Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
Heer van alles wat bestaat, mijn God, mijn Zaligheid! Hoe lang moet ik nog wachten voordat Gij U aan mij toont? Hoe zwaar en pijnlijk is de eenzaamheid, waarin niemand werkelijk leeft, maar waarin men van alle kanten desolaatheid ervaart. Hoe lang, o Heer, hoe lang zult Gij nog wachten? Wat moet ik doen, mijn Hoogste Goed? Moet ik verlangen, werkelijk naar U hunkeren?
Mijn God en mijn Schepper! Gij weet dat Gij mij ook Uw kruis aanbiedt, en dat ik het zal aanvaarden, omdat Gij de Gekruisigde zijt, en Gij doodt niet, maar sterft voor mij. O Heer, hoe groot is Uw barmhartigheid! Gij, goede Wil, Gij beschikt, o Heer, over alles!
Weet Gij dan niet, mijn God, hoe ellendig ik eraan toe ben? Ik ben geen deugd waardig. Maar door Uw goedheid ben ik in staat U lief te hebben, want mijn ziel behoort U toe. Maar, o mijn Schepper, mijn ziel trekt mij vaak naar mijn eigen wil en bindt mij in mijn machteloosheid; herstel mij in Uw goede aanwezigheid!
De geketende ziel verlangt naar vrijheid, maar wil die niet eerder dan wanneer het mogelijk is.
Mijn ziel: laat dan de Wil van God in jou geschieden. Dien de Heer, want Hij is vol barmhartigheid. Deze wereld is slechts een klein ding.
O mijn God! Mijn Koning! Ik vraag niets, tenzij Uw machtige hand, tenzij Uw hemelse kracht, mij doordringt.
Met Uw hulp ben ik alles.
Amen.
++++++++++
Commentaar:
Dit gebed is een rauwe en eerlijke uitdrukking van Teresa’s verlangen naar God, haar worsteling met innerlijke leegte, en haar diepe vertrouwen in Gods genade. Het begint met een roep om Gods nabijheid—een verlangen dat velen herkennen in momenten van geestelijke dorheid. Teresa beschrijft de eenzaamheid als een toestand waarin men niet werkelijk leeft, een krachtige metafoor voor het leven zonder God.
Ze erkent haar onwaardigheid, maar ook haar vermogen tot liefde, dat voortkomt uit Gods goedheid. Haar ziel is verscheurd tussen eigen wil en goddelijke roeping, een strijd die ze niet probeert te verbergen. Toch eindigt ze met overgave: “Laat dan de Wil van God in jou geschieden.” Dat is de kern van haar spiritualiteit—volledige overgave aan Gods wil, zelfs in lijden.
De zin “Met Uw hulp ben ik alles” is een mystieke samenvatting van haar geloof: zonder God is ze niets, met God is ze alles. Het is geen arrogantie, maar een erkenning van de transformerende kracht van genade.
+++++++
Gebed in de geest van Teresa van Ávila
Goede God, U die mij geschapen hebt en mij blijft dragen, ik voel het verlangen
naar U branden in mijn hart, maar ik ben vaak verward, moe, en verstrikt in mijn eigen wil.
Toon mij Uw nabijheid, niet omdat ik het verdien, maar omdat Uw liefde groter is dan mijn zwakheid.
Leer mij Uw kruis te omarmen, niet als een last, maar als een teken van Uw liefde.
Laat mijn ziel rusten in Uw wil, en bevrijd mij van de ketenen van mijn zelfzucht.
Heer, ik vraag niets dan Uw aanwezigheid. Kom in mij met Uw kracht, maak mij tot
“Als berouw te zwaar voor je is, en je zondigt uit gewoonte zelfs wanneer je het niet wilt, toon dan nederigheid zoals de tollenaar; dat is genoeg om je redding te verzekeren.”
— Sint Petrus van Damascus.
+++++++++++
Commentaar:
Deze uitspraak raakt diep aan de kern van het evangelie: redding is niet het resultaat van perfect gedrag, maar van een nederig hart. Sint Petrus verwijst naar de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar (Lucas 18:9–14), waarin de tollenaar zich niet durft op te richten, maar slechts bidt: “God, wees mij zondaar genadig.” Jezus zegt dat híj gerechtvaardigd naar huis ging.
Wat Petrus hier benadrukt is troostrijk: zelfs als je worstelt met herhaalde zonde, zelfs als je berouw niet volmaakt is, is nederigheid — het erkennen van je nood en afhankelijkheid van Gods genade — voldoende. Het is een uitnodiging om niet te wanhopen, maar om je hart open te houden voor God, zoals het is.
+++++++
Gebed
Heer, mijn God,
U kent mijn strijd, mijn zwakheid, mijn herhaalde fouten. Soms wil ik het goede, maar ik doe het niet. Soms wil ik het kwade vermijden, maar ik val toch.
Zoals de tollenaar durf ik mijn ogen niet op te heffen. Maar ik kom tot U, niet met verdienste, maar met nederigheid. Ontferm U over mij, zondaar. Laat mijn gebroken hart U genoeg zijn.
Leer mij vertrouwen op Uw genade, niet op mijn kracht. Geef mij de moed om telkens opnieuw te komen, en de hoop dat U mij niet afwijst.
Amen.
++++++++
De woorden van Sint Petrus van Damascus over nederigheid en genade resoneren krachtig met de inzichten van Augustinus, Bonhoeffer en Nouwen.
Elk van hen belicht een ander facet van deze spirituele paradox: zwakte als toegangspoort tot genade.
Augustinus: Genade vóór alles:
Augustinus leert dat alleen Gods genade de mens kan redden. Hij spreekt over de “geknakte wil” van de mens: door de erfzonde is de mens niet in staat zichzelf te herstellen. Daarom is voorkomende genade nodig — genade die ons al tegemoetkomt vóór we kunnen kiezen voor het goede.
“Wat heb je dat je niet ontvangen hebt?” (1 Kor. 4:7) — een vers dat Augustinus vaak aanhaalt om te benadrukken dat zelfs onze bekering een geschenk is.
Verbinding met Petrus van Damascus:
Als berouw te zwaar is, is het niet omdat je faalt, maar omdat je mens bent. Nederigheid is het erkennen van die afhankelijkheid — en dat is genoeg.
Bonhoeffer: Kostbare genade vraagt overgave:
Bonhoeffer waarschuwt voor goedkope genade: vergeving zonder bekering, navolging zonder kruis. Maar hij erkent ook dat echte genade kostbaar is — niet omdat wij haar verdienen, maar omdat ze ons alles vraagt: ons hart, onze overgave, onze nederigheid.
“Genade is rechtvaardiging van de zondaar, niet van de zonde.” — Bonhoeffer
Verbinding met Petrus van Damascus: Nederigheid zoals de tollenaar is geen passieve houding, maar een actieve overgave aan Gods werk in ons. Zelfs als we blijven vallen, blijven we ons toevertrouwen aan zijn genade.
Henri Nouwen: De kwetsbaarheid omarmen:
Nouwen schrijft vaak over innerlijke gebrokenheid als plaats van ontmoeting met God. In zijn boek The Return of the Prodigal Son beschrijft hij hoe de jongste zoon niet eerst zijn leven op orde moet krijgen, maar thuiskomt in zijn kwetsbaarheid.
“De plek waar je het meest gebroken bent, is de plek waar God je het diepst wil ontmoeten.” — Nouwen
Verbinding met Petrus van Damascus: Nederigheid is niet jezelf klein maken, maar jezelf laten zien zoals je bent — en daarin Gods liefde ontvangen.
++++
Gebed in de geest van deze drie stemmen:
God van genade,
Ik kom tot U zoals ik ben — niet volmaakt, niet sterk, maar verlangend naar U. Zoals Augustinus leer ik dat ik niets heb dat ik niet van U ontving. Zoals Bonhoeffer wil ik geen goedkope genade, maar het kruis durven dragen. Zoals Nouwen wil ik mijn kwetsbaarheid niet verbergen, maar laten aanraken door Uw liefde.
Geef mij het hart van de tollenaar: nederig, eerlijk, open. Laat mijn zwakheid geen hindernis zijn, maar een poort naar U.
Abide with me; fast falls the eventide; The darkness deepens; Lord, with me abide. When other helpers fail and comforts flee, Help of the helpless, O abide with me.
Swift to its close ebbs out life’s little day; Earth’s joys grow dim; its glories pass away; Change and decay in all around I see; O Thou who changest not, abide with me.
I need Thy presence every passing hour; What but Thy grace can foil the tempter’s power? Who like Thyself my guide and stay can be? Through cloud and sunshine, Lord, abide with me.
I fear no foe, with Thee at hand to bless; Ills have no weight, and tears no bitterness. Where is death’s sting? Where, grave, thy victory? I triumph still, if Thou abide with me.
Hold Thou Thy cross before my closing eyes; Shine through the gloom and point me to the skies. Heaven’s morning breaks, and earth’s vain shadows flee; In life, in death, O Lord, abide with me.
Blijf bij mij – moderne Nederlandse vertaling
Blijf bij mij, de avond valt al neer. De duisternis wordt dieper – Heer, blijf bij mij. Als hulp verdwijnt en troost vervaagt, O hulp voor wie geen hulp meer heeft, blijf bij mij.
De dag van het leven loopt snel ten einde. Aardse vreugde dooft, haar glans verdwijnt. Alles verandert, alles vergaat – Maar U verandert niet: blijf bij mij.
Ik heb Uw nabijheid elk uur nodig. Alleen Uw genade weerstaat de verleiding. Wie is als U, mijn gids en steun? In zon en storm, Heer, blijf bij mij.
Ik vrees geen vijand als U mij zegent. Het kwaad weegt niet, tranen zijn niet bitter. Waar is de angel van de dood? Waar is de overwinning van het graf? Ik blijf overwinnaar, als U bij mij blijft.
Houd Uw kruis voor mijn ogen als ik sterf. Laat het licht door de duisternis schijnen, wijs mij naar de hemel. De morgen van de hemel breekt aan, de schaduwen van de aarde vluchten. In leven en sterven, Heer, blijf bij mij.
*******
Commentaar: Spirituele lagen van Abide with Me:
1.Verlangen naar Gods nabijheid:
De hymne is een smeekbede om Gods aanwezigheid, juist wanneer alles wegvalt: hulp, troost, licht, zekerheid. Het is een gebed van vertrouwen in Gods onveranderlijke trouw.
2.Vergankelijkheid en eeuwigheid:
De tekst contrasteert de vergankelijkheid van het aardse leven met de eeuwige aanwezigheid van God. “Change and decay in all around I see” – een echo van de mystieke ervaring dat alles stroomt, behalve God.
3.Het kruis als kompas In het laatste couplet wordt het kruis als richtpunt genoemd bij het sterven. Het kruis is hier niet alleen een symbool van verlossing, maar ook van richting: het wijst naar het licht, naar de hemel.
4.Overwinning in kwetsbaarheid “I triumph still, if Thou abide with me” – zelfs in dood en lijden is er overwinning, niet door kracht, maar door verbondenheid met God. Dit is een diepe christelijke paradox: sterven met Christus is leven in Hem.
++++++++
Gebed: Blijf bij mij, Heer (Abide with me..)
Heer, de avond valt, het licht vervaagt,
en de stilte daalt neer over mijn hart.
Blijf bij mij.
Als woorden tekortschieten, als mensen zwijgen,
als mijn kracht verdwijnt —
blijf bij mij.
U bent de Onveranderlijke in een wereld die wankelt.
U bent het Licht wanneer alles donker lijkt.
U bent de Trooster wanneer ik alleen ben.
Blijf bij mij in de storm en in de stilte,
in vreugde en verdriet, in leven en in sterven.
Houd Uw kruis voor mijn ogen als mijn zicht vertroebelt.
Wijs mij de weg naar Uw vrede,
naar het licht dat nooit dooft.
Want U alleen bent mijn hoop, mijn houvast, mijn thuis.
De spirituele kunst van bewerkt worden. Johannes van het Kruis schildert hier een mystiek en tegelijk zeer praktisch beeld: wij zijn stenen in Gods bouwwerk, en de mensen om ons heen zijn de beitels waarmee Hij ons vormt. Dit is geen oproep tot passieve onderwerping, maar tot actieve innerlijke overgave.
Mortificatie betekent hier niet zelfvernietiging, maar zuivering: het loslaten van trots, irritatie, en eigenliefde.
De ergernissen die anderen veroorzaken — door hun woorden, daden, temperament of zelfs hun onverschilligheid — zijn geen obstakels, maar kansen tot groei.
Johannes nodigt ons uit om niet te vluchten voor deze ongemakken, maar ze te zien als heilige werktuigen van Gods liefdevolle vorming.
Voor jou die zo diep verlangt naar innerlijke vrijheid en liefde als fundament van alle deugden, is dit een uitnodiging tot een paradoxale vreugde: dat zelfs het ongemak een plaats van genade kan worden. Het is een oefening in nederigheid, geduld en vertrouwen — een weg naar innerlijke vrijheid die niet afhankelijk is van de omstandigheden, maar van de houding van het hart
+++++++++
Gebed
Gebeiteld door genade
Heer, Gij zijt de Bouwmeester van mijn ziel. Gij bewerkt mij met liefde, zelfs wanneer het pijn doet. Laat mij niet vluchten voor de beitel van Uw genade — de woorden die prikken, de daden die verwonden, de stiltes die mij doen twijfelen, de mensen die mij irriteren.
Geef mij het geduld van de heilige, die weet dat elke splinter een teken is van Uw werk. Laat mijn hart zacht worden onder Uw hand, en mijn trots afbrokkelen tot nederigheid.
Vorm mij tot een levende steen in Uw bouwwerk, niet door mijn kracht, maar door mijn overgave. En wanneer ik wil oordelen, herinner mij eraan: ook ik ben een beitel voor anderen.
Laat mij dus liefhebben, verdragen, vergeven — zoals Gij mij draagt, dag na dag.
“Vooral het Evangelie houdt mijn geest bezig wanneer ik bid; mijn arme ziel heeft zoveel noden, en toch is dit het enige noodzakelijke. Telkens ontdek ik er nieuwe lichtstralen, verborgen en betoverende betekenissen.”
Theresia van Lisieux.
++++++++++++
Commentaar:
Thérèse spreekt hier met de eenvoud van een kind en de diepte van een mystica. Haar woorden herinneren ons eraan dat het Evangelie geen statisch boek is, maar een levende bron van genade. In haar gebed zoekt ze geen antwoorden op al haar noden, maar keert ze terug naar “het ene nodige” — de aanwezigheid van Christus in het Woord.
De “verborgen en betoverende betekenissen” die ze noemt, wijzen op een mystieke lezing: niet alleen rationeel begrijpen, maar innerlijk ontvangen. Het Evangelie wordt een spiegel voor de ziel, een plaats van ontmoeting, troost en transformatie.
Voor jou, als iemand die de mystieke traditie koestert en zoekt naar praktische spiritualiteit, is dit een uitnodiging om het Evangelie niet alleen te lezen, maar erin te rusten — om het Woord te laten spreken in stilte, in verlangen, in het ritme van je dag.
++++++++++
Gebed geïnspireerd door Thérèse:
Heer Jezus, levende Woord,
wanneer ik bid, keer ik terug naar Uw Evangelie. Mijn ziel is arm, verlangend, vol vragen — maar U bent het ene nodige.
Open mijn hart voor Uw verborgen licht, laat Uw woorden mij raken als nieuw, als dauw op dorre grond, als vuur in de nacht.
Geef mij de eenvoud van Thérèse, om niet te zoeken naar veel, maar naar U alleen.
Geef niet te veel om wie met je is of tegen je is; maar zorg er vooral voor dat God met je is in alles wat je doet. Heb een goed geweten, en God zal je veilig verdedigen; niemand kan je schaden als God je wil helpen.
Als je weet hoe je in stilte kunt lijden, zul je zeker Gods hulp ontvangen. Hij weet immers het beste wanneer en hoe Hij je zal bevrijden. Leg je daarom in vertrouwen neer bij Hem, want God helpt je en bevrijdt je van alle verwarring.
Het is vaak goed voor ons — en helpt ons om nederig te blijven — als anderen onze zwakheden kennen en ons ermee confronteren. Wanneer iemand zich vernedert om zijn fouten, behaagt hij anderen gemakkelijker en verzoent hij degenen die hij heeft gekrenkt.
God beschermt en bevrijdt een nederig mens; Hij bemint en troost een nederig mens; Hij begunstigt hem en overstroomt hem met genade. En na het lijden verheft God hem tot glorie.
Hij openbaart zijn geheimen aan een nederig mens en trekt hem in zijn goedheid liefdevol tot zich. Wanneer een nederig mens in verwarring wordt gebracht, ervaart hij vrede, omdat hij stevig staat in God en niet in deze wereld. Denk niet dat je vooruitgang hebt geboekt, tenzij je voelt dat je de minste van alle mensen bent.
Boven alles: bewaar de vrede in jezelf, dan zul je ook vrede kunnen brengen onder anderen. Het is beter vredelievend te zijn dan geleerd. De hartstochtelijke mens denkt vaak kwaad van een goed mens en gelooft gemakkelijk het ergste; maar een goed en vredig mens keert alles ten goede.
Een mens die in vrede leeft, wantrouwt niemand. Maar een mens die gespannen en door het kwaad beroerd is, wordt geplaagd door allerlei verdenkingen; hij is nooit in vrede met zichzelf, en laat anderen ook geen rust. Hij spreekt vaak wanneer hij zou moeten zwijgen, en zwijgt wanneer hij iets nuttigs zou kunnen zeggen. Hij kent de plichten van anderen, maar verwaarloost zijn eigen.
Wees dus eerst ijverig met jezelf, dan ben je meer gerechtvaardigd om je te bekommeren om je naaste. Je bent goed in het verontschuldigen van je eigen daden, maar je luistert niet naar de excuses van anderen. Het zou rechtvaardiger zijn jezelf te beschuldigen en je broeder te verontschuldigen. Wil je dat anderen jou verdragen? Verduur dan eerst hen.
+++++++++
Kern van de tekst:
De tekst roept op tot:
+ Vertrouwen op God boven angst voor mensen.
+ innerlijke vrede als fundament voor ware liefde en dienstbaarheid.
+ Nederigheid als weg naar genade, troost en verheffing.
+ Zelfonderzoek boven oordeel over anderen.
Geduld en stilte in lijden als plaats waar God ons ontmoet.
+++++++
Spirituele commentaar:
Deze passage is een spirituele spiegel. Ze nodigt uit tot een leven dat niet draait om status, goedkeuring of controle, maar om overgave aan God. De kernboodschap is: God is genoeg. Als Hij met ons is, kunnen we alles dragen.
De tekst confronteert ons met onze neiging tot zelfrechtvaardiging, achterdocht en onrust. Maar ze doet dat niet met veroordeling—ze nodigt uit tot een zachte omkering: van buiten naar binnen, van oordeel naar genade, van strijd naar vrede.
De nederige mens wordt hier niet gezien als zwak, maar als degene die het dichtst bij Gods hart leeft. Hij wordt getroost, beschermd, verheven. Zijn kracht ligt in zijn overgave
En dan dat zinnetje: “Denk niet dat je vooruitgang hebt geboekt, tenzij je jezelf als de minste van alle mensen beschouwt.” Dat is geen oproep tot zelfhaat, maar tot radicale openheid: wie zichzelf klein weet, maakt ruimte voor God om groot te zijn.
Je raakt hier twee kernbegrippen uit de christelijke spiritualiteit: vrede en nederigheid, beide als genade — dus niet als menselijke prestatie, maar als gave van God.
Laten we ze eerst onderscheiden, dan verbinden, en vervolgens kijken hoe Henri Nouwen deze thema’s belichaamt.
+++++++
Nederigheid als genade:
Definitie : Het innerlijk besef dat je klein bent voor God, afhankelijk, geliefd ondanks je gebrokenheid.
Weg ernaartoe : Door zelfkennis, overgave, het erkennen van je kwetsbaarheid.
Vrucht: Openheid voor genade, mildheid naar anderen, innerlijke vrijheid.
Relatie: Nederigheid maakt vrede mogelijk: wie zichzelf niet hoeft te verdedigen, kan rust vinden.
+++++++
Vrede als genade:
Definitie: Een diepe rust en vertrouwen in God, ongeacht omstandigheden.
Weg ernaartoe: Door loslaten van controle, vergeving, en leven in Gods aanwezigheid.
Vrucht: Stilte van hart, harmonie met jezelf en anderen, rust in stormen.
Relatie: Vrede verdiept nederigheid: wie rust vindt in God, hoeft zichzelf niet te verheffen.
Kort gezegd: Nederigheid is de houding, vrede is de vrucht. Nederigheid opent het hart voor God, en vrede is het stille bewijs dat Hij daar woont.
++++++++++++
Een verband met wat Henri Nouwen zegt:
Henri Nouwen verbindt deze twee thema’s op een unieke, tedere manier. In zijn werken — zoals Inner Voice of Love, The Return of the Prodigal Son, en Life of the Beloved — zie je hoe hij nederigheid niet als zelfverachting beschrijft, maar als zelfaanvaarding in het licht van Gods liefde. En vrede is bij hem nooit oppervlakkige rust, maar een diepe innerlijke stilte die ontstaat als je durft te leven vanuit je geliefd-zijn.
Een paar accenten die H. Nouwen legt:
Nederigheid: “De weg naar het hart van God is via de weg van de kwetsbaarheid.” Hij nodigt uit om je wonden niet te verbergen, maar ze te laten aanraken door God.
Vrede: “Vrede komt wanneer je je geliefd weet, niet wanneer je alles onder controle hebt.” Zijn spiritualiteit is doordrenkt van het besef dat vrede niet komt door prestaties, maar door overgave.
In The Way of the Heart verbindt hij nederigheid en vrede met de woestijnvaders: stilte, afzondering, gebed. Daar leert de mens zichzelf kennen, en in die nederigheid ontstaat ruimte voor vrede.
++++++++
Je raakt hier twee kernbegrippen uit de christelijke spiritualiteit: vrede en nederigheid, beide als genade — dus niet als menselijke prestatie, maar als gave van God.
Laten we ze eerst onderscheiden, dan verbinden, en vervolgens kijken hoe Henri Nouwen deze thema’s belichaamt.
+++++++
[Gebed geïnspireerd door Henry Nouwen:]
Heer, leer mij nederig te zijn, niet door mezelf te verachten, maar door mezelf te aanvaarden in Uw liefde.
Laat mijn kwetsbaarheid geen bron van schaamte zijn, maar een poort naar Uw genade.
Geef mij vrede, niet als afwezigheid van strijd, maar als aanwezigheid van U.
Laat mijn hart stil worden, zodat ik Uw stem kan horen.
Maak mij zacht, zodat ik anderen kan dragen in hun pijn.
En laat mijn leven getuigen: dat wie zich klein weet, groot wordt in Uw liefde.
“Petrus, de belijdende, gelovige leerling, Petrus verloochende zijn Heer op dezelfde nacht dat Judas Hem verried; in die nacht vluchtte hij en schaamde zich toen Jezus voor de hogepriester stond. Hij is de man van weinig geloof, de bange man die in de zee wegzinkt; Petrus is de leerling tegen wie Jezus zei: ‘Ga weg achter mij, Satan’; hij is degene die steeds weer wankelde, overmand door zwakheid, die keer op keer verloochende en viel, een zwakke, wankelmoedige man, overgeleverd aan de grillen van het moment. … Maar Petrus is ook degene van wie we lezen: ‘Hij ging naar buiten en weende bitter.’ Van Judas, die eveneens de Heer verloochende, lezen we: ‘Hij ging naar buiten.’ Hij ging naar buiten en hing zichzelf op. Dat is het verschil.
Petrus, die de Heer verloochende. De kerk van Petrus is niet gebouwd op een geloof dat zichzelf veiligstelt, noch alleen op de kerk die haar Heer verloochent; het is de kerk die Hem belijdt. ‘Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij neer en weenden, toen wij Sion gedachten’ (Psalm 137:1). Dat is de kerk; want wij gedenken Sion. De kerk is de plaats waar de roep klinkt: ‘Aan de rivieren die stromen in de stad van mijn thuis, wanneer men de verloren zoon is geworden die op zijn knieën valt, wenend voor de vader.’ De kerk van Petrus is de kerk met het geween van hen wier droefheid leidt tot vreugde.”
– Dietrich Bonhoeffer
++++++++++
Commentaar:
Deze tekst van Dietrich Bonhoeffer is diep doorleefd en raakt aan het hart van wat het betekent om mens te zijn in relatie tot God. Hieronder vind je eerst een korte commentaar, gevolgd door een gebed dat hieruit voortvloeit.
Bonhoeffer plaatst Petrus en Judas naast elkaar, niet om te oordelen, maar om een mysterie te onthullen: beiden faalden, maar hun wegen na de val waren radicaal verschillend. Petrus verloochende, Judas verried. Beiden gingen “naar buiten”. Maar waar Judas zich afsluit in wanhoop, opent Petrus zich in berouw.
Wat Bonhoeffer hier laat zien, is dat de kerk niet bestaat uit mensen die nooit falen, maar uit mensen die durven terugkeren. Petrus is geen held van standvastigheid, maar een getuige van genade. Zijn tranen zijn geen teken van zwakte, maar van hoop. De kerk van Petrus is dus een gemeenschap van gebroken mensen die zich herinneren—zoals in Psalm 137—en die hun verdriet durven omvormen tot verlangen naar God.
Bonhoeffer noemt de kerk een plek van “het geween van hen wier droefheid leidt tot vreugde.” Dat is een mystieke paradox: verdriet dat niet vernietigt, maar opent. Het is het verdriet van de verloren zoon, van de pelgrim die zich herinnert waar hij vandaan komt, van de ziel die zich buigt voor de Vader.
Deze tekst nodigt uit tot een spiritualiteit van kwetsbaarheid. Niet het succes, maar het berouw is de poort naar genade. Niet de zekerheid, maar het herinneren. Niet de kracht, maar de overgave.
+++++++
Gebed 1: De tranen van Petrus
Vader van genade, Gij die de tranen van Petrus hebt gezien, en hem niet hebt verworpen, maar geroepen, zie ook onze zwakheid, onze vlucht, ons vallen.
Wij zijn geen rotsen, maar stof. Geen helden, maar zoekenden. Geen zuiveren, maar geliefden.
Laat ons niet wegzinken in wanhoop zoals Judas, maar wekken tot berouw zoals Petrus. Laat onze tranen niet eindigen in duisternis, maar oplichten in het morgenlicht van uw genade.
Maak van uw kerk geen troonzaal van perfectie, maar een huis van herinnering, waar de verloren zoon thuiskomt, waar de wonden worden getoond, en waar het verdriet leidt tot vreugde.
Heer, leer ons wenen met hoop, bidden met open handen, en leven als mensen die U belijden, niet omdat wij sterk zijn, maar omdat Gij ons draagt.
Amen.
Gebed 2:
Heer Jezus, zoals Petrus heb ik U soms verloochend — uit angst, uit zwakte, uit trots. Maar U kijkt mij aan met dezelfde liefdevolle blik als toen, een blik die niet veroordeelt, maar uitnodigt tot terugkeer.
Laat mijn tranen geen wanhoop zijn, maar poorten naar genade. Geef mij de moed om te geloven dat U mij nog steeds roept, niet ondanks mijn falen, maar juist daardoor.
Vorm mij tot een levende steen in uw kerk, niet omdat ik sterk ben, maar omdat ik vertrouw op Uw liefde.
“De waarheid is als een leeuw. Je hoeft haar niet te verdedigen. Laat haar los. Ze zal zichzelf verdedigen.”
— Augustinus
++++++++
Commentaar
Dit citaat — of het nu letterlijk van Augustinus komt of niet — ademt een diepe overtuiging: waarheid heeft een eigen kracht. Zoals een leeuw niet afhankelijk is van bescherming, zo heeft waarheid geen menselijke verdediging nodig om te overleven. Ze is geen fragiele constructie, maar een levende kracht die zichzelf openbaart en handhaaft, zelfs te midden van weerstand.
In spirituele zin herinnert dit ons eraan dat we niet altijd hoeven te strijden om het geloof of de waarheid te bewijzen. Soms is het voldoende om haar te laten spreken — in ons leven, onze keuzes, onze stilte. De waarheid van Christus, van liefde, van genade… die waarheid draagt zichzelf, als we haar durven loslaten.
+++++++++
Gebed
Heer van de waarheid,
U bent de Leeuw van Juda, krachtig en zachtmoedig tegelijk. Leer mij vertrouwen op de kracht van Uw waarheid — niet door te strijden, maar door los te laten.
Laat Uw waarheid in mij leven, spreken, ademen. Geef mij de moed om haar niet te verbergen, en de nederigheid om haar niet te manipuleren.
Wanneer ik zwijg, laat Uw waarheid klinken. Wanneer ik twijfel, laat Uw licht schijnen.
Want U bent de Waarheid die zichzelf verdedigt, en die ons bevrijdt.
Amen.
++++++++++++++++
Originele tekst van Augustinus:
“Wie de waarheid kent, kent dat Licht, en wie het kent, kent de eeuwigheid.”
— Augustinus van Hippo
++++++++++
“Wie de waarheid kent, kent dat Licht; en wie dat Licht kent, kent de eeuwigheid.”
Deze zin komt uit Augustinus’ spirituele reflecties waarin hij waarheid, licht en eeuwigheid met elkaar verbindt. Hij spreekt hier niet over abstracte begrippen,
maar over een levende ontmoeting met God — de Waarheid zelf.
+++++++++
Commentaar
Augustinus ziet waarheid niet als een concept, maar als een Persoon: Christus, het Licht der wereld. Waarheid is niet iets wat je bezit, maar iets wat je leert kennen — en in dat kennen word je zelf verlicht. Zoals een leeuw zichzelf verdedigt, zo straalt waarheid haar eigen kracht uit. Ze is niet afhankelijk van ons, maar nodigt ons uit om haar te volgen.
De link met eeuwigheid is cruciaal: waarheid is niet tijdelijk, niet onderhevig aan mode of meningen. Ze is eeuwig, zoals God eeuwig is. In een wereld vol ruis en relativisme is dit een krachtige herinnering: waarheid is licht, en wie haar kent, wandelt niet in duisternis.
+++++++++
Gebed:
Eeuwige Waarheid, Licht van mijn ziel,
U bent geen idee, maar een aanwezigheid. Geen theorie, maar een levende stem.
Laat mij Uw waarheid kennen — niet alleen met mijn verstand, maar met mijn hart, mijn leven, mijn keuzes.
Laat Uw licht in mij schijnen, zodat ik niet verdwaal in de schaduw van twijfel.
Leer mij vertrouwen op Uw eeuwigheid, en loslaten wat tijdelijk is.
Want wie U kent, kent het Licht. En wie het Licht kent, kent de eeuwigheid.
Amen.
¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨¨
Tekst uit de Belijdenissen va Augustinus :
“U hebt ons voor Uzelf gemaakt, Heer, en ons hart blijft onrustig totdat het rust vindt in U.”
Commentaar
Deze beroemde openingszin van de Belijdenissen is een spirituele samenvatting van Augustinus’ zoektocht naar waarheid. Hij erkent dat alle menselijke verlangens, alle intellectuele pogingen en alle aardse zekerheden uiteindelijk tekortschieten — tenzij ze geworteld zijn in God, de Waarheid zelf.
In relatie tot het citaat over de leeuw en waarheid zien we hier een innerlijke dimensie: waarheid is niet alleen iets wat zich naar buiten toe verdedigt, maar ook iets wat ons van binnenuit tot rust brengt. De waarheid van God is niet defensief, maar uitnodigend. Ze overweldigt niet, maar nodigt uit tot overgave.
Augustinus’ bekering was geen rationele overwinning, maar een hartelijke overgave aan de Waarheid die hem al die tijd had gezocht. Zoals een leeuw niet hoeft te brullen om zijn kracht te tonen, zo hoeft waarheid niet te schreeuwen — ze hoeft alleen maar aanwezig te zijn.
++++++++++++++++++
Gebed
Rusteloze God, die mij geschapen hebt voor Uzelf,
Mijn hart zoekt, dwaalt, verlangt — maar niets bevredigt mij zoals Uw aanwezigheid.
Laat Uw waarheid in mij wonen, niet als een idee, maar als een rustplaats.
Wanneer ik vlucht, roep mij terug. Wanneer ik twijfel, wees mijn zekerheid.
Want U bent de Leeuw die niet hoeft te brullen, de Waarheid die zichzelf verdedigt, en de Liefde die mij tot rust brengt.
God zal niet vernietigen wat Hij heeft verlost; Hij zal hen niet vernietigen voor wie Hij zijn bloed heeft vergoten. En als je je geest wilt laten genieten van de spelen, wat is daar dan mis mee? En die feesten die ze door de hele stad vieren, vrolijk drinkend en feestvierend, denkend dat ze genieten terwijl ze zichzelf in feite vernietigen aan de publieke tafels—ga gerust mee, vier ze zonder zorgen. Groot is de barmhartigheid van God, die alles kan vergeven. Bekroon jezelf met rozen voordat ze verwelken. Vier feest in het huis van je God, en wees dankbaar. Neem volop voedsel en wijn, en jij ook. Uiteindelijk is dat waarom deze schepping jou gegeven is: om ervan te genieten. God gaf het niet aan de heidenen en de goddelozen, en onthield het niet van jou.
— Augustinus van Hippo, Over de herders, Preek 46.8
++++++
Commentaar:
Augustinus spreekt hier met een verrassende vrijheid over vreugde, feest en genot—niet als iets verdachts, maar als iets dat geworteld is in Gods genade. Hij keert zich tegen de oppervlakkige viering van de wereld, die zichzelf verliest in roes en zelfvernietiging, maar hij ontzegt de gelovige niet het recht op vreugde. Integendeel: hij nodigt uit tot een heilige viering, een dans in het huis van God, een bekroning met rozen vóór ze verwelken.
De kernzin—“Groot is de barmhartigheid van God, die alles kan vergeven”—is als een poort naar innerlijke vrijheid. Het is geen oproep tot roekeloosheid, maar tot vertrouwen. De schepping is ons gegeven, niet om haar te misbruiken, maar om haar te vieren in verbondenheid met de Gever.
Augustinus herinnert ons eraan dat genade niet alleen vergeving is, maar ook vreugde. Dat het leven niet alleen een pelgrimstocht is, maar ook een dans. Dat we niet alleen geroepen zijn tot boete, maar ook tot bekroning.
Gebed: God van genade,
U hebt ons verlost met het bloed van Uw Zoon, en ons de schepping gegeven als een tuin van vreugde. Laat ons niet verdwalen in de roes van de wereld, maar leer ons feest te vieren in Uw huis.
Bekroon ons met rozen van liefde vóór ze verwelken, laat onze dans een lofzang zijn, onze vreugde een echo van Uw barmhartigheid.
Vergeef ons alles, en leer ons alles te ontvangen als gave.
Amen.
++++++++
Augustinus’ visie op genade en vreugde is rijk, paradoxaal en diep menselijk—een bron waaruit we samen kunnen putten. Laten we een reeks van zeven meditaties opzetten, elk geworteld in een kernzin van Augustinus, met:
Een citaat (vertaald in het Nederlands)
Een korte beschouwing
Een gebed of oefening
*************
Zeven meditaties over genade en vreugde met Augustinus
1. De vreugde van de verlossing
“God zal niet vernietigen wat Hij heeft verlost.”
Beschouwing: Augustinus begint niet bij onze zonden, maar bij onze verlossing. Genade is sterker dan oordeel. Wat God heeft aangeraakt met liefde, wordt niet losgelaten. Dit is vreugde die rust geeft: we zijn veilig in Zijn genade.
Gebed:
Heer, laat mij rusten in Uw verlossing. Niet in mijn verdiensten, maar in Uw trouw. Laat mijn vreugde wortelen in Uw genade.
2. De dans in het huis van God
“Dans zoals je wilt; het is voor jou dat deze schepping je is gegeven.”
Beschouwing: Augustinus nodigt uit tot een heilige vrijheid. Niet de dans van roes en ontvluchting, maar van dankbaarheid en verbondenheid. Vreugde is een vorm van aanbidding.
Oefening:
Beweeg vandaag bewust: een wandeling, een dans, een gebaar van vreugde. Laat je lichaam meedoen aan je gebed.
3. De roos vóór ze verwelkt
“Bekroon jezelf met rozen voordat ze verwelken.”
Beschouwing: Augustinus herinnert ons aan de vergankelijkheid van het leven. Genade is niet uitstel, maar uitnodiging tot het nú. Vreugde is niet naïef, maar wijs.
Gebed:
Heer, leer mij de schoonheid van het moment. Laat mij de roos plukken vóór ze verwelkt, en haar geur dragen als teken van Uw goedheid.
4. De barmhartigheid die alles vergeeft
“Groot is de barmhartigheid van God, die alles kan vergeven.”
Beschouwing: Hier klinkt de radicaliteit van genade. Niet selectief, maar totaal. Niet berekend, maar overvloedig. Vreugde komt wanneer we durven geloven dat we werkelijk vergeven zijn.
Gebed:
God van genade, Ik breng U mijn schaamte, mijn fouten, mijn verleden. Vergeef mij alles, en leer mij alles te ontvangen.
5. De vreugde die niet vernietigt
“Ze denken dat ze genieten, terwijl ze zichzelf vernietigen.”
Beschouwing: Augustinus maakt onderscheid tussen vreugde die opbouwt en vreugde die afbreekt. Genade leert ons het verschil. Ware vreugde is verbonden met liefde, niet met ontkenning.
Oefening:
Vraag jezelf vandaag af: wat geeft mij vreugde die leven brengt? Wat laat mij leeg achter? Kies bewust voor vreugde die voedt.
6. De schepping als gave
“Het is voor jou dat deze schepping je is gegeven.”
Beschouwing: De wereld is geen valstrik, maar een geschenk. Genade opent onze ogen voor het goede, het schone, het ware. Vreugde is het vermogen om te ontvangen.
Gebed:
Heer, open mijn ogen voor Uw gaven. Laat mij de schepping zien als een liefdesbrief, en haar beantwoorden met dankbaarheid.
7. De vreugde van het behoren
Beschouwing: Augustinus spreekt hier niet over exclusiviteit, maar over identiteit. Jij bent geroepen, geliefd, gewild. Genade is persoonlijk. Vreugde is weten dat je erbij hoort.
Gebed:
God, ik hoor bij U. Laat die waarheid mijn vreugde zijn. Laat mijn leven een antwoord zijn op Uw roep.
Hij die het aangezicht van God vreest, vreest het aangezicht van de mens niet. Hij die het aangezicht van de mens vreest, vreest het aangezicht van God niet.
Dietrich Bonhoeffer.
+++++++
Commentaar:
Bonhoeffer, die zijn geloof beleefde in de schaduw van het naziregime, spreekt hier over een radicale keuze: wie ontzag heeft voor God, leeft vrij van de angst voor menselijke macht. En omgekeerd: wie zich laat leiden door de angst voor mensen—hun oordeel, hun gezag, hun afwijzing—verliest het innerlijk kompas dat gericht is op God.
Deze woorden zijn geen abstracte theologie, maar een oproep tot geestelijke moed. Ze raken aan het hart van christelijke navolging: durven leven in waarheid, zelfs als dat betekent dat je tegen de stroom in moet gaan. Bonhoeffer zelf leefde deze woorden tot in de gevangenis en uiteindelijk tot in de dood.
Het is een spiegel voor ons: waar ligt onze diepste vrees? En durven we die vrees om te vormen tot eerbied voor het goddelijke?
+++++++++
Gebed
Heer, leer mij Uw aangezicht te zoeken boven alles.
Laat mijn hart niet beven voor het oordeel van mensen,
maar ontzag hebben voor Uw waarheid en liefde. Geef
mij de moed om U te volgen, ook als de wereld mij niet
begrijpt. Laat Uw vrede mijn kracht zijn, en Uw nabijheid
Volg Mij. Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Zonder de Weg is er geen gaan. Zonder de Waarheid is er geen kennen. Zonder het Leven is er geen leven.
Ik ben de Weg die je moet volgen, de Waarheid die je moet geloven, het Leven waarop je moet hopen. Ik ben de onschendbare Weg, de onfeilbare Waarheid, het eeuwige Leven. Ik ben de rechte Weg, de hoogste Waarheid, het ware, gezegende, ongeboren Leven. Als je in Mijn Weg blijft, zul je de Waarheid kennen, en de Waarheid zal je vrijmaken, en je zult het eeuwige leven verkrijgen.
Thomas à Kempis.
++++++++
Commentaar:
Deze passage is een spirituele samenvatting van Johannes 14:6, maar Thomas à Kempis verdiept de betekenis door elk aspect van Christus’ woorden uit te vouwen. Het is geen abstracte theologie, maar een directe uitnodiging tot navolging. De Weg is niet slechts een route, maar een levenshouding van nederigheid, gehoorzaamheid en liefde. De Waarheid is niet enkel doctrine, maar een Persoon die ons bevrijdt van illusie en angst. En het Leven is niet alleen biologisch bestaan, maar een deelname aan Gods eeuwige liefde.
Wat opvalt is de herhaling en verdieping: Christus is niet alleen de weg, maar de rechte weg; niet alleen de waarheid, maar de hoogste waarheid; niet alleen leven, maar het ongeboren, gezegende leven. Het is een crescendo van spirituele zekerheid, bedoeld om ons hart te raken en onze wil te richten.
+++++++++
Gebed:
Heer Jezus, U bent de Weg die ik zo vaak verlies,
de Waarheid die ik soms durf te betwijfelen,
het Leven dat ik verlang maar niet altijd leef.
Leid mij terug naar Uw pad, maak mijn hart ontvankelijk
voor Uw stem, en wek in mij het verlangen om U te volgen,
niet uit plicht, maar uit liefde. Laat Uw Waarheid mij
vrijmaken van alles wat mij bindt aan angst, trots en twijfel.
En geef mij deel aan Uw Leven— niet alleen straks, maar
hier en nu, in elke ademtocht, elke keuze, elke stilte.
“Zonder liefde heeft uiterlijk werk geen waarde, maar alles wat met liefde gedaan wordt—hoe klein en onbeduidend ook—is volledig vruchtbaar, omdat God de liefde waarmee iemand handelt zwaarder laat wegen dan de daad zelf.”
‘De Navolging van Christus’ Thomas à Kempis.
++++++++++
Commentaar
Deze passage raakt aan het hart van christelijke spiritualiteit: de innerlijke gesteldheid waarmee we handelen is belangrijker dan de uiterlijke vorm van het handelen. Thomas à Kempis herinnert ons eraan dat God niet kijkt naar de grootsheid van onze daden, maar naar de liefde waarmee ze worden verricht.
In een wereld die vaak prestaties en zichtbare resultaten waardeert, is dit een radicale omkering. Het is een uitnodiging tot nederigheid: zelfs het kleinste gebaar—een glimlach, een luisterend oor, een gebed voor een ander—kan in Gods ogen van oneindige waarde zijn, mits het voortkomt uit liefde.
Het beeld van iemand die een kruis draagt naast deze tekst versterkt dit: het herinnert aan Christus zelf, die zijn lijden droeg uit liefde voor de wereld. Liefde maakt het lijden vruchtbaar. Liefde maakt het gewone heilig.
++++++++
Gebed
Heer, leer mij lief te hebben zoals U liefhebt.
Laat mijn daden niet voortkomen uit trots of plicht,
maar uit een hart dat bewogen is door Uw genade.
Help mij te zien dat het kleine niet onbeduidend is,
wanneer het gedragen wordt door liefde. Laat mijn
werk, mijn woorden, mijn stilte een weerspiegeling
zijn van Uw liefde in mij. Want U weegt niet de omvang
van mijn daden, maar de liefde waarmee ik ze verricht.
Maak mijn hart zacht, mijn handen dienstbaar, en mijn
Hier zijn een reeks citaten van Charles de Foucauld in het Nederlands, elk met een korte commentaar en een gebed dat aansluit bij zijn geestelijke visie. Zijn woorden ademen eenvoud, overgave en liefde voor God en de medemens.[Niet alle citaten die in de tekst van de afbeelding staan komen voor in de citaten hieronder !]
Bekering en roeping:
1. “Ik bleef twaalf jaar zonder naar een kerk te gaan en zonder ergens in te geloven, verlangend te sterven van wanhoop: hoe oneindig goed is God voor mij geweest!”
Commentaar: Foucauld getuigt van diepe duisternis vóór zijn bekering. Zijn wanhoop werd een poort naar genade. God zoekt ons zelfs in onze verlatenheid.
Gebed: God van het licht, zoek mij in mijn duisternis. Laat mijn wanhoop niet het einde zijn, maar het begin van Uw oneindige goedheid.
2. “God heeft mij een kerk binnengeleid en mij in contact gebracht met een priester, en deze priester heeft mij het seminarie binnengeleid.”
Commentaar: Bekering is vaak relationeel: God werkt via mensen. Foucauld herkent de hand van God in concrete ontmoetingen.
Gebed: Heer, dank voor de mensen die mij naar U leiden. Laat mij ook een brug zijn voor anderen, een stille uitnodiging tot Uw liefde.
3. “Er is niets groter dan God, niets waarachtiger, niets mooier, niets volmaakter.”
Commentaar: Een lofzang op Gods absolute goedheid. Foucauld herinnert ons eraan dat alles wat we zoeken, in God zijn voltooiing vindt.
Gebed: Mijn God, Gij zijt mijn waarheid, mijn schoonheid, mijn volheid. Laat mijn hart rusten in U alleen.
Broederschap en nederigheid:
4. “Mijn God, maak dat ik werkelijk een broer ben van alle zielen, vooral van de meest afgelegen, de meest verlatenen.”
Commentaar: Foucaulds spiritualiteit is radicaal inclusief. Broederschap is geen gevoel, maar een roeping tot nabijheid.
Gebed: God van allen, breek mijn geslotenheid open. Leer mij Uw ogen te hebben voor wie niemand ziet.
5. “Onze Heer heeft van de laatste plaatsen gehouden, Hij heeft ze gekozen: de laatste plaats in de samenleving, de laatste plaats in het huis, de laatste plaats in de synagoge, de laatste plaats aan het kruis.”
Commentaar: Jezus kiest bewust de laagste plaats. Dit is geen nederlaag, maar een mystieke keuze: om daar te zijn waar niemand wil zijn.
Gebed: Jezus, leer mij de laatste plaats lief te hebben. Laat mij U vinden in het vergeten, in het kleine, in het kruis.
6. “Jezus heeft de laatste plaats zo liefdevol ingenomen dat niemand die Hem nog kan afnemen.”
Commentaar: Jezus’ nederigheid is onwrikbaar. Hij heeft zich zo diep verlaagd dat Hij daar voor altijd woont.
Gebed: Heer, laat mij niet streven naar boven, maar dalen naar U. Want daar, in de diepte, woont Uw liefde.
7. “Jezus heeft de laatste plaats gekozen, de meest verachte plaats, de laagste plaats, de armste plaats.”
Commentaar: Jezus identificeert zich met het verachte. Foucauld nodigt ons uit om Hem daar te zoeken — niet in glorie, maar in kwetsbaarheid.
Gebed: Jezus, Gij zijt arm geworden om mij rijk te maken. Laat mij U zoeken in het verachte, en daar mijn hart verliezen.Eucharistie – Jezus in ons midden:
8. “De eucharistie is God met ons, God in ons, God onder onze blikken, onder onze handen.”
Commentaar: De eucharistie is tederheid: God laat zich aanraken, aankijken, ontvangen. Het mysterie wordt tastbaar.
Gebed: God van nabijheid, laat mij U aanraken met eerbied, aankijken met liefde, ontvangen met open hart.
9. “De eucharistie is Jezus: Jezus die leeft, Jezus die liefheeft, Jezus die zich geeft, Jezus die zich overlevert.”
Commentaar: De eucharistie is geen symbool, maar een levende Persoon. Jezus is daar — levend, liefhebbend, gevend.
Gebed: Jezus, Gij zijt geen herinnering, maar levende liefde. Laat Uw aanwezigheid mijn leven doordrenken.
10. “Wat doet Jezus in de eucharistie? Hij bemint, Hij lijdt, Hij offert zich op, Hij pleit voor ons, Hij verenigt zich, Hij offert zich, Hij geeft zich, Hij verenigt zich met ons.”
Commentaar: De eucharistie is een voortdurende daad van liefde. Jezus blijft zich geven, blijven lijden, blijven beminnen.
Gebed: Jezus in de hostie, leer mij U te ontvangen met ontzag. Laat Uw offer mijn hart zacht maken en mijn leven veranderen.
11. “Wat doet Jezus in de eucharistie? Hij bemint ons, Hij bemint ons, Hij bemint ons.”
Commentaar: Herhaling als meditatie. Liefde is geen concept, maar een voortdurende stroom. Jezus bemint — nu, hier, ons.
Gebed: Heer, laat mij niet vergeten: Gij bemint mij. Altijd. Onophoudelijk. Onvoorwaardelijk.
12–18. Wat zegt Jezus in de eucharistie?
“Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed.”
“Neemt en eet, neemt en drinkt.”
“Ik ben met jullie alle dagen, tot het einde van de wereld.”
“Komt allen tot Mij die moe en belast zijn, en Ik zal jullie verlichten.”
“Leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.”
“Heb elkaar lief zoals Ik jullie heb liefgehad.”
“Er is geen grotere liefde dan je leven geven voor je vrienden.”
Commentaar: De eucharistie is een dialoog. Jezus spreekt — woorden van troost, uitnodiging, liefde, overgave. Het is een goddelijke fluistering in ons hart.
Gebed: Jezus, spreek tot mijn hart in de stilte van de hostie. Laat Uw woorden mijn leven vormen, Uw liefde mijn richting zijn.
Jezus in de eucharistie – Kruiswoorden:
19. “Wat doet Jezus in de eucharistie? Hij zegt ons: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’”
Commentaar: In de eucharistie klinkt het woord van vergeving. Jezus bidt voor hen die Hem verwonden — en voor ons. Zijn liefde overstijgt schuld.
Gebed: Jezus, leer mij vergeven zoals Gij vergeeft. Laat mijn hart zacht worden voor wie mij pijn doet. Laat Uw genade in mij leven.
20. “Wat doet Jezus in de eucharistie? Hij zegt ons: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’”
Commentaar: Zelfs in de eucharistie klinkt de roep van verlatenheid. Jezus deelt onze diepste angst, onze eenzaamheid. Hij is daar — ook in de afgrond.
Gebed: Heer, in mijn verlatenheid, laat mij weten dat Gij daar zijt. Niet als antwoord, maar als aanwezigheid.
21. “Wat doet Jezus in de eucharistie? Hij zegt ons: ‘Alles is volbracht.’”
Commentaar: De eucharistie is voltooiing. Het werk van liefde is af — en toch begint het telkens opnieuw in ons. Jezus heeft alles gegeven.
Gebed: Jezus, Uw werk is volbracht, maar mijn hart is nog onderweg. Laat Uw volheid mijn leegte vullen, Uw voltooiing mijn begin zijn.
22. “Wat doet Jezus in de eucharistie? Hij zegt ons: ‘Vader, in Uw handen leg Ik mijn geest.’”
Commentaar: De eucharistie is overgave. Jezus vertrouwt zich toe aan de Vader — en nodigt ons uit hetzelfde te doen. Liefde is loslaten.
Gebed: Vader, in Uw handen leg ik mijn geest. Neem wat ik niet kan dragen, bewaar wat ik niet kan begrijpen, en wees mijn rust.
+++++++++++
Gebed tot Charles de Foucauld
Heilige broeder Charles, vriend van de woestijn, getuige van Gods verborgen aanwezigheid, leer mij leven in eenvoud en vertrouwen.
Gij die Jezus zocht in de stilte, in de Schrift, in de armen, help mij Hem te herkennen in het alledaagse, het kleine, het vergeten.
Gij die koos voor de laatste plaats, voor een leven zonder macht, leer mij de weg van nederigheid, waar liefde geen woorden nodig heeft.
Bid voor mij, dat ik niet zoek naar succes, maar naar trouw. Dat ik niet vlucht in ideeën, maar aanwezig ben in liefde.
Heer Jezus, zoals Gij Charles hebt gevormd tot een levend Evangelie, vorm ook mij — zacht, beschikbaar, vol vertrouwen in Uw verborgen werk.
Het feit dat sommigen liefdadigheidswerken afwijzen of bespotten, alsof ze slechts een obsessie zijn van enkelen en niet het brandende hart van de zending van de Kerk, overtuigt mij van de noodzaak om terug te keren naar het Evangelie en het opnieuw te lezen, opdat we niet het risico lopen het te vervangen door de wijsheid van deze wereld. De armen mogen niet worden verwaarloosd als we willen blijven binnen de grote stroom van het leven van de Kerk, die zijn oorsprong vindt in het Evangelie en vrucht draagt in elke tijd en op elke plaats.
— Paus Leo XIV DILEXIT TE, nr. 15 4 oktober 2025
+++++++++++
Commentaar:
Wat een krachtige oproep tot herbronning. Paus Leo XIV legt hier de vinger op een pijnlijke plek: wanneer de zorg voor de armen wordt gerelativeerd of geridiculiseerd, is dat niet slechts een misverstand, maar een teken dat we het Evangelie zelf uit het oog verliezen. Liefde in actie — caritas — is geen bijzaak, maar het kloppend hart van het christelijk leven.
Zijn woorden herinneren aan Franciscus van Assisi, die de armen zag als sacramenten van Christus, en aan Moeder Teresa, die zei: “Als je geen armen ziet, zie je Jezus niet.” De paus waarschuwt ons dat wereldse wijsheid — efficiëntie, prestige, macht — het Evangelie kan verdringen als we niet waakzaam blijven. Zijn oproep is niet moralistisch, maar mystiek: de armen zijn geen project, ze zijn een plaats van ontmoeting met God.
+++++++
Gebed
Heer Jezus, Gij die arm zijt geworden om ons rijk te maken in liefde, open onze ogen voor hen die vergeten worden, en onze harten voor hen die hunkeren naar nabijheid. Laat ons niet vluchten in ideeën of systemen, maar ons laten raken door uw levende Woord, dat ons roept tot dienstbaarheid en mededogen. Geef ons de moed om opnieuw het Evangelie te lezen, en daarin uw gelaat te herkennen — in de gebrokenheid, in de eenvoud, in de liefde. Amen.
“Dan zullen we de herder van Gods kudde zien, met het aantal zielen dat hij door de kracht van zijn onderricht en aansporing tot God heeft gebracht. Wanneer op die dag alle herders hun kudden leiden naar de eeuwige Herder, wat zullen wij dan zeggen, wij die ellendig met lege handen terugkeren van onze handel: wij die de naam van herder dragen, maar geen schapen kunnen tonen die zich gevoed hebben met onze leer? Hier worden wij herders genoemd, maar daar zullen wij geen kudde hebben.”
Gregorius de Grote
+++++++++++++
Commentaar op Gregorius de Grote:
Gregorius spreekt hier met de ernst van een man die zijn roeping als herder niet licht opvat. Hij schildert een eschatologisch tafereel: de dag waarop alle herders hun kudde voor de eeuwige Herder brengen. Het is een beeld van verantwoordelijkheid, van geestelijke vruchtbaarheid — en van het oordeel over ons leven.
Wat Gregorius hier blootlegt, is de pijnlijke kloof tussen de naam van herder en de werkelijkheid van het herderschap. Hij waarschuwt voor een leven waarin we wel spreken over God, maar geen zielen voeden met Zijn waarheid. Het is een oproep tot authenticiteit, tot vruchtbaarheid, tot liefdevolle leiding.
Voor jou, als iemand die de mystieke traditie koestert en zoekt naar praktische spiritualiteit, raakt dit citaat aan een kernvraag: Hoe voed ik anderen — en mezelf — met de waarheid van Christus? Niet door woorden alleen, maar door leven, door liefde, door dagelijkse overgave.
+++++++++++
Gebed: “Herder zonder kudde”
Eeuwige Herder, Gij roept ons bij naam, maar wat heb ik gedaan met Uw roepstem?
Gij vertrouwt mij zielen toe, maar heb ik hen gevoed met Uw Woord, of slechts met mijn eigen gedachten?
Laat mij niet terugkeren met lege handen, als een herder zonder kudde, als een koopman zonder winst.
Ontsteek in mij het vuur van liefdevolle aansporing, opdat mijn woorden leven wekken, en mijn stilte ruimte schept voor Uw stem.
Geef mij de nederigheid om te dienen, de wijsheid om te leiden, en de genade om te volgen.
Opdat ik, op de dag van Uw komst, niet slechts de naam van herder draag, maar ook de vreugde mag kennen van zielen die U hebben gevonden.
“Als de bisschop een dief is, zal je nooit vanaf deze apsis horen: ‘Pleeg diefstal’; het enige wat je te horen krijgt is: ‘Pleeg geen diefstal.’ Want dat is wat hij ontvangt uit de voorraadkamer van de Heer. Als hij iets anders wil zeggen, dan wijs je hem af en zeg je: ‘Dat komt niet uit de voorraadkamer van de Heer; je spreekt uit je eigen voorraadkamer.’ Wie een leugen spreekt, spreekt wat van hemzelf is (Joh. 8:44).
Dus zie je: in overeenstemming met God—‘Pleeg geen diefstal, geen overspel, geen moord’; laat hem je in overeenstemming met God zeggen dat je moet vrezen, niet verwaand moet zijn, je liefde van de wereld moet afwenden, je hoop op de Heer moet stellen. Laat hem je deze dingen zeggen in overeenstemming met God.
Als hij ze zelf niet beoefent, wat doet dat ertoe voor jou? Christus is de Heer, jouw God. Hij heeft je gerustgesteld: De schriftgeleerden, zei Hij, en de Farizeeën, die gezag dragen, hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes; wat zij zeggen, doe dat; maar wat zij doen, doe dat niet; want zij zeggen het, maar doen het niet (Mat. 23:3).”
— Augustinus van Hippo Sermon 340A:9 – Bij de wijding van een bisschop
+++++++++++
Commentaar:
Augustinus legt hier een diep mystiek en praktisch principe bloot: het gezag van een geestelijk leider ligt niet in zijn persoonlijke heiligheid, maar in de waarheid van wat hij namens God verkondigt. Zelfs als een bisschop faalt in zijn eigen leven, blijft het Woord dat hij spreekt krachtig—mits het uit de “voorraadkamer van de Heer” komt.
Dit is een oproep tot innerlijke vrijheid: laat je niet afleiden door het falen van anderen, zelfs niet van hen die boven je staan. Richt je hart op Christus, die de ware bron is van alle leiding. De paradox is scherp: je mag het goede aannemen van iemand die het zelf niet leeft, zolang het goede niet van hemzelf komt, maar van God.
Augustinus nodigt ons uit tot onderscheidingsvermogen. Niet om te oordelen, maar om te luisteren met het hart: “Komt dit uit Gods voorraadkamer, of uit de mens?” En als het uit God komt, dan is het voor jou, ongeacht de gebrokenheid van de boodschapper.
++++++++++
Gebed van onderscheiding en innerlijke vrijheid.
Heer Jezus, mijn ware Herder,
Leer mij te luisteren met een zuiver hart. Laat mij Uw stem herkennen, zelfs als zij klinkt door gebroken mensen. Geef mij de genade om het goede te ontvangen, ook wanneer het komt uit een mond die het zelf niet leeft. Laat mij niet verstrikt raken in het oordeel, maar in liefde onderscheiden wat van U komt. Bevrijd mijn hart van teleurstelling, van cynisme en wantrouwen. U bent mijn hoop, mijn waarheid, mijn weg. Laat mij Uw Woord volgen, en niet de zwakheid van hen die het verkondigen. Want U bent de voorraadkamer van leven, en ik wil slechts putten uit Uw overvloed.
Er wordt verteld dat Augustinus op een dag langs het strand wandelde, terwijl hij nadacht over het mysterie van de Heilige Drie-eenheid. Daar ontmoette hij een jongen die een gat in het zand had gegraven en met een schelp zeewater in het gat probeerde te gieten.
De jongen liep telkens naar de kust, vulde zijn schelp met zeewater en goot het in het gat dat hij in het zand had gemaakt.
Sint Augustinus naderde de jongen en vroeg hem wat hij aan het doen was. De jongen antwoordde dat hij de hele zee in het gat wilde leegmaken.
++++++++
Commentaar
Wat een prachtig beeld: een kind dat met een schelp de zee wil verplaatsen. Het is tegelijk naïef en diepzinnig. Augustinus, een van de grootste denkers van de Kerk, wordt hier geconfronteerd met de grenzen van het menselijk verstand. Het kind — vaak gezien als een engel of een goddelijke verschijning — herinnert hem eraan dat sommige mysteries niet bedoeld zijn om volledig begrepen te worden, maar om in nederigheid en liefde aanvaard te worden.
De Drie-eenheid — Vader, Zoon en Heilige Geest — is geen puzzel om op te lossen, maar een goddelijke relatie om in te leven. Zoals het kind speelt met water en zand, zo mogen wij spelen met woorden, beelden en gebeden, zonder te vergeten dat het mysterie altijd groter is dan onze schelp.
+++++++
Gebed:
God van het mysterie,
Zoals Augustinus op het strand wandelde, zo wandel ik door het leven — zoekend, denkend, verlangend om U te begrijpen.
Maar U bent groter dan mijn gedachten, dieper dan mijn woorden, wijder dan mijn hart.
Leer mij de nederigheid van het kind, dat speelt met de zee zonder haar te willen bezitten.
Laat mij rusten in het mysterie van Uw Drie-eenheid — Vader, Zoon en Geest — niet als een raadsel, maar als een liefdevolle omhelzing.
Geef mij de genade om U niet te doorgronden, maar om U te vertrouwen.