
“Geloof is een wonder, en toch wordt niemand ervan uitgesloten; want datgene waarin alle menselijk leven verenigd is, is passie — en geloof is een passie.”
Kierkegaard : Uit: Vrees en beven..
+++++
Commentaar
Kierkegaard plaatst geloof niet in de sfeer van rationele overtuiging of dogmatische zekerheid, maar in het domein van de passie — dat vurige, existentiële verlangen dat ieder mens in zich draagt. Hij noemt geloof een wonder, niet omdat het zeldzaam is, maar omdat het een diep innerlijke transformatie vereist: een sprong voorbij het zichtbare, voorbij het bewijsbare.
Wat bijzonder is: niemand is uitgesloten. Geloof is geen elitezaak, geen intellectuele prestatie, maar een mogelijkheid die voortkomt uit het mens-zijn zelf. Omdat passie universeel is — het verlangen, het lijden, de hoop — is ook geloof universeel toegankelijk. In deze visie is geloof niet iets wat je hebt, maar iets wat je leeft, met hartstocht en overgave.
Kierkegaard daagt ons uit om geloof niet te reduceren tot een idee, maar te erkennen als een levenshouding: een vurige, kwetsbare, moedige sprong in vertrouwen.
+++++++++
Gebed:
God van het wonder, U die ons roept tot geloof, niet als zekerheid maar als overgave,
leer mij de passie van het vertrouwen. Laat mijn hart niet vluchten in controle of bewijs,
maar durven springen in het onbekende, gedragen door Uw liefde.
Als geloof een passie is, wek dan in mij het vuur dat niet verteert maar verlicht.
Maak mijn leven tot een getuigenis van Uw nabijheid, niet door woorden alleen,
maar door de moed om U te volgen, zelfs wanneer ik niet zie.
Amen.
+++++++++++++++++++++
Laat ons kijken hoe Therisia van Lisieux en Johannes van het Kruis over geloof en passie spreken :
Zowel Johannes van het Kruis als Thérèse van Lisieux beschrijven geloof als een vurige, allesomvattende passie — een liefdesrelatie met God die het verstand overstijgt en het hart volledig in beslag neemt.
Johannes van het Kruis: Geloof als liefdesvuur:
Johannes van het Kruis (1542–1591), mysticus en karmeliet, spreekt over geloof in termen van liefdevolle vereniging met God. In zijn beroemde werk Geestelijk Hooglied beschrijft hij de ziel als een geliefde die haar Beminde zoekt in een nacht van verlangen. Geloof is hier geen concept, maar een passionele zoektocht, een mystieke overgave:
“In de nacht van het geloof wordt de ziel door God geleid, zonder te weten waarheen, maar met een brandend verlangen Hem te vinden.”
Voor Johannes is geloof een donkere nacht — niet als afwezigheid, maar als zuivering. Het is een passie die alles loslaat om alleen God te beminnen. Geloof is het vuur dat verteert, maar ook zuivert.
Thérèse van Lisieux: Geloof als vertrouwen in liefde:
Thérèse van Lisieux (1873–1897), de “kleine Thérèse”, noemt geloof een vertrouwensvolle liefde. Haar “kleine weg” is een pad van eenvoud, waarin geloof niet groots of spectaculair is, maar intiem, teder en totaal:
“Het is het vertrouwen, en niets anders dan vertrouwen, dat ons tot God brengt.”
Voor Thérèse is geloof een kinderlijke passie — een hartstochtelijk vertrouwen dat zich overgeeft aan Gods liefde, zelfs in zwakte. Haar spiritualiteit is doordrenkt van liefde als drijvende kracht, waarin geloof niet wordt verdiend, maar ontvangen als genade.
+++++++
Gebed: Geloof als Passie
God van vuur en tederheid, U die zich laat vinden in de nacht van het geloof,
leer mij de passie van Johannes — het verlangen dat alles loslaat om U te beminnen.
Geef mij ook het vertrouwen van Thérèse — het kinderlijke hart dat zich durft overgeven,
zelfs wanneer het niets begrijpt. Laat mijn geloof geen idee zijn, maar een levende liefde,
een passie die mij draagt, en mij steeds dichter bij Uw hart brengt.
Amen.
*************
