
O mijn God,
laat mij met dankbaarheid herinneren
en aan U belijden
Uw barmhartigheden jegens mij.
— Augustinus van Hippo, Belijdenissen
Commentaar:
Deze woorden uit de Confessiones van Augustinus zijn doordrenkt van nederigheid en verwondering. Hij kijkt terug op zijn leven — met al zijn omwegen, fouten en genadevolle wendingen — en erkent dat Gods barmhartigheid hem steeds heeft begeleid. Het is geen oppervlakkige dankbaarheid, maar een diepe, doorleefde erkenning: dat zelfs in zijn dwaasheid en verzet, God hem bleef roepen, dragen en genezen.
Augustinus nodigt ons uit om ons eigen levensverhaal te herlezen in het licht van Gods trouw. Niet om onszelf te veroordelen, maar om de sporen van genade te ontdekken — in herinneringen, ontmoetingen, inzichten, en innerlijke ommekeer. Zijn gebed is een oefening in spiritueel geheugen: het her-inneren van Gods aanwezigheid, zodat ons hart zich opent voor lof en overgave.
++++
Gebed in de geest van Augustinus:
Goede en barmhartige God,
U was bij mij toen ik U vergat,
U riep mij toen ik verdwaalde,
U hield van mij voordat ik U kende.
Laat mij niet leven in vergetelheid,
maar herinneren met dankbaarheid
hoe Uw genade mij heeft gezocht en gevonden.
Laat mijn belijdenis geen last zijn,
maar een lofzang op Uw trouw.
Maak mijn hart zacht, mijn geest helder,
opdat ik U erken als de bron van mijn leven.
Amen.
*******************
