Justinus Martelaar: Dan worden aan de leider van de broeders brood en een beker wijn gemengd met water gebracht; en hij neemt deze aan…..

*****

In zijn verdediging aan keizer Antoninus Pius getuigt de heilige Justinus de Martelaar van de liturgische praktijk van de vroege Kerk. Hij bespreekt niet alleen de werkelijkheid van de Eucharistie, maar ook de wedergeboorte door de doop:

Justinus de Martelaar – Eerste Apologie, hoofdstukken 65–66 (~150 n.Chr.):

Dan worden aan de leider van de broeders brood en een beker wijn gemengd met water gebracht; en hij neemt deze aan, prijst en verheerlijkt de Vader van het universum, door de naam van de Zoon en van de Heilige Geest, en brengt een langdurige dankzegging uit voor het feit dat wij waardig zijn bevonden deze dingen uit Zijn hand te ontvangen.

Wanneer hij de gebeden en dankzeggingen heeft beëindigd, antwoorden alle aanwezigen met het woord “Amen”. Dit woord “Amen” betekent in het Hebreeuws: “Zo zij het”.

En nadat de leider dank heeft gezegd en het volk hun instemming heeft betuigd, delen de diakenen aan ieder van de aanwezigen het brood en de wijn gemengd met water uit, waarover de dankzegging is uitgesproken. Aan de afwezigen wordt een deel meegegeven.

Dit voedsel wordt onder ons “Eucharistie” genoemd, en niemand mag ervan deelnemen tenzij hij gelooft dat wat wij leren waar is, en hij gewassen is met de doop tot vergeving van zonden en tot wedergeboorte, en leeft zoals Christus heeft voorgeschreven.

Want wij ontvangen dit niet als gewoon brood en gewone drank; maar zoals Jezus Christus onze Heiland, vlees is geworden door het Woord van God, en vlees en bloed had tot onze redding, zo zijn wij ook geleerd dat het voedsel dat door het gebed van Zijn woord gezegend is, en waarvan ons vlees en bloed door verandering gevoed worden, het vlees en bloed is van die Jezus die vlees is geworden.

Want de apostelen hebben in de door hen geschreven herinneringen, die “Evangelieën” worden genoemd, ons overgeleverd wat hun was opgedragen: dat Jezus het brood nam, dankzegging uitsprak en zei: “Doe dit tot mijn gedachtenis, dit is mijn lichaam”; en dat Hij op dezelfde wijze de beker nam, dankte en zei: “Dit is mijn bloed”, en het aan hen gaf.

++++

Commentaar:

Justinus’ beschrijving van de eucharistie is een van de oudste buitenbijbelse getuigenissen van de christelijke liturgie. Zijn woorden tonen aan dat de vroege Kerk al een diep sacramenteel besef had: de eucharistie was geen symbolisch ritueel, maar een mysterie waarin Christus werkelijk aanwezig was. De nadruk op geloof, doop en levenswandel als voorwaarden voor deelname onderstreept de heiligheid van dit sacrament.

Zijn uitleg verbindt de incarnatie van Christus met de eucharistie: zoals het Woord vlees werd, zo wordt het gezegende brood en de wijn werkelijk tot het lichaam en bloed van Christus. Dit is geen magisch denken, maar een mystieke realiteit die door gebed, gemeenschap en geloof wordt ontvangen.

++++

Gebed geïnspireerd door Justinus:

Heer Jezus Christus,

die ons hebt liefgehad tot het uiterste,

en ons uw lichaam en bloed hebt gegeven als voedsel voor de ziel,

wij danken U voor het mysterie van de eucharistie,

waarin U ons voedt, vernieuwt en verenigt met U.

Laat ons, zoals Justinus getuigde,

niet achteloos naderen tot deze heilige gave,

maar met geloof, reinheid en gehoorzaamheid,

opdat wij werkelijk deel hebben aan uw leven.

Zegen allen die uw naam aanroepen,

en leid ons door uw Geest tot een leven

dat uw liefde weerspiegelt in woord en daad.

Amen.

**************

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie