Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
“Wat betreft de canonieke Schrift, moet men het oordeel volgen van het grootste aantal katholieke kerken; en onder deze kerken moet men uiteraard een hoge plaats toekennen aan die kerken die het waardig zijn geacht de zetel van een apostel te zijn of brieven te hebben ontvangen.”
— Over de christelijke leer, Boek II, hoofdstuk 8, paragraaf 12 (geschreven in 397 n.Chr.)
++++
Commentaar:
Augustinus benadrukt hier dat de canon van de Bijbel — de verzameling van gezaghebbende heilige geschriften — niet willekeurig wordt vastgesteld, maar in gemeenschap met de bredere Kerk. Hij erkent het gezag van de apostolische traditie: kerken die door apostelen zijn gesticht of apostolische brieven hebben ontvangen, dragen een bijzondere verantwoordelijkheid en autoriteit in het bepalen van wat als heilig en canoniek geldt.
Deze visie is diep geworteld in het idee van communio, het geestelijk verbonden zijn van gelovigen door tijd en ruimte heen. Voor Augustinus is de canon geen individuele keuze, maar een vrucht van de Heilige Geest die werkt in de gemeenschap van de Kerk.
++++
Gebed:
Heer van alle wijsheid,
die door uw Geest de Schrift hebt geïnspireerd
en door uw Kerk haar hebt bewaard,
Wij danken U voor de heilige woorden
die ons leiden, troosten en onderrichten.
Zoals Augustinus ons leert te luisteren
naar de stem van de Kerk door de eeuwen heen,
leer ons ook vandaag te onderscheiden
wat waar, goed en heilig is.
Laat ons niet verdwalen in eigen oordeel,
maar geworteld blijven in de gemeenschap van uw volk.
“…Blijf in de boot waarin onze Heer je heeft geplaatst, en laat de storm maar komen. Je zult niet vergaan. Het lijkt alsof Jezus slaapt, maar laat dat zo zijn. Weet je dan niet dat, als Hij slaapt, zijn hart waakzaam over je waakt? Laat Hem slapen, maar op het juiste moment zal Hij ontwaken om je rust terug te geven.”
— Padre Pio
++++
Commentaar:
Padre Pio’s woorden zijn een krachtige uitnodiging tot vertrouwen, vooral in tijden van onrust en onzekerheid. De “boot” symboliseert onze roeping, onze plaats in het leven, of de weg die God ons heeft toevertrouwd. De storm staat voor beproevingen, innerlijke strijd, of chaos in de wereld om ons heen.
Wat ontroert, is het beeld van Jezus die lijkt te slapen — een verwijzing naar het evangelieverhaal waarin de leerlingen panikeren terwijl Jezus slaapt in de storm. Maar Padre Pio herinnert ons eraan: zelfs als Hij stil lijkt, is zijn hart wakker, waakzaam, liefdevol. Zijn rust is geen afwezigheid, maar een uitnodiging tot geloof.
Deze tekst is bijzonder geschikt voor momenten van twijfel, angst, of wanneer we ons verlaten voelen. Het is een spirituele balsem die ons herinnert aan Gods verborgen nabijheid.
++++
Gebed
Heer Jezus,
in de stormen van mijn leven, wanneer alles lijkt te wankelen,
help mij te blijven in de boot waarin U mij hebt geplaatst.
Ook als U stil lijkt, ook als ik U niet voel,
laat mijn hart rusten in het vertrouwen
dat Uw liefde nooit slaapt.
Wek in mij het geloof van de heiligen,
het geduld van Padre Pio,
en de zekerheid dat U op het juiste moment zult spreken,
zult handelen, zult troosten.
Laat Uw hart waken over mij,
zoals een moeder waakt over haar kind.
En als de tijd rijp is,
breng dan rust in mijn ziel,
zoals U de zee tot stilte bracht.
Amen.
*********************
“JEZUS IS BIJ JE, OOK ALS JE ZIJN AANWEZIGHEID NIET VOELT”
— St. Padre Pio
++++
Commentaar
Deze uitspraak van St. Padre Pio raakt aan een diep mysterie van het geloof: Gods aanwezigheid is niet afhankelijk van onze gevoelens. In momenten van stilte, twijfel of geestelijke droogte — wanneer we Hem niet ervaren — is Hij niet minder nabij. Zoals de zon achter de wolken blijft schijnen, blijft Jezus ons omringen met zijn liefde, zelfs als ons hart Hem niet voelt.
Padre Pio, zelf bekend om intense mystieke ervaringen én periodes van geestelijke duisternis, herinnert ons eraan dat geloof niet gebouwd is op emotie, maar op vertrouwen. Zijn woorden zijn een troost voor wie zich verlaten voelt, en een uitnodiging om in stilte te blijven geloven.
++++
Gebed:
Heer Jezus,
In momenten van stilte, wanneer mijn hart U niet voelt,
help mij te herinneren dat U toch bij mij bent.
Laat mijn geloof sterker zijn dan mijn gevoelens,
mijn vertrouwen dieper dan mijn twijfel.
Zoals St. Padre Pio leerde, wil ik rusten in de zekerheid
dat Uw liefde mij nooit verlaat.
Wees mijn licht in de duisternis, mijn vrede in de storm,
mijn metgezel in elke stap.
Amen.
********************
Padre Pio werd vereerd om zijn vroomheid, spirituele gaven en vermogens, waaronder de stigmata, bezoeken van Christus en de Maagd Maria, bilocatie, profetie en wonderbaarlijke genezingen. Hij stond ook bekend om zijn zorg voor armen en zieken.
St. Padre Pio –
++++
“Wanneer de Heer mij roept, zal ik Hem zeggen: Heer, ik wacht aan de poort van het Paradijs; ik zal pas binnengaan wanneer ik de laatste van mijn kinderen heb zien binnengaan.”
Geboortedatum: 25 mei 1887
Geboorteplaats: Pietrelcina, Italië
Overleden: 23 september 1968 (leeftijd: 81)
Feestdag: 23 september
Patroonheilige van: Civiele hulpverleners, adolescenten
Levensmotto: “Bid, hoop en maak je geen zorgen”
Hoewel hij buitengewone spirituele gaven ontving, voelde hij zich er nooit waardig voor. Hij bleef altijd nederig.
Chronologie van zijn leven:
1887 – Geboren als Francesco Forgione in Pietrelcina, Italië.
1892 – Al op jonge leeftijd toonde hij diepe vroomheid.
1903 – Op 16-jarige leeftijd trad hij toe tot het kapucijnenklooster in Morcone en kreeg de naam Broeder Pio, naar paus Pius V.
1910 – Gewijd tot priester en werd Padre Pio.
1911–1916 – Vanwege aanhoudende gezondheidsproblemen verbleef hij thuis om te herstellen.
1916 – Keerde op 4 september terug naar het kloosterleven in San Giovanni Rotondo.
1917–1918 – Tijdens WOI diende hij kort in het medisch korps, maar werd uiteindelijk ongeschikt verklaard.
20 september 1918 – Ontving de zichtbare stigmata tijdens meditatie voor een kruisbeeld. Hij was de eerste priester in de geschiedenis van de Kerk met deze wonden.
1919 – De stigmata werden bekend buiten het klooster. Artsen onderzochten zijn wonden.
Dagelijks leven – Zijn dagen duurden vaak 19 uur: mis, biecht horen, brieven beantwoorden. Hij sliep minder dan twee uur per nacht.
1924–1931 – Zijn faam groeide, maar ook de controverse. Sommigen beschuldigden hem van bedrog.
1933 – Paus Pius XI herstelde zijn publieke bediening.
1939 – Paus Pius XII moedigde pelgrims aan hem te bezoeken.
1956 – Opende het ‘Huis voor de verlichting van het lijden’, een modern ziekenhuis.
1968 – Overleed op 23 september. Tien minuten na zijn dood verdwenen de stigmata.
2002 – Heiligverklaard door paus Johannes Paulus II op 16 juni. Meer dan 300.000 mensen woonden de ceremonie bij.
San Giovanni Rotondo – Jaarlijks bezocht door 7 miljoen mensen. Het heiligdom is het op één na meest bezochte katholieke bedevaartsoord ter wereld, na Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe.
++++
Commentaar
Padre Pio’s leven is een getuigenis van mysterie, lijden en liefde. Zijn stigmata, visioenen en wonderen roepen vragen op, maar zijn nederigheid
en dienstbaarheid zijn onmiskenbaar. Hij leefde niet voor roem, maar voor de zielen van anderen. Zijn uitspraak over het wachten aan de poort van het Paradijs toont zijn diepe verbondenheid met de mensen die hij geestelijk begeleidde.
Zijn leven nodigt ons uit om het lijden niet te vermijden, maar te offeren; om niet te streven naar buitengewone gaven, maar naar buitengewone liefde.
++++
Gebed:
Heilige Padre Pio,
Jij die de wonden van Christus droeg en ze droeg met liefde,
leer ons de kracht van gebed, de rust van vertrouwen,
en de moed om te lijden voor het heil van anderen.
Jij die zei: “Bid, hoop en maak je geen zorgen,”
help ons om die woorden te leven in ons dagelijks bestaan.
Wacht met ons aan de poort van het Paradijs,
totdat ook wij, geleid door genade, mogen binnengaan.
Amen.
**************************
“Beproevingen, kruisen, zijn altijd het erfdeel en de roeping van uitverkoren zielen geweest. Naarmate Jezus een ziel tot volmaaktheid wil verheffen, vermeerdert Hij het kruis van beproeving. Verheug je, zeg ik je, dat je zo bevoorrecht bent ondanks je gebrek aan verdienste. Hoe meer je gekweld wordt, des te meer moet je juichen, want een ziel in het vuur van beproeving wordt zuiver goud, waardig om te schitteren in het koninkrijk der hemelen.”
— Padre Pio, brief aan Raffaelina Cerase, 14 juli 1914
++++
Commentaar:
Padre Pio’s woorden zijn een troostrijke paradox: hij nodigt ons uit om vreugde te vinden in lijden, niet omdat het lijden op zich goed is, maar omdat het een teken is van Gods werk in ons. In de christelijke mystiek is het kruis niet alleen een symbool van pijn, maar van liefde, zuivering en vereniging met Christus. Het lijden wordt een smeltoven waarin de ziel haar ruwe kanten verliest en haar ware glans vindt.
Voor Padre Pio, zelf getekend door fysieke en geestelijke beproevingen, was het kruis geen straf maar een roeping. Zijn boodschap is niet triomfalistisch, maar nederig: het is niet onze verdienste, maar Gods genade die ons vormt. Dit vraagt om een diep vertrouwen, een geloof dat zelfs in de duisternis weet: God is hier aan het werk.
++++
Gebed:
Heer Jezus,
U die het kruis hebt gedragen uit liefde voor ons,
leer mij mijn beproevingen te aanvaarden als wegen naar U.
Wanneer ik zwak ben, herinner mij eraan dat U mij niet verlaat,
maar mij juist dan het dichtst nabij bent.
Laat mijn ziel, door het vuur van lijden,
worden als zuiver goud —
klaar om te schitteren in Uw koninkrijk.
Geef mij de genade om te juichen, zelfs in de pijn,
omdat ik weet dat U mij vormt naar Uw hart.
Amen.
************************
De stigmata van Padre Pio
Een mysterie tussen geloof en onderzoek
Het begin: 20 september 1918
Volgens meerdere bronnen ontving Padre Pio zijn stigmata op de ochtend van 20 september 1918, terwijl hij in stilte bad voor een kruisbeeld in het klooster van San Giovanni Rotondo.
Hij voelde een intense pijn en merkte vervolgens dat zijn handen, voeten en zijde open wonden vertoonden die leken op de wonden van de gekruisigde Christus.
Deze gebeurtenis markeerde een keerpunt in zijn leven: vanaf dat moment stroomden duizenden gelovigen naar hem toe, aangetrokken door zijn heiligheid, zijn lijden en zijn reputatie als biechtvader en wonderdoener.
Hoe werden de stigmata beschreven?
Uit de bronnen komt een consistent beeld naar voren:
Zichtbare wonden aan handen, voeten en zijde, vaak bloedend.
Geur van bloemen of “parfum” die soms uit de wonden kwam (volgens getuigen, niet in de medische rapporten).
Geen infectie of ettering, ondanks het feit dat de wonden open bleven gedurende 50 jaar.
Pijn die hij als intens maar gedragen beschreef, in diepe verbondenheid met Christus’ lijden.
Medisch onderzoek:
De Kerk liet de stigmata onderzoeken door artsen, waaronder de atheïstische professor Amico Bignami, die in 1919 werd aangesteld om de wonden te bestuderen.
Hoewel er verschillende hypothesen werden geopperd (psychosomatisch, zelfverwonding, dermatologische aandoeningen), kon geen enkele arts een sluitende natuurlijke verklaring geven.
De wonden bleven vijftig jaar lang bestaan en verdwenen volledig op het moment van zijn dood in 1968, zonder littekens achter te laten — een detail dat vaak als bijzonder wordt beschouwd.
Spirituele betekenis:
In de katholieke traditie worden stigmata gezien als:
Een uitzonderlijk teken van vereniging met Christus in zijn lijden.
Een charisma dat niet gezocht wordt, maar geschonken wordt.
Een oproep tot bekering voor wie het ziet.
Padre Pio zelf zag het als een kruis dat hij moest dragen, niet als een eer. Hij probeerde het zelfs te verbergen en vroeg God om de zichtbaarheid ervan weg te nemen — maar dat gebeurde niet.
Waarom juist hij?
Volgens spirituele interpretaties (zoals beschreven door EWTN) ontving Padre Pio de stigmata omdat hij een bijzondere roeping had om zielen te begeleiden door lijden heen naar Christus.
Zijn leven was één grote uitnodiging tot:
boete
gebed
Vertrouwen op Gods barmhartigheid deelname aan het lijden van Christus voor de wereld
Samenvattend:
Padre Pio’s stigmata:
Verschenen in 1918 tijdens gebed
Bleven 50 jaar zichtbaar
Wwerden medisch onderzocht maar nooit verklaard
Verdwenen bij zijn dood zonder littekens
Werden door hemzelf beleefd als een mysterieus, pijnlijk maar heiligmakend geschenk
“Want niet allen die geroepen zijn, zijn ‘geroepen overeenkomstig het voornemen’, aangezien ‘velen geroepen zijn, maar weinigen uitverkoren’ (Mattheüs 22:14). Maar zij die geroepen zijn overeenkomstig het voornemen, zijn degenen die vóór de grondlegging van de wereld verkozen zijn. Over dit voornemen van God werd ook gezegd (zoals ik reeds heb vermeld over de tweeling Ezau en Jakob): ‘opdat het voornemen van God zou blijven bestaan overeenkomstig verkiezing, niet uit werken, maar uit Hem die roept, werd gezegd: de oudste zal de jongste dienen’ (Romeinen 9:11-12).”
— Sint Augustinus
++++
Commentaar:
Augustinus spreekt hier over het mysterie van de goddelijke roeping en verkiezing. Hij maakt onderscheid tussen de algemene roeping — die velen ontvangen — en de bijzondere roeping “overeenkomstig het voornemen”, die verwijst naar Gods eeuwige besluit om sommigen uit te kiezen tot heil. Dit is geen willekeurige voorkeur, maar een uitdrukking van Gods genade, die niet gebaseerd is op menselijke verdienste (“niet uit werken”), maar op Gods vrije wil (“uit Hem die roept”).
Door te verwijzen naar Ezau en Jakob, benadrukt Augustinus dat Gods plan zich soms uitdrukt op manieren die menselijke logica overstijgen. Jakob, de jongste, wordt verkozen boven Ezau, de oudste — een omkering die Gods soevereiniteit onderstreept.
Deze leer kan confronterend zijn, maar Augustinus nodigt ons uit tot nederigheid: het heil is een gave, geen prestatie. Tegelijk roept het ons op tot vertrouwen, want wie geroepen is overeenkomstig het voornemen, mag weten dat zijn leven gedragen wordt door een eeuwige liefde.
++++
Gebed in de geest van Sint Augustinus
Eeuwige God, die ons roept met een stem die ons hart doorgrondt,
Gij die vóór de grondlegging van de wereld uw kinderen hebt gekend,
ook al stuiten sommige van zijn gedachten en daden mij tegen de borst.
ER IS IEMAND DIE IK VERGEEF,
ook al kwetst hij de mensen van wie ik het meest houd.
DIE PERSOON BEN IKZELF.
++++
Commentaar
Deze woorden van C.S. Lewis zijn een krachtige uitnodiging tot zelfcompassie. Ze doorbreken het idee dat liefde, aanvaarding en vergeving alleen voor anderen zijn bedoeld. Lewis herinnert ons eraan dat we ook onszelf mogen zien met de ogen van genade: niet als perfect, maar als menselijk. Het is een spirituele daad om onszelf te vergeven, juist wanneer we tekortschieten tegenover onze waarden of geliefden. In die erkenning ligt geen zwakte, maar een diepe kracht: de kracht om opnieuw te beginnen, om te groeien, en om onszelf niet af te wijzen, maar te omarmen zoals God ons omarmt.
++++
Gebed
Eeuwige, die ons kent tot in het diepst van ons hart,
Leer mij lief te hebben zoals U liefhebt:
zonder voorwaarden, zonder uitvluchten,
ook als ik struikel, ook als ik faal.
Help mij mezelf te aanvaarden,
niet uit gemakzucht, maar uit waarheid.
Laat mijn ogen zacht zijn voor mijn eigen gebreken,
“Hij leerde dat, hoewel God de schuld van de zonde vergeeft, de tijdelijke gevolgen vaak blijven bestaan — niet als straf, maar als een weg voor de zondaar om te groeien in nederigheid en vertrouwen op Gods genade.”
– Sint Augustinus
++++
Commentaar/
Augustinus wijst ons op een diep mysterie van de genade: vergeving is volledig en onmiddellijk, maar de gevolgen van onze daden kunnen blijven nazinderen. Niet om ons te kwellen, maar om ons te vormen. De pijn, de herinnering, de moeite om opnieuw op te bouwen — ze worden, in Gods handen, instrumenten van genezing en heiliging.
Dit Inzicht nodigt uit tot een volwassen geloof: een geloof dat niet alleen zoekt naar bevrijding van schuld, maar ook bereid is om de weg van herstel te gaan. Nederigheid groeit wanneer we erkennen dat we afhankelijk zijn van God, zelfs na vergeving. En juist in die afhankelijkheid bloeit de ware vrijheid.
++++
Gebed
God van barmhartigheid,
U die mijn schuld vergeeft met een liefde die geen grenzen kent,
help mij ook de gevolgen van mijn fouten te dragen met geduld en vertrouwen.
Laat mijn hart niet verbitteren, maar verzachten.
Laat mijn wonden geen muren worden, maar vensters naar Uw genade.
Leer mij groeien in nederigheid,
zodat ik in alles — ook in mijn gebrokenheid —
Uw aanwezigheid mag herkennen en Uw liefde mag weerspiegelen.
De juiste richting leidt niet alleen tot vrede, maar ook tot kennis.
Wanneer een mens beter wordt, begrijpt hij steeds duidelijker het kwaad dat nog in hem aanwezig is.
Wanneer een mens slechter wordt, begrijpt hij zijn eigen slechtheid steeds minder.
Een matig slecht mens weet dat hij niet erg goed is; een grondig slecht mens denkt dat hij in orde is.
Dat is eigenlijk gezond verstand.
Je begrijpt slaap wanneer je wakker bent, niet terwijl je slaapt.
Je ziet fouten in rekenwerk wanneer je geest goed werkt; terwijl je ze maakt, zie je ze niet.
Je begrijpt de aard van dronkenschap wanneer je nuchter bent, niet wanneer je dronken bent.
Goede mensen kennen zowel het goede als het kwade; slechte mensen kennen geen van beide.
++++
Commentaar:
Lewis wijst hier op een diep spiritueel inzicht: dat groei in goedheid gepaard gaat met een groeiend bewustzijn van onze gebrokenheid. Het is een paradox die in veel religieuze tradities terugkomt — hoe dichter we bij het licht komen, hoe scherper we onze schaduw zien. Slecht gedrag verduistert niet alleen onze moraal, maar ook ons vermogen om helder te zien. Zoals slaap ons het bewustzijn ontneemt, zo ontneemt kwaad ons het inzicht in onszelf.
Zijn analogieën — slaap, rekenfouten, dronkenschap — zijn eenvoudig maar krachtig. Ze maken duidelijk dat zelfkennis en moreel besef pas mogelijk zijn wanneer we ons in een toestand van innerlijke orde bevinden. Het is een oproep tot nederigheid: wie denkt dat hij ‘in orde’ is, zonder ooit zijn eigen tekortkomingen te onderzoeken, is misschien juist het verst afgedwaald.
++++
Gebed
Heer van licht en waarheid,
Leid ons op de weg die niet alleen vrede brengt, maar ook helderheid.
Geef ons de moed om eerlijk te kijken naar wat nog duister is in ons hart.
Laat ons niet verblind zijn door trots of gemak, maar wakker en nuchter in onze geest.
Zoals de ochtend het duister verdrijft, zo verdrijft Uw genade onze zelfmisleiding.
Maak ons tot mensen die het goede kennen — en het kwade herkennen —
opdat wij in waarheid kunnen leven,
en anderen met wijsheid en liefde tegemoet kunnen treden.
Jouw ogen zijn de ogen waarmee Hij vol mededogen naar deze wereld kijkt.
Jouw voeten zijn de voeten waarmee Hij het goede tegemoet gaat.
Jouw handen zijn de handen waarmee Hij de wereld zegent.
Jouw handen, jouw voeten, jouw ogen — jij bent Zijn lichaam.
Christus heeft nu geen ander lichaam dan het jouwe,
Geen handen, geen voeten op aarde dan de jouwe.
Jouw ogen zijn de ogen waarmee Hij vol mededogen naar deze wereld kijkt.
Christus heeft nu geen ander lichaam op aarde dan het jouwe.
++++
Commentaar:
Deze tekst, vaak toegeschreven aan St. Teresa van Ávila, is geen letterlijke citaat uit haar geschriften, maar een spirituele parafrase die haar mystieke visie weerspiegelt. Ze benadrukt de diepe eenheid tussen Christus en de gelovige: wij zijn Zijn verlengstuk in de wereld. Het is een oproep tot actieve compassie, tot het belichamen van Christus’ liefde in ons dagelijks handelen.
De herhaling in de tekst versterkt de urgentie: het is niet alleen een mooie gedachte, maar een roeping. In de geest van Teresa — die zelf een hervormer, mystica en vrouw van diepe gebed was — is dit een uitnodiging tot heilige verantwoordelijkheid.
++++
Gebed in de geest van St. Teresa
Heer Jezus,
Gij die in stilte woont in het hart van uw dienaren,
Maak mijn handen zacht en bereid om te zegenen,
Mijn voeten licht en trouw om het goede te zoeken,
Mijn ogen helder en bewogen om uw mededogen te weerspiegelen.
Laat mij uw lichaam zijn in deze wereld,
Niet uit trots, maar uit liefde.
Niet uit macht, maar uit dienstbaarheid.
Niet uit angst, maar uit vertrouwen.
Heilige Teresa, leer mij te bidden met het leven zelf,
St. Teresa van Jezus van Ávila (1515–1582) Kerklerares
“Lerares van het gebed”
In mijn ogen is geestelijk gebed niets anders dan een intieme omgang tussen vrienden.
Het betekent: regelmatig tijd nemen om alleen te zijn met Hem van wie we weten dat Hij ons liefheeft.
Het belangrijkste is niet veel nadenken, maar veel liefhebben, en dus dat doen
wat je het meest tot liefde beweegt.
Liefde is geen groot genot, maar het verlangen om God in alles te behagen.
++++
Commentaar:
St. Teresa’s woorden zijn een uitnodiging tot eenvoud en diepgang. Ze herinnert ons eraan dat gebed geen intellectuele prestatie is, maar een liefdesrelatie. Haar nadruk op “intieme omgang tussen vrienden” maakt van gebed iets vertrouwds, iets dat ieder mens kan beoefenen, ongeacht kennis of status.
De zin “niet veel nadenken, maar veel liefhebben” is een parel van mystieke wijsheid. Ze daagt ons uit om ons hart te laten spreken boven ons hoofd. Liefde, zegt ze, is niet het zoeken naar extase, maar het verlangen om God vreugde te brengen — een actieve, dienstbare liefde.
Voor jou, die zo vaak zoekt naar woorden die resoneren met warmte en helderheid, is dit een tekst die zich leent tot contemplatieve herhaling en misschien zelfs tot het vormgeven van een kaart of gebedsprent.
++++
Gebed geïnspireerd door St. Teresa
Vriend van mijn ziel,
Gij die mij kent en liefhebt,
Laat mij tot U komen, niet met veel woorden,
maar met een hart dat verlangt om U te behagen.
Leer mij stil te zijn in Uw aanwezigheid,
zoals vrienden samen zwijgen in vrede.
Laat mijn liefde groeien, niet door gevoel,
maar door trouw in de kleine dingen.
Wek in mij datgene wat mij het meest tot liefde beweegt,
“God is meer verheugd over één werk, hoe klein ook, dat in het geheim wordt verricht zonder verlangen dat het bekend wordt, dan over duizend werken die gedaan worden met het verlangen dat mensen ervan weten.”
— St. Jan van het Kruis
Kerkleraar, 1542–1591
++++
Commentaar:
Deze uitspraak van St. Jan van het Kruis is een krachtige uitnodiging tot nederigheid en innerlijke zuiverheid. In een wereld die vaak draait om zichtbaarheid, erkenning en prestaties, herinnert hij ons eraan dat het hart waarmee we iets doen belangrijker is dan de omvang of de publieke waardering ervan.
Hij spreekt tot de ziel die verlangt naar een intieme relatie met God, waarin het verborgen gebed, de stille dienstbaarheid en de onopvallende liefde de grootste waarde hebben. Het is een spiritualiteit van het verborgene, waarin het ego afneemt en God toeneemt.
Voor wie leeft vanuit geloof, is dit een troost: dat zelfs het kleinste gebaar van liefde, als het uit zuiverheid voortkomt, een echo heeft in de hemel.
++++
Gebed in de geest van St. Jan van het Kruis
Heer, mijn God,
leer mij het stille werk van de liefde,
dat geen lof zoekt, geen erkenning verlangt,
maar slechts Uw vreugde tot doel heeft.
Laat mijn hart klein zijn,
en mijn daden groot in Uw ogen,
al blijven ze verborgen voor de wereld.
Geef mij de genade om U te dienen in het verborgene,
met een zuiver hart en een stille vreugde,
zoals Uw heilige Jan van het Kruis ons heeft voorgedaan.
Liefde was het wapen van Stefanus waarmee hij elke strijd won en zo de kroon verwierf die zijn naam aanduidt. Zijn liefde voor God weerhield hem ervan toe te geven aan de woedende menigte; zijn liefde voor de naaste deed hem bidden voor degenen die hem stenigden. Liefde dreef hem ertoe hen die dwaalden te berispen, opdat zij zich zouden bekeren; liefde bracht hem ertoe te bidden voor zijn stenigers, opdat zij gespaard zouden blijven voor straf. Gesterkt door de kracht van zijn liefde overwon hij de razende wreedheid van Saul en won hij zijn vervolger op aarde als metgezel in de hemel. In zijn heilige en onvermoeibare liefde verlangde hij door gebed te winnen wie hij niet kon bekeren door vermaning. Nu verheugt Paulus zich met Stefanus, met Stefanus geniet hij van de heerlijkheid van Christus, met Stefanus jubelt hij, met Stefanus regeert hij. Stefanus ging voor, gedood door de stenen die Paulus liet werpen, maar Paulus volgde, geholpen door Stefanus’ gebed. Dit is waarlijk het ware leven, broeders: een leven waarin Paulus zich niet schaamt voor Stefanus’ dood, en Stefanus zich verheugt in Paulus’ gezelschap, want liefde vervult hen beiden met vreugde. Het was Stefanus’ liefde die de wreedheid van de menigte overwon, en Paulus’ liefde die een menigte van zonden bedekte; het was liefde die hun beiden het koninkrijk der hemelen schonk.
— Fulgentius van Ruspe
++++
Commentaar:
Deze tekst is een lofzang op de transformerende kracht van liefde, die zelfs de wreedste vervolging kan omvormen tot genade. Stefanus’ martelaarschap is geen verhaal van nederlaag, maar van overwinning door liefde: een liefde die bidt voor de vijand, die niet haat maar hoopt. Fulgentius toont hoe Stefanus’ gebed voor zijn vervolgers vrucht droeg in Paulus’ bekering — een van de krachtigste bekeringen in de christelijke traditie. De tekst nodigt ons uit om liefde niet te zien als zwakte, maar als geestelijke kracht die verzoent, geneest en verheft.
++++
Gebed in de geest van Stefanus
Heer Jezus Christus,
Gij die Stefanus de kracht gaf om te beminnen te midden van geweld,
leer ook ons om te antwoorden met liefde waar haat heerst,
om te bidden voor wie ons kwetsen,
om te hopen waar wanhoop dreigt.
Laat ons, zoals Stefanus, niet wijken voor de storm,
maar standhouden in zachtmoedigheid,
vertrouwend op Uw genade die harten kan keren.
Moge onze liefde, hoe klein ook,
een zaad zijn van verzoening,
een licht in de duisternis,
een brug naar Uw koninkrijk.
Amen.
++++
Wie was Fulgentium van Ruspe ?
Fulgentius van Ruspe (ca. 467–533) was een invloedrijke christelijke bisschop, monnik en theoloog uit Noord-Afrika, vooral bekend om zijn verdediging van de orthodoxe leer in een tijd van religieuze en politieke onrust.
Korte biografie:
Geboorte en afkomst: Geboren in Telepte (in het huidige Tunesië), uit een Romeins-Carthaagse familie van senatoriale rang.
Opleiding en carrièrestart: Hij was een briljante leerling en werd aanvankelijk belastinginner in de provincie Byzacena.
Bekering tot het kloosterleven: Diep geraakt door een preek van Augustinus van Hippo, legde hij zijn ambt neer en trad toe tot een kloostergemeenschap.
Bisschop van Ruspe: Tegen zijn zin werd hij gekozen tot bisschop. Zijn ambt werd bemoeilijkt door de ariaanse Vandaalse koningen, waardoor hij vaak moest vluchten of in ballingschap leven.
Theologische strijd: Hij verdedigde de trinitarische orthodoxie tegen het arianisme en de genadeleer van Augustinus tegen het semi-pelagianisme.
Schrijver en denker: Fulgentius schreef brieven, preken en polemische werken die de leer van de Kerk verdedigden en verdiepten.
Overlijden en feestdag: Hij stierf op 1 januari 533. Zijn naamdag wordt gevierd op 1 januari.
Spirituele betekenis:
Fulgentius wordt gezien als een brugfiguur tussen Augustinus en latere kerkvaders. Zijn werk ademt een diepe liefde voor God, een vurige inzet voor waarheid, en een pastorale zorg voor zielen in verwarring. Zijn tekst over Stefanus getuigt van zijn vermogen om martelaarschap niet als tragedie, maar als triomf van liefde te beschouwen.
“De Evangeliën dringen aan op twee tegengestelde waarheden die de tragedie van de menselijke conditie uitdrukken: de eerste is dat als je niet liefhebt, je niet zult leven; de tweede is dat als je wél liefhebt, je zult worden gedood.
Als je niet kunt liefhebben, blijf je opgesloten in jezelf en onvruchtbaar — niet in staat om een toekomst te scheppen voor jezelf of voor anderen, niet in staat om werkelijk te leven.
Maar als je wél effectief liefhebt, ben je een bedreiging voor de structuren van overheersing waarop onze menselijke samenleving rust, en zul je worden gedood.”
— Herbert McCabe
++++
Commentaar:
McCabe legt hier een rauwe, profetische waarheid bloot: liefde is zowel de bron van leven als de weg naar het kruis. Zijn woorden echoën het evangelie zelf — waar Christus, uit liefde, de dood ingaat. Liefde is geen veilige keuze in een wereld die gebouwd is op macht, controle en zelfbehoud. Wie werkelijk liefheeft, breekt met die structuren en roept weerstand op.
Toch is dit geen oproep tot wanhoop, maar tot moed. Liefde is het enige dat leven voortbrengt, zelfs als het lijden meebrengt. In deze paradox ligt het mysterie van het christelijk geloof: dat sterven uit liefde de poort opent naar opstanding.
++++
Gebed: Liefde die Leven en Lijden draagt:
Heer Jezus, Gekruisigde Liefde,
Gij hebt ons geleerd dat ware liefde geen veilige weg is,
maar een pad dat leidt door lijden naar leven.
Geef ons de moed om lief te hebben zoals Gij:
zonder terughoudendheid, zonder angst voor verlies.
Laat ons niet verstijven in zelfbehoud,
maar open ons hart voor de kwetsbaarheid van liefde.
Wanneer onze liefde botst met de machten van deze wereld,
wees dan onze kracht, onze troost, onze hoop.
Moge onze liefde vrucht dragen,
zelfs als zij ons kost wat wij niet willen verliezen.
Want in U, Heer, is elke dood een kiem van opstanding.
Amen.
++++
Wie is Herbert mc cabe ?
Herbert McCabe (1926–2001) was een Engelse Dominicaner priester, katholiek theoloog en filosoof die diepe invloed heeft uitgeoefend op het denken over geloof, ethiek en politiek.
Korte biografie:
Volledige naam: Herbert John Ignatius McCabe OP
Geboren: 2 augustus 1926 in Middlesbrough, Engeland
Gestorven: 28 juni 2001
Orde: Dominicanen (Ordo Praedicatorum)
Studie: Begon met chemie aan Manchester University, maar schakelde over naar filosofie onder invloed van Dorothy Emmet.
Specialisatie: Thomisme (leer van Thomas van Aquino), ethiek, filosofie van religie
Bekend om:
Zijn scherpe, vaak provocerende essays over liefde, macht, en de rol van de Kerk
Zijn redactie van het tijdschrift New Blackfriars
Zijn uitspraak: “Natuurlijk is de Kerk corrupt — maar dat is geen reden om haar te verlaten.”
Wat maakt hem bijzonder?
McCabe combineerde de klassieke scholastiek van Thomas van Aquino met moderne denkers zoals Wittgenstein, Marx en Freud. Hij was een briljant denker die weigerde zich te conformeren aan academische conventies. Zijn werk is doordrenkt van een diepe liefde voor waarheid, maar ook van een scherp besef van de tragiek en complexiteit van menselijke structuren.
Hij geloofde dat ware liefde altijd een politieke daad is — een bedreiging voor systemen van overheersing. Zijn theologie is radicaal in de zin dat ze het evangelie serieus neemt als een oproep tot transformatie, zelfs ten koste van het eigen leven.
Het gedicht “Santo del Silencio…” van José Domingo de Mena (Pomo Moreno)
Heilige van de Stilte
I
Heilige van de stilte, tragische Sint Bruno, jij biedt het geheim van de volmaaktheid. Waar jouw ascese reikt, komt niemand toe, je overtreft alles in verzaking en heiligheid. Alle martelingen van het lichaam, het vasten, en het boetekleed van voortdurende gebeden, zijn voor jou geen offer, geen last om te dragen— je ziet martelaarschap als een waanbeeld, een zinsbegoocheling. Zelfs je stem, trouwe metgezel van het bestaan, in je eenzame, sobere leven, lijkt jou een vreugde die je moet verwerpen… En heldhaftig, wreed zelfs, trek je je terug, je legt jezelf het strenge vasten van zwijgen op, en bereikt de grote deugd van het stil zijn.
II
Zwijgen, zoals de edelste dingen zwijgen: de boom, de ster, de wolk, de bloem. De uren laten voorbijgaan in stilte, alleen luisterend naar de innerlijke stem…Zwijgen, beseffend dat de mooiste woorden niet volstaan om uit te drukken de wonderen van een mens vol liefde. Zwijgen… jezelf de ijzeren muilkorf opleggen van koppig stilzwijgen. De valstrik weerstaan van de Duivel, die klaarstaat om te dicteren… En als het nodig is om het zwijgen te doorbreken, wees dan een drievoudige stem, een echo van glorie of afgrond, spreek zoals de vogels en de zee spreken!
III
Stel een rem op mijn losse tong, o God. Sint Bruno, bescherm mijn oprechte verlangen. Laat mijn woorden niet meer wegstromen in de rivier van onverschilligheid. Heer, ik wil zwijgen. Mijn makkelijke woorden worden een stroom die mijn sobere geest verzacht en overspoelt. Spreken zonder rust, zonder ritme, zonder vuur— Heer, maak mijn woorden droog en licht. Laat mijn leven de invloed voelen van deze heilige betovering van afzondering, die ik bewonder en met vurigheid vereer. En als ik moet spreken zoals hij in zijn nederigheid, laat dan een vlammend zwaard mijn tong treffen, en laat mijn ziel spreken met zijn hart.
++++
Commentaar:
Dit gedicht is een krachtige lofzang op Sint Bruno, stichter van de Kartuizerorde, bekend om zijn radicale keuze voor stilte en afzondering. De dichter verheft Bruno’s zwijgen tot een mystieke daad: niet als afwezigheid van woorden, maar als een spirituele discipline die leidt tot innerlijke zuiverheid en goddelijke nabijheid.
De eerste strofe benadrukt Bruno’s ascetische kracht en zijn afwijzing van zelfs de menselijke stem. De tweede strofe vergelijkt zijn zwijgen met de stille schoonheid van de natuur, en toont hoe woorden tekortschieten om het goddelijke te vatten. De derde strofe is een persoonlijke smeekbede: de dichter vraagt om bescherming tegen de verleiding van loze woorden en verlangt naar de heilige kracht van het zwijgen.
Het gedicht is niet alleen een portret van Bruno, maar ook een uitnodiging tot contemplatie, tot het zoeken van God in de stilte, en tot het spreken met het hart in plaats van met de mond.
“Wat heb je eraan om de hele wereld te winnen? Wie rijkdom najaagt, verliest tijd die besteed had kunnen worden aan het zoeken naar de hemel.”
St.Jeronymus
++++
Commentaar
Deze uitspraak van St. Hieronymus is een krachtige herinnering aan de vergankelijkheid van aardse bezittingen en de eeuwige waarde van het geestelijke leven. In een wereld die ons voortdurend uitnodigt om meer te bezitten, meer te bereiken, en meer te consumeren, klinkt zijn stem als een profetisch tegengeluid: het ware doel van ons leven ligt niet in het vergaren van rijkdom, maar in het zoeken naar God.
De zin “tijd die besteed had kunnen worden aan het zoeken naar de hemel” raakt een gevoelige snaar. Tijd is ons kostbaarste bezit, en hoe we die besteden zegt veel over onze prioriteiten. St. Hieronymus nodigt ons uit tot een levenshouding van eenvoud, toewijding en innerlijke gerichtheid — niet als een afwijzing van de wereld, maar als een bewuste keuze voor het eeuwige boven het tijdelijke.
++++
Gebed
Heer, onze God,
Leer ons de waarde van de tijd die Gij ons schenkt.
Laat ons niet verdwalen in het najagen van rijkdom, roem of bezit,
maar richt ons hart op U, die het ware leven geeft.
Moge de woorden van uw dienaar Hieronymus ons wakker schudden,
dat wij niet de wereld winnen en U verliezen.
Geef ons de genade om elke dag te kiezen voor het licht,
voor liefde, voor waarheid,
voor de weg die leidt naar de hemel.
Amen.
++++
Wie was st Jeronymus ?
Sint Hiëronymus (ca. 347–420 n.Chr.), geboren als Eusebius Sophronius Hiëronymus in Stridon (in het huidige Kroatië of Slovenië), was een van de grote kerkvaders van het Westen en een sleutelfiguur in de vroege christelijke traditie.
Leven en werk:
Opleiding en bekering: Hij studeerde in Rome, waar hij werd gedoopt en een diepe liefde ontwikkelde voor klassieke literatuur.
Monnikenleven: Na een periode van rondreizen koos hij voor een ascetisch leven in de woestijn van Syrië, waar hij zich toelegde op gebed, studie en boetedoening.
Bijbelvertaling: Op verzoek van paus Damasus begon hij aan zijn levenswerk: een vertaling van de Bijbel in het Latijn, bekend als de Vulgaat. Deze vertaling werd later door de Kerk als gezaghebbend erkend.
Laatste jaren: Hij vestigde zich in Bethlehem, waar hij een kloostergemeenschap leidde en verder werkte aan theologische teksten.
++++
Spirituele betekenis
Hiëronymus wordt herinnerd als een geleerde, kluizenaar en heilige die zijn intellect en ascese volledig in dienst stelde van God. Zijn werk heeft eeuwenlang het christelijk denken en de liturgie beïnvloed. Hij is patroonheilige van vertalers, bibliothecarissen en theologen.
++++
Gebed bij zijn nagedachtenis
Heilige Hiëronymus,
Gij die de Schrift hebt bemind en vertaald met vurige toewijding,
leer ons de kracht van het Woord van God te herkennen.
Help ons de stilte te zoeken waarin Gods stem kan klinken.
Moge uw voorbeeld ons inspireren tot nederigheid, studie en gebed,
zodat wij, zoals gij, het eeuwige mogen verkiezen boven het tijdelijke.
Bid voor ons, dat wij trouw blijven aan de waarheid van Christus.
“…voor het eerst heb ik tranen van vreugde gehuild, in de zekerheid dat God mij heeft vergeven en dat Christus nu in mij leeft door mijn lijden en mijn liefde.”
– Jacques Fesch
++++
Deze uitspraak van Jacques Fesch is diep ontroerend en getuigt van een krachtige innerlijke bekering. De combinatie van “tranen van vreugde” en “zekerheid van vergeving” wijst op een mystieke ervaring van genade, waarin lijden niet langer slechts pijn is, maar een kanaal wordt voor liefde en Christus’ aanwezigheid. Dat hij spreekt over Christus die “in hem leeft” door zijn lijden en liefde, echoot Paulus’ woorden in Galaten 2:20: “Niet ik leef, maar Christus leeft in mij.”
Gezien Fesch’ tragische levensverhaal – van misdaad tot bekering in de gevangenis – krijgt deze tekst een profetisch gewicht. Het is een getuigenis van hoe zelfs in de diepste duisternis een mens kan worden aangeraakt door God en getransformeerd tot een bron van hoop.
Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.
De ‘goede moordenaar’.
De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)
Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.
“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”
Het leven van Jacques Fesch :
Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.
De ‘goede moordenaar’.
De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)
Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.
“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”
Uit zijn dagboek:
Een verwende jeugd.
Jacques en zijn zussen.
Jacques op 11-jarige leeftijd
Jacques Fesch wordt geboren op 6 april 1930 in Saint-Germain-en-Faye in Frankrijk. Zijn vader was de Belgische bankier en pianist Georges Fesch, gehuwd met Marthe Hallez, die zich hier met zijn familie was komen vestigen. Hoewel zijn vader een overtuigd atheïst en cynicus was, krijgt hij toch, via zijn religieuze moeder, een gelovige opvoeding. Samen met zijn oudere zussen Monique en Nicole kent Jacques een probleemloze jeugd en komt hij niets tekort.
Zijn ouders kennen echter een turbulent huwelijksleven en dat komt zijn persoonlijkheid niet ten goede. Het huwelijk loopt op de klippen. Na zijn middelbare studies volbrengt hij zijn legerdienst. Hij leert Pierette kennen, maakt haar zwanger en gaat een burgerlijk huwelijk met haar aan op 5 juni 1951. Een maand na hun huwelijk wordt hun dochtertje Véronique geboren. Ook dit huwelijk houdt geen stand en ze gaan uit elkaar, hoewel de vriendschap blijft bestaan. In 1953 leert hij Thérèse Troniou kennen. Uit deze relatie wordt een zoon, Gérard, geboren.
Jacques is nu 24 jaar oud. Zijn bestaan is leeg en hij verveelt zich dood. Later zal zijn biograaf, de priester Manaranche, verklaren: “Fesch getuigde van zo’n honger naar het niets, dat hij compensatie zocht in het meest ongebreidelde en egoïstische genotzucht.” Om te ontsnappen aan de leegte en zinloosheid van zijn ‘gouden kooi’ droomt hij ervan met een zeilboot verre reizen te ondernemen naar de eilanden van de Stille Oceaan. Dat hij zelf niet kan zeilen is voor hem een onbelangrijk detail. Vertrekken wordt voor hem een obsessie. Hij bestelt een zeilboot in La Rochelle. Het geld om die te betalen heeft hij echter niet. Dan gaat hij het maar zoeken waar het zit: bij een bank. De dwaasheid van zijn verlangens en zij geldzucht leiden hem tot een misdaad met onherroepelijke gevolgen.
Een fatale misdaad.
Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat. Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’
Een fatale misdaad.
Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat. Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘La senté
Een fatale misdaad.
Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat. Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’
Een fatale misdaad.
Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat. Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’.
Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.
De ‘goede moordenaar’.
De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)
Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.
“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”Uit zijn dagboek:
Een verwende jeugd.
Jacques Fesch wordt geboren op 6 april 1930 in Saint-Germain-en-Faye in Frankrijk. Zijn vader was de Belgische bankier en pianist Georges Fesch, gehuwd met Marthe Hallez, die zich hier met zijn familie was komen vestigen. Hoewel zijn vader een overtuigd atheïst en cynicus was, krijgt hij toch, via zijn religieuze moeder, een gelovige opvoeding. Samen met zijn oudere zussen Monique en Nicole kent Jacques een probleemloze jeugd en komt hij niets tekort.
Zijn ouders kennen echter een turbulent huwelijksleven en dat komt zijn persoonlijkheid niet ten goede. Het huwelijk loopt op de klippen. Na zijn middelbare studies volbrengt hij zijn legerdienst. Hij leert Pierette kennen, maakt haar zwanger en gaat een burgerlijk huwelijk met haar aan op 5 juni 1951. Een maand na hun huwelijk wordt hun dochtertje Véronique geboren. Ook dit huwelijk houdt geen stand en ze gaan uit elkaar, hoewel de vriendschap blijft bestaan. In 1953 leert hij Thérèse Troniou kennen. Uit deze relatie wordt een zoon, Gérard, geboren.
Het liefdesleven van Jacques is symptomatisch voor zijn bestaan. Hij leidt het leven van een verwende en losbandige playboy. Hij verlaat de job bij de bank van zijn vader maar leeft rijkelijk verder van de rente die zijn vader hem maandelijks uitkeert en van het kapitaal dat zijn moeder hem ter beschikking had gesteld om een eigen bedrijf mee op te starten. Overdag rijdt hij rond in zijn sportwagen Simca en’s nachts jaagt hij achter de meisjes tijdens zijn uitgangsleven in Saint-Germain-des-Prés.
Jacques is nu 24 jaar oud. Zijn bestaan is leeg en hij verveelt zich dood. Later zal zijn biograaf, de priester Manaranche, verklaren: “Fesch getuigde van zo’n honger naar het niets, dat hij compensatie zocht in het meest ongebreidelde en egoïstische genotzucht.” Om te ontsnappen aan de leegte en zinloosheid van zijn ‘gouden kooi’ droomt hij ervan met een zeilboot verre reizen te ondernemen naar de eilanden van de Stille Oceaan. Dat hij zelf niet kan zeilen is voor hem een onbelangrijk detail. Vertrekken wordt voor hem een obsessie. Hij bestelt een zeilboot in La Rochelle. Het geld om die te betalen heeft hij echter niet. Dan gaat hij het maar zoeken waar het zit: bij een bank. De dwaasheid van zijn verlangens en zij geldzucht leiden hem tot een misdaad met onherroepelijke gevolgen.
Een fatale misdaad.
Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat. Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’.
Van ‘assasin’ tot ‘assa-saint’ (van moordenaar tot heilige).
Zijn opsluiting in de gevangenis wordt het begin van een geestelijke avontuur. Hij zal er een proces van bekering doormaken, een weg van heiliging. Het leven dat hij zo wanhopig zocht in zijn uitspattingen zal zich realiseren op een wijze die hij zich vooraf niet kon inbeelden. Van het paradijs dat hij droomde op romantische eilanden komt hij nu terecht op de echte weg naar het ware Paradijs. Soms kan men zijn leven enkel doen slagen door het te verliezen, zo lijkt het.
In het begin stuurt hij de aalmoezenier wandelen: “Ik heb geen geloof, het is de moeite niet waard.” Maar langzamerhand echter groeit een toenadering. Een boek over de verschijningen in Fatima zet hem inwendig helemaal overhoop. De niet aflatende inzet van de aalmoezenier, die elke dag de H. Mis leest op zijn cel, van zijn zeer gelovige advocaat, van broeder Thomas, een benedictijn die hem regelmatig schrijft., komt er een bekeringsproces opgang. In de nacht van 28 februari 1955 overkomt hem het volgende:
De gevangenis ‘La Santé’.
“Ik lag op mijn bed met mijn ogen open. Voor de eerste keer in mijn leven en met een zeldzame intensiteit voelde ik een reëel leed. Het is toen dat een schreeuw uit mijn borst opwelde, een roep om hulp: “Mijn God!”, en op datzelfde ogenblik, zoals een hevige wind die voorbij komt en waarvan men niet weet waar hij vandaan komt, greep de Geest van de Heer me bij de keel. Het gaf de indruk van een oneindige kracht en van zachtheid. En overweldigend, in enkele uren tijd, bezat ik het geloof, een absolute zekerheid. […] Ik geloofde en begreep niet hoe ik er in geslaagd was niet te geloven. De genade had me bezocht, een grote vreugde kwam over mij en vooral een diepe vrede. In een ogenblik was alles helder geworden.”
De weg naar de bekering was ingezet. zijn cel wordt die van een monnik. “In de gevangenis heb je maar twee keuzes”, zo schrijft hij, “ofwel wordt je een rebel ofwel een monnik.” De binnenkoer van de Santé, waar hij een half uur per dag in afzondering mag rondwandelen, zijn kloostergang van gebed. Hij ontwikkelt een intens gebedsleven, ontpopt zich tot een waar mysticus. “Alles wat wij beminnen wordt ook door God bemind. Hij trekt het tot Zich omdat wij in zijn liefde blijven. Hij is oneindige barmhartigheid. Het behaagt de Heer om in een ziel te wonen om ze tot een instrument te maken van heil voor de anderen. Ik denk dat je de ziel kan vergelijken met een spiegel: God laat er zijn licht op stralen en Hij doet het weerkaatsen, min of meer overeenkomstig zijn volmaaktheid.” Hij verdiept zich in de H. Schrift en in de geschriften van Theresia van Avila, Franciscus en Theresia van Lisieux. Deze inspireren voortaan zijn gevangenisleven. “Ik heb mijn rechterhand gelegd in de hand van heilige Maagd en de linker in de hand van de kleine Theresia. Met deze twee riskeer ik niets.”
Zijn geestelijke tocht is heftig en turbulent. “Ik heb vrede gevonden maar tegelijkertijd ook strijd”, zo schrijft hij. Naarmate de dag van zijn terechtstelling nadert, verenigt hij zich met het lijden en sterven van de Heer. Het lijdensverhaal van Christus is daarbij zijn gids. Hij beschouwt zijn eigen terdoodveroordeling als een terugkoop van zijn eigen misdaad. Zijn beproeving ziet hij als boetedoening voor zijn zonden en die van anderen. Kortom: zijn eigen toekomstige dood gaat hij zin geven als een ‘verlossende dood’.
Op de vooravond van zijn executie, omstreeks 17.00 u, wanneer men op de binnenkoer van de gevangenis de guillotine opstelt, huwt Pierette met Jacques, kerkelijk deze keer. En ook ‘op afstand’: zij in de pastorij, hij in zijn cel terwijl daar de huwelijksmis volgt in zijn missaal. ’s Nachts bemediteert hij geknield de passie van Jezus. Hij schrijft het volgende in zijn dagboek: “Het is de laatste dag van de race. Morgen rond deze tijd zal ik in de hemel zijn! Ik zal nu nog nadenken over de lijdensweg van onze Heer in de hof van Gethsemane … Help me, Jezus! Dit zijn de laatste vijf uur van mijn leven. Binnen vijf uur zal ik Jezus zien!”
De volgende morgen, op 1 oktober 1957 om 5.30 u, valt de hakbijl. Op dat moment bidden Pierette en zijn dochter Veronique het magnificat. Zijn moeder, een jaar voordien overleden, had haar leven geofferd voor zijn bekering. Zijn eigen dood offert hij voor de bekering van zijn vader en van zijn beide kinderen. Merkwaardige overeenkomst: hij sterft op dezelfde dag als Theresia van Lisieux, en op dezelfde leeftijd. Een knipoog van God?
Naar een zaligverklaring.
In 1993 start kardinaal Lustiger, voormalig aartsbisschop van Parijs, met het proces tot zaligverklaring.
Bij die gelegenheid zei hij: “Niemand is voor altijd verloren in de ogen van God, zelfs als hij sociaal gezien veroordeeld is. Ik hoop dat Jacques Fesch op een dag vereerd zal worden als een heilige. De moordenaar die hij was (‘assasin’), de tot inkeer gekomen misdadiger, zal een heilige (‘saint’) geworden zijn.”
Op hem zijn ook deze woorden van de theoloog Daniel-Ange van toepassing: “Voor nieuwe noden zijn er nieuwe heiligen. We zijn nu gekomen in het tijdperk van heilige mislukkelingen. Een tijd van grote ellende, een tijd van grote barmhartigheid. Steeds minder zal een heilige een toonbeeld van volmaaktheid zijn, steeds meer een kind van de vergiffenis. Ze zullen van het ras van de ‘goede moordenaar’ zijn …”.
Jacques Fesch kan voor ons een nieuwe ‘goede moordenaar’ zijn. Een heilige die toont hoe radicaal iemand kan veranderen wanneer hij door Gods genade geraakt wordt. Een voorbeeld voor jongeren de dag van vandaag, die gebukt gaan onder grenzeloze genotszucht en een nihilisme dat de ziel dood. Een voorspreker en een voorbeeld voor jonge mensen die verloren lopen, hun weg niet vinden in het leven, ten onder gaan aan een consumptief bestaan. Maar zover is het nog niet. Intussen kan Jacques Fesch aanroepen worden als ‘dienaar Gods’. In de hemel zal God zijn heiligen herkennen, en we riskeren daarbij voor enkele grote verrassingen te staan.