
In een donkere nacht, vol verlangen, ontvlamd in liefde, o gelukkige kans!, ging ik ongezien naar buiten, terwijl mijn huis reeds tot rust was gekomen.
In het duister en veilig, via de geheime trap vermomd, o gelukkige kans!, in het duister en verborgen, terwijl mijn huis reeds tot rust was gekomen.
In die gelukkige nacht, in het geheim, zodat niemand mij zag, en ik zelf niets waarnam, behalve het licht en de leiding van het vuur dat in mijn hart brandde.
Dat leidde mij zekerder dan het licht van de middag naar waar hij op mij wachtte, die ik goed kende, op een plek waar niemand verscheen.
O nacht die mij leidde! O nacht, beminnelijker dan de dageraad! O nacht die de geliefde verenigde met de Geliefde, de geliefde in de Geliefde getransformeerd!
In mijn bloeiende borst, die ik geheel voor hem bewaarde, daar viel hij in slaap, en ik koesterde hem, terwijl de wind van de ceders hem verkoeling gaf.
De wind van de burcht, toen ik zijn haren streelde, raakte met zijn rustige hand mijn hals, en bracht al mijn zintuigen tot stilstand.
Ik bleef achter en vergat mijzelf, mijn gezicht leunde op de Geliefde, alles hield op en ik liet mijzelf los, mijn zorgen achterlatend tussen de lelies vergeten.
St. Jan van het Kruis.
++++++++
Commentaar
Dit gedicht is een van de meest iconische mystieke teksten uit de christelijke traditie. San Juan de la Cruz beschrijft hier de ziel die zich, in de stilte van de nacht, losmaakt van alles wat haar bindt en zich verenigt met God — de Geliefde. De “donkere nacht” is geen louter duistere ervaring, maar een heilige overgang: een innerlijke leegte waarin het goddelijke zich openbaart.
De herhaalde uitdrukking “o dichosa ventura!” (o gelukkige kans!) toont dat deze nacht, hoewel duister, een bron van vreugde is. De ziel beweegt zich in stilte, geleid door het innerlijke vuur van liefde, naar een ontmoeting die haar transformeert. De geliefde wordt één met de Geliefde — een beeld van mystieke vereniging waarin het ego verdwijnt en alleen liefde blijft.
De laatste strofen zijn bijzonder intiem: ze spreken van rust, overgave, en het vergeten van zichzelf in de armen van God. Het is een poëtische verwoording van het hoogste mystieke ideaal: volledige eenwording met het goddelijke, voorbij woorden, voorbij denken.
++++++
Gebed: In de Stilte van de Nacht
Geliefde van mijn ziel, in de stilte van de nacht zoek ik U, niet met mijn ogen, maar met het vuur dat in mij brandt. Leid mij, zoals U Johannes leidde, door het duister naar de plek waar U wacht.
Laat mijn huis tot rust komen — mijn gedachten, mijn zorgen, mijn verlangens — zodat ik ongezien mag gaan, vermomd in nederigheid, gedragen door het verlangen naar U.
Laat mij U vinden in de leegte, in het niet-weten, in het vergeten van mijzelf. Laat mijn zintuigen verstillen, mijn hart ontvlammen, en mijn ziel rusten in Uw omarming.
O nacht, heilige nacht, wees mij een poort naar liefde, waarin ik, geliefde, in de Geliefde mag worden getransformeerd.
Amen.
**********
