dagboeken p.92-93).

Lees verder “Sören Kierkegaaard : Zijn leven en werk…”

St.Augustinus: De Heer Jezus wilde dat zij, wier ogen Hem zouden herkennen bij het breken van het brood, Hem dáár zouden zien. De gelovigen weten waarover ik spreek….

“De Heer Jezus wilde dat zij, wier ogen Hem zouden herkennen bij het breken van het brood, Hem dáár zouden zien.

De gelovigen weten waarover ik spreek.

Zij herkennen Christus in het breken van het brood.

Want niet elk brood, maar alleen dat brood dat de zegen van Christus ontvangt, wordt het Lichaam van Christus.”

— Sermon 234,2 (ca. 400 n.Chr.)

 

++++

Korte commentaar:

Augustinus raakt hier de kern van de eucharistische spiritualiteit: Christus maakt zichzelf herkenbaar in een eenvoudig, alledaags gebaar — het breken van brood. Niet door macht, niet door spektakel, maar door een teken dat alleen door geloof verstaan wordt.

Voor Augustinus is de Eucharistie niet zomaar een ritueel. Het is de plaats waar Christus zich laat vinden door wie Hem zoeken met een open hart. Het brood wordt niet vanzelf heilig; het wordt Christus’ Lichaam door zijn zegen, door zijn aanwezigheid, door zijn liefde die zich geeft.

En tegelijk zegt Augustinus iets heel pastoraals: “De gelovigen weten waarover ik spreek.” 

Hij vertrouwt erop dat wie leeft uit geloof, dit mysterie herkent — niet met de ogen van het lichaam, maar met de ogen van het hart.

++++

Gebed

Heer Jezus Christus,

Gij die Uzelf hebt geopenbaard in het breken van het brood,

open ook mijn ogen om U te herkennen

in de tekenen van Uw liefde.

 

Zegen het brood dat wij delen,

zodat het ons voedt met Uw aanwezigheid

en ons verandert tot mensen van vrede,

van mildheid, van dienstbaarheid.

 

Leer mij, zoals Augustinus,

te leven uit verwondering en dankbaarheid

voor Uw voortdurende nabijheid.

Blijf bij mij, Heer,

in het breken van het brood

en in het breken van mijn hart voor anderen.

Amen.

*****************

 

 

 

St. Teresa van Avila: Moge je op God vertrouwen dat je precies bent waar je hoort te zijn….

Moge er vandaag vrede in je zijn. 

Moge je op God vertrouwen dat je precies bent waar je hoort te zijn. 

Moge je niet vergeten welke oneindige mogelijkheden geboren worden uit geloof. 

Moge je de gaven gebruiken die je hebt ontvangen, en de liefde doorgeven die jou is gegeven. 

Moge je tevreden zijn in het besef dat je een kind van God bent. 

Laat deze aanwezigheid in onze botten neerdalen, en geef je ziel de vrijheid om te zingen, dansen, loven en liefhebben. 

Zij is er voor ieder van ons. 

— Teresa van Ávila

++++

Commentaar:

Deze tekst is een zachte uitnodiging tot overgave en vertrouwen. Teresa van Ávila, mystica en hervormster, spreekt hier niet in dogma’s maar in zegeningen. Ze roept op tot innerlijke vrede, tot het erkennen van onze plaats in Gods plan, en tot het vieren van de gaven die ons zijn toevertrouwd. Haar woorden zijn tegelijk troostend en activerend: ze nodigen uit tot rust én tot beweging — tot dansen, zingen, liefhebben.

De zin “Laat deze aanwezigheid in onze botten neerdalen” is bijzonder krachtig. Ze suggereert dat Gods aanwezigheid niet alleen een gedachte is, maar iets dat ons lichamelijk mag doordringen, ons fundament mag zijn. Het is een mystieke beeldspraak die het spirituele verbindt met het tastbare.

++++

Gebed geïnspireerd op Teresa van Ávila

 

Eeuwige God, Bron van vrede en liefde, 

Laat vandaag Uw rust in mij wonen. 

Help mij te vertrouwen dat ik ben waar ik moet zijn, geleid door Uw hand. 

Open mijn hart voor de wonderen die geboren worden uit geloof. 

Laat mij de gaven die ik heb ontvangen met vreugde gebruiken, en de liefde die ik heb ontvangen vrij doorgeven. 

Herinner mij eraan dat ik Uw kind ben, gekoesterd en gedragen. 

Laat Uw aanwezigheid diep in mij wortelen — in mijn botten, mijn adem, mijn ziel. 

Geef mij de vrijheid om te zingen, te dansen, te loven en lief te hebben. 

Want U bent hier, voor ieder van ons. 

Amen.

******************

St.Jan van het Kruis: “Vervulling van het hart wordt niet gevonden in het bezit van dingen, maar in de naaktheid van alles en een arme geest.”…..

“Vervulling van het hart wordt niet gevonden in het bezit van dingen, maar in de naaktheid van alles en een arme geest.”

Johannes van het Kruis

++++

Commentaar:

Johannes van het Kruis raakt hier aan een van de kerninzichten van de christelijke mystiek: het hart vindt rust niet in wat het kan verzamelen, controleren of vasthouden, maar juist in het loslaten.

Voor hem is “naaktheid” geen armoede uit nood, maar een innerlijke vrijheid: niets hoeft ons te bezitten. Wanneer we niet langer afhankelijk zijn van bezit, status, erkenning of zekerheid, ontstaat er ruimte voor een diepere, stille vreugde die van God komt.

Een “arme geest” betekent niet dat iemand zwak of leeg is, maar dat hij open is—niet vol van zichzelf, maar ontvankelijk voor Gods aanwezigheid. Het is de paradox van het evangelie: wie alles loslaat, ontvangt alles; wie niets opeist, wordt rijk aan vrede.

In onze tijd, waarin we voortdurend worden uitgenodigd om meer te willen, meer te kopen, meer te presteren, klinkt deze stem van Johannes als een zachte maar radicale tegenstem. Hij nodigt ons uit om te onderzoeken wat ons werkelijk vervult, en wat ons alleen maar afleidt.

++++

Gebed:

Eeuwige God, leer mij de vrijheid van een eenvoudig hart. Bevrijd mij van de drang om te bezitten, om vast te houden aan wat mij geen leven geeft. Schenk mij de moed om los te laten wat mij van U verwijdert. Vul mijn lege handen met Uw vrede, en mijn open geest met Uw licht. Laat mijn hart rust vinden in Uw stille aanwezigheid, waar geen bezit nodig is om rijk te zijn.

Amen.

********************

Meditatie over de Bergrede: De zaligsprekingen……

Bergrede – De Zaligsprekingen….

1 Toen Hij de mensenmassa zag, ging Hij de berg op. Daar ging Hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:

3   ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

4 Gelukkig de treurenden,

want zij zullen getroost worden.

5  Gelukkig de zachtmoedigen,

want zij zullen de aarde bezitten.

6  Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,

want zij zullen verzadigd worden.

7  Gelukkig de barmhartigen,

want zij zullen barmhartigheid ondervinden.

8  Gelukkig wie zuiver van hart zijn,

want zij zullen God zien.

9  Gelukkig de vredestichters,

want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

10  Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

11  Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

 12  Verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel

*************

Meditatie bij de Zaligsprekingen

(Matteüs 5:1–12)

Ga even zitten zoals je bent. Laat je adem rustig worden. Voel hoe de wereld om je heen langzaam stiller wordt, alsof er ruimte ontstaat voor een andere stem — een stem die niet dwingt, maar uitnodigt.1.

1.“Zalig de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.”

Stel je voor dat je je handen opent. Niets vasthoudt. Niets hoeft te bewijzen. Alleen maar ontvangen. In jouw kwetsbaarheid, in jouw niet-weten, wordt het Koninkrijk zichtbaar — niet als macht, maar als nabijheid.

2. “Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden.”

Laat de plekken in je hart die pijn doen even bestaan. Niet wegduwen. Niet oplossen. Alleen erkennen. In dat stille erkennen komt God naast je zitten zoals een vriend die niets zegt, maar alles deelt.

3. “Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.”

Voel hoe zachtmoedigheid geen zwakte is, maar een stille kracht. Een kracht die niet duwt, maar draagt. Een kracht die niet overwint, maar omvormt. Misschien is dit de grond waarop echte vrede kan groeien.

4.“Zalig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.”

Voel je verlangen naar wat goed is. Naar wat waar is. Naar wat recht doet aan jou en aan de wereld. Dat verlangen is heilig. Het is een gebed dat God zelf in je heeft geplant.

5. “Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.”

Denk aan iemand die je vandaag zou kunnen ontzien, verzachten, vergeven. Barmhartigheid is een kringloop: wat je geeft, keert terug als een onverwachte zegen.

6. “Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.”

Zuiverheid is geen perfectie. Het is eenvoud. Het is het verlangen om één te zijn, niet verdeeld, niet opgesplitst. In die eenvoud wordt God zichtbaar in kleine dingen: een blik, een woord, een ademhaling.

7. “Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.”

Voel hoe vrede begint in jou. In de manier waarop je ademt, luistert, reageert. Elke zachte keuze is een zaadje van het Koninkrijk.8. “Zalig wie vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.”

Denk aan de momenten waarop je trouw bleef aan wat goed was, ook al kostte het iets. In die trouw staat Christus naast je. Zijn zegen rust op je schouders als een mantel van licht.

Blijf nog even zitten. Laat de woorden niet alleen in je hoofd zijn, maar in je hart, in je adem, in je lichaam.

Misschien wil je één zaligspreking meenemen vandaag — als een fluistering die met je meeloopt, als een zachte herinnering aan wie je bent en aan wie God is.

******************