St. Augustinus: Want ik beken aan uw Liefde dat ik heb geleerd om dit respect en deze eer alleen te geven aan de canonieke boeken van de Schrift…..

Uit Augustinus’ brief aan Hiëronymus (Brief 82.3):

Want ik beken aan uw Liefde dat ik heb geleerd om dit respect en deze eer alleen te geven aan de canonieke boeken van de Schrift: van deze alleen geloof ik met vaste overtuiging dat de auteurs geheel vrij waren van dwaling. En als ik in deze geschriften iets tegenkom dat mij in verwarring brengt of dat mij strijdig lijkt met de waarheid, aarzel ik niet om te veronderstellen dat het manuscript gebrekkig is, of dat de vertaler de betekenis niet goed heeft begrepen, of dat ikzelf het niet goed heb begrepen.

Wat betreft alle andere geschriften, hoe groot ook de heiligheid en geleerdheid van hun auteurs in vergelijking met mij, ik aanvaard hun leer niet als waar enkel en alleen omdat zij die verkondigen; maar slechts wanneer zij erin slagen mijn oordeel te overtuigen van de waarheid, hetzij door middel van de canonieke geschriften zelf, hetzij door redelijke argumenten.

Ik geloof, mijn broeder, dat dit ook uw mening is. Ik hoef niet te zeggen dat ik niet veronderstel dat u wilt dat uw boeken gelezen worden als die van profeten of apostelen, waarvan het verkeerd zou zijn te twijfelen aan hun onfeilbaarheid. Verre zij zulk een arrogantie van die nederige vroomheid en juiste zelfinschatting waarvan ik weet dat u die bezit, en zonder welke u zeker niet zou hebben gezegd: ‘Was het maar zo dat ik uw omhelzing kon ontvangen, en dat wij door gesprek elkaar konden helpen in het leren!’

St.Augustinus

 

++++

Commentaar:

Augustinus toont hier zijn diepe eerbied voor de Heilige Schrift, maar ook zijn intellectuele nederigheid. Hij maakt een helder onderscheid tussen de canonieke boeken — die hij als onfeilbaar beschouwt — en alle andere teksten, hoe heilig of geleerd hun auteurs ook mogen zijn. Zijn houding is niet anti-intellectueel, maar juist doordrenkt van een verlangen naar waarheid, geleid door zowel geloof als rede.

Wat ontroert, is zijn besef van menselijke beperktheid: als iets in de Schrift hem verwart, zoekt hij de fout niet in de tekst zelf, maar in de overdracht of zijn eigen begrip. Dat is een houding van nederige ontvankelijkheid — een uitnodiging tot dialoog, studie en gebed.

Voor jou, die de mystieke traditie verbindt met dagelijkse oefening: deze passage herinnert ons eraan dat ware wijsheid altijd gepaard gaat met nederigheid. Zelfs de grootste denkers onderwierpen hun inzichten aan het licht van de Schrift en de toets van de rede.

++++

Gebed

Gebed om nederigheid en inzicht

Heer, Gij die spreekt in de stilte van de Schrift en in het vuur van de Geest, leer mij Uw Woord te ontvangen met een hart dat buigt, en een geest die zoekt.

Laat mij niet trots zijn op mijn kennis, maar klein in mijn begrijpen. Laat mij niet hechten aan menselijke woorden, maar verlangen naar Uw stem.

Wanneer ik verward ben, geef mij de moed om te twijfelen aan mijn oordeel, en de rust om te wachten op Uw licht.

Laat mijn studie een gebed zijn, mijn redenering een lofzang, mijn schrijven een dienst aan Uw waarheid.

En als ik faal, laat mij niet vallen in wanhoop, maar in Uw genade.

Amen.

*****************

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie