Macarius van Egypte: Dit is het kenmerk van het christendom: hoezeer een mens ook zwoegt, en hoeveel rechtvaardige daden hij ook verricht, om te voelen dat hij niets heeft gedaan……

Dit is het kenmerk van het christendom: hoezeer een mens ook zwoegt, en hoeveel rechtvaardige daden hij ook verricht, om te voelen dat hij niets heeft gedaan, en bij het vasten te zeggen: ‘Dit is geen vasten,’ en bij het bidden: ‘Dit is geen gebed,’ en bij volharding in gebed: ‘Ik heb geen volharding getoond’; ik ben nog maar net begonnen met oefenen en pijn lijden; en zelfs als hij rechtvaardig is voor God, moet hij zeggen: ‘Ik ben niet rechtvaardig, ik heb nog niet geoefend in pijn lijden, maar ik begin elke dag opnieuw.’ Hij moet elke dag de hoop en de vreugde hebben en de verwachting van het komende koninkrijk en de verlossing, en zeggen: ‘Als ik vandaag niet verlost ben, dan zal ik het morgen zijn.’

Macarius van Egypte

+++++++++++++++++

De tekst van Macarius van Egypte komt voort uit de spirituele traditie van de woestijnvaders—vroege christelijke monniken  die zich in de 4e eeuw terugtrokken in de Egyptische woestijn om een leven van gebed, ascese en innerlijke zuivering te leiden.  Macarius was een van de meest invloedrijke figuren binnen deze beweging.

Historische en spirituele context:

Macarius van Egypte (ca. 300–390) leefde als kluizenaar in Scetis, een woestijngebied dat uitgroeide tot een centrum van christelijke monastiek.

Hij werd gevormd door de heilige Antonius van Egypte, de grondlegger van het monnikendom, en stond bekend om zijn nederigheid, wijsheid en spirituele onderscheidingsvermogen.

Zijn uitspraken zijn bewaard gebleven in de Apophthegmata Patrum (Uitspraken van de Woestijnvaders), een verzameling korte spirituele lessen en anekdotes.

Betekenis van het citaat:

De tekst benadrukt een fundamenteel principe van christelijke spiritualiteit: nederigheid en voortdurende innerlijke vernieuwing.

Volgens Macarius is het ware christendom niet het afvinken van religieuze prestaties, maar het besef dat men altijd opnieuw moet beginnen:

Zelfs bij gebed, vasten of gerechtigheid moet men zichzelf niet als ‘klaar’ beschouwen.

De houding van een gelovige is er een van innerlijke armoede, waarin men erkent dat men nog maar net begonnen is. Er klinkt ook hoop in door: elke dag is een nieuwe kans op verlossing en groei.

Deze visie staat haaks op religieuze zelfgenoegzaamheid. Het is een uitnodiging tot spirituele nederigheid, waarin men zich openstelt voor Gods genade, elke dag opnieuw. Hij benadrukt dat ware christendom niet draait om uiterlijke vroomheid of prestaties, maar om voortdurende innerlijke verandering en afhankelijkheid van Gods genade.

Thema’s uit het citaat:

Geestelijke nederigheid:

Zelfs wie rechtvaardig leeft, moet zichzelf niet als rechtvaardig beschouwen, maar nederig blijven en beseffen dat hij Gods genade nodig heeft.

Volharding en dagelijkse vernieuwing:

De geestelijke weg vereist dat men elke dag opnieuw begint, met hoop en verwachting.

Innerlijke transformatie boven uiterlijke daden:

Daden zoals vasten, bidden en werken zijn niet voldoende zonder echte innerlijke verandering.

Hoop op verlossing:

 De gelovige leeft met de hoop op goddelijke verlossing en transformatie, altijd vooruitkijkend naar wat God zal doen.

Reflectievraag:

Hoe daagt deze visie jouw eigen begrip van geestelijke groei of religieuze praktijk uit, of bevestigt het juist?

Dit citaat van Macarius van Egypte biedt een diep nederige en introspectieve kijk op christelijke spiritualiteit.

 Hij benadrukt dat ware christendom niet draait om uiterlijke vroomheid of prestaties, maar om voortdurende innerlijke verandering en afhankelijkheid van Gods genade

 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Macarius_van_Egypte

***************

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie