Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
“Geef het gebed nooit op. En als je droogte en moeite ervaart, volhard dan juist daarom. God wil vaak zien hoeveel liefde er in je ziel leeft, en liefde wordt niet beproefd door gemak en voldoening.”
— Johannes van het Kruis
++++
Commentaar:
Johannes van het Kruis, mysticus en karmeliet, wijst ons hier op een diepe waarheid: gebed is geen vlucht uit de moeilijkheid, maar een weg dóór de moeilijkheid. Droogte in het gebed — het gevoel dat God afwezig is, dat woorden leeg zijn — is geen teken van falen, maar een uitnodiging tot zuivere liefde. God verlangt geen prestaties, maar een hart dat blijft zoeken, ook als het niets voelt.
Liefde die alleen leeft bij troost en gemak is nog pril. Maar liefde die blijft in de leegte, die zegt “ik blijf bij U, ook als ik U niet voel” — dát is de liefde die rijpt, die God verheugt. Johannes herinnert ons eraan: juist in de dorheid wordt onze liefde echt.
++++
Gebed
Heer, mijn God, Soms is mijn gebed droog, mijn hart stil, mijn ziel moe.
Maar ik wil blijven — niet om wat ik voel, maar om wie U bent.
Leer mij volharden, ook als het moeilijk is. Laat mijn liefde niet afhangen van troost,
maar groeien in trouw, in stilte, in vertrouwen. Want U bent daar, ook als ik U niet zie.
SINT JAN VAN HET KRUIS – Ik trad binnen waar ik niets wist, en bleef daar zonder te weten, alle kennis overstijgend.
1.Ik wist niet waar ik was, maar toen ik daar mij bevond, zonder te weten waar ik was, begreep ik grote dingen; ik zal niet zeggen wat ik voelde, want ik bleef zonder te weten, alle kennis overstijgend.
2.Van vrede en barmhartigheid was de kennis volmaakt, in diepe eenzaamheid begrepen, op rechte weg; het was zo geheim, dat ik bleef stamelen, alle kennis overstijgend.
3.Ik was zo verzonken, zo verdiept en vervreemd, dat mijn zintuigen van alle gevoel beroofd waren, en mijn geest begiftigd met een begrijpen zonder begrijpen, alle kennis overstijgend.
4.Wie daar werkelijk komt verliest zichzelf; wat hij eerst wist lijkt hem zeer gering, en zijn kennis groeit zo dat hij blijft zonder te weten, alle kennis overstijgend.
5.Hoe hoger men stijgt, hoe minder men begrijpt, want het is de duistere wolk die de nacht verlicht: wie haar kent blijft altijd zonder te weten, alle kennis overstijgend.
6.Dit weten zonder weten heeft zo’n grote kracht, dat de wijzen redenerend het nooit kunnen overwinnen; want hun weten reikt niet tot het niet-begrijpend begrijpen, alle kennis overstijgend.
7.En zo verheven is dit hoogste weten, dat geen vermogen of wetenschap het kan omvatten; wie zichzelf weet te overwinnen met een niet-weten dat weet, zal altijd blijven overstijgen.
8.En als je het wilt horen: deze hoogste kennis bestaat in een verheven gevoel van de goddelijke essentie; het is een werk van zijn genade om ons te doen blijven zonder te begrijpen, alle kennis overstijgend.
++++
Commentaar:
Dit mystieke gedicht beschrijft een spirituele ervaring van diepe contemplatie waarin het verstand faalt en het hart wordt geopend voor een goddelijke werkelijkheid die alle menselijke kennis overstijgt. San Juan van het Kruis gebruikt paradoxen zoals “weten zonder weten” en “begrijpen zonder begrijpen” om te wijzen op een innerlijk weten dat voortkomt uit liefde en genade, niet uit studie of rede.
De herhaling van “alle kennis overstijgend” benadrukt dat ware wijsheid niet ligt in intellectuele beheersing, maar in het loslaten van het zelf en het toelaten van God. Het is een uitnodiging tot nederigheid, stilte en overgave.
“En ik zag de rivier waar elke ziel doorheen moet gaan om het koninkrijk van de hemel te bereiken, en de naam van die rivier was lijden. En ik zag een boot die zielen over de rivier droeg, en de naam van die boot was liefde.”
— Johannes van het Kruis
++++
Commentaar:
Johannes van het Kruis, mysticus en karmeliet, spreekt hier in krachtige beelden over de weg naar God. De rivier van het lijden is geen obstakel maar een noodzakelijke doorgang: een spirituele zuivering, een diepte waarin de ziel leert loslaten, vertrouwen, en zich overgeven. Maar het lijden op zich is niet het doel — het is de liefde die ons draagt. Liefde is de boot, het voertuig dat ons veilig overzet. Niet onze eigen kracht, maar de liefde van Christus, de liefde van God, en de liefde die wij ontvangen en geven in kwetsbaarheid.
Deze metafoor nodigt uit tot overgave: niet om het lijden te zoeken, maar om het niet te vrezen. Want als we ons laten dragen door liefde, wordt zelfs het lijden een brug naar het goddelijke.
++++
Gebed
Heer, U kent de rivier die ik moet oversteken.
Soms is het water diep, koud, en donker.
Maar U hebt mij een boot gegeven — Uw liefde.
Laat mij niet verdrinken in angst of wanhoop,
maar leer mij vertrouwen op Uw aanwezigheid.
Draag mij, Heer, over het water van het lijden,
en breng mij dichter bij Uw hart. Laat mijn liefde voor U groeien,
Opnieuw zullen jullie Hem zien, Zoals jullie Hem vandaag hebben zien gaan,” Alleluia, alleluia.
In glorieuze pracht opstijgend Naar de poorten van de hemel.
Alleluia, alleluia, alleluia, alleluia, alleluia.
Sta ons toe die weg te volgen, En met onvermoeide harten te stijgen, Alleluia, alleluia.
Richting de Troon van Uw Koninkrijk, Waar U, zoals ons geloof leert, nu zetelt.
Alleluia, alleluia, alleluia, alleluia, alleluia.
Wees Gij onze vreugde en sterke verdediging, Gij die onze toekomstige beloning zijt. Alleluia, alleluia.
Zo zal het licht dat van U straalt Van ons zijn voor alle eeuwigheid.
Alleluia, alleluia, alleluia, alleluia, alleluia.
O verrezen Christus, Verhoogde Heer, Laat de aarde U alle lof toezingen, Alleluia, alleluia.
Gij die voor altijd zijt, Eén met de Vader en de Geest.
Alleluia, alleluia, alleluia, alleluia, alleluia.
Door Bede de Eerbiedwaardige.
++++
Commentaar
Deze hymne is een lofzang op de Hemelvaart van Christus, geschreven door de heilige Beda (673–735), een monnik, theoloog en kerkvader. De tekst ademt verwondering, eerbied en vreugde. Ze verbindt het historische moment van de Hemelvaart met onze eigen spirituele roeping: om met “onvermoeide harten” omhoog te stijgen, ons leven richtend op het hemelse Koninkrijk.
De herhaling van “Alleluia” is niet slechts liturgisch, maar een ritmisch ademhalen van de ziel — een echo van de hemelse jubel. De hymne nodigt uit tot contemplatie: niet alleen kijken naar de hemel, maar ons hart verheffen, ons leven richten op Christus, onze Vreugde en Bescherming.
++++
Gebed bij de hymne
Verrezen Heer, Gij die opstijgt in glorie,
en ons uitnodigt om U te volgen met een hart
dat niet moe wordt van verlangen — richt mijn blik omhoog,
niet naar de wolken,
maar naar Uw aanwezigheid.
Laat mij, zoals de apostelen en Maria,
staan in verwondering, open voor het Licht dat van U uitgaat. Laat Uw
triomfdag ook mijn dag van hoop zijn.
Geef mij de genade om te leven in het ritme van Uw Koninkrijk,
Beda werd officieel aangeduid als “de Eerbiedwaardige” (Latijn: Venerabilis) vanwege zijn heiligheid, geleerdheid en nederigheid. Deze eretitel werd hem al tijdens zijn leven toegekend en later bevestigd door de Kerk.
Naam: Beda, ook bekend als Beda Venerabilis
Leefde: ca. 672/673 – 735, in het koninkrijk Northumbria (nu Noordoost-Engeland)
Belangrijk werk: Historia ecclesiastica gentis Anglorum – een fundamentele bron over de bekering van de Angelsaksen
Titel “Venerabilis”: Deze werd hem toegekend als erkenning van zijn diepe vroomheid en intellectuele invloed
Heiligverklaring: In 1899 werd hij officieel uitgeroepen tot kerkleraar door paus Leo XIII – de enige Engelse kerkleraar tot op heden
Betekenis van “de Eerbiedwaardige”
De titel Venerabilis betekent letterlijk “de eerbiedwaardige” en werd niet lichtvaardig toegekend. In Beda’s geval was het een erkenning van:
Zijn nederige levenshouding: Hij weigerde ambtelijke macht (zoals abt worden) om zich volledig te wijden aan studie en gebed.
Zijn literaire en spirituele invloed: Hij schreef over theologie, geschiedenis, grammatica, en Bijbelcommentaren.
Zijn voorbeeldige kloosterleven: Vanaf zijn zevende verbleef hij in het klooster, waar hij zijn hele leven bleef.
Volgens de overlevering werd hij al tijdens zijn leven zo genoemd, en na zijn dood bleef de titel in gebruik als eerbetoon aan zijn heiligheid.
++++
Gebed bij de titel “de Eerbiedwaardige”:
Heer,
God van wijsheid en nederigheid, Gij hebt Beda de Eerbiedwaardige gezegend met een hart dat dorstte naar waarheid en een geest die zich boog voor Uw Woord. Leer ook mij, zoals hij, de schoonheid te zien in het stille werk, de vreugde te vinden in het leren en onderwijzen, en de kracht te putten uit nederigheid. Laat zijn voorbeeld mij leiden om U te zoeken met een zuiver hart,en Uw licht te weerspiegelen in mijn woorden en daden.
Vertrouw op de Waarheid, wat je ook hebt ontvangen van de Waarheid, je zult niets verliezen; en je verval zal opnieuw tot bloei komen, al je ziekten zullen genezen worden, en je sterfelijke delen zullen hervormd en vernieuwd worden, en om je heen gebonden worden: ze zullen je niet meesleuren naar waar zijzelf vergaan, maar ze zullen standvastig met je blijven, en voor altijd blijven bestaan voor God, Die eeuwig blijft en standhoudt.
~Sint Augustinus, De Belijdenissen
++++
Commentaar:
Augustinus spreekt hier over een diepe spirituele transformatie die plaatsvindt wanneer men zich volledig toevertrouwt aan de Waarheid — met hoofdletter, wat verwijst naar God zelf. Hij stelt dat alles wat we van God ontvangen, niet verloren gaat, zelfs als ons lichaam aftakelt of onze ziel worstelt. Er is een belofte van herstel, genezing en vernieuwing, niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk. De sterfelijke delen van ons bestaan worden niet vernietigd, maar hervormd en geheiligd in Gods eeuwige aanwezigheid.
Het is een krachtige boodschap van hoop: dat ons lijden, onze zwakheid en ons verval niet het laatste woord hebben. In God is er een eeuwige standvastigheid die ons draagt en vernieuwt.
++++
Gebed
Eeuwige God,
Gij zijt de Waarheid die nooit wankelt,
de Bron van leven, genezing en vernieuwing.
Help ons om onszelf volledig aan U toe te vertrouwen,
zonder angst om te verliezen wat U ons hebt gegeven.
Laat ons verval tot bloei komen, onze wonden genezen worden,
en onze sterfelijkheid hervormd worden in Uw licht.
Bind ons vast aan Uw eeuwigheid, opdat wij niet meegesleurd worden door vergankelijkheid,
maar mogen blijven staan in Uw aanwezigheid, nu en voor altijd.
Ontdek Uw aanwezigheid, en laat Uw aanblik en schoonheid mij doden; zie toch de pijn van liefde, die niet geneest dan door Uw aanwezigheid en gestalte.
Johannes van het Kruis.
++++
Commentaar:
Deze strofe is doordrenkt van mystieke liefde: een verlangen zo intens dat het de ziel verteert. Johannes van het Kruis spreekt hier over de wond van goddelijke liefde—een pijn die alleen door Gods directe aanwezigheid geheeld kan worden. Het is geen gewone pijn, maar een heilige hunkering, een dorst naar de Ene die de ziel geschapen heeft.
De paradox van “laat Uw schoonheid mij doden” verwijst naar het mystieke sterven aan zichzelf, om volledig te leven in God. Het is een uitnodiging tot volledige overgave, waarin de ziel verlangt om te verdwijnen in het aanschouwen van God.
jDe datum “14 december” is de feestdag van Johannes van het Kruis—een subtiele verwijzing naar zijn sterfdag, waarop hij zijn uiteindelijke vereniging met God vond.
++++
Gebed in de geest van Johannes van het Kruis:
O God van verborgen schoonheid,
mijn ziel dorst naar U zoals de woestijn naar regen.
Uw afwezigheid is een wond, Uw aanwezigheid is genezing en vuur.
Laat mij sterven aan alles wat niet U is, zodat ik mag leven in het licht van Uw gelaat.
Toon mij Uw gestalte, en laat mijn hart rusten in Uw liefde.
“Zoek toevlucht in zwakheid en eenvoud, opdat je aanvaardbaar leeft voor God en zonder zorgen bent. Want zoals een schaduw een lichaam volgt, zo volgt ook barmhartigheid de nederigheid.”
— St. Isaac de Syriër
++++
Commentaar:
Deze woorden van St. Isaac de Syriër zijn een krachtige uitnodiging tot innerlijke eenvoud en nederigheid. In een wereld die kracht, succes en complexiteit verheerlijkt, herinnert hij ons eraan dat het juist in onze kwetsbaarheid en eenvoud is dat we dichter bij God komen. Nederigheid is geen zwakte, maar een spirituele kracht die ons opent voor genade. Zoals een schaduw onvermijdelijk het lichaam volgt, zo is Gods barmhartigheid onafscheidelijk van een nederig hart.
“Neem je toevlucht tot zwakheid en eenvoud…”
” Dit is geen oproep tot passiviteit, maar een uitnodiging tot nederigheid. In de christelijke traditie betekent “zwakheid” niet lafheid, maar het erkennen van je menselijke beperkingen. “Eenvoud” verwijst naar een leven zonder opsmuk, zonder trots of wereldse ambitie. Isaac moedigt aan om niet te streven naar macht of prestige, maar naar innerlijke zuiverheid.
“…opdat je aanvaardbaar leeft voor God en zonder zorgen bent.”
Door nederig en eenvoudig te leven, kom je dichter bij God. Het idee is dat wie zichzelf niet overschat, minder worstelt met ego, angst en stress. Het “zonder zorgen” zijn is geen garantie voor een probleemloos leven, maar een innerlijke rust die voortkomt uit vertrouwen in God en het loslaten van wereldse lasten.
“Want zoals een schaduw het lichaam volgt…”
Een prachtig beeld. De schaduw is onlosmakelijk verbonden met het lichaam, net zoals…
“…zo volgt barmhartigheid de nederigheid.”
Hier komt de kern: barmhartigheid —Gods liefdevolle genade—is het gevolg van nederigheid . Wie zichzelf klein maakt, opent zich voor het grote. In de christelijke mystiek is de nederigheid de poort waardoor God binnenkomt. Het is geen zelfvernedering, maar een eerlijke houding tegenover jezelf en anderen.
Samengevat:
St. Isaac leert dat echte spirituele groei niet door kracht van kennis komt , maar door het omarmen van je kwetsbaarheid en het leven in eenvoud. In die woning vindt men vrede, en Gods genade stroomt als vanzelf toe.
++++
Laten we dieper ingaan over hoe de spirituele vermindering van nederigheid, eenvoud en barmhartigheid kunnen worden toegepast op drie concrete domeinen: werk , relaties , en innerlijke rust .
Ik gebruik een passage uit:
De navolging van Christus van Thomas à Kempis:
“Wie zichzelf kent, acht zich gering.”
Deze zin is geen pleidooi voor zelfverkenning, maar voor zelfinzicht . Door jezelf eerlijk te kennen, ontstaan ruimte voor groei, mildheid en vrede.
In je werk: minder druk, meer betekenis
In een prestatiegerichte wereld is het gemakkelijk om jezelf te ontmoeten aan titels, deadlines en erkenning. Maar eenvoud betekent:
Focus op. echt Wat draagt écht bij? Wat is ruis?
jLaat het ego los. Je hoeft Je hoeft niet altijd gelijk te hebben, of de beste te zijn.
Wees dienstbaar. Zie je werk als Zie je werk als een manier om bij te dragen, niet om jezelf te bewijzen.
++++
Toepassing: Begin je dag met een korte reflectie: “Wat kan ik vandaag doen met aandacht en Begin je dag met een korte reflectie: “Wat kan ik vandaag doen met aandacht en nederigheid?” Je zult merken dat stress voldoende en bevredigend werkt
In relaties: minder strijd, meer verbinding:
Nederigheid in relaties betekent:
Luisteren zonder oordeel: Niet direct reageren, maar echt horen Niet direct reageren, maar echt horen.
Vergeving schenken: Niet omdat de ander gelijk heeft, maar omdat jij vrij wilt zijn van wrok.
Je kwetsbaarheid tonen: Dat schept vertrouwen en diepgang.
Toepassing: Probeer eens in een gesprek te zeggen: “Ik weet het niet zeker, maar ik wil je echt begrijpen.” Dat opent deuren die gesloten lekken.
Voor innerlijke rust: minder ruis, meer stilte
Eenvoud is een innerlijke houding:
Laat de drang naar de controle los. Niet alles hoeft opgelost te worden.
Omarm je kwetsbaarheid. Daarin schuilt je menselijkheid .
Zoek stilte. Niet als leegte, maar als ruimte voor het heilige.
Toepassing: Neem dagelijks 5 minuten om gewoon te zitten. Geen doel, geen prestatie. Alleen zijn. Dat is eenvoud in actie.
++++
Gebed
Heer, leer mij de weg van eenvoud en nederigheid.
Laat mij niet streven naar grootheid, maar naar oprechtheid.
Help mij mijn zwakheid niet te verbergen, maar te omarmen als een plaats waar Uw genade kan wonen.
Moge Uw barmhartigheid mij volgen zoals een schaduw,
en mij leiden naar een leven dat U welgevallig is.
“Dankbaar zijn voor de goede dingen die in ons leven gebeuren is gemakkelijk, maar dankbaar zijn voor ons hele leven — het goede zowel als het kwade, de momenten van zowel als de momenten van verdriet , de successen zowel als de mislukten, de beloningen zowel als de afwijzingen — dat vereist diep emotionele werk. Toch zijn we pas feitelijke dankbare mensen wanneer we ‘dank je wel’ kunnen voor alles wat ons tot het huidige moment heeft gebracht. Zolang we ons leven blijven indelen in gebeurtenissen en mensen die we willen herinneren en degenen die we liever vergeten., kunnen we de volheid van ons bestaan niet erkennen als een gave van God om dankbaar voor te zijn. Laten we niet bang zijn om alles onder ogen te zien wat ons heeft gebracht tot waar we nu zijn, en erop vertrouwen dat we binnenkort de leidende hand van een liefdevolle God zullen herkennen .
Henri Nouwen.
++++
Commentaar:
Henri Nouwens begrip van dankbaarheid is een spirituele discipline die veel verder gaat dan simpelweg dankbaar zijn voor prettige ervaringen. Voor hem is ware dankbaarheid een spirituele discipline – een manier om het leven te zien door de lens van genade, zelfs als het pijnlijk of verwarrend is.
Nouwens diepere betekenis van dankbaarheid:
Dankbaarheid is holistisch:
Nouwen daagt ons uit om niet alleen dankbaar te zijn voor het goede, maar voor alles — de — de vreugde en het verdriet, het succes en het falen. Hij ziet het hele leven als onderdeel van een heilige reis.
Dankbaarheid is spiritueel werk:
Het gaat niet vanzelf. Dankbaar zijn voor lijden , afwijzing of verlies vereist diep vertrouwen — vertrouwen dat zelfs deze momenten deel uitmaken van een groter, liefdevol plan .
Dankbaarheid gaat over aanwezigheid:
Hij nodigt ons uit om “dankjewel ” te zeggen voor alles wat ons tot het heden heeft gebracht . Dat betekent dat we ons verleden, zelfs de delen die we liever zouden vergeten, omarmen als essentieel voor wie we zijn.
Dankbaarheid leidt tot heelheid:
Zolang we ons leven in ‘goed’ en ‘ slecht’ verdelen , missen we de volheid van ons bestaan. Dankbaarheid is volgens Nouwen de weg om ons leven als een geschenk te beschouwen – niet ondanks , maar juist dankzij de gebrokenheid ervan .
Dankbaarheid is geworteld in geloof :
Nouwen ziet dankbaarheid uiteindelijk als een daad van vertrouwen in een liefdevolle God — een God wiens leidende hand aanwezig is, zelfs als wij die niet begrijpen .
Dit soort dankbaarheid is niet sentimenteel of naïef. Het is moedig. Het vraagt ons om naar onze wonden te kijken en te zeggen : “Zelfs hier vind ik genade.”
++++
Henri Nouwens lessen over dankbaarheid zijn diep spiritueel-
Hier is een heldere samenvatting van zijn belangrijkste inzichten:
De kernleringen over dankbaarheid van Henri Nouwen
Dankbaarheid geldt voor het hele leven:
Niet alleen voor vreugdevolle momenten, maar ook voor pijn, verlies, mislukking en afwijzing.
Elke ervaring , goed of slecht , maakt deel uit van de reis die ons vormt .
Dankbaarheid vereist spirituele volwassenheid:
Het is gemakkelijk om dankbaar te zijn als de dingen goed gaan .
Echte dankbaarheid vraagt om innerlijk werk:
Leren vertrouwen dat zelfs lijden betekenis heeft .
Dankbaarheid is een pad naar heelheid:
Wij moeten stoppen met het verdelen van het leven in ‘goede’ en ‘slechte’ hoofdstukken.
Alleen als we ons hele verhaal omarmen , kunnen we het leven als een geschenk ontvangen .
Dankbaarheid is geworteld in vertrouwen:
Vertrouw op een liefdevolle God die in elk moment aanwezig is .
Ook al begrijpen we het niet , toch geloven we dat genade werkzaam is .
Dankbaarheid is een dagelijkse praktijk:
Het is geen gevoel , maar een keuze : een manier om het leven te zien en erop te reageren .
‘Dank je wel’ zeggen wordt een spirituele discipline, niet alleen een reactie.
Nouwens visie op dankbaarheid nodigt ons uit om met open handen en een open hart te leven ,
zelfs als het leven onzeker aanvoelt .
Het gaat er niet om pijn te ontkennen – het gaat erom Gods aanwezigheid erin te vinden
De Beklimming van de Berg Karmel (Subida al Monte Carmelo, in het oorspronkelijke Spaans)
De Beklimming van de Berg Karmel is waarschijnlijk het bekendste spirituele traktaat van de Spaanse barok. Geschreven tussen 1578 en 1579 door Sint-Jan van het Kruis — “de meest mystieke van alle dichters, en de meest poëtische van alle mystici” — na zijn ontsnapping uit de gevangenis, is dit boek een gedetailleerde, systematische en grondige uitleg van het ascetische leven, de mystieke vereniging met Christus en de negatieve theologie.
Wanneer men het leest naast De Donkere Nacht van de Ziel – een ander traktaat van Jan van het Kruis – en De Levende Vlam van Liefde en het Geestelijk Lied (allemaal beschouwd als enkele van de grootste werken aller tijden in zowel de Spaanse literatuur als de christelijke mystiek), ontdekt men een gemeenschappelijke lijn: een smal pad dat voert van zowel aardse als geestelijke ontberingen naar de top van de Berg Karmel zelf, waar “alleen de eer en glorie van God woont.” Dit is uiteraard een metaforisch beeld van de opgang van de ziel naar de unio mystica, nadat zij verlangens en banden (cuidados, “zorgen,” zoals de heilige schreef) achter zich heeft gelaten.
Het boek is, moet gezegd worden, geen gemakkelijke of snelle lectuur. Verdeeld in drie secties, en opgevat als een commentaar op het allegorische gedicht van de heilige De Donkere Nacht, beschrijft het een proces van innerlijke loutering dat soms moeilijk te volgen is. Na gestudeerd te hebben aan de Universiteit van Salamanca, gebruikt Jan van het Kruis zowel het jargon van de scholastieke filosofie als de fundamentele theologische taal van de 16e eeuw om te verwijzen naar zowel psychische als spirituele werkelijkheden die wij vandaag wellicht met andere termen zouden benoemen.
Maar Jan van het Kruis maakte ook enkele voorlopige schetsen die het betoog van zijn boek op een duidelijke en eenvoudige manier samenvatten. Hij tekende niet alleen de berg en het smalle pad dat naar de top leidt, maar voegde ook twee andere paden toe die elders uitkomen, en reduceerde zijn driedelige traktaat tot enkele aforismen en rijmpjes die men in de tekeningen hieronder kan lezen. We hebben de originele tekening van Jan van het Kruis opgenomen (in het Spaans); een latere, meer uitgewerkte tekening (ook in het Spaans); en twee Engelse vertalingen die na het origineel zijn gemaakt.
Vertaling van de tekst onderaan de afbeelding “Mount of Perfection” van Johannes van het Kruis, in modern en toegankelijk Nederlands:
Weg om tot het Al te komen:
Om tot het Al te komen, verlang naar niets in iets. Om tot het Al te komen, weet niets in iets. Om tot het Al te komen, heb niets in iets. Om tot het Al te komen, wees niets in iets.
++++
Weg om het Al te behouden:
Wanneer je tot het Al komt, heb je het zonder iets te willen. Wanneer je tot het Al komt, weet je het zonder iets te weten. Wanneer je tot het Al komt, bezit je het zonder iets te bezitten. Wanneer je tot het Al komt, ben je het zonder iets te zijn.
++++
Weg om het Al niet te belemmeren:
Om het Al niet te belemmeren in jou, Verlang niet naar iets in iets. Weet niet iets in iets. Heb niet iets in iets. Wees niet iets in iets.
++++
Teken van het bezit van het Al:
Wanneer je niets verlangt, niets weet, niets bezit, en niets bent in iets, Dan is dit een teken dat je het Al bezit.
Deze tekst is een krachtige samenvatting van Johannes van het Kruis’ mystieke leer over innerlijke leegte, volledige overgave en het loslaten van alles wat niet God is. Het nodigt uit tot een radicale eenvoud en een diepe innerlijke vrijheid, waarin het goddelijke zich kan openbaren.
Weg om tot het Al te komen: Om tot het Al te komen, verlang naar niets in iets. Om tot het Al te komen, weet niets in iets. Om tot het Al te komen, heb niets in iets. Om tot het Al te komen, wees niets in iets. 🌿 Weg om het Al te behouden: Wanneer je tot het Al komt, heb je het zonder iets te willen. Wanneer je tot het Al komt, weet je het zonder iets te weten. Wanneer je tot het Al komt, bezit je het zonder iets te bezitten. Wanneer je tot het Al komt, ben je het zonder iets te zijn.
Weg om het Al niet te belemmeren: Om het Al niet te belemmeren in jou, Verlang niet naar iets in iets. Weet niet iets in iets. Heb niet iets in iets. Wees niet iets in iets. Teken van het bezit van het Al: Wanneer je niets verlangt, niets weet, niets bezit, en niets bent in iets, Dan is dit een teken dat je het Al bezit. Deze tekst is een krachtige samenvatting van Johannes van het Kruis’ mystieke leer over innerlijke leegte, volledige overgave en het loslaten van alles wat niet God is. Het nodigt uit tot een radicale eenvoud en een diepe innerlijke vrijheid, waarin het goddelijke zich kan openbaren.
*******
VERDER:
De Bestijging van de Berg Carmel van Johannes van het Kruis is een mystiek meesterwerk dat de weg beschrijft naar volledige vereniging met God door radicale innerlijke leegte en zuivering. Het is een gids voor de ziel die verlangt naar het goddelijke, maar bereid is alles los te laten om dat doel te bereiken.
Wat is de Bestijging van de Berg Carmel?
Het is een spirituele en theologische verhandeling waarin Johannes van het Kruis (1542–1591), karmeliet en mysticus, de innerlijke reis beschrijft van de ziel naar God. Hij gebruikt het beeld van een berg — de Berg Carmel — als symbool voor de weg naar volmaaktheid en mystieke vereniging met God.
De berg staat voor de hoogste staat van geestelijke volmaaktheid, waar de ziel in volledige eenheid met God leeft.
De beklimming is moeilijk en smal, en vereist volledige zuivering van verlangens, zintuiglijke genoegens, kennis, en eigen wil.
Centrale thema’s:
Thema Uitleg
Negatieve weg (via negativa)——-De ziel moet alles loslaten wat niet God is: bezit, kennis, troost, eer, zelfs religieuze gevoelens.
Donkere nacht ——De ziel gaat door een periode van duisternis en leegte, waarin God afwezig lijkt. Dit is een noodzakelijke zuivering.
Innerlijke leegte——Alleen in totale leegte kan God zich volledig geven. De ziel moet niets willen, niets weten, niets bezitten.
Mystieke eenheid——Aan de top van de berg vindt de ziel rust, vrede en eenheid met God — het “Perpetuele Banket”.
++++
Structuur van het werk
Johannes schreef het werk in drie delen:
De weg van zuivering van de zintuigen – hoe de ziel zich losmaakt van aardse genoegens.
De zuivering van de geest – hoe de ziel zich losmaakt van innerlijke beelden, gedachten en kennis.
De vereniging met God – het uiteindelijke doel: een stille, liefdevolle eenheid met het goddelijke.
Praktische betekenis
Voor Johannes is spiritualiteit geen theorie, maar een existentiële weg. Hij nodigt uit tot:
Radicale eenvoud en nederigheid
Vertrouwen in God, zelfs in duisternis
Loslaten van alles wat de ziel bindt
Volledige overgave aan de goddelijke wil
Inspiratie voor vandaag:
De Bestijging van de Berg Carmel is geen boek om snel te lezen, maar om langzaam te overwegen. Het is een gids voor wie verlangt naar diepe innerlijke vrijheid en een leven in Gods aanwezigheid. Johannes’ boodschap is helder: hoe minder jij bent, hoe meer God kan zijn in jou.
**************
Gebed op de feestdag van Johannes van het Kruis:
Heer,
Gij hebt Johannes van het Kruis geroepen om ons de weg te tonen naar de
stille hoogte van Uw berg, waar niets ons meer bindt dan Uw liefde alleen.
Leer ons, zoals hij, alles los te laten wat ons afleidt van U: onze verlangens,
onze zekerheden, onze kennis, ons bezit.
Maak ons leeg, zodat Gij ons kunt vullen.
Maak ons klein, zodat Gij groot kunt zijn in ons.
In de duisternis van de nacht, waar ons hart geen troost vindt,
laat ons vertrouwen dat Gij nabij zijt. In de stilte van de leegte,
laat ons Uw stem horen die zacht fluistert:
“Kom hogerop, kom naar Mij.”
Heilige Johannes van het Kruis, leer ons de smalle weg van overgave,
de weg van niets en van alles, opdat wij, eenmaal aan de top van de berg,
“…onthouding is geen doel op zich: ze helpt ons om dingen beter te gebruiken. Ze helpt ons om ze weg te geven. Als de werkelijkheid ons tegenstaat, als we ons er enkel met afschuw van afkeren, aan wie zullen we haar dan aanbieden? Hoe zullen we haar heiligen? Hoe zullen we er een gegeven van maken voor God en voor de mens?”
Thomas Merton
++++
Iets moeilijks in je leven…
Stel dat je geconfronteerd wordt met een situatie die je afstoot – een conflict, een verlies, een gevoel van zinloosheid. Merton zou zeggen: het is de bedoeling dat je ervan uitgaat dat je wilt afkeren. Maar als je het alleen maar wegduwt, blijft het onbenut.
Zijn filosofie nodigt je uit om te vragen:
Hoe kan ik deze ervaring transformeren tot iets betekenisvols?
Kan ik lijden , de frustratie, of het gemis van omvormen tot een gegeven – iets dat anderen helpen, iets dat mij verdiept?
Bijvoorbeeld: iemand die een burn-out heeft gehad, kan zeker kiezen om zijn ervaring te gebruiken om anderen te begeleiden. Dan wordt het geen litteken, maar een bron van wijsheid.
Als je afstand neemt van materiële zaken of gebruikelijk…
Misschien ben je bezig met minimalisme, sober leven, of het loslaten van bepaalde patronen. Merton zou zeggen: onthouding is niet het eindpunt. Het gaat erom wat je met de ruimte doet. Gebruik je die vrijheid om meer aanwezig te zijn voor anderen? Om creatief te leven? Om diepgaand te verbinden?
Als je teleurgesteld bent in de wereld …
Voel je je soms moedeloos over de maatschappij, politiek, klimaat, of menselijke relaties? Merton stelt: afkeer is voorstel, maar niet genoeg. De uitdaging is om die afkeer om te zetten in een daad van toewijding —iets heiligs maken. Bijvoorbeeld door activisme, kunst, zorg, of dialoog.
++++
Hier zijn vijf praktische stappen die je kunt overwegen, actieve of je worstelt met verlies , teleurstelling, interne onrust, of een verlangen naar meer zingeving:
1.Benoem wat je afstoot of wilt loslaten:
Neem zelfs de tijd om te reflecteren:
Wat in jouw leven voelt zwaar, zinloos, frustrerend of leeg?
Is het een standaard, een relatie, een betrouwbare, een situatie?
Voorbeeld : “ Ik voel me vervreemd van mijn werk, het lijkt ook geen betekenis heeft.”
2.Onderzoek de waarde die erin verborgen zit:
Merton zegt: we moeten niet alleen afkeren, maar ook heiligen .
Wat heeft deze situatie geleerd ?
Welke kracht, inzicht of empathie heeft je definitieve ontwikkeling?
Voorbeeld : “Door mijn frustratie op het werk heb ik ontdekt dat ik daadwerkelijk wil bijdragen aan iets dat mensen echt helpen.”
3.Transformeer het:
Vraag jezelf: hoe kan ik deze ervaring gebruiken om iets te geven aan anderen of aan een groter doel?
Kan je vertellen schrijven, praten, anderen mee helpen?
Kan je het omzetten in actie, kunst, zorg, of verandering?
Voorbeeld : “Ik ga vrijwilligerswerk doen in een sector die wél aansluit bij mijn waarden.”
4.Creëer rituelen van betekenis:
Afstand doen wordt krachtig als je het verbindt aan een ritueel of intentie.
Maak een moment van bewust loslaten : schrijf een korte, houd een stilte, plant iets nieuws.
Geef het een spirituele of symbolische lading.
Voorbeeld : “Ik schrijf een afscheidsbrief aan mijn oude betrouwbare dat succes gelijkstaat aan status.”
5.Leef met openheid voor het nieuwe:
Laat ruimte ontstaan. Niet alles hoeft direct ingevuld.
Sta open voor wat zich aandient.
Vertrouw erop dat betekenis groeit in de leegte die je hebt gemaakt.
Voorbeeld : “Ik weet nog niet wat mijn volgende stap is, maar ik geef mezelf toestemming om te zoeken zonder haast.”
++++
Gebed
Heer,
leer mij de werkelijkheid niet te verwerpen, maar te omarmen.
Laat mijn onthouding geen afkeer zijn, maar een weg naar liefdevolle vrijheid. Help mij om alles wat ik ontvang
— bezit, tijd, talenten — met open handen te gebruiken en weg te schenken.
Laat mijn leven een gave zijn, een offer van dankbaarheid,
een zegen voor anderen. Heilig mijn blik, zodat ik in het gewone het goddelijke
herken. En geef mij de moed om de wereld niet te ontvluchten,
Zijn leven van armoede en vervolging had hem tot een verbitterde cynicus kunnen maken. In plaats daarvan werd hij een medelevende mysticus, die leefde vanuit de overtuiging: “Wie heeft ooit mensen tot liefde voor God gebracht door hardheid?” en “Waar geen liefde is, zaai liefde — en je zult liefde vinden.”
“De Heer meet onze volmaaktheid niet aan de hoeveelheid of de grootsheid van onze daden, maar aan de manier waarop we ze verrichten.”
Geboortedatum: 24 juni 1542
Geboorteplaats: Fontiveros, Ávila, Spanje
Overleden: 14 december 1591 (leeftijd: 49)
Feestdag: 14 december
Patroonheilige van: het contemplatieve leven, contemplatieven, mystieke theologie, mystici, Spaanse dichters
Johannes van het Kruis, bekend om zijn mystieke geschriften en poëzie, werkte nauw samen met Teresa van Ávila aan de hervorming van de Karmelietenorde.
TIJDLIJN
1542 – Geboren als Juan de Yepes. Zijn vader gaf rijkdom, status en comfort op om te trouwen met een weversdochter en werd verstoten door zijn adellijke familie.
1543 – Zijn vader stierf, waardoor zijn moeder achterbleef met drie hongerige kinderen.
1552 – Eerste opleiding in Medina del Campo, op een school voor arme kinderen.
1559 – Werkte in een ziekenhuis voor ongeneeslijk zieke en misvormde patiënten. Studeerde aan een Jezuïetenschool.
1563 – De stille, verlegen en intens vrome jongeman gaf comfort en rijkdom op om toe te treden tot het Karmelietenklooster in Medina del Campo.
1564 – Legde professie af als Karmeliet en ging studeren aan de Universiteit van Salamanca.
1567 – Werd priester gewijd en keerde terug naar Salamanca om theologie te studeren.
1577 – Teresa van Ávila vroeg Johannes om haar te helpen bij de hervorming van de Karmelietenorde. Toen hij het niet eens was met de oude orde, werd hij ontvoerd door monniken in Ávila.
Gevangenschap – Gevangen in Toledo, leefde 9 maanden in een cel van 1,80 m bij 3 m, met slechts één klein raam hoog in de muur. Tijdens deze periode schreef hij enkele van zijn mooiste gedichten.
1578–1591 – jIn augustus 1578 ontsnapte hij uit de gevangenis naar het klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen in Toledo. Hij wijdde de volgende jaren aan het hervormingswerk met Teresa van Ávila, stichtte nieuwe kloosters en ondersteunde de zusters.
Visioen van Christus – Hij maakte een tekening van de gekruisigde Christus, gebaseerd op een visioen in het klooster van de Incarnatie in Ávila. Salvador Dalí baseerde later een schets op deze tekening.
1591 – Overleed op 14 december aan een ernstige koorts en huidinfectie.
1726 – Heiligverklaard door paus Benedictus XIII op 27 december.
1926 – Uitgeroepen tot Kerkleraar door paus Pius XI op 24 augustus.
1952 – Door het Spaanse Ministerie van Onderwijs erkend als een van de grootste Spaanse dichters.
Het klooster van de Incarnatie in Ávila herbergt vandaag een Teresiaans museum en toont de tekening van Johannes van Christus aan het kruis.
*****************
Commentaar: De mystiek van liefde en leegte:
Johannes van het Kruis is een gids voor wie verlangt naar innerlijke vrijheid en diepe vereniging met God. Zijn leven getuigt van een radicale keuze voor liefde, zelfs in lijden en vernedering. Hij leert ons dat ware spiritualiteit niet bloeit in comfort, maar in het stille vertrouwen dat God aanwezig is in de duisternis.
Zijn beroemde uitspraak — “Waar geen liefde is, zaai liefde, en je zult liefde vinden” — is een uitnodiging tot actieve overgave. Johannes nodigt ons uit om niet te wachten op gunstige omstandigheden, maar zelf bron van liefde te worden. Zijn mystiek is geen vlucht uit de wereld, maar een transformatie van het hart.
****************
Gebed geïnspireerd door Johannes van het Kruis:
God van stilte en vuur,
U die woont in het verborgen, leer mij de weg van innerlijke leegte, waar U alleen mijn ziel vervult.
Laat mij, zoals Johannes, liefde zaaien waar haat heerst, vrede brengen waar onrust leeft, en U zoeken in de nacht van het geloof.
Wanneer ik gevangen zit in angst of twijfel, open dan het kleine venster van hoop, zoals U deed in zijn cel in Toledo.
Maak mijn leven tot een gedicht van overgave, een lofzang op Uw verborgen aanwezigheid.
“God heeft jouw geld niet nodig, maar de armen wel. Jij geeft het aan de armen, en God ontvangt het.” “Ons leven en onze dood zijn met onze naaste verbonden.”
— Augustinus (354–430), Kerkvader en Doctor van de Genade
++++
Commentaar:
Augustinus raakt hier twee diepe spirituele waarheden aan:
Liefde in actie: Het eerste citaat herinnert ons eraan dat echte naastenliefde niet abstract is. God vraagt geen offers in goud, maar in mededogen. Wanneer we geven aan de armen, is dat een daad van liefde die God zelf ontvangt als ware het aan Hem gegeven. Het is een mystieke verbinding tussen mens en God via de ander.
jGemeenschap als levensadem: Het tweede citaat benadrukt dat we niet op onszelf bestaan. Ons leven — en zelfs onze dood — is verweven met de levens van anderen. Dit is een oproep tot solidariteit, tot het besef dat we elkaar dragen, beïnvloeden, en nodig hebben.
Augustinus nodigt ons uit om onze spiritualiteit niet alleen in gebed te beleven, maar ook in concrete daden van liefde en verbondenheid.
Een vierhonderdtal citaten en teksten van Maximus De Belijder…..
MAXIMUS DE BELIJDER: (ook bekend als Maximus de Confessor) is een fascinerende figuur uit de vroege christelijke geschiedenis. Hij leefde van ca. 580 tot 662 en was een Griekse monnik, theoloog en kerkvader die een cruciale rol speelde in de strijd tegen het monotheletisme—de leer dat Christus slechts één wil had2.
Wie was Maximis de Belijder en wat maakte hem zo byzonder ?
Hij begon als secretaris van keizer Heraclius, maar koos later voor het monnikenleven.
Maximus schreef meer dan 90 theologische werken, waaronder de invloedrijke Mystagogie, waarin hij de liturgie mystiek duidt.
Hij verdedigde de leer dat Christus zowel een menselijke als goddelijke wil heeft (dyotheletisme), wat hem in conflict bracht met het Byzantijnse gezag4.
Als gevolg van zijn standpunten werd hij gemarteld—zijn tong en rechterhand werden afgehakt—en uiteindelijk stierf hij in ballingschap4.
Hij was een vruchtbaar schrijver (meer dan 90 geschriften staan op zijn naam) en een van de bekwaamste tegenstanders van het monotheletisme. Hierdoor kwam hij in grote moeilijkheden met het Byzantijnse gezag en werd in 653 gevangengenomen en naar Constantinopel gevoerd. Hij werd verbannen in 655 en vervolgens nogmaals in 662. Hij stierf na zware folteringen in ballingschap..
Hij werd later heilig verklaard en zijn leer werd bevestigd op het Derde Concilie van Constantinopel.
Zijn feestdag wordt gevierd op 13 augustus in het Westen en op 21 januari in de Oosterse traditie2.
Wie was Maximus de Belijder?
Geboren: rond 580 in Constantinopel (sommige bronnen noemen Syrië).
Gestorven: 662 in Lazika (Georgië).
Achtergrond: Hij kwam uit een welgestelde familie en kreeg een uitstekende opleiding in filosofie, grammatica en retoriek.
Loopbaan: Aanvankelijk was hij secretaris van keizer Herakleios, maar hij verliet het hof om monnik te worden in het klooster van Chrysopolis, waar hij later abt werd.
Theologische betekenis:
Leer: Maximus verdedigde de overtuiging dat Christus twee naturen én twee willen heeft – een menselijke en een goddelijke.
Conflict: Dit bracht hem in botsing met de officiële kerk, die de leer van het monotheletisme (slechts één goddelijke wil) steunde.
Vervolging: Hij werd meerdere keren gearresteerd, verbannen en uiteindelijk verminkt (zijn tong en rechterhand werden afgesneden) om hem het spreken en schrijven onmogelijk te maken.
Invloed en nalatenschap:
Heilige: Hij wordt vereerd in de katholieke, orthodoxe en oosterse kerken.
Feestdagen: 13 augustus (katholiek) en 21 januari (orthodox).
Schriften: Zijn werken, zoals de Ambigua en traktaten over de liefde, verbinden christelijke theologie met filosofische tradities en beïnvloedden de middeleeuwse mystiek.
Titel “Belijder”: Dit betekent dat hij zijn geloof bleef belijden ondanks zware vervolging, zonder als martelaar te sterven.
++++
GEBED.
Heer Jezus Christus,
Gij die waarachtig God en waarachtig mens zijt,
wij danken U voor het getuigenis van uw dienaar Maximus de Belijder,
die met moed en trouw uw waarheid heeft verdedigd.
Leer ons, zoals hij, standvastig te blijven
wanneer de wereld ons tot zwijgen wil brengen.
Geef ons wijsheid om uw mysterie te begrijpen,
liefde om uw wil te volgen,
en kracht om ons geloof te belijden zonder angst.
Moge zijn voorbeeld ons leiden
tot een leven van nederigheid, gebed en trouw,
opdat wij eens met hem en alle heiligen
Uw heerlijkheid mogen aanschouwen.
Amen.
************
Sint Maximos de Belijder: Ongeveer vierhonderd teksten over liefde
Naast mijn verhandeling over het ascetische leven stuur ik u ook. Vader Elpidios, deze verhandeling over de liefde is, naar analogie van de vier evangeliën, verdeeld in vier eeuwen hoofdstukken. Het voldoet misschien niet aan uw verwachtingen, maar het is het beste wat ik kan doen. Bovendien moet u weten. Vader, dat deze hoofdstukken niet het product zijn van mijn eigen geest . Integendeel, ik heb de geschriften van de heilige vaders doorgenomen en daaruit passages verzameld die relevant zijn voor mijn onderwerp, waarbij ik veel materiaal heb samengevat in korte paragrafen en het op deze manier gemakkelijk heb gemaakt om te onthouden en te assimileren. Bij het sturen van deze hoofdstukken verzoek ik u ze met medeleven te lezen en alleen te zoeken naar wat er nuttig in is, waarbij u de onelegante taal over het hoofd ziet. Ik vraag u ook om te bidden voor mijn onwaardige zelf, verstoken als ik ben van alle geestelijke zegen. Ik heb ook dit verzoek: wees niet geïrriteerd door wat ik heb geschreven, want ik heb slechts uitgevoerd wat mij was opgedragen. Ik zeg dit omdat wij, die mensen met woorden lastig vallen, tegenwoordig met velen zijn, terwijl het aantal mensen dat anderen onderwijst of door daden wordt onderwezen, zeer gering is.
Besteed alstublieft zorgvuldig aandacht aan elk hoofdstuk. Want ik vermoed dat niet alle hoofdstukken voor iedereen gemakkelijk te begrijpen zijn. Veel ervan zullen door de meeste lezers nauwkeurig bestudeerd moeten worden, zelfs als wat ze zeggen heel eenvoudig lijkt. Als er iets in deze hoofdstukken nuttig zou blijken voor de ziel, zal het aan de lezer worden onthuld door de genade van God, op voorwaarde dat hij leest, niet uit nieuwsgierigheid, maar in de vrees en liefde voor God. Als iemand dit of een ander werk leest, niet om er spiritueel voordeel uit te halen, maar om materie op te sporen waarmee hij de auteur kan beledigen, zodat hij in zijn verwaandheid kan laten zien dat hij de meest geleerde is, zal hem nooit iets nuttigs worden onthuld in wat dan ook. Sint Maximos de Belijder
Eerste eeuw:
Liefde is een heilige staat van de ziel, die haar in staat stelt om kennis van God boven alle geschapen dingen te waarderen. We kunnen geen blijvend bezit van zulke liefde bereiken zolang we nog steeds gehecht zijn aan iets werelds.
Onthechting brengt liefde voort, hoop op God brengt onthechting voort , en geduld en verdraagzaamheid brengen hoop op God voort; deze zijn op hun beurt het product van volledige zelfbeheersing, die zelf voortkomt uit vrees voor God. Vrees voor God is het resultaat van geloof in God.
Als je geloof hebt in de Heer zul je straf vrezen, en deze angst zal je ertoe brengen om de passies te beheersen. Zodra je de passies beheerst zul je de ellende geduldig accepteren, en door deze acceptatie zul je hoop in God verwerven. Hoop in God scheidt het intellect van elke wereldse gehechtheid, en wanneer het intellect op deze manier wordt losgemaakt zal het liefde voor God verwerven.
De persoon die God liefheeft, waardeert de kennis van God meer dan alles wat door God geschapen is, en streeft naar zulke kennis vurig en onophoudelijk.
Als alles wat bestaat door God en voor God is gemaakt, en God verheven is boven de dingen die door Hem zijn gemaakt, dan toont degene die het hogere verlaat en zich wijdt aan het lagere, dat hij de dingen die door God zijn gemaakt, meer waardeert dan God Zelf.
Wanneer uw intellect geconcentreerd is op de liefde van God, zult u weinig aandacht besteden aan zichtbare dingen en zult u zelfs uw eigen lichaam als iets vreemds beschouwen.
Omdat de ziel edeler is dan het lichaam en God onvergelijkelijk edeler dan de door Hem geschapen wereld, is hij die het lichaam meer waardeert dan de ziel en de door God geschapen wereld meer waardeert dan de Schepper Zelf, eenvoudigweg een aanbidder van afgoden.
Als u uw intellect afleidt van zijn liefde voor God en het concentreert, niet op God, maar op een zintuiglijk object, toont u daarmee dat u het lichaam meer waardeert dan de ziel en de dingen die door God zijn gemaakt meer dan God Zelf. 9. Omdat het licht van de geestelijke kennis het leven van het intellect is en omdat dit licht wordt voortgebracht door de liefde voor God, wordt terecht gezegd dat niets groter is dan de goddelijke liefde (vgl. 1 Kor. 13:13).
Wanneer het intellect in de intensiteit van zijn liefde voor God uit zichzelf gaat, dan heeft het geen besef van zichzelf of van enig geschapen ding. Want wanneer het verlicht wordt door het oneindige licht van God, wordt het ongevoelig voor alles wat door Hem gemaakt is, net zoals het oog ongevoelig wordt voor de sterren wanneer de zon opkomt.
Alle deugden werken samen met het intellect om dit intense verlangen naar God te produceren, zuiver gebed boven alles. Want door via dit gebed naar God op te stijgen, stijgt het intellect uit boven het rijk van de geschapen wezens.
Wanneer het intellect door de liefde door goddelijke kennis wordt verrukt en buiten het rijk van de geschapen wezens staat, wordt het zich bewust van Gods oneindigheid. Het is dan, volgens Jesaja, dat een gevoel van verbazing het bewust maakt van zijn eigen nederigheid en in alle oprechtheid de woorden van de profeet herhaalt: ‘Hoe ellendig ben ik, want ik ben doorboord in het hart ; omdat ik een man ben met onreine lippen, en ik woon te midden van een volk met onreine lippen; en mijn ogen hebben de Koning, de Heer der heerscharen, gezien’ (Jes. 6:5).
De mens die God liefheeft, kan niet anders dan ieder mens liefhebben als zichzelf, ook al is hij bedroefd door de hartstochten van hen die nog niet gezuiverd zijn. Maar wanneer zij hun leven verbeteren, is zijn vreugde onbeschrijfelijk en kent geen grenzen.
Een ziel die vol is van gedachten van zinnelijk verlangen en haat is onzuiver.
Als wij in ons hart ook maar enig spoor van haat tegen wie dan ook bespeuren, omdat hij een fout heeft begaan, zijn wij volkomen vervreemd van de liefde voor God. Want de liefde voor God verhindert ons absoluut om wie dan ook te haten.
Wie Mij liefheeft, zegt de Heer, zal Mijn geboden houden (vgl. Johannes 14:15, 23); en ‘dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt’ (Johannes 15:12). Dus wie zijn naaste niet liefheeft, houdt zich niet aan het gebod en kan dus de Heer niet liefhebben.
Gezegend is hij die alle mensen evenveel kan liefhebben.
Gezegend is hij die zich niet hecht aan iets vergankelijks of vergankelijks.
Gezegend is het intellect dat alle zintuiglijke objecten overstijgt en onophoudelijk geniet van goddelijke schoonheid.
Als u voorziet in de begeerten van het vlees (vgl. Rom. 13:14) en een wrok koestert tegen uw naaste vanwege iets vergankelijks, aanbidt u het schepsel in plaats van de Schepper.
Als je je lichaam vrijhoudt van ziekte en zintuiglijk genot, zal het je helpen om te dienen wat nobeler is.
Wie afstand doet van alle wereldse verlangens, plaatst zichzelf boven alle wereldse ellende.
Wie God liefheeft, zal zeker ook zijn naaste liefhebben. Zo iemand kan geen geld oppotten, maar verdeelt het op een manier die God past, en is gul voor iedereen die in nood verkeert.
Hij die aalmoezen geeft in navolging van God, maakt geen onderscheid tussen de slechten en de deugdzamen, de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen, wanneer hij voorziet in de lichamelijke behoeften van de mens. Hij geeft aan allen gelijkelijk naar hun behoefte, ook al geeft hij de deugdzame mens de voorkeur boven de slechte mens vanwege de oprechtheid van zijn bedoeling.
God, die van nature goed en onpartijdig is, heeft alle mensen evenzeer lief als Zijn werk. Maar Hij verheerlijkt de deugdzame mens omdat hij in zijn wil verenigd is met God. Tegelijkertijd is Hij in Zijn goedheid genadig jegens de zondaar en door hem in dit leven te kastijden brengt Hij hem terug op het pad van de deugd. Op dezelfde manier heeft een man met een goed en onpartijdig oordeel ook alle mensen evenzeer lief. Hij heeft de deugdzame mens lief vanwege zijn aard en de oprechtheid van zijn bedoeling: en hij heeft ook de zondaar lief, vanwege zijn aard en omdat hij in zijn mededogen medelijden met hem heeft omdat hij dwaas struikelt in de duisternis.
De staat van liefde kan herkend worden in het geven van geld, en nog meer in het geven van geestelijke raad en in het verzorgen van mensen in hun fysieke behoeften.
Wie werkelijk afstand heeft gedaan van wereldse zaken en zijn naaste liefdevol en oprecht dient, wordt spoedig bevrijd van elke hartstocht en deelgenoot gemaakt van Gods liefde en kennis.
Hij die de liefde voor God in zijn hart heeft gerealiseerd , is onvermoeibaar, zoals Jeremia zegt (vgl. Jer. 17:16. LXX), in zijn zoektocht naar de Heer zijn God, en draagt elke ontbering, smaad en belediging nobel, zonder ooit het minste kwaad van iemand te denken.
Wanneer je door iemand beledigd of beledigd wordt, wees dan op je hoede voor boze gedachten, want die wekken geen irritatie op en sluiten je af van de liefde, maar plaatsen je in het rijk van de haat.
Weet dat u veel baat hebt gehad bij een diepe belediging of vernedering. Want door de vernedering is het gevoel van eigenwaarde uit u verdwenen.
Zoals de gedachte aan vuur het lichaam niet verwarmt, zo verwerkelijkt geloof zonder liefde het licht van spirituele kennis in de ziel niet.
Zoals het licht van de zon een gezond oog aantrekt, zo trekt de kennis van God door de liefde op natuurlijke wijze het zuivere intellect aan .
Een zuiver intellect is een intellect dat vrij is van onwetendheid en verlicht wordt door goddelijk licht.
Een zuivere ziel is een ziel die vrij is van hartstochten en voortdurend verrukt is door goddelijke liefde.
Een schuldige hartstocht is een impuls van de ziel die in strijd is met de natuur.
Onthechting is een vredige toestand van de ziel, waarin de ziel niet snel tot het kwade wordt bewogen.
Een man die ijverig is geweest in het verwerven van de vruchten van de liefde, zal niet ophouden met liefhebben, zelfs niet als hij duizend rampen lijdt. Laat Stefanus, de discipel van Christus, en anderen zoals hij u overtuigen van de waarheid hiervan (vgl. Handelingen 7:60). Onze Heer Zelf bad voor Zijn moordenaars en vroeg de Vader om vergeving omdat ze niet wisten wat ze deden (vgl. Lucas 23:34).
Als de liefde lankmoedig en vriendelijk is (vgl. 1 Kor. 13:4), dan vervreemdt een twistzieke en kwaadaardige man zich duidelijk van de liefde. En wie vervreemd is van de liefde, is vervreemd van God, want God is liefde.
Zeg niet dat u de tempel van de Heer bent, schrijft Jeremia (vgl. Jer. 7:4); en u moet ook niet zeggen dat alleen het geloof in onze Heer Jezus Christus u kan redden, want dit is onmogelijk, tenzij u ook liefde voor Hem verwerft door uw werken. Wat het geloof op zichzelf betreft, ‘de duivels geloven ook en sidderen’ (Jak. 2:19). 40. Wij tonen actief liefde in verdraagzaamheid en geduld jegens onze naaste, in het oprecht verlangen naar zijn goed, en in het juiste gebruik van materiële dingen.
(40)Ontbreekt
41. Wie God liefheeft, benauwt niemand en wordt ook niet benauwd vanwege de vergankelijke dingen. Er is slechts één soort benauwdheid die hij zowel lijdt als anderen toebrengt: die heilzame benauwdheid die de gezegende Paulus leed en die hij de Korintiërs toebracht (vgl. 2 Kor. 7:8-11).
Wie God liefheeft, leeft het engelenleven op aarde, vast en houdt waakdiensten, bidt en zingt psalmen en denkt altijd goed over ieder mens.
Als een mens iets verlangt, doet hij er alles aan om het te bereiken. Maar van alle dingen die goed en wenselijk zijn, is het goddelijke onvergelijkelijk het beste en het meest wenselijk. Hoe ijverig moeten we dan zijn om te bereiken wat van nature goed en wenselijk is.
Houd op met het verontreinigen van uw vlees met schandelijke daden en het verontreinigen van uw ziel met slechte gedachten. Dan zal de vrede van God op u neerdalen en u liefde brengen.
Kwel uw vlees met honger en waken, en leg u onvermoeibaar toe op psalmenzang en gebed; dan zal de heiligende gave van zelfbeheersing op u neerdalen en u liefde brengen.
Wie goddelijke kennis heeft gekregen en door de liefde de verlichting ervan heeft verworven, zal nooit heen en weer worden geslingerd door de demon van het zelfrespect. Maar wie nog niet zulke kennis heeft gekregen, zal gemakkelijk aan deze demon ten onder gaan. Maar als hij in alles wat hij doet zijn blik op God gericht houdt en alles omwille van Hem doet, zal hij met Gods hulp spoedig ontsnappen.
Wie nog geen goddelijke kennis heeft bereikt die door liefde wordt bekrachtigd, is trots op zijn spirituele vooruitgang. Maar wie zulke kennis heeft gekregen, herhaalt met diepe overtuiging de woorden die de patriarch Abraham uitsprak toen hem de manifestatie van God werd gegeven: ‘Ik ben stof en as’ (Gen. 18:27).
De mens die de Heer vreest, heeft nederigheid als zijn constante metgezel en bereikt door de gedachten die nederigheid inspireert, een staat van goddelijke liefde en dankbaarheid. Want hij herinnert zich zijn vroegere wereldse levenswijze, de verschillende zonden die hij heeft begaan en de verleidingen die hem sinds zijn jeugd zijn overkomen: en hij herinnert zich ook hoe de Heer hem van dit alles heeft verlost en hoe Hij hem wegleidde van een door passie gedomineerd leven naar een leven dat door God wordt geregeerd. Dan ontvangt hij, samen met vrees, ook liefde en dankt in diepe nederigheid voortdurend de Weldoener en Stuurman van ons leven.
Bezoedel uw intellect niet door u vast te klampen aan gedachten die gevuld zijn met woede en zinnelijk verlangen . Anders verliest u uw vermogen tot zuiver gebed en wordt u het slachtoffer van de demon van lusteloosheid.
Wanneer het intellect zich associeert met slechte en smerige gedachten, verliest het zijn intieme gemeenschap met God
De dwaze man die door de hartstochten wordt aangevallen, wordt, wanneer hij tot woede wordt aangezet, zinloos gedwongen zijn broeders te verlaten. Maar wanneer hij door verlangen wordt verhit, verandert hij snel van gedachten en zoekt hun gezelschap. Een intelligent persoon gedraagt zich in beide gevallen anders. Wanneer woede oplaait, snijdt hij de bron van verstoring af en bevrijdt zichzelf zo van zijn gevoel van irritatie jegens zijn broeders. Wanneer verlangen de overhand heeft, beteugelt hij elke onhandelbare impuls en toevallige conversatie.
Verlaat in tijden van beproeving uw klooster niet, maar verzet u moedig tegen de gedachten die over u heen razen, vooral die van irritatie en lusteloosheid. Want wanneer u op deze manier door beproevingen bent beproefd, zal uw hoop op God, overeenkomstig de goddelijke voorzienigheid, vast en zeker worden. Maar als u weggaat, zult u uzelf als waardeloos, onmannelijk en wispelturig tonen.
Als u niet wilt afdwalen van de liefde van God, laat uw broeder dan niet naar bed gaan met een geïrriteerd gevoel op u, en ga zelf ook niet naar bed met een geïrriteerd gevoel op hem. Verzoen u met uw broeder en kom dan met een zuiver geweten tot Christus en bied Hem uw gave van liefde aan in oprecht gebed (vgl. Mat. 5:24). 54. Paulus zegt dat, als wij alle gaven van de Geest hebben, maar geen liefde, wij niet verder komen (vgl. I Kor. 13:2). Hoe ijverig moeten wij dan zijn in onze pogingen om deze liefde te verwerven.
Refrein: Rorate caeli desuper, et nubes pluant iustum
Laat neerdalen, hemelen, uw dauw; laat de wolken de Rechtvaardige regenen.
Vers 1: Ne irascaris Domine, ne ultra memineris iniquitatis: ecce civitas Sancti facta est deserta, Sion deserta facta est: Ierusalem desolata est: domus sanctificationis tuae et gloriae tuae ubi laudaverunt te patres nostri.
Heer, wees niet meer toornig, gedenk niet langer onze ongerechtigheden. Zie de stad van uw Heilige is verlaten, Sion is een woestenij geworden, Jeruzalem ligt verwoest. Het huis van uw heiliging en uw glorie, waar onze vaderen U loofden, is verwoest.
Vers 2: Peccavimus, et facti sumus tamquam immundus nos, et cecidimus quasi folium universi; et iniquitates nostrae quasi ventus abstulerunt nos: abscondisti faciem tuam a nobis, et allisisti nos in manu iniquitatis nostrae
Wij hebben gezondigd en zijn onrein geworden, wij vallen neer als bladeren die vergaan. Onze ongerechtigheden hebben ons weggeblazen als door de wind. Gij hebt uw gelaat voor ons verborgen, en ons overgeleverd aan de macht van onze zonden.
Vers 3: Vide, Domini, afflictionem populi tui, et mitte quem missurus es,emitte Agnum dominatorem terrae, de Petra deserti montem filiae Sion:ut auferat ipse iugum captivatis nostrae.
Zie, Heer, de ellende van uw volk, zend Hem die Gij zenden zult. Zend de Lam, de Heerser van de aarde, uit de rots van de woestijn naar de berg van Sion’s dochter, opdat Hij het juk van onze gevangenschap wegneemt
Vers 4: Consolamini, consolamini, popule meus: cito veniet salus tua:quare moerore consumeris, quia innovavit te dolor? Salvabo te, noli timere: ego enim sum Dominus Deus, tuus, Sanctus Israel, Redemptor tuus.
Troost u, troost u, mijn volk: spoedig komt uw heil. Waarom verteert u zich in droefheid, omdat pijn u vernieuwd heeft? Ik zal u redden, wees niet bang: Ik ben de Heer uw God, de Heilige van Israël, uw Verlosser.
++++
Commentaar:
Dit lied is een Adventsklacht en -gebed. Het volk erkent zijn zonden en de verwoesting van Jeruzalem, maar roept tegelijk uit naar God om redding. Het refrein “Laat de wolken de Rechtvaardige regenen” is een beeld van Christus, de Messias, die als dauw uit de hemel neerdaalt om de aarde te vernieuwen.
De tekst wisselt tussen:
Lamentatie: erkenning van schuld, verlatenheid, en ballingschap.
Hoop: verwachting van de komst van de Redder, het Lam dat het juk wegneemt.
Troost: God spreekt zelf woorden van redding en bemoediging.
Het is een gebed dat perfect past bij Advent: de spanning tussen duisternis en hoop,
tussen zonde en verlossing.
++++
Heer, onze God,
wij erkennen onze zwakheid en onze schuld.
Vaak zijn wij als verdorde bladeren,
weggeblazen door de storm van onze eigen fouten.
Maar Gij zijt trouw, Gij verlaat uw volk niet.
Laat uw dauw neerdalen over ons,
zend ons uw Zoon, het Lam dat de wereld draagt.
Troost ons in onze droefheid,
vernieuw ons in uw genade,
en maak ons vrij van het juk van onze zonden.
Kom, Heer Jezus,
wees ons Licht en onze Redder.
Amen.
*****************
Het Adventslied gezongen in de oorspronkelijke Latijns tekst …..
🕯️ Week 1 – Hoop
De telg uit de stam van Isaï zal komen, Hij zal heersen over de volken; op Hem zullen de volken hun hoop vestigen. (Romeinen 15:12)
🕯️ Week 2 – Geloof
Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht. (Lucas 3:4-5)
🕯️ Week 3 – Vreugde
Wees niet bang, want ik breng jullie goed nieuws dat grote vreugde zal geven aan alle mensen. (Lucas 2:10-12)
🕯️ Week 4 – Vrede
Eer aan God in de hoogste hemel, en vrede op aarde voor de mensen op wie zijn liefde rust. (Lucas 2:14)
Ben je onteerd? Heb dan oog voor de heerlijkheid die in de hemel voor je is weggelegd door geduldige volharding.
Heb je verlies geleden? Overdenk dan de hemelse rijkdom en schat die je voor jezelf hebt verzameld door je goede daden.
Ben je uit je vaderland verdreven? Dan heb je Jeruzalem als je hemelse thuis.
Ben je een kind verloren? Dan heb je Engelen, met wie je rondom de Troon van God zult dansen, eeuwig verheugd.
Door op deze manier toekomstige goede dingen tegenover huidige smarten te stellen, zul je je ziel bewaren in de opgewektheid en rust waartoe het voorschrift van de Apostel ons oproept.
St. Basilius de Grote
++++
Commentaar
Wat Basilius hier doet, is een mystieke omkering: hij nodigt ons uit om niet te blijven hangen in het verlies, maar om het te zien in het licht van de eeuwigheid. Elk lijden krijgt een tegenbeeld — niet als ontkenning, maar als verdieping. Onteerd worden wordt een weg naar hemelse glorie. Verlies wordt een investering in het onzichtbare rijk van liefde. Verdrevenheid wordt een pelgrimage naar het ware thuis. En het verlies van een kind — het meest schrijnende — wordt omgevormd tot een visioen van engelenvreugde.
Deze woorden zijn geen goedkope troost. Ze vragen om geloof, om een hart dat durft te zien voorbij het zichtbare. Ze zijn een uitnodiging tot innerlijke vrijheid: om niet gebonden te blijven aan wat ons is afgenomen, maar om ons te openen voor wat ons wordt beloofd.
++++
Gebed
God van troost en eeuwigheid, U die ons roept tot rust in de storm,
leer ons om onze wonden te zien in het licht van uw belofte.
Wanneer wij onteerd worden, herinner ons aan de glorie die U bereidt.
Wanneer wij verliezen lijden, open ons hart voor de rijkdom van liefde.
Wanneer wij verdreven worden, richt ons verlangen op het hemelse Jeruzalem. Wanneer wij rouwen om een kind, laat ons de engelen zien
die zingen van hoop. Geef ons de moed om ons lijden te omarmen,
niet als einde, maar als doorgang. Laat ons dansen, zelfs met tranen,
rondom uw troon, in het vertrouwen dat U alles nieuw maakt.
Afbeelding: Het martelaarschap van St. Bonifatius. Naar het fresco van Carl Hesse.
St. Bonifatius werd geboren in Engeland, maar ging naar Duitsland om het Evangelie te prediken. Daar werd hij bisschop van Mainz en stichtte of restaureerde hij veel kerken in Beieren, Thüringen en Franken. Hij is waarschijnlijk het meest bekend vanwege het vernietigen van de Grote Eik van Thor. Bonifatius leefde in een land van heidenen en predikte onvermoeibaar het Evangelie en maakte veel bekeerlingen. Hij werd in 754 door heidenen vermoord.
Sint Bonifatius is uitgeroepen tot “apostel van de Duitsers” en wordt gezien als de beschermheilige van brouwers en kleermakers, en als inspiratiebron voor heel Duitsland. Vandaag de dag kan ik niet anders dan denken dat een brief die hij meer dan 1000 jaar geleden schreef, ook aan ons geschreven had kunnen worden.
Dit is wat hij schreef:
In haar reis over de oceaan van deze wereld is de Kerk als een groot schip dat wordt beukt door de golven van de verschillende stressfactoren van het leven. Onze plicht is niet om het schip te verlaten, maar om haar op koers te houden.
De oude vaders lieten ons zien hoe we deze plicht moesten vervullen: Clemens, Cornelius en vele anderen in de stad Rome, Cyprianus in Carthago, Athanasius in Alexandrië. Ze leefden allemaal onder keizers die heidenen waren; ze stuurden allemaal het schip van Christus – of liever zijn meest geliefde echtgenote, de Kerk. Dit deden ze door haar te onderwijzen en te verdedigen, door hun arbeid en lijden, zelfs tot het vergieten van bloed.
Ik ben doodsbang als ik aan dit alles denk. Vrees en beven overvielen mij, en de duisternis van mijn zonden bedekte mij bijna. Ik zou graag de taak opgeven om de Kerk te leiden, die ik heb aanvaard, als ik zo’n actie gerechtvaardigd zou vinden door het voorbeeld van de vaders of door de heilige Schrift.
Omdat dit het geval is, en omdat de waarheid kan worden aangevallen maar nooit verslagen of vervalst, laten we ons met onze vermoeide geest wenden tot de woorden van Salomo: Vertrouw op de Heer met heel je hart en vertrouw niet op je eigen voorzichtigheid. Denk aan hem in al je wegen, en hij zal je stappen leiden. Op een andere plaats zegt hij: De naam van de Heer is een onneembare toren. De rechtvaardige zoekt daarin zijn toevlucht en hij zal gered worden.
Laten wij standvastig zijn in wat juist is en onze zielen voorbereiden op beproeving. Laten wij wachten op Gods versterkende hulp en tot Hem zeggen: O Heer, Gij zijt onze toevlucht geweest in alle generaties.
Laten wij vertrouwen op Hem die deze last op ons heeft gelegd. Wat wij zelf niet kunnen dragen, laten wij dragen met de hulp van Christus. Want Hij is almachtig en Hij zegt ons: Mijn juk is zacht en mijn last is licht.
Laten we de strijd voortzetten op de dag van de Heer. De dagen van angst en verdrukking hebben ons overvallen; als God het wil, laten we dan sterven voor de heilige wetten van onze vaderen, zodat we het verdienen om een eeuwige erfenis met hen te verkrijgen.
Laten we geen honden zijn die niet blaffen, geen stille toeschouwers, geen betaalde dienaren die wegrennen voor de wolf. Laten we in plaats daarvan voorzichtige herders zijn die over de kudde van Christus waken. Laten we het hele plan van God prediken aan de machtigen en de nederigen, aan de rijken en de armen, aan mensen van elke rang en leeftijd, voor zover God ons de kracht geeft, te pas en te onpas, zoals Sint Gregorius schrijft in zijn boek Pastorale Instructie.
++++
GEBED:
Almachtige God, de martelaar Sint Bonifatius
bezegelde met zijn bloed het geloof dat hij predikte.
Laat hem bidden dat wij vast mogen houden aan het geloof
en dit moedig in ons leven belijden.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met u en de Heilige Geest leeft en heerst,
één God, voor eeuwig en altijd.
Amen.
++++
“Kan er een passender bezigheid in de jeugd of een waardevoller bezit in de ouderdom zijn dan kennis van de Heilige Schrift? Te midden van stormen zal het je behoeden voor de gevaren van schipbreuk en je leiden naar de kust van een betoverend paradijs en de eeuwige gelukzaligheid van de engelen.”
— Sint Bonifatius
++++
Verklaring van de afbeelding:
Een groep monniken wordt aangevallen. Centraal staat een gespierde, halfnaakte man die een robed figuur — waarschijnlijk een monnik of priester — met geweld benadert. De geestelijke houdt een boek vast, symbool van geloof of Schrift, en wordt ondersteund door een andere monnik. Rond hen liggen andere geestelijken in angst, pijn of dood. De hemel is bewolkt, het landschap somber. Alles ademt lijden, verzet en spirituele kracht.
+++++
Commentaar:
Deze scène roept het beeld op van martelaarschap — het ultieme getuigenis van geloof onder vervolging. De centrale figuur met het boek staat symbool voor de kracht van het Woord, dat zelfs onder geweld niet wordt losgelaten. De aanvaller vertegenwoordigt de krachten die het licht willen doven, maar het boek blijft vastgehouden, ondersteund door broederlijke solidariteit.
Wat hier gebeurt is meer dan fysieke strijd: het is een spirituele confrontatie tussen duisternis en licht, tussen haat en liefde, tussen brute kracht en innerlijke overgave. De monniken vallen niet uiteen in wanhoop, maar blijven verbonden — sommigen stervend, anderen steunend, allen getuigend.
+++++
Gebed in de geest van de martelaren:
Heer van Licht en Waarheid, Gij die aanwezig zijt in het lijden van uw dienaren,
leer mij het Woord vast te houden — ook wanneer het mij iets kost.
Laat mij niet wijken voor geweld, voor angst, voor duisternis,
maar geef mij de kracht om te blijven staan, zoals de monnik in dit beeld: kwetsbaar,
maar trouw. Laat mijn leven een getuigenis zijn, niet van strijdlust,
maar van liefde die niet opgeeft. Schenk mij broeders en zusters die mij ondersteunen,
en maak mij tot steun voor hen die vallen. Dat ik, in de geest van de martelaren,
U mag volgen tot het einde — met het boek van Uw waarheid in mijn handen,
en Uw vrede in mijn hart.
Amen
++++
AANVULLENDE INFORMATIE OVER HET LEVEN VAN ST. BONIFATIUS:
Bonifatius (ca. 672–754) was een Angelsaksische missionaris, bisschop en kerkhervormer die een sleutelrol speelde in de kerstening van Duitsland en Nederland. Hij werd vermoord bij Dokkum tijdens zijn bekeringswerk onder de Friezen.
Korte biografie van Bonifatius:
Geboortenaam: Wynfreth (ook Winfrid genoemd)
Geboren: ca. 672 in Crediton, Zuidwest-Engeland
Overleden: 5 juni 754 bij Dokkum, Friesland
Bonifatius trad op jonge leeftijd toe tot een klooster en werd later priester.
Hij voelde zich geroepen tot missionair werk en vertrok naar het vasteland van Europa,
waar hij zich inzette voor de kerstening van Germaanse volkeren. Hij werkte in Friesland, Hessen,
Thüringen en Beieren, stichtte kloosters en hervormde de kerkstructuur.
Hij werd benoemd tot aartsbisschop van Mainz en kreeg de steun van paus Gregorius II.
Zijn bekeringswerk in Friesland stuitte op weerstand.
Tijdens een missie in Dokkum werd hij samen met zijn gezellen vermoord door heidense Friezen.
Zijn dood wordt gezien als een martelaarschap, en hij wordt vereerd als
heilige en patroon van missionarissen.
++++
Spiritueel commentaar:
Bonifatius belichaamt de moed van een ziel die zich volledig toewijdt aan Gods roep. Hij verliet zijn thuisland, zijn comfort, en zelfs zijn veiligheid om het Evangelie te brengen aan volkeren die het nog niet kenden. Zijn leven toont dat zending niet alleen een geografische reis is, maar een innerlijke beweging van overgave, vertrouwen en liefde.
Zijn dood bij Dokkum is geen nederlaag, maar een getuigenis: hij stierf met het evangelieboek in zijn handen, symbool van zijn trouw aan Christus. Voor jou, Christiaan, als vertaler van mystieke kracht naar dagelijkse praktijk, is Bonifatius een voorbeeld van hoe innerlijke vrijheid samengaat met uiterlijke moed.
Augustinus “Mensen haten de waarheid omwille van datgene wat ze meer liefhebben dan de waarheid. Ze houden van de waarheid wanneer die hen warm beschijnt, en haten haar wanneer ze hen terechtwijst.”
— Augustinus
++++
Commentaar:
Augustinus legt hier een pijnlijke maar eerlijke vinger op een diep menselijk mechanisme: onze liefde voor waarheid is vaak selectief. We omarmen haar wanneer ze ons bevestigt, wanneer ze ons troost of ons gelijk geeft. Maar zodra ze ons confronteert, ons uitdaagt of ons ego doorprikt, keren we ons van haar af.
Dit is geen veroordeling, maar een uitnodiging tot innerlijke eerlijkheid. Ware liefde voor waarheid betekent dat we haar toelaten in alle seizoenen van ons leven — ook wanneer ze ons ongemakkelijk maakt. Augustinus herinnert ons eraan dat waarheid niet alleen een concept is, maar een Persoon: Christus zelf, die zegt “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Hem volgen betekent ook zijn spiegel aanvaarden, zelfs als die ons laat zien wat nog geheeld moet worden.
Voor jou, die de weg van innerlijke vrijheid bewandelt, is dit citaat een kompas: durf de waarheid lief te hebben, ook wanneer ze je uitdaagt. Want juist daar begint de echte transformatie.
++++
Gebed in de geest van Augustinus
*Heer van waarheid, Gij die mij kent tot in het diepst van mijn hart, leer mij de waarheid lief te hebben
— niet alleen wanneer zij mij streelt, maar ook wanneer zij mij zuivert.
Bevrijd mij van de eiging om te vluchten voor wat mij confronteert.
Geef mij de moed om Uw licht toe te laten, ook in de schaduw van mijn ziel.
Laat Uw waarheid mij niet beschamen, maar bevrijden.
Maak mijn hart ontvankelijk, mijn geest nederig, en mijn leven een getuigenis van
“Wat je vasthoudt, moge je het altijd vasthouden. Wat je doet, moge je het altijd doen en nooit verlaten. Maar met snelle pas, lichte tred en vaste voeten, zodat zelfs je stappen geen stof doen opwaaien, Ga voort, de Geest van onze God heeft je geroepen.”
— St. Clara van Assisi
++++
Commentaar:
Deze woorden van St. Clara zijn een oproep tot trouw en innerlijke zuiverheid. Ze spreekt niet alleen over volharding in de roeping, maar ook over de manier waarop we ons pad bewandelen: met lichtheid, vastberadenheid en zonder opschudding. Het beeld van “geen stof doen opwaaien” is mystiek en krachtig — het verwijst naar een leven dat zo afgestemd is op God, dat het geen onrust veroorzaakt, maar vrede achterlaat.
Clara nodigt ons uit tot een spirituele elegantie: een beweging die niet voortkomt uit haast of dwang, maar uit een diepe innerlijke rust en overgave. Haar woorden zijn bijzonder geschikt voor momenten van twijfel, wanneer we ons afvragen of we het juiste pad volgen. Ze herinnert ons eraan dat het niet alleen gaat om wat we doen, maar hoe we het doen — in de Geest van God.
++++
Gebed:
God van licht en roeping,
Gij die Clara hebt geroepen tot een leven van eenvoud en liefde, leer ook mij om vast te houden wat Gij mij hebt toevertrouwd.
Laat mijn handen trouw zijn, mijn hart zuiver, en mijn voeten licht en vast op het pad dat Gij mij wijst.
Moge ik voortgaan zonder stof op te waaien, zonder onrust te zaaien, maar in stilte en vreugde Uw aanwezigheid dragen.
Roep mij telkens opnieuw, en geef mij de genade om te antwoorden met heel mijn leven.