
Augustinus van Hippo (354–430 n.Chr.)
✶Over het vaststellen van de Bijbelse canon✶
“Wat betreft de canonieke Schrift, moet men het oordeel volgen van het grootste aantal katholieke kerken; en onder deze kerken moet men uiteraard een hoge plaats toekennen aan die kerken die het waardig zijn geacht de zetel van een apostel te zijn of brieven te hebben ontvangen.”
— Over de christelijke leer, Boek II, hoofdstuk 8, paragraaf 12 (geschreven in 397 n.Chr.)
++++
Commentaar:
Augustinus benadrukt hier dat de canon van de Bijbel — de verzameling van gezaghebbende heilige geschriften — niet willekeurig wordt vastgesteld, maar in gemeenschap met de bredere Kerk. Hij erkent het gezag van de apostolische traditie: kerken die door apostelen zijn gesticht of apostolische brieven hebben ontvangen, dragen een bijzondere verantwoordelijkheid en autoriteit in het bepalen van wat als heilig en canoniek geldt.
Deze visie is diep geworteld in het idee van communio, het geestelijk verbonden zijn van gelovigen door tijd en ruimte heen. Voor Augustinus is de canon geen individuele keuze, maar een vrucht van de Heilige Geest die werkt in de gemeenschap van de Kerk.
++++
Gebed:
Heer van alle wijsheid,
die door uw Geest de Schrift hebt geïnspireerd
en door uw Kerk haar hebt bewaard,
Wij danken U voor de heilige woorden
die ons leiden, troosten en onderrichten.
Zoals Augustinus ons leert te luisteren
naar de stem van de Kerk door de eeuwen heen,
leer ons ook vandaag te onderscheiden
wat waar, goed en heilig is.
Laat ons niet verdwalen in eigen oordeel,
maar geworteld blijven in de gemeenschap van uw volk.
Zegen allen die uw Woord verkondigen
en geef ons harten die ontvankelijk zijn
voor uw stille stem in de Schrift.
Door Christus, het levende Woord,
Amen.
*****************
