BE THOU MY VISION — My Favorite Irish Hymn! 🙂
1.Wees Gij mijn visie, o Heer van mijn hart;
niets anders zij mij dan Gij zijt
Gij, mijn beste gedachte, dag en nacht;
wakend of slapend, Uw aanwezigheid is mijn licht.
2. Wees Gij mijn wijsheid, en Gij mijn ware Woord;
ik ben altijd met U en Gij met mij, Heer.
Gij, mijn grote Vader, ik ben Uw geliefde kind;
Gij woont in mij, met U verzoend.
3. Wees mijn borstplaat, mijn zwaard in de strijd;
wees mijn waardigheid, mijn vreugde.
Wees de schuilplaats van mijn ziel, mijn hoge toren;
verhef mij naar de hemel, o Macht van mijn macht.
4.Aan rijkdom schenk ik geen acht, noch aan ijdele, lege lof;
U bent mijn erfdeel, nu en altijd.
U en U alleen, de eerste in mijn hart,
Hoge Koning der Hemelen, mijn schat bent U.
5.Verheven Koning der Hemelen, mijn overwinning is behaald,
moge ik de vreugde van de Hemel bereiken, o stralende Zon der Hemelen!
6. Hart van mijn hart, wat er ook gebeurt,
blijf mijn visie, o Heerser over alles.
Bron: Hymnen en Devoties voor Dagelijkse Aanbidding .
+++++++++++
De volledige tekst met commentaar :
1.“Wees Gij mijn visie, o Heer van mijn hart”
niets anders zij mij dan Gij zijt
Gij, mijn beste gedachte, dag en nacht;
wakend of slapend, Uw aanwezigheid is mijn licht.
2.“Wees Gij mijn wijsheid, en Gij mijn ware Woord”
ik ben altijd met U en Gij met mij, Heer.
Gij, mijn grote Vader, ik ben Uw geliefde kind;
Gij woont in mij, met U verzoend.
3.“Wees mijn borstplaat, mijn zwaard in de strijd…”
Dit is geen roep om geweld, maar om bescherming en innerlijke standvastigheid.
De borstplaat is waardigheid, identiteit; het zwaard is onderscheidingsvermogen.
Je vraagt niet om macht, maar om richting: “Wees mijn vreugde.”
Het is een gebed dat zegt: laat mijn kracht niet uit mijzelf komen, maar uit U.
4.“Wees de schuilplaats van mijn ziel, mijn hoge toren…”
Een hoge toren is een plaats van overzicht, rust, veiligheid.
Je vraagt om verheffing — niet boven anderen, maar boven angst, verwarring, kleinheid.
“Macht van mijn macht” is een van de mooiste zinnen:
het erkent dat zelfs jouw kracht slechts een afgeleide is van een grotere Bron.
5.“Aan rijkdom schenk ik geen acht…”
Dit is de zuiverheid van het verlangen.
Niet omdat rijkdom slecht is, maar omdat het niet kan dragen
wat het hart werkelijk zoekt.
Je kiest voor een erfdeel dat niet vergaat:
“U en U alleen, de eerste in mijn hart.”
Het is een liefdesverklaring die tegelijk een keuze is.
6.“Verheven Koning der Hemelen, mijn overwinning is behaald…”
De overwinning is niet triomf, maar trouw.
Het is het besef dat wie in God blijft, al gewonnen heeft —
niet door prestatie, maar door verbondenheid.
De “stralende Zon der Hemelen” is een beeld van zuivere vreugde,
een licht dat niet verblindt maar verwarmt.
7.“Hart van mijn hart, wat er ook gebeurt…”
Dit is de kern van het hele lied:
een gebed om visie, om innerlijke helderheid,
om een blik die niet vertroebelt door angst, trots of wanhoop.
Het is een gebed dat zegt:
Blijf mijn richting, mijn kompas, mijn innerlijke horizon.
*******************
Zonnelied van St.Franciscus. Muziek van Hildegard van Bingen
Tekst verschijnt in Nederlands op scherm.
Text and music: Harpa Dei
A song for the soon return of Christ:
ESPAÑOL (2x): ¡Ven Señor Jesús, Maranathá!
ENGLISH: Come Lord Jesus, Maranatha!
DEUTSCH: Komm Herr Jesus, Maranatha!
FRANÇAIS: Viens Seigneur Jésus, Maranatha!
ITALIANO: Vieni, Signor Gesù, Maranatá!
CHINESE: 来吧,主耶稣 (Lai ba, zhu Ye su, Maranatha!)
HEBREW: !בּוֹא אָדוֹן יֵשׁוּעַ מרנאתא (Bo Adon Jeshua, Maranatha!)
RUSSIAN: Гряди, Господи (Gryadi Gospodi, Maranatha!)
GREEK: ἔρχου, Κύριε (Erhu Kyrie, Maranatha!)
LATIN (4x): Veni Domine, Maranatha!
****************
Veel te laat heb ik jou lief gekregen
Veel te laat heb ik jou lief gekregen
schoonheid wat ben je oud wat ben je nieuw
veel te laat heb ik jou lief gekregen.
Binnen in mij was je, ik was buiten
en ik zocht jou als een ziende blinde
buiten mij, en uitgestort als water
liep ik van jou weg en liep verloren
tussen zoveel schoonheid die niet jij was.
Toen heb jij geroepen en geschreeuwd,
door mijn doofheid ben jij heen gebroken.
Oogverblindend ben jij opgedaagd
om mijn blindheid op de vlucht te jagen.
Geuren deed jij en ik haalde adem,
nog snak ik naar adem en naar jou.
Proeven deed ik jou en sindsdien dorst ik,
honger ik naar jou. Mij, lichtgeraakte,
heb jij doen ontbranden. En nu brand ik
lichterlaaie naar jou toe, om vrede.
Huub Oosterhuis
*********************
De Nederlandse dichter Huub Oosterhuis heeft, zoals hij vermeldt, een beroemde passage in proza uit de Confessiones (Belijdenissen) van de heilige Augustinus (354-430) na gedicht. Het zou ons te ver voeren om de biografische achtergrond van Augustinus’ tekst te schetsen, hoe verhelderend dat ook kan zijn. Alleen dit : Augustinus richt zich tot God, het is een gebed, een origineel en ongewoon gebed.
De eerste, korte strofe, laat er geen twijfel over bestaan: het is een liefdesgedicht, dat aanvangt met een kreet van spijt en bewondering. God is de geliefde. Hij wordt aangesproken als schoonheid (pulchritudo in de grondtekst). Liefde ontstaat (wat wij verliefdheid noemen) vaak doordat de ene mens door een andere als opvallend aardig, ‘schoon’ ervaren wordt. Esthetische ontroering is een normale aanzet tot liefkrijgen. Meestal blijft ze een component van het liefhébben: de minnaars zijn aantrekkelijk in elkaars ogen, liefde máákt mooi. In ons gedicht speelt dat element een zó beslissende rol dat God niet enkel ‘schoon’ bevonden wordt, maar (de) ‘schoonheid’ is, volstrekt, onbeperkt schoon dus.
Oud en nieuw tegelijk (semper antiqua et semper nova) wijst op Gods eeuwig, tijdbestendig wezen, zoals het bij de ‘kortstondige’ mens overkomt. De klemtoon ligt natuurlijk op nieuw. Want (nu spreek ik God aan) hoewel ik wéét dat u van alle eeuwen en tot in eeuwigheid dezelfde bent, uzelf gelijkblijvend, niettemin voel ik uw schoonheid nú aan, op dit moment van mijn wisselvallig bestaan, als nieuw, in al haar overweldigende kracht.
De tijdsdimensie treedt naar voren in Veel te laat (heb ik jou liefgekregen). Dat is méér is dan een spijtige vaststelling: ik heb mijn tijd verspild! Lees maar verder: de spijt is doortrokken door een gevoel van schuldigheid: hoe kon ik zo dwaas zijn, er zo naast kijken!
In de tweede strofe overschouwt de ik-figuur het verleden vanuit zijn eigen gedrag. Ik zocht jou waar je niet was, namelijk rondom mij, niet beseffend dat je binnen in mij vertoefde. De scheppingsidee krijgt de warme kleur van een liefdevolle aanwezigheid. Mijn vlucht daarentegen wordt veroorzaakt door een schromelijke vergissing. Ik liet me weglokken en boeien door een andere, schepselijke schoonheid, mooi op zich maar met u vergeleken minderwaardig. U ziet, lezer: wij blijven in de sfeer en het jargon van de minne, met de bijbehorende rivaliteit.
Hoe ziet er datzelfde verleden uit, gelet nu op Gods ‘gedrag’? Dat lezen wij in de volgende strofe. Als een diep teleurgestelde minnaar die angstig naar zijn afgedwaalde, bijna verloren geliefde haakt, zo is God aan het roepen en schreeuwen gegaan op mij. Niet alleen roepen en schreeuwen. De bedrieglijk afleidende schoonheid buiten God heeft de mens Augustinus hoofdzakelijk waargenomen via de zintuigen: horen, zien, ruiken, smaken. Welnu, juist deze middelen wendt de dichter metaforisch aan om Gods hunkeren en streven naar de mens in zijn volle kracht te beschrijven: lokkende stem, oogverblindend licht, prikkelende geur, en verderop, lekker voedsel, lavende drank.
In de overgang van de derde naar de laatste strofe keren wij opnieuw naar de mens terug: hoe hij reageert op Gods wervend ageren. Gods geur brengt mijn adem op gang, meer nog: ik snak naar adem en (tegelijk) naar jou. Gods voedsel en drank ontketenen een nieuwe dorst en eetlust. Sitit sitiri Deus, zegt dezelfde Augustinus op een andere plaats, God dorst ernaar dat wij naar hem dorsten.
Het gedicht besluit met een zinnebeeld waar wij meer vertrouwd mee zijn als het over liefde gaat: het vuur. Op dat punt, bekent Augustinus, ben ik bijzonder gevoelig, licht ontvlambaar, lichtgeraakt. Ik was en ben een gemakkelijke prooi voor de vlammen. Van lichtgeraakt komt het tot lichterlaaie. Bovendien brandt dat vuur niet op zichzelf, het heeft een richting, strekt zich uit naar jou toe.
Om vrede zinspeelt op die andere overbekende uitspraak van de heilige : irrequietum … onrustig is ons hart totdat het tot rust (vrede) komt bij u.
Wij bewonderen dit gedicht vol hartstocht en de prachtige zeggingskracht zowel van Augustinus als van Oosterhuis. De beeldspraak overrompelt ons. Wellicht denken wij daarbij: zó ervaar ik mijn verhouding tot God niet, dichters overdrijven graag. Maar als het nu eens géén overdrijving was? Als God nu eens werkelijk zó belust was op mijn liefde? Veel te laat liefgekregen? Hopelijk niet te laat om de grote Minnaar binnen in ons gewaar te worden, zijn stem, zijn geur, zijn smaak, zijn aanraking, zijn vuur.
*************
GEBED:
Sluit zacht je ogen. Voel hoe de wereld even stil wordt, alsof alles om je heen een stap terug doet om ruimte te maken voor jouw adem.
Adem rustig in. Voel hoe de lucht je borst vult, hoe je lichaam zich herinnert dat het gedragen wordt, dat het genoeg is.
Adem langzaam uit. Laat spanning wegstromen zoals water dat vanzelf zijn weg vindt. Niets hoeft nu opgelost, niets hoeft nu verklaard. Alleen dit moment telt.
Voel hoe je zit, hoe de grond je draagt, hoe je hart klopt — niet gehaast, maar trouw, alsof het fluistert: “Ik ben hier. Jij bent hier. Dat is genoeg.”
Laat gedachten komen en gaan als wolken die voorbij drijven. Je hoeft ze niet vast te houden. Je hoeft ze niet te beoordelen. Je mag gewoon zijn.
Adem opnieuw in, en stel je voor dat je licht inademt — warm, zacht, helend. Adem uit, en laat alles los wat zwaar voelt.
Blijf zo nog even zitten in de stille ruimte die in jou is ontstaan. Een ruimte waar vrede woont, waar je ziel mag rusten, waar God — of het heilige dat jij voelt — zacht aanwezig is.
Wanneer je klaar bent, open je langzaam je ogen. Neem dit stille licht met je mee in de rest van je dag.
**************
Kalmeer mij, Heer, zoals U de storm tot bedaren bracht.
Stil mij, Heer, behoed mij voor kwaad.
Laat alle onrust in mij ophouden.
Omhul mij, Heer, met Uw vrede.
Amen
*********************
