
God zal niet vernietigen wat Hij heeft verlost; Hij zal hen niet vernietigen voor wie Hij zijn bloed heeft vergoten. En als je je geest wilt laten genieten van de spelen, wat is daar dan mis mee? En die feesten die ze door de hele stad vieren, vrolijk drinkend en feestvierend, denkend dat ze genieten terwijl ze zichzelf in feite vernietigen aan de publieke tafels—ga gerust mee, vier ze zonder zorgen. Groot is de barmhartigheid van God, die alles kan vergeven. Bekroon jezelf met rozen voordat ze verwelken. Vier feest in het huis van je God, en wees dankbaar. Neem volop voedsel en wijn, en jij ook. Uiteindelijk is dat waarom deze schepping jou gegeven is: om ervan te genieten. God gaf het niet aan de heidenen en de goddelozen, en onthield het niet van jou.
— Augustinus van Hippo, Over de herders, Preek 46.8
++++++
Commentaar:
Augustinus spreekt hier met een verrassende vrijheid over vreugde, feest en genot—niet als iets verdachts, maar als iets dat geworteld is in Gods genade. Hij keert zich tegen de oppervlakkige viering van de wereld, die zichzelf verliest in roes en zelfvernietiging, maar hij ontzegt de gelovige niet het recht op vreugde. Integendeel: hij nodigt uit tot een heilige viering, een dans in het huis van God, een bekroning met rozen vóór ze verwelken.
De kernzin—“Groot is de barmhartigheid van God, die alles kan vergeven”—is als een poort naar innerlijke vrijheid. Het is geen oproep tot roekeloosheid, maar tot vertrouwen. De schepping is ons gegeven, niet om haar te misbruiken, maar om haar te vieren in verbondenheid met de Gever.
Augustinus herinnert ons eraan dat genade niet alleen vergeving is, maar ook vreugde. Dat het leven niet alleen een pelgrimstocht is, maar ook een dans. Dat we niet alleen geroepen zijn tot boete, maar ook tot bekroning.
Gebed: God van genade,
U hebt ons verlost met het bloed van Uw Zoon, en ons de schepping gegeven als een tuin van vreugde. Laat ons niet verdwalen in de roes van de wereld, maar leer ons feest te vieren in Uw huis.
Bekroon ons met rozen van liefde vóór ze verwelken, laat onze dans een lofzang zijn, onze vreugde een echo van Uw barmhartigheid.
Vergeef ons alles, en leer ons alles te ontvangen als gave.
Amen.
Augustinus’ visie op genade en vreugde is rijk, paradoxaal en diep menselijk—een bron waaruit we samen kunnen putten. Laten we een reeks van zeven meditaties opzetten, elk geworteld in een kernzin van Augustinus, met:
-
Een citaat (vertaald in het Nederlands)
-
Een korte beschouwing
-
Een gebed of oefening
*************
Zeven meditaties over genade en vreugde met Augustinus
1. De vreugde van de verlossing
“God zal niet vernietigen wat Hij heeft verlost.”
Beschouwing: Augustinus begint niet bij onze zonden, maar bij onze verlossing. Genade is sterker dan oordeel. Wat God heeft aangeraakt met liefde, wordt niet losgelaten. Dit is vreugde die rust geeft: we zijn veilig in Zijn genade.
Gebed:
Heer, laat mij rusten in Uw verlossing. Niet in mijn verdiensten, maar in Uw trouw. Laat mijn vreugde wortelen in Uw genade.
2. De dans in het huis van God
“Dans zoals je wilt; het is voor jou dat deze schepping je is gegeven.”
Beschouwing: Augustinus nodigt uit tot een heilige vrijheid. Niet de dans van roes en ontvluchting, maar van dankbaarheid en verbondenheid. Vreugde is een vorm van aanbidding.
Oefening:
Beweeg vandaag bewust: een wandeling, een dans, een gebaar van vreugde. Laat je lichaam meedoen aan je gebed.
3. De roos vóór ze verwelkt
“Bekroon jezelf met rozen voordat ze verwelken.”
Beschouwing: Augustinus herinnert ons aan de vergankelijkheid van het leven. Genade is niet uitstel, maar uitnodiging tot het nú. Vreugde is niet naïef, maar wijs.
Gebed:
Heer, leer mij de schoonheid van het moment. Laat mij de roos plukken vóór ze verwelkt, en haar geur dragen als teken van Uw goedheid.
4. De barmhartigheid die alles vergeeft
“Groot is de barmhartigheid van God, die alles kan vergeven.”
Beschouwing: Hier klinkt de radicaliteit van genade. Niet selectief, maar totaal. Niet berekend, maar overvloedig. Vreugde komt wanneer we durven geloven dat we werkelijk vergeven zijn.
Gebed:
God van genade, Ik breng U mijn schaamte, mijn fouten, mijn verleden. Vergeef mij alles, en leer mij alles te ontvangen.
5. De vreugde die niet vernietigt
“Ze denken dat ze genieten, terwijl ze zichzelf vernietigen.”
Beschouwing: Augustinus maakt onderscheid tussen vreugde die opbouwt en vreugde die afbreekt. Genade leert ons het verschil. Ware vreugde is verbonden met liefde, niet met ontkenning.
Oefening:
Vraag jezelf vandaag af: wat geeft mij vreugde die leven brengt? Wat laat mij leeg achter? Kies bewust voor vreugde die voedt.
6. De schepping als gave
“Het is voor jou dat deze schepping je is gegeven.”
Beschouwing: De wereld is geen valstrik, maar een geschenk. Genade opent onze ogen voor het goede, het schone, het ware. Vreugde is het vermogen om te ontvangen.
Gebed:
Heer, open mijn ogen voor Uw gaven. Laat mij de schepping zien als een liefdesbrief, en haar beantwoorden met dankbaarheid.
7. De vreugde van het behoren
Beschouwing: Augustinus spreekt hier niet over exclusiviteit, maar over identiteit. Jij bent geroepen, geliefd, gewild. Genade is persoonlijk. Vreugde is weten dat je erbij hoort.
Gebed:
God, ik hoor bij U. Laat die waarheid mijn vreugde zijn. Laat mijn leven een antwoord zijn op Uw roep.
***********
