
“En dus vraag ik mezelf: ‘Waar zijn je dromen?’ En ik schud mijn hoofd en mompel: ‘Wat gaan de jaren toch snel voorbij!’ En ik vraag mezelf opnieuw: ‘Wat heb je gedaan met die jaren? Waar heb je je mooiste momenten begraven? Heb je echt geleefd?’ ‘Kijk,’ zeg ik tegen mezelf, ‘hoe koud het overal in de wereld aan het worden is!’ En er zullen nog meer jaren verstrijken, en achter hen zal de grimmige eenzaamheid sluipen. Wankele ouderdom zal komen aanstrompelen, leunend op een kruk, en daarachter zullen onverlichte verveling en wanhoop volgen. De wereld van fantasieën zal vervagen, dromen zullen verwelken en sterven en vallen als herfstbladeren van de bomen…”
— Fjodor Dostojevski
++++
Commentaar:
Dit fragment is een rauwe, eerlijke confrontatie met de vergankelijkheid van het leven. Dostoevsky stelt existentiële vragen die velen van ons herkennen: Waar zijn onze dromen gebleven? Hebben we werkelijk geleefd? Zijn we trouw geweest aan onze diepste verlangens?
De toon is melancholisch, maar niet zonder spirituele waarde. Het roept op tot reflectie: niet om te blijven hangen in spijt, maar om wakker te worden. De kou die hij beschrijft is niet alleen fysiek, maar ook innerlijk—een wereld waarin verbeelding en hoop langzaam sterven als ze niet gevoed worden.
Voor de christelijke ziel is dit een uitnodiging tot bekering: om opnieuw contact te maken met de bron van leven, om de geest te laten ontwaken en de liefde te laten herleven. Het is een herinnering dat dromen niet alleen jeugdige illusies zijn, maar ook goddelijke impulsen die ons roepen tot vervulling.
++++
Gebed
Eeuwige God, U die ons leven weeft met tijd en verlangen, zie ons in onze verwarring en ons gemis.
Wanneer wij ons afvragen waar onze dromen gebleven zijn, herinner ons dan aan Uw droom voor ons:
een leven vol liefde, waarheid en genade.
Laat de kou van de wereld niet ons hart verstijven. Ontsteek opnieuw het vuur van hoop in ons binnenste.
Geef ons de moed om te leven, niet slechts te bestaan.
En als de jaren voorbijgaan, laat ons dan niet verdwalen in eenzaamheid, maar vinden in U een eeuwige thuiskomst.
Amen
******************
