
“Een traan om een overledene verdampt. Een bloem op zijn graf verwelkt. Een gebed voor zijn ziel wordt door God opgenomen.”
— Augustinus van Hippo
++++
Commentaar
Augustinus wijst ons hier op de vergankelijkheid van uiterlijke tekenen van rouw: tranen drogen op, bloemen verwelken. Ze drukken ons verdriet uit, maar zijn tijdelijk. Het gebed daarentegen overstijgt de tijd. Het is een daad van liefde die reikt tot in de eeuwigheid, want God zelf ontvangt het. In deze woorden klinkt een diepe troost: onze verbondenheid met de overledenen blijft levend in het gebed. Het is niet slechts herinnering, maar actieve gemeenschap in Christus.
Augustinus nodigt ons uit om onze rouw te verdiepen tot gebed — niet als vlucht uit verdriet, maar als een weg naar hoop. Het gebed wordt een brug tussen hemel en aarde, tussen ons hart en Gods hart.
++++
Gebed
Heer, Gij die leven geeft voorbij de dood, ontvang het gebed dat ik uit liefde uitspreek voor hen die mij zijn voorgegaan. Laat mijn herinnering niet blijven hangen in verdriet, maar groeien tot vertrouwen dat zij bij U zijn. Gij die tranen ziet en bloemen kent, neem mijn gebed aan als een stille roos van de ziel. Moge Uw licht hen omhelzen, en Uw vrede ook mijn hart vervullen.
Amen.
*****************
